U bent hier

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, minister, op 26 september 2014 besloot de Vlaamse Regering de waardevolle historisch permanente poldergraslanden voorlopig te beschermen, dit op basis van een geactualiseerde inventaris van 12.000 hectare, opgesteld door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).

Tijdens de politieke voorbereiding werd de vraag gesteld of er geen bewarende maatregelen – een moratorium bijvoorbeeld – ingesteld moesten worden in afwachting van de definitieve bescherming. Sindsdien werd die vraag in de commissie ook nog eens gesteld door collega Crombez.

De hoop dat de landbouwers geen onomkeerbare dingen zouden doen in de overgangsperiode, blijkt jammer genoeg vergeefs te zijn geweest. Er werden op verschillende plaatsen opnieuw waardevolle graslanden gescheurd. Dat is bijzonder jammer, ook voor de landbouwsector zelf, want als er onvoldoende historisch permanente graslanden overblijven om de instandhoudingsdoelstellingen voor bepaalde soorten te realiseren, zal er aan natuurherstel gedaan moeten worden. Niemand heeft baat bij zo’n dure en ingrijpende werkwijze. Als we die kunnen voorkomen: graag.

Intussen blijven onduidelijkheden bestaan. Ik las een paar antwoorden van u op vragen. Ze spreken elkaar wat tegen of ze hebben minstens een andere teneur. Ze liggen in de tijd heel dicht bij elkaar.

In een antwoord op de vraag van collega Crombez van 7 oktober 2014 zegt u: “Een misverstand dat vaak voorkomt, is dat het niet zo is dat die historisch permanente graslanden nu niet beschermd zouden zijn. In alle gebieden die binnen de vogelrichtlijngebieden of binnen een groene gewestplanbestemming liggen, bestaat er een verbod op scheuren. Voor alles wat niet binnen die twee bestemmingen valt, is er een vergunningsplicht. Daar wordt dus controle op uitgevoerd. Doen uitschijnen dat de regeling vandaag te weinig of geen bescherming biedt, is fout.”

Twee dagen later, op 9 oktober is er het antwoord op een schriftelijke vraag van collega Vanderjeugd. Ik citeer uit uw antwoord: “Alle historisch permanente graslanden en poldergraslanden waarvoor geen verbod op wijziging of geen vergunningsplicht geldt, dus hoofdzakelijk de graslandpercelen in agrarische gebieden, kunnen gescheurd worden.” In dit antwoord zegt u eigenlijk: “Doe maar!” Dit antwoord heeft een heel andere teneur dan het antwoord dat u twee dagen eerder aan de heer Crombez gaf.

Als we proberen om er uit te geraken, kijken we ook even naar de website van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Daar staat het volgende te lezen. Het is eigenlijk de interpretatie die ik er zelf ook altijd aan gegeven heb. Er staat dat het wijzigen van minder kwetsbare vegetaties in gele, groene en geelgroene bestemmingen natuurvergunningsplichtig is. Het microreliëf, laantjes, poelen, depressies, is immers een klein landschapselement dat ook vandaag rechtstreeks is beschermd. Er is vergunningsplicht door het decreet op het natuurbehoud van 1997.

Natuurinspectie zou volgens mijn interpretatie, die ook die van ANB is, dus pv’s moeten opmaken als die elementen vernietigd worden. Graslanden kan men moeilijk scheuren zonder die elementen te vernietigen. Dat kan misschien in een enkel geval, maar dat zal hoogst uitzonderlijk zijn.

We zouden denken dat er inderdaad een vergunningsplicht is en dat dus moet worden opgetreden als men geen vergunning heeft. Blijkbaar treden de inspecteurs niet op. In de wandelgangen vernemen we dat dat komt omdat ze daar geen steun voor krijgen van het kabinet.

Het stilzitten van Natuurinspectie leidt tot de absurde situatie dat waardevolle graslanden, die voorlopig beschermd zijn door deze regering, ook nu nog gescheurd worden.

Minister, is Natuurinspectie sinds de start van het openbaar onderzoek reeds opgetreden bij scheuringen op de percelen die deel uitmaken van het openbaar onderzoek?

Zo neen, zult u de inspectie de opdracht geven dat alsnog te doen?

Zo neen, hoe zult u vermijden dat de voorlopig beschermde waardevolle graslanden toch gescheurd worden? Dat lijkt me toch niet de bedoeling van de beslissing die we een paar maanden geleden samen hebben genomen.

De heer Crombez heeft het woord.

De heer John Crombez (sp·a)

Voorzitter, minister, collega’s, er moet zoiets bestaan als appreciatie voor hardnekkigheid in die zin dat we met 2015 het vijfde jaar zijn ingegaan dat we proberen om over dit onderwerp een antwoord en een actie met impact van u te krijgen. Nu zitten we in de fase dat het openbaar onderzoek rond de kaart van de historische poldergraslanden op 12 december jongstleden is afgerond. Ik had u daar graag een paar vragen over gesteld.

Toen ik de vraag indiende, dacht ik dat de polarisatie een beetje verdwenen was. Gisteren heeft Open Vld zijn akkoord om de poldergraslanden te beschermen ingetrokken, dat hebt u misschien gehoord. Eigenlijk is de polarisatie er nog steeds. En uit de punten die de heer Vandaele terecht aanhaalde, blijkt bovendien dat vijf jaar lang uw antwoorden verschillende richtingen uit zijn gegaan. Het gevolg is dat de poldergraslanden gescheurd worden.

Mevrouw Peeters van Open Vld zei daarstraks: “We zijn loyaal, ook als het natuur betreft”. Dat is dus gedaan. Gisteren hebben ze de loyauteit in dit dossier opgezegd. Het is nog iets anders dan bossen. Het gaat om permanente graslanden. Dat betekent: eenmaal gescheurd, altijd verloren!

Van de niet-beschermde graslanden is er 20 procent al verloren gegaan. In de tijd dat u minister bent, blijven er aan een tempo van 1 procent extra per jaar verloren gaan. Op dit moment ook nog, daar heeft de heer Vandaele absoluut gelijk in. Ik denk eigenlijk dat de discussies die we hier in het parlement voeren en het feit dat er beslissingen worden genomen zoals in april 2014, allemaal niets uithalen. Het gaat gewoon door. Doordat één van de drie meerderheidspartners zijn steun gisteren heeft ingetrokken, maak ik me geen illusie meer.

