U bent hier

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost (FRGE) is een federaal instrument dat kortlopende energiekredieten verstrekt om woningen energiezuinig te maken. Het gaat daarbij voornamelijk over het plaatsen van isolatie en zuinige stookketels. Er wordt vooral gefocust op een publiek dat voor het uitvoeren van deze werken reële ondersteuning nodig heeft, zowel financieel als in de vorm van begeleiding. Voor die begeleiding werkt het FRGE samen met lokale entiteiten. Een lokale entiteit is een instantie die op het niveau van een of meerdere gemeenten instaat voor de lokale realisering van de doelstellingen van het FRGE en die voor de uitvoering van deze opdracht een samenwerkingsovereenkomst met het FRGE heeft afgesloten.

In het kader van de zesde staatshervorming wordt de werking van het FRGE overgedragen naar de gewesten en is beslist dat het FRGE ontbonden wordt op 1 januari 2015.

In het regeerakkoord staat dat de taken en werking van het FRGE opgenomen worden als actieverplichting bij de distributienetbeheerders. Dat is een grote aanpassing die ook heel wat kansen biedt. Bovendien zou de doelgroep voor deze kredieten sterk ingeperkt worden.

Minister, heel wat contracten met lokale entiteiten lopen af, 1 januari 2015 is dichtbij. Op korte termijn moeten er dan ook overgangsmaatregelen komen die het voortbestaan van de lokale entiteiten garanderen in afwachting van de implementatie van de distributienetbeheerders. Ik veronderstel dat de distributienetbeheerders dat werk niet zelf zullen doen. Zij kunnen dat volgens mij ook niet. De lokale entiteiten – of een vorm daarvan – zullen in elk geval nodig blijven om het ook in de praktijk te implementeren. Ik pleit voor het voortzetten van die lokale entiteiten die in het verleden de knowhow hebben opgebouwd om te werken met mensen die het financieel moeilijk hebben en die vaak moeten worden overtuigd om te investeren in een woning. Op die manier kan de energiearmoede aan de bron worden aangepakt.

Verder moet in voldoende tijd voorzien worden zodat de lokale entiteiten zich kunnen aanpassen aan de nieuwe regelgeving. Tot slot moet ook de burger correct geïnformeerd worden over de nieuwe voorwaarden.

Minister, welke maatregelen hebt u genomen of zult u nemen om te verzekeren dat de lokale entiteiten hun werkzaamheden en de samenwerking op korte termijn niet noodgedwongen moeten stopzetten?

Het lijkt de bedoeling te zijn om de doelgroep van de energiekredieten eerder te beperken. Tegelijk moet er voor kredietverlening een minimale schaalgrootte zijn opdat dit efficiënt kan blijven functioneren. De efficiënte werking van de lokale entiteiten vereist dat er een voldoende aantal woningen kunnen worden aangepakt. Het spreekt voor zich dat er een grote nood is aan een dergelijk instrument om de noodzakelijke energierenovatie van het Vlaamse woningpatrimonium te ondersteunen. Maar de allerzwaksten zullen mogelijk niet altijd gebaat zijn bij deze vorm van ondersteuning door een krediet, en zeker niet zonder aangepaste begeleiding. Hoe zult u ervoor zorgen dat enerzijds de juiste mensen met deze maatregel worden bereikt en er anderzijds voldoende volume gerealiseerd wordt om alles efficiënt te laten verlopen?

Hoe zullen de distributienetbeheerders en de lokale entiteiten kunnen samenwerken om deze werking te ontplooien? Hoe zult u deze werking ondersteunen?

De heer Danen heeft het woord.

Ik zal niet herhalen wat mevrouw Claes heeft gezegd, maar ik wil er wel een aantal nieuwe elementen aan toevoegen.

In het Vlaams regeerrakkoord staat dat de Vlaamse Regering van energie-efficiëntie een topprioriteit wil maken. Zij streeft ook naar een betaalbare energiefactuur door onder andere de energiearmoede aan te pakken. We kunnen dit alleen toejuichen, maar tegelijkertijd maken we ons daar ook zorgen over.

Het FRGE zorgt niet alleen voor een financiële ondersteuning maar ook voor begeleiding op het vlak van het energiezuinig maken van woningen en dan vooral voor doelgroepen die dat nodig hebben. Niet alleen de doelgroep van de meest behoeftigen maar ook de groep die daar net boven zit, heeft behoefte aan prefinanciering. Ook zij komen moeilijk in aanmerking voor commerciële leningen bij de banken. Ik wil dan ook aandacht vragen voor die doelgroep zodat zij zeker niet uit de boot vallen. Op dit moment kan men binnen het FRGE lenen aan 2 procent.

Het gaat om een rollend fonds. Als de lening wordt beperkt tot de meest behoeftigen, kan het rollend karakter in gevaar komen omdat er geen inkomsten worden gegenereerd.

Minister, hoeveel mensen hebben al van de FRGE-leningen gebruikgemaakt? Wat is het aandeel van de 0 procent en de 2 procent leningen? Welke energiewinsten werden er tot nu toe mee gerealiseerd? Hoe denkt u het model verder te financieren? Het fonds kan nu betere resultaten voorleggen en is echt op kruissnelheid gekomen. Hoe wilt u de energiebesparende maatregelen door de meest kwetsbaren en de groepen daar net boven laten realiseren? Bent u bereid om de doelgroep of de uitbreiding ervan te heroverwegen?

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Mevrouw Valerie Taeldeman (CD&V)

Voorzitter, vorige week hebben we in de plenaire vergadering de discussie gehad over de fiscalisering van de renovatiepremie. Ook vorige week heeft de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) hier in de commissie zijn plan uit de doeken gedaan inzake woon- en energiebeleid tot 2020. Daarin kwam aan bod dat er nog heel wat werk aan de winkel is om de doelstellingen in het kader van het Energierenovatieprogramma 2020 te halen. Uit de studie van de SERV blijkt dat 58 procent van ons woonpatrimonium nood heeft aan renovatie. We hebben daartoe een premiebeleid en verschillende instrumenten. Wat het FRGE deed – het aanbieden van de groene lening – was op zich interessant. Kunnen al deze middelen worden aangewend om te komen tot een interessant pakket dat mensen aanzet tot renovatie van hun woning? Ik denk dan zowel aan eigenaar-verhuurders die dikwijls tegen grondige renovatie van de huurwoning opzien, als aan huurders die zelf het initiatief willen nemen om energierenovatie van de woning door te voeren. 

De heer Beenders heeft het woord.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Voorzitter, minister, we lezen met veel enthousiasme dat het topprioriteit is van deze Vlaamse Regering om gebouwen energie-efficiënt te maken. De beleidsbrief is nog niet rondgedeeld, maar we zijn toch al bezorgd over de kwetsbare gezinnen. Net daar is de financiële drempel om te investeren in energie-efficiënte maatregelen het hoogst, en die lijkt nog hoger te worden. De discussie over de energiescans en energiesnoeiers loopt volop en verhoogt alleen maar onze bezorgdheid naar de kwetsbare doelgroep.

