U bent hier

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Voorzitter, minister, geachte leden, de timing van deze vraag kon eigenlijk niet beter zijn, zo net na de feestdagen. Het is niet de bedoeling om mensen hier een schuldgevoel aan te praten, maar dit lijkt me een zeer geschikt moment om een beetje aan zelfreflectie te doen over het gegeven dat we ook individueel wel af en toe gewoon perfect bruikbaar voedsel verspillen. Als we dat met zijn allen doen, dan betekent dit dat wereldwijd vaak een derde van het voedsel wordt verspild. Dat heeft dan minder te maken met het persoonlijk consumptiepatroon, maar wel met de productie- en vooral ook de distributieorganisatie. Het gaat over 1,3 miljard ton. Ter zake kan een rechtvaardigheidsvraag worden gesteld, als we weten dat op hetzelfde moment mensen verstoken zijn van basisproducten zoals voedsel, maar er is ook een ecologische en zelfs economische component aan. Wat je weggooit, is ook verspild.

Bij die tonnen voedsel zitten er heel vaak gewoon eetbare producten, die we verloren laten gaan. Minister, ik vond het dan ook interessant om in uw beleidsnota te lezen dat u wilt investeren in hefboomprojecten, in het bijzonder binnen de sociale economie, die deze voedseloverschotten wat Vlaanderen betreft zouden moeten kanaliseren in de richting van sociale redistributie. U haalt de voorbeelden aan van veilingen of lokale samenwerking met supermarkten. Ik citeer u: “Deze kunnen naast economische baten (lagere aankoopkosten, verminderen van afvalverwerkingskosten) ook grote (directe en indirecte) maatschappelijke winsten realiseren onder meer op het vlak van tewerkstelling en voldoende gezond voedsel (...) voor iedereen.”

Bij diezelfde zoektocht kwam ik uit bij de organisatie foodwe, een non-profitproject dat al actief was in Brussel en Wallonië en nu ook zijn werkingsgebied wil verruimen tot Vlaanderen. De organisatie heeft als doel voedselverspilling te verminderen. Ze faciliteert professionals om onverkochte, maar nog perfect goede, eetbare voorraden voedsel te verstrekken aan goede doelen of maatschappelijke verenigingen. Distributeurs, producenten, restaurants, hotels, kleine handelaren, veilingen en dergelijke kunnen allemaal gebruikmaken van het platform om een voedseldonatie te doen, waarna dat kan worden opgehaald.

Nu, de tijd staat niet stil, want eergisteren las ik dan dat Delhaize wekelijks 3000 porties voedsel zou willen doneren aan de voedselbank Brussel - Brabant. Er zijn heel wat spelers die zich gaandeweg bewust worden van het probleem. Ik denk dat dat een goede zaak is. Vorige legislatuur was er een pilootproject in Sint-Truiden, waarbij vrijwilligers in lokale supermarkten zaken uit de rekken haalden om ze te distribueren. Ik zou zeggen: laat duizend bloemen bloeien in dezen.

Minister, ik had graag wat concretisering bij het engagement dat u in de beleidsnota nam om werk te maken van het terugdringen van voedseloverschotten, ik vermoed ook mede geïnspireerd door een resolutie van dit parlement.

Minister, kunt u uw concrete initiatieven op het vlak van ‘sociale redistributie’ en het tegengaan van voedseloverschotten toelichten? Welke projecten zijn er vandaag? Welke projecten plant u en op welke termijn? Welke budgetten zijn daarvoor uitgetrokken? Kent u het platform foodwe.org? Hoe staat u tegenover dit initiatief? Bent u bereid met hen en met anderen, bijvoorbeeld Delhaize, contact te leggen en te onderzoeken in welke mate een samenwerking en ondersteuning mogelijk is? Ik bedoel dan natuurlijk niet dat u zelf naar de Delhaize zou moeten gaan.

We sluiten de commerciële boodschappen hierbij af.

