U bent hier

Commissievergadering

woensdag 15 oktober 2014, 10.00u

Voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Mevrouw Elke Van den Brandt (Groen)

Voorzitter, we hebben onlangs vernomen dat het Brusselfonds zou worden gehalveerd. Het Brusselfonds is een financieel fonds bedoeld om een aantal voorzieningen van de Vlaamse Regering in Brussel uit te bouwen. Hierdoor moeten die voorzieningen een kwalitatief, bereikbaar en zichtbaar netwerk worden.

Minister, in 2013 beschikte het Brusselfonds over bijna 5 miljoen euro. Dit bedrag, dat toen aan een breed scala aan organisaties is toegekend, zou worden gehalveerd. Volgens u zou die besparing worden doorgevoerd door nieuwe initiatieven niet uit te voeren. Dit lijkt me echter zeer moeilijk.

Het gaat niet enkel om een aantal eenmalige initiatieven. Er zijn ook organisaties die van deze middelen afhankelijk zijn. Het Brusselfonds verstrekt niet enkel middelen voor de financiering van infrastructuur en voor het onderhoud van grote organisaties als Muntpunt of het Huis van het Nederlands, het gaat ook om de werking van een aantal kleinere organisaties die in Brussel echt zinvol werk verrichten. Er zijn budgetten voor de financiering van de inloopteams van vzw Huis der Gezinnen en van vzw zITa. Deze organisaties zijn voor hun werking in sterke mate afhankelijk van de middelen van het Brusselfonds. Zij zullen deze besparingen op hun werkingsmiddelen zeker voelen. Los daarvan krijgt ook de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) werkingsmiddelen van het Brusselfonds. 

Zelfs met betrekking tot infrastructuur is het soms cruciaal iets nieuws te starten. Dit heeft een impact op Brussel. Vorig jaar heeft vzw Aksent middelen uit het Brusselfonds gekregen om infrastructuur te bouwen. Die infrastructuur heeft een positieve impact op het welzijnsaanbod in de stad gehad.

Door geen nieuwe initiatieven meer toe te laten, zult u effectief een rem op de uitbouw van het Nederlandstalig aanbod in Brussel plaatsen. Dit aanbod is nog niet in alle domeinen volledig ontplooid. Zeker wat de welzijnsvoorzieningen betreft, is er een grote achterstand. Wij vrezen dan ook dat de halvering van het Brusselfonds wel degelijk negatieve effecten zal hebben.

Minister, klopt het dat het Brusselfonds wordt gehalveerd? Over welke exacte besparing gaat het? Op welke manier zal dit worden uitgevoerd? Is er overleg met de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en met de betrokken organisaties geweest?

Ik vermeld de VGC expliciet omdat we er met Groen al een aantal keren voor hebben gepleit het Brusselfonds eventueel naar de VGC over te hevelen. Dit betekent niet dat we u niet zouden vertrouwen om dit fonds goed te beheren. De overheveling zou het beleid van de VGC echter coherenter maken. De VGC beschikt over een aantal bevoegdheden en budgetten. Indien we dit met de middelen van het Brusselfonds zouden combineren, zou het gehele pakket van het beleid van de VGC coherenter worden. Dit zou de efficiëntie van de uitbouw van het Vlaams beleid in Brussel versterken.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, ik ga uit van het regeerakkoord, dat enkele afspraken ter zake omvat. “We wenden de middelen uit het Brusselfonds binnen de door de Vlaamse Regering bepaalde prioriteiten aan en in alle transparantie om de Nederlandstalige voorzieningen in Brussel te versterken en om zinvol proefprojecten te ondersteunen.” Dat is wat mij betreft een klare en duidelijke afspraak. Er is inderdaad al meermaals op gewezen: dit is een herstelregering, dit is een regering die besparingen zal doorvoeren op verschillende domeinen, ook op het domein Brussel.

In het regeerakkoord staat ook dat men wil proberen om op verschillende deelaspecten van het domein Brussel die 5 procentnorm wel degelijk te halen. Mevrouw Van den Brandt heeft er niet naar verwezen, maar ik dacht dat het de bedoeling was om vanaf 2017 weer actiever te worden met het Brusselfonds. In het regeerakkoord las ik ook dat het Brusselfonds meer moet aansluiten bij de prioriteiten van de Vlaamse Regering.

