U bent hier

Commissievergadering

woensdag 14 januari 2015, 10.30u

van Bart Caron aan minister Joke Schauvliege
704 (2014-2015)

De heer Caron heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, het landbouwrapport LARA 2014 toont aan dat steeds meer landbouwers verbredingsactiviteiten ontwikkelen, gaande tot 25 procent van de populatie. Meer dan 3000 landbouwers nemen maatregelen op hun percelen om de natuur en het milieu te verbeteren. We juichen dat natuurlijk toe. Ook het houden van zogenaamde natuurgrazers voor natuurvlees zit in de lift. Ik verwijs dan naar een artikel in De Standaard van 5 januari. Heel wat van die grazers worden ingezet voor het beheer van natuurgebieden. Dat is een goede zaak. Op die manier helpen landbouwers om de natuurdoelstellingen te realiseren. Zo werkt Natuurpunt samen met 800 boeren op 5500 hectare grond, en dat kan als voorbeeld strekken.

Om de instandhoudingsdoelstellingen te realiseren is vaak een extensief landbouwgebruik aangewezen. Helaas stellen we vast dat de Vlaamse implementatie van de Europese verordeningen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in bepaalde gevallen in conflict treedt met de realisatie van de Europese milieu- en natuurdoelstellingen. Dat is ook zo wat betreft de zoogkoeienpremie. Landbouwers die op hun bedrijf zoogkoeien hebben voor het fokken van kalveren kunnen een premie voor zoogkoeien aanvragen. Dit past in een Europese verordening.

Er is evenwel ook een zogenaamde negatieflijst die sinds 1 januari wordt gebruikt, en dat baart mij zorgen. De negatieflijst voor de zoogkoeienpremie somt de rassen op die niet in aanmerking komen voor het verkrijgen van de premie.

Ik zal de lange lijst van rassen niet voorlezen. Bedrijfshouders met zoogkoeien van die rassen kunnen geen premie aanvragen. Wat opvalt, is dat een groot aantal van deze rassen natuurgrazers zijn. Een zoogkoeienpremie voor natuurgrazer kan dus niet. Dat is jammer omdat dit de intensere samenwerking tussen landbouw en natuur bemoeilijkt en vertraagt. Bovendien is een dergelijke negatieflijst niet conform het gelijkheidsbeginsel. Immers, niet alle begunstigden worden op dezelfde manier behandeld, al zijn de doelstellingen en het uitgangspunt dezelfde. Is dit niet in strijd met het mededingingsrecht? 

Minister, op basis van welke criteria werd de negatieflijst opgesteld? 53.000 hectare of 32 procent van het Natura 2000-gebied ligt in landbouwgebied en op veel van die terreinen is een extensief graasbeheer nodig. Hoe gaat u landbouwers stimuleren om door de inzet van natuurgrazers die doelstellingen mee te helpen realiseren? Is er onderzocht hoeveel landbouwers er door deze maatregel worden getroffen en hoeveel steun zij verliezen? Zijn er hiervan ook landbouwers die samenwerken met de overheid of een terreinbeherende organisatie om natuurdoelen te realiseren? Is dit onderzocht? Over hoeveel landbouwers gaat het? Is de negatieflijst conform het gelijkheidsbeginsel en het mededingingsrecht?

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

Minister, hoeveel lopen landbouwers mis die voor 2014 wel van de zoogkoeienpremie konden genieten? Over hoeveel landbouwers gaat het? Er zijn Natura 2000-gebieden in heuvelachtige gebieden waar het niet aangewezen is om de akkers te ploegen wegens de erosie. Bestaat de mogelijkheid om de zoogkoeienpremie voor dergelijke gebieden in te zetten en koeien daar te laten grazen, uiteraard van het rastype 2 en 3? 

Tijdens de vorige legislatuur hebben we hierover uitgebreide gesprekken gevoerd. Europa heeft op een bepaald moment beslist dat er minder middelen ter beschikking kwamen voor de zoogkoeienpremie. In de meeste landen is dit zelfs afgeschaft. Na aandringen hebben we dit overeind kunnen houden. Hierover is ruim overlegd met landbouworganisaties. Er is nog een aanpassing geweest voor 2014. Een van de prioritaire vragen was dat de resterende middelen hoe dan ook naar beroepslandbouwers zouden gaan. Dat is wat ik me herinner van dit dossier en het verklaart waarom sommige maatregelen zijn genomen.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Dames en heren, we kunnen nu niet meer praten over een zoogkoeienpremie. Die is door Europa afgeschaft in het kader van het GLB. Er is een nieuw systeem. Praten over de zoogkoeienpremie is dus niet mogelijk omdat het niet meer bestaat en we kunnen dus niet vergelijken. In nauw overleg met de betrokkenen is gezocht naar een andere tegemoetkoming voor de sector. Dat heeft geleid tot een nieuw premiestelsel. Het is een premie geworden waarbij we de gespecialiseerde zoogkoeienhouderij willen ondersteunen.

