U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, mijn vraag werd een tijdje geleden al ingediend naar aanleiding van een arrest van 14 oktober 2014 door de Raad van State. De raad deed een uitspraak over een beroep van een leerling, lid van de sikhgemeenschap, tegen de omzendbrief van 2013 over het verbod op het dragen van levensbeschouwelijke kentekens en tegen het schoolreglement van zijn middenschool dat hem verhindert de sikhtulband of de patka te dragen. Die beslissingen schenden volgens de leerling zijn godsdienstvrijheid, zoals gewaarborgd door artikel 9 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).

De Raad van State beslist, zoals het Grondwettelijk Hof dat reeds eerder deed, dat het centrale niveau van het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (GO!) zich mag uitspreken over een verbod op het dragen van levensbeschouwelijke kentekens in alle scholen van dit onderwijsnet. Dit neemt niet weg dat het invoeren van een verbod moet beantwoorden aan de voorwaarden waaronder artikel 9 van het EVRM een inmenging in de godsdienstvrijheid toelaat. Het verbod moet bij wet bepaald zijn, het moet een van de limitatief opgesomde doeleinden nastreven en het moet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving.

Het verbod, zoals het overeenkomstig de omzendbrief is opgenomen in het schoolreglement, voldoet volgens de Raad van State aan de eerste twee voorwaarden. De feitelijke gegevens van de huidige betwisting volstaan volgens de Raad van State echter niet om aan te tonen dat de inmenging in de godsdienstvrijheid door de Limburgse school van de verzoeker, waar geen enkele concrete aanleiding bestond, noodzakelijk was in een democratische samenleving, zoals bedoeld in artikel 9 van het EVRM.

Het veralgemeende verbod werd door het GO! ingevoerd ingevolge acute problemen in twee scholen in het Antwerpse. De Raad van State stelt vast dat de school van de verzoeker vroeger geen verbod kende en dat ook niet wordt beweerd dat er in die school een problematische situatie voorhanden of werkelijk dreigend was die op zich zou volstaan om de godsdienstvrijheid te beperken. De Raad van State vernietigt bijgevolg het aan de leerlingen opgelegde verbod om zichtbare levensbeschouwelijke kentekens te dragen, opgenomen in het schoolreglement en bekrachtigd door de raad van bestuur van de scholengroep op 28 februari 2013.

Volgens de advocaat van de verzoeker dreigt nu een toevloed van soortgelijke klachten met waarschijnlijk vergelijkbare uitspraken. Is het dan niet nodig de omzendbrief bij te sturen, af te zien van een algemeen verbod en het dragen van levensbeschouwelijke tekens in principe wel toe te laten en enkel in een tijdelijke en beperkte uitzonderingsprocedure te voorzien als er zich daadwerkelijk problemen voordoen?

De voorzitter

Mevrouw Bonte heeft het woord.

Mevrouw Barbara Bonte (Vlaams Belang)

Minister, er zijn nog zekerheden in het leven, en een ervan is de blijvende discussie over het dragen van religieuze kentekens. In een recent verleden, ik was toen nog medewerkster van mijn partij, werden hierover in het Vlaams Parlement debatten gehouden in de commissie en de plenaire vergadering.

Eind vorige maand ontwikkelde zich een nieuw hoofdstuk in de saga; we kunnen er bijna een boek over schrijven. Op 14 oktober vernietigde de Raad van State het verbod op het dragen van religieuze symbolen in het schoolreglement van enkele scholen van het GO! In niet minder dan zeven arresten geeft de Raad van State weer in welke omstandigheden een leerling levensbeschouwelijke tekens mag dragen in het GO! Een verbod op levensbeschouwelijke tekens mag voortaan als er in een concreet geval een conflict dreigt. Daar komt het op neer.

De Raad van State verhindert het GO! echter niet om een algemeen verbod te blijven uitvaardigen. Het GO! zal dat blijven doen, want het heeft meteen gereageerd dat het verbod in de andere scholen wel van kracht blijft. In het gemeenschapsonderwijs is het leerlingen, leerkrachten en personeelsleden sinds 2 september 2013 niet meer toegelaten om levensbeschouwelijke kentekens te dragen. Dit is het gevolg van een omzendbrief van de raad van het GO! op 1 februari 2013.

Aan de verschillende scholen en scholengroepen van het GO! werd gevraagd om dit verbod op te nemen in het schoolreglement en personeelsbeleid zodat het dragen van religieuze tekens tijdens de onderwijsactiviteiten niet meer kon. Er waren uitzonderingen voor het volwassenenonderwijs en de levensbeschouwelijke vakken.

Het is niet de eerste keer dat er procedures werden opgestart om het verbod op het dragen van religieuze kentekens teniet te doen. In het verleden gebeurde dit reeds meermaals: zo ook naar aanleiding van een gelijkaardige omzendbrief van het GO! van 11 september 2009. Nu er verschillende procedures zijn opgestart bij de Raad van State door leerlingen van verschillende scholen, is het risico reëel dat er inderdaad zolang er geen algemeen decretaal verbod van kracht is op het dragen van levensbeschouwelijke symbolen in het onderwijs, nieuwe procedures gestart worden tegen de reglementen van scholen of schoolnetten die dergelijk verbod uitvaardigen.

Een algemeen hoofddoekverbod zou voor alle betrokken actoren ten minste het voordeel van de duidelijkheid hebben en zou dergelijke rechtszaken in de toekomst vermijden. De vorige Vlaamse Regering heeft steeds geweigerd een wettelijk algemeen verbod uit te vaardigen, maar ook deze regering, waar twee van de drie meerderheidspartijen van de vorige Vlaamse Regering opnieuw deel van uitmaken, heeft, bij mijn weten, niet de intentie een dergelijk algemeen wettelijk verbod uit te vaardigen. Hiermee ontloopt zij haar verantwoordelijkheid en laat ze de scholen en de onderwijskoepels – die steeds met nieuwe schorsings- en vernietigingsprocedures worden geconfronteerd – aan hun lot over.

Overigens is er wat mij betreft geen nood aan het verbieden van alle religieuze symbolen: zo moet het dragen van een onschuldig kruisje of keppeltje zeker kunnen op school. Ik heb wel problemen met het dragen van de islamitische hoofddoek. Het is een symbool van onderdrukking dat haaks staat op de gelijke rechten die vrouwen verworven hebben in onze westerse samenleving. De hoofddoek is bovendien niet alleen een religieus symbool, maar is ook een ideologisch en zelfs politiek symbool, dat een ideologisch aspect van de islam vertegenwoordigt en niet zelden een uiting van verzet is tegen onze manier van leven.

