U bent hier

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

De heer Karim Van Overmeire (N-VA)

Voorzitter, minister-president, collega’s, de Raad van Europa is een belangrijke organisatie die als een van de weinige over het hele Europese grondgebied activiteiten ontplooit, weliswaar niet van in het begin. In 1949 was het vooral een West-Europese organisatie, maar het belang is enorm toegenomen na de val van de Muur in 1989 toen ook landen van Midden- en Oost-Europa deel gingen uitmaken van de Raad van Europa. Als kers op de taart was er de toetreding van Rusland in 1996, dat toch wel een redelijk vaste klant is bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, wat toch een beetje haaks staat op de traditionele Russische politiek. 

Het is een vrij belangrijke organisatie, met een aantal instellingen, de parlementaire assemblee, het Congres van Lokale en Regionale Overheden en uiteraard het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Hier gaat het over het Comité van Ministers, bestaande uit de ministers van Buitenlandse Zaken van alle 47 lidstaten. Dat is toch wel het centrale besluitvormingsorgaan. Van november 2014 tot mei 2015 zal België daarvan het voorzitterschap waarnemen.

In de schoot van de Raad van Europa komen ook thema’s aan bod die tot de bevoegdheden van de gemeenschappen en gewesten behoren. Daarover hadden we in de vorige legislatuur al een gedachtewisseling met de toenmalige minister-president, waarbij we hem de vraag stelden in welke mate Vlaanderen aan dat Belgische voorzitterschap een bijdrage zou kunnen leveren.

Ik lees zijn antwoord voor: “Intra-Belgisch is afgesproken om de lijst met prioriteiten voor het Belgische voorzitterschap van de Raad van Europa te beperken en te focussen op de kerntaken van de Raad, zijnde mensenrechten, rechtsstaat en democratie.” Dat lijkt me trouwens een zeer verstandige beslissing. Verder stelde hij: “Daarbij zal ook actief worden gezocht naar raakpunten met Vlaamse aandachtspunten. De bewustmaking van de lidstaten van het belang van de Conventie van Bern inzake het behoud van wilde dier- en plantensoorten in hun natuurlijke habitat. Blijven inzetten op lokale en regionale democratie via het Congres van Lokale en Regionale Overheden. De bewustmaking van de lidstaten van de relevantie van de Conventie inzake personen met een handicap. De opvolging van de implementatie van de nieuwe wereldantidopingcode. Aandacht vragen bij de lidstaten voor de herdenkingsprojecten van WO I. De bewustmaking van de lidstaten van het belang van de Raad als innovatief monitoringsplatform voor uitwisseling en voor harmonisering en ontwikkeling van standaarden.”

Hij sloot af als volgt: “Het blijft inderdaad een constante uitdaging om de correcte institutionele context van België duidelijk te maken aan de instellingen van de Raad van Europa. Het Belgisch voorzitterschap zal daar inderdaad een extra gelegenheid toe bieden.”

Ik stelde ook een schriftelijke vraag aan minister-president Peeters op 9 december 2013. Daarop stelde hij onder meer: “Daarnaast bekijkt de Vlaamse Vertegenwoordiging in Parijs – geaccrediteerd bij de Raad van Europa – de mogelijkheid om een culturele activiteit of netwerkreceptie te organiseren voor de Delegaties bij de Raad van Europa. Een centraal aspect van dergelijke evenementen is steeds de duiding van onze institutionele structuur.”

Het is een hele boterham van grote ambities, minister-president. Maar als ik naar de agenda kijk van het Belgische voorzitterschap van de Raad van Europa, in de mate dat ik die van het internet kan plukken, zie ik 25 evenementen in totaal. De Vlaamse Gemeenschap levert een bijdrage voor 3 van die 25. Inhoudelijk vind ik maar in zeer beperkte mate iets terug van wat hier anderhalf jaar geleden is toegezegd, of wat toen toch de ambitie was.

