U bent hier

Commissievergadering

donderdag 16 oktober 2014, 10.00u

Voorzitter
van Michèle Hostekint aan minister Liesbeth Homans
133 (2014-2015)
van Griet Coppé aan minister Liesbeth Homans
163 (2014-2015)

Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Mevrouw Michèle Hostekint (sp·a)

Minister, ik wil niet vooruitlopen op de beleidsnota die er heel spoedig aankomt, maar ik wil vandaag toch al een vraag stellen over het stelsel van de sociale leningen omdat u daar zelf een aantal weken geleden een aantal verklaringen over hebt afgelegd in de pers. Klopt dat niet, minister? Heeft De Morgen dat spontaan op de voorpagina gebracht? U zult me daar straks uiteraard op antwoorden.

Het blijft een feit dat een aantal weken geleden op de voorpagina van een krant een artikel werd gewijd aan het stelsel van de sociale leningen. De sociale leningen zijn hier tijdens de vorige legislatuur ook al meermaals ter sprake gekomen, niet het minst natuurlijk omdat jaar na jaar werd vastgesteld dat daar een enorme vraag naar was en dat de budgetten vaak moesten worden verhoogd. Dat is ook exact wat er vorig jaar is gebeurd. Ik dacht dat er over de hervorming van de sociale leningen altijd een kamerbrede consensus bestond, namelijk dat die sociale leningen een heel belangrijke functie hebben. Naast de woonbonus zijn ze ongetwijfeld een heel belangrijke stimulans voor de eigendomsverwerving, zeker voor jonge mensen, voor starters, voor mensen die het niet zo gemakkelijk hebben om op die private eigendomsmarkt hun weg te vinden, voor mensen die een extra duwtje in de rug kunnen gebruiken, voor alleenstaanden en eenoudergezinnen.

Het is niet zo verwonderlijk dat die sociale woonleningen een enorm succes kennen. De private banken hanteren lange rentevoeten, maar daartegenover stellen die private banken steeds strengere eisen aan mensen die een hypothecaire lening willen afsluiten. Er zijn nog niet zo lang geleden berichten verschenen over enorme sommen eigen inbreng die worden gevraagd. Jonge starters en alleenstaanden kunnen die inbreng niet op eigen krachten ophoesten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het aantal aanvragen voor een sociale lening blijft toenemen.

Tijdens de vorige legislatuur heeft mevrouw Van den Bossche al een aantal aanpassingen aan het stelsel doorgevoerd om de betaalbaarheid van de sociale leningen te kunnen blijven garanderen. Ik verwijs naar de uitspraken waarvan u zegt dat het geen uitspraken zijn maar gewoon een louter eigen berichtgeving van De Morgen – u zult me straks verklaren hoe dat komt, niettemin heb ik het op de voorpagina van De Morgen gelezen – waarin u zegt dat u een aantal heel concrete plannen heeft om die voorwaarden nog te verstrengen.

Mijn vraag aan u is, tenzij u zegt dat die zaken die door de pers zijn gebracht of die wijzelf in De Morgen hebben gelezen niet kloppen, wat uw motivatie is om het stelsel te herzien en op basis van welke criteria en indicatoren u zich daarvoor baseert.

Aan welke voorwaarden denkt u dan? Wij hebben ze al kunnen lezen, maar u zult mij die ongetwijfeld willen toelichten te meer omdat u zegt dat u die zelf niet hebt gecommuniceerd.

Wordt het budget in de meerjarenbegroting dan ook herzien?

Wordt er in overgangsmaatregelen of extra middelen voorzien om minstens alle aanvragen dit jaar te kunnen behandelen? Zo niet, op welke manier worden de aanvragers van de sociale leningen op de hoogte gebracht dat er geen budget meer zou zijn of dat ze niet meer in aanmerking komen? Zijn daar al afspraken over gemaakt met het Vlaams Woningsfonds (VWF) en de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW)?

Vreest u niet dat door een herziening van het stelsel en het verstrengen van de voorwaarden – en ik heb het dan vooral over de bijkomende voorwaarde die in de krant werd genoemd om herfinanciering uit het pakket te halen – jonge starters, alleenstaanden en eenoudergezinnen hard zullen worden getroffen?

