U bent hier

Commissievergadering

donderdag 5 februari 2015, 14.00u

Voorzitter
van Koen Daniëls aan minister Hilde Crevits
947 (2014-2015)

De heer Daniëls heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, met het STEM-actieplan (Science, Technology, Engineering and Mathematics) gaf de vorige Vlaamse Regering het startschot om de uitstroom aan afgestudeerden in exact wetenschappelijke en technische richtingen te verhogen. We zijn nu één jaar verder. Er zijn ondertussen een aantal STEM-academies opgestart. Mijn vraag om uitleg is al een tijdje geleden ingediend en is al wat achterhaald, want ondertussen hebt u verklaringen gedaan in de pers. Het biedt me de gelegenheid om de vragen een beetje bij te schaven.

Minder dan een jaar na de opstart van de STEM-academies zijn er al 350 unieke projecten opgestart, die erg snel zijn volgeboekt en waarvoor zelfs wachtlijsten worden aangelegd. Op zich is het positief dat op een dergelijk korte termijn 350 projecten uit het niets zijn ontstaan. Als buitenschoolse activiteit, want daarover gaat het, kunnen jongeren dus naast de klassieke teken- en muziekacademie, aan de slag in techniekacademies en techniekclubs waar ze spelenderwijs in aanraking komen met techniek en wetenschap, gaande van hout en mechanica tot elektronica en informatica. De rijkdom van de mensen die de techniekclubs of academisch hebben opgericht, zorgt voor een heel ruim en divers aanbod.

Op 2 februari was er in Technopolis een opstartmoment en een kennismaking. Beleidsmakers, initiatiefnemers en geïnteresseerden werden samengebracht om de doelstellingen en initiatieven voor te stellen. Het is ook de plaats waar u 80.000 euro hebt vrijgemaakt om de opstart nog een extra duwtje te geven.

Minister, mijn eerste vraag is hoe u het aanbieden en uitbouwen van techniekacademies en techniekclubs zult aanmoedigen en stimuleren. Ik wil het dan niet zozeer over het financiële aspect hebben, maar over het praktische en inhoudelijke aspect. Het gaat vooral over feitelijke verenigingen.

Hoe zult u erop toezien – of er niet op toezien in het licht van de deregulering – dat de gemotiveerde kinderen op een speelse, en dus op een niet-schoolse wijze hun interesse voor wetenschap en techniek kunnen aanscherpen in deze academies?

De heer De Meyer heeft het woord.

Ik las een tijdje geleden in de krant: ‘Techniekacademies schieten als paddenstoelen uit de grond’. In hetzelfde artikel stond dat mevrouw Sabine Poleyn daar vanuit het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving (VIVES) nog sterk mee bezig is. Ik wil deze gelegenheid aangrijpen om haar grote inzet en pionierswerk dat ze destijds in het parlement daarvoor gedaan heeft, hier naar voren te brengen.

Minister, ik heb met grote belangstelling uw persbericht gelezen naar aanleiding van de kennismakingsdag met Technopolis. Ik ga uiteraard de inhoud daarvan niet toelichten, maar ik wil u daar wel mee feliciteren.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dank u wel, mijnheer De Meyer.

Dank u voor de vraag, mijnheer Daniëls, dit is een boeiend onderwerp. Ik vind STEM fantastisch. Het wil wetenschap en technologie een mooiere plaats geven in ons onderwijs. Het heeft een vliegende start genomen en gaat op dat elan voort.

Techniekclubs zijn een voorbeeld van het STEM-beleid, maar met de STEM-academie staan we voor een brede invulling waarbij we ons richten op techniek, maar ook wetenschap, wiskunde en andere technologieën. Laat mij eerst de STEM-academies een kader geven. Met het STEM-actieplan 2012-2020 wil de Vlaamse Regering – deze en de vorige – op lange termijn werk maken van het terugdringen van het structureel tekort aan exacte wetenschappers en technici op de arbeidsmarkt. In uitvoering van het STEM-actieplan werd het STEM-platform, bestaande uit leden met expertise in de betrokken sectoren, opgericht. Het platform formuleert aanbevelingen aan de Vlaamse Regering.

Een van de concrete aanbevelingen van het STEM-platform is de oprichting van de STEM-academie. Ik heb gisteren de eer en het genoegen gehad om met mevrouw Tempels, voorzitter van het platform, van gedachten te wisselen. Ze heeft nog tal van andere ideeën om aan het hele STEM-beleid vorm te geven.

Met de STEM-academie wilden we in de eerste plaats de bestaande initiatieven van buitenschoolse STEM-activiteiten voor jongeren in kaart brengen en groeperen onder een gezamenlijke koepel en naam. Hiertoe kreeg Technopolis in 2013 een opdracht. Technopolis heeft in uitvoering van deze opdracht de verschillende organisatoren van buitenschoolse STEM-activiteiten verzameld in dit netwerk. Zij ontmoeten elkaar tijdens netwerkmomenten waar ze de kans krijgen hun vragen te stellen en inspiratie op te doen. Er bestaat een gelijknamige website www.stem-academie.be.