Minister-president, op welke manier werd Vlaanderen betrokken bij de organisatie van het Belgische voorzitterschap? Dat is een problematiek die herhaaldelijk aan bod komt: in welke mate blijft de FOD Buitenlandse Zaken dat als een bevoorrecht jachtterrein voor zichzelf zien of betrekt men er ook de gefedereerde entiteiten bij? Op welke manier komen de door Vlaanderen vooropgestelde aandachtspunten zoals opgelijst in 2013 in het programma aan bod?

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Mevrouw Güler Turan (sp·a)

Voorzitter, ik neem aan dat u daaraan zelf een interessante bijlage kunt leveren, want u zit in de Raad van Europa.

Ik verwijs naar een kritiek die ik gaf bij de beleidsnota, minister-president. Instellingen en instituten, vertegenwoordiging, aanwezigheid, communicatie en gesprekspartners: daarbij kwam telkens bij mij de vraag naar boven met welke inhoud dat zou gebeuren. Welke aspecten willen we benadrukken? Wat zijn de Vlaamse prioriteiten?

De heer Van Overmeire zegt dat hij de agenda heeft bekeken. Ik ga voort op wat hij zegt, dat er maar een bijdrage is van Vlaanderen voor drie evenementen. Dat lijkt me inderdaad onevenwichtig. Maar ik ben vooral geïnteresseerd in het volgende. Het gaat over mensenrechten op Europees vlak en in het algemeen. Wat maakt België van het voorzitterschap om op dat vlak vooruitgang te zien?

De heer Verstreken en mevrouw Soens hebben vandaag vragen gesteld over kindhuwelijken. Dat heeft ook te maken met mensenrechten, met een zelfbeschikkingsrecht, ook voor minderjarigen. Wat heeft Vlaanderen op de agenda gezet en hoe volgen we dat inhoudelijk op, los van de evenementen en de recepties, die er waarschijnlijk bij horen? Wat zullen we, na onze periode als Vlaanderen in het Belgische voorzitterschap, hebben bijgedragen en wat zullen we hebben gerealiseerd? Dat interesseert me, niet hoe we het vieren en wie het betaalt. Die dingen tot daaraan toe, het moet gaan om inhoud.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, collega’s, de Raad van Europa wordt opgevolgd door het Vlaams buitenlands beleid. De organisatie is één van de kanalen om uitvoering te geven aan projecten die gerelateerd zijn aan mensenrechten. Zoals u zegt, mevrouw Turan. Ook is het zo dat in de Regionale Kamer van het Congres van Lokale en Regionale Overheden vanuit het Vlaams Parlement twee vertegenwoordigers zetelen.

Vlaanderen is betrokken bij het Belgisch voorzitterschap van de Raad van Europa. Een vertegenwoordiger van ons departement neemt deel aan de multilaterale coördinatievergaderingen onder voorzitterschap van de FOD Buitenlandse Zaken. Dit orgaan coördineert de standpunten van de verschillende relevante intra-Belgische actoren. Hier wordt heel concreet ingegaan op hoe België zijn stempel zal drukken op dit voorzitterschap.

Ook vanuit Parijs volgt onze Algemene Afvaardiging de dossiers op. Zes maanden is natuurlijk relatief kort. Er wordt ook telkens met een trojka gewerkt – zoals dat bij de EU het geval was – met onder meer Azerbeidzjan. Er zijn echter toch mogelijkheden.

Vooreerst heb ik eind vorig jaar beslist om steun te geven aan de Raad van Europa om bij te dragen aan het initiatief van de secretaris-generaal, de heer Jagland, om een internationaal adviespanel op te richten. Het gaat om een pakket van ‘immediate measures’ voor Oekraïne. Dat is een steunverlening van 85.000 euro. Om de mensenrechtenbescherming in Oekraïne te verbeteren, heeft de Raad van Europa beslist om een ‘international advisory panel’ op te richten. Dat heeft als opdracht erop toe te zien dat het onderzoek naar mogelijke schendingen van mensenrechten sinds de start van het conflict in november 2013 werd gemonitord, met respect voor de Europese Mensenrechtenconventie en de bijhorende jurisprudentie van het Hof.

