U bent hier

Dinsdag 25 februari zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op dinsdag 25 februari zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 09:00u en duren waarschijnlijk de hele dag.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, is dit in het krokusreces ingepland.
Onze excuses.

Commissievergadering

woensdag 15 oktober 2014, 10.00u

Voorzitter
van Willy Segers aan minister Sven Gatz
47 (2014-2015)

De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers (N-VA)

Voorzitter, minister, collega’s, de problematiek van de studentenhuisvesting in Brussel hebben we ook in de vorige legislatuur behandeld. Bij de start van een nieuw academiejaar, niet toevallig ook de start van een nieuw parlementair jaar, is het goed om daar nog eens naar te kijken.

Eind september lazen we goed nieuws in de pers, meer bepaald dat steeds meer studenten in Brussel gaan studeren. Aan de Erasmushogeschool zou de toename bij generatiestudenten zelfs 14 procent zijn, terwijl Odisee, de voormalige HUB, tot nu toe zo’n 6 procent nieuwe studenten heeft verwelkomd. Van de VUB hebben we voorlopig nog geen nieuwe cijfers.

Het is uiteraard mooi dat veel studenten voor onze hoofdstad kiezen, maar het maakt de vraag naar meer en betere studentenhuisvesting in Brussel ongetwijfeld enkel prangender. In 2011 werd in dat kader reeds een ‘new deal’ uitgetekend tussen alle betrokken partijen. Maar vragen aan de vorige minister leerden dat dit initiatief tegen het einde van de legislatuur een vroege of stille dood stierf.

Uit een schriftelijk antwoord van maart dit jaar van uw voorganger minister Smet aan mevrouw Brusseel, vernamen we dat ook het initiatief studentenhuisvesting van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, waarin Br(ik participeerde, niet meteen een succes kon worden genoemd. De Brusselse staatssecretaris voor Huisvesting gaf vreemd genoeg prioriteit aan de subsidiëring van de ULB voor de oprichting van een sociaal verhuurkantoor voor studentenhuisvesting. Daarop diende Br(ik, om het evenwicht te herstellen, een subsidieaanvraag in bij de regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Het studentenhuisvestingsbeleid in Brussel wordt duidelijk gekenmerkt door, wat we kunnen noemen, een wirwar van vele aanzetten, maar er ontbreekt vooralsnog coördinatie tussen de verschillende betrokken partijen. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest lijkt zijn coördinatierol, ook in deze materie, niet echt op te nemen.

Goed een jaar geleden, in een commissievergadering van 2013, sprak minister Smet nochtans van een capaciteitstekort van 7000 tot 9000 studentenkoten voor het volledige hogere onderwijs in Brussel, Frans- en Nederlandstalig onderwijs samen. Dit academiejaar zou het tekort minder nijpend zijn, al wijst Br(ik erop dat er hoe dan ook onvoldoende koten beschikbaar zijn in Brussel.

Minister, kunt u de stijging van het aantal studenten bevestigen? Heeft dit directe gevolgen voor de vraag naar degelijke studentenhuisvesting? Hebt u al signalen ontvangen van een dringend of duidelijk tekort aan koten? Hebt u een zicht op het totale capaciteitstekort van studentenkoten in Brussel?

Bent u van plan om op korte termijn rond de tafel te zitten met de andere betrokken partijen? Vindt u het eventueel noodzakelijk om tot een nieuwe ‘new deal’ te komen?

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, de studentenhuisvesting is een grote bekommernis van de instellingen, maar ook van mij als parlementslid. De studenten klagen namelijk vaak bij hun volksvertegenwoordigers dat koten niet betaalbaar zijn. Het zou interessant zijn om in kaart te brengen of er een overschot is of een tekort, want daarover lezen we veel berichten, maar wat is er precies van aan? Het is belangrijk om dat te weten, om onze instellingen goed te kunnen ondersteunen, ook in het licht van de besparingen die het hoger onderwijs treffen. Het is geen grote besparing, maar er is een kleine besparing op de STUVO-middelen (studentenvoorzieningen). Misschien vertaalt zich dat ook in een kleine daling van de investeringen in studentenhuisvesting. Daar hebben we nu geen zicht op, maar al die elementen moeten in overweging worden genomen. Kunt u alles in kaart brengen, zodat we aan het beleid kunnen werken?