De heer Hendrickx heeft het woord.

De heer Marc Hendrickx (N-VA)

Ik heb niet zozeer een vraag, maar ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om jullie kennis te geven van een mooi initiatief, een best practice. U weet dat ik uit Mechelen kom. We hebben daar een heel grote veiling van fruit en groenten. Onze veiling levert jaarlijks 1 miljoen kilogram aan overschotten via een 70-tal gekende verenigingen aan allerhande organisaties, zoals armenverenigingen. Ik wilde dat gewoon even melden. Er zijn nog goede zaken in deze wereld.

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer Van Malderen, ik dank u voor uw vraag, want ik denk dat er inderdaad nog wat tandjes bij te steken zijn wat deze problematiek betreft en dat we heel wat kansen laten liggen.

Ik ben op de hoogte van het platform waarnaar u verwijst. Maar u weet ook dat dat een private, particuliere organisatie is waarvan die webstek zelfstandig werd opgericht. Dat is natuurlijk goed. Niet alles moet worden gedaan door de overheid. Wat privé kan worden gedaan, is ook zeker waardevol. Vooralsnog hebben ze nog geen contact opgenomen met mijn kabinet of de administratie. Maar ze mogen dat gerust doen, of anders wil ik zelf proactief contact opnemen om te kijken of we tot een goede wisselwerking en samenwerking kunnen komen tussen de overheid en hun organisatie.

U hebt mij concreet gevraagd of ik een aantal initiatieven kan bevestigen. We voeren er momenteel al twee uit. Ik heb in mijn beleidsnota ook al aangekondigd dat we daar meer op zullen inzetten. Maar de beleidsnotabespreking is pas in de week voor het kerstreces afgerond. We zijn nu een week later, dus we hebben nog wel heel even de tijd om nieuwe initiatieven te bedenken. Ik denk dat het waardevol en zeer goed is om dat te doen. Ik zie wel nog een aantal knelpunten, waarop ik later zal terugkomen.

U weet dat wij 248.000 euro hebben toegekend als subsidie aan KOMOSIE vzw voor zogenaamde hefboomprojecten waarnaar u zelf hebt verwezen. Het is zeer goed om op verschillende fronten tegelijk te spelen, bijvoorbeeld sociale tewerkstelling in het kader van sociale economie, het bestrijden van armoede en dergelijke. Ik denk dat dat goed is. U weet volgens mij wat KOMOSIE vzw doet. Het zou ons te ver leiden om hierop in te gaan.

In een van de vorige vergaderingen heb ik minister Lieten bedankt voor het op touw zetten van RIMO Limburg. We zullen dat project blijven ondersteunen in het kader van het SALK-programma. Daarnaast wil ik ook in overleg met de betrokken actoren nagaan welke bijkomende initiatieven er nog mogelijk en nodig zijn en kunnen worden ondersteund.

Maar ik denk dat we hier een samenwerking hebben tussen verschillende beleidsdomeinen. Ik heb daarover al samengezeten met het kabinet van minister Schauvliege, die zelf al de problematiek van voedseloverschotten en dergelijke heeft aangekaart.

Ik denk dat ik vanuit de coördinatie van armoedebestrijding, maar ook zeker vanuit sociale economie, iets kan betekenen in deze problematiek.

Ik wil u toch nog wijzen op een knelpunt. U hebt zelf de supermarktketen Delhaize genoemd. Er zijn reeds andere gelijkaardige initiatieven, bijvoorbeeld in Kortrijk met Colruyt, denk ik. Het maakt niet uit. Elke grote supermarktketen of andere instelling die bereid is om mee te werken aan zulke dingen, is een goede zaak.

