U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Mevrouw Güler Turan (sp·a)

Collega’s, ik ben heel blij dat ik ter inleiding niet moet zeggen dat dit onderwerp heel belangrijk is. De minister-president en verschillende collega’s hebben het zonet aangegeven. Onze voorzitter, de heer Daems, is niet aanwezig, maar we hebben altijd gezegd dat we van deze commissie een commissie maken die er staat. Een van de belangrijkste aspecten is natuurlijk Europa. Wij staan niet los van Europa. De brug naar Europa is heel mooi om te zien. Het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap (vleva) heeft voor straks al een heel mooie voorstelling met slides klaar, ‘Uw brug naar Europa’. Wij moeten niet met Europa bezig zijn; Europa is sowieso al met ons bezig. We moeten dat ook duidelijk maken aan onze burgers. Dat is de teneur waarmee ik naar de Europese dossiers kijk.

Het internationale handelsverdrag tussen Amerika en de Europese Unie is een aspect waarover op dit ogenblik wordt onderhandeld op Europese platformen en op andere vlakken. Minister-president, tenzij ik me vergis, leefde het dossier nog niet echt op Vlaams niveau en op het niveau van de verschillende lidstaten, maar ik ben zeker dat het echt zal gaan leven. Het gaat namelijk over het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) en het belang daarvan voor België en Vlaanderen.

Wat mij betreft, heerst er nog heel veel onduidelijkheid over de gevolgen daarvan. Er zijn uiteraard verschillende studies aan voorafgegaan. Een aantal studies die de Europese Commissie zelf liet uitvoeren, geven aan dat het TTIP een positieve impact zou hebben op onze economie. Ik vind het altijd interessant om jaartallen te bekijken. We zijn bezig met het Pact 2020, Vlaanderen in Actie (ViA) en verschillende programma’s waarbij we einddoelen vooropstellen. We werken naar die doelstellingen en we evalueren het beleid om te zien hoever we staan. Van het TTIP wordt gezegd dat het tegen 2027 het bbp van de EU eenmalig met 0,5 procent of 120 miljard euro zal doen stijgen, wat een gemiddeld Europees gezin 545 euro extra zou opleveren. Volgens een hypothetische schatting zouden er in Europa netto 400.000 jobs bij kunnen komen, ervan uitgaande dat de VS en de EU deel uitmaken van een volledig geïntegreerde interne markt. De voorspelde economische effecten zullen zich wel ten vroegste laten voelen vanaf 2027. Of 2027 te laat of te vroeg is, wil ik nog even in het midden laten, maar omdat men het politiek verkoopt als een stimuluspakket, lijkt me de termijn tot 2027 toch niet zo dichtbij.

Dit zijn allemaal positieve studies. Het zijn er niet veel. De namen zijn niet allemaal vrijgegeven. De positieve economische effecten worden door de Europese Commissie en haar vertegenwoordigers uitvergroot en verkeerdelijk aan het publiek voorgesteld. Te goeder trouw weliswaar, want het gaat wellicht om een verkeerde lezing van de studies in kwestie. Als gevolg van een verkeerde lezing, hebben de Europese Commissie, de voormalige commissievoorzitter Barroso en voormalig eurocommissaris De Gucht, gezegd dat het gaat om een jaarlijkse toename van het Europese bbp met 0,5 procent, terwijl het in feite over een eenmalige toename gaat.

Hoewel deze studies in haar opdracht werden uitgevoerd, omschrijft de Europese Commissie de studies waarop ze zich baseert, als onafhankelijk. Dit komt uiteraard de geloofwaardigheid en het draagvlak voor de TTIP-onderhandelingen geenszins ten goede.

Minister-president, u hebt uiteraard ook gezien dat er onlangs verschillende studies zijn verschenen die aantonen dat de studies die de Europese Commissie aanhaalt, gebaseerd zijn op een model, namelijk het ‘computable general equilibrium’ (CGE), dat vertrekt vanuit onrealistische veronderstellingen, met onrealistische en misleidende resultaten tot gevolg. Wanneer een ander, meer realistisch model wordt gebruikt, het United Nations Global Policy Model (GPM), blijkt dat de gevolgen van het TTIP voor de Europese economie negatief zullen zijn. We gaan van zeer positief naar negatief. Volgens een recente studie uitgevoerd door Jeronim Capaldo van de Tufts University in Massachusetts, zouden ongeveer 600.000 Europese banen verloren gaan, zou het Europese bbp een half procent dalen en de export met 2 procent. In deze studie worden er drie landen als grootste verliezers genoemd van het TTIP, namelijk Nederland, Finland en België, met een verlies van 223.000 jobs.

Minister-president, dit lijkt me een goede aanleiding om u een aantal vragen te stellen. Ik heb dit immers al op verschillende fora aangehaald. Als politicus wil ik niet de verantwoordelijkheid dragen voor een beslissing zonder een ernstige impactanalyse door onze beleidmakers. De verschillende studies leveren zeer uiteenlopende resultaten op.

Ik heb al verschillende keren de gelegenheid gehad u om uw standpunt over het TTIP te vragen. Een impactanalyse heb ik u echter nog niet zien geven. Ik heb daar ook nog niet eerder om gevraagd.

Bent u van mening dat het TTIP een positieve of een negatieve impact op de tewerkstelling en de economische groei in Europa en in Vlaanderen zou hebben? Onderschrijft u de resultaten van de studies van de Europese Commissie of hebt u meer de neiging de meest recente studie van de heer Capaldo ernstig te nemen? Erkent u dat er een probleem is met het draagvlak voor het TTIP? Wat bent u van plan hieraan te doen?

Vlaanderen staat uiteraard niet alleen. Over het TTIP wordt ook niet door de Vlaamse overheid onderhandeld. In dat geval zou ik u vandaag heel andere vragen stellen. Het gaat om Europese onderhandelingen. Het is dan ook zeer belangrijk dat een ernstige impactanalyse wordt uitgevoerd. U moet dat niet alleen doen. Het beste zou zijn dit samen met de federale overheid en met de andere gewesten te doen. Er moet een algemene impactanalyse van het TTIP op de werkgelegenheid en op de economische groei in België en in de gewesten komen.

Er is niet enkel een probleem met de economische impact. Er zijn momenteel ook een aantal problemen met de onderhandelingen. Een van die aspecten is de clausule betreffende investor-state dispute settlement (ISDS).

In zijn speech voor het Europees Parlement van 22 oktober 2014 heeft toen kersvers commissievoorzitter Juncker verklaard dat het ISDS-mechanisme zou sneuvelen indien het de toetsing aan het Europees recht en aan de beginselen van de rechtsstaat niet zou weerstaan. Het is uiteraard positief dat de voorzitter van de Europese Commissie hier zelf vraagtekens bij plaatst. Hij acht het wenselijk dit aan ons bestaande mechanisme te toetsen.

In september 2014 zijn Canada en de EU het eens geworden over het Comprehensive Trade and Economic Agreement (CETA), een bilateraal handelsakkoord waarin een ISDS-mechanisme is opgenomen. Dit laat op zijn minst vermoeden dat de EU bereid is om ook in het TTIP een ISDS-mechanisme op te nemen.

Voor wie het niet echt van nabij heeft gevolgd, licht ik even toe dat een ISDS-clausule in de mogelijkheid voorziet om, buiten de bestaande rechtbanken in de nationale staten om, door middel een van arbitragemechanisme met aangeduide rechters en advocaten bepaalde staten met bepaalde beleidsmaatregelen en voorschriften voor een rechtbank te brengen.

Het CETA, waarin een ISDS-clausule is opgenomen, kan worden beschouwd als een voorafname van de Europese Commissie op het debat over ISDS. Het ISDS-mechanisme en de problemen die hiermee verband houden, zijn immers identiek in het CETA en in het TTIP. Hoewel de economische impact niet miniem is, leeft de ISDS-clausule meer in Europa dan we zouden vermoeden.

Tussen maart en juli 2014 liep een publieke consultatie over de opname van een ISDS-mechanisme in het TTIP. Die consultatie is er gekomen op vraag van verschillende lidstaten en na grote druk vanuit het middenveld, het Europees Parlement en de andere parlementen. Het Europees Parlement werd immers ook langs de zijlijn gelaten.

Met 150.000 inzendingen kende de consultatie een overweldigende respons. Het rapport met de resultaten is pas op 13 januari 2015 vrijgegeven. Europees commissaris voor Handel Malmström heeft op basis van het rapport geconcludeerd dat er een enorme scepsis bestaat ten aanzien van een ISDS-clausule. Dit rapport zou dan ook het startpunt moeten vormen voor een breder debat over ISDS.