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

Het klopt dat er een gebrek aan coördinatie was op Brussels niveau, zoals de heer Segers zegt. Dat was een pijnpunt. Ik denk dat er nu wel mogelijkheden zijn om vooruit te gaan, namelijk door de aanduiding van de minister-president als coördinerend minister voor studentenzaken. Bovendien is er op VGC-niveau ook een collegelid specifiek bevoegd voor studentenzaken. Daar heeft CD&V sterk voor gepleit en we vinden dat een goede zaak, in navolging van het Brussels Studentenmemorandum. Weet u hoe die twee zich tot elkaar verhouden? Hebben ze op regelmatige basis overleg? En hebt u zelf al plannen voor de samenwerking met deze twee belangrijke personen inzake studentenaangelegenheden? Dank u.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Voorzitters, beste vraagstellers, mijnheer Segers in de eerste plaats, de enige betrouwbare en officiële bron die momenteel met betrekking tot de evolutie van het aantal studenten mag of kan worden gehanteerd, zijn de data van de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA) en van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR). De instellingen zelf geven een eerste stand van het aantal inschrijvingen pas door op 1 oktober, vervolgens leggen ze hierover op 15 oktober een publieke verklaring af. Dat zal dus niet lang meer duren. De definitieve cijfers worden pas vrijgegeven in de loop van het academiejaar.

Ik beschik bijgevolg nog niet over de eerste officiële cijfers betreffende het academiejaar 2014-2015. Niettemin blijkt inderdaad uit de eerste officieuze mededelingen vanuit de instellingen dat er een duidelijke stijging is van het aantal inschrijvingen.

Gezien de complexiteit van het begrip ‘aantal studenten’ dat kan worden uitgedrukt in koppen of in studiepunten, dienen deze cijfers wel met enige voorzichtigheid te worden benaderd. Maar we zijn het erover eens dat er eerder een opwaartse tendens is. Tijdens de voorbije jaren lieten de officiële cijfers alleszins al een stijging optekenen in die zin. We konden vorig jaar spreken van een stijgingspercentage van 2,2 procent. Ik kan mij nog niet uitspreken over het huidige academiejaar, maar vermoedelijk zal dat in dezelfde lijn liggen of zal er zelfs een verdere stijging zijn. Dat moet nog worden bevestigd.

We verwachten dus dat deze tendens algemeen is en zich verder zal doorzetten. Dat wordt ook bevestigd door andere cijfers, namelijk de resultaten van een studieopdracht die is uitgevoerd door voormalig Brussels staatssecretaris Christos Doulkeridis in 2013 onder de titel ‘Vaststellingen en aanbevelingen over de problematiek van studentenhuisvesting in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest’.

Momenteel telt het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in totaal 93.000 studenten in het hoger onderwijs. De algemene verwachting is dat dit aantal zal stijgen naar 100.000 studenten tegen 2020.

Logischerwijze gaat een toenemend aantal studenten gepaard met een stijgende vraag naar studentenkoten, al moeten we ons hoeden voor overhaaste conclusies. Het capaciteitstekort aan studentenkoten wordt momenteel geschat op 7000 units voor studentenhuisvesting. Dat cijfer komt eveneens uit de studieopdracht rond de studentenhuisvesting van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Naast die officiële ramingen zijn er nog een aantal andere indicaties. Die zijn niet altijd even duidelijk en eenduidig te interpreteren. Zo is bij Br(ik de verhuur van koten in eigen beheer 100 procent, met een duidelijke vraag naar koten in de laagste prijsklasse. Dat is een vraag waarop mevrouw Brusseel allusie maakte.

In de sector van de privéstudentenkoten waarvoor Br(ik bemiddelt, zijn er momenteel op een totaal van 4300 units nog steeds een 200-tal koten beschikbaar. Die situatie is precies dezelfde als in 2013. Als we het totale aanbod aan studentenkoten naast elkaar leggen, overheerst het aanvoelen dat de kotenmarkt voor dit academiejaar – begin september – eerder ontspannen is. Daarmee bedoel ik dat er geen acuut tekort is zoals enkele jaren geleden en dat het dus minder lijkt te spelen. Gelijkaardige tendensen lijken zich trouwens bij het begin van het academiejaar af te tekenen in andere Vlaamse studentensteden zoals Gent, Antwerpen en Leuven.