Het FRGE zal vanaf 1 januari 2015 worden omgezet in een nieuwe structuur. De details zijn nog niet bekend en heel wat lokale entiteiten en OCMW’s kunnen niet antwoorden op vragen over investeringen vanaf die datum. Daarom is het nodig om zo snel mogelijk de informatie te geven zodat lokale entiteiten en OCMW’s met een doelgroep van kwetsbare gezinnen de nodige planning kunnen maken om de noodzakelijke investeringen inzake energie-efficiëntie te kunnen voorbereiden. We zijn een dikke twee maanden voor het einde van het jaar. 1 januari nadert zeer snel. Bezorgdheid is nooit een goede drijfveer, maar we kunnen die wegnemen door snel de juiste informatie te geven aan alle betrokkenen. Is er een tijdslijn om de lokale entiteiten en OCMW’s de informatie tijdig te bezorgen zodat ze de betrokkenen de juiste antwoorden kunnen geven?

Deze vragen overlappen met de twee vragen onder agendapunt 4. De minister geeft ook aan dat er in de antwoorden overlappingen zijn. Ik stel voor om de vragen onder punt 4 te koppelen aan deze twee vragen om uitleg.

Mevrouw Lieten heeft het woord.

Mevrouw Ingrid Lieten (sp·a)

Minister, ik ben op zoek naar informatie en opheldering. In de pers is verschenen dat het budget voor de uitvoering van de huishoudelijke energiescans, dat vorig jaar nog op 6 miljoen euro stond, zou worden teruggebracht tot 0 euro. Het budget voor de uitvoering en de begeleiding van dakisolatie bij kwetsbare gezinnen zou ook naar beneden worden gehaald, namelijk van 6 miljoen naar 1,8 miljoen euro. Die middelen worden momenteel goed besteed aan energiescans bij kwetsbare gezinnen. Er is de vorige jaren ook gewerkt om dat instrument te verbeteren en nog beter te richten naar die doelgroep. Er is ook een goede samenwerking ontwikkeld met de lokale besturen en netbeheerders.

Het is een goed instrument om eigenaars en huurders de krachten te laten bundelen om energiebesparende investeringen te doen in een woning. Het is dus een nuttig instrument, zeker als we naar de output kijken. Er zijn tot nu toe 177.403 energiescans opgeleverd. Als je de gemiddelde besparing per energiescan neemt, geeft dat 35,5 miljoen euro aan energiekosten die we hebben kunnen besparen, wat een belangrijk element is in de portemonnee van vele mensen. Het betekent ook een enorme besparing qua energiegebruik zelf, en is dus ook een belangrijke besparing in functie van ons leefmilieu en de leefkwaliteit. Het heeft tot slot ook heel wat investeringen met zich meegebracht, die goed zijn voor onze economie.

Minister, ik heb in het regeerakkoord gelezen dat men de middelen voor de energiescans zou willen heroriënteren. Moet ik uit de persberichten begrijpen dat men dat dit jaar al doet? Betekent dat dat het budget voor de energiescans op nul wordt gezet en het budget voor de dakisolatie beperkt wordt tot 1,8 miljoen euro? Zal dat inderdaad ingaan vanaf 1 januari 2015? Zo ja, zult u dan in een overgangsperiode voorzien? Met die middelen zijn immers heel wat mensen actief op het terrein. Er zijn zo’n 25 bedrijven die energiescans uitvoeren, ik schat dat het om 130 werknemers gaat. Als die middelen op 1 januari op nul worden gezet, vrees ik dat dat drastische consequenties heeft voor die werknemers. Voorziet u in een overgangsmaatregel en perspectieven om die 130 werknemers aan het werk te houden?

Wij hebben in de vorige regering een proeftuin bouw opgestart, net om methodieken te kunnen ontwikkelen waardoor huizen energiezuinig kunnen worden gebouwd of gerenoveerd, en waardoor dat ook zou kunnen worden geprefinancierd. Die processen worden nu allemaal uitgetest in de praktijk. Ik verwacht daar heel veel van. Ik denk dat er nog niet voldoende resultaten van zijn om het beleid al meteen op 1 januari te kunnen omschakelen. Kunt u niet nog één of twee jaar langer wachten met de heroriëntering van de energiescans, zodat u ook de resultaten van de proeftuin bouw daarin zou kunnen meenemen?

De heer Danen heeft het woord.

Minister, de laatste jaren heeft deze maatregel een aantal belangrijke hervormingen gekend. Zo werd de inhoud op maat van kwetsbare huishoudens gesteld, werd de doelgroep meer afgebakend, kwamen er meer en betere toeleidingsmogelijkheden en een meer structurele inbedding, wat we alleen maar toejuichen.

Dat maakt natuurlijk wel dat de maatregel nu, sinds een aantal jaren, op kruissnelheid zit en een heel goede maatregel is om het energieverbruik bij kwetsbare gezinnen op een efficiënte manier aan te pakken. Men schat dat gemiddeld 5 tot 15 procent energie wordt bespaard en dat er ook gedragswijzigingen mee gepaard gaan. Het is dus een heel complete maatregel.

In het Vlaamse regeerakkoord staat dat de middelen ‘geheroriënteerd’ zullen worden. Dat is een term waar je alle kanten mee uit kunt. Daarom wil ik u vragen naar een evaluatie van de maatregel. Kunt u een update geven van het totale aantal energiescans van de voorbije jaren? Hoeveel mensen zijn daarbij tewerkgesteld? Wat is het resultaat inzake effectieve energiesaneringen? Wat is de evaluatie op sociaal, economisch en ecologisch vlak?

Bent u van plan om de energiescans af te schaffen, zoals informeel werd vernomen? Zo ja, wat is uw motivatie? Voorziet u in alternatieve maatregelen die de energiescan vervangen, maar hetzelfde resultaat beogen? Wat zijn daarbij de overgangsmaatregelen?

Hoe wilt u inzetten op een lager energieverbruik en energiebesparende maatregelen bij gezinnen die het financieel moeilijk hebben, als de voorafgaande analyse van het energieverbruik en mogelijke maatregelen om een hoog energieverbruik te remediëren, wegvallen? Of wilt u de energiescans toch behouden? Hoe wilt u de energiescans dan heroriënteren?

De heer Gryffroy heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ik begrijp dat dit zeer gevoelige materie is. Ik heb zelf wat cijfers opgezocht, en wat mevrouw Lieten zegt, is correct. Er zijn inderdaad al zo’n 177.000 scans uitgevoerd. De besparing waarover ze spreekt, is echter het potentieel, en niet de effectieve besparing die gerealiseerd is. Als je die 35 miljoen euro deelt door 177.000, is dat 200 euro per jaar per gezin die je kunt besparen. Dat is dus het potentieel.

Ik probeer het even in een bredere context te plaatsen. Als er 177.000 scans van woningen zijn gebeurd, dan moet het toch perfect mogelijk zijn om op basis van 177.000 woningen, wat een massale steekproef is, een benchmarkrapport te maken? In dat benchmarkrapport zou ik graag zien wat de grootste problemen zijn bij al die verschillende woningen en welke investeringen de grootste return on investment hebben. Ik denk dan bijvoorbeeld aan typische zaken als een tochtstrip onder de voordeur en in de brievenbus, dakisolatie enzovoort.

