U bent hier

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Voorzitter, minister, collega’s, het begrip korte keten staat niet letterlijk in mijn vraag om uitleg, want anders was ze misschien deels gekoppeld.

Mijn vraag om uitleg heeft twee facetten. Voor een deel gaat ze over de verkoop op de hoeve of op het bedrijf zelf, directe verkoop – dat is dus korte keten – en de regelgeving die volgens een aantal betrokken bedrijven, die ik heb bezocht, soms heel lastig is om mee om te gaan. Het tweede deel van mijn vraag om uitleg gaat over de informatie daarover op de website van de administratie. Voordat ik mijn vraag heb opgesteld, heb ik, samen met mijn medewerker, zeer ijverig gezocht naar de informatie. Als de informatie beschikbaar zou zijn geweest, had ik de vraag misschien niet moeten stellen.

De administratie is met betrekking tot informatie over de VLIF-steun (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds) en de aanpassing ervan vandaag nogal karig, als ik het zo mag zeggen, zeker als het gaat over projectsteun voor innovaties, agrovoedingssteun en omkaderingssteun. De informatie beperkt zich op dat vlak tot de mededeling dat er “voor deze maatregel niet continu een steunaanvraag kan worden ingediend. Volg de website voor eventuele oproepen.” Maar van een bedrijfsleider wordt wel verwacht dat hij een goed businessplan opstelt en daarin korte- en langetermijninvesteringen opneemt. Om dat te kunnen te doen, moet er volgens mij een goede website zijn van de overheid, zodat die landbouwer in kwestie kan nagaan wat hij al dan niet aan steunmaatregelen kan verwerven in functie van zijn bedrijfsvoering.

Minister, de tabbladen op de website rond steun voor innovaties in de landbouw, waarborgregeling, niet-productieve investeringssteun en kleine ondernemingen in ontwikkeling zijn zelf nog niet in ontwikkeling. Maar ik ga ervan uit dat u straks verduidelijkt wanneer dat komt.

Mijn onderzoek is dus nogal beperkt moeten blijven en dus ga ik nog wat verder in op de materie.

Die materie gaat over de voorwaarden die gekoppeld zijn aan de investeringssteun, zeker in het geval ze zelf ook hoeveverkoop organiseren. Het begint al bij de globale restrictie dat de voorwaarden vervuld moeten zijn, niet enkel bij de indiening van de aanvraag voor investeringssteun, maar ook gedurende zeven jaar voor wat onroerende investeringen betreft en vijf jaar voor de andere investeringen.

Wanneer men een jaar van die jaren niet voldoet aan de voorwaarden, dan leidt dat automatisch tot terugvordering van alle steun. Dat blijkt althans uit de informatie die ik heb gevonden en die men me mondeling heeft meegedeeld.

De voorwaarden zijn uiteraard goed bedoeld. Wanneer men overheidsgeld toekent, dan is het de bedoeling dat dit gedurende een periode rendeert, maar daarbij wordt weinig rekening gehouden met fluctuaties.

Ik geef drie voorbeelden. Eerste voorbeeld: indien een landbouwer sterft en het bedrijf komt in handen van de erfgenamen die niet noodzakelijk het jaar nadien of die bij de overname niet meteen voldoen aan de voorwaarden voor vakbekwaamheid, wordt de VLIF-steun dan teruggevorderd?

Een tweede voorbeeld: een landbouwechtpaar besluit een aantal investeringen te doen. Het gaat over investeringen die niet op lange termijn worden afgeschreven maar op korte termijn, met als gevolg dat het netto-inkomen van 24.000 euro niet wordt gehaald. Wat gebeurt er dan?

Een derde voorbeeld: een landbouwer besluit om in het kader van die korte keten te kiezen voor het zelf afzetten van het product maar moet daarvoor om praktische redenen hulp inschakelen van andere ondernemers. Dit is een uit het leven gegrepen voorbeeld van bedrijven die een deel van hun productie verkopen, in dit voorbeeld een appelkweker aan een beschutte werkplaats. Die beschutte werkplaats maakt daar, samen met producten van andere gelijkaardige bedrijven, appelsap van dat opnieuw wordt afgeleverd aan het originele bedrijf met een etiket dat op dat bedrijf slaat, en dat wordt verkocht. Dat gebeurt ook voor vleesproducten. In deze gevallen koopt de betrokken landbouwer zijn eigen producten opnieuw in, wat niet meer wordt beschouwd als een landbouwinkomen maar als een inkomen uit handel. Wanneer de netto-beroepsinkomsten het bedrag van 12.000 euro overschrijden omdat de winkel dus goed draait, verliest de ondernemende landbouwer zijn VLIF-steun.

Minister, dit zijn drie voorbeelden van ongewenste neveneffecten van de voorwaarden. Zoals de voorzitter in de vorige vraag suggereerde, kan het niet de bedoeling zijn om met de ene maatregel de andere te ontmoedigen, integendeel, zij moeten elkaar versterken.

