U bent hier

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, minister, goede collega’s, deze vragen sluiten inhoudelijk eigenlijk goed op elkaar aan. Minister, ik ga beginnen met een citaat uit een interview dat de minister-president in de periode van de jaarwisseling met de krant De Standaard had. Op de vraag waar Vlaanderen dan met betuttelen stopt, zei Geert Bourgeois: “De administratieve lasten voor leerkrachten en directies gaan drastisch omlaag, de studie die de lasten in kaart brengt, ligt klaar. Hetzelfde geldt voor de lokale besturen. Het is gedaan met het opleggen van allerlei minutieuze regels door de Vlaamse administratie. We gaan vertrouwen geven. Gedaan met administraties als Bloso, dat allerhande voorschriften eist in ruil voor een sportsubsidie en die achteraf ook nog lijn per lijn gaat verifiëren. Ik denk niet dat er dan geen lokaal sportbeleid meer zal overschieten. Die lokale bestuurders zijn tenslotte allemaal lokaal verkozen. We gaan ons op onze kerntaken richten. Door in de planlast te schrappen hebben we ook minder ambtenaren nodig om al die detailregels te controleren.”

‘Walk your talk.’ Dit is eigenlijk een heel mooi uitgangspunt, een heel mooi principe. Ik spreek nu met 27 jaar ervaring in de gemeenteraad, in alle functies, en ik ben nu bezig aan mijn 20e jaar in het Vlaams Parlement. We zijn inderdaad bezig met het in de praktijk brengen van subsidiariteit. Stapje voor stapje geven we lokale besturen meer autonomie. Dat is echter een alledaags gevecht. Ik spreek nu vanuit mijn ervaring in het gemeentehuis. Een aantal Vlaamse ambtenaren zijn daarin mee. Als het goed is, dan moeten we het ook zeggen. Echter, voor een aantal blijft de Vlaamse administratie als de neenadministratie toch een soort natuurlijke roeping: zij zullen het wel zeggen als het verkeerd is. Een aantal ambtenaren helpen ondertussen, ondersteunen, geven advies, zijn ook bereid tot overleg vooraf, maar een aantal zijn daar nog niet van genezen.

Het is natuurlijk niet alleen Binnenlands Bestuur dat die stap moet zetten naar meer subsidiariteit, want dan wordt dat niets. Ook en vooral voor de andere Vlaamse administraties is dat een kerntaak, een absolute, essentiële opdracht. Zij moeten mee evolueren. Dat geldt voor alles wat te maken heeft met het vergunningenbeleid. Dat geldt ook voor AWV en zovele andere administraties. Minister, zoals de Amerikanen zeggen: ‘never waste a good crisis’. Door de budgettaire nood waarmee u en ook de andere overheden kampen, niet alleen in dit land, maar ook in heel Europa en bij uitbreiding zelfs in de hele wereld, hebt u nu de kans om besparingen door te voeren en te focussen op uw echte kerntaken.

Het verweer van AWV was duidelijk. Ik vind het soms een beetje minnetjes. Eergisteren stond in De Standaard te lezen: “Minder bordjes om door de bomen het bos te zien”. Ilse Luypaerts doet dat uiteraard in opdracht van haar hiërarchie. Er wordt daar dan een foto bij gezet vol met allerhande signalisatieborden, om mensen er eigenlijk van te overtuigen hoe goed, hoe zinvol men bezig is door daarvan nu werk te maken.

Ten eerste meen ik dat je gaandeweg in Vlaanderen nog weinig gemeenten vindt waar zulke oerwouden staan. En, ten tweede, waarom staan die daar? Dat is dan de universiteit van het leven. Ze staan daar heel vaak om bedrijven te wijzen op industrieterreinen waar er geen straatnamen zijn, waar men werkt met een nummering van zones. Uiteraard is er een verschil tussen het medialand en het mensenland, en een journalist weet dat niet. Je krijgt dat dus als beeld. Het is heel gemakkelijk om de overdrijving te gebruiken om een punt te maken ten overstaan van mensen die sectoren niet kennen vanuit de praktijk. In de realiteit blijft dan alleen de overdrijving over, maar maak je je punt níét.