Daarnaast zetten we als Vlaamse overheid via thematische evenementen het voorzitterschap in de verf. We hebben toch wel heel sterk bijgedragen aan een aantal conferenties en/of vergaderingen. Om het belang van kinderrechten en jeugdwerk te benadrukken, co-organiseerde de afdeling Jeugd van het Vlaams agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen (ASCW) twee evenementen. Er is de Europese conferentie over het belang van het kind, dat sterk voortbouwde op de 25e verjaardag van het Kinderrechtenverdrag en tot doel had een stand van zaken op te maken van het begrip en de toepassing van het belang van het kind in de internationale context en in de diverse nationale contexten. Dit had plaats in het Egmontpaleis, op 9 en 10 december 2014. De besluiten van de conferentie zijn voorgelegd aan het Comité van Ministers van de Raad van Europa.

Dan is er de tweede Europese jeugdwerkconventie, die focust op de rol van jeugdwerk. De slotverklaring van die conventie zal worden vertaald in een resolutie of een aanbeveling over de waarde en het belang van jeugdwerk in Europa. Die zal ook ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Comité van Ministers, op 27-30 april 2015 in Brussel.

Op het vlak van het onderwijs heeft het Departement Onderwijs en Vorming de vergadering van het informele Onderwijscomité van de Raad van Europa in goede banen geleid. Die vond op 18 december plaats, en dat onder meer in dit huis, in het Vlaams Parlement. Hierop aansluitend volgde de plechtige viering van zestig jaar Europese Culturele Conventie, op 19 december in het Egmontpaleis.

Op cultureel vlak zal de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering in Frankrijk de Vlaamse film promoten tijdens de Week van de Vlaamse Film in Straatsburg, van 24 tot 27 maart. De openingsavond is gepland op de eerste dag van de plenaire sessie van het congres. Daarnaast werkt de Afvaardiging aan de promotie van het Vlaamse theater, in theater Maillon-Wacken. Voor vijf Vlaamse voorstellingen heeft de Afvaardiging ook al een doelpubliek aangesproken en er tickets onder verspreid.

Het Projectsecretariaat 100 Jaar Groote Oorlog van het Departement internationaal Vlaanderen (DiV) zal een expositie uitwerken over de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Dit zal gebeuren naar aanleiding van de volgende vergadering van het Congres van Lokale en Regionale Autoriteiten, op 24 maart 2015.

Tot slot heeft het Agentschap voor Binnenlands Bestuur (ABB) actief meegewerkt aan de organisatie van de zitting van het Bureau van het Congres van Lokale en Regionale Overheden van Europa, op 1 december 2014 in het Brussels Parlement in Brussel. De Vlaamse experten verlenen ook hun medewerking aan de volgende zitting, die in maart 2015 plaatsvindt. Dit gebeurt door het leggen van contacten met de sprekers en door een financiële bijdrage, naast de werkzaamheden van de collega van het agentschap die de secretaris van het Bureau van het Congres is.

De Vlaamse overheidsdiensten dragen ook inhoudelijk bij tot de website van het voorzitterschap. Die website is natuurlijk een mogelijkheid om zichtbaarheid te geven aan de diverse activiteiten en evenementen.

Ik kom tot de tweede vraag. Eerst en vooral is de periode van het voorzitterschap nog niet voorbij. Het is nog vroeg om al een eindbalans op te maken. Toch merk ik dat een groot aantal Vlaamse aandachtspunten zijn opgenomen in de voorbije en geplande activiteiten van het Belgische voorzitterschap. Zo is er tot nu toe blijvende aandacht geweest voor lokale en regionale democratie. Het ABB leidde de samenkomst van het Bureau in oktober 2014 in Brussel in goede banen, en doet dat ook voor de algemene samenkomst van het Congres in maart 2015.

Ook was er een expliciete bewustmaking van de lidstaten aangaande de relevantie van de conventie inzake personen met een handicap. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) was betrokken bij de voorbereiding van de samenkomst met als titel ‘Conference on Including People with Disabilities in Disaster Preparedness and Response’ op 4 en 5 december in Brussel. Op die conferentie kwamen een aantal Vlaamse experts aan bod.

