U bent hier

Dinsdag 25 februari zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op dinsdag 25 februari zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 09:00u en duren waarschijnlijk de hele dag.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, is dit in het krokusreces ingepland.
Onze excuses.

De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers (N-VA)

De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) heeft het volgende omtrent inburgering in Brussel in haar beleidsverklaring opgenomen: “Met het akkoord van de COCOF (Commission Communautaire Française) en de Vlaamse Gemeenschap zullen we eind 2015, in overleg met de beide gefedereerde entiteiten, de ordonnantie voorleggen waarmee we in Brussel een verplicht integratietraject beogen in te voeren. Daarnaast zal ook de noodzaak onderzocht worden van een samenwerkingsakkoord. Het komt erop aan de nieuwkomers die door de regelgevingen beoogd worden, te verplichten zich in te schrijven voor het eerste luik van een onthaaltraject, waarbij een sociale en een taalkundige balans worden opgemaakt. Indien uit de balans blijkt dat taallessen nodig zijn, zullen ook deze verplicht worden gemaakt.”

Minister, uw voorganger heeft zich in de commissie altijd erg positief uitgelaten over een verplicht inburgeringstraject in Brussel. Niettemin lijken me er nog heel wat onduidelijkheden omtrent die samenwerking die moeten worden weggewerkt. Zo lijkt het me sterk dat de noodzaak van een samenwerkingsakkoord slechts ‘moet worden onderzocht’. De vraag is of dat niet een echte noodzaak is, misschien mocht dit als echte vaststelling worden opgenomen.

Bovendien wordt er gesuggereerd dat de GGC zelf een rol zal krijgen inzake intake, afname van testen enzovoort. Dat lijkt me ook niet de bedoeling.

Hoe staat u tegenover bovenstaand voornemen van de GGC om een verplicht ‘integratietraject’ in te voeren? Hoe ziet u de organisatie van dit traject concreet? Heeft de GGC u hier – voorafgaand aan de beleidsverklaring – nog over gecontacteerd? Welke verdere stappen moeten er gezet worden?

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

Ik sluit me aan bij de bezorgdheid en vragen van de heer Segers. Minister, in uw beleidsnota Inburgering en Integratie 2014-2014 stelt u dat we samen met de Franse Gemeenschap en de GGC willen bekijken hoe u de verplichte inburgering ook in Brussel-Hoofdstad kunt realiseren.

We mogen de kar niet voor het paard spannen. Wat ons betreft, moeten we die akkoorden absoluut eerst maken tussen de gemeenschappen en bepalen wat we willen doen, voor wie en wie doet wat. Dan pas kunnen we naar de GGC gaan en via een ordonnantie werken. Dat is voor ons een eerste belangrijke voorwaarde voor de inburgering in Brussel.

De inhoud is voor ons breed. Het moet gaan over taalkennis, maar ook over respect voor normen en waarden, participatie aan de arbeidsmarkt en onderwijs.

Een belangrijke uitdaging bij de uitwerking van het inburgeringsbeleid in Brussel is dat als die GGC inderdaad als enige wettelijk bevoegde instantie voor het verplichten van personen in Brussel die inburgering oplegt voor bepaalde categorieën, die inburgeraars niet via ingangspoorten – zoals het OCMW of de gemeente – linea recta naar de Franstalige tegenhanger van het Vlaams inburgeringsbeleid worden gevoerd. Daar moeten we echt waakzaam voor zijn.

Helaas zit mijn partij niet in het GGC-college, anders had het regeerakkoord er misschien een klein beetje anders uit gezien. Maar bon, de mensen moeten de volgende keer maar beter nadenken.

Hebt u al contact gehad met de COCOF en met de GGC?

Minister Homans heeft het woord.

Het regeerakkoord verwijst naar dit element, ook in de beleidsnota is het opgenomen. Inburgering is voor deze meerderheid zeer belangrijk, ook in Brussel.

Mijnheer Poschet, u weet dat Brussel net iets anders georganiseerd is dan Vlaanderen en Wallonië. Het is niet altijd evident, u hebt ook een aantal knelpunten aangehaald. Uw partij is niet vertegenwoordigd omdat het over een staatssecretaris gaat en niet over een minister. Het is dus allemaal zeer ingewikkeld.