De spreuk van Bond zonder Naam is ondertussen alom bekend, in heel Vlaanderen: verander de wereld en begin bij jezelf. Minister, u weet dat ik bij de bespreking van de beleidsnota heb gezegd dat u moet beginnen met het uniform maken van het 70 kilometerregime op de gewestwegen. U verwijst er ondertussen bestendig naar. Collega’s, dan verdwijnt meteen twee derde van alle verkeersborden langs onze gewestwegen. En die zijn de verantwoordelijkheid van AWV.

Uiteraard zijn we allemaal maar mensen: we zoeken de splinters in andermans ogen, maar zien de balk in onze eigen ogen niet. Ik wil u vragen daar nu werk van te maken. U hebt dat aangekondigd. Ik vind dat ook goed. U hebt dat eigenlijk overgenomen. U laat geen kans onbenut om daarnaar te verwijzen. De heer de Kort van CD&V is namens de meerderheid bezig om dat, samen met een aantal collega’s, om te zetten in een voorstel van decreet. U zult daarover straks het woord voeren. Dat zou de grote stap voorwaarts kunnen zijn in het weghalen van het oerwoud aan signalisatieborden langs gewestwegen. Dan zijn we meteen twee derde van de borden kwijt.

We hebben nu vijf zulke brieven gekregen in de gemeente en ook vijf bij de betrokken overtreders. En dat in tijden dat een Vlaamse overheid moet besparen, dat elke minister vanuit zijn eigen verantwoordelijkheden, zijn eigen departement bestendig zegt te moeten focussen op de kerntaken. Dat is nu gebeurd in heel Vlaanderen, in 308 steden en gemeenten. Hoeveel manuren en voertuiguren zijn er eigenlijk gebruikt om dat werk te doen? Het toppunt is dat een aantal van die bordjes destijds door AWV zelf zijn geplaatst. Dan gaat het niet over commerciële zaken, maar bijvoorbeeld over de signalisatie van een bivakhuis of een of andere toeristische voorziening.  Daarover gaat dat.

Heel wat collega’s hier zijn lokaal actief. Je moet eens vragen aan AWV om op een gewestweg bijvoorbeeld een signalisatiebord te zetten voor een begraafplaats. Mensen vinden dat heel belangrijk. Je vindt dat overigens ook niet op je gps. Of je moet eens vragen om een signalisatiebord voor het gemeentehuis of een rusthuis te plaatsen. Ik wil hier niet de commerce bepleiten. Ik praat over openbare voorzieningen die functioneren voor het algemeen nut. Op die vraag krijg je altijd ‘neen’ als antwoord, met een uitleg van hier tot in Tokio waarom dat niet kan.

Minister, daar moet dus iets aan gebeuren. U kunt zich afvragen of ik niet overdrijf. Maar eigenlijk houd ik mij in, want ik vind dat het soms in de buurt van getreiter komt. Te vaak kom ik tegen dat in- en uitritten vanuit particuliere woningen of bedrijven die al twintig jaar bestaan, plots een proces-verbaal krijgen van AWV omdat de mensen van AWV dat plots hebben ontdekt, terwijl niemand zich nog kan herinneren dat het ooit anders was. Daarmee is men dus bezig. Er is dan blijkbaar toch wel wat personeelscapaciteit op overschot om bezig te zijn met de kerntaken en ervoor te zorgen dat een aantal werken die al lang lopen, in uitvoering geraken.

Mijn voorstel is eigenlijk om snelheidsborden en dingen die echt met de verkeersreglementering te maken hebben, zoals snelheidsborden van 70 kilometer per uur, maar ook voorrangs- en andere borden, bij AWV te laten en om het hele verhaal van de signalisatie die daarbuiten valt, de verantwoordelijkheid te laten zijn van de lokale besturen. Zij kennen de plaatselijke situatie het best. En neem van mij aan: lokale bestuurders overdrijven niet, daarvoor staan zij te dicht bij de mensen. Ze krijgen het meteen terug als ze het laten escaleren, er een oerwoud van maken of als het iets heel onpraktisch wordt. Wat dat betreft, is de controle het scherpst op het lokale niveau, omdat een gemeentelijke bestuurder daar te midden van zijn kiezers woont en daar dan ook meteen op wordt aangesproken.

Minister, wat vindt u van mijn voorstel om de lokale besturen de bevoegdheid te verlenen tot het plaatsen van signalisatieborden die niets te maken hebben met de verkeersreglementen, zoals snelheid, voorrangsregels, enzovoort, langs de gewestwegen, zodat ze zelf kunnen bepalen welke openbare diensten, lokale bedrijven of toeristische attracties worden aangekondigd langs de gewestweg die in de gemeente of stad passeert?