Ik denk ook dat we uw antwoorden aan iedereen die deze poldergraslanden belangrijk vindt en weet dat die eenmaal gescheurd, definitief verdwenen zijn, niet meer serieus kunnen nemen. Er zal alleen iets veranderen als u er op het terrein iets aan doet. De heer Vandaele heeft terecht opgemerkt dat uw antwoord op een schriftelijke vraag van mij begin oktober anders is dan het antwoord op een vraag van iemand uit de meerderheid een paar dagen later. U hebt gezegd dat voor een volledige bescherming ongeveer 4 miljoen euro nodig zou zijn. Dat is complete nonsens. Ik wil u vragen of u zeer duidelijk het nieuwe standpunt van Open Vld wilt verwerpen en de meerderheid aan het akkoord wilt houden. Dat moet duidelijk worden. Zo niet, blijft er erfgoed verloren gaan.

Hoeveel bezwaarschriften zijn er uiteindelijk ingestuurd tijdens het verloop van de procedure? Hoe gaat de verificatiecommissie te werk? Is het uiteindelijke advies van de verificatiecommissie openbaar en hoe zal dat raadpleegbaar zijn? Ik stel die vraag omdat mensen zelf willen zien wat het gevolg is van wat u wel doet en niet doet.

In de procedure is normaal voorzien dat percelen kunnen worden geschrapt, maar niet dat er geen percelen kunnen worden bijgevoegd. De zone van de Waleweiden is zeer beperkt aangeduid. De Bourgognepolder is helemaal niet aangeduid. U vraagt zich misschien af waarom dat dossier mij interesseert. Welnu, mijn ouderlijk huis staat midden in de Bourgognepolder. U mag dat gerust weten. En dat is geen persoonlijk feit, want het gaat over heel West-Vlaanderen. Daarstraks is nog gezegd dat nog duidelijk zal worden of die bescherming pro of contra de landbouw is. Dat is niet pro of contra de landbouw, er zijn landbouwers die nu ageren tegen de bescherming en die zeggen dat ze die gronden om de vijf jaar ploegen en herinzaaien. Als ze die graslanden om de vijf jaar ploegen, dan zijn het geen permanente poldergraslanden meer. Ik ben opgegroeid in die polders en natuurlijk gaat het me aan. Ik zou bijna geloven dat u dit doet om mij te pesten omdat ik daar nu al vijf jaar vragen over stel, maar die polder is zelfs niet opgenomen. Is er nog een kans dat percelen bijkomend zullen worden opgenomen?

Hoe ziet u de juridische verankering van de bescherming van deze poldergraslanden? Dat is misschien wel de belangrijkste vraag rekening houdend met de historiek dat alle voorgaande antwoorden niets hebben uitgehaald en dat men aan een tempo van 1 procent per jaar blijft verder scheuren. Niemand gelooft nog dat er bescherming komt. Maar als die er dan zou komen, is er dan een juridische verankering mogelijk? Hoe ziet u die? Kunt u formeel bevestigen dat dit in een beweging met de definitieve goedkeuring van de kaart, en liefst zo snel mogelijk, zal gebeuren?

De heer Sintobin heeft het woord.

Ik heb tijdens mijn interpellatie al een aanzet gegeven voor deze vraag.

Mijnheer Crombez, hoewel ik het eens ben met Open Vld, hebt u gelijk wat Open Vld betreft. Ik vind het dan ook bijzonder spijtig dat de heer Vanderjeugd hier niet is. Misschien is hij verhinderd, of zit hij in een andere commissie of is hij bezig met zijn gemeentebestuur in Staden. Hij klopt zich stoer op de borst op zijn website, maar hij is hier vandaag niet aanwezig om de stelling van Open Vld naar voren te brengen.

Gisteren was er blijkbaar een overlegmoment tussen de West-Vlaamse Open Vld-parlementsleden en een aantal lokale afdelingen in West-Vlaanderen waarop dit dossier werd besproken. Ik zal hier niet het volledige artikel voorlezen dat op de webstek van de heer Vanderjeugd staat, maar hij eindigt als volgt: “Iedereen was het erover eens. De leefbaarheid van een landbouwbedrijf primeert. Onze fractie zal dan ook een duidelijk signaal geven aan de Vlaamse Regering. Tot hier en niet verder.”

Wat hij met ‘tot hier en niet verder’ wil zeggen, weet ik niet. Men kan daar zowat alle kanten mee uit. Het is een beetje als zeggen dat iets op korte termijn zal gebeuren. Het gaat echter om een belangrijk signaal.

Hij schrijft verder: “Op de gevel van het Diksmuidse stadhuis flankeren volgende woorden het wapenschild: landbouw en nijverheid. Aan dit tempo kunnen we ze over x aantal jaren vervangen door natuur en faillissement.” Dat is straffe taal, en ik vind dan ook dat hij het lef moet hebben om dat hier te komen vertellen.

Het is essentieel wat we verstaan onder permanent grasland. Als men de definitie bekijkt in het Natuurdecreet, dan heb ik de indruk dat een aantal bezwaren die nu zijn ingediend, onder andere door landbouwers via landbouworganisaties, inderdaad terecht stellen dat een bepaald perceel niet beantwoordt aan die definitie. Het gaat dan over de halfnatuurlijke vegetatie. Er zijn bezwaren ingediend, en de heer Crombez heeft het zelf toegegeven, die inderdaad roteren qua teelt. Er zijn zelfs bezwaren ingediend waarbij het gaat over bestaande zogenaamd permanente graslanden waar sinds jaar en dag gebouwen op staan. Minister, hoe gaat u om met die bezwaren? Beantwoorden de bezwaren aan de definitie van permanente graslanden?

Collega’s van CD&V en van Open Vld, in de West-Vlaamse provincieraad werd een motie voorgelegd over het dossier betreffende de permanente graslanden die enkel werden goedgekeurd door Groen en de N-VA. Van een alliantie gesproken! En dat gebeurt dossier per dossier. Ik hoop dat de meerderheidspartijen CD&V en Open Vld zich eindelijk eens gaan bezinnen over de houding van de N-VA ten opzichte van de landbouw.