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Mevrouw Griet Coppé (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, mijn vraag ligt in dezelfde lijn als de vraag van mevrouw Hostekint. Wij baseren ons uiteraard – zoals u dat ook deed in de vorige legislatuur – op persberichten om te weten wat de hoogste aandacht verdient.

Ik heb de persberichten bij mij. Op 3 oktober verscheen bij Belga: ‘Homans strenger voor sociale lenigen.’ In Het Laatste Nieuws stond: ‘Budget sociale leningen is op.’ En in De Morgen lazen we: ‘Slachtoffer van eigen succes.’ Minister, u weet ook hoe wij onze vragen stellen. Als we lezen dat er ergens een probleem is, willen we de minister daarover toch wel eens ondervragen.

De reden van de vragen ligt dus in de persartikels. Er is natuurlijk ook het Vlaams regeerakkoord waarop we ons kunnen baseren. Ik denk niet dat het de bedoeling is dat ik de passage uit het Vlaams regeerakkoord en de doelstelling om te sleutelen aan het stelsel herhaal. Tot op vandaag kan er worden geleend voor de aankoop van een huis, het behoud van een woning, renovatie, verbetering of aanpassing van een woning, de aankoop van een sociale kavel of daarmee gelijkgestelde bouwgrond of kavel, of voor de terugbetaling van vroeger aangegane schulden voor de renovatie, aankoop of bouw van een woning, wanneer voor de afbetaling ervan minstens de helft van het maandelijks netto-inkomen nodig is. De sociale leningen hebben zeker de laatste jaren sterk aan populariteit gewonnen, versterkt nog door de economische crisis.

Het tekort aan budget was de laatste jaren een terugkerend fenomeen. Op vandaag hebben mensen het plan opgevat om zelf te bouwen of een stuk grond te verwerven met behulp een sociale lening. Daarom is de timing en de manier van communiceren zeer belangrijk wanneer de voorwaarden zullen wijzigen. Er is heel veel te doen over de woonbonus en de angst hiervoor bij de bevolking. Sommigen kopen nog snel een woning om nog onder het oude regime van de woonbonus te vallen. Ik denk dat voor de sociale lening hetzelfde aan de gang is.

Minister, kunt u een stand van zaken geven over de huidige budgettaire marge voor sociale woonleningen: welk bedrag zal er dit jaar nog geleend kunnen worden? Kunt u toelichting geven rond de timing van de verstrenging van de voorwaarden voor een sociale lening? Vandaag kan men ook lenen voor de aankoop van een sociale kavel. Zal dit in de toekomst nog mogelijk blijven? Welke daling van het aantal sociale leningen denkt u te bereiken met het verstrengen van de voorwaarden? Zult u de regionale diversificatie van huizenprijzen voor het bepalen van de ‘maximale verkoopwaarde’ reeds in deze hervorming doorvoeren? Wat is de timing van dit streven? We krijgen signalen dat het budget voor 2015 ontoereikend zou zijn. We vragen ons dan natuurlijk af hoe de reglementering zal worden aangepast om constant beleid te kunnen uitvoeren.

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

De heer Joris Vandenbroucke (sp·a)

Voorzitter, minister, collega’s, wij hebben ook de voorpagina van de bewuste kranten gezien. We lazen dat er tal van beslissingen werden genomen en ik meen dat de meeste van die beslissingen al tijdens de vorige legislatuur werden genomen, al werden ze nog niet allemaal omgezet in maatregelen wegens tijdsgebrek om de Vlaamse Wooncode aan te passen.

Toen zijn er verstrengingen ingevoerd: nieuwbouw kan niet meer worden gefinancierd, grondaankoop niet meer, de rentevoetberekening wordt aangepast in functie van de winstgevendheid van het Vlaams Woningfonds, de minimumrentevoet wordt opgetrokken tot 2 procent, het minimuminkomen wordt opgetrokken naar 10.000 euro, er is een snellere herziening van de lening mogelijk. Al deze maatregelen zijn logisch, maar brengen op zich geen al te groot volumebeperkend effect met zich mee omdat het meestal over een beperkt aantal dossiers gaat.