In het verleden waren niet alle proefprojecten even succesvol. Het is niet aan mij om de discussie te heropenen over – onder andere – vzw Daarkom, maar ik wil toch even aanhalen dat in 2008 uit het Brusselfonds maar liefst 1,5 miljoen euro werd vrijgemaakt voor de verbouwingswerken van La Gaîté, terwijl er toch wel vragen rijzen bij dit dossier. Kunt u duidelijkheid geven over het overleg met collegelid Vanhengel van de Raad van de VGC? In die raad heeft men daarover al gesproken.

Minister, hoe gaat u de middelen uit het Brusselfonds meer aanwenden binnen de prioriteiten van de Vlaamse Regering? Ik denk dat deze visie haaks staat op de visie van mevrouw Van den Brandt, namelijk de middelen overbrengen naar de dotatie van de VGC. Wij gaan ervan uit dat het geld beter kan worden aangewend om bijvoorbeeld de Brusselnorm te halen en voor Brusselse initiatieven.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Aan beide vraagstellers: ik was al blij met de vraag van de heer Segers, maar ik ben nog blijer met de vraag van mevrouw Van den Brandt. Dit geeft me de kans om enkele misverstanden en verkeerde beeldvorming rond de besparingen in mijn Brusselbeleid uit de wereld te helpen.

We hebben een redelijk uitvoerig debat gehad over al wat er op til staat met betrekking tot Cultuur en Media. Voor Brussel is dat nog niet kunnen gebeuren, ik heb nu de kans om dat te doen. Anders zouden we dat in alle rust kunnen doen, als de begroting in het parlement komt. We zullen nu al vooraf wat transparantie geven.

Ik heb mij van bij het begin van de legislatuur ingespannen om de besparing in het Brusselbeleid zo minimaal mogelijk te houden. Dat was natuurlijk ook een houding in andere beleidsdomeinen en dat is iets wat men met wisselend succes bereikt. Gegeven het feit dat iedereen bespaart, is de besparing op mijn begrotingsprogramma voor Brussel haalbaar en wordt Brussel niet harder getroffen dan andere beleidsdomeinen.

Op een totaal van 47.482.000 euro bespaar ik 2.485.000 euro. Dat is 5,2 procent van het totale bedrag. Dit ligt heel wat onder de bedragen die circuleerden – op een bepaald moment verscheen het bedrag van meer dan 10 procent in de pers – en in het verlengde van de besparingen in de hele Vlaamse Regering.

Als u in de inleiding stelt – ik zal het direct verduidelijken – dat het Brusselfonds gehalveerd wordt, klopt dit ten eerste niet helemaal. Veel belangrijker is hier echter dat het Brusselfonds maar een relatief klein onderdeel is van mijn totale begroting voor Brusselse Aangelegenheden. Als ik daar bespaar, wil dat helemaal niet zeggen dat ik in heel mijn begrotingsprogramma Brussel dezelfde besparing opleg.

Bovendien, als ik de keuze maakte om relatief zwaar te besparen op het Brusselfonds – dat klopt wel – was dat precies vanwege de bezorgdheid – waarvan ik uit uw vraag opmaak dat u ze deelt – om niet of zo weinig mogelijk te snijden in de werking van de grotere en kleinere organisaties die in Brussel zinvol werk verrichten. We komen daar op een besparingspercentage van circa 1 procent. Door met het Brusselfonds twee jaar lang enkel de bestaande engagementen te honoreren en geen nieuwe acties te ondernemen, hou ik de andere organisaties met andere woorden buiten schot. Ik zal straks dan ook aantonen dat de organisaties waarnaar u verwijst in uw vraag, samen met vele andere organisaties, geen gevaar lopen.

In het kader van de besparingsronde werd in de media inderdaad melding gemaakt van een halvering van de middelen van het Vlaams Brusselfonds. Bij deze berichtgeving werd een en ander door elkaar gehaald. In een tweede persbericht van Brusselnieuws van 1 oktober 2014 werd de informatie trouwens bijgesteld. Overigens, de enige media die ons hierover hebben gecontacteerd, waren de Brusselse media. Als de andere media daarover schrijven, is dat hun verantwoordelijkheid. Ze mogen dat uiteraard doen, maar ik stel me daar vragen bij. Waarom heb ik dan niet proactief gecommuniceerd? Ik ben nog altijd van mening dat we dit debat in alle rust moeten voeren bij de begrotingsbespreking. Ik geef nu enige toelichting. Vergeef me een enigszins cultuurpessimistische beschouwing bij de werking van sommige media.

