U bent hier

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

De heer Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Voorzitter, minister, in de nacht van 18 op 19 december 2014 hebben boze boeren met hun tractoren twee verdeelcentra van warenhuis Lidl geblokkeerd in Gullegem en Sint-Niklaas, evenals een verdeelcentrum van Renmans in Londerzeel. Er werd actie gevoerd tegen de dumpingprijzen voor hun voedingsproducten.

Het is een oud zeer: als producenten van voedsel krijgen boeren lage prijzen voor hun producten. Die neerwaartse prijzendruk wordt versterkt door harde promoties bij een aantal hard discounters, zoals Lidl en Aldi, die de boeren onder druk zetten om te leveren aan zeer lage prijzen. Het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) wilde met zijn acties deze praktijken aanklagen en mensen ervan bewust maken dat ons hoogkwalitatief voedsel een prijs heeft.

Lidl heeft eveneens de afspraak geschonden om niet meer te stunten met de prijzen van vlees. De laatste weken hebben zij opnieuw vier keer gestunt. De producenten voelen zich dan ook het grote slachtoffer van de bitse concurrentiestrijd tussen de warenhuizen. Aldi/Renmans heeft in een reactie op de boerenprotesten beloofd hogere prijzen te geven voor rundvlees en met Lidl werd afgesproken verder te onderhandelen. Toch zijn de producenten beducht om met een kluitje in het riet te worden gestuurd. Verdere acties worden dan ook niet uitgesloten. Als klap op de vuurpijl werd bekend dat het inkomen een forse daling zal kennen. Ook dat is geen geschenk. Een en ander illustreert andermaal het belang van het ketenoverleg en een permanente nood aan monitoring van de evolutie van de prijzen voor landbouwproducten.

Minister, kunt u begrip opbrengen voor dit soort acties? Zijn de partijen rond de tafel geroepen om afspraken te maken over dit soort harde promoties op kosten van de boeren? Zullen er meer structurele maatregelen worden genomen ter versterking van het ketenoverleg en het monitoren van de prijsevolutie van landbouwproducten? Zult u er ook bij de warenhuisketens op aandringen om de consument bewust te maken dat kwaliteitsproducten een zekere prijs hebben zodat het productieproces ook leefbaar blijft voor de boeren? Zullen er vanuit het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) specifieke acties worden opgezet om de relatie tussen kwaliteit en prijs te duiden, desgevallend in samenwerking met de warenhuisketens?

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, het is een oud zeer dat retailers voedsel aan dumpingprijzen gebruiken als lokmiddel. Onder druk van de landbouwers en de discussie die hier al jaren wordt gevoerd, is er een soort ketenoverleg opgericht, waarin een aantal afspraken zijn gemaakt waartoe de retailers zich hebben verbonden. Dat dateert van 2010. De afgelopen jaren is echter gebleken dat de retailers die afspraken keer op keer niet nakomen. Dat leidt tot acties zoals onlangs nog door het ABS. Het ABS heeft morgen trouwens een afspraak met de CEO van Lidl. Hopelijk beweegt er een en ander.

Minister, u hebt geen inspraak in de afspraken die worden gemaakt in het ketenoverleg. U kunt daar niets doen bewegen. In Engeland bestaat er een soort ombudsman die het ketenoverleg nauwgezet opvolgt. Die persoon volgt ook op wie de afspraken niet naleeft en wanneer. Afgelopen maandag, tijdens de toespraak van de minister-president, kwam deze kwestie ook aan bod. Hij stelde dat we misschien moeten komen tot een samenwerking tussen enerzijds de landbouworganisaties en anderzijds de consumentenbeweging.

We gaan er steeds van uit dat mensen niet bereid zijn om een faire prijs te betalen voor veilig en kwaliteitsvol voedsel. Ik ben ervan overtuigd dat sommigen dat wel willen doen als ze correct worden geïnformeerd over welke weg een product aflegt vooraleer het in de supermarkt komt. De overheid kan misschien een dergelijke samenwerking stimuleren om de retailers onder druk te zetten om betere prijzen te geven aan de producenten.

Ik weet dat promotiecampagnes van VLAM handenvol geld kosten en dat die selectief moeten gebeuren. Misschien kan VLAM er toch toe bijdragen om de consument te informeren over welke weg een product aflegt. Op die manier kan de consument worden bewogen om de correcte prijs te betalen. Veel heeft ook te maken met de vrijemarkteconomie, mijnheer Vanderjeugd, waar u een grote voorstander van bent, en met de liberalisering van de markt. Ik begrijp dat u tussen twee vuren zit en dat u de belangen van de landbouwers wilt verdedigen. We moeten wel durven erkennen dat dit te maken heeft met de vrijemarkteconomie. De overheid of het parlement kunnen uiteraard niet ingrijpen op de prijzen. We kunnen wel proberen om op de een of andere manier retailers onder druk te zetten en de consument te informeren.