De motie gaat zelfs nog een stapje verder dan wat hier in de Vlaamse Regering is beslist. Hoe zit het nu met de timing in verband met die verificatiecommissie? Volgens een aantal landbouwers is april niet het juiste moment voor een beoordeling. Men moet daar rustig de tijd voor nemen en niet de vlucht vooruit nemen, mijnheer Vandaele. U verweet me daarstraks de vlucht vooruit, maar in uw motie neemt u de vlucht vooruit. (Opmerkingen van de heer Wilfried Vandaele)

Die provincieraadsleden zuigen dat niet uit hun duim, dat gebeurt op uw aansturing, mijnheer Vandaele. De provincieraad van West-Vlaanderen vraagt aan de Vlaamse Regering een snelle beslissing over de definitieve kaart van historisch permanente graslanden zonder dat daarin zones worden uitgesloten en het invoeren van uitgebreide beschermingsmaatregelen bestaande uit een ruim verbod op scheuren. Minister, wat is uw standpunt hierin? Hoe gaat u om met die bezwaren? Bent u bereid om voldoende tijd te nemen? Bent u bereid om daar mensen op af te sturen om ter plaatse te gaan kijken wat de effectieve toestand is van die graslanden? Beide collega’s hebben het hier over permanente graslanden. De heer Vandaele heeft het in zijn tekst over de kleine rietgans. Als ik echter moet kiezen tussen de kleine rietgans en de landbouwer en zijn inkomen en de rechtszekerheid voor zijn bedrijf, dan is mijn keuze snel gemaakt.

Minister, net als de collega’s vraag ik duidelijkheid. Misschien kunnen de parlementsleden van CD&V en Open Vld ook even hun standpunt toelichten.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Mevrouw Lydia Peeters (Open Vld)

Ik dank de heren Crombez en Sintobin om de standpunten van onze partij zo grondig te analyseren. Ik kan inderdaad bevestigen dat gisteren een tweetal collega’s een lokaal initiatief hebben genomen en een aantal mensen hebben ontvangen over de problematiek van de historische graslandpolders, vooral dan omdat daarover duizend bezwaren zijn ingediend. Onze collega’s hebben daar gezegd dat de economische belangen en de leefbaarheid van de landbouwbedrijven hun na aan het hart liggen. Wij hebben dat hier daarnet ook gezegd. Mijnheer Crombez en mijnheer Sintobin, wij zeggen dat niet alleen wanneer op een hoorzitting heel veel landbouwers aanwezig zijn, wij zeggen dat altijd. Hebben wij nu een heel ander standpunt dan het standpunt dat in het verleden is ingenomen over die historische poldergraslanden? Zeggen wij plots dat die massaal gescheurd kunnen worden? Neen, dat hebben wij nergens gezegd, noch onze twee collega’s. Mevrouw De Vroe heeft in het verleden het hele verhaal altijd gesteund. Feit is wel dat er vandaag heel wat bezwaren op tafel liggen die grondig zullen worden geanalyseerd en bekeken. Ik heb er alle vertrouwen in dat de Vlaamse Regering op dat vlak grondig haar werk zal doen.

Mijnheer Sintobin en mijnheer Crombez, wij zijn liberalen. Wij gaan niemand bij het handje houden en zeggen wat hij of zij moet doen of zeggen. Bij andere partijen is dat misschien wel het geval. En ondanks het feit dat wij liberalen zijn, blijven wij loyaal aan de beslissingen die worden genomen.

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Minister, ik sluit me aan bij de vragen. Ik wil ook van de gelegenheid gebruikmaken om een aantal bedenkingen te formuleren.

Ik richt me in eerste instantie tot de collega’s van Open Vld. Dit is een discussie over wat men het absolute eigendomsrecht zou kunnen noemen. Mag men scheuren of niet? Dat is blijkbaar iets waar de eigenaar van de landbouwgrond, eventueel de pachter, absoluut autonoom over zou moeten kunnen beslissen, tegen welke argumenten ook in. Een soort van minimale beschermingsstatus is blijkbaar niet geoorloofd. Iedereen weet toch dat een poldergrasland niet hetzelfde is als een natuurgebied en ook niet dezelfde status heeft. Het brengt ook helemaal niet de leefbaarheid van de betrokken landbouwbedrijven in het gedrang. Ook dat is iets wat tijdens de persconferentie waarvan sprake de hele tijd wordt gezegd, alsof de bescherming van die poldergraslanden hun economische toekomst zou hypothekeren. Er zijn bijvoorbeeld geen strikte bemestingsbeperkingen.

Het betreft hier een verhaal van het Algemeen Boerensyndicaat en Open Vld – ik geef nu een voorbeeld van desinformatie – dat het zou gaan om een economische ramp voor de boeren. Zij moeten om de vijf jaren hun poldergrasland herinzaaien. Daardoor is de smaak van het gras beter, dat komt de koe en de melk ten goede. De biodiversiteit van de huidige poldergraslanden is echter veel groter dan eenzijdig aangelegde moderne hedendaagse weides. Dat verhaal slaat dan ook nergens op. Er zijn ook veel landbouwers in die gebieden die net de kwaliteit van de melkproductie hoog inschatten vanwege die diverse vormen van voeding op die poldergraslanden. Ik denk dat men absoluut moet stoppen met dit soort van desinformatie.

Het is niet de leefbaarheid van de bedrijven die in het gedrang komt maar wel een soort van vrijheidsbeperking die sommige mensen heel moeilijk kunnen verdragen. De vakorganisaties dragen in dat verhaal een grote verantwoordelijkheid. De taal die hier wordt gebruikt, is niet meer van deze tijd. Zo blijft het ook oorlog.

Ik wil verwijzen naar de provincieraad van West-Vlaanderen, naar het merkwaardige initiatief van Groen samen met de N-VA inzake de poldergraslanden, waarmee ik overigens heel blij ben. Het toont aan dat je soms de moed van je overtuiging moet hebben en de moed moet hebben om een moeilijke beslissing te nemen.

Minister, de voorzitter van het ABS stelt dat wat er gebeurt in het openbaar onderzoek, ongeldig is omdat zo’n 20 procent van de boeren die eigenaar of gebruiker zijn van deze percelen poldergrond, niet eens waren geïnformeerd over dit openbaar onderzoek. Er was geen aankondiging in de media en geen openbare bekendmaking. Dat kan niet. Minister, ik kan u een appreciatie geven van die opmerking. Is het wel of niet wettelijk?

Mijn laatste bemerking gaat over de zogezegd 1200 klachten. Ik denk trouwens dat er 1600 bezwaarschriften zijn ingediend. Ik kan u verzekeren dat er meer positieve dan negatieve bezwaarschriften zijn ingediend. Met positief bedoel ik mensen die de bescherming van de poldergraslanden steunen en dat ook uitdrukkelijk in hun bezwaarschrift formuleren. De negatieve zijn een minderheid.