De aandacht voor de herdenkingsprojecten met betrekking tot de Eerste Wereldoorlog zal dus worden geconcretiseerd naar aanleiding van het Congres van Lokale en Regionale Autoriteiten, door een expositie.

De bewustmaking van de lidstaten met betrekking tot het belang van de Raad van Europa voor de harmonisatie en ontwikkeling van standaarden is in diverse evenementen opgenomen. Het resultaat van de evenementen op het vlak van kinderrechten en jeugdwerk wordt bijvoorbeeld verder voorgelegd aan het Comité van Ministers, dat op basis daarvan standaarden voor de 47 lidstaten uitwerkt. Zo spelen we ook in op de ambitie van de Raad van Europa om standaardnormen te hebben voor alle leden met betrekking tot kinder- en jeugdrechten.

Niet alle Vlaamse aandachtspunten vertaalden zich in evenementen. Ik wijs erop dat er geen internationaal momentum is waardoor je alles op de agenda kunt zetten. Het gaat over het organiseren van een aantal evenementen. Zowel op het vlak van de Conventie van Bern als op het vlak van de nieuwe wereldantidopingcode zijn er tot nu toe geen specifieke acties gepland. We bekijken verder of we tijdens het voorzitterschap nog nieuwe internationale belangstelling kunnen genereren, ook voor die punten. De agenda van de Raad van Europa kan, zoals u weet, op zeer korte termijn wijzigen. Zo is nog eind december beslist om in februari een colloquium te organiseren over sociale grondrechten en werd aan de Vlaamse collega’s gevraagd om als voorzitter op te treden in de twee sessies.

Dit toont toch aan dat we kort op de bal spelen en daarbij intensief samenwerken met de federale collega’s, om samen tot het best mogelijke resultaat te komen. Ik heb nu nog heel recent een brief gekregen van de heer Maxime Prévot van de Waalse Regering. Hij nodigt uit om in het kader van het voorzitterschap van de Raad van Europa een conferentie te organiseren met de ministers bevoegd voor het erfgoed. Hij zegt: “L’objectif de celle-ci serait d’aboutir 40 ans après la Charte d’Amsterdam à la mise en place d’un texte de référence établissant une stratégie européenne pour le patrimoine, en adaptant les principes et modalités du gestion du patrimoine, au defi généré par les crises successives et les transformations de la société européenne.” Hij nodigt daarvoor uit op 13 januari. Hij vraagt om “une de vos collaborateurs” daar naartoe te delegeren, dus ga ik een dame sturen. Het is een bijkomende activiteit die eventueel zal worden ontplooid in het kader van het patrimonium.

Collega’s, ik heb u een overzicht gegeven. Ik denk dat heel veel aandachtspunten zijn meegenomen. U moet er rekening mee houden dat het om een Belgische context gaat. Het is een internationale gebeurtenis, met 49 lidstaten. Er is niet één grote bijeenkomst van een raad met een twee- of driedaagse agenda over alle mogelijke onderwerpen, waarbij je agendasetting kunt doen. Je moet evenementen organiseren. Maar op het vlak van cultuur, onderwijs, jeugd- en kinderrechten, sociale grondrechten, film, theater, misschien ook van patrimonium – ik vergeet er nu een paar – zijn er toch belangrijke initiatieven genomen.

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

De heer Karim Van Overmeire (N-VA)

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord, dat mij in zekere mate heeft gerust- en tevredengesteld.

Minister-president, ik heb het volgende gedaan: wat minister-president Peeters in 2013 in de commissie heeft gezegd, heb ik vergeleken met de agenda zoals die nu gepubliceerd is op het internet. Dan kom je tot een vrij mager resultaat. U hebt de nodige nuance aangebracht. U spreekt over een expositie over de Groote Oorlog. Ik vind die expositie echter niet terug op de agenda van het Belgisch voorzitterschap. Er heeft inderdaad een activiteit plaatsgevonden rond personen met een handicap. Ik verbaas mij er dan toch over dat de entiteiten die daarvoor bij uitstek bevoegd zijn, zoals Vlaanderen, die activiteit niet mee organiseren. Er staat dat de organisator de Raad van Europa was, met de steun van de FOD Binnenlandse Zaken. Vlaanderen was dus niet betrokken bij die activiteit.