Hoe ver staat het met de uitvoering van de aangekondigde maatregel om te komen tot een regime van 70 kilometer per uur op de gewestwegen? Vanuit de meerderheid werken we daaraan, maar gebeurt er ook iets vanuit het kabinet? U mag dat beschouwen als een vraag van ondergeschikte orde.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Mijnheer Keulen, ik dank u voor uw gepassioneerd betoog. Ik wil gewoon even wijzen op een folder die AWV niet zo lang geleden heeft verspreid en die eigenlijk wel vrij duidelijk is wat onze fractie betreft. In die folder staat letterlijk: “Voortaan is de wegbeheerder verantwoordelijk voor de plaatsing en het beheer van borden op het openbaar domein, niet langer burgers of bedrijven. De eerder verstrekte vergunningen inzake beheer van bewegwijzering worden overgedragen naar het AWV.”

Daarin staan ook een heel aantal duidelijke criteria over de manier waarop bijvoorbeeld toeristische voorzieningen mogen worden bewegwijzerd. Vanaf 300.000 bezoekers per jaar kan dat vanop de autosnelweg, vanaf 75.000 bezoekers per jaar kan het met een aanduiding vanaf het einde van de afrit. “Aanvragen voor bewegwijzering gebeuren uitsluitend via de gemeente. De beslissing ligt bij het AWV”, zo staat er.

Het nastreven van een grote uniformiteit in het kader van een verhoging van de leesbaarheid van de weg vinden wij uiteraard een nobel streven. Dat men het beheer en het onderhoud van die wegwijzers in één hand wil leggen, is ook een goed uitgangspunt wat onze fractie betreft. De vraag van de heer Keulen is niettemin terecht: moet AWV in dezen de eindverantwoordelijkheid dragen? In hoeverre is het lokaal bestuur misschien beter geplaatst om binnen een duidelijk kader, dat dan bijvoorbeeld door AWV wordt opgesteld, bepaalde afwegingen te maken? Ook wij kijken uit naar het antwoord van de minister.

De tweede vraag die de heer Keulen heeft gesteld, is voor ons een andere vraag. Dat is een discussie over de uniformisering en vereenvoudiging van die snelheidsaanduidingen. We hebben daarover al gesproken in deze commissie. Ik denk dat we het debat binnen deze commissie absoluut moeten voeren. Bij de bespreking van de beleidsnota heeft de minister al aangegeven voorstander te zijn van zo’n eenvoudiger en eenduidiger snelheidsbeleid.

Volgens die beleidsnota zal er dus werk worden gemaakt van zo’n richtlijnenkader als leidraad voor de wegbeheerders. We vinden het daarbij heel belangrijk dat de lokale besturen betrokken zijn en dat in de afweging rekening wordt gehouden met de kostprijs en de praktische uitvoerbaarheid van de beleidskeuzes. Wij hebben wel enig voorbehoud bij het voorstel van de heer Keulen om overal uniform een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur op gewestwegen in te voeren. De eerste prioriteit is dat we gaan naar een betere afstemming tussen de inrichting van de weg en de maximumsnelheid, eerder dan de snelheid te linken louter aan de categorie van de weg. Dat is een nuanceverschil, maar niettemin een belangrijk verschil.

Het voorstel heeft in die mate een maatschappelijk belang dat we ervoor moeten zorgen dat we genoeg draagkracht hebben om het in te voeren. Wij dringen erop aan om er in deze commissie hoorzittingen over te organiseren. Zo kunnen we alle experts horen en ervoor zorgen dat we naar een gedragen voorstel kunnen gaan wat betreft de snelheidsbeperkingen, zeker als ze gelinkt worden aan de manier waarop de weg wordt ingericht.

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

De heer Dirk de Kort (CD&V)

Voorzitter, minister, het is goed dat deze vraag werd ingediend. Hij sluit aan bij de gedachtewisseling die wij hierover al hebben gehad bij de bespreking van de beleidsnota. Minister, er zitten kansen in het voorstel van de Vlaamse Regering om verder werk te maken van de oprichting en samenstelling van een werkgroep voor decentralisatie, waar zeker en vast verder kan worden bekeken hoe in de toekomst bepaalde zaken in het kader van de mobiliteit al dan niet kunnen worden toevertrouwd aan lokale besturen.