Bijgevolg heeft men in het regeerakkoord bepaald dat het aangewezen is om de middelen die nu zijn opzijgezet voor energiescans, te gebruiken voor de effectieve uitvoering ervan. In de vorige legislatuur heeft men in compensaties voor dakisolatieprojecten voorzien, voor een bedrag van 6 miljoen euro. Uiteindelijk heeft men slechts 1,8 miljoen euro gebruikt. De 6 miljoen euro voor energiescans zijn wel opgebruikt. De kostprijs van die scans bedraagt meer dan 6 miljoen euro, want per scan krijgt de lokale sociale economie 200 euro, plus een subsidie van de Vlaamse overheid – want het betreft een activiteit inzake sociale economie –, plus een korting van de federale overheid. De uitvoering ervan kostte slechts 1,8 miljoen euro. Vandaar dat wij er hard voor hebben gepleit om de beschikbare middelen daadwerkelijk aan te wenden om actie te ondernemen. U zult ons ongetwijfeld kunnen meedelen hoeveel middelen er nog zijn, rekening houdend met de overdracht van het FRGE, want die overdracht biedt mogelijkheden om te verschuiven.

Ik sprak met de mensen van KOMISIE. Veel energiesnoeiers kunnen worden geheroriënteerd, wat moet toestaan om hen onder begeleiding bijvoorbeeld dakisolatie of strips te laten plaatsen. Men kan dat organiseren. Men kan hen het materiaal bezorgen. Zij hebben een kleine bestelwagen. Men kan afspraken maken en zij kunnen het werk uitvoeren. Zo zal dat bedrag van 200 euro per gezin voor prospectie daadwerkelijk worden ingezet, en zal het niet bij een mogelijkheid blijven. Op die manier zorgen wij echt voor een energie-efficiënte aanpak. Het verhaal van het FRGE is daaraan gekoppeld. De vraag is gesteld of het niet beter is om de zaak voor de hele bevolking beschikbaar te maken. Wij zijn van oordeel dat het huidige leningspotentieel voor sociaal zwakkeren, waar de banken voor zorgen, moet worden aangevuld met leningen van het FRGE voor mensen zoals wij. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat een aantal maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, het aantal sprekers toont aan hoezeer het onderwerp van energiearmoede leeft, in dit huis, maar ook erbuiten. Energiearmoede is een realiteit, zo tonen de cijfers aan. Het aantal wanbetalers en het aantal afsluitingen blijft groot, ondanks het feit dat in de vorige legislatuur al is geprobeerd om daaraan te remediëren. Er bieden zich een aantal mogelijkheden aan. De zesde staatshervorming zorgt voor de overdracht van het FRGE en van een aantal belangrijke bevoegdheden. Dat vertaalt zich in het regeerakkoord in een heroriëntatie van de middelen voor energiescans. Dat wil niet zeggen dat de energiesnoeiers worden geëlimineerd. Wij mogen het kind niet met het badwater weggooien. Een heroriëntatie is geen afschaffing.

Wij krijgen nu de kans om een geïntegreerd beleid te voeren. Hoe dan ook is er per woning een analyse nodig. Dat moet zorgen voor antwoorden op vragen of er een probleem is, of eraan moet worden geremedieerd en of er in een financiering moet worden voorzien. De financiering kan komen van een lening bij het FRGE en van aangedikte premies. Dat staat in het regeerakkoord. Dat gebeurt dan het best zo veel mogelijk via één kanaal, met de distributienetbeheerder als de centrale speler, die samenwerkt met lokale actoren en sociale-economiebedrijven die inmiddels hebben bewezen dat zij de expertise in huis hebben.

Mijn vragen liggen dus voor de hand. Ik ben ervan overtuigd dat u volgens de geest en de letter van het regeerakkoord aan het dossier werkt. Kunt u een update geven van het overleg dat u hierover met de sector, de distributienetbeheerders en uiteraard ook met de minister verantwoordelijk voor sociale economie organiseert? Wat dat laatste betreft, is het zo dat die 250 mensen waarvan sprake bijna allemaal in de sector van de sociale economie actief zijn. Hoe dan ook is het belangrijk dat er snel duidelijkheid wordt verschaft, zo niet bestaat het gevaar dat waardevolle expertise verdwijnt. Dat laatste kunnen wij ons niet permitteren als wij energiearmoede bij de bron willen aanpakken en op dat vlak een sterk beleid willen voeren.

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, in het regeerakkoord staat dat energiescans worden geheroriënteerd. Eveneens staat daarin dat het FRGE naar de distributienetbeheerder gaat, wat rechtvaardigt dat de vier vragen aan elkaar worden gekoppeld. Energiescans zijn een openbaredienstverplichting van de distributienetbeheerder. Dat biedt ons een unieke kans om zowel de middelen van het fonds – de leningen aan de gezinnen om de werken uit te voeren – als de scans om het onderzoek te verrichten en de uitvoering van de  werken op een geïntegreerde manier aan te pakken. Al in 2007 is men met scans begonnen. Toen waren scans voor iedereen mogelijk. In de voorbije jaren is die mogelijkheid aanzienlijk ingeperkt. Vandaag kan een scan alleen bij mensen die in een toestand van energiearmoede bevinden. Vandaar dat de drie aspecten – middelen, scan en uitvoering – worden samengebracht bij de distributienetbeheerder, die moet zorgen voor de communicatie en de aansturing. Dat biedt erg veel mogelijkheden om een mooi gecoördineerd beleid te voeren ten dienste van mensen die zich in een toestand van energiearmoede bevinden.

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Voorzitter, het lijkt me nuttig dat beide vragen om uitleg zijn gekoppeld. Ze hebben immers betrekking op eenzelfde problematiek. Ik zal met een aantal cijfergegevens beginnen. Daarna zal ik een politieke interpretatie geven en ingaan op de vragen waar we heen moeten en hoe we dit volgens mij tot stand moeten brengen.

Het Vlaams Energieagentschap (VEA) heeft de huidige werking van het FRGE geëvalueerd. In de periode tussen 2007 en eind augustus 2014 zijn ongeveer 14.500 leningen toegekend. Daarvan is 15,5 procent toegekend aan mensen uit de doelgroep der meest behoeftigen. Wie tot die doelgroep behoort, is bepaald in het koninklijk besluit van 2 juni 2006. Concreet zijn 2250 renteloze leningen aan die doelgroep toegekend. Voor de overige 12.250 leningen bedraagt de rente 2 procent.

Wat het principe van een rollend fonds betreft, ben ik helemaal eens met de heer Danen. Hoe meer de doelgroep wordt beperkt, het minder het rollend fonds rolt. Dit kan op zich een doelstelling zijn, maar op zich is het een goede zaak dat iedereen die nood heeft aan een lening die kan krijgen om aan energie-efficiëntie te werken. Of de rente 0 procent of 2 procent bedraagt, vind ik minder belangrijk. Het belangrijkste is dat het gebeurt.

