U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Mevrouw Tine Soens (sp·a)

Het Wereldvoedselprogramma (WFP) besloot vorige week om geen voedselbonnen meer uit de delen aan 1,7 miljoen Syrische vluchtelingen. Niet omdat ze dat niet meer willen, of omdat er geen behoefte meer zou zijn, wel omdat de fondsen opgeraken om aan de vraag te voldoen. Het WFP kreeg in augustus een verbeterde toegang tot de regio. Op dat moment konden zo’n 4 miljoen Syriërs bereikt worden, en er werd reeds voor 600 miljoen euro aan voedselbonnen uitgedeeld waardoor vluchtelingen voedsel kunnen aankopen in lokale winkels, zoals boter, olie, rijst.

Het WFP vroeg aan de vluchtelingen in Jordanië en Libanon die maandelijks voedselhulp van het WFP krijgen, wat het zou betekenen om dat niet meer te krijgen. Een vrouw uit Daraa, Syrië, vertelde dat ze bang was om terug te keren naar Syrië maar zonder de voedselbonnen van het WFP zou ze dat toch moeten doen, ook al was de oorlog nog niet voorbij.

De fondsen geraken dus op en het WFP kan niet anders dan de bedeling van voedselbonnen stopzetten. De Syrische vluchtelingen bevinden zich voornamelijk in de regio rond Syrië: 620.000 mensen in Jordanië, 1,165 miljoen in Turkije, 1,144 miljoen in Libanon, in Egypte en Irak. De vluchtelingen moeten daar in vaak erg slechte omstandigheden zien te overleven, zeker met de winter die op komst is. 53 procent van de vluchtelingen in de buurlanden zijn trouwens kinderen. Met de voedselbonnen van het WFP hoefden de vluchtelingen zich minder zorgen te maken om aan voedsel te geraken.

De noodgedwongen stopzetting van de voedselbonnen kan leiden tot bijkomende spanningen en instabiliteit in de sowieso al onstabiele regio. De druk op de buurlanden die de vluchtelingen massaal opvangen wordt almaar groter. Het Wereldvoedselprogramma wijt de stopzetting van de voedselbonnen aan de lakse houding van landen die hun beloftes om hun steentje bij te dragen niet nakomen. Voor de maand december is er nood aan 46,5 miljoen euro. Vlaanderen is deels bevoegd voor het zenden van noodhulp.

Minister-president, bent u op de hoogte van de stopzetting van de voedselbonnen van het WFP aan de Syrische vluchtelingen en de noodkreet van de organisatie? Overweegt u om het WFP te ondersteunen door noodhulp te sturen? Pleegt u overleg met uw federale collega om tot een gecoördineerde Belgische actie te komen?

De voorzitter

Mevrouw de Bethune heeft het woord.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V)

Voorzitter, minister-president, collega’s, ik wil de vraag van mevrouw Soens steunen. Minister-president, u hebt al enkele keren kunnen uitleggen hoezeer Vlaanderen inzet op noodhulp, in functie van de middelen die we hebben, uiteraard. Maar er zijn al serieuze inspanningen gedaan, het is een traditie. Is het mogelijk om bijkomend vanuit Vlaanderen aan die vraag tegemoet te komen? Zijn we concreet aangesproken met de vraag om opnieuw hulp te geven? Misschien komt dat naar aanleiding van de VN-donorconferentie, waar Syrië wellicht een van de hoofdpunten is.

Ik vraag me af of we op een gecoördineerde wijze in overleg tussen de federale overheid en de deelstaten moeten overgaan tot het aannemen van meer vluchtelingen uit die regio, voor de duur van de oorlog als displaced persons. Hoofdzakelijk is dat een federale bevoegdheid. De middelen die daarvoor worden vrijgemaakt voor 2015 zijn heel beperkt. Binnenkort worden enkele mensen uit die regio onthaald. Ik pleit voor grotere inspanningen vanuit België, waarvan Vlaanderen deel uitmaakt. Vlaanderen staat in voor de integratie en de regionale spreiding van die mensen. Misschien moeten we laten weten dat we bereid zijn om meer mensen uit de Syrische regio te ontvangen. Deze week was er een oproep om plaats te vinden voor bijna 200.000 mensen. Daarvoor moeten wij ons kandidaat stellen, om een deel van hen onderdak te bieden.