Bij het vernemen van dit nieuws hebben nogal wat organisaties hun bezorgdheid geuit. Als het nieuws niet helemaal klopt, begrijp ik dat ook. Velen onder hen gaan er immers nog steeds van uit dat heel wat initiatieven, projecten en organisaties in Brussel worden gesubsidieerd via het Vlaams Brusselfonds. Ik vermoed dat daarom al snel de verkeerde perceptie ontstond waarbij – ik citeer – “er genadeloze besparingen voor alle Brusselse organisaties worden doorgevoerd”.

Ook in uw vraag poneert u dat vanuit het Brusselfonds middelen zouden gaan naar de werking van heel wat sterke kleinere organisaties die zinvol werk in Brussel verrichten, bijvoorbeeld rond kansarmoede. U vernoemt de vzw Huis der Gezinnen en de vzw zITa. Deze organisaties zouden volgens u voor hun werking sterk afhankelijk zijn van de middelen van het Brusselfonds. Ik kan u geruststellen: deze verenigingen zullen vanaf 1 januari 2015 een structurele subsidie ontvangen op basis van het besluit van de Vlaamse Regering dat uitvoering geeft aan het decreet van 26 november 2013 houdende de organisatie van de preventieve gezinsondersteuning. Bijgevolg worden deze vzw’s, om er nu maar enkele te noemen, vanaf 2015 structureel betoelaagd en niet meer gesubsidieerd via de middelen uit het Vlaams Brusselfonds.

Voor wat betreft de financiering van de verschillende prioritaire Brusselse partners, zoals onder meer het Kenniscentrum Woonzorg Brussel, het Huis voor Gezondheid, de Brusselse mediapartners, de Beursschouwburg, het jubileum 35 jaar Ancienne Belgique of het Bronksfestival – en ik kan zo nog even doorgaan –, wil ik benadrukken dat de financiering via de reguliere budgettaire middelen uit het begrotingsprogramma van het algemene beleidsdomein Brussel verloopt, niet uit het Vlaams Brusselfonds. Hetzelfde geldt trouwens ook voor het Huis van het Nederlands en voor Muntpunt. Die worden dus niet geraakt door de besparing op het Brusselfonds.

Ik heb ondertussen ook al verschillende organisaties die een beroep doen op projectsubsidies vanuit het Vlaams Brusselbeleid gerustgesteld en hen verzekerd dat de voorziene besparingen op het Vlaams Brusselfonds of op de reguliere begroting Brussel geen noemenswaardige impact – en daarmee bedoel ik zegge en schrijve ongeveer 1 procent – zullen hebben op hun reguliere subsidies of op de projectmiddelen die hun zijn toegekend.

Om de cijfers correct te zetten: het Vlaams Brusselfonds zal in 2015 en 2016 telkens iets meer dan 2 miljoen euro besparen. Voor 2015 was bij de initiële begrotingsopmaak een vastleggingsmachtiging voorzien voor een totaalbedrag van 4.657.000 euro. Na de besparingsronde is dat bedrag uitgekomen op 2.631.000 euro, wat neerkomt op een vermindering met 2.026.000 euro of 43,5 procent. De middelen uit het Vlaams Brusselfonds werden tijdens de vorige legislatuur in hoofdzaak aangewend voor de financiering van vermogensrechtelijke aspecten en het eigenaarsonderhoud van de gebouwencomplexen Muntpunt en het Huis van het Nederlands. Dat is het leeuwendeel. Daarnaast werd het fonds ook nog ingezet voor de financiering van enkele initiatieven ter bevordering van de ontsluiting en de toegankelijkheid van instellingen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Ik stel voor dat we daar tijdens het begrotingsdebat op ingaan.