Het eerste voorbeeld is een weinig menselijk voorbeeld, het tweede is een voorbeeld van gedurfd ondernemerschap dat eigenlijk wordt afgestraft, het derde is een voorbeeld van vernieuwende bedrijfsvoering die niet meer wordt gesteund.

Minister, hoe verklaart u dat er op de site van het departement nog niets of weinig informatie terug te vinden is in verband met bijvoorbeeld de waarborgregeling of de kleine ondernemingen in ontwikkeling?

Hoe kan een bedrijfsleider concreet toekomstgericht denken wanneer hij, zonder dat er duidelijkheid is over timing en voorwaarden, mogelijks steun kan krijgen bijvoorbeeld voor innovaties?

Klopt mijn redenering dat in de drie geschetste voorbeelden de VLIF-steun kan worden teruggevorderd? Zo ja, acht u dit wenselijk?

Is er bij de beoordeling van het toekennen of terugvorderen van de VLIF-steun een redelijke marge om dergelijke ongewenste afvallers opnieuw op te vissen?

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik wil zelf een aanvullende vraag stellen bij de eerste situatie die de heer Caron heeft geschetst. Er is een instantie die me heeft gevraagd om die problematiek onder uw aandacht te brengen.

Wij worden op dit moment spijtig genoeg geconfronteerd met een aantal bedrijven die in extreme noodsituaties zitten. Sommige van die bedrijven kunnen niet meer aan hun verplichtingen voldoen en moeten om die reden hun VLIF-steun terugbetalen. Begrijpelijkerwijze willen die bedrijven in die noodsituaties een beroep doen op juridische bijstand. Maar aangezien ze over eigendom beschikken, weliswaar belast met een hypotheek, kunnen ze geen beroep doen op een pro deo advocaat. Een gewone advocaat kunnen ze spijtig genoeg niet meer betalen. Ik weet dat dit uitzonderlijk en extreem is en dat we dit zeker niet moeten veralgemenen, maar het gaat hier over een heel concreet voorbeeld. Men vroeg me om die probleemsituatie even onder uw aandacht te brengen zodat u kunt nagaan hoe er in dit extreme noodsituaties voor gezorgd kan worden dat die mensen gratis juridische bijstand krijgen.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Caron, we hebben tot eind december moeten wachten op groen licht van de Europese Commissie voor het derde Programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling (PDPO III). Het is logisch dat wij dat groene licht moesten afwachten voor we dat programma konden vertalen in regelgeving. We zijn daar nu mee bezig. Dat betekent niet dat we intussen hebben stilgezeten. We hebben heel wat informatienamiddagen georganiseerd, bijvoorbeeld op Agriflanders. Ook op heel wat andere terreinen is daarover al veel gecommuniceerd. Hetzelfde geldt voor de maatregel ‘projectsteun voor innovaties in de landbouw’ en ‘steun voor niet-productieve investeringen’.

Wat de projectsteun voor innovaties in de landbouw betreft, is het de bedoeling om landbouwers de kans te geven subsidie te ontvangen voor iets heel vernieuwends. Het is niet altijd evident om dat allemaal in lijsten op te nemen, veel hangt af van evoluties en van de input van de landbouwsector zelf. Maar wanneer een investering gekend is en er een bewijs is dat die bijdraagt aan de verduurzaming van de landbouwsector, dan is die investering terug te vinden in de reguliere lijst voor investeringssteun.

Dit zal sowieso mee worden ondersteund. De maatregel voor specifieke innovaties staat inderdaad nog in de kinderschoenen, maar wij hebben ervoor gekozen om dat ook te ondersteunen. Ook daarvoor moesten wij de toelating hebben van de Europese Commissie.

In verband met de VLIF-steun zegt u terecht: voor wat, hoort wat. Het is een verhaal van rechten en plichten. Als je van de overheid een subsidie krijgt, staan daar ook wel wat verplichtingen tegenover. Wij proberen daarin flexibel te zijn, en ons aan te passen aan vragen die in de sector leven. We veranderen niet à la tête du client, maar regelgeving passen wij wel aan. Zo is de termijn bij opeenvolgende wijzigingen steeds korter geworden, van vijftien jaar vroeger tot zeven jaar nu.

Het is belangrijk als iemand zich gedurende een zekere termijn verbindt tot het naleven van voorwaarden, dat die worden nagekomen. Ook de Europese Commissie financiert dat en vraagt dat dat wordt gecontroleerd. Een percentage van alle dossiers moet op de voorwaarden van de Commissie worden gecontroleerd en daarnaast moet minimaal 1 procent opvolgingscontroles gebeuren. Deze controles moeten nagaan of de landbouwer zich gedurende de vijf of zeven jaar houdt aan de voorwaarden. Als er onregelmatigheden zijn, kunnen wij worden gesanctioneerd door de Commissie.

