U bent hier

Commissievergadering

donderdag 2 oktober 2014, 14.05u

Voorzitter
van Willy Segers aan minister Hilde Crevits
37 (2014)
De voorzitter

De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers (N-VA)

Het is een nieuw schooljaar, dus ik breng de capaciteitsproblemen en de eventuele oplossingen daarvoor nog even in kaart.

Volgens het lokaal overlegplatform (LOP) Brussel was er voor 479 kinderen van Nederlandstalige ouders geen plaats in het Brussels Nederlandstalig onderwijs. In totaal zouden 1515 kinderen geen plaats vinden. Het plaatstekort zou nu ook kinderen treffen die een plaats zoeken in het eerste leerjaar. Deze cijfers zijn afkomstig uit de pers van eind augustus.

Het Vlaams regeerakkoord bevat alvast de intentie om te streven naar een voldoende capaciteitsuitbreiding voor het kleuter- en leerplichtonderwijs zodat personen die zich naar de Vlaamse Gemeenschap richten ook effectief een plaats vinden voor hun kind. Ook de vorige Vlaamse Regering heeft altijd inspanningen geleverd inzake capaciteitsuitbreiding in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Langs de kant van de Franse Gemeenschap zijn de inspanningen echter minder duidelijk. Tot op vandaag kunnen zij nog steeds geen duidelijke cijfers op tafel leggen, wat een correcte capaciteitsverdeling enorm bemoeilijkt. Ook de Taskforce Brussel, die alle betrokken partijen rond de tafel moest brengen, bleek tot nu toe een lege doos.

In een antwoord op een schriftelijke vraag aan uw voorganger, Pascal Smet, liet hij me weten dat er een kwalitatief voorstel was ingediend voor de uitgeschreven onderzoeks- en ontwikkelingsopdracht voor de bouw van een capaciteitsmonitor. Het onderzoek werd opgestart op 1 december 2013 en had een voorziene looptijd van vijftien maanden.

Minister, kloppen die cijfers? Zo ja, hoe wilt u dit tekort op korte termijn aanpakken?

Op welke manier wenst u tot betere afspraken te komen met de Franse Gemeenschap? Wilt u de Taskforce Brussel opnieuw leven inblazen? Zijn er al overlegmomenten gepland met de andere betrokken partijen in Brussel?

Wat is de stand van zaken betreffende de capaciteitsmonitor?

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, ik ben om meerdere redenen bezorgd. Ik moet straks een plaats vinden voor mijn dochtertje voor ze een jaar oud is. Ik maak me daar nu al heel veel zorgen over. Ik ben er zeker van dat u in de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) alvast een goede partner zult vinden om samen te werken. Ik kan u alvast verklappen dat minister Vanhengel zeer verheugd was over het onderhoud dat hij met u heeft gehad. Maar ik ben ook benieuwd naar de Taskforce Brussel. Hoe staat het daarmee? Ik weet dat uw voorganger daar een beetje zijn tanden op stukgebeten heeft. Intussen zijn er in Brussel ook al een aantal zaken veranderd. Een aantal personaliteiten hebben de plaats ingenomen van anderen. Ik ben dan ook hoopvol dat er toch een goede samenwerking tot stand kan komen. Ik ben benieuwd naar eventueel nieuws daarover.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Het rapport van het LOP Brussel met betrekking tot het Nederlandstalig basisonderwijs in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is mij bekend. Begin september is het LOP Basisonderwijs Brussel zijn rapport op mijn kabinet komen toelichten. Ik ben mij absoluut bewust van de uitdagingen die het rapport heeft opgesomd. Het gaat om een capaciteitsprobleem inzake schoolinfrastructuur, mijnheer De Meyer, dat niet uniek is voor Brussel alleen, maar dat zich ook in een aantal andere grote steden in Vlaanderen manifesteert.