Ten slotte over de waarheid inzake het standpunt van Open Vld: “Van de 12.000 hectare in dit beschermingsplan zijn er al 6000 die een bescherming hebben in een ander statuut. Ik vraag dat die 12.000 hectare poldergraslanden niet worden beschermd”, zegt volksvertegenwoordiger Francesco Vanderjeugd, Open Vld. Waarvan akte. Dat is een droevige opmerking.

De heer Dochy heeft het woord.

Ik heb het genoegen om het dossier van de historisch permanente graslanden al enkele jaren te volgen, al van 1995. Het is jammer dat dit tot vandaag wordt gepolariseerd. Een van de grote problemen in dit dossier is de onduidelijkheid. Men heeft zich indertijd altijd gebaseerd op de biologische waarderingskaart, waar de rechtsgeldigheid op juridisch vlak al enkele keren is onderuitgehaald. Dat was de basis om een beoordeling te maken van de al dan niet aanwezige vegetatie. Heel wat mensen spreken over historisch permanente graslanden zonder echt te weten waarover het gaat. Wanneer het historisch permanent grasland is, is het element reliëfrijk ook heel belangrijk. Niet alle graslanden in de polder worden als historisch permanent beschouwd. Er is ook een verschil tussen de permanente graslanden van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en de historisch permanente graslanden die worden onderzocht.

Ik betreur die polarisering, maar die duidelijkheid wordt gevraagd door de landbouwers ter plaatse. Het openbaar onderzoek dat nu wordt gevoerd, is een belangrijk element om die duidelijkheid te verschaffen. Het feit dat er vandaag meer dan 1200 bezwaarschriften van landbouwers zijn ingediend, geeft ook wel aan hoe belangrijk het was om een openbaar onderzoek te organiseren. Het gaat voor de landbouwers niet om standaardbrieven, het gaat om echte brieven die zijn opgemaakt in functie van de werkelijke toestand ter plaatse.

Mijn bekommernis is in de eerste plaats dat de procedure correct wordt afgehandeld, dat de verificatiecommissie die wordt ingesteld als dusdanig haar werk kan doen. Ik verneem dat in de procedure is opgenomen dat desgevallend een plaatsbezoek kan gebeuren. Dat is zeer aan te raden. Als dat zou gebeuren, is het belangrijk dat de landbouwers daar op voorhand van op de hoogte worden gesteld en de mogelijkheid hebben om aanwezig te zijn.

Als we spreken over bescherming, zijn er verschillende mogelijkheden. Daarom vraag ik om in het kader van de maatregelen die later worden vastgesteld op de percelen beschouwd als historisch permanent grasland, oog te hebben voor het inbedden in een landbouwtechnische exploitatie, en dat die maatregelen in overeenstemming kunnen worden gebracht met de te beschermen natuurwaarden en het inschakelen in een landbouweconomisch productieproces.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Dit dossier is al enkele keren in de commissie besproken. Het is heel jammer dat het serene klimaat dat was teruggekomen, aan het verdwijnen is en dat we in een stellingenoorlog zijn terechtgekomen. Het wordt steeds erger. Dat is niet te wijten aan een of andere partij, ook niet aan een of andere middenveldorganisatie. Ik merk dat iedereen er duchtig aan meedoet en dat het alleen maar erger wordt. Via allerlei communicaties wordt er voortdurend olie op het vuur gegoten. Iedereen heeft boter op het hoofd. We weten allemaal dat hoe dieper we in een stellingenoorlog terechtkomen, hoe moeilijker het zal zijn om tot definitieve beslissingen te komen. Dat kan ik alleen maar betreuren, samen met jullie.

Er zit geen tegenstrijdigheid in de antwoorden die zijn gegeven. Er zijn telkens concrete vragen gesteld over een aantal concrete gevallen. Dit is een complexe regelgeving. Het hangt af van waar het gelegen is, welke zone het is, welke bestemming het is. Afhankelijk daarvan is het nu al wel of niet beschermd. Het hangt af van de bestemming. Is het natuur- of landbouwgebied? Het hangt af van de vraag of het wel of geen speciale beschermingszone is. Al die elementen spelen een rol. Grasland of historisch permanent grasland, dat zijn allemaal andere elementen en andere termen. Het is goed om de zaken goed uit elkaar te houden. Misschien kunnen we een tabel maken met welke soorten grasland er zijn, hoe ze beschermd zijn, welke vergunningen er nodig zijn om wat te doen, en die aan jullie allemaal bezorgen zodat daar geen verwarring meer over bestaat. We zullen zo’n tabel laten opmaken op basis van elementen in het Natuurdecreet en u die bezorgen.

Op het scheuren van historisch permanent grasland dat ook is beschermd, is heel veel toezicht. Dat is een prioriteit in het handhavingsplan van onze diensten. Het ANB heeft als een van de prioriteiten aangegeven dat ze controle uitoefenen op het wijzigen van de beschermde en bijzondere vegetaties, waaronder dus ook de beschermde historische poldergraslanden. Hiervoor is een specifieke actie genomen en dat gebeurt op het terrein.

De ruimtelijk kwetsbare gebieden en de speciale beschermingszones worden gemiddeld viermaal per maand bezocht. Dat is dus een heel gerichte controle. Verder wordt gebruikgemaakt van een methodiek, gebaseerd op het Geografisch Informatiesysteem, waarbij op basis van onder andere de Biologische Waarderingskaart en de teeltplangegevens een nog meer systematische controle wordt gedaan op het scheuren van de historisch permanente poldergraslanden. Deze methodiek werd volop toegepast vanaf 2013. De Natuurinspectie heeft sinds de start van het openbaar onderzoek één proces-verbaal opgesteld voor het scheuren van historisch permanent grasland, gelegen in percelen die deel uitmaken van het openbaar onderzoek en dit op grond van artikel 14 van het Natuurdecreet.

Er werden in het openbaar onderzoek 2409 bezwaren ingediend. Het spreekt voor zich dat we die nog niet allemaal hebben doorgenomen, maar onder andere de heer Caron weet dat er 1600 positieve bezwaren zijn. Het moet zijn dat u een goed zicht hebt op die bezwaren, mijnheer Caron. Blijkbaar hebt u voorkennis van een aantal bezwaren die zijn ingediend.