We bereiken de doelgroep van de behoeftigen en andere doelgroepen waarvoor de energiefactuur vaak ook hoog is. Zij hebben vaak genoeg aan kleine ingrepen. Ik kijk spontaan naar de lampen in deze commissiezaal. Zonder door veel dossierkennis te worden gehinderd, ben ik van mening dat dit ook zuiniger zou kunnen.

Zoals ik al heb gesteld, zijn 2250 leningen aan de doelgroep toegekend en zijn 12.250 leningen met een rente van 2 procent verstrekt. Wat de omvang van de leningen betreft, is relatief meer van het budget aan de doelgroep der meest behoeftigen besteed. Het gaat om 21 procent van het totale budget. Gemiddeld is per lening binnen de doelgroep 4170 euro en per lening buiten de doelgroep 2850 euro ontleend. Aangezien slechts 15 procent van de leningen naar de doelgroep gaat, gaat het procentueel om grotere bedragen. Dit is niet onlogisch. De investeringsnoden om tot efficiëntie te komen, zijn daar ook groter.

In het licht van een FRGE-lening is niet in een berekening van de energiewinsten voorzien. Niet alle benodigde gegevens in verband met individuele investeringen worden immers digitaal bijgehouden. Ik kan wel melden dat tot eind augustus 2014 18.100 individuele maatregelen met behulp van een FRGE-lening zijn uitgevoerd. Er zijn ruim 6500 leningen voor hoogrendementsglas toegekend. Daarnaast zijn 4200 leningen voor condensatieketels, 3300 leningen voor dakisolatie en gedurende de eerste jaren ook nog ruim 1700 leningen voor zonnepanelen toegekend. De laatste jaren zijn dan weer meer leningen, 1150 in totaal, voor muurisolatie verstrekt.

Ik ben het helemaal eens met de stelling dat de lokale entiteiten een succesfactor voor de FRGE-leningen vormen. Ze verstrekken niet louter en alleen leningen. Ze begeleiden de particulieren die hier nood aan hebben bij de keuze van de investeringen en van de uitvoerders. Ze gaan eveneens na wat financieel haalbaar is. Mede hierdoor ligt het aantal wanbetalingen van FRGE-leningen zeer laag. In het licht van het principe van een rollend fonds vind ik dit van belang.

We wonen gelukkig in een land met zeer veel huiseigenaars. De keerzijde is dat we in onze regio met een relatief oud patrimonium zitten. Het eigenaarschap beschermt mensen tegen armoede. Dit betekent echter dat we binnen onze woningmarkt nog ontzettend veel efficiëntiewinsten moeten creëren.

Ik heb de Vlaamse bestuurders van het FRGE de instructie gegeven dat alle reeds afgelopen en aflopende overeenkomsten met de lokale entiteiten zeker tot 31 december 2014 kunnen worden verlengd. Daar is duidelijkheid over. Bovendien mogen de gemeenten die hiervoor al interesse tonen zich tijdens deze overgangsfase bij de bestaande lokale entiteiten aansluiten. Het is immers de bedoeling dat in alle gemeenten in het Vlaamse Gewest op termijn goedkope leningen worden aangeboden.

De overgang van de FRGE-leningen naar de nieuwe Vlaamse goedkope leningen moet zo vlot mogelijk verlopen. De lokale entiteiten zijn hiervoor belangrijk. Misschien moeten we hun taakomschrijving op termijn nog veranderen. Het principe is echter van belang. De lokale entiteiten bewijzen hun diensten. Met hun consultaties staan ze dicht bij de mensen.

Met het oog op de overdracht van het FRGE naar het Vlaamse Gewest hebben mijn kabinet en het VEA in september 2014 alle betrokken partijen gecontacteerd. Wat de doelgroep voor de energiekredieten betreft, heb ik na een evaluatie van de huidige werking en na gesprekken tussen het VEA, mijn kabinet en de lokale entiteiten beslist een politiek overleg te starten over de afbakening van de doelgroep voor de nieuwe goedkope energieleningen en over de wijze waarop de lokale entiteiten worden gefinancierd.

Ik ben me ervan bewust dat een al te sterke beperking van de doelgroep en van de hieraan gekoppelde financiering er niet toe mag leiden dat de lokale entiteiten hun werkzaamheden moeten stopzetten wegens een beperking van de financiering op basis van de dossiers. Ik voer momenteel overleg om na te gaan op welke wijze we dit kunnen afbakenen en uitbreiden. Het doel is meer energie-efficiëntie tot stand te brengen.

In verband met de betere werking ben ik van mening dat kredietverlening aan gunstige en eenvoudige voorwaarden om energiebesparende investeringen uit te voeren maar een succes kan zijn, wanneer deze maatregelen de mensen bereiken die er nood aan hebben. Maar er moet wel voldoende volume blijven gecreëerd worden om eventuele wanbetaling op een vrij gemakkelijke manier te kunnen opvangen. Ik zeg nogmaals: het is dankzij de lokale entiteiten dat we relatief weinig wanbetalingen hebben, wat belangrijk is, want hoe meer het systeem rolt, hoe beter het eigenlijk is om de goede resultaten te bereiken.

Bovendien moeten de particulieren op een goede manier worden begeleid. In ieder geval heeft al wie een energiebesparende investering uitvoert, zowel in bestaande als nieuwe woningen, recht op een premie van de netbeheerder. Deze premie wordt met 50 procent verhoogd voor de beschermde afnemers en hierrond wordt jaarlijks door het VEA en de netbeheerders zelf een communicatiecampagne gevoerd. We evalueren dus de rol en werking van de distributienetbeheerders. We zullen daarover het politieke overleg opstarten.

De beperking van het FRGE tot kwetsbare groepen aan 0 procent maakt ook deel uit van het totaalpakket. Er is een scan en de resultaten daarvan moeten worden uitgevoerd. Ik kom daar nog op terug. We merken nog dat scans worden gemaakt maar niet tot een investering leiden en dus ook niet tot energie-efficiëntie. Als er iets is wat ik sowieso wil doen, dan is dat de scans en de audit behouden, maar ze moeten een uitvoering krijgen in de woning. Die match moeten we versterken. Dat is perfect mogelijk met de bestaande capaciteit en materiaal.

Het is een kwestie van doelstellingen bepalen, zowel naar de lokale entiteiten als naar anderen. Ik wil de scan, de uitvoering van de resultaten, de energie-efficiëntie en de financiering via een groene lening doen met oog voor beschermde groepen, maar we moeten verder gaan om net het rollend karakter van het fonds echt te kunnen bewaren. Dat blijkt nu uit de cijfers. Ik denk dat we dat allemaal weten. Als we energie-efficiëntie willen bereiken, is een van de grootste drempels momenteel de investering vooraleer het rendeert. Dat is zeker zo voor beschermde groepen, maar niet alleen voor hen. We merken dat, maar dat is buiten de scope van deze vragen, ook bij bedrijven. Ze kampen met net dezelfde drempel om investeringen te doen. We moeten de twee opsplitsen, we hebben het nu over particulieren, voor bedrijven zullen we een ander systeem moeten uitdokteren.