De hoofddoek is het symbool geworden van een religie die vrouwenrechten met de voeten treedt. Ik geef enkele voorbeelden. In de islam mogen mannen scheiden van hun echtgenote, maar niet omgekeerd. De getuigenis van een vrouw voor een shariarechtbank telt maar voor een halve getuigenis. Vrouwen mogen niet worden gezien door een vreemde man, zelfs al is het een arts. In de praktijk zorgt dit voor grote problemen, denk maar aan een spoedbevalling waar enkel mannelijke gynaecologen aanwezig zijn. Het lijstje is zeer lang.

Ik heb een probleem met religies die een hiërarchie tussen man en vrouw vooropstellen en mannen als superieur en vrouwen als minderwaardig beschouwen.

Door de hoofddoek toe te laten op school wordt de schoolpopulatie niet zelden onderverdeeld in ‘goede moslima’s’ en andere leerlingen, zoals we enkele jaren geleden gezien hebben in het atheneum van Antwerpen. Segregatie en groepsdruk op meisjes die geen hoofddoek willen dragen, worden in de hand gewerkt.

Minister, welke initiatieven zult u nemen naar aanleiding van de vermelde arresten van de Raad van State? Hoe kan volgens u aan deze aanhoudende stroom van nieuwe klachten tegen reglementen die levensbeschouwelijke symbolen verbieden een einde worden gemaakt? Waarom werd er nog geen decretaal verbod opgelegd voor hoofddoeken, zodat dergelijke klachten vermeden worden? Zal de Vlaamse Regering tijdens deze legislatuur initiatieven nemen om een dergelijk algemeen verbod in te voeren?

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Een van de problemen zoals mevrouw Bonte al aangaf, is dat jongeren gemakkelijker onderhevig zijn aan groepsdruk. Die levensbeschouwelijke groepsdruk komt natuurlijk niet in alle scholen voor, maar we moeten daar alert voor zijn. Ik wou dat nog eens benadrukken.

Wij vinden het belangrijk dat scholen en hun inrichtende macht, ongeacht het net waartoe ze behoren, die vrijheid moeten kunnen behouden. In geval van problemen, van groepsdruk en/of indoctrinatie moeten ze het probleem kunnen aanpakken, net zoals het arrest van de Raad van State aangeeft. Scholen moeten een verbod kunnen opleggen als er problemen ontstaan rond het dragen van levensbeschouwelijke tekens. Scholen die dat nodig hebben, moeten kunnen rekenen op ondersteuning.

Mijn suggestie, minister, is dat u in deze zin gaat communiceren met de scholen. Ik kijk tevens uit naar een nieuwe omzendbrief van het GO! Of kan dat eventueel vanuit de overheid gebeuren?

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, dit is al jarenlang een moeilijke discussie. De hoofddoek is niet zomaar een kledingstuk en het is meer dan een louter religieus symbool.

In de eerste plaats, mevrouw Bonte, trekt u de zaak volledig scheef door een aanklacht te richten tegen het dragen van een hoofddoek en andere religieuze tekens te bestempelen als ‘onschuldig’. Zeer bizar is dat. Symbolen zijn niet te klasseren als ‘schuldig’ of ‘onschuldig’. Ik vind u bijzonder inconsequent in dezen. Ik begrijp u eigenlijk echt niet.

Deze discussie moet intellectueel eerlijk worden gevoerd. Uw inconsequenties slaan werkelijk nergens op. Het is volslagen belachelijk. Dit geheel terzijde.

Het GO! is met dat verbod niet over één nacht ijs gegaan. Daarom stond mijn fractie altijd achter het GO! Hoe complex de situatie ook mag zijn, in om het even welke school, hoe groot de symboliek en/of de groepsdruk ook mogen zijn, toch ben ik nog steeds van oordeel dat het GO! een heel consequente houding heeft aangenomen. Het GO! steunt leerlingen die anders, zonder de steun van de school, het slachtoffer zouden zijn van ongeoorloofde groepsdruk.

Die groepsdruk gaat niet alleen over het dragen van bepaalde kledij en is veelal tegen meisjes gericht. Dat is voor mij altijd een zeer belangrijk punt geweest. De slachtoffers zijn nooit jongens, daar heb ik op zich al moeite mee. Hoe zou ik de zaak kunnen relativeren als de problemen zich vooral voordoen bij meisjes? Minister, ik kijk uit naar uw antwoord. Wij zijn er trouwens van overtuigd dat dit onderwerp een zeer serene discussie vergt.

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, ook in de vorige legislatuur stond dit onderwerp geregeld op de agenda, soms met hoorzittingen en dergelijke. Ik heb zelf in maart 2013 de problematiek van de sikhs mee aangekaart via een vraag om uitleg. Ik had signalen gekregen dat de opleidings- en tewerkstellingskansen voor jonge sikhs negatief werden beïnvloed door het verbod op de kentekens dat in hun scholen was afgekondigd.

Symbolen zijn voor mij niet schuldig of onschuldig. Ze zijn wel zeer belangrijk voor mensen. Ze bepalen mee de identiteit en waar mensen zich in de samenleving situeren. Als bijvoorbeeld een vicepremier uitspraken doet over nationale vlaggen enzovoort, dan gaat dat ook over symbolen. Dit zijn dus belangrijke zaken in een maatschappij. Ze hebben een functie en ze verdienen respect.

Eigenlijk ben ik tevreden dat de Raad van State duidelijkheid schept op een aantal punten, ook omdat het arrest in de lijn ligt van de standpunten die ik in het verleden vaak heb ingenomen. Het is namelijk geen alles-of-niets-verhaal. Het gaat niet om overal alles toe te laten of overal alles te verbieden. Er is nuance nodig. Er zijn in een democratische samenleving grenzen en als men grenzen wil trekken, moet dat goed gemotiveerd zijn. Er moeten redenen toe zijn, niet in het algemeen maar in de concrete situatie. Daarom is het belangrijk om na te gaan op het niveau van de school of er zich een probleem voordoet; dat kan groepsdruk zijn, of er kan een veiligheidsprobleem zijn met toestellen in bepaalde vakken of in de turnles enzovoort. Als er ordeverstoring is, is dat een reden om zaken te verbieden.

De fundamentele vrijheden die ons toch dierbaar zouden moeten zijn, moeten we niet in vraag stellen. Het uitgangspunt is dat we rechten hebben om zaken te tonen en te beleven. Dit gaan inperken moet goed doordacht zijn, er moet een concrete aanleiding zijn, dat mag niet in het algemeen op een ideologische manier worden gemotiveerd.

Ik vond het interessant dat het arrest van de Raad van State zegt dat een neutraal pedagogisch project niet volstaat om een verbod op te leggen. Er is meer nodig. Ik heb in het verleden altijd het standpunt ingenomen dat actief pluralisme voor mij omvat dat eenieder de kans krijgt om in de publieke ruimte zijn mening en levensbeschouwing te uiten en uit te dragen. Deze zaken mogen we niet uit het oog verliezen.