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

De heer Karim Van Overmeire (N-VA)

Mevrouw Soens haalt een problematiek aan die ons allemaal ter harte gaat. Het kan niet dat mensen, die in ellendige omstandigheden in vluchtelingenkampen zitten, ook nog moeten vaststellen dat er geen voedselbonnen meer zijn en dat ze volledig op zichzelf zijn aangewezen. Dat is onmenselijk en onverstandig voor al wie zoekt naar een structurele oplossing voor die zeer moeilijke situatie.

Ik heb eens gekeken wie de donoren zijn bij het WFP. Ik zou graag weten wie middelen heeft toegezegd maar die niet heeft volstort. Die resultaten heb ik niet gevonden. Misschien kunt u die geven, minister-president?

Er zijn toch heel merkwaardige cijfers bij. De grootste donor is de VS met 2 miljard per jaar. Daarna komen Europese landen. Het VK stort meer dan 300 miljoen. Canada, een westers land, stort meer dan 300 miljoen, en de Europese Commissie nog eens 300 miljoen. Een aantal steenrijke oliestaten als Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten dragen minder bij dan een land als Ethiopië. Dat vind ik heel bizar. En even bizar vind ik dat België een even grote bijdrage levert als een land als Frankrijk.

Nu, als mensen in nood zijn, moet je niet kijken naar de rest van de wereld. Maar, parallel met wat Vlaanderen doet, zou ik wel eens willen zien hoe dat mechanisme werkt. Is het één groot fonds voor het WFP, dat wordt verspreid over verschillende noodprojecten? Of is er een specifiek fonds voor Syrië, waaraan landen bedragen hebben toegezegd? Het lijkt me ook belangrijk dat, als landen bedragen toezeggen, maar uiteindelijk niet storten, zij daarop worden aangesproken.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega’s, wij zijn het er allemaal over eens dat de situatie bijzonder penibel is voor die vluchtelingen. Het is de vierde opeenvolgende strenge, moeilijke winter. Ik betreur samen met u dat de internationale gemeenschap er blijkbaar niet in is geslaagd om de voedselketen in stand te houden.

Ik heb vernomen dat men de rantsoeneringen op een bepaald moment heeft gehalveerd, om een groter bereik te kunnen hebben, met zorg voor moeders met zuigelingen en zo natuurlijk. Maar blijkbaar was dat onvoldoende. Veel van die mensen leven in de meest moeilijke en erbarmelijke omstandigheden.

Vlaanderen heeft een langdurig, structureel engagement ten opzichte van het WFP. In de samenwerkingsovereenkomst, die we telkens voor drie jaar sluiten en waarbij de laatste loopt van 2012 tot 2014, engageert Vlaanderen zich om jaarlijks één miljoen euro vrij te maken voor samenwerking met het WFP. Van deze bijdrage gaat telkens 40 procent naar Malawi en 40 procent naar Mozambique. Dat zijn onze structurele partners. 20 procent daarvan is ongeoormerkte budgetsteun. De afgelopen drie jaar hebben we 3 miljoen euro gegeven: 1,2 miljoen euro voor Malawi, 1,2 miljoen euro voor Mozambique en 600.000 euro algemene steun aan het WFP. Bovenop heb ik dit jaar een bijkomende subsidie van 1.485.407 euro vrijgemaakt voor samenwerking met het WFP op het vlak van landbouw en voedselzekerheid, maar ook dat ging naar Malawi, binnen de landenstrategie. In totaal gaat het om 4.485.407 euro.

Door de wijze waarop we het WFP financieren, met 1 miljoen euro per jaar, laten we toe dat de organisatie zich toespitst op het voorkomen van voedselschaarste. Dat is de bedoeling van de samenwerking met Malawi en Mozambique: het aanbrengen van structurele oplossingen en verbeteringen, om preventief op te treden.