De verificatiecommissie bestaat uit zeven experts, conform artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorlopige vaststelling van de historisch permanente graslanden. Die commissie moet een huishoudelijk reglement opmaken met daarin de wijze van werken. Er zal ook worden afgesproken of men ter plaatse gaat, en hoe men dat zal doen en of daar vooraf afspraken over worden gemaakt.

De verificatiecommissie wordt wetenschappelijk ondersteund door het INBO. De adviezen van de verificatiecommissie zijn op dit ogenblik nog niet openbaar. Na het afronden van de volledige procedure, wordt alles openbaar en kan het worden geraadpleegd.

Artikel 9bis van het Natuurdecreet sluit niet uit dat bezwaren of opmerkingen kunnen worden ingediend voor percelen die niet zijn opgenomen als historisch permanent grasland. Deze percelen zouden dan echter wel via een nieuwe procedure eventueel aan de kaart kunnen worden toegevoegd. Maar dan moet er opnieuw een openbaar onderzoek worden opgestart.

Het openbaar onderzoek is gebeurd hoe het moet gebeuren, mocht daar onduidelijkheid over zijn. Het is dus niet zo dat bij zo’n openbaar onderzoek iedereen individueel moet worden aangeschreven. In zulke gevallen volstaat een publicatie.

Daarnaast wil ik meegeven dat de Bourgognepolder waarnaar u verwijst, mijnheer Crombez, niet gelegen is binnen de landbouwstreek Polders, maar in de Vlaamse zandstreek. Dat gebied maakt dus geen deel uit van de kaart die in openbaar onderzoek ging. Dat is de beslissing van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering zal conform artikel 9bis van het Natuurdecreet binnen de 210 dagen moeten beslissen en de historisch permanente graslanden definitief vaststellen, en bepalen voor welke graslanden er een verbod op het wijzigen van de vegetatie of een vergunning voor het wijzigen van de vegetatie van toepassing is. Dat is hoe de procedure loopt. Ik betreur de polarisatie die rond dit dossier is ontstaan en dat maakt me bijzonder bezorgd. Ik hoop dat we daarover in de Vlaamse Regering een goede beslissing zullen nemen binnen de 210 dagen.

De heer Vandaele heeft het woord.

Na 25 jaar historisch permanente poldergraslanden krijg je een gigantische bundel die je niet overal mee naartoe kunt sleuren. Minister, u zegt dat u een schema wilt laten maken, maar ik denk dat dat al bestaat. Ergens in mijn bundel zit zo’n schema van wat waar is. Ik blijf natuurlijk bij mijn interpretatie en die van velen, dat er volgens het Natuurdecreet van 1997 hoe dan ook een natuurvergunningsplicht is als men het microreliëf gaat wijzigen.

Mijnheer Sintobin, u zegt dat als u moet kiezen tussen de rietgans en de landbouwer, u dan voor de landbouwer kiest. Wel, dat doe ik ook. Maar het is geen kwestie van kiezen tussen de rietgans en de landbouwer. Het is natuurlijk een en-enverhaal. Ik blijf ervan overtuigd dat om de landbouw in de toekomst alle kansen te geven, het van uitzonderlijk belang is dat we nu bepaalde verplichtingen nakomen op natuurgebied. Dat zal voor iedereen in de toekomst een weldaad zijn en ons de nodige ruimte geven, ook aan de landbouwbedrijven, om verder te blijven bestaan en te ontwikkelen. Dat is hetzelfde verhaal van de IHD en PAS. Ik kies dus niet tussen de rietgans en de landbouwer, die lijken ook helemaal niet op elkaar – de meeste toch niet. Het is een en-enverhaal en dat kan perfect samengaan.

Mijnheer Sintobin, het is de omgekeerde wereld als wij ons met de N-VA moeten verdedigen omdat we verdorie het regeerakkoord volgen. Onze provinciale fractie in West-Vlaanderen keurt een motie goed die eigenlijk zegt dat we het regeerakkoord volgen. Het N-VA moet hier bijna op de schopstoel zitten, we worden in het defensief gedrukt omdat we het regeerakkoord volgen. Sorry, maar dit is te gek voor woorden. Het is van een absurditeit die zelfs mijn begrip te boven gaat. Het regeerakkoord is bijzonder duidelijk.

Het was ten overvloede het regeerakkoord, want de afspraken en beslissingen waren al in de vorige legislatuur gemaakt en genomen. We hebben het nog eens, voor alle zekerheid, in het regeerakkoord opgenomen, hoewel dat niet meer nodig was. Het regeerakkoord zegt: “We beschermen de bijzonder waardevolle historische permanente kustpoldergraslanden op basis van de na het openbaar onderzoek vastgestelde kaart.” Dat is duidelijk. Het zou goed zijn dat mevrouw Van Volcem en de heer Vanderjeugd, die het waarschijnlijk bijzonder druk hebben, in het weekend toch eens een paar uur vrijmaken om dat regeerakkoord eens ten gronde te lezen. Mevrouw Peeters en mevrouw De Vroe hebben dat natuurlijk wel gedaan. Mevrouw De Vroe, u bent in dit dossier altijd bijzonder alert geweest en ik denk dat u dat ook bij de verdere behandeling ervan zult blijven.

De heer Dochy zegt dat er onduidelijkheid is. U volgt het dossier al lang, die duidelijkheid is er stilaan wel. Er is een actualisering van de biologische waarderingskaart, er zijn steekproeven te velde. Men is inderdaad niet overal geweest en men moet dat misschien nog wat verfijnen. Er is een openbaar onderzoek geweest. Alle informatie is stilaan opgelijst. Mijnheer Sintobin, als er absurditeiten zijn, en die zijn er natuurlijk wel, dan kan dit opgelost worden. Ze moeten eruit worden gehaald. Dat is ook de bedoeling van een openbaar onderzoek. Dan kan de regering, zoals de minister het ook zegt, beslissingen nemen over de rechtsgevolgen, wat er met welke percelen moet gebeuren, of er een vergunning nodig is, of er een scheurverbod is.

Minister, wat mij betreft is er geen sprake van opbod of animositeit of weet ik wat. Ik heb met lede ogen aanschouwd dat er inderdaad percelen werden gescheurd. Ik ben daarmee niet naar de pers gegaan. Ik heb daar geen poeha rond gemaakt. Ik heb alleen heel voorzichtig deze vraag op papier gezet voor u. Voor de rest denk ik dat er nu heel snel werk moet worden gemaakt van de evaluatie van het openbaar onderzoek en dat de stappen die we met elkaar hebben afgesproken moeten worden gezet.

De heer Crombez heeft het woord.

