U bent hier

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, minister, dit onderwerp komt aan bod in een aantal commissies. Samen met de heer de Kort ben ik een rondje aan het doen van alle Vlaamse ministers die betrokken zijn bij de uitrol van dit beleid, want dat zijn er heel wat. Het gaat over leefmilieu en klimaat, mobiliteit en openbare werken, innovatie en economie en energie. Het onderwerp is ook niet nieuw. We hebben hier in 2011 al een resolutie goedgekeurd om elektrische mobiliteit in Vlaanderen te stimuleren. We hebben een aantal opdrachten toevertrouwd aan de Vlaamse Regering, en daaruit zijn proeftuinprojecten voortgevloeid. Die zijn grotendeels gefinancierd vanuit het beleidsdomein Economie en Innovatie. Er zijn daarbij heel wat actoren uit de energiewereld betrokken, en die zullen ook betrokken blijven bij de verdere uitrol van elektrische mobiliteit in Vlaanderen.

Vanuit Europa is er de richtlijn Clean Power for Transport, die de lidstaten ertoe verbindt om binnen de twee jaar een nationaal beleidskader op te stellen voor de uitrol van alternatieve brandstoffeninfrastructuur. Dat gaat ruimer dan enkel elektrische mobiliteit, maar hiervan is de marktintroductie het verst gevorderd. Het is wel nog niet zo ver gevorderd als een aantal jaar geleden was voorspeld.

Voor het elektrisch rijden is er sprake van doelstellingen voor een laadpaleninfrastructuur tegen eind 2020. Tegen dan moeten er 21.000 publiek toegankelijke laadpalen – berekend op basis van het aantal elektrische voortuigen en op 1 publieke laadpaal per 10 elektrische voertuigen – in België staan. Daar zitten uiteraard een aantal belangrijke gewestelijke bevoegdheden aan vast, waaronder die van u. Er is een directe link met het energiebeleid. Er zijn ook technologisch heel wat oplossingen waarbij elektrische voertuigen en hun opslagcapaciteit worden geïntegreerd in het net. Die opslagcapaciteit kan een belangrijk element worden in het elektriciteitsnet van de toekomst waaraan moet worden gewerkt.

Ook in uw beleidsnota stond al een korte passage over de uitrol van elektrische voertuigen. Ik citeer: “Vanuit het energiebeleid werk ik mee aan het opstellen en opvolgen van een actieplan dat de uitrol van elektrische voertuigen stimuleert.” Dat is een kort zinnetje dat heel wat beleidswerk kan omvatten.

We hebben ondertussen minister Muyters ondervraagd. De heer de Kort heeft vorige week ook een vraag gesteld aan minister Weyts. Uit de discussie bleek de noodzaak om een en ander te coördineren in de schoot van de Vlaamse Regering.

Minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot de opmaak van het nationaal beleidskader? Wat is de timing? Wat is het budget? Het gaat over meer dan elektrische mobiliteit en alternatieve brandstoffeninfrastructuur. Hoe wilt u de verschillende brandstoffen – allemaal aspecten van het energiebeleid – ontwikkelen? Met welke tools wilt u komen tot 21.000 publiek toegankelijke laadpalen? Die 21.000 slaat op het hele Belgische grondgebied. Een deel daarvan moet in Vlaanderen worden gerealiseerd, best in overleg met de ministers van de andere gewesten. Welke maatregelen zult u nemen en op welke manier wilt u tegemoetkomen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese richtlijn?

De heer Danen heeft het woord.

Deze vraag is inderdaad al gesteld in andere commissies. Ik heb het Woordelijk Verslag daarover gelezen. Ik betreur dat er de voorbije jaren veel tijd is verloren. Daar kunt u weinig aan doen, minister, maar ik stel het wel vast. Dit past in een breder concept van alternatieve energie of mobiliteit. Dit is de commissie Energie, dus ik beperk me tot de laadpalen.

Minister, er is geen coördinator. De verschillende ministers schuiven de hete aardappel naar elkaar door. Op welke termijn zal de regering een coördinator aanduiden? Ik pleit ervoor dat u dat bent, minister, maar daar kunt u misschien niet helemaal zelf over beslissen. Ik neem aan dat dat in de groep moet gebeuren.