In 2013 werden er 24.480 energiescans uitgevoerd, waarvan 18.838 bij de kwetsbare doelgroepen vastgelegd in het Energiebesluit. Voor 2014 bedraagt het aantal uitgevoerde scans tot en met september 18.635. Het betreft hier uitsluitend scans uitgevoerd in woningen van de in het Energiebesluit vastgelegde kwetsbare doelgroepen, aangezien de energiescan vanaf 2014 exclusief voor die doelgroepen is voorbehouden. Dit omvat zowel de basisscan als de verschillende types opvolgscans. Tot en met eind september werden dit jaar 17.748 basisscans uitgevoerd: het eerste bezoek aan de woning aangevuld met onder meer een leveranciersvergelijking en energiebesparende tips die meteen toe te passen zijn. Dat is van belang, want heel veel scans vragen niet om een investering. Mensen kunnen bijvoorbeeld besparen door een andere leverancier te kiezen. Op het terrein merkt men dat de twee hand in hand gaan.

Waar nuttig, plaatst de energiescanner gratis energiebesparende materialen bijvoorbeeld een spaardouchekop, spaarlampen, radiatorfolie, buisisolatie ter waarde van 20 euro. De bewoner ontvangt een verslag met energietips en verdere besparingsmogelijkheden. Na deze basisscan, kan nog een opvolgscan aangevraagd worden. Deze scan is een opvolging van de basisscan en stelt eventuele bijkomende aanpassingen voor. Dat kunnen bijkomende kleine energiebesparende maatregelen zijn, begeleiding bij het wisselen van leverancier en bij het oplossen van energieproblemen (opvolgscan type 1), maar ook begeleiding bij grotere energiebesparende maatregelen (opvolgscans type 2), zoals het plaatsen van dakisolatie, hoogrendementsglas en verwarming. In 2014, dit zijn interessante cijfers, werden tot eind september 887 opvolgscans uitgevoerd, waarvan 585 type 1, 252 type 2 dakisolatie, 50 type 2 hoogrendementsbeglazing en 0 type 2 verwarming.

Het aantal energiescans dat potentieel aanleiding geeft tot energetische renovaties ligt aan de lage kant. Zoals ik al zei, we moeten niet alleen zorgen dat de scan gebeurt, we moeten ook de investering bevorderen. De middelen uit het FRGE die overkomen naar Vlaanderen vormen een ongelooflijke tool om de scan veel meer te koppelen aan de lening. Dat is het beleid waar ik naartoe wil en dat we volop uitwerken. We willen dat zo snel mogelijk realiseren. We hebben nu de contracten verlengd tot 31 december, maar we willen zo snel mogelijk duidelijkheid geven over de FRGE-middelen.

Hoewel de basisscan ongetwijfeld verdiensten heeft op het vlak van sensibilisering, sturing van gedrag en realisatie van energiebesparing via het pakket van kleine maatregelen, meen ik dat de energiebesparing naar aanleiding van energetische renovatie (isolatie, glas, verwarming…) zowel groter als structureler is, en tegelijk bijdraagt tot een grotere woonkwaliteit. Het gaat hier niet alleen om energie, het gaat ook om het feit dat een woning die niet geïsoleerd is en alleen maar enkel glas heeft, een veel lagere woonkwaliteit heeft op vele andere vlakken dan alleen de gezondheid. Daarom heb ik in de beleidsnota die wordt ingediend heel wat linken gelegd met andere ministers: die samenwerking is van groot belang.

Ik heb dan ook de ambitie om nog meer in te zetten op het stimuleren van effectieve energiebesparende werken gezien hun grote meerwaarde op sociaal, economisch en ecologisch vlak. Ik zet er heel bewust ook de andere zaken bij.

Op basis van de cijfers die ik recent ontving van KOMOSIE kan ik u meegeven dat er voor de uitvoering van energiescans op dit moment 118 medewerkers uit energiesnoeibedrijven actief zijn. Omdat niet alle uitvoerders van energiescans onder deze koepel zitten, ligt het totale aantal medewerkers rond de 150.

Dan kijk ik naar de budgetten. We moeten er alles aan doen opdat de energiesnoeiers aan het werk kunnen blijven, om het even in welke vorm. Voor wat betreft Energie hebben ze de capaciteit om op het rendement te werken. Sowieso is het voor de overheid een belangrijk project om ervoor te zorgen dat deze mensen ingeschaald blijven en dat hun tewerkstelling wordt gegarandeerd. De invulling van de tewerkstelling kan een andere vorm of inhoud hebben, maar we moeten er alles aan doen om de tewerkstelling op zich te garanderen. Het is niet alleen een energieproject, het was ook een tewerkstellingsproject. Beide zijn aan elkaar gekoppeld. Tewerkstelling moeten we sowieso garanderen. Geef ons de tijd om te bekijken of het bij Energie blijft of in een ander domein waar ook nood aan bestaat.

Enkele collega’s zeiden dat het Vlaams regeerakkoord de heroriëntering bevat van de middelen voor de energiescan naar maatregelen die energiearmoede aan de bron aanpakken. Een betekenisvolle verlaging van het energieverbruik in de woningen van kwetsbare gezinnen is voor mij de meest aangewezen weg om vanuit mijn bevoegdheden energiearmoede te bestrijden. Ik zal daarom in deze legislatuur de ondersteuning van de uitvoering van energiebesparende maatregelen in de woningen van kwetsbare gezinnen versterken. Ik zie een goede begeleiding van kwetsbare doelgroepen bij de uitvoering van energiebesparende maatregelen als een onmisbare randvoorwaarde. Mijn doelstelling op dit vlak is duidelijk: via een gerichte begeleiding wil ik een betekenisvolle groei realiseren in de energetische renovatie van woningen van kwetsbare gezinnen. De bestaande energiescans, zowel de basisscans als de verschillende types opvolgscans, zullen met deze finaliteit in het achterhoofd worden herbekeken. Dat is wat ik daarnet al zei: je moet die twee aan elkaar koppelen. Ik denk dat de zesde staatshervorming ons daar een ongelooflijke opportuniteit biedt.

De nadruk zal nog meer komen te liggen op het aanbieden van een trajectbegeleiding bij de effectieve uitvoering van de energiebesparende maatregelen. We moeten het de mensen zo gemakkelijk mogelijk maken om de resultaten van de scan effectief om te zetten in energie-efficiëntie. Voor de financiering van deze maatregelen onderzoek ik de mogelijke opties. We zijn op dit moment aan het berekenen hoe ‘rollend’ het rollend fonds is. Hoe meer we het effectief kunnen laten bewegen, hoe meer trajecten we kunnen laten realiseren. Daarom ben ik voorzichtig in het te veel beperken van de doelgroep. Als je de doelgroep te veel beperkt, kan er zand komen in de raderen waarmee je veel rendement wenst te bereiken.

Met betrekking tot de sociale economie blijft er een belangrijke rol weggelegd voor de bedrijven uit die sector. Het is mijn bedoeling in deze legislatuur een langetermijnaanpak voor de energetische renovatie van woningen uit te tekenen die de ambities van het lopende Vlaams energierenovatieprogramma overstijgt. De woningen van kwetsbare gezinnen zijn daarbij een prioritaire doelgroep. In het kader van het aangekondigde besluitvormingsproces zal ik uiteraard de sector van de sociale economie consulteren.