De heer John Crombez (sp·a)

Minister, ik begin waar de heer Vandaele eindigt: met het belangrijkste punt. De vorige en de huidige regering zeggen en schrijven dat ze de poldergraslanden gaan beschermen. Ze worden tot op vandaag vernietigd. Net als de heer Vandaele heb ik dat niet naar het publiek gebracht. Ze blijven vernietigd worden. Dat is de enige vaststelling waar het om gaat. Ze zijn niet beschermd. De rest van de discussie is eigenlijk secundair. Er wordt al 25 jaar gepoogd om natuurwaardevolle zaken te beschermen. Men blijft het politiek bevestigen en vastleggen. Dan is het straf dat de minister zegt dat we allemaal vaststellen dat het gepolariseerd wordt en dat het erg is. Mocht ik ergens in een belangengroep of een middenveld zitten die dit belangrijk vindt, ik zou zeggen dat we een minister nodig hebben die dit oplost.

Minister, u bent nu al zo lang bevoegd en de waarheid is dat ze gescheurd blijven worden, ze zijn niet beschermd. Al gaan ze tien keer in plaats van vier keer per maand, één pv. We zouden eens allemaal samen op plaatsbezoek moeten gaan. Misschien moet ik jullie eens allemaal meenemen naar mijn ouderlijk huis. Daar begint het stuk dat niet is opgenomen in de kaart. Maar het verhaal blijft hetzelfde: ofwel vind je het belangrijk en wil je het echt beschermen, ofwel niet. Na 25 jaar moet het maar eens zwart op wit. Vandaag stellen wij vast dat ze niet beschermd zijn. Spreek mij tegen als het niet waar is. Ze worden gescheurd, zoals in elk jaar dat u, minister, er bevoegd voor was.

Minister, zult u in de regering herhalen wat er in het regeerakkoord staat? Het is ‘modern’ in de twee regeringen dat het regeerakkoord plakt zoals op de kaarttafel. De heer Vandaele zegt het ook: het staat glashelder in het regeerakkoord, en blijkbaar was het wel nodig om het nog eens te bevestigen want, mevrouw Peeters, het is tegenwoordig populair in het parlement om te zeggen: “We zijn blij dat jullie zoveel interesse hebben in wat andere partijen zeggen.” Maar natuurlijk, het is potverdikke ons beroep om te zien wat er in de politiek gebeurt. Uw partij heeft in West-Vlaanderen gezegd dat zij aan de regering komt vragen om die 12.000 hectare niet te beschermen. Dat staat op camera, het is letterlijk geciteerd in artikels. Daarnet zei u dat jullie, ondanks het feit dat jullie liberaal zijn, loyaal kunnen zijn. Dat is een fantastische quote. Hij heeft gezegd dat hij naar de regering komt. Zij hebben gezegd dat ze naar de regering komen om, tegen het regeerakkoord in, de bescherming van de kustpolders op te geven – tegen uw voorzitter in, die een brief schrijft naar SOS Kustpolders om te zeggen dat het belangrijk en waardevol is en dat we dat moeten beschermen. Ik kan er niet aan doen dat uw eigen fractie dat zegt. Ik verwijt u dat niet, maar het klopt niet wat u zegt.

Minister, mijn eerste vraag was of u in de regering op uw strepen gaat staan om ten minste geen discussie te hebben over het minimum minimorum, over de belofte die al zo vaak is herhaald: dat ze zullen worden beschermd. Ten tweede heb ik een vraag over de juridische verankering van de bescherming. De heer Vandaele volgt het dossier al langer dan ik, hij zal mij corrigeren. Wij zijn pakweg twintig jaar geleden, los van al die definities, begonnen met meer dan 6000 hectare waardevol natuurgebied van graslanden. We zitten nu onder de 5000 hectare. Sommige gebieden zijn niet opgenomen, dat is waar. Daar moeten we een nieuwe procedure starten. Daar was uw antwoord heel duidelijk, waarvoor dank. 9bis zegt dat een nieuwe procedure nodig is als ze toch moeten worden opgenomen. Als het zover komt, als u weet dat er één pv is, terwijl er veel gescheurd wordt, hoe gaat u dan die bescherming verankeren? Al die flauwiteiten van ze worden veel bezocht en er is maar één pv: dat strookt gewoon niet met de werkelijkheid. Dat kan iedereen die in de polders woont, u bevestigen. Als u wilt dat op een dag die discussie en polarisatie ophouden, dan kunt u dat doen.

Kunt u wat korter zijn, mijnheer Crombez?

De heer John Crombez (sp·a)

Ik moet korter zijn? Is het waar? Hoe komt het?

Mijnheer Crombez, u moet daar niets anders achter zoeken. Ik geef u gewoon een signaal. U moet tot uw punt komen. Er staat een timing op vraagstelling. U hebt zich daar op geen enkele manier aan gehouden. U gaat er heel ruim over. Ik gaf u enkel het signaal dat u tot een afronding moet komen. U moet daar niets meer achter zoeken. Ik doe dat bij de anderen ook. 

De heer John Crombez (sp·a)

Dan moet u dat altijd doen. Er staat overal een timing op.

Ik zal rap voortdoen, voorzitter.

Mijn laatste punt is dat natuur en landbouw niet moeten vechten met elkaar. Het is niet omdat enkele landbouwers dat zeggen, dat het zo is. De collega’s hebben gewezen op een aantal verdedigingselementen vanuit de landbouw die gewoonweg ridicuul zijn. De smaak van het gras zou beter zijn. We kunnen dat moeilijk zelf controleren. (Opmerkingen)

Er zijn blijkbaar collega’s die dat wel gecontroleerd hebben. Het feit dat ze om de vijf jaar zouden ploegen en herinzaaien, dat is je reinste nonsens. Dit doet denken aan een discussie van ook al lang geleden over de duinen. Of aan de discussie met de landbouwsector over de herbebossing. Toen werd er wel een vergelijk gevonden. De heer Caron merkte terecht op dat het hier niet gaat over gronden die niet meer door de landbouw kunnen worden gebruikt. Het gaat over natuurhistorische gronden die, als ze worden gescheurd, permanent en voor altijd verloren zijn en die zelfs, ik kan het u verzekeren, belangrijk zijn voor de waterhuishouding. Ook in Diksmuide. Dat kunnen ze er ook bij plakken op het stadhuis. Als de discussie op die manier moet worden gevoerd ... Het is echt geen keuze tussen de rietganzen en een landbouwbedrijf. Daar gaat het echt niet over. Dat men daar ook eens mee stopt. Hoe sneller er echte bescherming is – want er is er nog altijd geen –, hoe beter. Maar, minister, hierover krijgen we zelfs vandaag geen antwoord. U zegt niet: “Ja, ik ga het beschermen en ik ga het nu doen.” Zoals al die voorbije jaren. Ik voorspel dat we hier binnenkort opnieuw zullen zitten. Indien u het echt zou willen, zou u het doen. Maar u wilt het niet.