De vraag zal verder worden gesteld. Zullen er nu nog anderen naar de Raad van State stappen? Die kans is reëel. Mensen zullen misschien gemotiveerd worden door deze uitspraak. De ambitie dat we voor eens en altijd in Vlaanderen alles kunnen regelen vanuit het parlement, daar geloof ik niet in. Het is juist een kracht om te geloven in de lokale situatie, de lokale inrichtende machten, de lokale directies, het overleg met ouders en leerlingen. Op die manier werken we aan een meer tolerante samenleving: dat is beter dan vanuit Brussel alles te gaan decreteren.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Voorzitter, ik vind dit een ongelooflijk belangrijk debat dat het GO! ver overstijgt. Het dragen van levensbeschouwelijke tekens raakt aan de kern van onze samenleving. Een samenleving die alsmaar diverser wordt, die multicultureel is en dus ook multireligieus. Mijn fractie heeft altijd aan een actief pluralistische samenleving gewerkt. Als de samenleving werkelijk actief pluralistisch is, heeft men respect voor elkaars levensbeschouwing en overtuiging, welke dat ook moge zijn.

Dit debat moet intellectueel eerlijk worden gevoerd. Ik heb dan ook een groot probleem, rillingen lopen me over de rug zelfs, als ik mevrouw Bonte zo’n manifest onderscheid hoor maken tussen verschillende levensbeschouwingen. Het is nooit goed om verschillende overtuigingen tegen elkaar op te zetten, elkaar te stigmatiseren, ideologische connotaties te verbinden aan religie die er niet altijd zijn. Dat laat ik dan ook voor rekening van de interpellant.

Men heeft het heel snel over de islamitische hoofddoek en de onderdrukking van de vrouw. Het arrest van de Raad van State gaat niet eens over de islamitische hoofddoek, maar wel over het dragen van de tulband door een sikh. Dit illustreert dat men het best heel voorzichtig is met clichés en dat men geen enkele religie of persoon met de vinger moet wijzen. Actief pluralisme is samenleven in diversiteit en met respect voor identiteit. Voor sommige mensen, niet voor iedereen, is een levensbeschouwing en een religie een wezenlijk onderdeel van de identiteitsbeleving.

Ik heb een aantal concrete vragen naar aanleiding van dit arrest van de Raad van State.

Het GO! is vragende partij voor een grondig en ruim debat in de commissie. Het had in de beleidsnota ook graag de richting gezien van de politieke keuzes voor het onderwijs. Dat zou veel nuttiger zijn omdat een school beter goed onderbouwd in dialoog kan gaan met leerlingen en ouders in plaats van te moeten wachten tot ze naar de Raad van State stappen. Het beleid kan hen daarin steunen.

Naar aanleiding van het arrest van het hoofddoekenverbod voor sikhs in de school in Sint-Truiden pleit het Minderhedenforum voor een volledige afschaffing van het hoofddoekenverbod in de scholen van het GO! Wat is het standpunt van de regering ten aanzien van dat concrete verzoek van het Minderhedenforum?

Minister, hebt u naar aanleiding van de uitspraak al overlegd met verschillende  onderwijsinstellingen of hun koepels over het verbod op levensbeschouwelijke kentekens? Zo ja, zijn er al afspraken over gemaakt? Zo neen, is het wenselijk om het publieke debat, onder meer over het dragen van hoofddoeken in scholen, maar ook tijdens stages op de werkvloer, te kunnen voeren?

Onze fractie is altijd voorstander van respect voor diversiteit en ziet daarin het actief pluralisme vertaald als een respect voor religieuze diversiteit.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Voor ik op de vragen inga, wil ik benadrukken dat ik als Vlaams minister de autonomie van schoolbesturen ook in deze uiterst gevoelige kwestie hoog in het vaandel draag. Au fond ben ik het volledig eens met de visie van de Raad van State en de inhoud van het arrest dat is geveld.

Laat me vooraf de context schetsen. Sommigen kennen die, anderen niet. Er waren enkele probleemsituaties in een paar athenea. Het GO! heeft in 2009 beslist om een zo goed als volledig verbod uit te vaardigen op het dragen van levensbeschouwelijke tekens in alle scholen. Na een beroep hiertegen heeft de Raad van State op 18 maart 2010 die beslissing geschorst omdat die strijdig was met het egaliteitsbeginsel volgens artikel 24, paragraaf 5, van de Grondwet. Tegelijk heeft de Raad van State aan het Grondwettelijk Hof een vraag voorgelegd over de delegatie van bevoegdheid om een algemeen verbod op het dragen van levensbeschouwelijke tekens te kunnen doen. Dat is niet onbelangrijk, want sommigen vragen of ik een decreet ga maken. De decreetgever heeft de bevoegdheid voor het GO! gedelegeerd.

In een arrest van 15 maart 2011 heeft het hof van beroep gesteld dat de bevoegdheidsdelegatie van de decreetgever aan het GO! niet in strijd is met de Grondwet en dus rechtsgeldig is.

De verzoekers hadden ook een toetsing van de beslissing aan de nationale en internationale normen over vrijheid van levensbeschouwing en vrijheid van mening gevraagd, maar de Raad van State had die vraag niet voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof, dus die kon daar op dat moment geen oordeel over vellen. Het bodemgeding is vervolgens uitgedoofd bij de Raad van State omdat de eisers ondertussen waren afgestudeerd, dus hadden die geen actueel belang meer.

Daarna heeft het GO! in februari 2013 een omzendbrief uitgevaardigd waarin het eerdere verbod werd uitgesteld, maar waarin staat dat de onderwijsinstellingen dit verbod opnemen in het schoolreglement. Dus, algemeen verbod: neen, maar wel een omzendbrief waarin staat dat ze het moeten opnemen in het schoolreglement.

Daar ligt nu het probleem. In die uitspraak lag de beslissing van het GO! centraal en de omzetting ervan in het schoolreglement. Een middenschool van Sint-Truiden had die omzetting in het schoolreglement opgenomen, en daartegen heeft men een procedure gevoerd bij de Raad van State.

Het GO! heeft eerst en vooral opgeworpen dat het beroep tegen die omzendbrief van het GO! centraal niet ontvankelijk is. De Raad van State heeft gezegd dat dat juist is en volgt het GO! daarin. De Raad van State zegt: binnen het GO! is de bevoegdheid om voorschriften te implementeren over het dragen van levensbeschouwelijke kentekens door leerlingen, een bevoegdheid die is toegewezen aan de scholen en de scholengroepen. De omzendbrief van het GO! centraal verandert niets aan het feit dat GO! centraal ter zake geen verordenende bevoegdheid heeft.

