U bent hier

De voorzitter

De heer Verstreken heeft het woord.

De heer Johan Verstreken (CD&V)

Voorzitter, Nederland blijft de belangrijkste buitenlandse partner voor Vlaanderen de komende jaren. Dit blijkt ook uit de beleidsnota Buitenlands Beleid 2014-2019.

Niet alleen de culturele samenwerking wordt voortgezet, er wordt ook op andere vlakken zoals mobiliteit, economische concurrentie, innovatie en leefmilieu naar opportuniteiten gezocht. Op het vlak van onderwijs streeft de minister er in nauw overleg met Nederland naar dat er een kwaliteitsvol aanbod van Nederlandstalig onderwijs in het buitenland blijft bestaan. Grensoverschrijdende projecten worden voortgezet zoals de voltooiing van de IJzeren Rijn voor een betere ontsluiting van de zeehavens en een verbeterde toegang tot het kanaal Gent-Terneuzen.

Uit recente cijfers van het departement Onderwijs blijkt dat steeds meer Nederlandse studenten les komen volgen in Vlaamse scholen. Vooral de hogescholen kampen met een verdriedubbeling van het aantal Nederlandse studenten, wat behoorlijk veel is. Dit gaat echter ook gepaard met een kostenplaatje van ongeveer 134 miljoen euro.

Minister-president, in welke mate hebt u het toenemende aantal Nederlandse studenten en het bijhorende kostenplaatje aangekaart bij uw Nederlandse collega? Welke invloed kan dit hebben op de relaties met Nederland? Welke invloed heeft dit op concrete grensoverschrijdende dossiers met Nederland waar Vlaanderen vragende partij is?

Ik denk onder meer aan de Nederlandstaligen in het buitenland, aan de IJzeren Rijn en aan het kanaal Gent-Terneuzen.

Tijdens de bespreking van de beleidsnota is het probleem van het Nederlandstalig onderwijs in het buitenland aangekaart. De Stichting Nederlands onderwijs in het Buitenland (NOB) dreigde in 2013 haar subsidies te verliezen. Dit zou dramatisch zijn geweest voor de 200 scholen die de stichting beheert en voor de Vlaamse kinderen die er les volgen. Tijdens de vorige legislatuur, toen de heer Van Overmeire nog commissievoorzitter was, hebben we in New York een aantal mensen gehoord over de afschaffing van die subsidie. Volgens hen zou dit voor hen een drama betekenen.

Minister, eind 2013 heeft de Tweede Kamer een motie goedgekeurd die voor een tijdelijke subsidie van in totaal 10 miljoen euro heeft gezorgd. Dit is bedoeld als een bijdrage aan de kwaliteit van het Nederlands onderwijs in het buitenland. Die subsidie zou nu blijkbaar voor de komende drie jaar zijn gewaarborgd. Klopt dit? Levert Vlaanderen op dit vlak een bijdrage of worden die kosten enkel door Nederland gedragen? Ik heb vernomen dat die tijdelijke overeenkomst in 2016 afloopt. Is er zicht op een duurzame oplossing voor het Nederlandstalig onderwijs in het buitenland?

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

De heer Marc Hendrickx (N-VA)

Voorzitter, wat zijn laatste deelvraag betreft, sluit ik me graag bij de heer Verstreken aan. In tijden van al dan niet tijdelijke migratie en een internationalisering van de economie lijkt het me enorm belangrijk dat kinderen, die vaak verplicht moeten meereizen, toch onderwijs in de Nederlandse taal kunnen blijven genieten. Als ik me niet vergis, volgen in totaal 1200 leerlingen Nederlands in dergelijke scholen. Hier zijn ook een honderdtal Vlaamse leerkrachten aan verbonden. Ik denk in dit verband ook aan de inspanningen en de sensibiliseringsacties van Vlamingen in de Wereld. Ik sluit me dan ook graag aan bij de laatste deelvraag van de heer Verstreken.