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Minister, dank u voor uw antwoord. Ik heb nog enkele opmerkingen.

Het zinnetje in de schriftelijke vraag van de heer Vandaele – “Inspecteurs doen dat niet omdat zij daar geen steun voor krijgen van het kabinet” – gaat, zoals de heer Crombez ook opmerkte, over het opmaken van pv’s. Het is een straffe beschuldiging van een lid van de meerderheid. Ik zou graag hebben dat u dit formeel ontkent.

Als toppunt van polarisatie geef ik u het zinnetje uit het persbericht van onze vriend Francesco Vanderjeugd. Hij maakt hier snel naam en faam. “Landbouwers mag ook nog eens verboden worden om hun landbouwactiviteiten verder te zetten.” Met dit soort taal, daar zijn we niets mee. Ik kan dus niet anders dan mij aansluiten bij de heer Dochy. (Opmerkingen)

Ik weet dat het ver gekomen is. Hij pleit terecht voor de combinatie van het behoud van natuurwaarden met een economische bedrijfsactiviteit voor de landbouw. Dat is volgens hem realistisch. Ik ben daar ook van overtuigd. Ik ken die streek ook goed. Ik ben met een aantal mensen die graslanden gaan bezoeken.

Het is jammer dat de Bourgognepolder, waar de heer Crombez het over had, buiten het gebied ligt. De natuurwaarde van dat gebied is ook heel groot.

Met Open Vld in de Vlaamse Regering is oppositie blijkbaar overbodig. Ik sluit mij dus graag aan bij de tot nu toe ingenomen standpunten van de Vlaamse Regering.

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, als oppositieparlementslid kan ik hier alleen maar de vaststelling maken dat in dit dossier de Vlaamse Regering niet op één en dezelfde lijn zit. Ik kan begrijpen, mevrouw Peeters, dat het voor u ongemakkelijk is dat ik op dezelfde lijn zit als de heer Vanderjeugd. Ik kan er ook niet aan doen. Maar dan moet u de moed hebben om dat hier te komen zeggen. U hebt uw best gedaan om er omheen te fietsen. Maar de documenten zijn er. U kunt het allemaal nalezen. Hij zegt: “Tot hier en niet verder.” Ik zou van u graag eens willen horen wat dat wil zeggen. Betekent dat wel of niet de uitvoering, zoals de heer Vandaele zegt, met wie ik het natuurlijk niet eens ben, van het Vlaams regeerakkoord op dat vlak? Gaat u wel of niet akkoord met het zinnetje daarin?

Trouwens, mijnheer Vandaele, en u verwijst er zelf naar: ik vind het een beetje surrealistisch dat we hier een debat voeren waarbij men niet eens op dezelfde lijn zit met betrekking tot wat een poldergrasland is! Er wordt gezegd dat er een tabelletje zal worden opgestuurd met een aantal zaken. Blijkbaar is dat voor sommige mensen niet duidelijk. U hebt dat zelf gezegd. U zit dus niet op dezelfde lijn binnen de Vlaamse Regering. Mijn vraag is dus natuurlijk: wat komt er nu? Wordt dit geschrapt uit het Vlaams regeerakkoord? Zet u daar een termijn op? Gaat u praten met Open Vld? Wat zegt Open Vld? Zegt Open Vld dat het eruit moet? Duidelijkheid is, ook in dat dossier, gewenst.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Mevrouw Lydia Peeters (Open Vld)

Mijnheer Sintobin en andere collega’s, het standpunt van Open Vld is heel duidelijk. Wij hebben ons akkoord verklaard met wat in het regeerakkoord staat en wij staan daar ook achter. Moeten we hier nu een hele polemiek maken over wat de heer Vanderjeugd gisteren heeft gezegd op een persconferentie, in aanwezigheid van een aantal lokale journalisten en landbouwers, die zich mee scharen achter het comité dat meer dan duizend bezwaren heeft ingediend? Ik zal het er morgen met Francesco over hebben. Maar opnieuw: het is heel klaar en duidelijk dat Open Vld haar standpunt, dat ze in het verleden heeft ingenomen en dat ze heeft onderschreven bij de goedkeuring van het regeerakkoord, blijft volhouden.

Mijnheer Crombez, u zegt dat liberaal en loyaal niet samen gaan. Dat heb ik duidelijk niet gezegd. Ik heb enerzijds gezegd dat wij loyaal blijven aan wat de Vlaamse Regering heeft beslist en wat in het regeerakkoord blijft. Maar wij zijn ook liberalen, en wij zijn als partij misschien anders gestructureerd, in die zin dat bij ons niet iedereen aan het handje wordt genomen en dat iedereen af en toe vrij zijn mening kan zeggen. Heeft dat consequenties voor de uitvoering van het regeerakkoord of voor andere standpunten? Neen, wij blijven trouw aan het regeerakkoord.

Los daarvan wil ik bij dezen de minister nog eens expliciet ondersteunen bij wat ze daarstraks heeft gezegd. We moeten inderdaad stoppen met heel de polarisatie, met telkens het tweespalt tussen enerzijds alles wat te maken heeft met de landbouwsector en anderzijds alles wat te maken heeft met natuurdoeleinden. De bekommernissen zijn voor beide heel belangrijk.

Herinnert u zich enkele jaren geleden de vernietiging van de ggo-aardappelvelden? Vinden we dat dan wel allemaal goed? Dat is even schandelijk als het feit dat er nu historische graslanden gescheurd worden. (Rumoer)

Wij blijven daarbij en we blijven ook consequent in onze standpunten. We zullen ons blijven scharen achter wat beslist is: het behoud van de historische graslandpolders.

Ik denk dat dit duidelijk is. Als het moet, zal ik het nog eens herhalen.

De heer Dochy heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, noch de rietgans, noch de landbouwer hebben een boodschap aan de steriele discussie die zich hier aan het ontwikkelen is.