Je mag dus een omzendbrief maken, je mag die naar de scholen sturen, maar die is nooit verordenend, en kan hoogstens worden opgevat als een richtlijn. De richtlijn is om het op te nemen in het schoolreglement. De beslissing van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs uit 2009, en de latere beslissing uit 2013 over deze materie moet worden opgevat als een richtlijn. Het gaat om een interne, weliswaar principiële, stellingname van het centrale bestuursniveau. Maar het zijn de scholen en scholengroepen die zelf nog een beslissing kunnen nemen over hun beleid ten aanzien van het dragen van levensbeschouwelijke kentekens door leerlingen. Dat is dus allemaal vrij helder. Het GO! mag dat gerust doen, maar de school, de inrichtende macht, het schoolbestuur moet een beslissing nemen die rekening houdt met de context zoals die niet in theorie, maar in de praktijk bestaat.

Wat dat betreft, kan er geen discussie meer zijn over wie er finaal een beslissing kan nemen als er een moet worden genomen.

Dit is een heel interessant arrest om te lezen, daarom ga ik er wat dieper op in. In dit geval beperkte de maatregel de vrijheid van de verzoekende partij om zijn godsdienst in het openbaar te belijden doordat hij op school geen tulband mag dragen. De Raad van State zegt dat die vrijheid natuurlijk niet absoluut is en aan beperkingen kan worden onderworpen – en nu komt het – als in die beperkingen bij wet is voorzien, wat noodzakelijk is in een democratische samenleving in het belang van veiligheid op openbare orde, gezondheid of goede zeden of ter bescherming van de rechten en de vrijheden van anderen.

Dan is men doorgegaan op het dossier en heeft men gezegd dat er met die leerling in kwestie geen problemen zijn. Ook meer algemeen waren er met de sikhgemeenschap in Zuid-Limburg of met de moslimgemeenschap in Dendermonde geen problemen. Dus vonden de verzoekers dat men dat verbod aan het Grondwettelijk Hof moet voorleggen of toch minstens nagaan of een en ander in overeenstemming is. De raad is daar niet op ingegaan en heeft gezegd dat het GO! centraal de bevoegdheid heeft om neutraliteit en neutraal onderwijs te definiëren. Op zich ligt er geen verbod in vervat om religieuze tekens te dragen. Dat heeft er niets mee te maken. Ik ben het daar ook absoluut mee eens. De raad zegt dat hij zelf wel kan onderzoeken of die concrete beslissingen in overeenstemming zijn met de Grondwet.

De raad zegt dat je maar beperkingen kunt opleggen op voorwaarde dat een beperking bij wet is bepaald. Een beperking bij wet, dat is geen decreet. Aan de voorwaarde van een wet is voldaan als er iets in een schoolreglement is opgenomen. In dat geval geldt het schoolreglement als de wet. Het schoolreglement wordt aan de ouders voorgelegd, die moeten dat expliciet ondertekenen bij het begin van het schooljaar of bij de inschrijving. Het begrip ‘bij wet voorzien’ betekent alleen dat er een voldoende toegankelijke en precieze regeling bestaat. Daar was dus aan voldaan, er was een toegankelijke en precieze regeling opgenomen in een schoolreglement.

De Raad van State zegt wel dat je sowieso altijd moet kijken naar de concrete situatie. Dan komt de Raad van State tot de conclusie dat er geen enkel element is aangebracht dat een beperking zou onderbouwen ten aanzien van de jongen in Sint-Truiden waarover het ging. Legitieme redenen om tot een beperking over te gaan, waren dus niet aanwezig.

De raad zegt: principieel is het niet onmogelijk om een algemene regeling in te voeren die door tijd en omstandigheden is ingegeven. Dat zou in principe mogelijk zijn, maar dan moet je heel specifieke contexten kunnen aangeven die zouden rechtvaardigen om dat te doen, en die waren vanzelfsprekend niet aanwezig.

Uiteindelijk komt de Raad van State tot een uitspraak: “Op basis van de vaststellingen dat er geen overtuigende argumenten zijn om een algemene beperking op te leggen in scholen waar er geen actuele behoefte daartoe is, vernietigt de Raad van State het verbod.”

Het is heel simpel. Het is een autonomie van de school en het schoolbestuur. Kun je een verbod opleggen? Ja, in bepaalde omstandigheden is dat perfect mogelijk, maar je moet de context heel goed specificeren. In deze gevallen, ondanks het feit dat er een omzendbrief is van het GO! die als richting moet worden opgevat, mag je dat niet zomaar klakkeloos overnemen in je schoolreglement. Je moet met de context rekening houden. Het moet veeleer uitzondering zijn dan regel.

Die uitspraak geeft heel duidelijk de contouren aan van in welke gevallen je een grondwettelijk in orde zijnde beslissing kunt nemen, maar je moet de concrete situatie heel goed analyseren.

Wat kunnen we daaruit leren? De beide arresten van de Raad van State geven aan dat een algemene maatregel die over het hele land een verbod instelt, weinig realistisch is. De Raad van State zegt expliciet: “Het is een raadsel voor de Raad van State waar hij zou hebben beslist dat een school niet bevoegd is om een verbod op levensbeschouwelijke kentekens in te voeren. Het is echter de verantwoordelijkheid van het GO! – dus van elk schoolbestuur – om in het licht van die rechtspraak zelf een beleidslijn te kiezen.” En dan koppelen ze daar een aantal voorwaarden aan.

De vele debatten die hierover in de voorbije jaren zijn gevoerd, heb ik nog eens nagelezen. Ik kan de breuklijnen zien binnen de verschillende partijen. De vertegenwoordigers van de schoolbesturen gaven in de voorbije regeerperiode – er zijn hoorzittingen geweest op 8 en 11 oktober 2010 – aan dat ze over dit onderwerp geen ingreep wensen van de decreetgever. Ik sta daar ook achter. Ook nu geven de koepels en netten aan dat hun houding niet is veranderd.

Sommige commissieleden zeggen dat er een grote stroom van klachten komt. Ik denk dat dat wat overdreven is. In 2009 werd er een geding ingeleid waar na de schorsing geen uitspraak ten gronde op is gevolgd. In 2013 is de omzendbrief uitgevaardigd. Daarna zijn in een aantal schoolreglementen de principes van die richtlijn doorgevoerd, er zijn een paar gedingen ingeleid bij de Raad van State. Nu zijn er twee uitspraken ten gronde. Binnen het GO! en bij andere schoolbesturen moet daarover worden gesproken. Het is mogelijk dat het beleid van scholen wat wordt bijgestuurd. Dat is niet onlogisch.