Minister, misschien kunt u de aanleiding verduidelijken die heeft geleid tot het initiatief van AWV. We hebben wel de folder van AWV, maar de indruk bestaat toch bij de lokale besturen dat men daar van heel wat zaken in verband met aanhorigheid van de weg, bijvoorbeeld verlichting, af wil. Als een lokaal bestuur nu een aanpassing van de openbare verlichting vraagt, dan krijgt het gemakkelijk het antwoord: “U mag dat wel vernieuwen, maar dan moet u in de toekomst zelf de kosten voor het onderhoud van de openbare verlichting dragen.” Wij begrijpen dus niet waarom nu die insteek wordt genomen.

Het aanvoelen van de prioriteitsstelling is enigszins anders. Men verwacht bij de lokale besturen vooral dat men vanuit AWV werk maakt van de verkeerslichten op de gewestwegen, dat die nu eens op een goede manier op elkaar worden afgestemd.

Collega’s, ik denk ten slotte dat het goed is dat we van de bevoegdheid die ons de mogelijkheid biedt om initiatieven te nemen in verband met de snelheid gebruik maken om de leesbaarheid van de weg te verhogen en ook om het aantal borden op die wegen, en dan niet alleen de gewestwegen, te verminderen. Het is goed dat we namens de meerderheid hierover binnenkort een voorstel indienen en dat we daarover met een aantal experts van gedachten kunnen wisselen.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik schets eerst het reglementair-decretaal kader van een en ander. Enerzijds is er het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van verkeerstekens. Dat wijst de kosten en de plaatsing van verkeerstekens toe aan de wegbeheerder. Sindsdien betaalt AWV alle kosten voor de bewegwijzering langs gewestwegen, behalve voor de aanduiding van auto-, fiets-, wandel- of ruiterroutes, die nog wel worden vergund maar waarvoor geen retributie meer geldt.

Voor het decreet van 16 mei 2008 werden vergunningen verleend, al dan niet tegen retributie, en konden lokale besturen zelf verkeersborden langs gewestwegen plaatsen. Nu hoor ik hier een duidelijk pleidooi om daarvan terug te komen. De borden die in het verleden werden geplaatst, waren inderdaad niet altijd conform de voorschriften en ook AWV heeft op dat vlak fouten gemaakt, dus ook niet conform de voorschriften geplaatst, of deze voorschriften alleszins niet consequent toegepast in heel Vlaanderen. Het dienstorder van begin december 2014 van AWV waarvan sprake ging over informatie en bewegwijzering op autosnelwegen en gewestwegen. Het heeft tot doel om de bewegwijzering langs autosnelwegen en gewestwegen conform die wettelijke voorschriften te doen en op een uniforme manier in heel Vlaanderen.

Dat dienstorder is niet nieuw. Er is een gelijkaardig dienstorder uitgevaardigd in 2012. Het verschil is dat het dienstorder uit 2012 stelt dat niet-conforme doch vergunde verkeersborden mogen blijven staan, terwijl het recente dienstorder expliciet stelt dat alle niet-conforme borden moeten worden verwijderd tegen 30 juni 2015.

Voor alle duidelijkheid, ik sta achter het principe dat bewegwijzering in Vlaanderen, maar dat geldt, denk ik, voor iedereen, langs gewest- en autosnelwegen conform de wettelijke voorschriften en op een uniforme manier gebeurt. Ik ben bereid om de 'talk' van de minister-president te ‘walken’ en om de lokale besturen de bevoegdheid te verlenen om verkeersborden te plaatsen langs gewestwegen. Dat sluit aan bij het streven van de Vlaamse Regering om tegen 31 maart van dit jaar duidelijk te bepalen op welke terreinen de autonomie van de lokale besturen verhoogd kan worden. We kunnen de vraag stellen of het de taak is van de Vlaamse overheid om langs gewest- en autosnelwegen borden te plaatsen die enkel een lokaal belang hebben.