Tijdens een bijeenkomst in december 2014 heeft de Europese Raad ons echter allemaal verrast door te beslissen dat de EU en de VS alles in het werk moeten stellen om de onderhandelingen over een ambitieuze, alomvattende en voor beide partijen voordelige TTIP tegen uiterlijk eind 2015 af te ronden. Gelet op de problematiek vind ik deze tijdslimiet enigszins ongelukkig. Het wordt hierdoor onwaarschijnlijk dat over het ISDS-mechanisme een grondig debat zal worden gevoerd.

Ik zit tevens in het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden, een gemengde commissie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat. Ik heb daar al de gelegenheid gehad de permanente vertegenwoordiger van België bij de EU enkele vragen te stellen. Hij heeft de verschillende punten op de Europese agenda gepresenteerd. Over het TTIP heeft hij toen niets gezegd. Ik heb hem er toen op gewezen dat hij over het TTIP zweeg, hoewel ik enkele vragen had over de transparantie van de lopende onderhandelingen over het TTIP. Hoewel het einddoel van de Europese Commissie erin bestaat dit tegen eind 2015 af te ronden, had hij het TTIP niet vermeld. Ik maakte me dan ook grote zorgen. Ik heb hem gevraagd naar de verschillende studies pro en contra het TTIP. De ambassadeur heeft me hierop laten weten dat er amper studies pro het TTIP zijn.

Er is heel wat onrust over het TTIP en zijn gevolgen. Verschillende regeringsleiders geven ondertussen de indruk dat ze snelheid boven resultaat verkiezen. Ze zijn bereid tegen eender welke kost een handelsakkoord te sluiten. Dit baart ons uiteraard ook zorgen. De belofte van Europees commissievoorzitter Juncker om een redelijk en evenwichtig handelsakkoord af te sluiten in een geest van wederzijdse en wederkerige voordelen en van transparantie kan ten gevolge van deze snelheid ernstig in het gedrang komen.

Dat er een probleem is met transparantie in de TTIP-onderhandelingen, blijkt uit het onderzoek van de Europese ombudsvrouw Emily O’Reilly. Zij verwijst naar wanbeheer door de Commissie en de Raad in de TTIP-onderhandelingen. Dat vind ik toch een heel ernstige formulering. Onder andere als gevolg van dit onderzoek en in lijn met het voornemen van de heer Juncker om transparanter te werken, gaf de Europese commissaris voor Handel Cecilia Malmström op 7 januari 2015 een aantal voorstellen van de Europese Commissie met betrekking tot het TTIP vrij. Dat is een belangrijke stap naar transparantie, maar er is meer nodig. Dat vindt ook de ombudsvrouw: “US resistance to publishing certain TTIP documents is not in itself sufficient to keep them from the European public.” Een dergelijke werkwijze vanuit Europa zijn wij toch niet gewoon.

Het TTIP wordt aangeprezen niet alleen vanwege een zogezegde economische meerwaarde, maar ook als een potentiële ‘game changer’. Dit akkoord moet het model worden voor alle handelsakkoorden die erop zullen volgen. Daarom, minister-president, moeten wij er nu proactiever bij zijn. Zowel voor de handelsakkoorden van de EU als die van andere landen en handelsblokken wordt dit een ‘game changer’. We moeten er nu bij zijn. Door dit akkoord zouden trans-Atlantische afspraken, zoals bijvoorbeeld inzake productnormen, de gouden standaard worden voor de hele wereld. Als dat inderdaad het einddoel is van de onderhandelingen, dan zijn de lopende onderhandelingen wellicht de belangrijkste die de EU ooit heeft gevoerd en zal voeren.

Minister-president, ik wil u in dat debat zien, ik wil u in dat debat een leidende rol zien opnemen. Daarom moet u een aantal standpunten innemen namens Vlaanderen, namens de Vlaamse Regering, namens het Vlaams Parlement.

Wat is het standpunt van de Vlaamse Regering ten aanzien van de ISDS-clausule? Heeft de Vlaamse Regering bezwaren tegen de ISDS-clausule? Indien ja, waarom? Indien neen, waarom niet? Heeft de Vlaamse Regering ingestemd met de opname van een ISDS-clausule in CETA? Dit klinkt als een ver-van-mijn-bedshow, maar wat heeft België gedaan, en welk standpunt heeft Vlaanderen daarbij aangenomen? U heeft in uw beleidsnota aangekondigd dat u meer agendasetting zou doen, en dat Vlaanderen meer zou wegen op Europa. Dus, wat heeft de Vlaamse Regering gedaan met betrekking tot de opname van de ISDS-clausule in CETA? Waarom heeft de Vlaamse Regering niet gewacht op de publieke consultatie van de ISDS-clausule in het TTIP? Die is maar bekend geworden op 15 januari 2015. (Opmerkingen van de voorzitter)

Voorzitter, ik zal mijn best doen om snel af te sluiten, maar dit is een heel belangrijk dossier. Ik ben er bijna door.

Waarom heeft Vlaanderen niet afgewacht wat de internationale consultatie heeft opgeleverd? Meer dan 150.000 respondenten hebben een standpunt ingenomen vooraleer wij daarnaar hebben gekeken. Is de Vlaamse Regering bereid om conclusies te trekken met betrekking tot de ISDS-clausule in CETA indien het verdict over ISDS in TTIP uiteindelijk dan toch nog negatief zou uitvallen? Ligt de ISDS-clausule ook op de onderhandelingstafel in andere onderhandelingen of overweegt men om die op tafel te leggen? Zo ja, in welke onderhandelingen is dit het geval?

Minister-president, hoe schat u het parcours in van de Europese Commissie op het vlak van transparantie in de onderhandelingen? Bent u het ermee eens dat dit van in het begin de meest transparante onderhandelingen ooit zijn geweest, zoals bijvoorbeeld oud-commissaris De Gucht steeds heeft beweerd? Ik geef tussen haakjes mee dat de ombudsvrouw vindt van niet. Op welke grond trekt u deze conclusies? Heeft de Vlaamse Regering ervoor gepleit dat de onderhandelaars meer transparantie aan de dag zouden leggen? Onderschrijft u de oproep van de Europese ombudsman voor meer transparantie? Bent u bereid om initiatieven te nemen die duidelijk maken dat ook Vlaanderen vragende partij is voor meer transparantie? Welke initiatieven heeft de Vlaamse Regering genomen om burgers en middenveld meer inspraak te geven in de onderhandelingen? Dat is heel belangrijk om een draagvlak voor het TTIP te krijgen. Er is een verdrag in de maak waarvan veel burgers niet eens het bestaan kennen, laat staan de impact ervan voor henzelf.

Hoe wordt vermeden dat de invloed van de bedrijven bij de onderhandelingen ten koste gaat van de belangen van burgers die bezorgd zijn om sociale en milieustandaarden en de positie van de consument? Er moet namelijk in dat TTIP ook een nivellering komen van normen, milieuvoorschriften, voedingssupplementen en van bepaalde sociale standaarden. Gaan we nivelleren naar boven, naar een maximale bescherming, of naar beneden? Gaan wij een toegeving doen omdat dat verdrag er moet komen? Gaat Vlaanderen toegevingen doen wat betreft onze eigen sociale en milieustandaarden? Dat vind ik een heel belangrijke vraag. Het gaat om de positie van de consument.

Collega’s, ik rond af. Het parlement moet een debat aangaan over het TTIP. Het moet proactief debriefen over de ontwikkelingen in de onderhandelingen, want ze worden nu in een stroomversnelling gevoerd. De lobby’s zijn aan het werk. Wij moeten dat in Vlaanderen niet ondergaan. Wij zijn het onze burgers verplicht om daarover standpunten in te nemen en initiatieven voor te stellen.

Collega’s, dit is een heel belangrijk dossier. Ik wil een ernstige impactanalyse. Ik zit ook in de Senaat. Dit is een initiatief dat we niet alleen vanuit Vlaanderen kunnen nemen, daarom heb ik ook een voorstel van resolutie ingediend in de Senaat, en dat wordt tegelijk ingediend in de Kamer. We moeten met zijn allen aan één zeel trekken. Ik spreek me niet pro of contra uit op dit moment. Ik wil gewoon, minister-president, dat we zeer bewust kennis hebben van alle feiten en dan pas in zee kunnen gaan met dit TTIP. Vooralsnog vraag ik een eigen standpunt van Vlaanderen.

Voorzitter, dank u voor de ruime spreektijd. Ik beloof u dat we hierover nog vele vele malen van gedachten zullen wisselen.

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, ik wil mevrouw Turan bedanken voor het indienen van deze interpellatie. Dit geeft ons de mogelijkheid om over dit heel belangrijke dossier met meerdere fracties eens van gedachten te wisselen. Onze tijd is nu beperkt, we moeten er nochtans wat tijd voor maken.