Maar ik merk wel dat er bepaalde hinderpalen zijn. De FOD Voedselveiligheid is – eufemistisch uitgedrukt – niet altijd de meest plooibare instelling. Ik besef natuurlijk dat je een aantal veiligheidsvoorschriften niet naast je kunt neerleggen, maar het is niet evident om bepaalde zaken te doen. Ik herinner me dat, als we het overschot van het eten bij vergaderingen van de Vlaamse Regering of uit het zelfbedieningsrestaurant van het Vlaams Parlement naar Poverello willen brengen, dat niet mag, door allerlei voorschriften in het kader van de voedselveiligheid.

Een ander knelpunt is dat het zeer moeilijk is om mensen te vinden, al dan niet op vrijwillige basis, om mee te helpen bij het ophalen van al die producten. Ik herinner me een zeer concreet voorbeeld in Antwerpen van de supermarkt die we niet meer zullen noemen, maar die in ieder geval heel veel vestigingen heeft op het grondgebied Antwerpen. Zij waren bereid om dagelijks middelen te bezorgen bij de daklozenopvang, in sociale restaurants, organisaties als Moeders voor Moeders, CAW’s die ook voedselpakketten en dergelijke verdelen. Je stuit daar natuurlijk ook op het organisatorische probleem dat het niet evident is dat mensen zich daar na de reguliere werktijden voor willen inzetten. Delhaize en andere supermarktketens willen daaraan wel meewerken, maar zeggen dan bijvoorbeeld dat het pas vanaf 19 uur kan. Ik begrijp natuurlijk dat zij vanuit commercieel standpunt zoveel mogelijk willen verkopen. Zij worden elke dag geconfronteerd met heel veel overschotten en vinden het ook niet oké om dat allemaal weg te gooien.

Bovendien moet je zelf ook instaan voor de logistiek, wat niet altijd evident is. Ik denk dat het misschien goed zou zijn om vanuit de Vlaamse Regering een soort kader te creëren, proefprojecten op te starten in bepaalde steden en gemeenten die als voorbeeld kunnen dienen voor andere steden en gemeenten die dan al dan niet door het afsluiten van convenanten met organisaties die dat ook op zich willen nemen, kunnen volgen.

Ik denk dat we een klein duwtje in de rug moeten geven, omdat het anders jammer genoeg nooit van de grond zal komen.

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb op zijn minst de ambitie ervaren om er effectief mee aan de slag te gaan: een tandje bij steken, kansen grijpen, duwtjes geven. Ik begrijp dat het kort dag is na het goedkeuren van de beleidsnota.

Ik blijf wat op mijn honger zitten. Ik had graag meer zicht gekregen op de methode die u wenst te gebruiken. U zegt dat u de bestaande initiatieven die als hefboomproject hebben gediend, wilt bestendigen. Ik denk dat dat positief is. U zegt dat het goed is een kader te creëren. Is dat dan een ambitie van u? Bevestigt u dat u dat kader zult opzetten?

De aanleiding van mijn vraag was foodwe. Er is de retailer ‘who shall not be named’. Er zijn heel wat andere initiatieven. De heer Hendrickx verwijst naar de veiling. Is het de bedoeling om met een call te werken? U zegt dat ze nog geen contact hebben opgenomen met u. Betekent dat dat we al die mensen de contactgegevens van uw kabinet moeten bezorgen? Of gaat u outreachend een inventaris opstellen van wat er gebeurt op het terrein? Is het de ambitie om in Vlaanderen op termijn tot een soort van gebiedsdekkend aanbod te komen, zij het dat je uiteraard niet alles kunt opvangen? Als het over naakte voedselveiligheid gaat, mag je natuurlijk geen compromissen maken.

Je kunt niet de schijn wekken dat er zoiets bestaat als voedsel dat geschikt is voor wie het kan betalen terwijl anderen het dan maar met wat overschotten moeten doen. U hebt dat geenszins gesuggereerd, maar ik denk dat bepaalde stellingnames van voedselveiligheid toch ook wel in die hoek te begrijpen zijn. Daarnaast is er heel vele marge om dingen te doen. Afgaand op uw beleidsnota en op uw antwoord heb ik eigenlijk te weinig zicht op het ambitieniveau dat u op het einde van deze legislatuur wilt halen en de methode die u zult hanteren om dat in verschillende stappen te bereiken. Misschien kan uw repliek me daar wijzer in maken.