In dat opzicht geef ik een paar aandachtspunten mee. Een, dat het wettelijk kader voor iedereen hetzelfde is en dat we de ambitie inzake uniformiteit benadrukken. Twee, dat we de ambitie hebben om het aantal borden te beperken, net zoals dat ook de drive is om van de 90-regel naar de 70-regel te gaan, omdat vooral de 90-regel dé regel is. Maar 5000 kilometer is vandaag uitzondering, en maar 2000 kilometer is regel, zodat we het aantal verkeersborden kunnen beperken. Ik ben niet altijd even overtuigd dat de gemeenten alle vragen zullen kunnen weerstaan om bepaalde handelszaken en dergelijke te gaan bewegwijzeren. Dit even terzijde, het doet er eigenlijk niet toe. Drie, nu staat het Vlaamse Gewest in voor de kosten en de plaatsing van de verkeersborden. Als de lokale besturen daarvoor bevoegd zouden worden, zoals gevraagd, lijkt het de logica zelf dat zij die kosten dragen.

Een en ander vergt wel een decretale wijziging van het decreet van 16 mei 2008. Dat wijst de kosten en de plaatsing nu expliciet toe aan de wegbeheerder. Misschien kunnen we van de gelegenheid gebruikmaken om de verplichte invoer van de verkeersborden, de verplichte update van de verkeersbordendatabank, daaraan te koppelen, maar dat is nu van minder relevantie.

Dan is er de vraag om de maximumsnelheid op alle wegen naar 70 kilometer per uur te brengen. In de discussie rond de beleidsnota heb ik al aangegeven dat ik voorstander ben om van 70 kilometer per uur de nieuwe norm te maken buiten de bebouwde kom. Om het snelheidsregime aan te passen, moeten we natuurlijk in eerste instantie artikel 11 van de Wegcode met betrekking tot de snelheidsbeperking aanpassen. Ik tracht om de eerstkomende maanden met een gedragen voorstel te komen waarover een akkoord kan bestaan met alle betrokken partijen en waarna het – het is geen fetisj – wat mij betreft in een besluit van de Vlaamse Regering kan worden gegoten. Daar komen we straks nog op terug. Uiteindelijk is het parlement de baas. Er is ook overleg gepland met de VVSG wat dat betreft.

Het zal wel degelijk gaan om een voorstel van 70 kilometer per uur buiten de bebouwde kom in zijn geheel en niet alleen op de gewestwegen. Twee systemen naast elkaar laten bestaan zou een beetje gek zijn. Wegen met 70 kilometer per uur en wegen met 90 kilometer per uur is te gek. U vraagt trouwens allemaal naar uniformiteit. De maximumsnelheid van 90 kilometer per uur kan niet worden gehandhaafd voor wegen van ‘lagere orde’.

Een besluit of een decreet: dat is een legistieke kwestie. In het verleden werd de Wegcode altijd aangepast bij besluit en niet bij decreet. Dat heeft te maken met flexibiliteit. De Wegcode moet bij herhaling en snel kunnen worden aangepast; een decreet moet een langer proces doorlopen en biedt minder mogelijkheid tot flexibiliteit. In geval van een besluit kan men misschien meer relevante actoren betrekken, maar het parlement is de baas. Ik reik u maar enkele elementen aan.

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Dat is de daad bij het woord voegen, minister. Als men spreekt over denken, durven en doen, moet men ook durven. Men moet niet per se tegen een administratie zijn, men moet samenwerken. Op zeker ogenblik, als mensen hun eigen weg beginnen te gaan, los van de maatschappelijke realiteit, weliswaar gestoeld op wettelijke reglementeringen, dan moet men die tot de orde roepen. Zeker als men beslist om zich op de kerntaken te concentreren en daardoor moet besparen. Het is een provocatie om daar tientallen en tientallen mensen op te zetten om dat te inventariseren, op papier te zetten, naar gemeentebesturen te sturen, op te volgen, en links en rechts maan- en herinneringsbrieven te schrijven.

Het is belangrijk wat u hier hebt verteld, namelijk dat u onder bepaalde voorwaarden bereid bent om de steden en gemeenten zeggenschap te geven over de borden die eigenlijk buiten de verkeersreglementering vallen en binnen de signalisaties. Het gaat om de signalisatie van openbare en andere voorzieningen in de stad en gemeente vanaf de gewestweg.

Volgens sommigen valt het te bezien of alle gemeenten kunnen weerstaan aan de drang om toch niet te overdrijven. De Vlaamse administratie heeft veel goede ambtenaren. Er zijn er echter ook veel die het traject van de subsidiariteit en de versterking van de lokale besturen niet volgen. Ze zijn niet mee.

