U bent hier

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

De heer Jelle Engelbosch (N-VA)

Voorzitter, tijdens de vorige legislatuur is het Landbouw- en Visserijdecreet goedgekeurd. Artikel 40, paragraaf 11, van dat decreet stelt dat maximaal 20 procent van de prijzen of winsten uit paardenwedstrijden zou worden bestemd voor de verbetering van de paardenfokkerij en voor de opvang van oude en verwaarloosde paarden. Dat artikel heeft destijds voor wat beroering in de sector gezorgd. De toenmalige minister-president heeft vastgesteld dat er in de sector geen draagvlak was om dit artikel meteen uit te voeren.

Minister, ik hoef u niet te vertellen dat de problematiek van de paardenverwaarlozing blijft bestaan. De inbeslagnames nemen elk jaar toe. In het licht van die problematiek heb ik minister Weyts onlangs een vraag om uitleg over de toepassing van artikel 40 gesteld. In zijn antwoord heeft hij laten weten dat er in de sector nog steeds geen draagvlak is om een bepaald percentage van de wedstrijdgelden af te romen.

Minister, ik had graag geweten op basis van welke factoren u tot het standpunt bent gekomen dat er geen draagvlak is binnen de sector voor de uitvoering van deze bepaling uit het decreet. In hoeverre bent u bereid om deze legislatuur overleg op te starten met de sector om op termijn toch uitvoering te geven en zo middelen tegen paardenverwaarlozing vrij te maken?

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Voorzitter, tijdens de bespreking van het bewuste amendement dat ingediend werd door Groen, meer bepaald door de heer Dirk Peeters, heeft Open Vld zich als enige onthouden bij de stemming. We hebben toen het probleem van paardenverwaarlozing erkend, maar tevens gepleit voor voorzichtigheid ten opzichte van het voorgestelde amendement. Helaas heeft het amendement binnen de sector inderdaad geleid tot enige animositeit, met als gevolg dat het amendement, dat overigens werd gesteund door de toenmalige minister van Landbouw, tot op vandaag dode letter is gebleven. Zelf zijn we daar niet zo verwonderd over. Wat ons wel verwondert, is dat het amendement, ondanks het toenmalige enthousiasme van de minister en zijn partij, dode letter blijft. Minister, wat wil u met dit amendement doen? Verwacht u bovendien initiatieven van de minister van Dierenwelzijn, die hij dan zelf financieel hoort te dragen vanuit zijn begroting, indien dit amendement geen uitvoering krijgt en dus elders middelen moeten worden gezocht tegen paardenverwaarlozing?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Ik sluit me aan bij de bekommernis van de collega’s, met de nuances die zij erin brengen, en uiteraard met de vraag om dit geamendeerde artikel maximale invulling te geven.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Collega’s, als ik rondom mij kijk, zie ik niet zo veel mensen hier aanwezig die de bespreking van het decreet en het bewuste artikel hebben meegemaakt. Misschien zijn er wel medewerkers die erbij aanwezig waren. Ik zie een collega van de N-VA die er vorige legislatuur al was, maar ik weet niet of ze die vergadering en de emotionele discussies toen heeft bijgewoond.

De bezorgdheid over paardenverwaarlozing was een algemene zorg, over alle partijgrenzen heen, van meerderheid en oppositie. Ik zou het bijzonder jammer vinden mocht men de indruk geven dat de inspanningen die de Vlaamse Regering op dit vlak levert, mogelijk afhankelijk zouden zijn van artikel 40, elfde lid. Ook de vorige Vlaamse Regering heeft op dat vlak reeds heel wat inspanningen geleverd op het moment dat dit artikel zelfs nog niet was goedgekeurd. De huidige minister verantwoordelijk voor het dierenwelzijn heeft effectief de plicht heel wat zorg te besteden aan het voorkomen van paardenverwaarlozing, om op te treden wanneer het voorkomt en om daarvoor de nodige middelen in te zetten. Maar als dat allemaal afhankelijk moet zijn van dit artikel, dan denk ik dat er op dat vlak niet zo heel veel zal gebeuren.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, ik ben ook eens gaan kijken in de verslagen van het parlement, niet alleen over de totstandkoming van het decreet en het amendement, maar ook van de vraag die gesteld is in de commissie. Dat was een vraag om uitleg van mevrouw Patricia De Waele op 12 maart 2014. Mevrouw Saeys, ik weet niet of u het verslag hebt nagelezen, maar het was een geanimeerde vraagstelling. Ik raad u aan om het even te lezen, want het was nogal verwarrend om te weten wat nu eigenlijk de vraag was. Moest het nu worden toegepast of niet? Er was heel veel verwarring en heel veel woord en wederwoord.