Die uitdagingen zijn groot. De situatie in Brussel is nog iets complexer omdat zowel de Vlaamse als de Franse Gemeenschap moet investeren, gelet op het feit dat Onderwijs een gemeenschapsbevoegdheid is. Wat de inspanningen tot op heden betreft, meldt het departement Onderwijs mij dat de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Vlaamse Gemeenschap samen de voorbije jaren ongeveer 78 miljoen euro in capaciteitsuitbreiding hebben geïnvesteerd in het Nederlandstalig onderwijs, naast de reguliere investeringsprojecten. Die middelen zijn bestemd voor 37 schoolinfrastructuurprojecten, verspreid over heel het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Het zwaartepunt van die investeringen ligt daar waar de capaciteitsdruk het hoogst is. Het gaat om projecten in Brussel-Stad, de gemeenten Schaarbeek, Anderlecht, Molenbeek, Jette, Laken enzovoort.

Het departement heeft me ook nog meegedeeld dat er sinds 2010 2600 extra plaatsen effectief bijgekomen zijn in het Nederlandstalig basisonderwijs in Brussel. Bij de effectieve uitrol van alle goedgekeurde schoolbouwprojecten zullen meer dan 5400 plaatsen in totaal gerealiseerd worden. We moeten er nu op toezien dat al die goedgekeurde schoolprojecten zo snel mogelijk gerealiseerd geraken.

We moeten nagaan hoe de inspanningen die nodig zijn, kunnen worden verdeeld en hoe we met de beschikbare middelen eventueel meer kunnen doen. Ik heb dat een aantal weken geleden ook al gezegd. Er zijn immers nog wat opportuniteiten inzake bouwvoorschriften en samen bouwen.

Samen met mijn Brusselse collega heb ik bekeken wat er in het verleden goed en minder goed is gelopen. Ik zal daar nu niet verder op ingaan. Ik heb gemerkt dat op de begroting 2014 nog een aantal middelen voor capaciteit zijn opgenomen die echter nog niet zijn toegewezen aan projecten. We zullen die op heel korte termijn toewijzen aan specifieke capaciteitsprojecten inzake scholenbouw zodat die middelen zeker dit jaar nog kunnen worden vastgelegd. Ik was in juli verrast dat die middelen daar nog stonden. Het is belangrijk dat we samen met Brussel proberen zoveel mogelijk in harmonie projecten vast te leggen. Ik heb begrepen dat minister Vanhengel zwaar heeft geïnvesteerd en vrij goed alle evenwichten bewaakt om ervoor te zorgen dat een en ander in harmonie kan gebeuren. Ik reken op een goede samenwerking.

Er is de taskforce capaciteit Nederlandstalig onderwijs Brussel onder leiding van de VGC. Daarnaast is er ook nog een overleg op het niveau van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest onder leiding van de Brusselse minister-president met participatie van beide taalgemeenschappen. Daar komt de capaciteitsproblematiek ook ter sprake. Op dat niveau zouden ook afspraken met de Franse Gemeenschap mogelijk moeten zijn. Onlangs heb ik vastgesteld dat er ook een onderwijsregisseur is aangesteld die onder de bevoegdheid van de Brusselse minister-president valt. Die regisseur moet vooral alle info verzamelen over onderwijsnoden, onder andere inzake schoolinfrastructuur in beide taalgemeenschappen. Wat mij betreft, is dit een complexe materie.

Er zijn nu nog geen specifieke concrete overlegmomenten gepland met die andere actoren, maar het lijkt me raadzaam dat mijn diensten samen met de Vlaamse Gemeenschapscommissie een strategie en ook een overlegkalender opstellen. We zullen daar ook zeker in onze beleidsnota voldoende aandacht voor moeten hebben. Met minister Vanhengel, die ook een aantal voorstellen had over hoe we dit nu gaan aanpakken, heb ik wel al afgesproken om Brussel mee te nemen in het masterplan scholenbouw, als geïntegreerd geheel. We hebben nu een lijst met de noden die er zijn. Dit zit echter ook deels op de lijst voor het vrije onderwijs. Ook die zaken zitten vrij verspreid. Ik zou daar dus graag klare lijnen in trekken, ook in het masterplan scholenbouw.