Dit is inderdaad een heel ingrijpend verdrag waarover veel controverse bestaat. We kunnen ons vragen stellen bij de inperking van de nationale soevereiniteit – wat ook in Griekenland onlangs een verkiezingsthema was – onder andere op het vlak van volksgezondheid, milieubescherming en mensenrechten. Een maatregel die ik zelf ook verregaand vind, is dat bedrijven claims kunnen opzetten tegen beleidsmaatregelen die hun winstverwachtingen of groeimogelijkheden zouden hypothekeren. Daar zijn we in Europa niet mee vertrouwd, we kunnen ons dat niet direct voorstellen. Dit gaat erg ver.

Een ander gevoelig punt is dat de EU er terecht een punt van maakt dat er een marktopening moet zijn voor openbare aanbestedingen in de Verenigde Staten, wat onder andere met hun Buy Amercian Act nogal moeilijk ligt.

Er zijn vragen ook van andere landen en continenten of deze bilaterale onderhandelingen niet ten koste gaan van de noodzakelijke multilaterale aanpak wereldwijd. Dat is als het over internationale handel gaat een belangrijk opzet.

Heel veel zaken zijn ondertussen door mevrouw Turan geduid.

Ik zal kort toelichten wat voor ons, christendemocraten, in dit dossier belangrijk is, vooraleer ik bijkomende vragen stel. Wij willen dat dit verdrag niet gaat leiden tot de verlaging van de standaarden die in Europa gelden op het vlak van sociale rechten, bescherming van het leefmilieu en de consumentenbescherming. Dat zijn belangrijke verworvenheden en daar moeten we over waken.

We willen ook dat er respect blijft voor de eigenheid en verscheidenheid van culturen en talen in de EU. Op dat punt zitten we anders in elkaar dan de Verenigde Staten. Dat is erg wezenlijk voor Europa inzake de Europese eenheid.

We willen niet dat er afbreuk wordt gedaan aan de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de lidstaten op het vlak van sociale, onderwijs- en gezondheidsdiensten.

We willen dat het alle kansen openlaat voor de verdere integratie van de Europese interne markt.

We willen de multilaterale regelgeving van de Wereldhandelsorganisatie niet passeren. Dat is een referentiekader waarbinnen ook de andere zaken zich moeten voltrekken.

Ik heb een eerste vraag over de impactstudie. Heel wat Europese landen hebben een impactstudie laten uitvoeren. Mevrouw Turan heeft erop gewezen: er zijn heel uiteenlopende resultaten uit voortgekomen. Het wordt op den duur wat onduidelijk, we komen dan in een welles-nietesspelletje terecht. Het is een vaststelling dat België op zich geen impactstudie heeft laten uitvoeren. Is dit in overleg met de deelstaten? Zijn de deelstaten daarvan op de hoogte? Hebben zij aangedrongen om wel een impactstudie te maken? Wat is de Vlaamse houding ten aanzien van de impactstudie?

Er is een risico dat het multilateralisme in de internationale handel ondergraven wordt. Welke houding neemt Vlaanderen aan ten aanzien van dit type van bilaterale handelsverdragen?

De Verenigde Staten brengen in deze besprekingen het niveau van de Amerikaanse staten mee in rekening. In welke mate worden de belangen van de deelstaten van de Europese lidstaten door Europa mee in rekening gebracht?

Het middenveld heeft zijn bezorgdheden op veel plaatsen geuit. Federaal minister van Buitenlandse Zaken Reynders heeft een overleg met het middenveld aangekondigd. Is Vlaanderen daarbij betrokken? Willen wij daarbij betrokken zijn? Willen wij daarin een rol spelen? Ondersteunen wij het middenveld? Wat is onze positie tegenover het aangekondigde overleg?

België heeft al enkele keren de struikelblokken geformuleerd. Die betreffen onderwijs, audiovisuele diensten en gezondheidszorg. Dat zijn materies waar de deelstaten erg in geïnteresseerd zijn of exclusief voor bevoegd zijn. Hoe loopt het met het overleg tussen de Belgische delegatie en Europa over deze punten?

Een laatste punt gaat over de inzage in de documenten. Die inzage is groter aan Europese kant dan aan Amerikaanse kant, waar men weinig transparant is. Dit gaat over een gemengd verdrag. Vlaanderen zal het moeten goedkeuren. Hoe gaat Vlaanderen om met de toegang tot de documenten? Hoe doen de andere Belgische deelstaten dit? Welke houding heeft België aangenomen? Hoe heeft Vlaanderen daarop gereageerd?

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

De heer Marc Hendrickx (N-VA)

Minister-president, beste collega’s, laat me beginnen met te zeggen dat ik tevreden ben dat wij hier vandaag in deze commissie het thema TTIP bespreken. De N-VA gelooft dat vrijhandel welvaart creëert. Kijk maar naar de Europese interne markt om dat onmiddellijk te kunnen vaststellen.

Een akkoord tussen de EU en de Verenigde Staten, is politiek, economisch én geopolitiek van groot belang voor Vlaanderen. Vlaanderen is een open economie, die afhankelijk is van buitenlandse handel. Een ambitieus handelsakkoord kan een win-win opleveren. Allereerst voor de consument zelf, die zal profiteren van lagere prijzen voor verschillende producten. Maar vooral ook voor onze Vlaamse bedrijven. Denk maar aan onze baggeraars, die internationaal bekend zijn en geapprecieerd worden, maar die vandaag in de VS niet mogen opereren. TTIP kan hiervoor een oplossing bieden.

Dat enkel grote bedrijven wel zouden varen bij het handelsakkoord, is nonsens. Ook onze kmo’s, die zoals u weet de ruggengraat vormen van onze Vlaamse economie, hebben heel wat te winnen bij TTIP. Er zou binnen het akkoord ook een apart hoofdstuk worden besteed aan kleine en middelgrote ondernemingen, wat ons verblijdt.

De N-VA heeft in het verleden haar bezorgdheid geuit over de transparantie van de TTIP-onderhandelingen. Deze boodschap is bij de Europese Commissie niet in dovemansoren gevallen. Stakeholders worden meer betrokken bij het proces. Zogenaamde ‘position papers’ werden publiek gemaakt. De Raad en de Europese parlementsleden worden gebrieft na elke onderhandelingsronde. De transparantie die er vanuit de EU gekomen is, kan dus een voorbeeld zijn voor volgende onderhandelingen. De bekommernis die collega Turan nu uit, is volgens mij al achterhaald.

Ook inzake voedselveiligheid had collega Turan een punt. Ik zeg wel: had. Voor de N-VA is het vanzelfsprekend dat onze goede standaarden niet mogen worden afgezwakt door TTIP. Dit standpunt wordt ook vertolkt door de Europese hoofdonderhandelaar van de Europese Commissie. Die zei letterlijk: “In terms of food safety, we have been 100 percent clear. We are not going to accept any changes of our food safety legislation and the US know that perfectly well.”

Wat betreft het ISDS-mechanisme zijn de onderhandelingen zover ik weet nog niet afgerond. Maar ook hier werden verschillende bezorgdheden al weggenomen. Zo verklaarde John Clancy als woordvoerder van de Commissie dat bijvoorbeeld milieumaatregelen niet onder ISDS zouden kunnen vallen.

ISDS ligt natuurlijk onder vuur, daar hebt u een punt, mevrouw Turan. Ik wil even Bas Belder citeren, een Europees parlementslid die het nauwgezet volgt en aantoont dat je het kind niet met het badwater moet weggooien. Hij zegt letterlijk: “Diverse aanpassingen kunnen risico’s ondervangen, zodat de voordelen tegen de nadelen opwegen. Zo moeten ongegronde claims worden voorkomen door het beginsel dat de verliezer betaalt toe te passen. Daarnaast kunnen brievenbusmaatschappijen worden uitgesloten door te eisen dat bedrijven substantiële economische activiteiten ontplooien in het desbetreffende land, om van ISDS gebruik te kunnen maken. De ISDS-bepalingen en definities moeten specifieker worden omschreven zodat de interpretatieruimte beperkter is. De arbitrage zelf moet transparanter worden, met bindende interpretaties van de verdragsbepalingen en een mogelijkheid om in hoger beroep te gaan.”

Opnieuw lijkt me de bangmakerij van mevrouw Turan en van de vakbonden, die er alles aan doen om het draagvlak te ondermijnen, niet doordacht. Zou het misschien kunnen dat sp.a. gewoon geen handelsakkoord met de VS wil en daarom blijvend op zoek gaat naar een stok om de hond mee te slaan? Daar lijkt het stilaan op.

Als er echter één bekommernis is die vandaag wel hout snijdt, is het de culturele exceptie. Daarin volg ik de heer Kennes, die er ook op heeft gewezen. Onze visie op de culturele en audiovisuele sector kan geen louter economische benadering verdragen. Als we niet willen dat onze eigen cultuur volledig weggespoeld wordt door buitenlandse producties, moeten we ervoor zorgen dat deze goederen en diensten uitdrukkelijk worden uitgesloten van TTIP. Dat is ook het standpunt van de Vlaamse Regering, heb ik begrepen uit verschillende teksten.