Waarom is er geen decretaal verbod? Daarop heb ik uitvoerig geantwoord. Er zijn een aantal redenen waarom dat niet is gebeurd en wat mij betreft, ook nu niet moeten gebeuren. De opeenvolgende Vlaamse regeringen waren allen van oordeel dat het afnemen van de autonomie van schoolbesturen over dit onderwerp niet aangewezen is. Het Vlaams Parlement heeft het voorstel van decreet dat in de vorige legislatuur is ingediend en dat een verbod wilde instellen, niet aangenomen. De Raad van State had fundamentele bedenkingen bij de noodzaak om zo’n algemeen verbod uit te vaardigen.  De huidige arresten benadrukken de noodzaak dat er concrete redenen moeten zijn die een beperking zouden kunnen rechtvaardigen. Die concrete redenen moeten eigen zijn aan een school, eventueel aan een wijk of gemeente. Een decretale ingreep impliceert dat je tot een of andere gelijke regeling moet komen voor iedereen en zou dus zeer moeilijk in overeenstemming zijn met de explicitering van de Raad van State die stelt dat een beperking concreet moet zijn.

Bovendien handelt, in tegenstelling tot wat mevrouw Bonte zegt, de kwestie niet enkel over hoofddoeken. Het debat is veel ruimer dan dat. Als het gaat over religieuze symbolen, kun je moeilijk het woord schuldig of onschuldig gebruiken.

Inzake het bijsturen van de omzendbrief behoort het tot de autonomie van de inrichtende machten om zo’n kwestie met oog voor de lokale context te regelen.

Ik heb u al verwezen naar de gedelegeerde decretale bevoegdheid. Daar bestaat geen betwisting over. De decreetgever heeft die bevoegdheid aan het GO! toevertrouwd, het is dan ook aan het GO! om ermee om te gaan. De Raad van State heeft duidelijk gesteld dat je moet specificeren aan de hand van de context die de facto aanwezig is. Daar kun je niet omheen. Daar zal ook binnen het GO! elk schoolbestuur rekening mee moeten houden. In het vrije onderwijs en het officieel gesubsidieerde onderwijs is dat niet anders.

Ik heb over deze kwestie nog niet alle scholen of de afvaardigingen of het GO! bij mij geroepen. Ik heb wel de communicatie van het GO! gelezen. Er is hier in het verleden ook al bijzonder vaak over gedebatteerd. De uitspraken van de Raad van State geven voor mij zeer duidelijk aan dat elke maatregel die het dragen van levensbeschouwelijke tekens beperkt, zeer goed gemotiveerd moet worden met heel concrete elementen.

Scholen pleiten voor autonomie. Ik steun hen daarin, maar autonomie betekent dat die ook moet spelen in gevoelige kwesties zoals deze. Ik zal dus niet overgaan tot het nemen van een algemene maatregel. Ik denk dat de scholen daar autonoom mee kunnen omgaan.

Mevrouw Gennez, het Minderhedenforum zegt dat het GO! zijn algemene richtlijn moet intrekken. Die richtlijn maakt deel uit van de bevoegdheid van de raad om de neutraliteit van het GO! te definiëren en het pedagogische project te bepalen. Die bevoegdheid van het GO! is in het bijzonder decreet van 1998 gedelegeerd aan de raad. Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat die delegatie niet in strijd is met de Grondwet. Hoe het GO! zijn bevoegdheid uitoefent, daar zal ik mij niet in mengen, maar ik heb u de relativiteit van die omzendbrief al geduid. Een algemene regel gaat niet, je moet de context erbij nemen.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, u moet toch toegeven dat de situatie op dit moment enigszins eigenaardig blijft. We kunnen hier nog een legislatuur over blijven palaveren, zoals we dat in de vorige legislatuur hebben gedaan, maar zoveel opties zijn er uiteindelijk niet. We hebben de optie van het uitvaardigen van een algemeen verbod in een decreet. Dat blijkt niet mogelijk, zeker als je je richt op de hoofddoek, zoals mevrouw Bonte doet. Het is eigenaardig dat ze dat blijft doen, want dat is door de Raad van State verworpen en afgewezen.

Dan blijft er een tweede mogelijkheid, namelijk het behouden van de huidige situatie, maar u moet toch toegeven dat dat ook redelijk absurd is. Ja, het GO! is bevoegd en kan een omzendbrief met richtlijnen uitvaardigen, en heeft dat ook gedaan, maar uiteindelijk blijkt dat scholen die richtlijn niet kunnen omzetten in hun schoolreglement, tenzij er op een bepaalde school echt sprake zou zijn van overdreven druk en bekeringsijver. In de meeste scholen is dat niet het geval.

In ongeveer de helft van de scholen is die richtlijn wel opgenomen en is het verbod in het schoolreglement ingeschreven. Dat zijn er iets meer dan driehonderd, maar in bijna alle van die scholen zal men dat schoolreglement kunnen vernietigen. Dat zal volgens mij ook gebeuren, want er is een precedent geschapen. We kunnen deze absurde situatie dus behouden en wachten op verdere procedures, maar dat lijkt mij geen gezonde situatie.

Dan is er nog een derde piste, een piste die trouwens ook de administratie steunt. In een ambtelijke bijdrage voor deze legislatuur spreken zij zich immers duidelijk uit. Ze schetsen de drie pistes en schuiven als beleidssuggestie deze derde optie naar voren, namelijk duidelijk maken dat het aan individuele scholen en schoolbesturen is om die beslissing te nemen, maar dat ze er serieus op moeten letten dat zoiets opnemen in het schoolreglement alleen kan als er problemen zijn, en dat de meeste scholen dit dus zullen moeten schrappen uit hun reglement.

Het is aan u om ervoor te zorgen dat die duidelijkheid er is. Op dat vlak kunt u als minister wel dingen doen. Het blijft wachten op een initiatief. In de vorige legislatuur zijn we zo niet verder geraakt, maar ik denk dat er echt geen andere optie is dan dat u aan de scholen duidelijk maakt dat dat niet kan worden opgenomen in een schoolreglement, tenzij er sprake is van problemen.

Het is echt geen optie meer om de zaken te laten zoals ze nu zijn: het GO! vaardigt een omzendbrief uit, de scholen mogen dat dan niet in hun reglement opnemen, maar het staat er intussen wel in, met alle gevolgen van dien. Het is niet langer houdbaar om niets te doen. Het is aan u of het parlement om initiatief te nemen en erop te wijzen dat het wel degelijk de scholen zijn die bevoegd zijn. Als ze het willen opnemen in hun reglement, kan dat alleen maar tijdelijk en als er problemen zijn. Als die er niet zijn, moet het eruit, punt. Ik zou dat voor eens en voor altijd willen beslechten.

De voorzitter

Mevrouw Bonte heeft het woord.