Ik wil hiermee zeker geen absolute uitspraken doen in de ene of andere richting. Ik geef u de cijfers mee waarover we vandaag beschikken. Het feit dat er nog een deel van de koten vrij staat, is trouwens een gezonde marktcorrigerende factor die de prijs van de studentenkoten kan doen dalen. Dat is dus in principe goed nieuws voor de studenten en hun ouders.

Uit de synthesenota van het Brussels Studies Institute over het hoger onderwijs in Brussel, van april 2014, blijkt verder dat de universiteiten en hogescholen verwijzen naar 10.000 à 12.000 studentenkoten, wat naar schatting overeenkomt met 2 procent van het totaal aantal woningen in Brussel. Daarnaast worden ook nog rechtstreeks studentenwoningen verhuurd door private eigenaars, zonder tussenkomst van Br(ik of de onderwijsinstellingen.

Studenten zijn dus massaal aanwezig op de private woningmarkt. Dat wordt bevestigd door een recente enquête van juli 2014 van het Brussels Agentschap voor Territoriale Ontwikkeling over het studentenleven in Brussel. Daaruit blijkt dat 30 procent van de universiteitsstudenten een privé-appartement of privéwoning delen. Die studentenwoningen vallen dus buiten het reguliere circuit van studentenkoten. 

Het feit dat studenten zich op de privémarkt begeven, is geen slechte zaak. Al geeft dat dan weer aanleiding tot een ander aandachtspunt waarbij de druk op de private huurmarkt niet te groot mag worden, om te vermijden dat studenten de reguliere privéhuurders van de markt zouden duwen.

Ten slotte blijkt ook dat de aanvragen voor een studentenwoning bij de instellingen het aanbod ruimschoots overtreffen. Daarover zijn echter geen officiële cijfers beschikbaar.

Zoals ik zei, zijn de cijfers en tendensen niet altijd eenduidig te interpreteren. Ik wil dit verder analyseren samen met Br(ik. Vertrekpunt moet zijn dat Brussel een aangename stad moet zijn voor studenten, met voldoende aanbod aan kwalitatieve en betaalbare studentenkoten. Als dat aanbod beschikbaar is op de markt, vind ik dat een goede zaak. Als dat niet zo is, moeten we bekijken of we verder corrigerend en ondersteunend kunnen optreden. Dat is de reden waarom ik eerder in de media verklaarde dat ik met Br(ik opnieuw rond de tafel wil zitten rond hun kernopdrachten.

Mijnheer Segers, het brengt me tot uw andere vraag, omdat ik dit debat niet enkel zie in relatie tot de verhouding Vlaamse Gemeenschap en Br(ik, maar vind dat we dit moeten opentrekken naar alle actoren in Brussel. U vroeg of ik van plan ben om op korte termijn rond de tafel te zitten met de andere partijen. Ik heb met plezier vastgesteld – en de heer Poschet heeft er al naar verwezen – dat er bij het aantreden van de nieuwe Brusselse Hoofdstedelijke Regering expliciet een nieuwe bevoegdheid ‘studentenzaken’ werd gecreëerd. Die bevoegdheid wordt gedeeld door de voorzitter van het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering – door gemeenschap en gewest dus, wat op zich niet slecht is. Binnen de Franstalige universiteiten Université Libre de Bruxelles en de Université Catholique de Louvain werd eveneens het ‘Plateforme du Logement étudiant’ opgericht.

Die elementen tonen voor mij aan dat er op het niveau van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest werk zal worden gemaakt van een gemeenschappelijke visie over het Brusselse studentenbeleid en in het bijzonder de studentenhuisvesting. Ik wens daar dan ook, samen met Br(ik, mijn volle medewerking aan te verlenen en juich iedere samenwerking tussen de verschillende overheden toe.

Aangezien het Brusselse huisvestingsbeleid algemeen zal worden opgenomen op gewestelijk niveau, zal in samenspraak met Br(ik bekeken worden hoe Br(ik zijn opdracht inzake studentenhuisvesting naar de toekomst toe het best kan invullen. Eventueel – maar ik wil niet vooruitlopen op de gesprekken – kan ook een heroriëntatie naar een flankerende dienstverlening, bijvoorbeeld rond het beheer van studentenhuisvesting voor Br(ik, aan de orde zijn.