Als er met dit laatste punt rekening wordt gehouden, kan TTIP wel eens een erg succesvol verhaal worden. De EU en de VS zijn samen goed voor bijna 50 procent van het mondiale bbp en voor een derde van de wereldhandel. Het openen van de markt in Europa na de Tweede Wereldoorlog heeft gezorgd voor een enorme economische groei. Het is nu tijd om de volgende stap te zetten, en hetzelfde te doen met de VS. We hebben nood aan meer economische groei en aan een vermindering van quota, tarieven en handelsbelemmeringen allerhande. Tegelijk is aan de orde: een betere toegang tot openbare aanbestedingen in de VS, tot de dienstensector, de bescherming van investeringen en het afdwingbaar maken van intellectuele eigendomsrechten.

Ik sluit me ook graag aan bij de vraag van de heer Kennes over de impactstudie. Ik wacht verder uiteraard in eerste instantie de antwoorden af van de minister-president op de door mevrouw Turan gestelde vragen.

De voorzitter

De heer Vanbesien heeft het woord.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

Het debat is al enkele keren gevoerd, zowel over TTIP als ISDS. Mijn mening is dat deze Vlaamse Regering heel het dossier van internationale vrijhandel nogal ideologisch benadert en niet economisch. De heer Hendrickx gaf daarnet een illustratie, door te zeggen: “Vrijhandel creëert welvaart.” Dat hangt er maar van af natuurlijk, en ook voor wie. Die stelling is ongenuanceerd en zeker niet altijd en overal toepasbaar. Er zijn veel voorwaarden aan. Het staat ook zo in de beleidsnota International Beleid: internationale vrijhandel is goed, punt. Maar dat klopt niet. De werkelijkheid leert ons dat.

Ik ben meer voor een economische benadering van het dossier. Ik sluit me aan bij de vragen van mevrouw Turan over de economische effecten. Kunnen we die alstublieft vooraf inschatten, voor we in dit avontuur stappen? Ook ga ik akkoord met de opmerkingen over transparantie.

Een ander element gaat over democratie. Dat is ook een belangrijk aspect. TTIP gaat niet zozeer over ‘tariff barriers’, maar over ‘non-tariff barriers’. Het debat gaat niet zozeer over douanerechten, maar over de verschillen in regelgeving tussen de continenten. De verschillende contexten van investeringen moeten dichter bij elkaar worden gebracht.

Die regelgeving gaat natuurlijk over bescherming: bescherming van werknemers en bescherming van milieu. Als mijn buurman namens de christendemocraten zegt dat hij sowieso niet akkoord zal gaan met een verzwakken van de standaarden, vind ik dat een zeer sterk standpunt, maar als je dat doortrekt, zal dat ook zeer sterke gevolgen hebben voor uw houding ten opzichte van TTIP zoals dat aan het evolueren is. Net daarover willen de Amerikanen immers in de eerste plaats discussiëren. Ze zeggen: jullie normen zijn veel te hoog en wij willen die naar beneden halen om op die manier het zo geroemde level playing field te halen.

Het is een democratisch probleem, namelijk dat in een onderhandeling met een ander continent omwille van het halen van investeringen, de democratische beslissingen in Europa rond bescherming van milieu en werknemers naar beneden zouden worden gehaald.

Het tweede punt gaat ook over democratie, namelijk over die aparte clausules betreffende ISDS. Die clausules vind ik een belediging voor ons rechtssysteem. Men gaat ervan uit dat we iets anders nodig hebben dan de bestaande rechtbanken om de rechten van investeerders te vrijwaren. Ik ga ervan uit dat het rechtssysteem in Europa en in België sterk genoeg is om investeerders, ook als dat buitenlandse investeerders zijn, te beschermen en hun rechtszekerheid te waarborgen. Als we daar niet van kunnen uitgaan, dan hebben we op democratisch niveau een veel groter probleem dan enkel dat we nu met Amerika aan het onderhandelen zijn.

De heer Hendrickx zegt dat er wel wat nadelen aan zijn, maar dat die kunnen worden ondervangen. De onderliggende idee dat de rechtbanken hier en in Amerika blijkbaar niet genoeg te vertrouwen zijn, mogen we niet aanvaarden. Bovendien komt onze beleidsvrijheid, onze autonomie daarmee in het gedrang, als je ziet dat in het CETA bijvoorbeeld de gronden op basis waarvan men overheidsbeslissingen kan aanvechten, verbreed worden. Het gaat er onder meer over dat als een beleidsbeslissing ingaat tegen gerechtvaardigde verwachtingen van de investeerders, men die beleidsbeslissing eventueel in vraag kan stellen. Dit gaat niet meer over rechtszekerheid of over garanties die men heeft gekregen maar die niet worden nageleefd, dit gaat over verwachtingen die bedrijven hebben. En als men ingaat tegen die verwachtingen, zouden de overheden kunnen worden gedagvaard via een parallel systeem. Die weg mogen we echt niet verder opgaan. Een van de verdedigingslijnen is dat dat al bestaat. Ja, dat bestaat al, maar dat is geen reden om dat nog te verruimen en te verdiepen.

Ik sluit me aan bij de vragen die zijn gesteld over impactstudie en overleg met het middenveld.

Ik heb nog een juridische vraag over de subsidiariteitstoets, waarvan u graag zou hebben dat het Vlaams Parlement die meer zou gebruiken. In hoeverre kan dat instrument al dan niet gehanteerd worden als het gaat over een vrijhandelsakkoord dat Europa sluit en dat moet worden geratificeerd? We zitten hier wel degelijk ook in een debat over wat de beleidsautonomie van Vlaanderen is.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, collega’s, dank u wel voor de vele vragen. Ik ben blij dat die vragen worden gesteld, eerst om een algemene reden, namelijk dat het op die manier vorm geeft aan de gezamenlijke wens die we hebben geformuleerd om actief betrokken te zijn bij het buitenlands en Europees beleid, in dit geval het mondiaal beleid in verband met een potentieel vrijhandelsakkoord. Daarenboven biedt het de mogelijkheid om tekst en uitleg te geven bij alles wat al gedaan is.

Collega’s, en mevrouw Turan in het bijzonder, ik wil erop wijzen dat er al heel wat inspanningen zijn geleverd en dat de Vlaamse overheid zeer proactief bezig is met dit dossier. Er wordt gezorgd, ook op Europees vlak – dat zal ik straks nader toelichten – voor heel veel transparantie, in tegenstelling tot de Verenigde Staten, waar minder transparantie is. Op Europees vlak is er bijzonder veel transparantie over dit dossier en zijn er al heel veel principiële standpunten ingenomen.

Ik ben het niet met u eens, mijnheer Vanbesien, wanneer u zegt dat de Vlaamse Regering dit ideologisch zou benaderen, eerder dan economisch. Wij benaderen dit vanuit economisch standpunt, vanuit welvaartsstandpunt, het creëren van welvaart. Dat is waar we mee bezig zijn, niet met een ideologische premisse, een vooringenomenheid. Er is daarnet al verwezen naar de welvaart die bijvoorbeeld gegenereerd is door de Europese vrijhandelsunie. Daar zijn studies over. Dat zijn bewezen resultaten. Hier gaat het natuurlijk over studies die vooruitlopen en uitgaan van een aantal premissen. Ik hoop dat ik mag aannemen dat er niemand in de zaal zal zeggen dat de Europese Unie heeft geleid tot welvaartsvermindering, ons heeft beknot of nadelig is geweest voor Vlaanderen. U weet dat Vlaanderen leeft van de export. Doe die open grenzen weg, en een belangrijk deel van onze welvaart zal verloren gaan. We benaderen dit absoluut niet met een ideologische vooringenomenheid, dat wil ik heel sterk benadrukken.

Mevrouw Turan heeft het gehad over een aantal studies. Collega Turan, de technische studie die de Europese Commissie in 2013 heeft laten uitvoeren door het Centre for Economic Policy Research te Londen, is tot nader order de meest omstandige onafhankelijke studie. Dat rapport concludeert dat de export van de EU naar de VS met 28 procent zal stijgen, wat zou overeenkomen met ongeveer 187 miljard euro extra aan uitvoer van goederen en diensten uit de EU en dat de handel van de EU en de VS met de rest van de wereld ook met ruim 33 miljard euro zou toenemen.

Het rapport concludeert tevens dat de bijkomende bilaterale handel die op wereldniveau zou worden gegenereerd, voor een stijging van 6 procent van de export uit de EU en van 8 procent van de export uit de VS zou zorgen. Bijgevolg zouden producenten in de EU en in de VS hun verkoop van goederen en van diensten met respectievelijk 220 miljard euro en 240 miljard euro zien stijgen.