Er zijn heel wat organisaties of kennisinstellingen actief geweest over elektrische mobiliteit en laadpalen. In het SALK is er een businesscase voor Mobiliteit en Logistiek en die zal het ongetwijfeld ook hebben over laadinfrastructuur en elektrische voertuigen, niet alleen voor Limburg, maar op een groter vlak. Ik pleit ook voor samenwerking om de versnippering die er al was, niet nog meer te laten groeien. Er moet een gecoördineerd beleid zijn. Hoe denkt u het aan te pakken dat de verschillende actoren die actief zijn op dit vlak, zoals de businesscase voor Mobiliteit en Logistiek binnen het SALK, te laten samenwerken?

De heer Gryffroy heeft het woord.

Het aandeel elektrische wagens is nu ongeveer 0,04 procent van het totale wagenpark. Dat is veel lager dan in de andere Europese landen. Is daar al onderzoek naar gebeurd? Wat is dan de link met de elektrische laadpalen?

De commissie Economie heeft het gehad over een interdepartementale werkgroep ‘E-team’. Wij hebben begrepen dat die wordt opgestart en gecoördineerd door Leefmilieu, Natuur en Energie. Is dat al gebeurd? Wie neemt de coördinatie van dit ‘E-team’ op zich?

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Uiteraard wil ik mijn schouders zetten onder de uitwerking van een actieplan. Het moet niet alleen gaan over elektrische wagens, maar ook over alle alternatieve brandstoffen, niet alleen voor het wegverkeer, maar ook voor de scheepvaart.

De recent goedgekeurde Europese richtlijn, waar u naar verwijst, biedt de opportuniteit om hier op korte termijn werk van te maken. België en het Vlaamse Gewest zullen inderdaad beleidskaders moeten opstellen binnen een termijn van 24 maanden volgend op de inwerkingtreding van de richtlijn. Dat is tegen 18 november 2016. Ik heb die deadline niet nodig om toch sneller te werken.

Er zijn inderdaad heel wat bevoegde ministers voor mobiliteit, innovatie, klimaat, energie. Er zal dus heel wat overleg nodig zijn om doorbraken te forceren. De Vlaamse Regering heeft mij aangeduid om dat actieplan te maken, te trekken en alle departementen te coördineren. Wie het doet, is minder belangrijk – ik wilde het erg graag doen – maar wel dat het gebeurt.

Jullie wijzen terecht op het feit dat we minder elektrische wagens hebben dan Nederland en de Scandinavische landen. We zullen dus een tandje bij moeten steken. Een van de redenen is het gebrek aan laadpalen, aan infrastructuur. De autonomie is beperkter, hoewel de meeste mensen gemiddeld maar 40 kilometer per dag rijden. In dat licht valt die autonomie wel mee. Bovendien geven veel producenten van elektrische wagens hun klanten een andere wagen om op verlof te gaan, want dan is de autonomie een handicap.

We zullen dus veel overleg nodig hebben om die doorbraak te forceren. De beslissing om mij aan te duiden, hebben we deze week genomen. Ik zal er nu snel werk van maken en de coördinatie op mij nemen. Mijn collega’s zijn ook allemaal zeer gemotiveerd om hieraan te werken.

Een globaal actieplan zou ik graag klaar hebben voor de zomer. U zegt dat er een laadpaal moet zijn per tien elektrische voertuigen. Dat zal een van de belangrijke onderdelen moeten zijn. Het grote voordeel is dat we kunnen kijken naar andere landen die verder staan in de uitrol van de elektrische voertuigen. We kunnen nagaan welke randvoorwaarden zij hebben gebruikt om het in het begin te stimuleren. De insteek die ik zeker zal meenemen bij een actieplan, is deze: je moet op een bepaald moment een kritische massa aan voertuigen op de markt hebben opdat de infrastructuur door de privésector volgt. Dat is het verhaal van de kip en het ei. We moeten echt werken met een actieplan dat uitzoekt hoe we dit op korte termijn kunnen stimuleren. Zodra we die kritische massa aan elektrische of milieuvriendelijke wagens hebben, neemt de markt over en die zal zichzelf daar dan veel beter naar organiseren. We moeten die injectie wel geven.

De definitieve richtlijn bevat geen specifieke doelstellingen voor het aantal laadpunten. Men hanteert een laadpaal per tien elektrische wagens. Je hebt een voldoende spreiding nodig over het land om het efficiënt te kunnen laten verlopen. Het is aan de lidstaten zelf om die doelen vast te leggen, conform de finaliteit van de richtlijn. Het beleidskader zal bijgevolg streefcijfers en -doelen bevatten voor de verschillende alternatieve brandstoffen en voor verschillende vervoersmodi, gekoppeld aan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat deze doelstellingen worden gehaald.