Wij hebben aanstaande vrijdag op mijn kabinet een overleg met de energiesnoeiers om goed de filosofie van ons beleid uit te leggen, maar ook om te bekijken op welke manier we de tewerkstelling maximaal kunnen garanderen binnen het budgettaire kader van deze regering.

Met betrekking tot de proeftuin Bouw sta ik open voor alle mogelijke inzichten die een bijdrage kunnen leveren. Specifiek voor wat betreft de projecten in het kader van de proeftuin Bouw heb ik aan het Vlaams Energieagentschap gevraagd deze projecten van nabij op te volgen en mij regelmatig te informeren over de beleidsrelevante inzichten die daaruit voortkomen. Als er één ding is dat ons hier, meerderheid en oppositie, aan elkaar bindt, dan is het dat we meer energie-efficiëntie moeten bereiken voor iedereen, met uiteraard een duidelijke aandacht voor energiearmoede en kwetsbare groepen. We kunnen daar nog heel veel efficiëntiewinsten in vinden. Het een sluit het ander niet uit. We moeten oog hebben voor alle aspecten. De zesde staatshervorming geeft ons meer mogelijkheden om de energiescans efficiënter te maken zodat ze ook leiden tot meer sociaal-economische woonkwaliteit, die ook nog eens energievriendelijk is.

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, u hebt mijn dag goed gemaakt. Dat is echt waar. Ik maakte mij de voorbije weken zorgen over uitspraken die werden gedaan over energiearmoede, het stopzetten van energiescans, het schrappen van budgetten. Daar komen de vragen en de ongerustheid vandaan.  U hebt vandaag mijn ongerustheid weggenomen.

Ik ben ook heel erg blij dat u de werking van de lokale entiteiten erkent en dat het niet vanzelf gaat. Mensen die de wereld van de energiearmoede niet kennen, denken vaak dat er geld is en dat het geld vanzelf wel voor investeringen zal zorgen. Zo werkt het niet voor mensen die het financieel moeilijk hebben.

Minister, u moet er zich wel van bewust zijn dat er mensen hun opzeg hebben gekregen. Het gaat om energiesnoeiers, om mensen die energiescans uitvoeren. Hun contract loopt af in januari 2015. Er is toch wel een probleem: als we de knowhow en de kennis in de sector willen behouden, is het van fundamenteel belang dat er zo snel mogelijk duidelijkheid wordt gegeven, want anders verdwijnen die mensen in andere jobs. De besten vertrekken natuurlijk eerst. Het is dus van fundamenteel belang om snel duidelijkheid te krijgen.

Ik wil ook nog een suggestie doen. Het fonds gaat dus naar de distributienetbeheerders. Misschien is het een mogelijkheid om te verlengen tot de helft van 2015 en proefprojecten op te starten bij Infrax en bij Eandis zodat men zich daar die nieuwe manier van werken eigen kan maken. Op die manier geeft men ook zekerheid aan die projecten.

De heer Danen heeft het woord.

Minister, voor een deel zijn mijn bezorgdheden ook weggewerkt maar nog niet helemaal. Het zou ook wel een hele hoge ambitie zijn om dat vandaag op zo’n korte tijd te doen.

Zoals ik al zei in mijn vraag, werd er bij het begin van de energiescans geconstateerd dat er niet zozeer misbruik was, maar dat de maatregel nog niet volwassen was. Ik heb ook weet van entiteiten waarvan gezegd werd dat ze zochten naar personen om scans te doen – zonder dat er veel engagementen aan werden gekoppeld – omdat ze te weinig doelgroepenergiescans konden doen. Tegelijk zeg ik wel dat de laatste jaren de maatregel wel op kruissnelheid was en dat er heel veel goede voorbeelden zijn. Mijn suggestie is dan ook om na te gaan waar het wel heel goed loopt en waar er wel een koppeling is tussen scan en uitvoering, zodat we het warm water niet opnieuw gaan uitvinden en veel tijd zullen verliezen.

Ik wil ook mijn bezorgdheid uitdrukken over het volgende. Als je de koppeling tussen scan en uitvoering te absoluut of te dwingend maakt, leg je wel een heel hoge drempel. Mensen die een scan laten doen, denken dan dat er automatisch iets moet volgen. Het moet natuurlijk maximaal worden gestimuleerd, maar ik zou er toch voor zorgen dat de drempel niet te hoog wordt.  

Mevrouw Lieten heeft het woord.

Mevrouw Ingrid Lieten (sp·a)

Minister, ik heb graag dat u mijn dag goed maakt, maar daarvoor moet er misschien nog een beetje meer informatie komen.

Ik ben heel blij dat u zegt dat u de doelstellingen zeker en vast niet verloren wilt laten gaan. Ik ben ook blij dat u zegt dat de mensen die nu in die sector werken, aan het werk moeten kunnen blijven. Maar ik denk dat we samen een probleem van timing hebben en daar ben ik nog niet gerust in. Volgende week krijgen we de ontwerpbegroting van deze regering maar u weet al wat erin staat. U kunt ons misschien al zeggen of er nog een budget is om die mensen te betalen vanaf 1 januari 2015. Is er nog een budget om die tewerkstelling te handhaven? Op die vraag heb ik nog geen antwoord gekregen. Ik denk dat het een prangend probleem is. Ik heb er alle begrip voor dat de regering zegt dat het systeem op basis van de ervaringen kan worden geperfectioneerd zodat er meer mogelijkheden en meer middelen komen. Daar heb ik zeker en vast alle vertrouwen in, maar de klok tikt. De klok tikt voor de mensen die hun opzeg hebben gekregen. Natuurlijk is er geen enkel probleem als die mensen elders werk vinden, maar ik vrees dat het niet zomaar zal gebeuren omdat die mensen vaak zelf doelgroepmedewerkers zijn die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. Ik vrees dus dat heel veel van die mensen zonder werk zullen vallen en dat het niet meer mogelijk is om de overgang te maken en tewerkstelling te garanderen.

De klok tikt ook voor die bedrijven zoals KOMOSIE. Het gaat om heel wat sociale-economiebedrijven die fantastisch maatschappelijk werk verrichten omdat ze mensen aan het werk zetten die een moeilijk tewerkstellingstraject hebben en omdat ze een belangrijke maatschappelijke dienstverlening leveren. Die bedrijven worden op dit moment geconfronteerd met de onduidelijkheid over de financiering. Ze moeten hun verantwoordelijkheid nemen en hun mensen in opzeg plaatsen, maar die bedrijven hebben onvoldoende sociaal passief om dat te dragen. Als er geen duidelijkheid komt of de financiering kan worden gegarandeerd vanaf 1 januari 2015 tot het moment dat de regering het nieuwe systeem volledig in uitrol kan hebben, dan vrees ik dat de mensen uit die doelgroepen hun job zullen verliezen en dat belangrijke sociale-economiebedrijven hierdoor over kop zullen gaan. Dan zijn er twee grote verliesposten die we echt niet kunnen aanvaarden. Het zou zonde zijn mocht het daardoor voor de regering eigenlijk ook moeilijker worden om haar nieuw beleid uit te voeren.