Mevrouw Barbara Bonte (Vlaams Belang)

Minister, ik vind het hoe dan ook een gemiste kans dat u geen algemeen verbod wilt uitvaardigen. Het is ten eerste een gemiste kans ten aanzien van de rechtszekerheid van de scholen. Scholen die een verbod op levensbeschouwelijke kentekens in hun reglement hebben opgenomen, zullen steeds op hun hoede moeten zijn voor leerlingen die dat verbod niet appreciëren en gerechtelijke stappen willen ondernemen om die bepalingen uit het reglement te vernietigen. Een algemeen decretaal verbod zou wel zekerheid verschaffen voor iedereen.

Ik vind het ook een gemiste kans voor scholen die geen deel uitmaken van het GO! Leerlingen die per se een hoofddoek willen dragen, maar dat niet mogen in hun school, kunnen twee dingen doen. Ze kunnen gerechtelijke stappen ondernemen om het schoolreglement te laten vernietigen. Dat vergt wel enig juridisch werk en veel tijd, en die uitspraken kunnen lang op zich laten wachten. Of ze kunnen natuurlijk ook naar een andere school stappen, waar die symbolen wel toegelaten zijn. En dan zal er een soort concurrentie ontstaan tussen scholen waar levensbeschouwelijke kentekens toegelaten zijn en scholen waar ze niet toegelaten zijn. In het geval van de hoofddoek dreigen de scholen waar de hoofddoek wel toegelaten is, vooral in grote steden dan, te verworden tot echte concentratiescholen. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Het is ook een gemiste kans voor islamitische vrouwen en meisjes. Veel moslima’s geven immers toe dat zij een hoofddoek dragen om aanvaard te worden of omdat ze moeten van thuis, van hun partner, van hun familie. Ik stel mij dan ook ernstige vragen bij het argument van de vrije wil. In hoeverre is die wil werkelijk vrij? Hoeveel islamitische meisjes zouden er niet willen ruilen met westerse meisjes wat betreft hun dresscode? Er zijn meisjes en vrouwen op deze planeet die elke dag moeten vechten om die hoofddoek niet te moeten dragen en die daarvoor zelfs hun leven riskeren, meisjes en vrouwen die strijden voor gelijke rechten. Indien die hoofddoek op school tout court verboden zou worden, zou het voor heel veel meisjes een bevrijding zijn dat ze die hoofddoek eindelijk kunnen afzetten, zonder zich daarvoor te moeten verantwoorden tegenover hun partner, familie of vrienden.

Mevrouw Brusseel, mevrouw Gennez, ik denk dat jullie niet veel van religies kennen, als jullie denken dat de hoofddoek dezelfde symboliek heeft als keppeltjes of kruisjes.

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Ik sluit me aan bij de minister. Ik vind de autonomie van de scholen ook heel belangrijk. Als er zich een probleem voordoet, moeten de autonome beslissingen van een school ook erkend worden door de Raad van State. Het kan niet zijn dat als er een probleem is, een school bergen papierwerk moet voorleggen om te bewijzen dat er op de school een probleem is. Als er in dezen al een oplossing zou moeten komen vanuit de overheid, kunnen wij misschien die brug zijn door de professionaliteit van de scholen daarin te erkennen en ervoor te zorgen dat er op een redelijke manier aan de Raad van State kan worden aangetoond dat er een probleem is, om dan eventueel toch over te gaan tot een verbod, mocht dat nodig zijn.

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Ik wil de minister bedanken omdat ze het arrest heel helder heeft uiteengezet. Er is de afgelopen jaren naar dit arrest uitgekeken, en het heeft veel duidelijkheid gecreëerd. Er zijn collega’s die vragen om omzendbrieven en richtlijnen op te stellen of aan te passen, maar volgens mij is dit arrest heel helder en kan het een goede basis zijn om binnen schoolbesturen en met ouders en leerlingen verder de dialoog aan te gaan en tot overlegde, lokale oplossingen te komen. Er zitten in dit arrest bijzonder veel heldere zaken. Het is een mooie samenvatting van de hele situatie.

De minister heeft ook terecht nog eens haar geloof in de autonomie van de scholen en de schoolbesturen beleden. Dat is heel belangrijk, ook als je gelooft in subsidiariteit en de verantwoordelijkheid van mensen. Ik ben blij dat de minister zich helemaal op die lijn heeft gezet.

Er zijn collega’s die zeggen dat we voor eens en voor altijd het debat moeten kunnen afronden en het debat in de een of de andere richting sluiten. In een democratische samenleving, pluralistisch en divers, permanent in evolutie, zullen dit soort debatten nooit helemaal gesloten zijn. We zullen nog geregeld het debat opnieuw moeten openen over dit en andere dossiers. Dat is een van de positieve zaken van ons type van samenleving, dat het debat nooit helemaal gesloten is, dat we dit debat mogen voeren en dat we dat op een respectvolle manier kunnen doen.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

Ik ben het eens met de heer Kennes: het debat zal nooit helemaal gesloten zijn. En dat is maar goed ook, want dan zouden we in een totalitaire samenleving leven. Daar pas ik voor: liever het debat.

Minister, uw visie is zeer duidelijk. Ik dank u voor uw antwoord. Het arrest is ook zeer duidelijk, wat in zekere zin goed is. Het is een zeer nuchter arrest: de concrete situatie op school moet aanwezig zijn om maatregelen te kunnen treffen. Er is wat mij betreft nog wel een gevoeligheid waarmee men rekening moet houden. Ik heb gezien dat er in het atheneum van Antwerpen een enorm professionele aanpak was van de problematiek van botsing van overtuigingen en religies, van problemen die meisjes ondervinden. We kunnen alleen maar wensen en hopen dat alle scholen een dergelijke professionele aanpak aan de dag leggen als ze met die problemen geconfronteerd worden.

Er zijn scholen, schoolteams en directies die heel moedig zijn om de koe bij de horens te vatten en die problemen ten gronde aan te pakken, maar er zijn ook directies die het daar heel moeilijk mee hebben. Ik heb de voorbije jaren getuigenissen gehoord van mensen die zeggen dat hun directeur of directrice de problemen wat onder de mat veegt en zo verder. Die getuigenissen wijzen erop dat het een moeilijke situatie is en dat het ook altijd een kwestie is van een persoonlijke overtuiging van een schoolteam en een directie om enerzijds het probleem aan te pakken en anderzijds geen aanpak voor te stellen als het probleem er niet is, als u begrijpt wat ik bedoel. Je zou je in dezen blind kunnen laten leiden door je ideologie of andere overtuigingen.

Ik denk dat het erop aan komt om op dit punt, de aanwezigheid van meerdere overtuigingen en religies in een school, een visie te ontwikkelen binnen onderwijs en om daar de komende jaren verder aan te werken zodat al wie werkzaam is in het onderwijs, leerkrachten en directies en anderen, daar op zeer professionele wijze mee kan omgaan. Dat is het belangrijkste, belangrijker misschien nog dan deze of gene beslissing van een rechtbank.

