U bent hier

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, minister, mijn vraag was oorspronkelijk aan de minister-president gericht omdat ze gebaseerd is op enkele uitspraken van hem tijdens een Voka-lunch over de Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap. Ik schets kort hoe hij daartoe is gekomen en wat de visie van sommigen in het Vlaams Parlement op die metropolitane gemeenschap was in het vrij recente verleden.

Nog vóór de zesde staatshervorming is dit thema hier regelmatig aan bod gekomen. De toenmalige Vlaamse Regering was vrij zwijgzaam over de oprichting van de Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap. De laatste vraag daarover dateert van eind februari 2014. Minister Bourgeois antwoordde toen dat daarover in de schoot van de Vlaamse Regering nog met geen woord werd gesproken. Het was niet toevallig dat de toenmalige minister van de Vlaamse Rand, een N-VA-minister, verwees naar uitspraken van de minister-president over die Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap omdat de partij daar helemaal niet over te spreken was. Die partij stelde toen en doet dat nog steeds: “Het lijkt een instrument om het Waalse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest inspraak te geven in Vlaanderen en een omweg om Brussel uit te breiden. Zeggenschap verwerven over de Brusselse ring en de creatie van een corridor tussen Brussel en Waals-Brabant lijken de echte doelstellingen.”

Ondertussen is er het nieuwe Vlaamse regeerakkoord, waarin daarover niet veel staat. Ook in de Septemberverklaring en op andere momenten hebben we weinig gehoord over de Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap. Op de Voka-lunch had ik de indruk dat minister-president Bourgeois een opening maakte. Dit is dan ook opgenomen in de zesde staatshervorming, alhoewel er dus in het Vlaams regeerakkoord niet veel over wordt gezegd. Er moet duidelijkheid komen, zeker vanuit bepaalde hoek. Bent u tegen de metropolitane gemeenschap? Welke initiatieven zal de Vlaamse Regering ter zake nemen? Ik hoop dat u niet zult antwoorden – zoals in vele andere dossiers – dat u de zesde staatshervorming loyaal zult uitvoeren. We zouden appreciëren dat u dit een stille dood laat sterven en dat de Vlaamse Regering geen enkel initiatief neemt. Ik verwijs nog naar een motie vanuit enkele gemeenten – misschien zelfs de uwe, maar dat ben ik niet zeker – waarin wordt gepleit om de Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap niet te erkennen. Ook binnen de Vlaamse beweging bestaat daar heel wat protest over.

De heer Bajart heeft het woord.

De heer Lionel Bajart (Open Vld)

Minister, ik benadruk dat de Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap niet verengd mag worden tot een louter communautair verhaal van ruzie en juridische conflicten. Integendeel, ze beoogt een samenwerking in het belang van alle Vlamingen, Brusselaars en Belgen. Brussel is de economische motor van het land. De stad biedt als omgeving de mogelijkheid aan vele Vlamingen om te werken en hun gezinnen te voorzien van een goed leven. Rekening houdend met het schaarse aspect van tijd moeten we het leven van de burger gemakkelijker maken en niet moeilijker.

Ik verwijs naar een artikel van 8 november in Brussel Deze Week waarin de minister-president de klemtoon legt op samenwerking met Brussel via de opstelling van een gemeenschappelijke agenda en aandacht heeft voor onze gemeenschappelijke belangen met zeer concrete uitdagingen, zoals mobiliteit en tewerkstelling. Gewestmateries stoppen echter niet aan een grens, integendeel. Een grensoverschrijdend samenwerkingsakkoord tussen verschillende gewesten, gemeenten, provincies en de federale staat kan Brussel maar ook Vlaanderen werkelijk laten bloeien en Vlamingen laten genieten van de veelzijdigheid van onze gemeenschappelijke hoofdstad.

De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers (N-VA)

Voorzitter, ik wil even op de bedenkingen van de heer Sintobin inpikken. De visie in de Vlaamse Rand en, bij uitbreiding, de hele Vlaamse ruit rond Brussel, is dat er verbanden zijn tussen Brussel, de Vlaamse Rand en de Vlaamse ruit. Ik denk hierbij onder meer aan mobiliteit, ruimtelijke ordening en de arbeidsmarkt. Dit is vrij evident. Het zou gek zijn die aspecten vanop een eiland te bekijken.

In die context vind ik dat de heer Sintobin vrij snel over een aantal zaken heen gaat. Er zijn meermaals samenwerkingsakkoorden gesloten. De VDAB en Actiris werken samen met betrekking tot werkzoekenden en de databanken. Ook in verband met ruimtelijke ordening is er samenwerking. Die techniek inzake samenwerkingsakkoorden maakt net duidelijk dat we over twee aparte regio’s met eigen bevoegdheden praten. Er is echter een geest van samenwerking.

Mijnheer Sintobin, het is duidelijk de bedoeling samen iets te tonen. Dat is heel wat anders dat wat u in de schoenen van de minister-president tracht te schuiven. Eerlijk gezegd, denk ik dat we de woorden van de minister-president in die zin moeten interpreteren. Ik neem aan dat de minister dit in zijn antwoord zal toelichten.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Voorzitter, ik sluit me aan bij de stelling van de heren Segers en Bajart. We kunnen niet ontkennen dat de Vlaamse overheid in Brussel al een actief beleid voert. Dit gebeurt natuurlijk tegelijkertijd met het beleid dat de Franse Gemeenschap voert. Daarnaast zijn in Brussel natuurlijk ook veel andere overheden actief.