Dit is dus een totaal andere invulling dan de klaarblijkelijk nog steeds bestaande mythe waarbij men het Vlaams Brusselfonds aanziet als een financieel vehikel met een sterke beheers- en beleidsmatige output ten aanzien van de verschillende sectoren, projecten en organisaties in Brussel. De middelen uit het Vlaams Brusselfonds die in 2015 zullen worden ingezet, hebben enerzijds betrekking op de financiering van de vermogensrechtelijke aspecten, de lopende verbouwingswerken en het eigenaarsonderhoud van de eigen gebouwencomplexen Muntpunt en het Huis van het Nederlands. Anderzijds zijn er voor 2015 projectmatige engagementen gepland, hoofdzakelijk investeringsprojecten, maar dan wel van een veel lager niveau dan de vorige, zoals bijvoorbeeld een investeringssubsidie aan het lokaal dienstencentrum Het Anker, een investeringssubsidie in het kader van de verbouwing van het zwembad van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en een investeringssubsidie aan Art Basics for Children voor uitbreiding van het pand. Ten slotte werd ook nog een subsidie toegekend aan een project van de vzw Samenwerkingsplatform Deeltijds Kunstonderwijs Brussel onder de naam ‘cross-mediale kunstinitiatief /blauwdruk cross-mediale kunstacademie(s)’ én een aanvullende werkingssubsidie aan de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS).

Ik herhaal en bevestig dus nogmaals dat de lopende verbintenissen allemaal gehonoreerd worden. Vanaf 2017 komt er op het Brusselfonds opnieuw beleidsruimte vrij om nieuwe initiatieven te nemen. In het licht hiervan was er dus ook geen noodzaak om een overleg te organiseren, noch met de VGC, noch met de betrokken organisaties. Ik kan u wel zeggen dat op de eerste collegevergadering van en met de VGC deze zaken, zoals ik ze u nu uitleg, zeker mee overlegd zijn, om de partners op de hoogte te brengen.

Ik geef nog twee concrete politieke elementen.

Ik begrijp dat er voor de bevriezing van de middelen en de tijdelijke halvering van het Brusselfonds effectief een besparingsuitdaging of besparingsprobleem is of kan zijn. Op dit ogenblik zijn er echter geen grote projecten die van dien aard zijn dat zij volgend jaar, misschien zelfs het jaar daarna, zonder meer kunnen worden uitgevoerd. Er zijn altijd projecten, maar wanneer ze tot administratieve wasdom komen, wanneer met andere woorden alle politieke en administratieve knopen ontward zullen zijn, zitten we toch al snel in 2017 en moeten we weer klaar staan om een aantal zaken in een hogere versnelling te schakelen. Maar op dit ogenblik moeten wij niemand acuut ontgoochelen door te zeggen: “Uw project is volledig klaar en we zouden het in 2016 of 2017 kunnen subsidiëren.” Zo is het niet. Ik weet niet of ik van een gelukkig toeval mag spreken, ik wil het ook niet te mooi voorstellen, maar dat helpt ons wel om ook de projecten die nog in de pijplijn zitten beter en grondiger voor te bereiden.

Dan is er ook nog het spanningsveld tussen mevrouw Van den Brandt en de heer Vanlouwe. Dat is natuurlijk de these-antithese-synthese waarover we in deze commissie nog wel een aantal keren zullen werken. Mevrouw Van den Brandt vraagt of het niet zinvoller is om het Vlaams Brusselfonds volledig over te hevelen naar de VGC. De heer Vanlouwe zegt het omgekeerde: zouden we niet beter het Vlaams Brusselfonds inschakelen in de prioriteiten van de Vlaamse Regering? Ik denk dat ik, als wij erin slagen om de samenwerking tussen de beide beleidsniveaus te verhogen, een deel van dat spanningsveld kan opheffen. Dat zal ook in de beleidsnota, die we binnen enkele weken bespreken, een centraal punt zijn. Mevrouw Van den Brandt, formeel is het in elk geval zo dat de heer Vanlouwe en deze meerderheid aan het langste eind trekken in die zin dat wij zeggen dat het Vlaams Brusselfonds blijft bestaan binnen de logica van de Vlaamse Regering. Wij zullen zelf bekijken hoe wij daarin onze prioriteiten zien. Maar aangezien wij onze prioriteiten maximaal zullen afstemmen op die van de VGC, wat in het verleden niet altijd zo geweest is, zullen we toch minstens een deel van dat spanningsveld daarin kunnen opheffen.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Mevrouw Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, ik begin met dat laatste. Ik heb niet de illusie dat ik u kan overtuigen met één betoog, als de meerderheid daarover afspraken heeft gemaakt. Het zou me ontgoochelen mochten er geen afspraken over bestaan. Het is dus een goede zaak dat er is nagedacht over wat er met het Brusselfonds moet gebeuren.