Ik zal niet meer ingaan op de opmerkingen aan mijn adres, want anders dreigt het een beetje ridicuul te worden, en dat zou jammer zijn.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Ik dank u voor uw klare antwoord, minister, en voor de klare interpretatie van het arrest van de Raad van State. Ik sluit me aan bij de twee vorige sprekers, het debat zal wel altijd gevoerd worden. Een debat over het soort samenleving dat we willen en hoe we daarmee omgaan als krachtige en actieve burgers. Dat vergt volgens mij een permanente dialoog. Als we dat debat voeren, moeten we ons afvragen welke scholen de diversiteit in de samenleving weerspiegelen. De vrijheid van onderwijs is hier een groot goed.

Het debat wordt vaak in clichés gevoerd, op een nogal onvolwassen manier, of men vervalt heel snel in antagonisme. Minister, u kunt best zeggen dat de relativiteit van de omzendbrief bestaat, die zal nooit algemeen verordenend zijn, die geeft maar een richtlijn mee. De relativiteit kan een bepaalde symboliek en gevoeligheid niet verbergen. Het debat en de verhitte reacties die dat meestal uitlokt langs verschillende kanten, toont aan dat het geen relatieve kwestie is, maar een zeer gevoelige.

In essentie zijn er twee evenwaardige maatschappijmodellen. Aan de ene kant het meer Franse model, de overheid, de publieke ruimte, neutraliteit…, dat staat voor het volledig weren van alle religieuze symbolen. Dat is de definitie van de lekenstaat.

Het andere model is eerder Angelsaksisch, de overheid is redelijk neutraal maar heeft de meer volwassen versie. Hier betekent neutraliteit dat de verschillende symbolen en uitingen van identiteit – een speldje met de Vlaamse Leeuw of een hoofddoek – naast elkaar kunnen leven. Ze heffen elkaar als het ware op. Alle tekens kunnen: een sikhtulband, een hoofddoek, een keppeltje, een kruisje of helemaal niets, ik zou niets dragen want ik ben niet gelovig. We moeten door de tekens of ideologische symbolen kijken, zolang ze geen wet overtreden natuurlijk, we moeten kijken naar de mens. Die is wat hij is. We zijn nog niet zover. Ik betreur dat ten zeerste. Zolang we die volwassenheid niet hebben in onze samenleving, zullen we dat soort verhitte discussie blijven voeren.

Ik wil aansluitend bij mevrouw Meuleman pleiten om geen generieke maatregelen te nemen, om ervoor te zorgen dat de diversiteit zijn plek krijgt, dat ze veel meer weerspiegeld wordt in onze scholen, van welk net dan ook. Ik denk dat daar heel veel ruimte is voor een volwassen dialoog en samenleving die we nog niet bereikt hebben.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Er is al veel gezegd en dit debat zal nog regelmatig terugkeren.

Er moet eerst een probleem zijn. Het arrest van de Raad van State stelt: “Een beperkend optreden is daarenboven niet enkel toegelaten bij reeds gerezen conflicten, het mag ook beogen toekomstige problemen te verhelpen voor zover die toekomstige problemen zeker en vaststaand zijn en niet louter hypothetisch. Het is niet omdat een gedraging nog niet een omvang zou hebben aangenomen dat hij de maatschappelijke orde in gevaar zou brengen, dat de overheid niet zou mogen optreden. Het kan haar niet kwalijk genomen worden tijdig op een dergelijk risico te anticiperen door gedragingen te straffen wanneer vaststaat dat de veralgemening ervan een reëel gevaar met zich zou meebrengen.”

Mevrouw Krekels heeft ernaar verwezen, hoe pak je groepsdruk vast? Hoe zet je dat op papier? Die scholen moeten weten dat er een soort anticiperend optreden mogelijk is. Dat is natuurlijk nog iets anders dan een preventief algemeen verbod.

Welke aanpak de toets van de Raad van State doorstaat, zullen we jammer genoeg met scha en schande moeten ervaren. Ik geloof wel dat het GO! en de andere koepels naar aanleiding van dit arrest de nodige instructies, omzendbrieven of andere communicatie aan hun scholen zullen bezorgen zodat ze op een gedegen manier kunnen reageren.

Ik wil nog één element toevoegen. De Raad van State zegt eigenlijk dat we de symbolen moeten toetsen aan het al dan niet problematisch karakter van een bepaalde gemeenschap, op een bepaald moment, op een bepaalde plek. Ik vind dat stigmatiserend.

Zo gaan we concluderen dat er met de sikhs in Sint-Truiden in dezen geen probleem is, dat er met de moslimgemeenschap in Dendermonde in dezen geen probleem is. Dat is stigmatisering van een hele gemeenschap. Als er problemen dreigen waar individuen het slachtoffer van zijn op een school, moet men dit tijdig en heel gericht en lokaal proberen op te lossen.

We hebben geen voldragen dialoog en geen voldragen regelgeving. Daardoor gaan we bepaalde gemeenschappen viseren en tegen elkaar opzetten. Sommigen doen dat heel bewust. De grote meerderheid van de mensen hier aanwezig doet dat onbewust, maar het is wel het feitelijke gevolg op het terrein. In de toekomst en de samenleving van de toekomst, die alsmaar diverser wordt, kunnen we ons dat niet blijven permitteren.

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

Ik vind het jammer, mevrouw Gennez, dat u het arrest stigmatiserend noemt. Ik denk niet dat deze omschrijving past bij een arrest dat zo gewikt en gewogen is.

Ik heb dat niet gezegd. Ik heb gezegd dat de context dat vraagt: is er een probleem met die of die gemeenschap op dat moment op die plek?

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

En u vond dat stigmatiserend?

Het arrest is evenwichtig geformuleerd, maar het is niet goed dat we gemeenschappen blijven stigmatiseren. Individuen kunnen zich misdragen, gemeenschappen kunnen dat volgens mij niet, ook geen religieuze gemeenschappen en geen ideologische.

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

Dat is waarop ik wil reageren: er zijn altijd een paar aanstokers van het probleem. U moet de realiteit onder ogen zien en niet zomaar blijven zeggen dat er wordt gestigmatiseerd. Soms zijn er problemen. Als we die niet aanpakken, dijen ze uit, dan dreigt pas de gigantische stigmatisering van een hele gemeenschap. Als een probleem van groepsdruk in een school niet wordt aangepakt, loopt het fout.

Ik zal een voorbeeld geven. U kunt het dan stigmatiserend noemen. Ik kan verschillende voorbeelden geven, het zijn zaken die echt gebeuren.

