U bent hier

Mevrouw Soens heeft het woord.

Saoedi-Arabië heeft om verscheidene redenen een nogal controversiële status. Vooral de uitvoer van strategische goederen naar het land is onderwerp van controverse. Er werd al verscheidene keren melding gemaakt van militair materiaal dat vanuit Vlaanderen en vanuit België via Saoedi-Arabië opduikt in conflicthaarden zoals Syrië en Irak.

De laatst vergunde Vlaamse uitvoer van strategische goederen naar Saoedi-Arabië dateert van een viertal jaren geleden. De Vlaamse Regering heeft intussen een aantal beperkende maatregelen genomen, waaronder het opleggen van een verbintenis om het eindgebruik op te vragen. De eindgebruiker moet zich ertoe verbinden dat de goederen niet worden uitgevoerd naar Syrië of worden aangewend in het regionaal conflict.

In tegenstelling tot uitvoer is doorvoer recent wel nog vergund. In mei 2014 werden Zuid-Afrikaanse producten van categorie 6, dat zijn voertuigen en onderdelen daarvoor, over het Vlaams grondgebied naar Saoedi-Arabië uitgevoerd. Recent nog zette Duitsland alle wapenhandel met Saoedi-Arabië stop.

Vanaf 22 tot 26 februari vindt de IDEX-wapenbeurs plaats in Abu Dhabi: dat is de grootste wapenbeurs van het Midden-Oosten, en eigenlijk ook een van de grootste ter wereld. Er worden ruim 80.000 bezoekers verwacht, voornamelijk uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Azië.

Bij onze noorderburen was er al ophef over de grote Nederlandse delegatie die aanwezig zou zijn. Op de IDEX-beurs zullen ook negen Belgische bedrijven aanwezig zijn. Ik vermoed dat de beperkende maatregelen ten opzichte van Saoedi-Arabië onverminderd verder zullen worden toegepast, maar we moeten ons uiteraard hoeden voor leveringen aan de regio in zijn geheel. Verscheidene bronnen hebben al gewezen op de dubieuze positie van Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten vanwege hun vermeende steun aan extremistische groepen en hun inhumaan beleid.

Het valt uiteraard niet te ontkennen dat Saoedi-Arabië ontzettend conservatief is op het vlak van mensenrechten. Bovendien publiceerde het Directoraat-Generaal voor Extern Beleid van het Europees Parlement in 2013 nog een rapport dat stelt dat het land de belangrijkste bron was voor de financiering van rebellen en terreurorganisaties.

Ook de mensenrechtensituatie in de Verenigde Arabische Emiraten geeft op bepaalde punten aanleiding tot bezorgdheid, vooral over het gebrek aan vrijheid van meningsuiting en van vereniging maar ook de bewegingsvrijheid van nationale en internationale ngo’s.

Minister-president, de heer Van Overmeire stelde u in september 2014 een schriftelijke vraag waarin hij u vroeg naar het beleid van de Vlaamse Regering ten opzichte van onder andere Jemen, Egypte en Bahrein. Uw antwoord daarop was dat de Dienst Controle Strategische Goederen een evaluatie aan het opmaken was. Maar die was toen nog niet klaar.

Zullen ook op de IDEX-wapenbeurs en bij uitbreiding op andere momenten verklaringen van eindgebruik gevraagd worden voor leveringen naar het Midden-Oosten? Zal er een delegatie uit de Vlaamse administratie aanwezig zijn? Is de evaluatie van de Dienst Controle Strategische Goederen intussen beschikbaar? Kan die aan het parlement worden bezorgd?

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

Minister-president, er zouden inderdaad negen Belgische bedrijven naar die beurs gaan. Weet u hoeveel Vlaamse bedrijven daar effectief bij betrokken zijn?