In een land als Syrië, met de vluchtelingen, zit je in een acute noodsituatie. Dat gaat niet over preventie. Daar wacht men bij manier van spreken niet op een ploegschaar om beter in eigen voedsel te kunnen voorzien. Daar moet er hulp worden geleverd. Dat is de situatie waarin de Syrische vluchtelingen zich vandaag bevinden.

Om het WFP toe te laten een deel van de middelen vrij in te vullen in functie van de voedselnoden wereldwijd, draagt Vlaanderen dus sinds 2012 jaarlijks 200.000 euro bij aan algemene begrotingssteun voor het WFP. Ik neem aan dat die middelen mee worden aangewend door het WFP om de noden te ledigen, ook in een land als Syrië.

Daarnaast doneren we jaarlijks 300.000 euro aan het Central Emergency Response Fund (CERF) van de Verenigde Naties. Doordat we vooraf de middelen aan dit fonds toekennen, kan het CERF optreden bij noodsituaties. De VN-agentschappen zoals het WFP kunnen in geval van dringende nood een beroep doen op dat CERF. Het WFP doet dat ook. Het is trouwens de allergrootste ontvanger van CERF-fondsen.

Vlaanderen heeft de Syriëcrisis helpen bestrijden via diverse noodhulpdossiers: in 2012 150.000 euro voor het Rode Kruis, in 2013 150.000 euro voor Caritas en in 2014 76.533,3 euro voor SOS Kinderdorpen België.

Collega’s, net als u heb ik gemerkt en gelezen dat de noodsituatie zeer erg is geworden doordat de keten niet in stand kon worden gehouden. Ik heb dus beslist om, proactief, zonder dat er een vraag is gesteld vanuit het WFP, de nog resterende middelen in onze begroting nu op het einde van het jaar bijkomend te geven aan het WFP. Het gaat toch om 110.000 euro. Ik verwacht elk moment dat dossier, dat nu nog bij de Inspectie van Financiën is. Dan kan de ondertekening gebeuren.

Dit gebeurt niet in overleg met de federale overheid, maar met de internationale donorgemeenschap. Het gaat niet om één enkele donor. We moeten werken met de organisaties die structureel kunnen werken aan de beste oplossing op het terrein, en dat loopt het best via één gecoördineerde aanpak. Als we zo accuraat mogelijk hulp willen verlenen, doen we dat door mee te werken aan dé internationale inspanning, via het WFP en indirect via het CERF, het VN-noodfonds waaruit het WFP kan putten.

Mevrouw de Bethune, wij hebben geen mogelijkheden of budget voor de vluchtelingen. Dat is een federale bevoegdheid, zoals u weet. Staatssecretaris Francken heeft gezegd dat hij het aantal verdubbelt voor de meest bedreigde en vervolgde vluchtelingen, ook vanwege hun religieuze overtuiging. Maggie De Block plande 150 vluchtelingen op te nemen, hij heeft dat opgetrokken tot 300.

Maar de noden zijn zo groot. Het gaat binnen Syrië om 7 miljoen vluchtelingen, 3 miljoen in de onmiddellijke buurlanden en nog eens 1 miljoen in Libanon. Op korte termijn moet je er zo veel mogelijk voor zorgen dat die mensen in menswaardige omstandigheden kunnen leven, met de elementaire voorzieningen. Het is uitgesloten dat al die mensen een tijdelijk onderkomen krijgen in een land van ontvangst. We moeten dus zo veel mogelijk inzetten op bijdragen aan het WFP.

Mijnheer Van Overmeire, ik heb er geen zicht op of er beloftes zijn die niet worden nagekomen. Ik weet dat dat af en toe gebeurt, maar ik heb geen consultatie gedaan voorafgaand aan deze vraag. Als dat gebeurt, vind ik dat erg. Als je beslist om te doneren, moet je dat ook doen. Ik vind dat onheus, voor je eigen democratie zeggen dat je steunt, maar dat vervolgens niet doen. Wij doen het op een bescheiden manier. Dit jaar zijn daarmee nu alle middelen uitgeput.