De lokale besturen staan het dichtst bij de mensen. Dit mag ook wel eens worden gezegd. Er wordt heel snel een karikatuur van de lokale besturen gemaakt. Als we die niet bij de les en in het gareel houden, zullen we nog eens iets meemaken. Dat valt echter allemaal mee. Ik heb ondertussen veel ervaring op beide bestuursniveaus. Het gezond verstand en de bereidheid om binnen redelijke termijnen te helpen, zijn bij de lokale besturen met voorsprong aanwezig. De andere overheden kunnen zich hier soms aan spiegelen. Er zijn uiteraard individuele voorbeelden die het goed doen.

Minister, volgens mij is het belangrijk dat u AWV nu al uw intentie meedeelt. Ze moeten met deze prul stoppen. Ze blijven daarmee bezig. Ze volgen dat traject. Aangezien we op het vlak van het wegenbeheer op dit ogenblik met veel uitdagingen zitten, kan dit niet. Er zijn hier voorbeelden gegeven. We kunnen ze daar niet verder aan laten werken. Als dat gebeurt, zullen we dit hier ter sprake moeten blijven brengen.

Als er decretale aanpassingen moeten gebeuren, moeten we eens nagaan of we dit vanuit het Vlaams Parlement moeten doen of dat dit best in de schoot van de Vlaamse Regering gebeurt. Op dat vlak moeten we pragmatisch zijn.

Mijnheer Parys, wat het snelheidsregime betreft, wil ik duidelijk zijn. Ik heb een uniforme regime van 70 kilometer per uur vermeld om een beeld te scheppen. Als ergens nog een vrijliggend gedeelte van een gewestweg met een middenberm ligt, heb ik er geen probleem mee toe te laten dat daar 90 kilometer per uur wordt gereden. Wat dit betreft, is het gezond verstand me nog niet ontgroeid.

We moeten de beperking tot 70 kilometer per uur als de regel en de beperking tot 90 kilometer per uur als de uitzondering zien. Nu is het omgekeerd en de uitzonderingen zijn ondertussen talrijker dan de regel zelf. Hierdoor is langs de gewestwegen een oerwoud aan 70 kilometerborden. Onmiddellijk na elke weg die op de gewestweg uitmondt, moet weer een 70 kilometerbord worden geplaatst. Veel ongevallen vinden plaats omdat er langs onze gewestwegen zo veel snelheidsborden staan dat de mensen niet meer opletten. Het is eigenlijk een bord over de lengte van de hele weg. Iedereen kan wel voorbeelden uit zijn eigen regio, stad of gemeente geven.

Minister, ik ben u erkentelijk. Met betrekking tot de punten die ik maak, hebt u een openheid van geest. Ik maak die punten op mijn manier. Ik ben ook bereid de goede elementen te vermelden.

Er zijn bij AWV goede elementen te vinden. Die ambtenaren hebben echter een houding die soms sterker dan henzelf is. Dat zit enigszins in alle Vlaamse administraties. Als het om de lokale besturen gaat, gedragen ze zich als schoolmeesters tegenover leerlingen. Dat moet eruit. Het moet een volwassen partnerschap zijn. Als een lokaal bestuur in de fout gaat, moet het op de vingers worden getikt. De lokale besturen mogen echter niet als kinderen worden behandeld. Dat mag de algemene regel of algemene houding niet zijn.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik dank ook de andere sprekers. Ik zie hier een en ander groeien. Als er een Vlaams kader komt, als de beslissingen eventueel op gemeentelijk niveau kunnen worden genomen, als er een responsabilisering komt en voor die borden wordt betaald en als dit eventueel aan een update van de verkeersbordendatabank kan worden gekoppeld, zullen we met betrekking tot de bewegwijzering een stap vooruit zetten.

Wat de snelheidsnormering betreft, lijkt het me ook belangrijk naar een consensus te groeien over een verstandige manier om hiermee om te gaan. We moeten nagaan hoe de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement dit pragmatisch en op de meest flexibele wijze kunnen realiseren. Volgens mij zijn we op de goede weg.

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

De heer Dirk de Kort (CD&V)

Minister, het lijkt me belangrijk dat AWV de juiste prioriteiten stelt. Uit dit debat blijkt dat de lokale besturen aanvoelen dat de aandacht voor de verkeersborden en bewegwijzering niet direct de prioriteit is waar AWV zich mee moet bezighouden.