Minister, kunt u ons garanderen dat de financiering van de energiescans en dakisolatie behouden blijft? Kunt u daar duidelijke informatie over geven? Als u die niet kunt geven, moet ik jammer genoeg zeggen dat u mijn dag nog niet goed hebt gemaakt omdat ik met die onrust blijf zitten.

Als u naar een nieuw systeem wil gaan – waar ik alle begrip voor heb –, dan ga ik ervan uit dat u het decreet zult moeten aanpassen. Dan moet er een decretaal traject op gang worden gebracht en dat heeft ook zijn tijd nodig.

Bent u dan bereid om, zoals voorzien in de wetgeving, voor die decreetswijziging plaatsvindt, een armoedetoets toe te passen? We hebben precies in dat instrument van de armoedetoets voorzien om op voorhand te testen of dat nieuwe beleid de armoede niet zal vergroten, maar die hopelijk integendeel zal doen afnemen. De ambtenaren zijn daarvoor opgeleid en gevormd. Ze kunnen u daar met een quickscan al heel snel inzicht in geven.

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Mevrouw Valerie Taeldeman (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw uitvoerige antwoord. Uit uw gedrevenheid bij het antwoorden kunnen we alvast opmaken dat uw aandacht ook bijzonder zal uitgaan naar die kwetsbare doelgroep, naar diegenen die balanceren op de rand van de energiearmoede en diegenen die zich in die energiearmoede bevinden.

Ik ben blij met het antwoord. U hebt er duidelijk op gewezen dat de fase van omschrijven en beschrijven ook moet leiden naar een volgende stap van concrete resultaten op het terrein. U hebt dan gesproken over een nieuw systeem, een nieuwe goedkope Vlaamse energielening, waaraan momenteel dus wordt gewerkt. Dan is er de fase van de uitvoering. U bent bezig met overleg en met heel wat studie- en denkwerk. Misschien kan ik daar nog één ding bij gooien. U bent van oordeel dat energiescans dikwijls te vrijblijvend zijn, dat er een resultaat moet worden gekoppeld aan die scans. Ik wil u meegeven dat er nog een instrument bestaat dat misschien ook soms te vrijblijvend is, namelijk het energieprestatiecertificaat (EPC). Dat EPC is sowieso verplicht als een eigenaar zijn woning verkoopt of verhuurt aan een nieuwe huurder. De decreetgeving bepaalt dat er dan verplicht een EPC moet worden opgemaakt door een energiedeskundige: die komt ter plaatse, bekijkt de toestand en maakt een certificaat dat aangeeft hoe energiezuinig die woning is. Echter, voor de rest gebeurt daar eigenlijk niet veel meer mee. Het is gewoon het op papier zetten van het energiepeil van die woning. Misschien moet worden bekeken hoe we dat instrument beter kunnen inzetten in de toekomst, gelet op de doelstellingen in ons Energierenovatieprogramma 2020.

De heer Beenders heeft het woord.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Minister, ik heb van u heel goede intenties gehoord met betrekking tot het energiebeleid. Dat stemt me uiteraard wel gelukkig. Het enige dat ik nog wil checken, is het volgende. Bij alle concrete vragen die de collega’s hebben gesteld, zoals de vraag of de lokale entiteiten zullen kunnen blijven werken, of de doelgroep zal worden uitgebreid, of het budget zal worden ingeperkt, valt uw antwoord te herleiden tot de verklaring dat u daarover de politieke gesprekken nog moet opstarten. Als het klopt dat die politieke gesprekken om die antwoorden te krijgen, nog moeten worden opgestart, dan moet men eerlijk zijn en zeggen dat we die timing nog heel moeilijk zullen halen om op 1 januari een vlekkeloze overgang te krijgen.

Wat mevrouw Claes en mevrouw Lieten net hebben gezegd, klopt immers. Er hebben vandaag mensen hun ontslagaanzegging gekregen. Er zijn vandaag mensen aan het spreken met andere bedrijven om daar te worden tewerkgesteld. Ik merk in die sector dat het niet lang meer gaat duren, of die mensen zijn werkelijk weg. Ik denk dus dat die geplande politieke gesprekken te lang zullen duren om die knowhow, die de afgelopen jaren is opgebouwd, bij te houden. Ik denk echt dat het vijf voor twaalf is, en dat we die mensen een duidelijk signaal moeten geven of ze al dan niet kunnen blijven. Deze gevoeligheid heerst heel sterk. Wachten op gesprekken lijkt me toch wel iets te lang te duren.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, wat ik niet terugvind in uw antwoord, is een duidelijk statement over wat u met de energiescans doet. Ik heb daarnet de cijfers aangehaald. U haalde ook cijfers aan voor 2014. Als men extrapoleert, dan zullen we waarschijnlijk naar ongeveer 24.000 scans gaan. Nogmaals, als men zoveel scans doet, dan kan men perfect een benchmarkrapport maken. Men kan perfect een rapport maken met een good practice. Dan zal je inderdaad zien waar in woningen problemen het meest voorkomen, hoe die kunnen worden aangepakt, welke de besparingen kunnen zijn en welke de investeringen kunnen zijn. Dan zou men eigenlijk een deel van die energiescans kunnen vermijden, als ik het zo mag zeggen. Als ik de collega’s van Groen en sp.a immers goed hoor, dan zeggen zij het volgende: die 130 jobs, het is jammer dat ze zullen verdwijnen als energiesnoeier, maar ze zullen waarschijnlijk elders wel werk vinden. (Opmerkingen van mevrouw Ingrid Lieten en de heer Rob Beenders)

De heroriëntatie staat ook duidelijk vermeld in het regeerakkoord. Er zijn al zoveel scans gedaan. Ook dit jaar zullen die 6 miljoen euro kosten, plus de kosten van de Vlaamse subsidie, plus de kosten van de federale overheid. Als er al zoveel scans zijn gebeurd, dan moet het toch mogelijk zijn om een aantal praktische maatregelen uit te werken en die energiesnoeiers zo te heroriënteren dat ze die praktische maatregelen uitvoeren. Hoe dat dan moet worden betaald, dat laat ik aan de creativiteit van de minister over. Je hebt inderdaad het FRGE. Er zijn de distributienetbeheerders enzovoort. Er zijn mogelijkheden ter zake. Minister, u haalde het zelf aan: 24.000 scans voor dit jaar, en met moeite, maximaal, een paar duizend die daadwerkelijk worden uitgevoerd. Ik vind dat spijtig. Dat is een te grote discrepantie.

Minister Annemie Turtelboom

Ongeveer 20 procent van de resultaten van de scans wordt uitgevoerd. Dat is veel te weinig om het rendement te bereiken. Een scan om de scan heeft eigenlijk geen nut. Een scan moet leiden tot efficiëntie.

U kunt die middelen dus beter gebruiken om meer te promoten om uit te voeren dan om scans te doen.