Vanuit Groen hebben we de indruk dat het beleid efficiënter en meer coherent zou zijn, als de middelen die er zijn voor Brussel – en ze zijn schaarser dan we zouden willen, omdat er gewoon minder middelen zijn dan we zouden willen – vanuit één beleidsorgaan zouden worden aangestuurd en niet vanuit twee. U wilt meer coherentie zoeken, dat is een heel goede zaak. Het vervolg van de taskforce en het kerntakendebat is daarin ook cruciaal. Er staan ook veel andere aanbevelingen in voor de Vlaamse overheid en de VGC die het opvolgen waard zijn, maar dat overstijgt het debat bij deze vraag.

Over de middelen heb ik nog een kleine vraag om verduidelijking. U zegt dat we het debat verder voeren bij de begroting. U garandeert nu dat er geen organisaties in het gedrang komen. Dat zullen we opvolgen, het is een goede zaak. Misschien zijn er nu geen kant-en-klare projecten, maar dat baart mij zorgen. Ik ken genoeg organisaties die nood hebben aan infrastructuur om hun werk te kunnen doen. Ik denk dat er in Brussel zeker noden zijn. Dat die vragen niet kant-en-klaar zijn, zegt misschien meer over de toeleiding dan dat het nu een geluk is dat ze er niet zijn.

U zegt dat er na 2017 weer ruimte vrijkomt. Betekent dat dat het fonds na 2017 opnieuw stijgt of lopen er dan huidige engagementen af? Zal het fonds dus groeien of komt er ruimte vrij vanaf 2017 voor nieuwe initiatieven?

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Dank u wel, minister,  voor uw toelichting. Het is al een interessante discussie, maar we moeten inderdaad vooral uitkijken naar de begrotingsbesprekingen binnen enkele weken. U hebt benadrukt dat de bestaande initiatieven kunnen worden voortgezet, maar dat er misschien minder ruimte is voor nieuwe initiatieven, die op dit ogenblik misschien zouden verlangen naar middelen van het Vlaams Brusselfonds.

Er is inderdaad een spanningsveld, dat is duidelijk. Maar er zijn afspraken over gemaakt. U zult pogingen doen om dat spanningsveld weg te werken bij de VGC of bijkomende beleidsruimte te creëren voor wat de Vlaamse Regering in Brussel wil doen. Voor de initiatieven van de Vlaamse Regering in Brussel op het vlak van onderwijs, welzijn en dergelijke zijn er zeer grote noden. Ik ontken niet dat bepaalde initiatieven die in het verleden via het Vlaams Brusselfonds werden gefinancierd, zinvol waren. Maar we kunnen ook niet ontkennen dat er bepaalde waren die misschien iets minder zinvol waren. Dat is een andere discussie.

Ik kijk uit naar de beleidsnota’s die we binnenkort mogen verwachten. Ik ga er dan toch wel echt van uit dat de middelen uit het Brusselfonds binnen de prioriteiten zullen liggen die de Vlaamse Regering heeft bepaald voor haar beleid in Brussel.

Het Brusselfonds is opgericht in 2001 ter compensatie van de afschaffing van het kijk- en luistergeld. Toen was het duidelijk bestemd als een instrument om de inwoners van Brussel beter gebruik te kunnen laten maken van de instellingen die behoren tot de Vlaamse Gemeenschap. Toen ook in Brussel het kijk- en luistergeld is afgeschaft, is er gezegd dat dit een impulsfonds moest worden, complementair aan het gemeenschapsbeleid, ten goede van alle Vlaamse netwerkvoorzieningen in Brussel voor alle Brusselaars. In dat licht lijkt het idee van mevrouw Van den Brandt, die voorstelt om de middelen in plaats van te versnipperen net te versterken en te bestemmen vanuit de noden van Brussel zelf, mij de beste beslissing. Maar daarover gaan we het debat nog voeren.