De negatieflijst voor het nieuwe premiestelsel voor het behoud van de gespecialiseerde zoogkoeienhouderij geeft de rassen weer die niet beantwoorden aan de normen inzake vleestype en karkasconformatie die overeenstemmen met de Vlaamse gespecialiseerde productie van rundvlees van hoge kwaliteit. De lijst concretiseert de voorwaarden voor wat betreft de zoogkoeien en het veebeslag die in het besluit van de Vlaamse Regering staan. In dat besluit is ‘zoogkoe’ als volgt gedefinieerd: “Vrouwelijk rund van het vleestype, in Sanitel geregistreerd, dat een kalf heeft voortgebracht van het vleestype, en dat behoort tot een veebeslag dat wordt gebruikt voor het opkweken van kalveren bestemd voor de productie van runderen van superieure tot goede bevleesdheid.” Deze definitie is dus met andere woorden het criterium.

De gekoppelde premie voor de gespecialiseerde zoogkoeienhouderij is een nieuwe maatregel waarbij steun wordt toegekend voor een sector in moeilijkheden en die niets te maken heeft met het vroegere Europese premiestelsel voor zoogkoeien. Er kan dus geen sprake zijn van verliezen, want de premie bestond niet.

In deze fase van de procedure voor het opstarten van de nieuwe premieregeling, waarbij ook nog bezwaren konden worden ingediend en herzieningen gevraagd, kan nu nog geen uitspraak worden gedaan over het aantal dat er een beroep op doet. Dat is nog te vroeg. Dit zal mogelijk zijn zodra alle aanvragen zijn verwerkt en dat wordt pas eind dit jaar verwacht.

U vraagt of de negatieve lijst conform het gelijkheidsbeginsel en het mededingingsrecht is. Ik zie geen problemen. Zoals ik daarnet heb toegelicht, is het juist de bedoeling om een objectieve basis en gelijke productkenmerken van de runderrassen te waarborgen binnen het specifieke kader van de beoogde vleesveesector.

De link met natuurbeheer en landbouw en Natura 2000 snap ik niet goed. Die premie heeft daar op zich niets mee te maken. Die premie betekent ook niet dat enkel de intensieve veebedrijven in aanmerking komen. Er is geen enkele premievoorwaarde die stelt dat de runderen die voor de premie in aanmerking komen, al dan niet in Natura 2000-gebieden zouden mogen grazen. Los daarvan vraagt u ook hoe landbouwers gemotiveerd kunnen worden om aan extensief graasbeheer te doen. Binnen het GLB is er vanaf 1 januari dit jaar heel wat gewijzigd, zoals u waarschijnlijk weet. Tot voor kort waren percelen natuurlijke graslanden of grassen in natuurbeheer niet subsidiabel. Nu is dat wel zo. Er is wel in voorzien in de vergroeningsmaatregel binnen het GLB. U ziet dat er zeker wel maatregelen worden genomen. In die zin komen we daar wel aan tegemoet.

De bijkomende vragen heb ik al beantwoord. We kunnen niet echt een vergelijking maken. We hebben ook nog geen cijfers over hoeveel daaronder vallen. Het klopt dat er ruim overleg aan voorafgegaan is en dat er een aantal bijsturingen zijn gebeurd. Dat is eigenlijk een manier om een sector te blijven ondersteunen nadat de zoogkoeienpremie is afgeschaft.

De heer Caron heeft het woord.

Dank u wel, minister. Ik begrijp het beter. Het is gericht op een bepaald onderdeel van landbouwers die koeienrassen hebben die bijdragen tot superieure vleeskwaliteit. Ik citeer even wat daarnet is gezegd. Dat is een keuze die ik kan begrijpen vanuit economisch standpunt, maar niet helemaal vanuit een breder standpunt waarbij natuurdoelen en landbouwdoelen kunnen worden verenigd. Het is een keuze zoals een andere. Het is alleen jammer.