Mevrouw Turan, u hebt verwezen naar de discussie over de stijging met 0,5 tot 1 procent. Het gaat niet om 0,5 procent. Het gaat om een jaarlijkse groei met 0,5 tot 1 procent. Het hangt ervan af hoe we dit interpreteren. Het gaat niet om een eenmalige groei. Dit is recurrent. We moeten de woorden juist gebruiken. Het gaat om een recurrente groei en niet om een groei die we daarna weer kwijtspelen. De groei wordt niet geconsolideerd. Het gaat niet om eenmalige inkomsten in een budget, die nadien weer verdwijnen. Ik denk dat we het daarover eens zijn. Het gaat niet om een jaarlijkse bijkomende stijging met 0,5 tot 1 procent. Het gaat ook niet om een eenmalige groei die dan weer terugvalt. Het gaat om een duurzame groei, die op 0,5 tot 1 procent van het BNP wordt geschat.

Dit is belangrijk. Als we volgend jaar een groei met 1 procent van het BNP zouden kennen, zouden we allemaal een halve meter hoog springen. De laatste ramingen voor dit land houden in dat de groei slechts 0,9 procent zou bedragen. We zijn gestart met ramingen door het Planbureau van 1,8 procent. Dat is tot 1,5 procent bijgesteld. Volgens het herfstrapport van de EU zal de groei, in tegenstelling tot in andere landen, hier jammer genoeg slechts 0,9 procent bedragen. Ik heb deze ochtend vertegenwoordigers van de Baltische staten ontmoet. Voor volgend jaar verwachten twee van die drie staten een groei met 3 procent.

Naast die conclusies wordt in de studie ook een geostrategisch argument aangehaald. Vanwege het economisch belang van de EU en van de VS zullen ook hun handelspartners een stimulus krijgen om op de nieuwe trans-Atlantische normen over te schakelen.

Mevrouw Turan, het klopt dat op het internet ook een aantal andere studies te vinden zijn. U hebt zelf verwezen naar de studie van doctorandus Capaldo. In zijn op simulaties gebaseerde studie komt hij uit bij een veeleer negatieve langetermijnimpact van het TTIP op de zogenaamde ‘andere noordelijke en westerse landenblok’. U bent het er allicht mee eens dat dit een zeer ruime referentiegroep is. Hij voegt Finland, België en Nederland samen in een blok.

Ik heb vastgesteld dat momenteel meer gedetailleerde en landspecifieke studies worden gepubliceerd. De Nederlandse minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Ploumen heeft het beleidsadviesbureau Ecorys aangesteld. Dit bureau is een heel andere mening toegedaan.

Volgens de studie van Ecorys zou het TTIP de Nederlandse economie 1,4 miljard euro tot 4,1 miljard euro opleveren. Dit staat in tegenstelling tot de studie van de heer Capaldo, die Nederland in dezelfde groep als België en Finland opneemt. De sectoren die het meest van het TTIP zouden profiteren, zijn de landbouw, de chemie, de hightechindustrie, de postdiensten en de financiële en maritieme sectoren.

Mijnheer Kennes, u hebt me een vraag gesteld over de bilaterale handelsverdragen. Ik wil erop wijzen dat het Steunpunt Buitenlands Beleid, Internationaal Ondernemen en Ontwikkelingssamenwerking van de KU Leuven momenteel een studie over de algemene impact van handelsakkoorden op de Vlaamse ondernemingen uitvoert. Een aantal resultaten zijn al gekend. U kunt die op de website van het steunpunt consulteren.

Uit die resultaten blijkt dat de Vlaamse economie vanuit macro-economisch oogpunt wel vaart bij de Europese vrijhandelsakkoorden. De effecten variëren echter mogelijk sterk tussen sectoren en binnen sectoren. Uit een Europese vergelijking blijkt dat de effecten voor Vlaanderen enigszins gematigder zijn als het om import gaat en enigszins sterker zijn als het om export gaat. Als we met deze positieve bevindingen rekening houden, komt het erop aan voor elk nieuw onderhandelingsakkoord de te verwachten gevolgen voor de betrokken sectoren geval per geval goed te evalueren.

Mijn departement en het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen (F.I.T.) hebben me met betrekking tot het TTIP een analyse voorgelegd. Ik overloop even de resultaten.

Als het TTIP tot een algemene reductie van de tarieven en de verwijdering van quota zou leiden, zou de hele Vlaamse economie en de voedingssector in het bijzonder hierbij winnen. De niet-tarifaire handelsbelemmeringen, de vermindering van obstakels voor de vrijhandel op het vlak van de regelgeving, zou de chemie, de farmaceutische industrie, de voeding en de bouwsector voordelen bieden. Als de toegang tot de openbare aanbestedingen op de Amerikaanse markt zou worden verbeterd, met inbegrip van de Jones Act, zou dit uiteraard de Vlaamse bouw- en baggersector en de producenten van vervoersmiddelen ten goede komen. Dit zijn veronderstellingen van wat in dat geval zou gebeuren. We weten dat het een zware dobber zou zijn om in verband met de Jones Act een doorbraak te forceren. Dit is een voorafspiegeling van de mogelijke positieve gevolgen indien dit zou worden gerealiseerd. Een verbeterde toegang tot de dienstensector is vooral belangrijk voor de chemie, de ICT-sector, de biotechnologie en de ‘creative industries’ in Vlaanderen. De bescherming van investeringen is vooral belangrijk voor de chemie en de farmaceutische industrie. De versoepeling van de exportrestricties op Amerikaanse energiebronnen is van belang om de Vlaamse milieutechnologie aan de man te brengen. Als de intellectuele eigendomsrechten beter afdwingbaar zouden worden, zou dit van belang zijn voor onze Europese chemische en farmaceutische industrie.

Ik wil hier ook aanstippen dat we naast die offensieve belangen ook defensieve belangen verdedigen. Ten eerste wil Vlaanderen een uitzondering voor de audiovisuele diensten. We wensen die niet in het vrijhandelsakkoord op te nemen. Het gaat zelfs nog wat breder dan de audiovisuele sector. Ten tweede hebben we aandacht voor arbeids- en milieuclausules. Het TTIP wil multilaterale standaarden invoeren. We hebben hier uiteraard ook aandacht voor. We maken voorbehoud bij de liberalisering van gevoelige sectoren op het vlak van de public utilities, zoals de gezondheidszorg en het onderwijs.

Wat deze defensieve belangen betreft, is er ondertussen een geruststelling gekomen. Iedereen kent het onderhandelingsmandaat dat de Europese lidstaten de Europese Commissie hebben gegeven. Dit mandaat is bekendgemaakt.

Ik citeer even pagina 4, paragraaf 8 van het onderhandelingsmandaat dat de Europese Commissie van de Europese lidstaten heeft gekregen: “The agreement should recognise that sustainable development is an overarching objective of the parties and that they will aim at ensuring and facilitating respect of international environmental and labour agreements and standards, while promoting high levels of protection of the environment, labour and consumers consistent with the EU acquis and member states’ legislation.”

Dat is de eerste opdracht in het mandaat van de Commissie.

Twee: “The Agreement should recognise that the Parties will not encourage trade or foreign direct investment by lowering domestic environmental, labour or occupational health and safety legislation and standards, or by relaxing core labour standards or policies and legislation aimed at protecting and promoting cultural diversity.”

En dan leest u verder op pagina 7, met betrekking tot het onderdeel ‘Diensten en vestiging’, opnieuw een taakstelling voor de Europese Commissie: “The high quality of the EU’s public utilities should be preserved in accordance with the TFEU and in particular Protocol n° 26 on Services of general Interest (…). Services supplied in the exercise of governmental authority (…) shall be excluded from these negotiations. (…) Audiovisual services will not be covered (…).”

Collega’s, het is ook gepast om in dit antwoord op te merken dat de Europese Commissie in het TTIP bijzonder veel belang wenst te hechten aan kmo’s. Zo zou in een afzonderlijk hoofdstuk worden gesteld dat er terdege met de specifieke situatie van kmo’s rekening wordt gehouden, opdat zij alle kans zouden krijgen om actief te worden op de VS-markt.

Ik meen dat, in dit stadium van de onderhandelingen en gelet op de alomvattende studie van de Europese Commissie op EU-niveau en de eerste analyses van de Vlaamse overheid met betrekking tot het potentieel van het TTIP, Vlaanderen veeleer economisch te winnen heeft uit het oogpunt van welvaart dan te verliezen. Maar, collega’s, wij zullen dit uiteraard zo goed mogelijk blijven opvolgen. Wij blijven de onderhandelingen opvolgen. Wij nemen onze posities in en blijven de mogelijke impact van het TTIP voor Vlaanderen evalueren.

Mevrouw Turan, op verzoek van Vlaanderen bereidt nu ook de FOD Economie een landenspecifieke impactstudie voor naar de gevolgen van het TTIP voor de economische ontwikkeling van kleine, middelgrote en grote ondernemingen, en voor de werkgelegenheid. Er is beloofd dat de eerste resultaten daarvan tegen de zomer bekend zullen zijn.

