U bent hier

Commissievergadering

woensdag 5 november 2014, 9.30u

Voorzitter
van Bart Caron aan minister Joke Schauvliege
347 (2014-2015)
De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Een jaar geleden was minister Crevits, toen nog bevoegd voor onze havens, te gast in Vietnam. Ze sloot er een overeenkomst met een lokale organisatie inzake visvangst om van de haven van Zeebrugge een Europese hub voor de invoer van pangasius te maken.

Recent investeerde de Vlaamse Visveiling samen met de stad Oostende in een ijsmachine voor een Gambiaanse vismijn. Bedoeling is om van daaruit diepgevroren barracuda’s over te vliegen naar Oostende.

Minister, onze visserijsector heeft het zeer moeilijk. U weet ongetwijfeld hoe gevoelig het ligt dat er telkens opnieuw beleidsdaden worden gesteld met betrekking tot de import van vis uit 'exotische' bestemmingen. Uitgerekend op dat moment wordt er dus geïnvesteerd in die exotische vissoorten, die niet altijd – en zeker niet in dit geval – een gastronomische meerwaarde opleveren, maar die door hun scherpe prijszetting – ze zijn goedkoop – wel onze eigen noordzeevis beconcurreren. En dan heb ik het nog niet gehad over de ecologische onzin – sorry voor mijn woordgebruik, maar ik meen het echt – van luchtbruggen met diepvriesvis. Alsof we niets beters te doen hebben.

Het memorandum of understanding dat vorig jaar werd afgesloten in Vietnam door minister Crevits bevat een clausule die bepaalt dat de overeenkomst moet worden geëvalueerd na één jaar. Het is nu ongeveer één jaar geleden. Minister, hoe wordt het memorandum of understanding met die Vietnamese organisatie geëvalueerd? Wordt het bijgestuurd en zo ja, in welke zin?

Wat zijn vandaag de resultaten van dat memorandum of understanding? Is Zeebrugge ondertussen de Europese draaischijf voor de import van pangasiusfilet? Welke meerwaarde voor de Vlaamse economie levert die deal op? Vertaalt zich dat ook in tewerkstelling?

Welk percentage van de aangevoerde pangasiusfilet komt terecht op de inlandse markt? Hoe verhoudt zich dat tot de aanvoer van verse vis in onze drie havens? Stijgt het algemene visverbruik in Vlaanderen of net niet? Zien we een verschuiving van verse noordzeevis naar de exotische vissoorten?

Vindt u het de taak van de Vlaamse Visveiling om te investeren in de aanvoer van exotische vis, met name in een ijsmachine in Gambia?

Hoe waakt u erover dat de invoer van exotische vissoorten, met steun van Vlaanderen, de eigen vloot niet beconcurreert? Hoe garanderen we dat de Vlaamse visserij levensvatbaar blijft? Hoe staat die tegenover de middelen die Vlaanderen investeert in de import van exotische vissoorten?

Wat is de ecologische impact van de aanvoer van diepgevroren exotische vissoorten? Is het in dit opzicht verantwoord om erin te investeren?

De voorzitter

Mevrouw Godderis heeft het woord.

Mevrouw Danielle Godderis-T'Jonck (N-VA)

Minister, in hoeverre kunt u nagaan of de overeenkomst ook een voordeel biedt voor de lokale producten? Heeft dit de kostenefficiëntie van de aangeboden vis op de Europese markt verbeterd?

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Ik vind de vraag van de heer Caron interessant. Het is een vraag die aanknoopt bij een vraag die de heer Roegiers ongeveer een jaar geleden heeft gesteld. Ik vind het zeker interessant om de situatie na een jaar eens te evalueren. Het antwoord van de toenmalige minister-president op de vraag van de heer Roegiers luidde toen dat er absoluut geen sprake was van concurrentie tussen platvis en pangasius, en dat er geen verandering was in het consumptiegedrag met betrekking tot Noordzeevis. De aanvoer van pangasius zou dus geen invloed hebben op de consumptie van Noordzeevis door de Vlaming. Ik vraag me dan af hoe men dat zo zeker weet. Minister, zijn er cijfers bekend waaruit blijkt dat, een jaar nadat het contract werd afgesloten om van Zeebrugge een pangasiushub te maken, er inderdaad geen invloed of geen concurrentie te bespeuren is?

Ik heb nog een totaal andere vraag. We weten dat er veel meer vis afkomstig is uit landen buiten de EU. Er zijn een aantal groothandelaars die hebben ingezet op import vanuit derde landen. Het is onder meer de Europese Commissie die beslist welke vis er mag worden geïmporteerd, welke landen er op de lijst komen, en ook welke bedrijven uit die landen. Europa geeft ook gele kaarten. Zo werd onlangs een gele kaart gegeven aan de Filipijnen en Papoea-Nieuw-Guinea, omdat ze niet voldoende inzetten op duurzaamheid en tegen illegale visvangst. Hebt u kennis van verhoogde sanitaire controles en douanecontroles op importvis sinds Zeebrugge het centrale aanvoerpunt van pangasius is geworden?