U zegt dat u mijn vraag over de koppeling met Natura 2000-gebieden niet begrijpt. Er is natuurlijk geen letterlijke koppeling tussen de thematiek die ik aanhaal en de aanwezigheid van Natura 2000-gebieden. Het is gewoon zo dat in die gebieden erg veel natuurgrazers worden ingezet door landbouwers, in overleg met Natuurpunt en andere terreinbeheerders. Dat stimuleren is in het belang van zowel de landbouw als de natuurdoelen. Dat is het enige wat ik daarmee bedoel. Het is net in die gebieden dat dergelijke rassen worden ingezet. Het zijn geen rassen die op stal blijven, het zijn rassen die bijvoorbeeld vrij stevige wintercondities kunnen verdragen en in hun voeding meer soorten planten kunnen verwerken. Wat dat betreft, zijn er in de zaal betere specialisten aanwezig dan ikzelf. Dat is toch wat er is gezegd. Het gaat over vijftien verschillende rassen.

Ik denk wel dat u mijn bekommernis begrijpt. Het is een beetje een gemiste kans. Ik weet ook wel dat u keuzes moet maken.

Op een vraag bent u niet ingegaan, namelijk de vraag over landbouwers die met de overheid of terreinbeheersorganisaties samenwerken. Ik zal de vraag misschien schriftelijk stellen als dat handiger is. Dat kan immers effect hebben op de samenwerking met de Vlaamse overheid enerzijds of met Natuurpunt en dergelijke anderzijds.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Collega, wij moeten natuurlijk ook binnen een Europees kader werken. Je hebt de Europese verordening. Daar staat uitdrukkelijk in dat als een overheid ervoor kiest om nog gekoppelde steun te geven, dat enkel kan als dat noodzakelijk is als stimulans om de huidige productie in die betrokken sectoren op peil te houden. Dat is een strak kader waarbinnen wij moeten zoeken hoe we er in Vlaanderen voor kunnen zorgen dat die sector ondersteund wordt. Het is niet zo dat we ruim de vrijheid hebben om alles te doen wat we zouden willen of kunnen doen. Het is altijd zoeken naar het blijven binnen de verordening en toch zorgen dat een aantal sectoren in Vlaanderen niet plotseling in de kou komen te staan. Dat was de oefening die we hebben moeten maken en waarover ook vorige legislatuur heel vaak overleg is geweest en hier in het parlement ook heel vaak over is gediscussieerd.

Op de samenwerking met de terreinbeherende verenigingen in de Natura 2000-gebieden hebben we niet echt een zicht. Ik heb daarnet verwezen naar de vergunningsmaatregelen. Aan de andere kant zijn er ook onze beheersovereenkomsten die we afsluiten met onze landbouwers waar ze bijkomende steun krijgen en zich mee inzetten in natuurbeheer. Dat is gelinkt aan bepaalde thema’s. Dat wordt deels herzien in het kader van Programma Beleidsgericht Onderzoek 3 (PBO). Ook daar zijn heel veel mogelijkheden waar de overheid ondersteuning geeft aan de sector. Het is belangrijk hier te onderstrepen dat het niet alleen over deze nieuwe premie gaat, maar dat er een heel palet aan mogelijkheden is waar bedrijven een beroep op kunnen doen.

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

Ik heb een bijkomende vraag ter verduidelijking. Ik begrijp dat de zoogkoeienpremie niet meer bestaat, maar dat die is aangepast. Dat wil zeggen dat het een nieuwe vorm van een premie is, als ik het goed begrijp. De vraag blijft wel hoeveel van die landbouwers die vroeger die zoogkoeienpremie kregen, daar nu buiten vallen. Misschien is dat al besproken in dat overleg, maar daarvan ben ik niet op de hoogte.

De discussie die we voor deze legislatuur met de landbouwsector en met sommige landbouwers hadden – de landbouworganisaties hebben uiteindelijk een andere optie genomen – ging erover dat bedrijven met nog minder vee dan wat nu wordt gesubsidieerd, ook in aanmerking zouden komen. Een tweede grote bezorgdheid die in deze commissie kamerbreed werd gedragen, was dat de subsidies van het gemeenschappelijk landbouwbeleid hoe dan ook zouden gaan naar effectieve landbouwers. Dat waren de twee elementen van de discussie in de vorige legislatuur.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Ik zal navragen of er algemene prognoses zijn, maar de exacte cijfers hebben we nog niet omdat er nu nog bezwaren worden verwerkt. Die gegevens zullen we pas eind dit jaar krijgen, en die kunnen we naast het vroegere systeem van de zoogkoeienpremie leggen. Dan kunnen we een vergelijking maken. Op dit moment kan ik dat niet geven. Misschien zijn er bij het uitwerken van de regeling destijds prognoses gemaakt. Die cijfers zal ik opvragen en jullie ter beschikking stellen. De exacte cijfers over wat dat op het terrein betekent, zullen we pas in de loop van 2015 ter beschikking hebben.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.