Volgens mij is dat ook het geval bij de herfinanciering. Minister, ik lees in de krant dat u hier iets aan wilt doen, maar ik zou u toch willen vragen om er twee keer over na te denken. Als je kijkt naar het aantal dossiers – het zijn er geen veertig op een paar duizend –, dan zal het niet veel effect hebben, maar het zal wel een groot effect hebben op zij die er een beroep op doen. Meestal gaat het over mensen die uit de echt gescheiden zijn, die plots met één inkomen een lening moeten afbetalen. U weet dat de voorwaarde om een sociale lening te kunnen herfinancieren, is dat meer dan de helft van het netto-inkomen naar de lening gaat. Voor die mensen is het echt nuttig en nodig dat de mogelijkheid tot herfinanciering blijft bestaan. Minister, welke maatregelen denkt u nog te kunnen nemen – zo het al een beleidsdoelstelling van u is – om te gaan naar een stevige volumebeperking van het aantal leningen?

Mijn tweede vraag gaat over de leningsinstellingen zelf, het Vlaams Woningfonds en de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen . Ik denk dat we het erover eens zijn dat, mocht het bord worden afgeveegd en mochten we van nul kunnen beginnen om een sociaal leningstelsel te bedenken, er geen twee instellingen zouden worden opgericht om eenzelfde product in de markt te zetten. Minister, wat is uw visie? Kunt u al iets zeggen over de mogelijke aanpassing van structuren van de instellingen die die leningen verstrekken? 

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Mevrouw Valerie Taeldeman (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, voor mijn bijkomende vraag baseer ik mij niet op een recent krantenartikel, maar ik ga eventjes terug in de tijd.

Eind jaren 90 heeft de toenmalige Vlaamse Regering gewerkt aan een verzekering tegen inkomensverlies. In de loop van de jaren is die naam omgevormd tot een verzekering gewaarborgd wonen. Het is een zeer interessant instrument voor sociale bescherming. De verzekering gewaarborgd wonen is gratis, want de verzekeringskosten worden door de Vlaamse overheid gedragen. De aanvrager hoeft dus geen premie te betalen. De verzekering gewaarborgd wonen kan worden gebruikt als men in een bepaalde periode onvrijwillig werkloos of arbeidsongeschikt wordt. Het is dus een verzekering ter bescherming van een aantal mensen die ongewild werkloos of arbeidsongeschikt worden.

In het Vlaams regeerakkoord staat dat de verzekering gewaarborgd wonen verder zal worden gepromoot in samenwerking met de bankensector en de sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM) omdat de SHM’s een bepaalde functie hebben bij het verstrekken van sociale leningen.

Minister, de beleidsnota komt eraan en er wordt gewerkt aan een nieuw premiestelsel voor de sociale leningen. Op welke manier kan de verzekering gewaarborgd wonen hierop worden toegepast en hoe kan ze gepromoot worden? 

De heer Hendrickx heeft het woord.

De heer Marc Hendrickx (N-VA)

Ik herinner me dat er eind vorige legislatuur een beetje consensus was gegroeid over de vraag of we met de commerciële banken een gesprek moesten aangaan omdat het verwijt vaak te horen was dat banken in het verleden te laks waren, maar de laatste tijd te streng zouden zijn. Minister, hebt u de intentie om in de toekomst eens met de commerciële banken aan tafel te gaan zitten en te praten over deze niche van hun markt?

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, het klopt wat de heer Vandenbroucke zegt, namelijk dat we op 1 januari 2014 tot een éénleningenbesluit zijn gekomen en dat we de voorwaarden en modaliteiten bij enerzijds de VMSW en anders het VWF geharmoniseerd hebben. We hebben inderdaad, onder de bevoegdheid van mevrouw Van den Bossche, een aantal aanpassingen gedaan, zoals het invoeren van een minimuminkomen van 10.000 euro. We hebben toen ook het jaar van het referentie-inkomen gewijzigd. Maar we waren toen ook van plan om bepaalde zaken uit te sluiten: nieuwbouw, herfinanciering en grondaankoop.

Waarom is dat toen niet gebeurd? Ik denk dat u het al zelf hebt aangegeven, maar het is toen niet gebeurd omdat we de wooncode nog moesten aanpassen en dat ging niet meer op het einde van de legislatuur. De uitsluitingen  – de zaken die niet meer in aanmerking komen voor een sociale lening zoals nieuwbouw, herfinanciering en grondverkoop – zullen we proberen te regelen via het Programmadecreet. In een andere fase gaan we werken aan de aanpassing van het éénleningenbesluit, maar daar zal ik straks meer over zeggen.