Hierbij moet onder meer aandacht gaan naar de uitrol van laadpunten en CNG-tankstations, juridische maatregelen die eventueel moeten worden genomen, directe stimulansen die eventueel moeten worden genomen, bijvoorbeeld financiële en andere – hoewel we in een moeilijke budgettaire situatie zitten, dus het verwachtingspatroon moet niet te groot zijn. Daar kunnen we werken met maatregelen die beperkt zijn in de tijd, net om de stimulans te geven. Als de kritische massa is bereikt, kun je die dan weer afbouwen. De steun voor de productie van alternatieve brandstoffen en de uitrol van hun infrastructuur, onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie zijn hier ook van belang.

In ieder geval kunnen we veel lessen trekken uit het buitenland. Ik heb de afgelopen weken en maanden al veel contact gehad met de binnenlandse, maar ook buitenlandse partijen die klaarstaan om te investeren in Vlaanderen. Volgens mij zal de uitrol van de laadpalen hand in hand gaan met de verkoop van elektrische voertuigen. Op dit moment worden er weinig elektrische voertuigen verkocht omdat er te weinig laadpalen zijn.

Ik wil ook niet over één nacht ijs gaan. Er zijn op dit moment al verschillende leveranciers van laadpalen actief in Vlaanderen. Ook in de proeftuin rond elektrische voertuigen was er een specifiek project rond de uitrol van laadpalen bij de gemeenten. Gemeentebesturen zullen in dit verhaal een belangrijke partner zijn, die we voldoende moeten betrekken bij de totstandkoming van het totale actieplan.

Dan wil ik komen tot een uniformisatie van de systemen. Er bestaan veel verschillende types van laadpalen – een beetje zoals de kabels voor gsm’s –, telkens met een andere serviceprovider. Net zoals in de telecomsector heb je de beheerders van de infrastructuur en de uitbaters van de netwerken. We moeten van bij de start nadenken over de gewenste formule, zodat een eigenaar van een elektrisch voertuig niet afhankelijk is van de serviceprovider van de specifieke laadpaal. Dat is niet haalbaar. Ik wil voldoende openheid en transparantie en voldoende afstemming van de systemen op elkaar.

Betreffende de maatregelen: ik sta aan de start van het proces. We zullen hier zeker op terugkomen. Weet dat het ook voor de Vlaamse Regering echt belangrijk is om hier een actieplan rond uit te werken. We kijken soms met lede ogen toe. Er komt ongelooflijk veel technische vooruitgang op ons af. Zoals de heer Bothuyne zei: het zijn niet alleen de elektrische wagens; ook in de andere sectoren is de markt volop in beweging. In de komende jaren zouden er wel eens sneller doorbraken kunnen komen dan we verwachten. Dan moeten we klaarstaan om daar heel snel op in te pikken. Zeker als we ook onze milieudoelstellingen willen halen, spelen transport en vervoer een grote rol.

Onze energieproductie is momenteel centraal en vooral gebaseerd op fossiele en nucleaire bronnen. Als we willen overschakelen op een centraal model aangevuld met heel veel decentraliteit, kunnen milieuvriendelijke en elektrische voertuigen, zeker de elektrische, een rol spelen. Ik denk aan warmte-krachtkoppeling (wkk), ondiepe geothermie en zonnepanelen. Dat kan allemaal van nut zijn in een vervoersmodel met batterijen. Zo zouden we de piekmomenten kunnen opvangen of overtollige energie opslaan.

We zullen hier zeker nog op terugkomen, maar ik sta zeer open voor uw suggesties. Het zijn mooie projecten waar we aan kunnen samenwerken, niet alleen binnen de regering, maar ook samen met het parlement. Ik heb u dat vorige week al gezegd omtrent het Renovatiepact. Als u tips hebt of zaken die relevant zijn, aarzel dan niet om ze in een of andere discussie of informeel over te dragen. Vlaanderen moet mee zijn met de internationale tendensen en met de nieuwe technologieën. Ik droom altijd van ooit een stad met geluidsarme voertuigen. Het zou dan veel fijner zijn om op een terrasje te gaan zitten.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik dank u voor uw antwoord, minister. We zijn heel blij met het antwoord, omdat er een coördinerend minister is aangeduid in de Vlaamse Regering. Op die manier weten we aan wie we onze vragen kunnen stellen. (Opmerkingen van minister Annemie Turtelboom)

Dit onderwerp staat al een tijd op de agenda. In 2011 hebben we de resolutie goedgekeurd. De tekst van de resolutie is gelijkaardig aan de inhoudstabel van wat straks het actieplan moet gaan zijn. Het zal klaar zijn tegen de zomer.