Minister Homans heeft het woord.

De twee initiatieven die ik heb vermeld, zijn heel waardevol, maar ze zijn ook redelijk lokaal, waar op zich niets mis mee is. Vandaar dat ik heb gezegd dat het nuttig zou zijn om vanuit Vlaanderen een aantal pilootprojecten op te starten zodat we een voorbeeldfunctie hebben en andere steden en gemeenten dat voorbeeld kunnen volgen, al dan niet met ondersteuning vanuit Vlaanderen. Ik maak me op dat vlak weinig illusies, mijnheer Van Malderen. Wanneer men verenigingen uit het middenveld of andere verenigingen wil inschakelen, dan moeten zij mensen in dienst nemen, bijvoorbeeld voor die ophalingen. Dat vereist een financiële ondersteuning. Ik denk concreet aan een aantal pilootprojecten in een aantal steden en gemeenten. Dat hoeven niet per definitie de grootste steden te zijn, dat kan ook in andere gemeenten waar de noden groot zijn. Het lijkt me belangrijk die steden en gemeenten te kiezen waar de noden het grootst zijn, en dat is niet altijd in de grootste steden.

Ik heb ook het plan over de sociale restaurants al uit de doeken gedaan. Dat kan ook een perfecte samenwerking en wisselwerking zijn. Bovendien is dan een klaverbladfinanciering mogelijk tussen de bevoegdheid Armoedebestrijding en Sociale Economie. Ik zie mogelijkheden in het project van de sociale restaurants, waar de voorzitter van het OCMW van Gent redelijk positief op heeft gereageerd. Hij is het idee zeer genegen en ziet er wel het nut van in, mits een tegemoetkoming van Vlaanderen. Als ik als bevoegd minister pilootprojecten wil opzetten in bepaalde steden en gemeenten, dan is het logisch dat ik daar de nodige middelen tegenover plaats. Zo niet, zal het project niet veel slaagkans hebben.

Ik wil best contact opnemen met het platform. Het lijkt me dom om allerlei ideeën te ontwikkelen die misschien al bestaan in hoofde van sommige mensen die daarin actief zijn. Ik zal mijn kabinet contact laten opnemen en die mensen uitnodigen. Ik denk dat we tot een uitwisseling van goede praktijken kunnen komen. Dat is in het belang van hen die het nodig hebben in deze maatschappij. We moeten dan ook met z’n allen de handen in elkaar slaan. Ik blijf ervan overtuigd, vandaar dat ik ter afronding terugkom op die pilootprojecten, dat de Vlaamse overheid het voorbeeld moet geven en daar middelen tegenover moet stellen. Op die manier kunnen we andere lokale besturen of andere besturen op hetzelfde goede idee brengen.

Mijnheer Van Malderen, ik vind uw suggestie zeer waardevol en zal er dan ook rekening mee houden.

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, het zou nuttig zijn na te gaan wat het ambitieniveau is dat we op middellange termijn willen halen. Pilootprojecten opzetten is één zaak, maar het zou ook goed zijn indien we de ambitie zouden hebben om wat op lokaal vlak bestaat van de kust tot Maaseik te bundelen zonder dat dit allemaal van de Vlaamse overheid moet komen. We moeten proberen een aanbod te genereren dat ingaat op een problematiek die overal bestaat. Goede voorbeelden kunnen daar gidsend werken. Dat antwoord heb ik niet gekregen.

Ook de vraag hoe u die pilootprojecten ziet, hebt u niet beantwoord, maar ik veronderstel dat we daar op een later moment nog vragen over kunnen stellen. Ik noteer wel dat u ingaat op mijn suggestie en dat u die ambitie deelt. Er moet in dezen geen grote polemiek worden gevoerd; er moet vooral aan de slag worden gegaan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.