Mijnheer Sintobin, Brussel heeft nood aan een goede samenwerking. Ik hoop dat u het interview hebt gelezen. Er staat wel degelijk in dat er grote problemen zijn. Er is in Brussel een grote werkloosheid. Er is een armoedeprobleem. Er zijn in Brussel in verhouding meer faillissementen. De stadsvlucht vormt een probleem. Brussel heeft echter ook verschillende troeven.

De Vlaamse Rand heeft ook bepaalde problemen. Er bestaan reeds belangrijke samenwerkingsakkoorden tussen het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest die in het belang van Vlaanderen, de Vlaamse Rand en Brussel zijn. De samenwerking tussen Vlaanderen en zijn hoofdstad moet dan ook een tweerichtingsverkeer zijn.

De meerwaarde van de Vlaamse aanwezigheid in Brussel is reeds duidelijk. De Brusselse Vlamingen, maar ook de Franstaligen en de anderstaligen, erkennen ondertussen het belang van die Vlaamse aanwezigheid, zoals het Nederlandstalig onderwijs en de Vlaamse culturele tempels in de hoofdstad. Er moet uiteraard respect zijn en blijven voor elkaars grenzen en uiteraard ook voor elkaars bevoegdheden in Brussel.

De Vlaamse overheid heeft er duidelijk voor gekozen in Brussel een actief beleid te voeren en om actief aanwezig te zijn. De Franse Gemeenschap heeft daarentegen voor een Fédération Wallonie-Bruxelles gekozen. Het is nog niet duidelijk wat dit precies inhoudt. Zoals de heer Segers al heeft gesteld, is Brussel geen eiland. Brussel heeft er alle belang bij goed met Vlaanderen samen te werken.

Minister Weyts heeft het woord.

Voorzitter, er is me gevraagd de uitspraken van de minister-president en het standpunt van de Vlaamse Regering te duiden. Dat zijn zware verantwoordelijkheden voor een eenvoudig minister. Ik zal een poging ondernemen.

Ik heb het artikel in Brussel Deze Week tot op het einde gelezen. Op het einde staat de volgende passage: “Opmerkelijk is dat Bourgeois een Vlaanderen ziet dat ‘ten volle zijn bevoegdheden moet benutten om zo tot bilaterale akkoorden te komen’ met en in Brussel”. Dit klinkt enigszins anders dan het plaatje dat de vraagsteller heeft geschetst.

Het gebeurt wel eens dat de samenvatting of de interpretatie van een journalist niet volledig met de realiteit overeenkomt. Het gebeurt occasioneel dat hier wat speling op zit. Vermoedelijk is er enige verwarring tussen het bilateraal overleg en de metropolitane gemeenschap.

De minister-president, de minister van de Vlaamse Rand en de hele Vlaamse Regering pleiten consequent voor bilateraal overleg en voor akkoorden. Dat staat duidelijk in het Vlaams regeerakkoord: “We willen in bilateraal overleg gaan met de regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en desgevallend van het Waalse Gewest over dossiers met betrekking tot onder meer mobiliteit, werk en ruimtelijke ordening die beide gewesten aanbelangen en samenwerken om concrete uitdagingen die zich ter zake stellen aan te pakken.” Het belangrijkste woord in deze passage slaat op de bilateraliteit. Het gaat bovendien om gewesten.

Ik heb overigens zelf al een gesprek gevoerd met mijn Brusselse homoloog, Brussels minister van Mobiliteit Smet. De minister-president heeft al gesprekken met minister-president Vervoort en met minister-president Magnette gehad. We voeren die gesprekken vanuit het oogpunt dat we het leven voor iedereen gemakkelijker willen maken.

Mijnheer Sintobin, u hebt naar de territoriale integriteit van Vlaanderen verwezen. Ik citeer even een groot staatsman: “Dat is evident.” Die integriteit wordt onverkort gehandhaafd.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw kort antwoord. Meestal moeten we ministers voor hun uitgebreid antwoord bedanken. Dit antwoord was kort.

Uw opmerking over de meningen van journalisten en de realiteit klopt natuurlijk. We kunnen daar zeker over meespreken. Uw reactie en de reacties van de andere sprekers verbazen me echter op een punt. Wij zijn natuurlijk niet tegen de samenwerking met onze hoofdstad Brussel.

Wanneer Vlaanderen die metropolitane gemeenschap op poten zet, wat is dan de reactie van de Vlaamse Regering ten opzichte van die Fédération Wallonie-Bruxelles? Zullen wij toelaten dat die fédération zeggenschap heeft over de mobiliteit in Vlaanderen? Zullen wij toelaten dat die fédération zeggenschap heeft over de optimalisatie van de ring naar aanleiding van de mogelijke bouw van een eurostadion in Brussel? Erkennen wij die Fédération Wallonie-Bruxelles? Zullen wij daar samenwerkingsakkoorden mee afsluiten? Dat was de teneur van mijn vraag.

Ik zit hier intussen al lang genoeg om te weten dat er moet worden samengewerkt, temeer omdat wij Brussel nog altijd als onze hoofdstad beschouwen. Maar blijkbaar hebben een aantal mensen mijn vraag of visie verkeerd begrepen. Uit dat artikel in Brussel Deze Week leid ik impliciet af dat wij die Fédération Wallonie-Bruxelles erkennen. En daar wil ik graag een duidelijk antwoord op van de Vlaamse Regering.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.