U bent hier

Commissievergadering

woensdag 7 januari 2015, 10.15u

Voorzitter
van Jos De Meyer aan minister Joke Schauvliege
667 (2014-2015)
De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, de melkveehouderij liet de eerste elf maanden van 2014 hetzelfde hoge productieniveau optekenen als tijdens dezelfde periode in 2013. De laatste maanden is de melkprijs echter gekenmerkt door een gevoelige daling. De geproduceerde hoeveelheid is met 4 procent gestegen, waardoor de omzet in de melkveehouderij globaal nog toegenomen is met 6 procent, nadat in 2013 een omzetstijging van 19 procent werd gerealiseerd.

Ook in de melkveehouderij laat de Ruslandboycot zich voelen. De Europese Commissie had eind augustus beslist om private opslag toe te staan voor boter, melkpoeder en sommige kazen om zo de impact van de Russische importban op de Europese zuivelindustrie te beperken. Daarnaast werd ook aangekondigd dat de periode van overheidssteun voor boter en melkpoeder werd uitgebreid tot eind 2014.

De European Dairy Association (EDA), koepel van de zuivelindustrie, verwacht dat op lange termijn de wereldwijde vraag naar zuivel nog zal stijgen, maar de realiteit van de dag is anders. Na anderhalf jaar goede melkprijzen keldert de zuivelmarkt in een razendsnel tempo. Met de invulling van de zachte landing in de laatste maanden van het quotum worden terecht meer vraagtekens geplaatst. Veel bedrijven zullen het extra melkgeld van de laatste maanden vermoedelijk moeten ophoesten om de superheffing te betalen of nog extra quotum te kopen, stelt Piet Vanthemsche, voorzitter van Boerenbond, in Boer en Tuinder. Nochtans had Europa daar anders over kunnen beslissen in het belang van de toekomst van de Europese melkveehouders. Van een noodzakelijke aanpassing, de afschaffing van de vetcorrectie, is geen sprake meer. Verder stelt hij: “Politiek, welvaart en weer bepalen de melkprijzen. De keuzes die gemaakt zijn inzake het Europese zuivelbeleid resulteren in forse inkomensschommelingen voor de melkveebedrijven. Wij zullen als volwaardige ondernemers met deze risico’s moeten leren omgaan.”

De conclusie is duidelijk: de zuivelmarkt is zeer volatiel en dus zeer risicovol geworden. Minister, bestaan er in de toekomst Europese ‘vangnetten’ voor crisissen in de zuivelsector? Worden er zo nodig gemaakt? Hoe worden onze melkveehouders begeleid bij deze nieuwe marktsituatie? Is er in de voorlichting voldoende aandacht voor deze fragiele marktsituatie? Moeten we het creëren van ‘toegevoegde economische waarde’ op het eigen bedrijf niet verder stimuleren? Ziet u hier andere en nieuwe opportuniteiten?

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

De heer Herman De Croo (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, ik deel de bezorgdheid van de heer De Meyer. In veel sectoren heeft de Russische boycot toch een vervelende impact. Er is misschien een verzwaring van het probleem in de melkveehouderij omdat de superheffing of het extra quotum kopen over soms enorme bedragen gaat. Men signaleert mij dat het over 80.000 euro kan gaan. Hoe overbrugt men dat? Wat doet men? Men heeft moeilijkheden om bij de banken overbruggingskredieten te krijgen.

Minister, ik heb een drietal eerder statistische vragen. Hebt u een idee over het aantal melkveebedrijven die met deze superheffingen worden geconfronteerd? Indien u geen cijfers hebt, hoe kunt u die te weten komen? Ik heb ook gelezen wat de heer Vanthemsche heeft geschreven. Hebt u een idee van het totale bedrag? Zijn er mogelijkheden om de bedrijven te helpen?

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Minister, collega’s, ik wens me aan te sluiten bij de laatste vraag van de heer De Meyer over het stimuleren van de toegevoegde economische waarde op een bedrijf. Er zijn nu al initiatieven van aparte melkveebedrijven die hier zelfstandig op hebben ingezet. Ik denk bijvoorbeeld aan de coöperatieve Faircoop die via de European Milk Board een project met duurzame melk heeft opgezet. Ze hebben onder andere het merklabel Fairebel gelanceerd. Ongeveer 35 procent van de Vlaamse melkveehouders neemt daaraan deel.

Er bestaat ook het Vlaamse initiatief Mikka, dat in 2009 na de vorige melkcrisis is opgestart. Het spitst zich vooral toe op melk in de korteketenafzet, waarbij melkveehouders zelf instaan voor het ophalen en de vermarkting van de melk. Ze hebben ook twee mooie consumentenlabels gecreëerd, Délimel en de Flandrien Kaas, die net op de markt is gekomen. Zij kennen zelfs een stijgende vraag naar melk.