Er is een onderzoeksopdracht uitgeschreven voor de bouw van een capaciteitsmonitor. Dat is opgestart op 1 december 2013 en zal medio 2015 worden opgeleverd. Daar hangt een stuurgroep rond, die de oplevering van die monitor met een paar maanden heeft uitgesteld omdat het onderzoeksteam gebruik wou maken van de meest recente bevolkingsprognoses van de Studiedienst van de Vlaamse Regering, en die zullen pas vanaf begin 2015 beschikbaar zijn. Ik begrijp dat wel.

Wat is het doel van die monitor? Er zijn de prognoses met betrekking tot het aantal inschrijvingen. In Brussel zijn die niet evident. In Vlaanderen heb je de geboorten, en dan weet je dat, maar in Brussel is dat anders, omdat er een instroom is vanuit de twee taalgroepen, dus het valt veel moeilijker te monitoren waarvoor men zal kiezen. Het doel is om die prognoses qua inschrijvingen af te zetten tegen de aanbodzijde, de beschikbare plaatsen. Zo kan men veel sneller zones met potentiële tekorten detecteren. Midden 2015 zouden we dat dan weten. Nu zou dat perfect kunnen sporen met een masterplan dat je maakt. Het ene kan worden geïntegreerd in het andere.

Wat de vraagzijde betreft, dus de prognoses, is dat onderzoeksproject al ver gevorderd. Wat de aanbodzijde betreft, zijn er nog een aantal vragen die niet opgelost zijn. Men heeft me gemeld dat er op korte termijn ook een expertenwerkgroep zal samenkomen.

De voorzitter

De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers (N-VA)

Minister, ik dank u voor het omstandige antwoord. We hebben toch opnieuw een en ander opgestoken. Zoals ik al zei bij mijn eerste vraag, we verwachten veel van dat overleg met Brussel. Ik denk dat ook hier opnieuw is gebleken dat dit hopelijk eindelijk goed zit, toch op zijn minst wat het overleg tussen de Nederlandstalige ministers betreft. Laten we echter echt hopen dat die taskforce, waarbij ook de Brusselse minister-president een regierol moet spelen, tijdens deze zittingsperiode echt op dreef komt, niet enkel als het gaat over capaciteit en tekorten, maar ook over andere aspecten, zoals spijbelen en noem maar op. Dat zal ongetwijfeld zijn baat hebben voor het onderwijs in Brussel.

Het verheugt me ook dat er zeer binnenkort nog een potje vrij is. Enerzijds is dat wat raar, maar anderzijds is het verheugend. Inderdaad, het kan nog gebeuren, maar goed. In het verleden zijn er inderdaad inspanningen geleverd. U hebt de cijfers gegeven. We moeten daarnaast het onderhoud met de Franse Gemeenschap afwachten. Vandaar de taskforce en het hele verhaal. We kijken daarnaar uit. Mijnheer De Meyer, wat de impact op problemen betreft, dit heeft inderdaad gevolgen voor wat u kleinere steden noemt. Men mag dat zelfs gemeenten noemen. Dan heb ik het zeer concreet over de Vlaamse Rand. Deze kwestie heeft ongetwijfeld gevolgen voor capaciteitstekorten en verplaatsbewegingen richting Vlaamse Rand. De voorbije dagen zijn die nog in het nieuws gekomen, met Sint-Pieters-Leeuw en Vilvoorde. Dit moet ook inderdaad vanuit dat oogpunt worden bekeken. Ter zake zullen we inderdaad een inspanning doen, samen met u, neem ik aan.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw omstandige antwoord. Ik zou nog op één punt willen terugkomen. Het is inderdaad moeilijk om voor Brussel te bepalen welke de noden zullen zijn in de nabije toekomst, als je rekening moet houden met de taalrol en het feit dat het Franstalig onderwijs uiteraard ook voor een capaciteitsuitbreiding moet zorgen. Daarom is die samenwerking met de Franse Gemeenschap en de rol van de regisseur zeer belangrijk. Ik hoop echt dat dit minder moeizaam gaat – en dan druk ik me voorzichtig uit – dan in het verleden. Anderzijds meen ik dat we een norm van 20 procent kunnen nemen, als we zien dat nu eigenlijk 20 procent van de leerlingenpopulatie in het Nederlandstalig onderwijs zit. Waarom zouden we die norm niet aanhouden en dit niet aan 20 procent blijven aanbieden? Er is immers blijkbaar een zeer grote vraag bij de Brusselse ouders naar Nederlandstalig onderwijs. Ondanks het feit dat het moeilijk in te schatten is hoeveel plaatsen men de komende jaren nodig zal hebben, meen ik dat we, om toch een idee te hebben, die 20 procent kunnen hanteren.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