Het is inderdaad belangrijk dat er een draagvlak is en dat de hele publieke opinie kan worden geïnformeerd. U refereerde aan het initiatief van minister Reynders, die het middenveld heeft bevraagd. Eerder deze maand heeft het vleva een infosessie over het TTIP georganiseerd met vakbonden, middenveldorganisaties, de pers, de Europese Commissie, de federale overheid en de Vlaamse overheid. Er is over dit dossier een interactief debat gevoerd.

Voorzitter, deze commissie moet bekijken welke initiatieven hierover nog zullen worden genomen. Ik signaleer dat de Amerikaanse ambassadrice heeft gezegd dat zij vragende partij is om hier voor de commissie te mogen komen en om dat uiteen te zetten en erover met u te discussiëren. Jullie kunnen daar al dan niet op ingaan. De informatie-inspanningen moeten worden voortgezet. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) heeft gevraagd om een infosessie te krijgen. Mijn Departement internationaal Vlaanderen (DiV) neemt ook daar het initiatief. Kortom, het is belangrijk dat we het TTIP goed opvolgen en dat alle betrokken partners van de samenleving aan het debat kunnen bijdragen. Ik ben ervan overtuigd dat het geplande TTIP van strategisch belang is, niet alleen voor Vlaanderen maar ook voor het gewicht van Europa en de VS in de wereld.

Ik kom terug op wat ik in het begin heb gezegd. We leven in een mondiale economie en zo’n verdrag kan een instrument zijn voor de promotie van onze normen, rechtsregels en rechtstaat, en voor onze waarden inzake arbeid en leefmilieu. De ambitieuze doelstellingen die wij hebben met betrekking tot arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden, milieu, gezondheidsbescherming en de veiligheid van onze voedselketen, worden niet door allen wereldwijd gedeeld. Dit cruciale punt is ook zeer duidelijk opgenomen in het onderhandelingsmandaat dat de lidstaten aan de Commissie hebben gegeven. Ik geloof dus dat de Commissie een punt heeft als zij stelt dat het TTIP een geostrategisch belang heeft. Het is belangrijk dat we met de VS heel wat zaken delen, meer dan pakweg met landen als China, India en Rusland. Kinderarbeid is uiteraard verboden in de VS, Canada en de EU, maar bestaat wel in een aantal andere landen. Ik ben er niet zeker van dat de VS en de EU bijvoorbeeld in het jaar 2020 op wereldniveau nog altijd even sterk zullen staan om hun bilateraal verdrag als toonaangevend op wereldniveau te laten gelden. Vandaag kunnen we met akkoorden zoals het TTIP de wereldeconomie een systeem voorleggen waarbij maar liefst 60 procent van de wereldhandel op basis van gedeelde principes zou worden geregeld. Het TTIP en het CETA kunnen voorkomen dat we straks tegen oneerlijke concurrentie moeten opboksen. Met Canada en de VS delen we principes van democratie, de rechtstaat en een vrijemarkteconomie die voorziet in ‘checks and balances’ als het op arbeidsregelgeving aankomt en die openstaat voor verandering op het vlak van milieubescherming of dierenwelzijn. Dat is niet noodzakelijk zo in de nieuwe opkomende economieën. Net omwille van onze arbeidsregels en onze milieubescherming – en u hebt gezien welk mandaat de Commissie heeft gekregen van de lidstaten – is het belangrijk dat we daaromtrent akkoorden sluiten, ook om daar een ‘race to the bottom’ te kunnen voorkomen.

Mevrouw Turan, ik kom tot de ISDS-clausule. De bevraging van de Commissie heeft inderdaad 150.000 antwoorden gegenereerd. Dat is veel in absolute cijfers. Maar ik plaats een paar kanttekeningen. De analyse van de Commissie leert dat 97 procent van de antwoorden uit slechts zeven lidstaten komt en dat eveneens 97 procent van de antwoorden komt van collectieve organisaties. Het aantal individuele antwoorden is met 3 procent of een goede 3500 laag. Niettemin heeft de Commissie begrepen dat er specifiek over het ISDS een bezorgdheid leeft bij het middenveld.

Ik vind het persoonlijk positief dat de Commissie vier punten naar voren schuift om de ISDS-regeling nog verder te verfijnen. Eén, de bescherming van het recht van overheden om te reguleren nog duidelijker bepalen. Twee, nog betere garanties geven met betrekking tot de transparante werking en het toezicht op de arbitrage. Zo kan er bijvoorbeeld een Code of Conduct komen en een lijst van onafhankelijke arbiters. Drie, verduidelijking van de gevolgen en relatie van arbitrage-uitspraken onder ISDS en nationaal recht. Vier, het verder verduidelijken van een beroepsmogelijkheid tegen uitspraken van het ISDS-panel, en die beroepsmogelijkheid is nieuw, wordt in het CETA opgenomen, maar is nog niet in detail uitgewerkt in dat verdrag. Het zal nog nader bepaald worden in het TTIP.

Uit het onderhandelingsmandaat van de Commissie volgt ook duidelijk dat de Commissie niet tegen eender welke voorwaarden ISDS zal opnemen in het TTIP. In haar communiqué van 13 januari verduidelijkt de commissie dat de beslissing met betrekking tot het al dan niet opnemen van ISDS in het TTIP in de laatste onderhandelingsfase zal worden genomen. Vicepresident Frans Timmermans heeft bovendien de opdracht gekregen te verzekeren dat ISDS spoort met het fundamentele principe van het respect voor de rechtstaat.

Over ISDS in het TTIP is het dus wachten op de eerste onderhandelingsteksten. We kennen slechts de voorstellen die de Commissie gemaakt heeft, we kennen het tegenvoorstel van de Verenigde Staten niet. Samen met vele andere Europese overheden heeft ook de Vlaamse Regering via de Belgische vertegenwoordiging bij de EU herhaaldelijk laten verstaan dat er meer transparantie moet komen op dit punt. Zoals het geval is voor andere handelsakkoorden moeten de lidstaten zicht krijgen op de onderhandelingspositie van de Verenigde Staten. Dit geldt niet alleen voor het standpunt van de Verenigde Staten over ISDS, maar ook met betrekking tot alle hoofdstukken van het ontwerpakkoord.

Na analyse van de ISDS-tekst in het CETA is het standpunt dat Vlaanderen met betrekking tot het luik daaromtrent heeft opgenomen, dat het voldoende garanties biedt om een eerlijk correct en billijk proces op poten te zetten dat beter is dan de andere bestaande arbitragesystemen in oudere vrijhandelsakkoorden. De ISDS 2.0 zoals we het zouden kunnen noemen, biedt meer transparantie, rechtsbescherming en rechtszekerheid.

Annex 10-11 definieert bijvoorbeeld voor het eerst de term ‘directe of indirecte onteigening’. Met respect voor het non-discriminatiebeginsel kan de overheid te allen tijde onteigenen wanneer de maatregel wordt genomen ter vrijwaring van doelstellingen van algemeen belang. Expliciete voorbeelden worden non-exhaustief opgesomd, onder andere maatregelen ter vrijwaring van de gezondheid, de veiligheid, het milieu.

Artikel 10.3 definieert het begrip investeerder in enge zin zodat postbusbedrijven geen zaak kunnen aanspannen. Investeerders moeten een substantiële ondernemersactiviteit op het grondgebied van een verdragspartij uitoefenen. Artikel 10.35 bepaalt dat alle proceskosten gedragen zullen worden door de verliezende partij, zodat ook kmo’s niet afgeschrikt worden om een arbitragezaak aanhangig te maken. Artikel 10.42 biedt zicht op een beroepsmogelijkheid waarbij transparantie gegarandeerd wordt. Voorts kunnen arbiters enkel nog worden gekozen uit een lijst van onafhankelijke experten die zich moeten schikken naar een Code of Conduct om belangenvermenging te mijden.

Het is niet mogelijk om dit technisch uit het investeringshoofdstuk te lichten, zonder het hele hoofdstuk onwerkbaar te maken zodat heronderhandeling noodzakelijk is. Dat is het verdere oordeel over ISDS in het CETA.

Met betrekking tot het ISDS-onderdeel in het TTIP is het Vlaams standpunt dat de verbeterde nieuwe formule in het CETA een goede basis vormt voor de onderhandelingen. We hebben het hier over ISDS in het CETA en het TTIP, maar er bestaan op dit ogenblik al 1400 van dergelijke systemen die natuurlijk niet zullen verdwijnen als ISDS niet in het TTIP wordt opgenomen. Men zou kunnen redeneren dat ISDS in het TTIP niet meteen nodig is, alhoewel negen Europese lidstaten nu met oude en minder goede ISDS-teksten zitten. Ze zouden allemaal liever een veel beter mechanisme krijgen zoals in het CETA.