Is het een probleem dat we een achterstand hebben? Ik denk van niet. Het is een opportuniteit. We kunnen leren uit de ervaringen in het buitenland. Vorig jaar waren we met de commissie Economie in Estland, het eerste land in Europa met een volledig uitgewerkt netwerk van publieke snellaadpunten. Men was er zeer trots op de infrastructuur, maar men zei er meteen bij dat ze al een beetje verouderd zijn. Voorlopen heeft ook nadelen. De technologie is nu rijp om volledig op de markt geïntroduceerd te worden, zeker wat betreft elektrische voertuigen. Uw actieplan zal net op tijd komen.

Standaardisatie moet eigenlijk op Europees niveau worden aangekaart en aangepakt. Dat is een oud zeer, waar al jaren aan wordt gewerkt en op wordt gefoeterd, maar waar tot op heden te weinig vooruitgang wordt geboekt. Als Vlaanderen dit mee op de Europese agenda kan zetten, is dat zeer nuttig.

Er zal heel veel overleg nodig zijn, binnen de regering en met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest, alsook met de steden en gemeenten. Kunt u daarvan een timing geven? Wanneer zou u met uw Waalse en Brusselse collega kunnen spreken? Dat zou nuttig zijn vóór het Vlaams actieplan in de zomer wordt gefinaliseerd zodat de inhoud al is afgestemd met de twee andere gewesten.

Wat betreft de middelen zijn de steden en gemeenten zeer belangrijk. Bij elke investering in een nieuw plein of een nieuwe weg, zou dit element moeten worden opgenomen. Hier ligt ook een rol weggelegd voor het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) inzake financiering van de weginfrastructuur, misschien ook in samenwerking met De Lijn. Heel veel laadpunten worden ingeplant bij bus- en tramhaltes van De Lijn: misschien is dit een opportuniteit.

Minister, er wacht u heel wat werk. We kijken alvast uit naar uw plan.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Deze discussie hoort thuis in deze commissie. Ik ben blij, minister, dat u de coördinator zult zijn van het E-team.

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Mevrouw Valerie Taeldeman (CD&V)

Minister, ik ben schepen in een gemeente. Wij worden overspoeld door vragen van zowel publieke als private instellingen die iets willen doen aan de oplaadinfrastructuur. Wij moeten telkens vaststellen dat die infrastructuur zeer verschillend te werk gaat. Bij het ene systeem worden kaarten verkocht, elders kan het mobiel, bij nog iemand anders op nog een andere manier. Daarom was ik enthousiast toen ik u hoorde pleiten voor uniforme laadsystemen.

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Dat zal deel uitmaken van het actieplan. Ik zal nog op veel wetten en praktische bezwaren stuiten de komende weken en maanden. Maar goed, het is aan ons om ze op te lossen.

Ik ben het eens met u, mijnheer Bothuyne: die achterstand hoeft geen nadeel te zijn. We kunnen nu bekijken wat er heeft gewerkt in de buurlanden, en wat niet. In Nederland woedt nu een debat over ‘fraude’ bij plug-inwagens die gekocht worden vanwege het fiscale voordeel omdat ze elektrisch oplaadbaar zijn, terwijl men de facto nooit elektrisch rijdt. Zulke zaken kunnen wij van bij het begin in rekening nemen. Als elektrische voertuigen de busbanen gebruiken, krijgt men files op die busbanen. Dat is goed om te weten.

We gaan vooral zeer sterk moeten spelen om beperkt in de tijd een boost te genereren om nadien de markt te laten werken. Ik heb daarover onlangs een gesprek gehad met FEBIAC. Zij zeggen ook dat we een bepaalde kritische massa moeten hebben. Zodra men die massa heeft, regelt het systeem zichzelf wel. Ik zie het vooral als mijn taak om er met dat actieplan voor te zorgen dat we die kritische massa halen. Dan zal het systeem wel verder in de samenleving doordringen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.