Minister, in welke mate wenst u deze initiatieven of coöperatieven aan te moedigen tot uitbreiding, vooral in functie van het stimuleren van de toegevoegde economische waarde op eigen bedrijven? Passen deze initiatieven ook in de ondersteuning en begeleiding die voor de uitbouw van de korte keten is gepland? Ik denk dan aan innovatiesteun en steun voor hoeveproducten.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

We weten allemaal dat de zuivelsector een van de best beschermde sectoren in de landbouw was. Eigenlijk is Europa voor een deel rond het Europese landbouwbeleid gegroeid. De situatie was niet houdbaar en gaandeweg is de liberalisering van de zuivelmarkt afgebouwd. Het landbouwbeleid voor de komende jaren 2014-2020 is al uitgetekend en we kunnen dus inschatten wat de impact zal zijn.

De integrale gemeenschappelijke marktordening (GMO) voorziet nog steeds in een Europees vangnet, dat bestaat uit particuliere opslag en interventie voor boter en mager melkpoeder. Daarnaast zijn er voor deze zesjarige periode crisisartikelen ingevoegd in de integrale GMO. Deze crisisartikelen bieden flexibiliteit en laten toe om extra maatregelen te nemen als er zich in de sector een crisis voordoet. Zo werd reeds onder de noemer van deze crisisartikelen een tijdelijke regeling voor particuliere opslag van kazen uitgewerkt, de interventieperiode uitgebreid buiten de reguliere periode van zes maanden en specifieke steun gegeven aan de producenten in de zwaarst getroffen lidstaten: de Baltische Staten en Finland. Maar er staan ook andere maatregelen in de GMO die het – afhankelijk van de situatie – mogelijk maken om in te grijpen.

Het grootste probleem met het vangnet is dat de interventieprijzen op een dergelijk laag niveau vastgelegd zijn dat er werkelijk sprake is van een crisis als de interventieprijzen bereikt worden. Daarom ijver ik op Europees niveau om niet te werken met een vaste interventieprijs, maar voor een interventiemechanisme op basis van de marge. Er zijn contacten met de technische comités om dit verder uit te werken. Dat is nog volop in onderhandeling.

We zien inderdaad nu, net als in 2009, een trend dat bij dalende prijzen de productie verder blijft groeien, waardoor een marktevenwicht nog langer uitblijft. Een verbetering van de prijzen wordt ten vroegste tegen de zomer van 2015 verwacht. Waar de zuivelmarkt jarenlang een stabiele markt was, is deze sector niet langer bevoorrecht en wordt deze evengoed als andere sectoren blootgesteld aan die schommelingen. Er wordt bij de voorlichting duidelijk gewezen op deze grote prijsfluctuaties en fluctuaties in marges waarmee deze sector af te rekenen krijgt en op het belang om middelen opzij te zetten tijdens ‘goede tijden’.

Daarenboven is er een duidelijke aandacht voor verantwoorde investeringen, waarbij geadviseerd wordt om de productie te laten groeien met grond. Deze voorlichting gebeurt vandaag, maar werd zeker ook al meegenomen de afgelopen jaren. Ik zie dat ook de landbouworganisaties dit meenemen in hun dialoog met de melkveehouders. Daarnaast willen wij samenwerking en samen onderhandelen met de melkveehouders. We willen hen aanmoedigen via ondersteuning van de opstart van producentenorganisaties, en hier worden via het Programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling (PDPO) middelen voor vrijgemaakt.

Zuivelbedrijven kunnen op verschillende manieren een toegevoegde economische waarde creëren op hun bedrijf. De korte keten, voorzitter, kan zo een economische meerwaarde bieden. Melkveebedrijven verkopen dan rechtstreeks een deel van de melkproductie in de vorm van rauwe melk of als zelf geproduceerde zuivelproducten.

Het Steunpunt Hoeveproducten wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid en begeleidt landbouwbedrijven bij de opstart van een korteketenactiviteit. Het Steunpunt Hoeveproducten krijgt meer vragen van melkveebedrijven over de afzet via de korte keten. We merken dus dat bedrijven op zoek zijn naar het creëren van toegevoegde economische waarde op het bedrijf. In 2014 heeft het steunpunt ingespeeld op de nieuwe marktsituatie door verschillende opleidingen te organiseren. Op de website van het steunpunt wordt alle relevante informatie gegeven en er is een soort startersmap. U hebt het gelezen in de beleidsnota, we willen inzetten op de korte keten. Er komt een strategisch plan. Ook andere verbredingsactiviteiten zijn belangrijk.