Sinds de start van de STEM-academie in 2014 sloten reeds 58 organisaties zich aan, goed voor 600 activiteiten. Tijdens het schooljaar 2014-2015 zullen op die manier 8000 kinderen in hun vrije tijd kennis maken met wetenschap en techniek. De inventarisatie van het huidige aanbod aan buitenschoolse STEM-activiteiten toont aan dat er in veel regio’s in Vlaanderen momenteel nog geen of een erg beperkt aanbod is. Er zijn niet alleen successen.

Hoe kunnen we dat nu verder stimuleren? De inventarisatie en de creatie van een dergelijk netwerk was een eerste en noodzakelijke stap. Twee dagen geleden was er ook een studiedag. Daar was heel veel interesse, ook bij een aantal gemeenten, om STEM-academies buitenschools op te richten. In het rapport dat Technopolis in uitvoering van de opdracht heeft opgeleverd, wijst men op de noodzaak van diverse acties om tot meer structurele verankering te komen. Ook zijn er de financiële middelen. Mevrouw Tempels heeft een zeer uitgesproken visie wat die financiële middelen betreft. Ze wijst erop dat het hier vooral over vrijwillig engagement gaat. Jongeren en techniek, dat hoeft ook niet zoveel te kosten. Je hoeft ook niet de duurste materialen te gaan gebruiken. Het is de bedoeling dat de technische interesse wordt aangewakkerd.

Eind vorig jaar heb ik beslist om het netwerk van STEM-academies te ondersteunen met een kleine nieuwe subsidie, namelijk 80.000 euro, te verdelen over alle partners van het netwerk. Wie een voldoende groot initiatief opstart, kan per deelnemer ook een tegemoetkoming krijgen. In een eerste fase, die op dit ogenblik loopt, tot 30 juni, komen alle bestaande initiatieven in aanmerking. In de tweede helft van 2015 kunnen ook een aantal nieuwe organisatoren hier aanspraak op maken. Het gaat om zuivere STEM-initiatieven die interactief zijn, zich richten op het ontwikkelen van passie en jongeren tot maximaal 18 jaar als doelgroep beogen. Activiteiten moeten minstens 100 deelnemeruren tellen om in aanmerking te komen. Dat zijn tien kinderen gedurende vijf weken, voor 2 uur. Dan geven wij een subsidie voor zo’n academie, tot 120 euro.

De beoordeling van de aanvragen gebeurt door de werkgroep. Uiteraard is het de bedoeling om die werking verder te onderbouwen. Er zijn een aantal aandachtspuntjes in het rapport: de Vlaamse brede coördinatie en kwaliteitszorg; de betere dekking, want je ziet nog witte vlekken in Vlaanderen; de contactpunten; de werving en opleiding van de STEM-academiementoren; goede afspraken over het gebruik van locaties van scholen, de VDAB, de SYNTRA’s enzovoort. Er zijn heel veel locaties die ter zake potentieel hebben.

Die STEM-academies passen binnen de vrijetijdsbesteding van de kinderen. De focus hier ligt ook op het wat, niet op het hoe. Ik heb ook al een paar van die academies bezocht. Het is zeer gevarieerd wat men daar doet, maar het doel is eigenlijk hetzelfde, namelijk die technologische interesse wakker maken bij meisjes en jongens. Vanzelfsprekend is kwaliteitszorg van belang, maar ik vind het ook wel zeer mooi om te zien hoe hier op alle fronten vrijwillig initiatief wordt genomen. Als ik me niet vergis, zijn er trouwens ook een aantal hogescholen waarvan de kandidaat-leraren ook actief zijn in STEM-academies. Gisteren werd ook geopperd dat, als men dat goed aanpakt, dit ook een stukje van hun stage zou kunnen zijn. Dat is natuurlijk nog niet structureel georganiseerd, maar niets sluit uit om dat ook enigszins zo in te bedden.

Een belangrijke stap is al bij de oprichting van het netwerk gezet, met het instellen van een charter. Dat is ondertekend door de initiatiefnemers en bevat een aantal criteria waaraan activiteiten moeten voldoen. Ik meen echter dat we voorzichtig moeten zijn en niet te veel moeten gaan regelen. Integendeel, we moeten er vooral voor zorgen dat dit wederzijdse engagement wordt uitgebouwd en dat alle goede praktijken goed kunnen worden uitgewisseld.

Ik heb nog wat aanvullende achtergrondinformatie over het actieplan en dergelijke mee voor wie dat wenst. Ik zal dat aan het commissiesecretariaat overmaken.