De heer Jo De Ro (Open Vld)

Minister, misschien heb ik het cijfer niet gehoord, maar als u zegt dat er toch nog wel middelen van de begroting 2014 niet zijn uitgegeven, kunt u ons zeggen over hoeveel geld het gaat?

Mijnheer Segers, in onze stad wachten we al sinds maart, met de drie netten. Dan gaat het over onze gemeenschappelijke vraag voor een tweede inspanning in onze stad qua capaciteitsmiddelen. Ik ben nogal geschokt, ten eerste omdat we geen antwoord hebben gekregen, en ten tweede omdat er nu toch middelen voorhanden blijken te zijn. Dat is echt eigenlijk wat lachen met de mensen op het terrein. We hebben hier heel lang, nog tot in de paasvakantie toe, ruzie gemaakt over allerlei dingen met betrekking tot de capaciteit.

Minister, ik verwijt u dat niet.

Minister Hilde Crevits

U kunt me dat ook niet verwijten. Ik heb het ook maar vastgesteld.

De heer Jo De Ro (Open Vld)

Ik zag u fronsen.

Minister Hilde Crevits

Ik vraag me af of er geen vergissing is. Er zijn middelen toegekend voor capaciteit, waaronder ook een bedrag voor Brussel. Dat gebeurt elk jaar. Het gaat om een paar miljoen euro. De vraag is altijd naar welke projecten dat geld gaat en de minister moet trancheren. Op 1 september zat er plots in het radionieuws dat er plaatstekort was voor een aantal kinderen. De logische vraag is dan hoe het met de middelen zit. Ik ging ervan uit dat de toewijzing in de maanden voordien was gebeurd, maar we hebben vastgesteld dat dit met de middelen voor Brussel nog niet was gebeurd. Wellicht was er nog geen consensus over de projecten waaraan ze zouden worden besteed. Daarom was het belangrijk om minister Vanhengel te spreken, en dat is eergisteren gebeurd. Eerstdaags zal ik de beslissing nemen om de middelen vast te klikken op de projecten waar de grootste noden zitten.

Ik kan die middelen niet zomaar toewijzen aan andere provincies. Het zijn middelen voor capaciteit die geoormerkt zijn aan Brussel. Ik kan ze u of de heer De Meyer niet cadeau doen.

Het is moeilijk kiezen als de noden groot zijn. Daarom is het masterplan nodig om prioriteiten te kunnen bepalen. Het was voor mij eergisteren interessant om na te gaan hoe er in Brussel wordt geïnvesteerd.

De heer Jo De Ro (Open Vld)

U zei net dat het voor Brussel moeilijker is dan voor andere gebieden om een prognose te maken. Ik geef u gelijk omdat er twee gemeenschappen zijn. De ervaring van een aantal steden en gemeenten die een snelle bevolkingsgroei gekend hebben de laatste vijf jaar, is dat de prognoses door de Studiedienst van de Vlaamse Regering altijd onderschat zijn.