Mijn broer is leraar wetenschappen. Hij heeft me al meerdere keren verteld dat hij problemen heeft met moslimjongens omdat ze bij groepswerk niet willen samenwerken met meisjes. Hij probeert dat aan te pakken en praat met hen. Hij zet meisjes in hun groep en verplicht hen om samen te werken. Maar dan bekijken ze die meisjes niet, spreken er niet mee en werken niet samen. (Opmerkingen van mevrouw Caroline Gennez)

Als dit probleem onder de mat wordt geveegd, zoals zijn directie doet, dijt het uit en groeit in de school het denkbeeld: ‘ah ja, zo zijn die gasten’ terwijl het over een paar rotte appels gaat. Als men problemen met aanstokers niet aanpakt, krijgt men nog grotere problemen en dan krijgt men stigmatisering.

Dit is wat Karin Heremans in het atheneum van Antwerpen voorkomen heeft, dat het zou uitdijen en uitmonden in een hevige polemiek tussen moslims en niet-moslims. Als men het probleem negeert, krijgt men dat soort ellende. Sommige problemen moet men gewoon benoemen.

Sommige leerlingen willen in de refter niet met anderen gaan samenzitten omdat hun vlees haram is. Dat is een probleem. Ik word boos als we niet mogen spreken over die problemen. Als we zeggen dat er met een bepaalde groep leerlingen, op een bepaald moment, op een bepaalde plaats een probleem is, dan stigmatiseren we hen. Neen, dat doen we niet, we signaleren gewoon een probleem.

Wat betreft uw Angelsaksisch model, ik denk dat het tijd wordt dat u eens naar Engeland trekt en daar eens met verschillende strekkingen gaat praten. Bekijk de wetgeving van de afgelopen jaren eens. Enkele jaren geleden is daar een Arbitration Act goedgekeurd, waardoor zogenaamde raden van bemiddeling konden worden opgericht, shariaraden werden ze genoemd binnen een bepaalde gemeenschap. Dat is volledig ontaard in parallelle wetgeving.

Twintig jaar geleden vond ik het Angelsaksisch model ook wel interessant, maar vandaag niet meer. Ik volg de problematiek aandachtig, noem het een hobby, mevrouw Bonte. De problemen zijn immens. Ik hou er niet van om over die problemen te praten, maar soms is dat een noodzakelijk kwaad. Wil ik daarmee iedereen over één kam scheren? Neen, maar we bewijzen niemand een dienst door de problemen onder de mat te vegen. En dat is in de voorbije decennia te vaak gebeurd.

Dat moet nu voor eens en altijd maar eens stoppen. Moet de minister daarvoor een beslissing nemen? Dat denk ik niet, ik denk dat we met een collectieve verantwoordelijkheid zitten. Ik denk niet dat we aan een minister op een bepaald moment kunnen vragen om in één sector een straffe maatregel te nemen en dan hopen dat het probleem daarmee aangepakt is, want dat is niet zo. Zo simpel is het niet.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik probeer hier praktisch over na te denken. Hier leeft een brede gelijkgezindheid over de keuze om een bepaling al dan niet in een schoolreglement op te nemen, dit behoort tot de autonomie van de school.

Mevrouw Meuleman, ik ben een grote aanhanger van de derde weg in deze materie. (Opmerkingen van mevrouw Elisabeth Meuleman)

Dat weet ik.

Ik begrijp dat het parlement zich zorgen maakt dat niet elke school de richtlijnen van het GO! op de juiste manier interpreteert. Ik heb er geen behoefte aan mij als schoonmoeder op te stellen, maar wat ik perfect kan doen, is een leesbare versie van het arrest van de Raad van State laten maken door mijn administratie en die te laten communiceren.

Er zijn verschillende volksvertegenwoordigers die zeggen dat dat ook in de toekomst kan gebeuren. Dat is waar, maar het zal altijd een aan tijd en plaats gerelateerde omstandigheid moeten zijn. Het kan niet zomaar uit de lucht vallen. Het GO! kan niet zomaar een algemene regel opleggen. Dat heeft niets met neutraliteit te maken. Als je het niet concreet bekijkt, gaat het niet.

In mijn volgend structureel overleg met de koepels zal ik vragen of zij geen initiatief kunnen nemen. Het GO! is daar ook mee bezig. Ik wil geen schoonmoeder zijn van het GO! Die omzendbrief heeft een enorme weg afgelegd. Nu is het glashelder dat je met de omstandigheden rekening moet houden. Ik neem het engagement om een leesbare versie van dat arrest te laten maken. Ik ga met de koepels overleggen, maar verder zal ik niet ingrijpen. Ik hoor graag de discussies dat ik scholen moet begeleiden, maar we moeten ze vertrouwen en autonomie geven om met de zaken om te gaan. Het is ook hun vraag om geen schema te maken waar het wel en waar het niet kan. Het is hun autonomie om er op een gemotiveerde manier mee om te gaan. Ik wil tot in den treure benadrukken dat het de autonomie blijft van de scholen.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik ben blij dat u duidelijkheid zult verschaffen voor de scholen. Als de situatie blijft zoals ze is en als in al die schoolreglementen een verbod op levensbeschouwelijke tekens zou blijven staan zonder dat er concrete, aantoonbare problemen waren of aanwijzingen dat er in de toekomst problemen zouden zijn, als de situatie ondanks uw communicatie en duidelijke vertaling van het arrest van de Raad van State toch niet zou veranderen doordat de communicatie van het GO! en de omzendbrief in een andere richting gingen – scholen zijn niet verplicht om die richtlijn op te volgen en mogen dat zelfs niet –, als er toch verwarring over blijft bestaan, dan zullen we nog eens moeten terugkomen.

Minister, uw communicatie naar alle scholen kan een begin zijn om de situatie op het veld proberen op te klaren. Inhoudelijk zijn we het helemaal eens. Als er problemen zijn, moet er worden ingegrepen. Ik heb niemand horen zeggen dat er nergens problemen zouden kunnen zijn, of dat die problemen niet moeten worden aangepakt. Het gaat louter over wie bevoegd is en wat er moet gebeuren, en wat de Raad van State heeft gezegd over het concrete geval van levensbeschouwelijke tekens. Dat heeft niets te zien met jongens die niet met meisjes willen werken aan bepaalde zaken. We moeten bij de zaak blijven.

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

Mevrouw Meuleman, dat heb ik ook niet gezegd. Leg me geen woorden in de mond. Ik heb van alles gezegd, maar misschien was het wat moeilijk om te volgen op de duur.

Minister, dit is een goed begin om te communiceren. Daarna kunnen we kijken hoe de situatie evolueert.

De voorzitter

Mevrouw Bonte heeft het woord.

Mevrouw Barbara Bonte (Vlaams Belang)

Ik blijf vrezen dat het niet bij deze arresten van de Raad van State zal blijven en dat individuele leerlingen die schoolreglementen zullen blijven aanvechten. Ik blijf dan ook bij mijn stelling dat een decretaal en algemeen verbod nodig is.

De voorzitter

De vraag om uitleg en de interpellatie zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.