U bent hier

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, een aantal weken geleden communiceerden VAB en Test-Aankoop dat pendelaars onvoldoende zouden worden aangemoedigd om gebruik te maken van de park-and-ridezones (P+R) in en rond Antwerpen. Ze suggereerden dat P+R onderbenut zouden blijven en dat het nog altijd veel goedkoper en sneller zou zijn om met de wagen de stad in te rijden. Ze concludeerden dat pendelaars onvoldoende gestimuleerd worden tot combimobiliteit.

De conclusie van die studie leek me heel eigenaardig omdat men ook verwijst naar de eindhalte Groenplaats en er onmiddellijk de gratis parkeermogelijkheden in en rond de stad bij betrekt. Goed, die zijn niet in de buurt van de Groenplaats. Dus dat is een beetje eigenaardig.

Minister, voor uzelf is de verknoping en de combimobiliteit natuurlijk enorm belangrijk. We zien dat dan ook als een rode – of beter een gele – draad doorheen uw beleidsnota lopen. U stuurt meer aan op gevarieerd en gecombineerd gebruik van de verschillende transportmodi. U wilt extra aandacht besteden aan de knooppunten, overstapmogelijkheden. U gaat eerder kijken naar het totale traject waar een deel van moet worden gereden met alternatieve vervoersmiddelen of openbaar vervoer, eerder dan bepaald verkeer onmogelijk te maken.

Ik heb gezocht, maar ik heb de studie zelf nergens gevonden. Minister, ik had graag van u geweten of u de conclusies van VAB en Test-Aankoop al hebt kunnen doornemen. Hoe evalueert u die conclusies? Kunnen die studie en de conclusies ter beschikking gesteld worden van deze commissie? Ik heb er vele vragen bij en zou toch wel eens willen weten hoe die studie is opgebouwd.

Minister, welke conclusies trekt u hieruit met betrekking tot het huidige P+R-beleid? Kunt u al meer duiding geven bij de verdere visie die u daarop hebt en de verdere uitrol die u daarvoor nog mogelijk ziet?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Die studie is nog niet vrijgegeven. We hebben ze opgevraagd, maar we hebben ze niet gekregen. We moeten ons dus baseren op het persbericht om ze te evalueren. Dit betekent dat we geen uitspraken kunnen doen over het onderzoeksopzet, de gevolgde methodiek, de validiteit van de gehanteerde metingen, en ook niet over de onderzoeksresultaten op zich. Ik weet ook niet waarom er voor de specifieke locaties werd gekozen of wie van waar naar waar reed. Dat is allemaal niet duidelijk.

Wat ik vooral mis in die communicatie, is het feit dat een P+R met openbaarvervoersgebruik grote meerwaarde heeft voor het comfort voor de reiziger en uiteindelijk voor de totaliteit van de mobiliteits- en congestieproblematiek in zijn geheel. De maatschappelijke meerwaarde van de oplossing wordt in het persbericht niet meegenomen.

Ik las in de communicatie twee conclusies waarop ik wil focussen. Een eerste conclusie is: “Antwerps parkeerbeleid ondergraaft financiële stimulans om P+R te gebruiken”. Wel, ik heb dat eens laten bekijken en laten berekenen, wat in ons geval toch altijd gevaarlijk is. Ik heb toch enkele bemerkingen op basis van die berekeningen. Voor de kostprijs van de auto is alleen het dieselverbruik meegenomen, zonder dat men de totale kost in rekening heeft gebracht. Een middenklassewagen diesel heeft een kilometerprijs van om en bij de halve euro. We hebben op basis daarvan wat berekeningen gemaakt, daarbij vaststellend dat de afstand van de P+R’s tot aan de Groenplaats varieert. Voor langere afstanden, op basis van Melsele, 13 kilometer verwijderd van de Groenplaats, is berekend dat de kostprijs van de auto 6,5 euro bedraagt en de kostprijs van een tramrit 2 euro. Dat is een opmerkelijk verschil. Met mijn beperkte rekenkunde weet ik dat 6,5 euro meer is dan 2 euro.

Men heeft een test gedaan naar de Groenplaats en vervolgens hekelt men dat Antwerpen gratis parkings aanbiedt, maar de parking Groenplaats is niet gratis. Ook in de onmiddellijke omgeving van de Groenplaats kun je niet gratis parkeren. Je moet wel enige afstand afleggen. De parking Groenplaats kost trouwens 17,5 euro per dag. Wie de P+R neemt naar de Groenplaats, bespaart dus 17,5. Het is me niet duidelijk hoeveel tijd mensen die dan toch op een gratis parking zouden zijn gaan staan, nodig hadden om zich te voet naar de Groenplaats te begeven. Dat is ook niet in rekening gebracht. Mijn conclusie is in dezen dat P+R en tram naar de Groenplaats altijd goedkoper is dan de auto.

Een tweede conclusie was: “De auto was in onze steekproef sneller dan het alternatief waar de auto geparkeerd wordt op een P+R en de rit naar het stadscentrum verder gezet wordt met de tram.” Ik heb in dezen het waarheidsgehalte van die stelling niet kunnen nalezen en narekenen op basis van de studie zelf, en ook niet of het totale tijdsgebruik werd gemeten, waarbij ik opmerk dat je op de Groenplaats niet gratis kunt parkeren. Is bijvoorbeeld de hele tijdsduur genomen die iemand nodig heeft om de parking Groenplaats in te rijden? Maar we nemen aan dat er inderdaad een tijdsprobleem is voor de tram. Daar willen we ook iets aan doen. Dan gaat het over de doorstroming, en daar kom ik straks nog even op terug.