Het antwoord dat toen is gegeven, is nog altijd geldig. Uiteraard is iedereen bezorgd om paarden en willen wij allemaal paardenwelzijn promoten en iets doen tegen dierenmishandeling, en meer specifiek paardenverwaarlozing. Dat spreekt voor zich. Wij voelen dat er geen draagvlak is binnen de sector om uitvoering te geven aan dat artikel 40, elfde lid, zoals ook is gezegd op 12 maart. Dat blijft vandaag zo.

Uiteraard zijn wij altijd bereid om in overleg te gaan met de paardensector en ook met de minister van Dierenwelzijn om te zien wat er specifiek moet gebeuren. Als er een draagvlak is binnen de sector en ook daarbuiten, zijn we bereid om te kijken wat er moet gebeuren. Maar op dit moment voelen wij dat het draagvlak er niet is. Integendeel, de vraag die gesteld is op 12 maart, heeft heel wat beroering veroorzaakt in de sector. Het is niet de bedoeling om alles holderdebolder te gaan uitvoeren en te merken dat we met een probleem zitten. Mijnheer Engelbosch, uiteraard zijn wij altijd bereid om in overleg te gaan. Dat is in het verleden zo gebeurd en we zullen dat op die manier voortzetten. We nemen zeker uw bezorgdheid voor het welzijn van de paarden mee en we delen die bezorgdheid ook. We moeten wel zorgen dat we geen maatregelen nemen die een averechts effect zouden hebben. Dat kan de bedoeling niet zijn.

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

De heer Jelle Engelbosch (N-VA)

Minister, ik dank u voor het antwoord. U zegt ‘holderdebolder’, maar het decreet en het amendement zijn al enige tijd geleden goedgekeurd. Het stelt me een beetje teleur dat wordt aangehaald dat de debatten geanimeerd waren en dat er geen draagvlak zou zijn om een democratisch goedgekeurd decreet en een democratisch goedgekeurd amendement dode letter te laten zijn. Dat vind ik toch wel frappant. Ik ben wel tevreden dat u het overleg wilt blijven aangaan met de sector, maar op een bepaald moment moet er wel een ei worden gelegd. Het decreet is goedgekeurd. Ik vraag wel dat het op termijn toch uitvoering krijgt.

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Wat de heer Engelbosch zegt, klopt. Wij vinden ook dat het geen dode letter mag blijven. Het is wel goed dat er een breed beleid wordt gevoerd. Ik vind het raar dat er tijdens de stemming wel een draagvlak voor was en nu blijkbaar niet.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Minister, neem mij niet kwalijk, maar ik vond uw antwoord nogal bochtig. Het bevestigt mij in mijn aanvoelen dat men met de lippen wel dienst wil bewijzen aan de problematiek, maar in de praktijk weinig of niets wil doen. Ik deel de bekommernis van de heer Engelbosch: een bepaling van een decreet kan geen dode letter blijven. Waarom keuren wij in dit huis anders decreten goed?

Ik vind dat er actie moet worden ondernomen om hieraan invulling te geven. Minister, als u overleg wilt plegen, zou ik zeggen: start het op. Ik heb een vrij positief gevoel over de visie van minister Weyts op dierenwelzijn. Vooruit dus, zou ik zeggen.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Collega’s, ik steun uiteraard jullie bekommernis.

Maar wat het decreet zelf betreft, moet ik toch iets benadrukken, zonder dat jullie daaraan foute interpretaties moeten koppelen. In het decreet staat “kan” en niet “zal”. Die woordkeuze was uitermate belangrijk, ook bij de goedkeuring van het decreet. Dat geef ik u alleen maar mee ter informatie.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Ik ging in dezelfde zin antwoorden. Het is heel duidelijk dat het parlement heeft geoordeeld om niet echt een verplichting op te leggen aan de Vlaamse Regering. Er staat in dat het “kan”. Ik denk dus dat wij niets naast ons neerleggen en dat wij geen lippendienst bewijzen. Wij stellen vast dat die nood daar nu niet is en dat we er dus geen gebruik van moeten maken. Dat wilde ik zeggen. Het ligt volledig in de lijn van wat er werd goedgekeurd in het parlement.

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

De heer Jelle Engelbosch (N-VA)

Minister, er staat heel duidelijk in dat het “kan” en “maximaal 20 procent”. U zegt dat u de bezorgdheid over de paardenproblematiek deelt. Dan vind ik dat we ons niet mogen verschuilen achter het woord “kan”. Er staat ook “maximaal”. Laat ons dan afspreken dat we voor een percentage lager dan die 20 procent gaan. Iedereen hier beweert bezorgd te zijn over de paardenproblematiek en het welzijn van die beesten. Dan moeten we de hand aan de ploeg slaan en toch minstens het overleg opstarten. Het is niet omdat het “kan” dat we naar het maximum van 20 procent moeten gaan. Als we het oprecht menen, moeten we er toch stilaan iets aan beginnen te doen.

We kunnen het niet gewoon afschuiven op de bevoegdheid van dierenwelzijn. De middelen kunnen worden vrijgemaakt. We moeten daar werk van maken. 

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.