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Mevrouw Tine Soens (sp·a)

Bedankt voor uw antwoord, minister-president.

Mijnheer Van Overmeire, de vluchtelingen uit Syrië hebben echt geen boodschap aan de vraag of Frankrijk meer bijdraagt dan België of uit welk land de hulp komt. De mensen zijn bezig te overleven. Voedselbonnen zijn daarin cruciaal. Laat ons alstublieft geen politieke spelletjes spelen op de kap van die mensen of ons verschuilen achter het feit dat andere landen misschien minder doen.

Ik ben heel blij om te horen dat de resterende 110.000 euro nog naar het WFP gaat, minister-president. Is dat specifiek voor Syrië of komt dat in de algemene pot? Hoe ziet u de timing?

U zegt dat het WFP een beroep kan doen op het CERF, dat gebeurt ook. Maar dat ze nu nog die noodkreet slaken, betekent dat het niet voldoende is om de noodsituatie van de vluchtelingen uit Syrië op te vangen. Ik wil toch aandringen op overleg met de federale overheid, ook in het grotere dossier voor hulp aan de regio van Syrië.

De voorzitter

Mevrouw de Bethune heeft het woord.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V)

Ik wil u bedanken, minister-president, dat u het resterende bedrag van 110.000 euro toewijst aan het WFP. Die keuze kunnen we zeker steunen.

Ik wil het niet eindeloos rekken over de vluchtelingen. Het spreekt voor zich dat we niet alle vluchtelingen, 3,8 miljoen Syriërs, kunnen opnemen in de internationale gemeenschap. Maar de VN hebben opgeroepen om 380.000 Syrische vluchtelingen wel in rijke landen te hervestigen. Het klopt dat we er volgend jaar 225 gaan opnemen. Dat is een heel kleine inspanning van de federale overheid. Ik zal daar blijven pleiten om die inspanning op te drijven, maar dat is niet aan de orde in deze commissie.

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

De heer Karim Van Overmeire (N-VA)

Minister-president, bedankt voor uw antwoord.

Ik betreur uw nogal agressieve uitval, mevrouw Soens, die nergens voor nodig is. U hebt er zelf op gewezen dat bepaalde landen beloftes doen en die dan niet nakomen. Dan lijkt het me evident dat je even zoekt naar de cijfers, om te kijken over welke landen het gaat.

Met het engagement dat u net hebt weergegeven, minister-president, doen wij een mooie inspanning. We zitten in dezelfde grootteorde als Oostenrijk of Brazilië.

Minister-president, meer is natuurlijk altijd welkom. Ik heb begrepen dat u met behulp van bijkomende budgettaire middelen nog een laatste inspanning wilt leveren. Dat siert u.

Mevrouw Soens, de voorzitter van het Vlaams Parlement is hier niet aanwezig. Hij heeft echter geponeerd dat we ook een rol kunnen spelen in het kader van de zogenaamde parlementaire diplomatie. Het zou in dat verband misschien geen slecht idee zijn eens op te zoeken welke landen bedragen hebben vooropgesteld en uiteindelijk hun beloftes niet zijn nagekomen. We zouden dan parlementsleden in die landen kunnen aanschrijven. We zouden hen erop kunnen wijzen dat hun regeringen beloftes hebben gedaan en hen kunnen vragen hun eigen regeringen hierop aan te spreken. Op die manier zouden we als volksvertegenwoordigers een mooie rol kunnen spelen. Ik hoop dat u het met deze suggestie eens kunt zijn.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

In dit verband heeft overleg met de federale overheid geen zin. De coördinatie wordt door een zeer professionele multinationale organisatie verzorgd. Die organisatie coördineert alles op het terrein. Het is beter dat de hulpverlening op het terrein slechts door een hand gaat.

Indien ik hierover overleg met de federale overheid zou moeten plegen, vrees ik dat ik dit bedrag van 110.000 euro niet meer dit jaar zou kunnen vastleggen. Het betreft een beslissing die ik snel moet nemen. Op andere domeinen is overleg misschien zinvol. Aangezien we hier met een zeer goede coördinatie werken, is onze huidige handelwijze de beste.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.