Ik wil aannemen dat dat organisatorische problemen zijn of dat er iets is misgelopen bij de communicatie. Maar u begrijpt dat een buitenstaander die een vergelijking maakt tussen wat er is toegezegd en wat er uiteindelijk op het internet verschijnt, zal vinden dat de oogst vrij mager uitvalt.

Ik hoop dat er inderdaad nog ruimte is om extra activiteiten, zoals rond Bern, de antidopingcode en erfgoed op de agenda te plaatsen.

Minister-president, heeft de Vlaamse vertegenwoordiging in Parijs overwogen om een eigen culturele activiteit of netwerkreceptie te organiseren vanuit Vlaanderen? Ook dat vind ik niet terug op de agenda.

Ik dank u voor uw antwoord en voor uw eventuele verdere toelichting.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Mevrouw Güler Turan (sp·a)

Er moeten natuurlijk tal van activiteiten worden georganiseerd. Als individueel parlementslid zoek je die agenda niet automatisch op, zoals de heer Van Overmeire wel heeft gedaan. Nu België voorzitter is, lijkt het mij geen slecht idee de parlementsleden daarin meer te betrekken. U zegt dat er een colloquium komt over sociale grondrechten. Ik weet niet of het een gesloten colloquium is, of we daaraan kunnen deelnemen, waar dat plaatsvindt. Het lijkt mij geen slecht idee om de parlementsleden daarover te informeren via de secretaris, want nu het zich toch allemaal in België afspeelt, kunnen we daar gemakkelijk naartoe. (Opmerkingen van de heer Karim Van Overmeire)

Ik heb net gezegd dat niet iedereen dat individueel op het internet opzoekt, mijnheer Van Overmeire.

De heer Rik Daems (Open Vld)

Ik stap even in een andere rol. Ik weet niet of de collega’s dat weten, maar als deelstaatsenator ben ik afgevaardigd in de Raad van Europa. Meer dan dat: ik ben Belgisch delegatieleider. Mijn excuses dat ik het woord “België” uitspreek in deze commissie. (Gelach)

Ik wil twee elementen aandragen. België is voorzitter van het Comité van Ministers. De Raad van Europa is meer dan dat: er is ook de Parlementaire Assemblee en het Hooggerechtshof. Ik denk dat de heer Van Overmeire en mevrouw Turan terecht zeggen dat er een grotere betrokkenheid zou mogen zijn van de parlementsleden. Ik vind dat persoonlijk ook, zeker wanneer het gaat over beleidsdomeinen die uitdrukkelijk regionaal zijn gesitueerd. Het gaat dan niet alleen over het Vlaams Parlement, maar ook over de collega’s in de andere regionale parlementen. Ik denk dat ik een persoonlijke bijdrage kan leveren, in die zin dat ik, uiteraard in overleg met de minister-president, contact kan opnemen met de minister van Buitenlandse Zaken, om die agendering, puur informatief, naar hier te krijgen.

Belangrijker vind ik evenwel wat wij met de activiteit van de Raad van Europa, luik Parlementaire Assemblee, hier in onze assemblee zouden doen. Het komt mij voor, en dat was tijdens de vorige legislatuur ook zo in de Senaat, dat afvaardigingen in die Parlementaire Assemblee geen enkele inhoudelijke terugkoppeling kenden naar de assemblee vanwaar ze afgevaardigd waren. Ik beschouw mijzelf als een afgevaardigde van het Vlaams Parlement, omdat ik vanuit het Vlaams Parlement in de Senaat zetel, als deelstaatsenator en zo in de Raad van Europa. Dat is natuurlijk wat getrapt. Ik ben niet de enige uit het Vlaams Parlement die deel uitmaakt van de Raad van Europa. Ik zou samen met die collega’s willen bekijken hoe we desgevallend onderwerpen die met ons te maken hebben – dat zijn er overigens veel: mensenrechten, de rechtsstaat, de staat van de democratie, verkiezingsopvolging, enzovoort – op een bepaalde manier kunnen terugkoppelen naar het Vlaams Parlement. Minister-president, ik zal desgevallend met uw kabinet overleggen hoe we dat politieke meerwaarde kunnen geven. Want afgevaardigd zijn en daar dan niets mee doen, komt al snel over als – en in de realiteit neer op – een pseudoreiskantoor. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Dat is toch een engagement dat ik vanuit die andere functie hier aan de commissie wil meegeven.