Gelden er specifieke regels voor die bedrijven op het moment dat zij naar beurzen gaan? Zij hebben een aantal strategische goederen in hun bezit die zij op die beurs willen tentoonstellen. Zij brengen die ook terug mee naar hier. Is er voorzien in specifieke maatregelen zodat het heen en weer reizen van die materialen op een aanvaardbare manier kan gebeuren? Rekening houdend met alle momenteel bestaande reglementen wil ik toch aandacht vragen voor onze Vlaamse bedrijven. We mogen ze niet onnodig belemmeren in de activiteiten die zij wensen te ontwikkelen, maar uiteraard moeten alle bestaande regels grondig worden nageleefd.

De heer De Croo heeft het woord.

Minister-president, tijdens een seminarie over wapenhandel dat in dit huis heeft plaatsgevonden, heb ik gesuggereerd dat de Senaat daarin een rol zou kunnen spelen. Deze bevoegdheid is een beetje holderdebolder naar Vlaanderen en Wallonië overgedragen – herinner u de situatie van de wapenlevering in Nepal. De Federale Regering heeft nog een diplomatieke bevoegdheid en een bevoegdheid waarbij ze tweedehandswapens voor haar eigen legereenheden en politie kan verwerven. Mevrouw Soens heeft gezegd dat men het Vlaams territorium heeft doorkruist om wapens en materiaal te leveren in Antwerpen.

Er is daar misschien een gelegenheid om iets positiefs te doen. Die bevoegdheden kunnen finaal aan Vlaanderen, Wallonië en Brussel worden toevertrouwd, terwijl er toch een gemeenschappelijk concept kan zijn. Wat denkt u daarvan, minister-president?

De heer Kennes heeft het woord.

Saoedi-Arabië ligt in een regio waar er enerzijds geld is en anderzijds veel conflict en oorlog. Het zal niemand verwonderen dat er nogal wat wapens worden verhandeld in die regio.

Op de website van het Departement internationaal Vlaanderen (DiV) staan er een aantal beperkende maatregelen of een embargo ten aanzien van landen. Dat geldt evenwel niet, als je die website bekijkt, voor Saoedi-Arabië. Waarom worden de beperkende maatregelen van 2011 niet vermeld? Of mogen we uit de niet-vermelding afleiden dat die niet meer van toepassing zijn? 

Wat houden die beperkende maatregelen voor Saoedi-Arabië concreet in?

De harmonisatie van het wapenexportbeleid moet als primair doel het belang van mensenrechten en veiligheid hebben. Dat heeft natuurlijk het meeste effect als er een harmonisatie gebeurt op Europees vlak. Welke stappen heeft Vlaanderen op dat punt gezet? Als iedereen een apart beleid blijft voeren of grote verschillende accenten blijft leggen, zullen we het doel voorbijschieten.

In 2013 werd de wapenexport naar een aantal landen in het Midden-Oosten on hold gezet. Daarnaar werd ook al verwezen door andere vraagstellers. Waarom werd die afweging dan niet gemaakt voor Saoedi-Arabië? Op grond van welke criteria wordt bepaald of een land op de onholdlijst wordt geplaatst?

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Je kunt op de website van IDEX lezen dat er op dit moment drie Vlaamse bedrijven zullen deelnemen aan de IDEX-wapenbeurs. Ze zijn gekend bij de administratie en kennen de geldende regelgeving. Daarnaast is er ook een logistiek bedrijf. Maar specifiek in antwoord op de vraag, gaat het om drie Vlaamse bedrijven. Ze kennen de regelgeving, die verschillend is naargelang het gaat om wapens, dan wel om duale goederen, goederen voor tweeërlei gebruik. 

Voor elke uitvoer van militaire of defensiegerelateerde goederen, zelfs bij tijdelijke uitvoer, waarbij er geen verkoop plaatsvindt en een goed bijvoorbeeld louter wordt tentoongesteld op een beurs, moet er een vergunning worden aangevraagd bij de administratie. Een verklaring van eindgebruik in de vorm van een eindgebruikerscertificaat is ook een vereiste in de vergunningsprocedure.