Minister Sven Gatz

Ik stel voor dat we die laatste vraag zeker verder uitbenen bij de bespreking van de beleidsnota. We gaan allemaal uit van bepaalde premissen, zoals de stelling dat de VGC de meest geschikte beleidspartner zou zijn om het volledige pakket van middelen waarover we beschikken, te besteden. Ik wil er graag eens dieper met u op ingaan, waarom u dat vindt. Evengoed vinden sommigen hier dat wij daarvoor de beste partner zijn, waarvoor misschien ook bepaalde vaststaande feiten worden gegeven. Ik zie niet in waarom wij of een ander beleidsdomein sowieso het best voor Brussel zouden kunnen werken. Ik zeg niet om mij er gemakkelijk vanaf te maken dat de waarheid in het midden ligt, maar ik vind het vreemd dat zo stellig wordt beweerd dat het sowieso de VGC dan wel de Vlaamse Regering moet zijn. Dat moeten we bekijken, met graag wat meer inhoudelijke argumenten, want we mogen niet te veel van gezagsargumenten uitgaan.

We spreken terecht over het financiële belang van het Vlaams Brusselfonds als impulsfonds. In die zin moeten we het misschien opnieuw wat oriënteren. In het verleden was niet altijd duidelijk of die impulsen weloverwogen waren. Het gebeurde misschien te veel ad hoc. Dat sluit ook aan bij de vraag van de heer Vanlouwe naar hoe het past binnen onze prioriteiten. Laten we niet vergeten dat de gesprekken die momenteel lopen – voor zover ik weet voorspoedig – tussen bijvoorbeeld minister Crevits en minister Vanhengel en bijvoorbeeld minister Vandeurzen en staatssecretaris Debaets over onderwijs en welzijn, zo mogelijk nog veel belangrijker zijn. Het gaat over het aandeel van de Vlaamse investeringen in Onderwijs en Welzijn. We moeten het Vlaams Brusselfonds daarin plaatsen, en niet zien als een absolute waarde op zich.

Het is inderdaad zo dat, van alle projecten binnen het Vlaams Brusselfonds die we nu nog honoreren en waarvan een heel groot deel naar Muntpunt gaat, er weinig of geen projecten zullen aflopen eind 2016, maar voor het grootste deel zullen worden gecontinueerd. Met andere woorden, als we nieuwe beleidsruimte willen creëren voor het Vlaams Brusselfonds – wat ook mijn intentie is – moeten we dat Vlaams Brusselfonds opnieuw laten aangroeien bovenop de besparing. Het is niet zo dat er ruimte zal vrijkomen – of toch niet voldoende – binnen de engagementen die er nu zijn. Dat zal eerder beperkt zijn.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Mevrouw Elke Van den Brandt (Groen)

Het is inderdaad een bijkomende pot. Dat klinkt pejoratiever dan het is, want het heeft wel een aantal waarden. Er is natuurlijk geen afzonderlijke beleidsbrief. Ik zeg niet dat de VGC per definitie beter is of Vlaanderen per definitie slechter. Het is gewoon beter om de dingen coherent te houden. De VGC heeft ook een aantal gelijkaardige investeringsbudgetten, impulsbudgetten. Het lijkt mij logisch die zo goed mogelijk samen te brengen. U kunt mij niet betichten van enige partijdigheid. Het is niet zo dat onze partij daar belang bij heeft, aangezien we geen deel meer uitmaken van de VGC. We blijven echter wel overtuigd van die mening.

Minister Sven Gatz

Soms kan de coherentie worden nagestreefd omdat men overal in de oppositie zit en soms kan de coherentie worden nagestreefd omdat men overal in de meerderheid zit. In die logica vinden we elkaar dan toch.

Ik zeg het nu al lachend, maar het is wel degelijk de bedoeling dat de woorden ‘coherentie’ en ‘samenvoeging’ meer dan vroeger een baken zijn voor ons. Daarop mogen wij ook worden afgerekend, hier en in de Lombardstraat. Dat zullen we binnen ongeveer een maand uitgebreider bespreken.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, u en mevrouw Van den Brandt hebben interessante woorden in de mond genomen: coherentie bij een beleid, versnippering tegengaan en een efficiënt beleid. Dan moeten er inderdaad bepaalde keuzes worden gemaakt. Transparantie is daar een van. Transparantie hoort daar ook bij. De Vlaamse Regering heeft, wat ons betreft, belangrijke doelstellingen in Brussel. Zij wenst die nog te verbeteren en zelfs uit te breiden indien mogelijk. Misschien moet daaraan worden gedacht om dat versnipperd beleid tegen te gaan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.