Ik merk ook op dat we binnenkort met een Vlaamse afvaardiging naar Parijs gaan bij de OESO en de UNESCO. We zullen ook onze vertegenwoordiging in de Raad van Europa ontmoeten. Dit is misschien een gelegenheid om vanuit de parlementaire context een aantal elementen te ontdekken die we kunnen terugkoppelen naar het Vlaams Parlement en die de minister-president in de agendasetting zou kunnen meegeven.

Het is juist, de agendering van een voorzitterschap is bijzonder flexibel. Eigenlijk kan de minister van Buitenlandse Zaken, in overleg met de deelstaten, daar vrij ver in gaan. Zoals de minister-president aangeeft, kan men op korte termijn initiatieven nemen die – in dit geval – voor Vlaanderen een politieke meerwaarde kunnen betekenen.

Daarmee weet u dat ik de afvaardiging in de Raad van Europa voor mezelf en toevallig ook als Belgisch delegatieleider serieus neem. Ik probeer zeker een systematiek uit te werken waardoor we op de belangrijke domeinen van mensenrechten, rechtsstaat, staat van de democratie, hier een werking kunnen ontwikkelen.

Minister-president Geert Bourgeois

Niet alle zes van de punten waar mijn voorganger het over had, zijn uitgevoerd. Minister Muyters is naar Straatsburg geweest met betrekking tot Sport, maar dat heeft niet geleid tot de ondertekening van teksten. De precieze reden daarvoor ken ik niet. Het was ook strijdig met EU-wetgeving. Er is in elk geval een initiatief geweest.

De andere punten vind ik wel terug, zoals lokale regionale democratie. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap heeft meegedaan. Wellicht staat dat op de website als een federale activiteit, collega Van Overmeire.

WO I is wel gebeurd. Harmonisering en ontwikkeling van de standaarden is evenzeer gebeurd. Dier- en plantensoorten niet, de reden daarvoor ken ik niet. Er is natuurlijk een nieuwe regering gekomen. Ik kan eens informeren of daar nog initiatieven voor zijn. Flexibiliteit is er.

Waals minister Prévot stelt voor om nog gezamenlijk initiatief te nemen met betrekking tot patrimonium. Ik zal daar in elk geval een medewerker naartoe sturen om de voorstellen te bekijken, om te zien wat nog kan worden gerealiseerd, wat de betrokkenen betreft van het parlement; ik verwijs maar naar wat de voorzitter gezegd heeft.

Misschien kan ik aan de commissie een agenda laten bezorgen, want uiteraard bent u allemaal welkom.

We gaan in Straatsburg die Vlaamse cultuurweek organiseren met film en theater. Als de commissie daar naartoe kan gaan, welgekomen. Andere activiteiten en colloquia staan vermeld op de website. Misschien kunnen we nog een overzicht aan u bezorgen, voorzitter. Een dubbelluik zou mooi zijn, zodat er niet alleen op ministerieel en ambtelijk, maar ook op parlementair niveau initiatieven worden genomen.

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

De heer Karim Van Overmeire (N-VA)

Minister-president, ik ben toch bekommerd, ik zou toch willen dat al die activiteiten die u opsomt, op de agenda van het Belgisch voorzitterschap komen. Geïnteresseerden zullen natuurlijk daarnaar kijken. De tentoonstelling Groote Oorlog vind ik daar niet op terug, net zo min als de Vlaamse cultuurweek. Het is belangrijk dat die initiatieven daarop komen te staan.

De voorzitter

Dit thema zal zeker regelmatig terug op onze commissieagenda komen, niet alleen tijdens het voorzitterschap, maar vooral daarna.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.