Voor de uitvoer van goederen van tweeërlei gebruik geldt in principe dezelfde regeling, maar met de uitzondering dat de bedrijven die zich bij het departement hebben geregistreerd voor wat men de uniale algemene uitvoervergunning nummer 004 noemt, bepaalde producten zonder bijkomende aanvraag tijdelijk kunnen uitvoeren voor tentoonstellingen en beurzen in landen, bijvoorbeeld in de Verenigde Arabische Emiraten. Dat is geen willekeur, maar die uitzondering valt dan onder de voorwaarden bepaald in de uniale algemene uitvoervergunning, zeg maar strenge Europese regels.

Wel is het zo, collega’s, dat een verkoop van eventueel vergunde demogoederen niet op die beurs zelf kan plaatsvinden. Bij een overeenkomst met een potentiële koper zal voor de levering van dat goed een nieuwe uitvoervergunning moeten worden aangevraagd waarbij een eindgebruikerscertificaat van die koper vereist is. Er kan dus geen levering plaatsvinden aan een onbekende eindklant.

Er zal geen delegatie van de Vlaamse administratie op de beurs aanwezig zijn.

Mijnheer De Croo, als ik het goed begrijp, verwijst u naar een eventuele samenwerking of een vorm van harmonisatie tussen de drie gewesten. Ik moet zeggen dat het Vlaams decreet op dit ogenblik een pak strenger is dan het Waals decreet. Onze criteria zijn strenger. Ik heb er niet direct zicht op of er een toenadering zou zijn. Ik denk niet dat er hier meteen een meerderheid voor te vinden zal zijn om dat minder streng te maken. Omgekeerd weet ik ook niet of er in Wallonië een beweging is om de andere, strengere richting uit te gaan. Ik denk het niet.

Wel loopt bij ons – u weet dat, we hebben dat aangekondigd – een herziening van het decreet. Die consultatie loopt nu. Iedereen kan die volgen. Het staat op de website, met voorstellen en op- en aanmerkingen die kunnen worden geformuleerd.

We zijn volop bezig met die evaluatie, waarbij de onholdsituatie aan bod komt en de situatie van Saoedi-Arabië aan bod zal komen. Die evaluatie is nog niet afgerond. De dialoog daarover met het kabinet en de administratie is bezig. Op het moment dat die gebeurd is, zal de regering daarover een beslissing moeten nemen. Dat is gepland voor de eerstkomende periode.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor uw antwoorden. Het heeft inderdaad niet veel zin om zelf beperkende maatregelen op te leggen aan bepaalde landen, zoals Saoedi-Arabië, als die uitvoer naar dat land via andere landen dan wel vlot kan gebeuren. Daarom wil ik er nogmaals voor pleiten om die eindgebruikerscertificaten zo veel mogelijk op te leggen. Het is zeker mogelijk. Voor Israël is het mogelijk om het eindgebruik te achterhalen. Ik vermoed dat dat voor de hele regio kan.

Ik ben blij te horen dat er alvast geen delegatie van de Vlaamse administratie op de wapenbeurs aanwezig is. Maar ik vind het toch redelijk problematisch om onze Vlaamse wapenindustrie te verdedigen op een wapenbeurs in een redelijk conflictueuze regio. Ik vind het redelijk problematisch om dat net daar te doen.

Wanneer mogen we die evaluatie met betrekking tot de beperkende maatregelen, het onholdbeleid ten opzichte van Jemen, Egypte en Bahrein, precies verwachten?

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord.

Het is belangrijk is dat de bestaande reglementen en regels goed worden nageleefd en worden opgevolgd. We moeten de evaluatie afwachten. Zodra die resultaten bekend zijn, zullen we een veel duidelijker beeld krijgen of alle maatregelen die in het verleden genomen zijn hun effect hebben gehad.