De energiesnoeiers begeleiden vaak bij het switchen van energieleverancier. Dat is tricky. Een andere leverancier kiezen, bepaalt enkel een eventuele daling op het commodity-gedeelte van de factuur, maar niet op de rest. Je hoort vaak mensen die veranderd zijn van leverancier en na een jaar constateren dat ze, ondanks het feit dat ze op hun energie-uitgave hebben gelet door zuiniger te verwarmen enzovoort, meer betalen dan het vorige jaar. Dat is omdat bijvoorbeeld de distributienetkosten stijgen. Die zullen in de toekomst wellicht nog stijgen. De vraag is of de energiesnoeier zich daarmee moet bezighouden.

Minister, als u het hebt over het zo breed mogelijk opentrekken voor wie een lening kan aangaan bij de toekomstige Vlaamse energielening zodat er meer kan worden gewerkt met een rollend fonds, moet u zich er ook bewust van zijn dat u voor degenen die een lening aangaan via de normale weg, in concurrentie gaat met de bank.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, dit was een heel positief antwoord in de geest van het regeerakkoord: de heroriëntatierichting, minder vrijblijvendheid en meer actie. We moeten ervoor zorgen dat bijna 100 procent van de scans effectief leidt tot maatregelen op het terrein. De koppeling met de uitvoering is heel belangrijk.

In tegenstelling tot de heer Gryffroy, is het voor ons ook belangrijk dat de begeleiding bij het veranderen van leverancier daarbij is ingebakken. Een actieve consument wint altijd. Op deze manier kunnen we meer actieve consumenten creëren op onze energiemarkt. Ongeveer de helft van de mensen is nog nooit veranderd van energieleverancier. Het is een expliciete opdracht die de Vlaamse overheid zichzelf heeft gesteld om, met de ontwikkeling van de V-TEST op kop, mensen te begeleiden en ondersteunen. Dat kan niet alleen met de V-TEST die op internet is te vinden. Soms moet dat ook gebeuren met een begeleiding op maat door een adviseur zoals een energiesnoeier of iemand van de lokale milieudienst. Het is belangrijk om dat blijvend te integreren in het werk van de mensen die op het terrein de scans doen, en ook voor de uitvoering van de nodige maatregelen gaan zorgen.

Minister Turtelboom heeft het woord. 

Minister Annemie Turtelboom

Voor alle duidelijkheid, voor de energiesnoeiers die nu werken, zullen we een maximale inspanning doen zodat de tewerkstelling gegarandeerd is. De inhoud is een discussie die ik samen minister Homans zal moeten voeren, en die zal moeten passen in de hervorming die ik doe.

Ik ben blij dat ik niet alleen sommige mensen hun dag heb goedgemaakt, maar vooral dat we hier een grote eensgezindheid hebben over het feit dat er meer rendement moet zijn van de scans die nu gebeuren, en dat die tot meer effectiviteit moeten leiden. Dat is de lijn die we moeten volgen.

Ik begrijp de onrust in de sector. Vandaag zijn we 15 oktober. We hebben daar geen maanden voor nodig. Het ideaal is dat we over twee, drie weken weten waar we naartoe gaan, en dan moet het nog in een ontwerp van decreet worden gegoten. We zullen dat zo gauw mogelijk doen. Als je weet waar je naartoe gaat, is het veel gemakkelijker om zo snel mogelijk met een goede lei te starten, want elke maand die je verliest in een niet-hervormd systeem, kun je nadien niet meer inhalen.

Mevrouw Lieten heeft het woord. 

Mevrouw Ingrid Lieten (sp·a)

Minister, ik noteer dat u over enkele weken duidelijkheid hoopt te hebben over hoe u de continuïteit in de overgang van het ene systeem naar het andere kunt garanderen, en ook over hoe u de tewerkstelling kunt garanderen. Ik heb er begrip voor dat u tijd nodig hebt om dat allemaal in elkaar te boksen. Ik hoop dat u ons ook op de hoogte houdt en dat u de mensen op het terrein kunt geruststellen.

Ik wil nog even ingaan op de beleidsconclusies die u eraan vasthangt, namelijk dat er een hogere doelmatigheid moet komen uit die energiescans. Daar ben ik het zeker mee eens, maar ik wil ervoor waarschuwen om het kind niet met het badwater weg te gooien. Als de energiescans gebeuren, zijn we allemaal vragende partij dat er meer uitvoering moet komen: niet alleen de kleine uitvoeringsingrepen, niet alleen de factuur herbekijken en de mensen begeleiden bij het raadplegen van de markt, maar ook investeringen die tot een rendement zouden leiden. We mogen niet vergeten dat de reden waarom we die energiescans hebben ingevoerd, is dat die kwetsbare groepen door andere communicatiekanalen niet worden bereikt. Er is een huisbezoek nodig om hen te helpen bij het kennen van hun rechten en hen te begeleiden naar de dienstverlening die er op de markt aanwezig is. Ik geef een cijfer: van alle dossiers waarover is beslist om over te gaan naar dakisolatie – dat zijn er 389 – zijn er 381 toegeleid door een energiescan. Dat geeft aan dat als die energiescan er niet was geweest, de kwetsbare gezinnen niet op hoogte waren geweest van de mogelijkheden, en ook geen initiatief zouden hebben genomen om zich te informeren en die beslissing te nemen. Het is fantastisch dat we gaan proberen een hoger rendement te halen uit de energiescans, maar gooi alstublieft het kind met het badwater niet weg.

Zorg ervoor dat de begeleiding en de benadering op maat van de kwetsbare gezinnen niet verloren gaat, want dan gaat ons doel helemaal de mist in. Het is heel goed om ervoor te zorgen dat meer gezinnen investeren in energiebesparende maatregelen, maar we mogen de kwetsbare gezinnen niet opnieuw aan hun lot overlaten.

Minister, het is daarom dat ik erop aandring dat uw nieuwe beleid ook een armoedetoets op voorhand bevat. Als die wordt verzekerd, kunnen we gerust zijn.

Mevrouw Claes heeft het woord. 

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Omdat de heer Gryffroy stelt dat we de V-TEST met argusogen moeten bekijken, vraag ik een evaluatie van de V-TEST. In de vorige legislatuur hebben we de V-TEST altijd gepromoot en ik heb er nooit opmerkingen over gehoord, we waren er allemaal enthousiast over. Als eraan geraakt wordt, dan kan dat maar gebeuren na een duidelijke evaluatie en een duidelijke bespreking. Dat hier nu zomaar poneren, daar heb ik het een beetje moeilijk mee. (Opmerkingen van de heer Andries Gryffroy)

Mijnheer Gryffroy, alleen de vraagstellers krijgen nog het woord. Dit debat wordt zeker en vast nog voortgezet. (Opmerkingen van de heer Andries Gryffroy)

De vragen om uitleg zijn afgehandeld. 

van Els Robeyns aan minister Ben Weyts
135 (2014-2015)
van Sabine Vermeulen aan minister Ben Weyts
144 (2014-2015)
van Wouter Vanbesien aan minister Annemie Turtelboom
137 (2014-2015)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.