Ik kan al wel zeggen – en de opmerking is gemaakt door de heer Vandenbroucke en mevrouw Hostekint – dat herfinanciering wordt uitgesloten, met een uitzondering voor mensen die uit de echt scheiden. U hebt de punten aangehaald – het is niet zo dat u mij op het idee hebt gebracht – en het lijkt mij redelijk logisch. Het gaat inderdaad maar over een zeer klein volume van leningen, maar wij vinden dat mensen die scheiden de kans moeten blijven hebben om een woning te verwerven.

De drie uitsluitingscriteria die wij via het Programmadecreet zullen regelen, raken 6,5 procent van alle sociale leningen. Als je er de herfinancieringsdossiers in het kader van een echtscheiding aftrekt – goed voor 2,7 procent –, dan blijft er nauwelijks 4 procent over. Dit is dus absoluut geen manier om iets te besparen of wat dan ook. Dit is eigenlijk gewoon goed beleid, beleid dat in de vorige legislatuur is overeengekomen en dat nu via het Programmadecreet wordt geregeld.

Mevrouw Hostekint heeft me ook gevraagd of het budget voor de sociale leningen in de meerjarenbegroting wordt herzien. Neen, het volume blijft constant. Natuurlijk moeten we wel afstand nemen van de eenmalige bijpassing van 600 miljoen euro in februari van dit jaar omdat het geld voor sociale leningen toen al op was. Dat gaan we dit jaar doen, maar het volume blijft constant.

Wat we wel bijkomend zullen onderzoeken om het éénleningenbesluit verder aan te passen, is een regionale differentiatie. Nu is de maximumwaarde van een woning 205.000 euro, voor heel Vlaanderen hetzelfde. We weten allemaal dat een woning in een stad als Gent, Antwerpen, Hasselt duurder is dan een woning in Riemst. Ik denk dat het nuttig is om dat te onderzoeken.

We gaan ook onderzoeken of we iets moeten doen aan de boveninkomensgrenzen. Met de voorwaarden die nu gelden, zouden 80 procent van alle mensen aanspraak kunnen maken op een sociale lening, met dien verstande dat ze maar een huis zouden mogen kopen van 205.000 euro. Puur, alleen gebaseerd op het inkomen, zou 80 procent van de mensen een sociale lening kunnen vragen. Ik denk dat een deel van die mensen zich zou kunnen wenden tot de reguliere markt, tot de reguliere banken om een lening te krijgen zodat er meer ruimte is voor die mensen die echt niet kunnen lenen bij een gewone bank. Dat zullen we dus onderzoeken.

Net zoals een sociale woning is een sociale lening een zeer belangrijk instrument, maar ik vind het ook heel belangrijk dat die middelen terechtkomen bij die mensen die het echt nodig hebben en vooral bij hen die nergens anders terechtkunnen. Een herziening moet dus grondig onderzocht worden.

Er is ook gevraagd of er overgangsmaatregelen worden genomen. Neen, die zijn ook nog nooit genomen. Mevrouw Coppé heeft gevraagd welk budget er nu nog beschikbaar is voor de rest van 2014. Sinds het concept van sociale leningen van kracht is – sinds 2000 dacht ik –, worden we elk jaar geconfronteerd met het feit dat het budget op is. Het is wel zo dat iemand die nu een sociale lening heeft gekregen, die ook krijgt. Het is niet omdat het budget over een maand wellicht helemaal op zal zijn, mensen hun lening niet meer gaan krijgen. Een aanvraag wordt goedgekeurd, enkel wanneer het geld nog voorhanden is.

Mensen die een sociale lening hebben aangevraagd en die is goedgekeurd, krijgen die. Er komt geen overgangsmaatregel en die is er in het verleden ook nooit geweest. Dit is allesbehalve een besparing. Het volume blijft hetzelfde. De budgetten blijven dezelfde. We gaan alleen na of dit instrument niet beter kan worden gemaakt zodat het echt terechtkomt bij die doelgroep die er het meeste nood aan heeft.

Mevrouw Coppé, u vroeg naar de budgettaire marge. Bij de VMSW is er nog 80 miljoen euro en bij het VWF 91 miljoen euro beschikbaar. De lening kan niet voor een sociale kavel want dat is grondaankoop, maar het kan wel voor een sociale koopwoning.