Ik wil onderstrepen dat uiteindelijk geen enkele entiteit in ons land, noch de federale noch een deelstaat, zich heeft verzet tegen de goedkeuring van het mandaat voor de onderhandelingen met Canada in 2011 en met de Verenigde Staten begin 2013. Beide mandaten voorzagen van in het begin in de mogelijkheid van opname van ISDS. ISDS staat in zowat alle onderhandelingen op de Europese agenda, of het nu gaat over de onderhandelingen met Japan, met de Verenigde Staten of met Mercosur (Mercado Común del Sur). Ik bevestig dat er al 1400 zulke mechanismen zijn. In het CETA komt ISDS tegemoet aan de legitieme bezorgdheden waarnaar ik verwezen heb.

Sommigen zeggen dat het om de meest transparante en democratische onderhandelingen zou gaan in de geschiedenis van de EU. Anderen formuleren bezorgdheden en zijn het daar niet mee eens. Wij blijven alert als regering, maar ik zie een aantal positieve ontwikkelingen. Vooral sinds het aantreden van de Commissie-Juncker zijn er bijkomende inspanningen gedaan om de transparantie en het democratisch gehalte van de onderhandelingen op te krikken.

In het Europees Parlement zijn er leeszalen voor de leden van het Europees Parlement. In de Europese Commissie zijn er leeszalen voor de leden van de Raad waarlangs ook de Vlaamse ambtenaren toegang hebben tot de teksten. In die leeszalen worden geconsolideerde teksten waarbij men technische gehelen maakt van de Europese en Amerikaanse voorstellen, voorgelegd aan de technische experten. Ook op de nieuwe website van het directoraat-generaal Handel vindt men de onderhandelingsteksten die de Europese Commissie aan de Verenigde Staten voorlegt, waardoor die online te consulteren zijn voor de nationale parlementen en zelfs het brede publiek. Het mandaat van die onderhandelingen van de Europese Raad aan de Europese Commissie was geheim, maar is ondertussen vrijgegeven, ik heb er uitvoerig uit geciteerd, het staat op de website van de Europese Commissie. Het Europees Parlement is van bij het begin betrokken bij de onderhandelingen.

De Europese Commissie heeft bovendien beslist dat niet enkel gespecialiseerde politici zoals de leden van de Commissie voor Internationale Handel, maar alle Europese Parlementsleden toegang krijgen tot de onderhandelingsdocumenten, er is ook daar dus meer openheid.

Zoals al opgemerkt, is er wel een probleem met de transparantie aan Amerikaanse zijde. Daar is er geen trade promotion authority (TPA), waardoor het Congres op dit ogenblik geen inzage heeft in de teksten, die wel vrij zijn voor inzage aan Europese zijde, ook de geconsolideerde teksten.

TPA is de Amerikaanse versie van het mandaat dat de Raad aan de Europese Commissie geeft. Concreet komt het erop neer dat de United States Trade Representative (USTR), die gemandateerd is door president Obama, alle vrijhandelsonderhandelingen mag voeren die hij zelf noodzakelijk acht voor de VS. Omdat er op het einde van de onderhandelingen nog amendementen kunnen volgen door het Congres, heeft het Congres zelf besloten dat dit de onderhandelingspositie van de USTR danig bemoeilijkt. Daarom heeft het de TPA in het leven geroepen. Daarbij geeft het Congres de toelating om compromissen uit te werken met de onderhandelingspartner, op voorwaarde dat het Congres volledige transparantie krijgt in de onderhandelingsdocumenten. Het zal dan op het einde van de onderhandelingen enkel met een ja- of een nee-stem beslissen al dan niet het vrijhandelsakkoord te steunen.

Maar op dit moment is er dus geen TPA en daardoor is er ook geen transparantie in het Congres van de VS over de documenten. Omdat de USTR het niet kan maken aan zijn eigen Congres geen inzage te geven in de teksten, maar wel aan de Europese lidstaten, hebben we op dit moment geen zicht op wat de USTR voorstelt aan de Europese Commissie. Volgens mijn informatie zou die TPA er komen tegen april of mei 2015.

Net als Vlaanderen, als deelstaat, hameren alle lidstaten van de EU op meer Amerikaanse transparantie. Ook mijn diensten blijven dit signaal van de Vlaamse Regering steevast opnieuw brengen tijdens de Belgische coördinatievergaderingen en in alle rechtstreekse contacten met de Europese Commissie.

U vraagt of ik bereid ben met dit parlement het debat aan te gaan. We zijn daarmee bezig, mevrouw Turan. U kunt interpellaties en vragen stellen. Het is aan het parlement om te zien wat het ermee doet. Ik wijs op de subsidiariteitstoets. In dit geval is handel in eerste instantie een federale bevoegdheid, aangezien het gaat om wereldhandel, maar goed, de Vlaamse economie en welvaart zijn betrokken. Maar het is een zaak van het parlement, mijnheer Vanbesien, om te bepalen of er een subsidiariteitstoets moet gebeuren. Het verdrag is in voorbereiding. U hebt veel mogelijkheden. Er zijn experten allerhande. Ik herhaal dat de Amerikaanse ambassadrice niets liever wil dan met u in dialoog treden.

Ik geef nog de timing, collega’s. In februari en april staan er nieuwe onderhandelingsrondes tussen de EU en de VS gepland. De Raad zal tegen de zomer zijn positie met betrekking tot ISDS bepalen, op basis van een meer verfijnd voorstel van de Commissie, voor ISDS weer op de onderhandelingstafel met de VS zal komen. Ik herhaal dat de eerste resultaten van de federale impactanalyse in principe bekend zullen zijn in juni.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Mevrouw Güler Turan (sp·a)

Minister-president, ik wil u hartelijk danken voor de antwoorden die u mij hebt gegeven, maar ik heb daar heel veel op te zeggen en ik heb veel bijkomende vragen. Ik wil u niet ophouden, maar ik wil u zeker niet laten gaan zonder enkele reacties te geven. U zegt dat de transparantie zeer groot is, bij het begin van uw antwoord. Dat klopt niet. U komt er zelf op terug. U zegt dat het gaat om twee democratische landen, waar dit akkoord welvaart zal brengen. Transparantie is en blijft een groot probleem. De parlementsleden kunnen in bepaalde lokalen wat stukken inkijken. Dat vind ik problematisch. Dat getuigt niet van grote openheid.

De bevraging naar aanleiding van de ISDS-clausule nuanceert u door te zeggen dat 93 procent van de reacties van middenveldorganisaties kwam. Daar zal wel een reden voor zijn. Ik heb van mensen die er kritisch tegenover staan vernomen dat de onderhandelaars op dit ogenblik heel veel rekening houden met de verwachtingen van de stakeholders, maar die stakeholders zijn vooral geprivilegieerde bedrijfsleiders en lobbygroepen geweest. Dat is algemeen geweten.

Volgens de gegevens die de Commissie in september 2013 zelf heeft vrijgegeven, vonden er in de aanloop naar de onderhandelingen ongeveer 130 vergaderingen plaats met stakeholders. Dat klinkt goed, transparant en open, participatief. Maar in 93 procent van de gevallen waren enkel de bedrijfs- en sectororganisaties de gesprekspartners. De rest van het middenveld werd amper betrokken. Dan verbaast het mij niet dat, op het moment dat het middenveld de kans krijgt om te reageren via een oproep over de ISDS-clausule, het dat ook doet en naar de achterban gaat. U zegt dat de meeste reacties kwamen van middenveldorganisaties en niet van privépersonen. Maar dat vergroot het multiplicatoreffect van de reacties, want het zijn geen individuen. Die middenveldorganisaties hebben honderden, duizenden, tientallen mensen achter zich. Uw nuance vind ik dus onterecht.

U zegt dat er slechts zeven landen zeer actief waren met een reactie op die bevraging. Was België een van die zeven landen? Ik heb het vermoeden van niet.

Het is heel belangrijk. Ik minimaliseer dit niet. Ik gooi geen kinderen met het badwater weg, mijnheer Hendrickx. Ik sta hier niet positief of negatief tegenover. Ik heb veel gelezen en probeer een weergave te geven van beide kanten. Het is zelfs problematisch dat er twee kanten zijn. Ik wil ook dat dit welvaart brengt. Ik wil ook dat onze kmo’s daar goed van worden. Trouwens, in het investeringsplan van Juncker over de aanpak van kmo’s van de Europese Commissie staat er, wat de tekstverwerking betreft, heel veel pro kmo. Als het erop aankomt centen te vrijwaren voor de kmo’s en niet voor de andere grote pps-constructies van multinationals, dan heeft Europa nog veel te leren. Wij kunnen Europa ook veel aanleren.