In Brussel bestaat er momenteel al een regelgevend kader inzake inburgering dat gecreëerd werd door de Franse Gemeenschap, die de bevoegdheid heeft gedelegeerd naar de COCOF – ik zal u de geschiedenis besparen. Er is natuurlijk wel een behoorlijk verschil tussen de visies van de twee gemeenschappen over inburgering. Gemakkelijkheidshalve spreek ik nu over de twee gemeenschappen.

De doelgroepomschrijving verschilt zeer sterk. In Vlaanderen is dat redelijk ruim, we beperken ons niet tot de nieuwkomers. De COCOF beperkt zich tot de mensen die minder dan drie jaar in België verblijven.

Dat is een heel groot verschil. Ook het inhoudelijke traject verschilt. In Vlaanderen worden op verschillende aspecten klemtonen gelegd: bijvoorbeeld op taal maar ook op maatschappelijke oriëntatie, loopbaanoriëntatie en Nederlands als tweede taal (NT2). Aan Franstalige zijde wordt vooral de klemtoon gelegd op taal en niet zozeer op maatschappelijke oriëntatie en dergelijke meer. Ook de manier waarop het wordt aangepakt, verschilt. Zo heeft de COCOF een onthaaltraject met twee onderdelen. Het eerste deel bestaat uit een onthaal, een infosessie van tien uur, een sociale balans en een taalbalans. Dan pas wordt beslist of men al dan niet een tweede deel nodig heeft. Bij ons is dat allemaal veel beter geregeld, vind ik persoonlijk.

Dat zorgt natuurlijk voor discrepanties tussen de twee inburgeringstrajecten die kunnen worden aangeboden op Brussels grondgebied. Ik ben het voor alle duidelijkheid niet eens met de werkwijze die de GGC voorstelt: eerst wordt een ordonnantie verplicht gesteld om een verplichte inburgering in Brussel mogelijk te maken, en dan pas kan er een samenwerkingsakkoord komen. Ik denk dat het andersom moet. Mijnheer Poschet, u hebt dat aangehaald. We moeten eerst een samenwerkingsakkoord afsluiten tussen de GGC, de Vlaamse Gemeenschap en de COCOF, en pas nadien kan er een ordonnantie van de GGC die een inburgeringsplicht oplegt aan de Brusselse inburgeraars. Nu weet u allemaal wel dat de GGC verplicht is om de inburgeringsverplichting op te leggen aan de inwoners van Brussel maar dat zij niet bevoegd is om de Vlaamse Gemeenschap of de COCOF te verplichten om te voorzien in bepaalde inburgeringstrajecten of inburgeringscursussen. Mijn voorkeur van aanpak is dus eerst een samenwerkingsakkoord met de COCOF en nadien een ordonnantie. Dat lijkt mij veel beter omdat in een samenwerkingsakkoord, voorafgaand aan een ordonnantie, bepaalde zaken kunnen worden opgenomen die moeten worden afgestemd, bijvoorbeeld de doelgroep.

Ik had het daarnet – zij het wel wat kort door de bocht – over een van de knelpunten: het aflijnen van de doelgroep. Ook de inhoud van de verplichting en de handhaving lijkt mij redelijk essentieel om op te nemen in een samenwerkingsakkoord, en ook de manier van toeleiding. De heer Poschet verwees daarnaar: het is belangrijk om dat allemaal eerst in een samenwerkingsakkoord vast te leggen en het nadien via een ordonnantie te regelen.

Neen, ik ben nog niet gecontacteerd door de GGC of door iemand anders. Er is op 5 november wel een overleg geweest tussen minister-president Bourgeois en minister-president Vervoort. Daar is de kwestie wel ter sprake gekomen. Daar is afgesproken dat men contact met mijn kabinet ging opnemen. Wij gaan in elk geval zelf contact leggen om afspraken te kunnen maken over het samenwerkingsakkoord en om nadien een ordonnantie te kunnen invoeren.

De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers (N-VA)

Minister, dank u voor de ruime toelichting. Het is inderdaad een kluwen. De mensen op het werkveld kijken natuurlijk wel uit naar wat er te gebeuren staat. Maar we geven al zelf toe dat het voor hen waarschijnlijk weinig zal veranderen en dat het vooral in de structuren zal zitten. De gebruikers of participanten zullen er weinig van merken.