En inderdaad, we moeten zorgen voor een positieve invloed in het ketenoverleg, maar veel meer kunnen we niet doen. We kunnen alleen hopen dat de retailers eindelijk inzien dat het lokken van mensen met voedsel niet van deze tijd is.

De voorzitter

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Ik moet in herhaling vallen. Ik ben blij dat de heer Sintobin erop wijst dat de minister-president erg begaan is met faire landbouwprijzen en dat hij in de voorbije maanden heel wat bezoeken op het terrein en overleg heeft georganiseerd. Hij legt sterk de nadruk op de bewustmaking van de consument. Daar geloven wij heel sterk in. Als de consument zich bewust wordt van de gevolgen voor de landbouwers, dat die mensen een faire prijs moeten krijgen, dan is die ook bereid om meer te betalen voor kwalitatief vlees en goede producten.

VLAM kan en moet daar een grote rol in spelen. Uit de uiteenzetting die we eind vorig jaar kregen, bleek dat VLAM dat ook echt van plan is. Ik kan alleen maar oproepen om VLAM daarin te ondersteunen.

We dringen al vele jaren aan op het ketenoverleg. We moeten er op dat overleg de nadruk op blijven leggen dat de hele keten, van producent tot consument, een faire prijs moet krijgen. Het Prijzenobservatorium is hier al aan bod gekomen, maar dat is federale materie. Minister, u zult het er met de federale ministers over hebben. Dat Prijzenobservatorium zorgt voor transparantie in de prijzen. In het systeem van het Verenigd Koninkrijk kan het Prijzenobservatorium zelf ook optreden tegen dumpingprijzen en zelfs sancties uitdelen. Minister, hoe staat u daartegenover? Ziet u iets in dat Britse systeem om de problemen waar we al vele jaren mee worden geconfronteerd, op te lossen?

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Het prijzenoverleg is al verschillende jaren aan de gang. Enkele maanden geleden heb ik het Britse model al aangehaald om na te gaan of het overlegbaar is om sanctionerend op te treden. Ik heb begrepen dat er ook op het Europese niveau een overleg bezig is om uit te zoeken of we met de retail afspraken kunnen maken. Misschien zit er iets in, in dat effectief optreden, maar het moet toch ook worden gedragen vanuit het overleg om dat mee vorm te geven. Anders zou het een rode lap kunnen zijn op het overleg en averechts kunnen werken.

Minister, in het overleg moet er ook een engagement zitten. Als je elke keer het onderspit moet delven, moeten we toch durven nadenken over mogelijke alternatieven. Ik ben benieuwd of het Britse model op het overleg aan bod is geweest of kan komen. In welke mate krijgt het overleg op het Europese niveau verder gevolg? Kan het daar een onderwerp van gesprek worden om maatregelen te nemen op dat niveau?

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik zal geen grote woorden gebruiken, maar het is niet meer alleen een kwestie van een faire prijs. De houding van sommige retailers ten aanzien van de prijsvorming in de sector is gewoon niet meer ethisch. Is er op het ketenoverleg eind december gesproken over dit onderwerp? Als er op het Europese niveau hierover wordt gesproken, wat is daarvan het resultaat? Onze warenhuizen zijn niet alleen Belgisch. De laatste tijd komen er ook Nederlandse, en er zijn ook al andere op onze markt. Vandaar het Europese belang.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

De heer Herman De Croo (Open Vld)

Ik weet niet of de consument gevoelig is aan ‘koop Vlaams’ of ‘koop Belgisch’ of ‘koop regionaal’. We hebben zo’n beweging gekend met de perenboycot. Daar zat iets sympathieks in. Gemeentebesturen en scholen deden mee. Wellicht heb je alle instrumenten om dat te bekijken. Is er bereidheid tot een campagne via de keten en de verkoper om lokale producten te eten? Dan moet er natuurlijk een prijsverhoging worden afgesproken met de outlets. Dat is waarschijnlijk al gebeurd, maar is dat ook onderzocht? Is dat een mogelijkheid?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Deze discussie hebben we gevoerd, in iets beperktere mate dan, naar aanleiding van de beleidsnota Landbouw en Visserij. Een van de uitgangspunten van de beleidsnota is dat we altijd de volledige keten moeten bekijken. Als je een landbouw- en visserijbeleid wil voeren, dan moet je ook de consument meenemen. Ik heb uitdrukkelijk gezegd dat de consumenten zich bewust moeten zijn dat als ze iets kopen aan een eerlijke prijs, ze ook een eerlijk, gezond en goed product krijgen. Daarop moeten we nog veel meer de nadruk leggen. Dat heb ik al vaak herhaald tijdens verschillende toespraken die ik heb gehouden. We moeten de hele keten en de consument meenemen.