Ik vraag een correcte beoordeling te velde, met de landbouwers erbij, van de percelen waarvoor een bezwaar is ingediend. Ik vraag de correcte beoordeling of ze al dan niet tot het historisch permanent grasland behoren.

Ik vraag ook het volgende, het is zo mogelijk nog belangrijker. Ik vraag een realistisch maatregelenpakket. Een pakket dat niet wordt gemaakt op de zoveelste verdieping hier ergens in een Brusselse building aan een ronde tafel waar het politieke opbod geldt. Ik vraag een maatregelenpakket dat wordt gemaakt te velde, met deskundigen die weten waarover ze spreken, met landbouwers die de graslanden kennen, met mensen van natuurverenigingen die weten welke belangen er zijn. Laten we het alstublieft op die manier doen, zodat de graslanden echt nog kunnen worden gebruikt op een landbouwtechnisch verantwoorde manier en ze ook een rol kunnen spelen inzake natuurwaarden.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Crombez, u vraagt wat ik concreet zal doen, of ik extra zal beschermen. Het regeerakkoord is duidelijk: we laten eerst het openbaar onderzoek aflopen en dan zullen we beslissen in de Vlaamse Regering waar we een extra verbod of een extra vergunningsplicht opleggen. Het is het traject dat we zullen doorlopen. Ik heb genoteerd dat iedereen het regeerakkoord wil uitvoeren, ik zie daar dus geen problemen om het zo verder te doen.

Uw opmerking dat er ondertussen nog geen extra bescherming is, is natuurlijk een beslissing die werd genomen door de vorige Vlaamse Regering. Daar maakte ook uw partij deel van uit. Er is toen beslist om geen moratorium door te voeren op het scheuren van de poldergraslanden buiten de bestaande bescherming. De beslissing werd toen, in de vorige legislatuur, genomen en heeft inderdaad bepaalde consequenties op het terrein.

Ik wil niet liever dan dat we in dit dossier tot goede beslissingen kunnen komen waarbij we het juiste evenwicht vinden tussen economische zekerheid en ecologie. Dat moet mogelijk zijn. We moeten het serene klimaat proberen te bewaren.

De heer Vandaele heeft het woord.

Mijnheer Caron, ik heb de vraag over Natuurinspectie gesteld omdat ik hierover hoorde in de wandelgangen. Ik wilde daar graag een reactie van de minister op krijgen.

Mijnheer Sintobin, er zijn weinig thema’s die zo helder in het regeerakkoord staan als dit. Ik ga ervan uit dat we het erover eens zijn. Dat hoor ik ook van de collega’s van Open Vld die hier aanwezig zijn.

De tabel waar de minister het over heeft, is natuurlijk geen tabel die gaat over de discussie wat nu historisch permanent grasland is en wat niet, over de definitie. De tabel gaat over de rechtsgevolgen die vasthangen aan de verschillende categorieën naargelang de ligging en de zonering van de percelen. De tabel gaat niet over de definitie. Ik denk dat we daar stilaan uit zijn.

De heer Crombez heeft het woord.

De heer John Crombez (sp·a)

Minister, ik verwijs naar mijn laatste vraag. Het is belangrijk dat de echte juridische verankering van de bescherming in één beweging kan gebeuren met de definitieve goedkeuring van de kaart. Als iedereen het zo belangrijk vindt dat er niet te veel discussie meer over is, is dit een belangrijk element in de timing.

Krijgen we deze discussie nog terug? Ja, zolang er gescheurd wordt, zullen we deze discussie blijven voeren. Men zal rap zeggen dat ik er niet altijd ben in deze commissie. De vraagstellers, van meerderheid en oppositie, hebben dit in de buitenwereld heel sereen behandeld. We zijn naar hier gekomen met onze vragen. U kunt ons moeilijk verwijten dat leden van de meerderheid voor de camera en in de kranten de polemiek voeren. Wij hebben dat niet gedaan, we zijn naar hier gekomen met onze vragen.

Het allerbelangrijkste blijft dat er permanent is gescheurd. Dat moet ophouden, hoe het ook gebeurt, met een moratorium of zoals de heer Vandaele vraagt doordat de inspectie effectief de steun krijgt van het kabinet om inspecties uit te voeren. Er zijn vier bezoeken per maand aan de graslanden en er werd slechts één pv opgesteld. We weten nochtans hoeveel er gescheurd worden. Het verhaal zal kloppen. Het gaat niet over een moratorium.

Laat me positief eindigen, minister, met het verzoek om de steun aan de inspectie duidelijk uit te spreken en om ervoor te zorgen dat ze pv’s opstellen. Dan zal er al een heel stuk duidelijk worden. Er zijn nu toch kaarten, het kan niet zijn dat er maar één pv is wanneer er zo veel wordt gescheurd.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Dames en heren, ik wil hier formeel ontkennen dat er instructies zouden zijn opdat de inspectie haar werk niet doet. Ik weet niet waar dat verhaal vandaan komt, maar het klopt helemaal niet. (Opmerkingen van de heer John Crombez)

Excuseer, mijnheer Crombez, ik wil u nu het woord geven, maar u weet heel goed dat u net het slotwoord hebt gehad. U hebt de minister uitgedaagd om nog een antwoord te geven. Ik heb haar gevraagd of ze wenste te reageren en nu vraagt u opnieuw een slotwoord. U deed daarstraks al heel moeilijk over de tijd. Ik weet welke discussies daarover vanuit de oppositie al werden gevoerd in het parlement. U krijgt nu heel kort het woord.

De heer John Crombez (sp·a)

Voorzitter, u weet heel goed dat de vraagsteller het slotwoord krijgt. Als een minister blijft antwoorden …

Neen! Dat is niet waar. In dezen had ik ook kunnen aangeven dat de minister niet mocht antwoorden. U vroeg naar een antwoord.

De heer John Crombez (sp·a)

Ik doe het in 20 seconden.

Er heeft niemand gesproken over instructies vanuit het kabinet aan de administratie. De vraag betreft het omgekeerde. De mensen die in de buurt van die graslanden wonen, weten dat er gescheurd wordt. Ik vraag of u steun geeft aan de inspectie om die controles nu wel degelijk uit te voeren. We zitten in een eindfase. Bescherm de graslanden! U hebt daarvoor een inspectie. Als er maar één pv is, dan is er iets mis met de controles. Er wordt meer gescheurd. 

De vragen om uitleg zijn afgehandeld. 

van Valerie Taeldeman aan minister Joke Schauvliege
711 (2014-2015)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.