Ik ben in elk geval zeer verheugd dat u de piste bewandelt van eerst de samenwerking tussen de gemeenschappen. Dat biedt de beste garanties, zeker als het gaat over welke doelgroepomschrijving en -handhaving we gebruiken. Dat zijn essentiële dingen vooraleer een dergelijke belangrijke stap wordt gezet.

Op het einde van de vorige legislatuur is de zaak hier ook ter sprake gekomen. Over de partijgrenzen heen was iedereen tevreden dat men ook aan Franstalige zijde voor Brussel de inburgering verplicht wou maken. Het is nu inderdaad het moment om dat te doen.

Ik wil nog heel even een bijkomend argument geven. Als ik het heb over Brussel, kijk ik altijd met veel belangstelling, maar ook met veel belang, vanuit de Vlaamse Rand. De instroomcijfers daar zijn vooral vanuit Brussel afkomstig. Je moet daar rekening mee houden. Mensen die daar ingeburgerd zijn, zullen één, twee of een paar jaar later in die Vlaamse Rand terechtkomen. Mocht het echt blijken – het is voorlopig niet zo – dat er te grote verschillen zijn in de beide inburgeringstrajecten, dan zal daar weer een probleem ontstaan. Laat ons dat dus nu al zo veel mogelijk op elkaar afstemmen, wetende wat de instroomcijfers zijn vanuit Brussel naar de Vlaamse Rand.

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

Mijnheer Segers, het klopt dat een inburgeringstraject in Brussel kan helpen om het gevaar van een olievlek in te dammen. Maar dan moet men natuurlijk wel het Nederlandstalige traject volgen. Want als men het Franstalige traject volgt, speelt het geen rol.

Minister, ik dank u voor uw uitleg. Ik denk dat wij op dezelfde lijn zitten. Ik wil wel nog bijzondere aandacht vragen voor de rol van de VGC, als Brusselpoot van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel. Zij moet ook worden betrokken bij het uitstippelen van het beleid. Het helpt altijd om haar terreinkennis over inburgering en integratie te benutten.

Ik heb nog een kleine opmerking of aanmoediging met betrekking tot de handhaving. Zelfs daar zijn er grote verschillen tussen de Nederlands- en Franstaligen. Het is niet omdat het nu aan Franstalige zijde verplicht wordt dat zij daar ook een sanctie aan zullen koppelen. Wij koppelen daar wel nog wat anders aan. Ook daar wens ik u alvast heel veel moed en succes bij het streven naar een goed akkoord.

Minister Homans heeft het woord.

Uiteraard ben ik altijd bereid om zo veel mogelijk instanties hun mening te horen, maar de VGC is niet echt betrokken partij bij de totstandkoming van het samenwerkingsakkoord. Wij hebben onze bevoegdheid immers niet gedelegeerd; aan Franstalige zijde heeft men dat wel gedaan. Maar uiteraard ben ik absoluut bereid om de visie van de VGC hierin te kennen.

De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers (N-VA)

Er zullen inderdaad twee inburgeringstrajecten zijn, mijnheer Poschet: een Nederlandstalig en een Franstalig. Maar ik had ook begrepen dat er aan Nederlandstalige zijde, waar het Brussels onthaalbureau voor nieuwkomers (bon) de samenwerking organiseert, aandachtsverschuivingen zouden zijn. Nu werken zij met vrijwillige inburgering, maar dat zal wegvallen. Men zal dus ook aandacht kunnen besteden aan de werving.

Dan komt het er zeker op aan dat mensen die inburgeren in Brussel, ook voor zichzelf uitmaken waar ze zichzelf over drie, vijf en tien jaar zien. Als dat in Vlaanderen is, maak je je keuze in Brussel al zodanig dat je voorbereid bent op die toekomst. Wie dat nog niet weet, maakt zijn keuzes op andere domeinen.

Er zal mijns inziens een belangrijke rol weggelegd zijn voor die werving. Daar moet zeker rekening mee gehouden worden. Als dat mee opgenomen kan worden in de akkoorden, zijn wij zeer tevreden.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.