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

De heer Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Voorzitter, ik heb alle begrip voor de bezorgdheid van de heer Caron, maar opnieuw zou ik toch even willen nuanceren. Ik zal dat niet elke week doen, hoor, mijnheer Caron. (Opmerkingen van de heer Bart Caron)

Het lijkt me goed dat er een evaluatie komt na een jaar. Zoals u echter zelf zegt, het gaat hier om diepgevroren vis, zowel in het geval van pangasius als in het geval van de barracuda. Dat kan op zich geen concurrentie betekenen voor onze verse Noordzeevis. Ik denk dat er een heel grote vraag naar vis is op de Europese markt. Ik denk dat die niet concurrentieel, maar complementair kunnen zijn. Evenmin mag er sprake zijn van een negatieve invloed op de tewerkstelling. Er zijn Europese visquota voor onze Europese wateren, zodat er een maximum is dat kan worden gevist. Daardoor is er eigenlijk geen echte concurrentie. Persoonlijk zie ik dit enkel als een versterking van de veiling in Zeebrugge. Het aanbod daar wordt vergroot.

Minister, ik heb begrepen dat die pangasius het ASC-label (Aquaculture Stewardship Council) heeft. Dat staat voor een duurzame en verantwoorde kweek. Klopt het dat die pangasius daaraan voldoet, en wordt hiermee ook de ecologische impact beperkt?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, geachte leden, deze vraag werd inderdaad al gesteld. Ik meen dus dat dit een opvolgingsvraag is. Ik kan ook alleen maar herhalen dat het hier niet echt om een visserijaangelegenheid gaat. Dit was natuurlijk een belangrijk contract voor de havenactiviteit in Zeebrugge, dat al heel sterk gericht is op de in- en uitvoer van voedingsproducten. Het contract, dat toen is afgesloten door de toenmalige minister bevoegd voor de havens, is op geen enkele manier concurrentie voor onze eigen inlandse vissers. Daarin volg ik de heer Vanderjeugd. Het afgesloten contract ging eigenlijk over de vraag of Vietnam via meerdere Europese havens gaat voor de import van die diepgevroren pangagius of zich concentreert op de haven van Zeebrugge om de Europese markt te bewerken. Langs welke Europese haven deze grondstof wordt aangevoerd, heeft geen negatieve invloed op de tewerkstelling van onze Vlaamse vissers. Het gaat echt over een logistieke kwestie, over een logistiek succesverhaal voor de haven van Zeebrugge. Als hier wordt gevraagd naar evaluaties van die haven en die invoer, dan is dat een vraag die ik dan ook niet kan beantwoorden. Het lijkt me dat die vraag moet worden voorgelegd aan de minister bevoegd voor de havens. Die kan u wellicht de nodige cijfers geven, ook over douaneactiviteit en zo, maar dat gaat uiteraard mijn bevoegdheid met betrekking tot landbouw en visserij te buiten.

Vandaag bevindt het project zich ook nog in de ontwikkelingsfase. Voor echte evaluatiecijfers zal het dus nog wat wachten zijn, denk ik. De uitbouw van een Vietnamees distributiecentrum, een centrum voor zowel de opslag als de herverpakking en de Europese verdeling, is dus nog niet helemaal verwezenlijkt. Dat is nog volop bezig.

Ik kom tot de resultaten van het memorandum of understanding. Diverse delegaties uit Vietnam zijn de haven al komen bezoeken, net als voedingsbedrijven. Omgekeerd hebben geïnteresseerde voedingsbedrijven ook een bezoek gebracht aan Vietnam en de producenten daar. Er is dus geen verband te leggen met het inlandse verbruik van verse vis. Het gaat over iets heel anders, namelijk over diepgevroren filets.

Vandaag staan in volgorde van belangrijkheid kabeljauw, zalm, tong en pladijs op de voorkeurlijst van de consument, met een jaar na jaar groeiend aandeel van kabeljauw, met 24 procent, en zalm, met 20 procent. Voor de overige vissoorten is er weinig variatie. De Belgische invoer van pangasius is tussen 2010 en 2013 gedaald van iets meer dan 10.000 ton naar 7350 ton, waarvan een deel opnieuw wordt uitgevoerd, wat een saldo oplevert van 4900 ton voor daadwerkelijke consumptie. Dat is een achteruitgang ten opzichte van 2010.

De Vlaamse Visveiling is een privéonderneming, die uiteraard zelf kan beslissen welke activiteiten ze wenst te ontplooien voor een optimale benutting van de infrastructuur. Ik zie er bij elke subsidie ook wel op toe dat investeringen ook een rechtstreeks verband houden met onze Vlaamse visserij. Het spreekt vanzelf dat we daar rekening mee houden.