Een van de eisen van de ‘new’ New Deal in 2011 is alvast geconcretiseerd: er werd expliciet een bevoegdheid ‘studentenzaken’ vastgelegd binnen het bevoegdheidspakket van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Uit dat nieuw gegeven en uit de elementen die ik hiervoor heb aangehaald, blijkt dat momenteel alle voorwaarden aanwezig zijn – dus veel meer dan bij uw laatste schriftelijke vraagstelling of de laatste debatten met minister Smet – om deze New Deal effectief te verwezenlijken. Er is dan ook geen noodzaak om een nieuwe overeenkomst op korte termijn in overweging te nemen.

Ik zal de ontwikkelingen uiteraard van nabij blijven opvolgen. Het is niet mijn bedoeling op dit vlak een afwachtende houding aan te nemen. We moeten de twee bevoegde ministers in de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en leden van het college van de VGC nu even de tijd geven om de zaak vanuit het oogpunt van de globale huisvesting te bekijken. Het gaat dan om de private huurmarkt, de invloed hiervan op de studentenkoten en de mogelijkheid met middelen van de universiteiten en de hogescholen koten bij te bouwen. Bijkomende elementen zijn Br(ik en de samenwerkingsovereenkomsten met de universiteiten en de hogescholen.

Dit moet allemaal niet overdreven veel tijd in beslag nemen. We zitten met een aantal communicerende vaten. Wat de bestuursniveaus betreft, gaat het om meer dan een enkel communicerend vat. De Brusselse overheden staan in voor de coördinatie. Ik wil hen de tijd geven na te gaan of er iets komt, wanneer dat zou gebeuren en hoe we hier optimaal op kunnen inspelen.

Dat is de rol die we onszelf moeten toemeten. De gewestelijke materies verlenen ons niet de belangrijkste hefboomfunctie op dit vlak. Ik beschouw de Brusselse overheden als de motor en ons als een aanvulling. Indien die motor niet zou aanslaan, zullen we voor een goede starter zorgen. Ik heb ooit een tweedehandsauto verkocht met een starter die niet goed meer werkte. In dat geval moet men er met een schroevendraaier op slaan en zal hij wel in gang schieten. Zo kan het hier ook werken.

Mijnheer Poschet, volgens mij zijn de politieke verhoudingen tussen de minister-president en de viceminister-president of de voorzitter van de VGC van die aard dat we ervan mogen uitgaan dat een gemeenschappelijke visie tot stand kan en moet komen.

De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw toelichting. Volgens mij hebt u een aantal hoopgevende antwoorden gegeven. De voorbije jaren waren er een aantal vraagtekens. Er waren signalen dat de situatie zou kunnen verbeteren. Met de gegevens die u net hebt aangehaald, zijn die signalen duidelijker geworden. Er is een kans op succes.

Dat een van de eisen van de ‘new deal’ na de vorming van de nieuwe regeringen is ingevuld, betekent dat we met betrekking tot de studentenhuisvesting nu een kans hebben. Het is, net als tijdens de vorige legislatuur, nog steeds de ambitie van Brussel een aangename studentenstad te maken. We blijven ons inzetten om Brussel tot een volwaardige studentenstad te laten uitgroeien.

U hebt verklaard dat dit de komende maanden in orde zal komen. Ik neem aan dat we hier op tijd en stond de nodige aandacht aan kunnen besteden. Wij zullen dat zeker niet nalaten.

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord. Het betreft een complexe materie. Mijn buikgevoel zegt me soms dat de goedkoopste koten echt niet meer aan de normen beantwoorden. We zien in deze stad soms zaken die we liever niet zouden zien. Daarnaast is er tevens een segment van zeer dure koten. Het is in feite enigszins moeilijk hier zicht op te krijgen.

Ik onderschrijf de stelling dat Br(ik met betrekking tot de coördinatie een belangrijke rol kan vervullen. Br(ik kan alles ondersteunen en in kaart brengen en kan die informatie aan de studenten bezorgen. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest moet de motor van het dossier vormen.

Zoals de heer Segers al heeft gesteld, is het voor ons interessant een oogje in het zeil te houden. Ik zal dit niet enkel doen in de commissie Brussel, maar ook in de commissie Onderwijs. We zullen binnen een paar maanden zien hoe we dit verder constructief kunnen aanpakken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.