Wat de eerste deelvraag van de heer Verstreken betreft, mogen we niet veronachtzamen dat elke Nederlander die in Vlaanderen studeert nadien toch ook een beetje een ambassadeur van Vlaanderen is.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, zoals ik al eerder in deze commissie heb meegedeeld, was mijn ontmoeting met minister-president Rutte op 13 oktober 2014 een kennismakingsgesprek. We hebben een aantal voor Vlaanderen zeer belangrijke strategische dossiers besproken. Het gaat onder meer om de sluis in Terneuzen, waarvoor we een beslissing hebben genomen, om de IJzeren Rijn en om een aantal andere aangelegenheden.

We hebben niet alle beleidsdomeinen waar er raakvlakken zijn of waarover overleg noodzakelijk is in detail besproken. Dat is trouwens de taak van elke minister. Elk lid van de Vlaamse Regering beschikt met betrekking tot zijn materie over buitenlandse contacten en bevoegdheden. Een aantal ministers van mijn regering hebben hier al gebruik van gemaakt.

Bovendien kon ik het op 13 oktober 2014 moeilijk over de cijfers over het groot aantal Nederlandse studenten in Vlaanderen hebben. Die cijfers zijn eind november in De Standaard gepubliceerd. Dit punt was op dat ogenblik nog niet aan de orde.

Het aantal studenten wordt door de minister van Onderwijs gemonitord. Er is geregeld ambtelijk overleg tussen beide onderwijsadministraties. Volgens mij heeft dit geen invloed op de relaties met Nederland. Indien er een effect is, kan dit enkel positief zijn. Veel mensen komen hier studeren. Ze leren ons kennen en waarderen. Dit kan allicht tot latere banden leiden. Die mensen kunnen hier activiteiten ontplooien of een netwerk uitbouwen. Sowieso leren ze Vlaanderen en de kwaliteit van ons onderwijs kennen. Ze worden op hun beurt een beetje ambassadeurs van Vlaanderen. Ik zie geen verband met de grote infrastructuurdossiers. Volgens mij moeten we de IJzeren Rijn of de sluis in Terneuzen niet aan de aanwezigheid van buitenlandse studenten koppelen.

Dit kan een punt van overleg vormen. Minister Crevits is hiervoor bevoegd. Er is al ambtelijk overleg geweest. Onze vertegenwoordiger in Den Haag heeft onze onderwijsadministratie laten weten dat het goed zou zijn indien dit overleg op politiek niveau zou worden voortgezet.

Mijnheer Verstreken, de vraag uit Den Haag dateert van 19 december 2014. Indien er een initiatief moet worden genomen, zou minister Crevits dat moeten nemen. Indien u nog verdere vragen wilt stellen of wilt weten of het volgens haar wenselijk is initiatieven te nemen, raad ik u aan contact met de minister van Onderwijs op te nemen.

De voorzitter

De heer Verstreken heeft het woord.

De heer Johan Verstreken (CD&V)

Minister, indien ik het goed begrijp, houdt de vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering hier tijdens informele gesprekken rekening mee.

Minister-president Geert Bourgeois

Onze vertegenwoordiger rapporteert over de ambtelijke contacten. Hij heeft laten weten dat het eigenlijk door de politici moet worden opgenomen. Er zijn in het buitenland 120 Vlaamse studenten op een totaal van 10.000 Nederlandstalige studenten. De Nederlandse overheid betaalt dit, maar voert nu ook ernstige besparingen door. In die mate dat de kinderen van onze expats door die bezuinigingsmaatregelen worden getroffen, heeft dit natuurlijk invloed op ons.

Op ambtelijk vlak is momenteel geen vooruitgang geboekt om tot verdere oplossingen te komen. Om die reden heeft onze vertegenwoordiger gesignaleerd dat het overleg, indien vooruitgang gewenst is, beter op het politiek niveau kan worden voortgezet.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.