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben blij te horen dat we niet gaan naar een ‘verstatutarisering’ of verstructurering van die academies. Uw collega had in het verleden ook al geantwoord dat het niet de bedoeling was om in de richting te gaan van deeltijds techniekonderwijs, met alle regelgeving ter zake. We kunnen er alleen maar verheugd om zijn dat het dat niet wordt. Het lijkt me wel goed dat we monitoren hoeveel er zijn en waar er nog blinde vlekken zijn om dat te stimuleren in Vlaanderen. Als we techniek en wetenschap op een speelse manier en in de vrije tijd willen activeren, ‘in the picture’ zetten en vooral gelijkwaardig maken, zodat kinderen en jongeren daarop kunnen intekenen, dan moeten we toch bekijken hoe dat maximaal kan worden gestimuleerd.

Wat uw uitweiding over die techniekcoaches betreft, meen ik dat we het formele en het informele toch het best zo veel mogelijk gescheiden houden, om te vermijden dat er alsnog regelgeving binnensluipt, terwijl we dat eigenlijk wat los en vanuit het veld willen laten groeien.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik heb een bijkomende vraag. Ik ging er eigenlijk een vraag om uitleg over indienen, maar mijn vragen om uitleg worden toch allemaal geweigerd. Een aantal weken geleden en ook gisteren las ik in de krant dat er in een aantal scholen in het Turnhoutse en het Gentse ook aso-STEM-richtingen worden opgericht, binnen het reguliere circuit. Dat is een specifieke, zeer technisch gerichte aso-opleiding. In hoeverre strookt dat eigenlijk met het masterplan secundair onderwijs, met een veeleer brede eerste graad die we toch proberen uit te werken? Ik vind dat een beetje een eigenaardige evolutie, waarbij men misschien net het omgekeerde doet: men gaat meer gaan specialiseren vanaf de eerste graad. Ik vroeg me af wat u denkt van die ontwikkeling. We vinden allemaal dat STEM zeker moet worden gestimuleerd, maar ook dat die schotten toch wel wat meer moeten worden doorbroken, dat er een soort overlap moet zijn, dat men niet te snel mag kiezen. Dat lijken me toch een aantal uitgangspunten in het masterplan. Mij lijkt het dat dit daar veeleer tegen indruist. Wat is uw mening daarover?

De heer Van Malderen heeft het woord.

Minister, u hebt het herhaaldelijk gehad over blinde vlekken. Ik wil dat in dezen zelfs positief interpreteren, want dat betekent dat er op relatief korte termijn al heel wat is ingevuld, en dat we het dan hebben over wat nog niet is ingevuld.

Mijn vraag is heel simpel: als u nog info hebt zoals het actieplan, hoort daar dan ook het lijstje bij van de regio’s waar er vandaag nog niets is? Zijn er initiatieven gepland om dat nog in te vullen? Wie is de meest aangewezen partij om op het terrein actief te zijn?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik zei al dat ik nog wat informatie meegebracht had, ik heb het verslag mee.

De heer De Meyer verwees naar mevrouw Poleyn. Zij is daarmee op pad geweest in West-Vlaanderen en we zien daar een dubbel zo grote deelname van kinderen en veel meer academies. We zien dat dergelijke inspanningen lonen. Mevrouw Poleyn was natuurlijk niet de enige die er deed.

Ik heb een kaartje. Daarop ziet u de gemeenten waar al academies zijn. Het gaat nu heel snel. Het is een kleine ondersteuning die we geven. Als minister neem ik zelf geen initiatief om academies in te richten. Het moet echt lokaal zelf gedaan worden. We merken dat er heel veel interesse is bij de lokale overheden of scholen om het te doen. Men probeert ze in te richten op zo neutraal mogelijke plaatsen. Ze zijn niet per se gekoppeld aan vrije technische instituten (VTI’s), integendeel, men wil dat ze openstaan voor alle jongeren.

Mevrouw Meuleman, u zult zien dat in het actieplan het STEM-onderwijs expliciet wordt meegenomen. Als er STEM wordt aangeboden, wordt het breed aangeboden, helemaal niet om te segregeren, maar net om het breed te maken en om de aandacht voor wetenschappen en techniek, waar wiskunde trouwens in zit, sterk te houden.

Het zou misschien goed zijn om hier de komende weken wat uitleg over te geven. In alle provincies komen er in de eerste graad STEM-opties. Het past perfect binnen het masterplan zoals dat in het verleden werd opgemaakt. Ik heb daarover nu niets bij, maar u kunt er later gerust uitleg over krijgen. Van mij mogen alle vragen goedgekeurd worden.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik zal een poging doen om een vraag op de agenda te krijgen.

Minister Hilde Crevits

Ik vind eigenlijk niet dat u reden tot klagen hebt. (Opmerkingen van mevrouw Elisabeth Meuleman)

De vraag om uitleg is afgehandeld. 

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.