U geeft enkele voorbeelden. Wanneer iemand eenmalig niet aan de voorwaarden kan voldoen door een tegenslag of onvoorziene omstandigheden, zal dat nooit direct aanleiding geven tot het stopzetten of volledig terugvorderen van de steun. We zijn daar ook pragmatisch in. Bij herhaaldelijke inbreuken op de voorwaarden wordt de steun ook nooit volledig, maar slechts proportioneel teruggevorderd, namelijk voor de periode dat de voorwaarden niet gerespecteerd werden. De meeste voorwaarden moeten ook niet onmiddellijk bij de aanvraag vervuld zijn, de landbouwer krijgt daar tijd voor. Overlijden wordt binnen de huidige VLIF-regelgeving beschouwd als een geval van overmacht. De steun wordt niet teruggevorderd op voorwaarde dat de gesubsidieerde goederen niet vervreemd worden.

Voor de economisch geïnspireerde investeringen is er geen verband tussen een investering uitvoeren en een lager inkomen, integendeel. Ook voor die voorwaarde geldt dat de landbouwers voldoende tijd krijgen om aan te tonen dat zij een minimaal inkomen halen uit hun landbouwactiviteiten. De inkomensvoorwaarde was in het verleden al enkele malen het voorwerp van vragen en antwoorden. Ze is minimalistisch geformuleerd en is onlosmakelijk verbonden met de eerste voorwaarde, namelijk landbouwer zijn. Landbouwers die aan verbreding willen doen, zoals u als voorbeeld geeft met fruitsappen van eigen fruit of hoevevlees van eigen dieren, kunnen hun fruit laten persen en hun dieren laten slachten, zonder problemen te krijgen met de VLIF-regelgeving. Zij blijven eigenaar en betalen voor de geleverde diensten. Er worden niet eerst levende varkens verkocht en geslachte teruggekocht.

De beoordeling van de VLIF-steun gebeurt op basis van het regelgevend kader. Dat wordt opgevolgd en moet volgens een Europees stramien gebeuren. Binnen al die beperkingen proberen onze diensten toch oog te hebben voor specifieke situaties, dat is zeker zo. Daarom staan in de provincies VLIF-medewerkers ter beschikking, die aanspreekbaar zijn en mensen op maat kunnen helpen.

Mijnheer De Meyer, ik neem uw vraag naar de pro-deosteun mee. Een beroep kunnen doen op pro-deoadvocaten is iets dat door de federale overheid is geregeld, op basis van de inkomsten en het statuut waarin iemand zich bevindt. Ik bekijk het. We moeten eens opnemen met de federale minister van Justitie of daar een mouw aan kan worden gepast. Ik kan er op dit ogenblik geen antwoord op geven, maar het is wel een terechte vraag.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Minister, ik dank u voor uw antwoord, het is geruststellend dat de pragmatiek ook wordt gehanteerd in de regelgeving. Niet alle mogelijke uitzonderingen kunnen daarin worden opgenomen. Ik verwijs naar mijn voorbeeld over de grens aan het netto-inkomen van 12.000 euro voor een hoevewinkel, gerelateerd aan het eventueel terugvorderen van VLIF-steun, bijvoorbeeld bij een fruitteler. Klopt dat? Die inkoop en uitkoop van eigen goederen is in die zin bezwarend. Stel ik dat beter als een schriftelijke vraag? Of kunt u het antwoord nog bezorgen? Het is een technische vraag.

Het hangt af van de situatie, mijnheer Caron. Als een fruitteler het fruit door een ander laat persen, betaalt hij die factuur, maar het fruit blijft wel zijn eigendom. Over die interpretatie leeft discussie op het terrein. U kunt het voorbeeld overmaken, dan laten we de diensten daar eens naar kijken.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

De heer Caron stelt een terechte vraag, ik wil het een beetje opentrekken. Een hoeveslagerij is bijvoorbeeld een activiteit naast de landbouw, het wordt niet als een landbouwactiviteit beschouwd. Als de grens van 12.000 euro wordt overschreden, ontstaat hetzelfde probleem, zij het bij bestaande, zij het bij nieuwe VLIF-dossiers, die al dan niet zouden kunnen worden ingediend voor het landbouwluik van het bedrijf. In de praktijk moet men een aparte vennootschap opzetten waarin de hoeveslagerij wordt ondergebracht. De landbouwer moet zich richten tot de hoeve.

Eigenlijk is dat echter enigszins in tegenspraak met wat we willen bereiken, namelijk die verbreding van de landbouw, die korte keten ook. Het zou misschien een oplossing zijn om die specifieke gevallen ook als landbouwinkomen te gaan beschouwen, aangezien ze rechtstreeks gerelateerd zijn aan het bedrijf.

De voorzitter

Laten we het volgende afspreken: mocht er aanvullende informatie zijn, dan zal die via mevrouw De Clercq aan de commissiesecretaris en aan ons allen worden bezorgd.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.