Mijnheer De Croo, het probleem van de superheffingen is ons natuurlijk bekend. Er zijn verschillende bedrijven. Exacte cijfers hebben we op dit moment niet, maar ik vraag dat na. We zitten nu al met een overschot van 4 procent. Wat dat zal betekenen, kan ik u nu niet zeggen. Ik laat dat uitzoeken door de diensten. Ik vrees dat er nog geen definitieve cijfers zijn. Er is al initiatief genomen om een deel van de superheffingen in te houden door de melkerijen zelf om de eindafrekening te verlichten. Dat zal natuurlijk zwaar wegen op de sector. Dat zijn maar tijdelijke maatregelen.

De coöperatieven rond duurzame melk zijn natuurlijk positief, voorzitter. We willen ze aanmoedigen. Het zijn allemaal privé-initiatieven, maar via projectvoorstellen kunnen ze een beroep doen op steun. Ik verwijs naar het PDPO waar heel wat projecten mogelijk zijn maar natuurlijk ook in de korte keten. Dan is er nog het steunpunt waar ze een beroep op kunnen doen. Er zijn heel wat mogelijkheden binnen de projectenpot van het PDPO. We blijven dit op Europees niveau verdedigen om de interventiemechanismen op een andere manier te kunnen inzetten.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Ik dank u voor uw antwoord, minister. Het is duidelijk dat elke sector, ook de landbouw, regelmatig moet innoveren en investeren. Dat geldt ook voor de zuivelsector. We hebben globaal gezien een goede periode achter de rug. Daardoor kan een euforische sfeer ontstaan en dan zou men wel eens durven overinvesteren.

Aan de andere kant weten we dat de sector op een keerpunt staat en meer afhankelijk wordt van de wereldmarktprijs en in een zeer fragiele situatie kan terechtkomen.

Ik heb daarnet gesproken over het creëren van toegevoegde economische waarde op het eigen bedrijf. U bent daar verder op ingegaan en u hebt een aantal suggesties gedaan. We weten echter ook dat dit sneller is gezegd dan in de dagelijkse realiteit is gerealiseerd, in die zin dat dit ook investeringen met zich meebrengt. Daarnaast moet men voldoen aan hoge eisen op vele terreinen waaronder volksgezondheid. Bovendien is de afzetmarkt nooit verzekerd maar voor sommige bedrijven ligt daar misschien wel een kans.

Ik heb daarnet gezegd dat de sector zich op een keerpunt bevindt. Om die reden vind ik op dit ogenblik de voorlichting veel belangrijker dan in de maanden en de jaren die achter ons liggen. Gezien de heel specifieke situatie en de omschakeling van een systeem dat gedurende jaren de sector heeft geschraagd en ook heeft gezorgd voor relatieve inkomenszekerheid, vindt hier een heel fundamentele verandering plaats. Vandoor mijn pleidooi om die voorlichting nog eens extra onder de aandacht te brengen.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

De heer Herman De Croo (Open Vld)

Ik dank u voor uw antwoord. Het is evident dat de landbouwsector de meest gemeenschappelijke sector is die we ooit hebben gekend in de Europese Unie. Ongeveer 40 procent van de middelen gaat daar naartoe. De ombouw op concurrentieel wereldvlak is moeilijk. We voelen dat aan, we ondergaan vandaag een zee van effecten. Minister, ik dank u ook dat u ons daarover nog informatie zult verstrekken. Is het echter mogelijk om de totstandkoming van die open markt te verzachten door bijvoorbeeld een hulp bij de leningen door middel van een waarborgsysteem, een partnerschap met melkerijen of andere om die doorgang mogelijk te maken?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Ik heb hier twee uitdrukkelijke vragen genoteerd. Volgens de heer De Meyer is die voorlichting heel belangrijk. Dat is uiteraard het geval, die boodschap hebben we ook begrepen. Ik zal echter nagaan of nog bijkomende inspanningen mogelijk zijn. De heer De Croo vraagt naar extra mogelijkheden en waarborgen om de pijn te verlichten. Natuurlijk is hier opnieuw het ketenoverleg belangrijk. We hebben daar verschillende contacten. Dit heeft vaak te maken met het vinden van budgetten en mogelijkheden om daarop in te grijpen binnen het bestaande Europese kader. Wanneer er heel concrete vragen worden gesteld door de sector, kunnen we nagaan hoe we daarmee omgaan binnen dat bestaande Europese kader.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.