De heer De Croo heeft het woord.

Ik herinner mij een reportage van Maurice De Wilde over de staking van de vrouwen bij FN-Herstal. Misschien herinnert iemand zich die reportage nog. Ze heette: ‘De één zijn dood, de andere zijn brood’. Het was een enorme doorbraak voor de weerbaarheid van de vrouwenbeweging op het vlak van staking.

Men moet niet hypocriet zijn. Zaken die een tweevoudig gebruik hebben, hebben ook een wapengebruik. Er zijn in Vlaanderen heel vooruitstrevende, progressieve technologische fabrieken en bedrijven die dat gretig rondsturen.

In Noord-Afrika, naar de Sahara toe, kan het eindgebruik van de geleverde wapens niet meer gecontroleerd worden wanneer een regime verdwijnt. Het is een delicate aangelegenheid.

Minister-president, wat de Senaat betreft, bent u wat afgeweken van de zaak. Het probleem ligt niet daar. In mijn ogen is er een overleg mogelijk. Het federale gezag heeft nog een bevoegdheid. Men kan gesprekken initiëren binnen de Senaat, zonder dat men afbreuk doet aan onze gestrengheid.

De heer Kennes heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord. Het punt van de Senaat, het overleg op het nationaal niveau, is één ding. Ik had ook de vraag gesteld om dat op Europees niveau te doen. Daar heb ik – dacht ik – nog niet meteen een antwoord op gekregen.

In verband met de onholdprocedure begrijp ik dat men aan die evaluatie werkt. Ik had ook de vraag gesteld naar die criteria. Misschien horen we op een later moment hoe die procedure is afgelopen. Ik hoop dat we dan ook meer inzage krijgen in de gehanteerde criteria.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik stel voor dat, op het moment dat die evaluatie is afgerond, we daarop kunnen terugkomen en u daarover opnieuw vragen kunt stellen. Op dit ogenblik is Oekraïne een van de thema’s bij de evaluatie. Het is een thema waarvan de administratie terecht voorstelt dat we daarover een standpunt innemen. Dat zal een regeringsstandpunt moeten zijn. U weet ook dat we een kleine speler zijn op het terrein. We zijn net geconfronteerd met de vredespogingen, met Merkel en Hollande en de Amerikanen die wel willen leveren. Ik denk dat het nuttig is om dat in al zijn aspecten en in zijn Europese en internationale context te bekijken.

Mevrouw Soens, de attesten van de eindgebruiker worden altijd gevraagd. Dat is heel duidelijk.

Mijnheer De Croo, er is een samenwerkingsakkoord. Als het gaat over internationale standpuntbepalingen en dergelijke wordt er natuurlijk afgestemd. Ik kan u niet uit het hoofd zeggen wat er allemaal is geregeld in het samenwerkingsakkoord. Er is op dat vlak inderdaad afstemming. Het is evident dat, als je binnen de Europese Unie of in een internationale context standpunten moet innemen, er afstemming moet zijn, zeker gelet op deze specifieke materie, waarvan u weet dat ze op een zeer eigenaardige manier geregionaliseerd is. Dat had u ook uit uw rijk gevuld geheugen kunnen aanhalen: het had te maken met de dreiging van de atoombom.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Wanneer mogen we precies de evaluatie verwachten van de onholdlijst?

Minister-president Geert Bourgeois

Ik hoop dat die er binnen een maand zal zijn. Ik durf daar eigenlijk geen termijn op te plakken. De discussie ging nu over Saoedi-Arabië, maar met Oekraïne erbij mogen we daar nu geen onverhoedse beslissingen in nemen. De administratie maakte de suggestie om de onholdsituatie voor Oekraïne op te heffen. Het is niet zo evident om dat te doen. Nu er nog vredespogingen zijn, kun je dat niet beslissen. Pin u niet vast op een periode. Het is goed om dat in al zijn aspecten te bekijken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.