Dan waren er vragen over de timing. De uitsluitingsvoorwaarden gaan we regelen via het programmadecreet. Het gaat dan over het al dan niet gedifferentieerd werken en de inkomensgrenzen bovenaan een beetje verlagen zodat dit geld bij de juiste doelgroep terechtkomt. Dit is geen besparing, maar er wel voor zorgen dat meer mensen uit een minder rooskleurige situatie aanspraak zullen kunnen maken op sociale leningen. Nu wordt niet gewerkt met een of andere prioritering. Wie eerst vraagt, krijgt eerst.

Het is mijn betrachting om in het voorjaar van 2015 de aanpassing van het eenleningenbesluit aan de regering voor te leggen. Alles zal normaal op 1 januari 2016 kunnen ingaan. De uitsluitingscriteria zullen al worden geregeld in het programmadecreet. Ik hoop ook dat enkelen heb gerustgesteld dat de uitsluiting van de herfinanciering niet zal gelden voor mensen die uit de echt scheiden.

Mijnheer Vandenbroucke, u vroeg naar mijn visie over het feit dat er twee instellingen naast elkaar bestaan. In het kader van de consolidatie van zowel de VMSW als het VWF moet worden nagegaan of we de back-offices niet beter op elkaar kunnen afstemmen. Dat zou efficiënter zijn en het is ook noodzakelijk.

Mevrouw Taeldeman, u vroeg naar de verzekering gewaarborgd wonen. In het regeerakkoord staat dat we de banken zelf zullen benaderen en ervoor zullen pleiten om het systeem automatisch bekend te maken. Veel banken doen dat nu niet. Mensen die zich tot een bank richten, zijn zich vaak niet bewust van dit eventuele voordeel. Dit is iets belangrijks. Gewaarborgd wonen geldt wel voor alle soorten leningen en niet enkel voor sociale. Als we bij de banken gaan aankloppen om dit systeem te promoten, dan gaat het over alle vormen van leningen.

Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Mevrouw Michèle Hostekint (sp·a)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Een aantal maatregelen had al de intentie om goedgekeurd te worden. Ik kan er perfect inkomen dat er een beperking is voor nieuwbouw of grondaankoop. Wat betreft de herfinanciering is het een geruststelling dat mensen die uit de echt scheiden of alleen vallen, daarvan worden uitgesloten. Het blijft wel een probleem voor mensen die in de werkloosheid terechtkomen of plots hun inkomen verliezen.

U pleit voor een herziening van de inkomensgrenzen omdat nu veel mensen in aanmerking komen voor dergelijke lening.

Het is wel een feit dat het voor velen steeds moeilijker wordt om een eigen woning te verwerven via een lening bij een commerciële bank. Heel veel jongeren kunnen geen lening krijgen omdat er een enorme eigen inbreng wordt vereist. Als we die mensen de toegang tot een sociale lening ontzeggen, dan betekent dit dat iedereen die geen spaarboekje van thuis uit meekrijgt en alles op eigen kracht moet doen, wordt uitgesloten van het verwerven van een eigen woning. Daarenboven is er al heel wat onrust gezaaid met de hervorming van de woonbonus. Dat maakt het al moeilijker om een eigen woning te verwerven. Als deze maatregel daar nu nog eens bovenop komt, wordt het voor jonge starters zo goed als onmogelijk.

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Mevrouw Griet Coppé (CD&V)

Minister, u hebt een duidelijk antwoord gegeven en hebt velen gerustgesteld dat de nieuwe regelgeving zal ingaan op 1 januari 2016. (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

Dat gaat over het eenleningenbesluit? Uiteindelijk zeggen we hetzelfde. Voor wie ambitie heeft, is het duidelijk dat ze nog onder het oude systeem vallen tot 2016. U zegt dat dit niet meer zal gelden voor nieuwbouw en grondaankoop, maar wel voor sociale koopwoningen. Ik dacht dat het de bedoeling was dat de subsidies voor sociale koopwoningen zouden verdwijnen. Kunt u dat verduidelijken?

Het is belangrijk dat sociale leningen verder blijven bestaan voor mensen die het nodig hebben. Mensen die zijn aangewezen op sociale huurwoningen, kunnen nu door de sociale leningen nog net zelf een eigendom verwerven. Eigendomsverwerving blijft belangrijk en dat is ook opgenomen in het regeerakkoord. Uw antwoord is dus geruststellend.