U hebt het ook gehad over een voorstel van decreet om het snelheidsregime aan te passen. Persoonlijk ben ik voorstander van een voorstel van decreet dat in het Vlaams Parlement wordt ingediend. Ik kan er begrip voor opbrengen dat u als minister veeleer voor een besluit pleit. We moeten echter kijken welke initiatieven we vanuit het Vlaams Parlement kunnen nemen. Daar moeten we dan ten volle voor gaan.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, er wordt wel eens gezegd dat iemand af is van wat hij heeft gezegd. Ik heb destijds vastgesteld hoe de problematiek van de oude verkeersborden is aangepakt. Dat was een echt monnikenwerk. Al die bordjes zijn in kaart gebracht en iedereen is hiervan op de hoogte gesteld. Ik heb me toen drie of vier keer aan mijn stoel moeten vasthouden om er niet af te vallen.

We staan in deze tijden voor veel uitdagingen. Ik vraag me eigenlijk af hoeveel tijd dat heeft gekost. Het heeft natuurlijk niet veel zin meer dat achteraf nog te meten. Dat zou immers nog bijkomende tijd in beslag nemen. Volgens mij is dit een duidelijke les. Als we ons met belangrijke zaken moeten bezighouden, moeten we ons in de toekomst niet meer met dergelijke prullen bezighouden.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Als bevoegd minister moet ik toch op iets wijzen. We gaan er steeds van uit dat de lokale besturen te goeder trouw handelen. Dit geldt ook voor onze ambtenaren en voor de administratie. Zij werken natuurlijk binnen een decretaal kader dat hun bepaalde verplichtingen oplegt.

Als wegbeheerder krijgen ze bepaalde verplichtingen opgelegd. Soms zien ze er nauwgezet op toe dat dat ook decretaal en correct wordt nageleefd. Het is aan ons, beleidsvoerders en parlementsleden, om het decretaal kader te wijzigen. In 2008 is er een wijziging doorgevoerd. Als we daarvan willen terugkomen, ben ik daar graag toe bereid. We hebben de aandachtspunten en de contouren aangegeven, maar in de eerste plaats is het aan ons, politiek verantwoordelijken, om op te treden.

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Minister, u hoort hier wat u hoort. AWV, dat hier trouwens aanwezig is, krijgt vanop alle banken geen gele, maar een rode kaart. De hiërarchie is uiteraard verantwoordelijk. Mensen voeren soms ook maar opdrachten uit.

Minister, ik herinner u aan de uitspraak van minister-president Bourgeois: “Het is gedaan met het opleggen van allerlei minutieuze regels door de Vlaamse administraties. We gaan ons op onze kerntaken richten. Door in de planlast te schrappen, hebben we ook minder ambtenaren nodig om al die detailregels te controleren.”

Als collega’s zeggen dat ze daar lokaal een hoop gezever mee hebben, dan geeft dat aan dat men over de partijgrenzen heen uit de bocht is gegaan. Laat de regels nog zijn wat ze zijn, je kunt altijd prioriteiten stellen op het ogenblik dat u spreekt over focus op kerntaken en proberen met minder mensen meer te doen. Ondertussen probeert u zich in te dekken door naar de pers te stappen. In De Standaard van enkele dagen geleden stond: “Minder bordjes om door de bomen het bos te zien.”

Minister, trop is te veel. Ik ben zelf zes jaar minister geweest. U moet uw ambtenaren verdedigen en dat siert u, maar als het erover is, dan is trop te veel. We kennen allemaal de uitdrukking van wijlen Paul Van den Boeynants. Minister, als u vanuit uw kabinet aan AWV het signaal geeft om ermee te stoppen, ook met de verdere uitvoering en opvolging, dan is het van de baan. Anders moeten we opnieuw interpelleren, en daar winnen we niets mee. We moeten ons focussen op de dingen die belangrijker zijn. Die boodschap moeten we ook aan de Vlaamse administraties geven, waaronder AWV. Daarvoor is er geen draagvlak, ook niet binnen de meerderheid van deze commissie.

De voorzitter

Tijdens de discussie heb ik de suggestie gehoord om eventueel experts te horen over snelheidsregimes. Ik stel voor dat we dat straks bij de regeling der werkzaamheden bekijken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.