Het is heel fijn dat ook de minister-president dat volop kan steunen. Uiteraard heb ik heel veel begrip voor de acties van de boeren, mijnheer Vanderjeugd. 2014 is een heel moeilijk jaar geweest, en de eerste maanden van 2015 kondigen zich zeker ook niet positiever aan. En dat geldt voor heel veel sectoren. We hebben hier al de varkenshouderij gehad, maar het geldt ook voor de groente- en fruitsector, de zuivelsector, en zo kunnen we nog even doorgaan. Het is normaal dat men in actie treedt, omdat er inderdaad veel te lage prijzen betaald worden.

Ik heb die signalen niet alleen opgevangen door de protesten die hebben plaatsgevonden. Ik heb ook heel veel contacten met die sectoren. We onderhandelen ook vaak met sectoren apart. We hebben dat bijvoorbeeld met de groente- en fruitsector gedaan, omdat dat een andere situatie is dan de varkenshouderij. We doen dat dus met de verschillende sectoren, en uiteraard met alle schakels uit de keten.

Het ketenoverleg is niet nieuw, maar laat daar geen misverstand over bestaan: dat is een initiatief dat uit de sector zelf komt. Wij zitten daar eigenlijk niet bij. We kunnen niet tot in detail zeggen wat daar precies gezegd is, omdat wij daar geen officiële partij zijn. Wat wij wel vaak doen, is het volgende. Als zich in bepaalde sectoren problemen voordoen, zitten wij op regelmatige tijdstippen samen met al die verschillende schakels uit de sector. Dat is dan ook een ketenoverleg, maar dat is iets anders dan het officiële ketenoverleg waar hier naar verwezen werd.

Het is goed dat het ketenoverleg plaatsvindt. Daar wordt ook over gesproken, dat weten we zeker. Het is ook zo dat onze producten niet alleen in onze supermarkten terechtkomen. Vaak zijn het grote multinationals die met tal van sectoren onderhandelen. We mogen dat ook niet onderschatten. Zo wordt maar liefst 70 procent van het varkensvlees geëxporteerd.

Er zijn heel veel initiatieven op het terrein. Ik heb onlangs nog zo’n initiatief ondersteund, in West-Vlaanderen. Daar laat een bepaalde supermarktketen rechtstreeks vlees produceren door varkenshouders van bij ons, die ook specifieke natuurlijke voedingsstoffen geven. Dat wordt dan ook gepromoot als kwaliteitsvlees, waar je als consument ook een eerlijke prijs voor betaalt.

Het overleg dat er geweest is en de noodkreten vanuit de sector zelf leiden dus wel degelijk tot initiatieven op het terrein, die door sommige supermarktketens en door de consument ook worden gesmaakt. En daar zitten ook troeven in. Ik heb al vaker gezegd dat we daar nog veel meer op moeten inzetten.

Ik sta volledig achter de producentenorganisaties en de brancheorganisaties. Het kader is er, we staan klaar om dat op te vangen, te ondersteunen en te erkennen, als die vraag komt. Wij hopen dat dat snel zal gebeuren.

De vraag over de transparantie van de markten en de prijzen is zeer terecht. De website van het Departement Landbouw en Visserij geeft heel veel marktinformatie, om de transparantie nog te vergroten. Specifiek voor de varkenssector wordt daar bijvoorbeeld informatie aangeboden over: prijzen, prijsvergelijkingen, nationale prijzen, varkenskarkassen en biggen, prijsevoluties van de meatindex, prijsevoluties van de vleeswarenindustrie, de meatindex Anderlecht-Nederland, markinformatie over de termijnmarkten, slachtingen, voederprijzen. Ook voor andere sectoren worden die gegevens verzameld en zo veel als mogelijk openbaar gemaakt.

Uiteraard moeten wij promotie voeren ten aanzien van de consumenten: ‘Lekker van bij ons, nu meer dan nooit’. VLAM zet daar volop op in. Naar aanleiding van de Ruslandboycot hebben ze daar nog eens de extra baseline ‘nu meer dan ooit’ aan toegevoegd, om de mensen nog meer bewust te maken. Ik heb al gezegd dat de solidariteit die ontstaan is naar aanleiding van de Ruslandcrisis, die toen vooral de fruitsector trof, echt iets is dat we moeten vastpakken en waar we verder op moeten surfen. Je ziet dat mensen ook in moeilijke tijden bereid zijn om solidair te zijn. Dat stemt ons hoopvol om daar verder op in te zetten.