Uw tweede vraag betreft de conclusies ten aanzien van het huidige P+R-beleid. Ik lees in het persbericht op dat vlak een aantal opmerkingen en suggesties die goed stroken met onze ambities vervat in de beleidsnota, bijvoorbeeld: plan geen P+R-parkings voor langeafstandspendelaars binnen in een congestiegebied, maar plan ze voor het punt waar de files beginnen. Dat deel ik. Zo mogelijk dienen P+R’s dicht bij de woonplaats van de gebruiker te worden ingericht. Net vanuit het principe van de combimobiliteit en de idee van de verkeerswisselaars, kunnen de gebruikers dan bijvoorbeeld fietsen tot aan de halte of alleszins gebruik maken van een locatie waar ze kunnen overstappen van de ene vervoersmodus naar de andere, en dat met comfort en een grote mate van snelheid.

VAB concludeert ook in het persbericht: “Een zo kort mogelijk voortransport tot de P+R-parking vergroot de wervende kracht bij automobilist en fietser: meer en verspreide P+R’s zijn interessanter dan een grote in een regio. Het is voor fietsgebruikers ook belangrijk in beveiligde fietsstallingen te voorzien.” Ik kan me daarbij aansluiten. Ik heb ondertussen verschillende locaties bezocht waar effectief een dergelijke verkeerswisselaar in de praktijk is gebracht. Ik verwijs naar Kampenhout waar ik met De Lijn ben geweest, maar ook naar Opwijk, waar je een vernieuwde stationsomgeving hebt met een doorgetrokken fietspad, beveiligde en overdekte fietsstallingen met een comfortabele halte van De Lijn en een zeer ruime maar ondertussen al bijna volledig gebruikte parkeerplaats voor iets meer dan 350 wagens. Dat zijn voorbeelden van dergelijke verkeerswisselaars. Dat steun ik vanzelfsprekend.

Een andere conclusie was dat de gemiddelde snelheid van de tram voldoende hoog moet zijn, dat niet enkel een vrije trambaan, maar ook een betere doorstroming noodzakelijk is. Ik deel die correcte analyse vanzelfsprekend. We hebben het er hier in de commissie al over gehad. Ik heb ook de taskforce ‘doorstroming’ opgestart zodat De Lijn en AWV samen de nodige maatregelen voor intelligente doorstromingsmaatregelen kunnen uitwerken. AWV werkt samen met het stadsbestuur aan een ‘Antwerpse verkeerslichtencomputer’. Dat project zit tot mijn spijt op een iets langere baan, maar we weten dat de stad en De Lijn een studie lopen hebben om twintig stadskruispunten met hoofdtramassen te herbekijken in functie van de lichtenregeling. Ook dat sluit erbij aan vanuit de vaststelling, die al herhaaldelijk werd bevestigd, dat trams nog te veel stilstaan voor verkeerslichten. De bedoeling van de studie is om de lichtenregelingen aan te passen alsook om in detectielussen te voorzien zodat de tram bij voorkeur zonder te stoppen een kruispunt in één keer kan voorbijrijden.

De volgende conclusie van het persbericht luidt: “Op langere afstand is een IC-IR treinverbinding beter dan een tramverbinding, omdat de gemiddelde snelheid hoger zal zijn. Bekijk daarom de mogelijkheid om bij bepaalde IC-IR treinstations P&R-faciliteiten te voorzien.” Ik verwees al naar Opwijk, maar er is ook het voorbeeld van Lier, waar de toepassing al bestaat.

Een laatste conclusie van het persbericht is: “Op langere afstand is een IC-IR treinverbinding beter dan een tramverbinding.” Dat is de evidentie zelf, die stelling behoeft weinig bevestiging.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het antwoord, maar ik vind het heel lastig om op die manier te werken. U verwijst naar de conclusies van het persbericht. Ik zou heel graag de studie zelf zien. U plaatst ook vraagtekens bij een aantal conclusies. Ik heb dezelfde vragen ook gesteld, net als andere collega’s in de stad. Het is nogal gemakkelijk om conclusies de wereld in te sturen via een persbericht en om daarna de parameters niet te willen vrijgeven waarop de studie werd uitgevoerd. Ik weet dat u uiteraard niet mee aan het stuur zit bij de VAB of bij Test-Aankoop. Het zou me wel een plezier doen indien u er bij die organisaties op aandringt om de studie te krijgen. Nu voeren we een discussie in het ijle. Als een organisatie een studie naar buiten brengt, mag die zich niet beperken tot de conclusies, maar moet die bereid zijn om het hele verhaal te brengen.

De maatregelen die u opsomt, krijgen uiteraard onze volledige steun, ze passen perfect in de door u naar voren geschoven prioriteiten van de beleidsnota.

U had het over twintig kruispunten, dat is fantastisch nieuws! Ik dacht dat het er maar negentien waren, we krijgen er dus eentje extra. Ik zal dat onmiddellijk melden.

De supercomputer, doorstroommaatregelen en park-and-ridezones zijn heel belangrijke zaken waar hopelijk verder in wordt geïnvesteerd. Ik hoop dat we zo kunnen aantonen dat dit beleid wel werkt en dat de park-and-ridezones een enorme succesfactor zijn, niet enkel in Antwerpen, maar ook in andere gebieden.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Of het nu over negentien of twintig kruispunten gaat, zal de heer Kesteloot u straks kunnen vertellen. Ik dacht dat het er twintig waren, maar het kunnen er evengoed negentien zijn. Ik zoek het nog uit, maar ik veronderstel dat u ook met negentien van die kruispunten tevreden bent.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.