Minister-president, u hebt gewoon een samenvatting gelezen van de honderden pagina’s studies die wij hebben gelezen, die de Europese Commissie heeft uitgevoerd. Dus, in plaats van zelf met een studie of onderzoek of een eigen standpunt af te komen, hebben we vandaag een herlezing gekregen van de door Europa bestelde onafhankelijke studie.

De voorzitter

Mevrouw Turan, het reglement geeft u vijf minuten tijd. Daarstraks bent u ook al over uw tijd gegaan. We zitten met tijdsdruk. Daarom zou ik het appreciëren als u afrondt.

Mevrouw Güler Turan (sp·a)

Voorzitter, ik zal het u niet moeilijk maken, want ik zal dit meteen agenderen voor de volgende vergadering.

Minister-president, u hebt het over 1 procent toename. U zei dat het niet eenmalig is.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik heb gezegd dat het 0,5 is tot maximum 1 procent.

Mevrouw Güler Turan (sp·a)

Minister-president, zelfs dat is een verkeerde weergave. Het is niet opzettelijk of u haalt dit ergens anders. We lezen op pagina 45 van de Europese studie: “As can be seen Table 16, the estimated impact on GDP for the EU and US range between 0.2 and 0.5 per cent, for the less ambitious and ambitious scenarios respectively.”

Ze spreken dus over 0,2 en 0,5 procent in de meest ambitieuze scenario's. In mijn interpellatie heb ik de meest ambitieuze genomen. Ik wil gewoon het volgende aangeven. U zegt dat u nu heel blij zou zijn met 1 procent verhoging, maar we nemen al het meest ambitieuze. U verdubbelt dat nog. Uiteraard is dat niet eenmalig. Het wil niet zeggen dat u het krijgt en dat het wordt afgepakt. Dat zijn woordspelingen.

Mijnheer Hendrickx, ik gooi geen kinderen met het badwater weg. Vanuit Vlaanderen moeten we een eigen onafhankelijke studie maken, zoals de CD&V-fractie vandaag ook vraagt en de Groenfractie ondersteunt. Ik wil een deftige impactanalyse en standpuntbepaling.

Een half uur geleden hebben de voorzitter en ondervoorzitter van de commissie een e-mail gekregen met het Amerikaanse standpunt. We zullen het daarover hebben bij de regeling der werkzaamheden. Ik ben ervan overtuigd dat we hier een kamerbreed akkoord kunnen krijgen voor een beperkte motie voor een eigen impactanalyse om onszelf niet afhankelijk te maken van andere studies die pro of contra zijn.

Voorzitter, ik kondig hierbij een motie aan. Ik zal proberen met de meerderheidspartijen een gezamenlijke motie op de tafel te leggen, om te laten zien dat we constructief willen meewerken.

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Minister, ik dank u voor het heel uitgebreide antwoord. Het is goed dat we daar in de commissie tijd aan hebben besteed en dat we dat ook voortzetten. De mogelijkheid om hierover een gesprek aan te gaan met de Amerikaanse ambassadeur lijkt me interessant. De vraag naar duidelijkheid over de impact op het Vlaamse niveau is gesteld. Voor de rest is het zoals meestal in de politiek: er is niets met alleen maar goede kanten en zonder schaduwkanten. Dat is toch mijn ervaring. We moeten vanuit Vlaanderen mee waken over de bezorgdheden van de verschillende fracties die Europawijd zijn geformuleerd. De goede kanten moeten doorwegen en de andere kanten moeten onder controle blijven.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

De heer Marc Hendrickx (N-VA)

Uit de studie die de minister-president aanhaalde, noteer ik: 28 procent stijging van de export wordt verwacht, meer dan 200 miljard euro omzetstijging, een duurzame groei van 0,5 tot bijna 1 procent recurrent is mogelijk, een volledige geïntegreerde markt tussen de VS en de EU met honderdduizenden jobs. Voor ons mag er een bijkomende studie komen, mevrouw Turan, geen probleem. Mijnheer Vanbesien, als u dan zegt dat de Vlaamse Regering het enkel ideologisch en niet economisch bekijkt, dan heb ik daar twijfels over.

We blijven dit verder opvolgen. Voor ons is het geen probleem om de ambassadeur en andere stakeholders te horen.

De voorzitter

De heer Vanbesien heeft het woord.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

Minister-president, u sprak over een analyse die F.I.T. heeft gemaakt. Is het mogelijk die ook aan het parlement te bezorgen?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Vanbesien, ik heb u gezegd wat men mij in het antwoord heeft gezegd. Er is geen analyse, geen document, geen aparte studie. Ik heb u zeven punten gegeven, waarvan F.I.T. of het DiV zegt dat als dit is gerealiseerd, als de Jones Act wordt opengebroken, dan heeft dat een effect. Dit wil ik duidelijk zeggen, dit is geen studie.

Ik heb die zeven punten voorgelezen. Ik begrijp dat dit een heel belangrijke aangelegenheid is waar niet alleen vandaag over gedebatteerd wordt. Ik juich de betrokkenheid van de commissie toe. Ik heb willen aantonen dat wij niet uitgaan van een ideologische vooringenomenheid. Wij gaan uit van welvaartsgroei. Ik ga niet discussiëren over allerlei voorspellingen hoe groot die groei zal zijn: 0,2, 0,5 of 1 procent? Ik heb hier de nota van de Europese Unie van 14 juni 2013 waarop ik me heb gebaseerd. Daarin staat dat dit onze economie zou stimuleren met 0,5 procent tot maximum 1 procent van het bbp of met 119 miljard euro per jaar. Het is niet belangrijk om te discussiëren over dat exacte percentage. Vrijhandel en export zijn voor ons bijzonder belangrijk. Als we een aantal doorbraken kunnen realiseren voor producten, diensten en goederen, dan kan onze economie die leeft van de export, vooruitgaan. Ik verwijs naar bijvoorbeeld de landbouw die nu niet binnen geraakt vanwege allerlei niet-tarifaire belemmeringen.

U vraagt om nog eens een bijkomende impactstudie te maken. Wij hebben in de DGE gevraagd – en dat is ook toegezegd – dat de FOD Economie een impactstudie maakt. Om daarbovenop dan nog een Vlaamse studie te vragen … Wij staan voor 83 procent van de export. Wanneer de FOD Economie een studie maakt, dan mogen we daar toch ook conclusies trekken voor Vlaanderen. Het is belangrijk dat dit in de DGE is overeengekomen.

Het is ook belangrijk dat men van dit verdrag gebruikmaakt om een aantal standaarden die voor ons belangrijk zijn, ook in die grote vrijhandelsruimte, die nu staat voor 60 procent van de wereldhandel, op te nemen zodat men in de toekomst sterker staat op dat vlak. Wij hopen dat dit wereldwijde standaarden worden met een aantal rechtstatelijke garanties, garanties inzake bescherming van arbeid, garanties inzake leefmilieu, volksgezondheid enzovoort.

Ik heb erop gewezen dat het mandaat dat de commissie heeft gekregen, heel duidelijk is. Dat mandaat is heel duidelijk geformuleerd door de lidstaten. Ik heb het u letterlijk voorgelezen. Of daar alles uit zal worden gehaald, is het gevolg van onderhandelingen.

Wanneer de zeven concrete punten die ik heb voorgelezen, worden gerealiseerd, dan heeft dat een gunstig effect voor een aantal industrieën. Ik hoop dat ze allemaal worden gerealiseerd. U weet dat die Jones Act een zeer belangrijk punt is voor de Amerikanen. Elke schip moet Amerikaans bemand zijn en onder Amerikaanse vlag varen om daar werken te mogen uitvoeren. Onze baggeraar heeft heel lang geprobeerd om die markt open te breken; het is belangrijk om te proberen die dingen binnen te halen. Maar of dat allemaal zal lukken, weten we niet. Het mandaat dat de commissie heeft, is in elk geval een heel belangrijk mandaat. Vanuit dit oogpunt durf ik te zeggen dat die onderhandelingen heel duidelijk en transparant worden geformuleerd. De geconsolideerde teksten worden natuurlijk niet op straat gegooid maar zijn ter beschikking in die leeszalen voor de ambtenaren en de Europese parlementsleden.

Het is duidelijk dat er op het vlak van transparantie aan Amerikaanse zijde nog winst kan worden geboekt. Het ziet ernaar uit dat het Congres ook daar in april-mei zijn slag thuis zal halen. Dit verhaal wordt ongetwijfeld vervolgd.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Mevrouw Güler Turan (sp·a)

Minister-president, dit parlement moet daar heel gedetailleerd op ingaan. Ik ga er niet mee akkoord om onze kar achter die van de Europese Commissie te hangen, zeker op een moment waar er zo’n groot probleem van transparantie is.

De heer Marc Hendrickx (N-VA)

Ik wil aankondigen dat wij het initiatief zullen nemen om met de meerderheid een motie op te stellen.

De voorzitter

De interpellatie is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.