Welke initiatieven VLAM neemt, daar beslissen wij niet alleen over, want de sectoren dragen ook in grote mate bij aan VLAM. Zij storten naar VLAM en kunnen zelf mee beslissen wat zij doen qua promotieacties. Het lijkt mij een correcte manier om dat op die manier te promoten.

Ook het inzetten op de korte keten is een van de instrumenten om consumenten meer rechtstreeks in contact te laten komen met hoe iets geproduceerd wordt, zodat zij weten hoe iets dat ze in de supermarkt kopen, geproduceerd wordt.

De vraag naar een ombudsman is niet nieuw, mijnheer Sintobin. We worstelen daar een beetje mee. Op zich is dat iets goeds en kan ik daarachter staan, maar wij voelen dat daar vanuit de verschillende schakels uit de sector – en dan heb ik het vooral over de land- en tuinbouwsector – niet eenduidig vraag naar is. Er is geen eensgezinde vraag of oproep rond zo’n ombudsdienst. Misschien moeten we eens verder bekijken of we daar al of niet mee doorgaan. Zelf sta ik daar in elk geval positief tegenover.

De samenwerking kunnen wij uiteraard altijd stimuleren en promoten. Wat de promotieacties van VLAM betreft, bepalen zij natuurlijk voor een stuk zelf wat ze doen. We hebben ook een aantal specifieke informatiekanalen naar de sectoren zelf, zoals het Vlaams infocentrum land- en tuinbouw (VILT). Ook ten aanzien van het Britse systeem merk je dat niet iedereen in de keten daar grote voorstander van is. Maar uiteraard zal ik op het federale niveau wel verder overleg hebben over goede prijsobservatoria. Het is wel niet zo dat op dit moment niet kan worden ingegrepen. Mededinging kan wel optreden als men ziet dat er prijsafspraken of dumpingprijzen zijn. Het is belangrijk om dat hier nog eens uitdrukkelijk te vermelden.

Er zijn in het verleden trouwens al een aantal overlegmomenten geweest. Ik denk bijvoorbeeld aan een overleg met een bepaalde keten, waarbij bleek dat de supermarkt bij ons bijna allemaal Nederlandse producten aanbod. Daar is via overleg een wijziging in gekomen. Die keten was dan wel bereid om meer producten van bij ons aan te bieden. U ziet dus dat er wel wat instrumenten zijn en dat wij zeker ook verder in overleg gaan, maar op dit moment zijn er ook al wat mogelijkheden via bijvoorbeeld Mededinging om daartegen op te treden.

Ik deel de bezorgdheid van de sector. Ik heb begrip voor de acties. We zullen aan hun kant blijven staan en dit verder bepleiten.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

De heer Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Als iemand geen correcte prijs voor zijn product krijgt, is dat niet goed voor zijn inkomen. Het is echter ook niet goed voor de productie. We zouden afhankelijk van andere landen kunnen worden om aan voedsel te geraken. Dat geen correcte prijs wordt betaald, is eveneens niet goed voor de innovatie in de sector.

Mijnheer Sintobin, wij zijn voor een liberalisering. Dit stopt echter wanneer geen eerlijkheid meer wordt gehanteerd en dat is hier soms het geval. (Opmerkingen van de heer Bart Dochy)

Mijnheer Dochy, we moeten dit goed onderzoeken.

Minister, ik heb begrepen dat niet in het ketenoverleg wordt ingebroken. Hebben Vlaamse of federale kabinetten echter contacten gelegd om de druk te verhogen?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Er zijn uiteraard contacten geweest. Tijdens de gesprekken is onderzocht op welke wijze we kunnen ingrijpen. Momenteel loopt dit relatief goed. Er zijn tijden geweest dat deze contacten stroef verliepen. Tijdens de huidige contacten blijkt dat iedereen on speaking terms is en oplossingen wil vinden.

Het gaat natuurlijk om consumenten in een vrije markt. Als de consumenten de goedkoopste producten willen, kunnen we allerlei afspraken maken, maar zal het allemaal niet zo evident zijn. Volgens mij moeten we dan ook op verschillende fronten inzetten. Het ketenoverleg moet ervoor zorgen dat de retailers eerlijke prijzen betalen. Daarnaast moeten we de consumenten ervan bewust maken dat wie ‘peanuts’ betaalt, ‘monkeys’ krijgt. Op die manier zullen ze immers niet veel waar voor hun geld krijgen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.