Natuurlijk kennen we de discussie over de ecologische impact van de aanvoer van diepgevroren exotische vissoorten. Dat valt natuurlijk niet alleen terug te brengen tot die pangasiusfilet. Het gaat in het algemeen over de in- en uitvoer van producten.

Vandaag wordt bijvoorbeeld ook heel veel verse kabeljauw per vliegtuig vanuit IJsland naar ons overgevlogen, om te kunnen voldoen aan de toenemende vraag in eigen land, omdat onze eigen vangst niet volstaat. Om de eigen ecologische impact te verlagen, heeft de Vlaamse vloot de voorbije jaren trouwens heel sterk ingezet op het verlagen van de energieconsumptie. De sector is daar dus mee bezig.

Er wordt ook een Europees beleid gevoerd op dat vlak. Wij kunnen niet zomaar zelf andere voorwaarden opleggen. Dat moet altijd bekeken worden binnen de Europese context. Ook met betrekking tot de productnormering, dat een federale bevoegdheid is, kunnen wij vanuit Vlaanderen niet zomaar bepaalde regels of aspecten opleggen.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Minister, ik dank u voor het antwoord. Het is inderdaad een economische activiteit, in eerste instantie voor de haven van Zeebrugge. Ik hoop dat er geen effecten zijn op de Vlaamse markt, maar dat is natuurlijk koffiedik kijken. Ik hoop dat u gelijk hebt, maar er zijn twijfels over. Dat duikt constant op. Ook in visserijkringen komt dat verhaal altijd terug. We moeten daar zeer alert voor blijven.

Ik zal het verder opvolgen en wil er nu voor de rest niet te veel tijd aan besteden. Ik stel alleen nog vast dat we vroeger IJslandvaarders hadden, en nu IJslandvliegers. Dat is het verschil met vroeger.

Die quota zijn een heel andere discussie, mijnheer Vanderjeugd. Dat kan voor onze aanvoer op zich geen groot effect hebben.

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of er statistieken voorhanden zijn die ook echt bewijzen dat er geen concurrentie is tussen de platvis en de Noordzeevis.

Ik was een beetje verrast dat collega Vanderjeugd zei dat dat totaal geen concurrentie is, omdat we over verse vis spreken als het over Noordzeevis gaat. Maar we moeten ook eerlijk zijn: de consument weet soms niet welke vis hij eet. Hij kijkt soms meer naar zijn portemonnee en kent soms de smaak van de vis niet meer, enkel de smaak van de saus die op de vis ligt. Daar heeft de VLAM inderdaad nog een grote bijdrage te leveren.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mevrouw Vermeulen, ik heb daarnet gezegd dat statistieken rond in- en uitvoer het landbouw- en visserijbeleid te buiten gaan. Die kan ik u dus niet geven. Cijfers van het visgebruik en het effect daarop hebben we niet. Die zijn niet ter beschikking en die kan ik u dus ook niet geven.

U gaat nu een heel andere discussie aan, die ons misschien nog heel ver kan leiden. Wij doen al heel veel inspanningen wat betreft de consumptie en het bewustmaken van de consument van welke vis hij eet en waar die vandaan komt. Ik verwijs naar een recent initiatief, dat wij mee hebben ondersteund, namelijk Het Grote Noordzeeviskookboek. Op de Boekenbeurs zult u dat prominent zien liggen. Dat boek beschrijft welke vissen bij ons gevangen worden door onze vissers, hoe je die vissen kunt klaarmaken, de aspecten van de vis, foto’s, uitleg, de biodiversiteit ervan, de al of niet bedreigde status enzovoort. Dat is een heel interessant boek, dat wij mee gesteund hebben vanuit de overheid.

Volgende week ga ik ook naar Oostende, om de Week van de Smaak te lanceren, die dit jaar ook in het teken staat van onze visserij en onze vissen en hoe mensen die op een goede en lekkere manier kunnen klaarmaken. Wij nemen dus heel veel initiatieven, ook via VLAM, om de vissen van bij ons en de visserijsector te ondersteunen in de richting van de consument.

Dat is iets helemaal anders dan de vraag die hier gesteld is over de pangasiusfilet. Ook daar nemen we onze verantwoordelijkheid, maar ik moet u jammer genoeg zeggen dat we daar geen specifieke cijfers over hebben, tenzij men die binnen de haven misschien ter beschikking heeft en die dan naast elkaar moeten worden gelegd om te kijken of er een effect is. Ik heb u de cijfers gegeven waarover wij op dit moment beschikken, maar cijfers over een rechtstreeks verband met onze vissen en de consumptie daarvan, hebben we niet.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.