Minister Hilde Crevits

De mensen zijn enthousiaster in hun gedrag dan de studiedienst voorspelt. (Gelach)

De heer Jo De Ro (Open Vld)

Er wordt met bepaalde dingen geen rekening gehouden. Nataliteit, demografie en migratie zitten erin, maar in Antwerpen bijvoorbeeld in Petroleum Zuid is er een heel grote uitbreiding en ook bij ons in de Kanaalzone. Dat gaat niet over cijfers in de marge, maar over stijgingen die geraamd worden op 200 tot 1000 mensen per jaar. Dat is factor maal vijf. Er ontstaan heel jonge steden. Wij hebben 6 procent meer min-18-jarigen dan het gemiddelde van Vlaanderen. Dat weegt zwaar door. Als je dan nog eens buurgemeente bent van Brussel – zoals de heer Segers in zijn vraag aanhaalt –, dan vinden meer dan 400 Vlamingen geen plaats en meer dan 1500 mensen in totaal. Vanuit de gemeente Dilbeek moet je maar 200 meter rijden om in Vlaanderen te zijn. Voor veel collega’s is dat niet altijd duidelijk, maar voor ons op het terrein wel. Dat is geen verwijt, maar wel een aandachtspunt waar ik u op wil wijzen.

Minister Hilde Crevits

Ik hoop uw verontwaardiging te hebben weggenomen door te stellen dat die middelen niet naar u konden gaan.

De heer Jo De Ro (Open Vld)

De verontwaardiging was gekoppeld aan hoop. Die zijn nu allebei weg.

Minister Hilde Crevits

Hoop is altijd gerechtvaardigd. U zult kunnen meewerken aan het masterplan. Er moeten duidelijke lijnen worden getrokken. Ik zie projecten op de wachtlijst staan die al gerealiseerd zijn. Voor mij is dit iets nieuws waarin ik me kan verdiepen. Dit is een moeilijke oefening omdat de noden bijzonder groot zijn versus de middelen.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik vraag zeker geen cadeau.

Wat u aanhaalt, is niet uw verantwoordelijkheid maar het is schrijnend. Het gaat om dossiers die uitermate dringend zijn, middelen die broodnodig zijn en benut moeten zijn vóór 1 september, maar waarvan de toewijzing nog moet gebeuren op 1 september. Daar moeten we toch eens over nadenken.

Kijk ook eens na wanneer de effectieve toewijzingen gebeuren en de middelen daadwerkelijk worden benut. Dat is ook interessant.

Moet er niet aan het begin van deze legislatuur worden nagedacht of het wel het meest effectieve is om – met heel veel respect voor sommige taskforces – met het huidige instrumentarium van instellingen in noodsituaties snel op te treden? Als u verandering wenst, mag u niet te lang wachten. Ik heb het dan vooral over de capaciteitsproblemen.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik sta ervan versteld dat de middelen nog niet zijn toegewezen. Dat hangt samen met de taskforces die er maar niet uit geraken aan wie de middelen moeten worden toegewezen. Ik vind dat heel pijnlijk.

Minister Hilde Crevits

Ik zal zelf de beslissing nemen.

Hoe moeten we uitleggen aan de burger dat ze er niet uit geraken? De vorige jaren is er geld uit de begroting gewrongen, maar nu rollen een aantal mensen uit de taskforce over de straat en gunnen het elkaar niet. Hoe leg je uit dat dit de reden is waarom kinderen en ouders in paniek moeten leven?

Ten tweede: de vaststelling dat ouders soms 10 kilometer ver moeten rijden, is natuurlijk ook niet onbelangrijk. Er doet zich een probleem voor wanneer ouders hun kind niet naar de school kunnen sturen die zij wensen, zelfs al is er in de buurt nog plaats in een andere school. In het regeerakkoord staat dat het Inschrijvingsdecreet moet worden aangepakt. Ook dit element, dat verschilt van het andere, moet in ogenschouw worden genomen en samen met het andere worden bekeken. Er is nood aan een optimale aanwending van de middelen én een toestand waarbij ouders hun kinderen kunnen sturen naar de school die zij voor ogen hebben.

Minister Hilde Crevits

Ik ben het eens met die opmerking: dat moet in de analyse worden opgenomen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.