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

De heer Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, ik wil graag de puntjes op de i zetten wat betreft de beslissingen uit de vorige legislatuur. Herfinancieringen hebben we er toen niet uitgehaald, wel nieuwbouw en bouwgrond. Het gaat immers om erg weinig dossiers. Het zijn mensen die in grote problemen zitten en dat zijn niet alleen zij die uit de echt gescheiden zijn. Ik vind het positief dat u dat aan het bekijken bent.

Wat betreft de inkomensgrenzen, klopt het dat veel mensen in theorie in aanmerking kunnen komen voor een sociale lening, ook mensen met een minder dan bescheiden inkomen. De grootste beperkende factor is echter de maximale verkoopwaarde. Iemand met een deftig inkomen kan voor de maximale verkoopwaarde van 220.000 euro in een stad als Gent daar maar een bijzonder kleine en weinig aantrekkelijke woning voor kopen. Iemand die terechtkan bij een commerciële bank, gaat daar ook naartoe om meer te kunnen lenen en een grotere woning te kopen. Zoals mevrouw Hostekint zegt, vragen banken dermate veel inbreng dat zelfs mensen met een normaal inkomen niet in aanmerking komen voor een lening. We hebben wel de rentevoeten voor dat type van klanten voor een sociale lening stevig verhoogd. Die mensen betalen 4 procent en meer. Dat is meer dan de marktrente. Wie een lening kan krijgen bij een commerciële bank gaat niet de overstap maken naar het Vlaams Woningfonds of de VMSW omdat die daar een hogere maximumrente betalen dan bij een commerciële bank. Ik vraag me dan ook af of het nuttig is om aan de bovenkant af te toppen. Er moet naar andere maatregelen worden gekeken als u het volume per se wilt beperken.

Minister Homans heeft het woord.

Mevrouw Hostekint, het verheugt me dat u blij bent dat we bij de herfinanciering echtscheidingsgevallen uitsluiten. U haalt ook het voorbeeld aan van iemand die zijn werk verliest. Het instrument gewaarborgd wonen dient daar nu net voor. Ik deel uw bekommernis, maar er zijn nog andere instrumenten dan een sociale lening om aan die bekommernissen tegemoet te komen.

Mevrouw Coppé, in het regeerakkoord is inderdaad opgenomen dat er geen subsidies meer worden gegeven aan maatschappijen voor de bouw van sociale koopwoningen. We willen wel een kader creëren waardoor het mogelijk blijft voor maatschappijen om dat te blijven doen, weliswaar zonder subsidies. Verschillende maatschappijen hebben laten weten dat ze dat ook willen. Als iemand zo’n sociale koopwoning wil kopen, kan dat inderdaad met een sociale lening. Bovendien kunnen maatschappijen nu ook, met zelfs een voorkooprecht voor de zittende huurder, bepaalde delen van hun patrimonium verkopen. Daar geldt een sociale lening ook voor, maar niet voor sociale kavels.

Mijnheer Vandenbroucke, u maakt enkele terechte punten, onder andere over het maximuminkomen.  We gaan een aantal zaken onderzoeken en de regionale differentiatie van de maximumprijs is daarbij zeker aan de orde.

Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Mevrouw Michèle Hostekint (sp·a)

Ik blijf mijn bezorgdheid uitdrukken. Natuurlijk bestaat het systeem van de verzekering gewaarborgd wonen, maar die moet veel algemener worden dan vandaag het geval is. Velen hebben zo’n verzekering niet. Als mensen naar een bank gaan, moet dat bijna automatisch worden aangeboden. Dat is nu niet het geval en velen glippen door de mazen van het net. Voor zo iemand die zijn werk of inkomen verliest, blijft de herfinanciering via een sociale lening een oplossing.

Ik waarschuw ook voor de herziening van de inkomensgrens. Mensen met een gewoon inkomen die pas starten, kunnen vandaag geen lening krijgen bij een bank omdat ze geen eigen spaargeld hebben. Als we jonge mensen de kans willen blijven geven om een eigendom te verwerven, moet u daar goed over nadenken.

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Mevrouw Griet Coppé (CD&V)

Het antwoord van de minister volstaat.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.