U bent hier

Commissievergadering

donderdag 2 oktober 2014, 14.00u

Voorzitter
van Yasmine Kherbache aan minister Ben Weyts
52 (2014-2015)
De voorzitter

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Mevrouw Yasmine Kherbache (sp·a)

Voorzitter, minister, sta me toe te beginnen met een citaat: “De afkeuring van de financiering van Oosterweel door Europa heeft alle tellers op nul gezet.” Dat is geen uitspraak van de oppositie, maar van een prominent lid van de meerderheid. Bart Somers vertolkte afgelopen weekend de mening van velen die met gezond verstand durven te kijken naar het Oosterweeldossier.

We zouden eigenlijk moeten durven in te zien dat heel die Oosterweelconstructie op instorten staat. Alle signalen staan op rood, zowel budgettair, juridisch als maatschappelijk. Dan hardnekkig doorrijden en de Antwerpenaar en alle Vlamingen die rond Antwerpen in de file staan voor onbepaalde tijd blijven gijzelen, is onverantwoord. Daarom mijn vragen.

Het is het uitgelezen moment in het begin van de legislatuur met een zeer gedreven kersvers minister van Mobiliteit om een eerlijke analyse te durven maken en te kijken welke duurzame oplossingen we kunnen uitwerken op korte – ik benadruk op korte – en ook op lange termijn. Op korte termijn kun je al heel wat doen. Herinner u vorige legislatuur de 33 quick wins die toenmalig minister van Mobiliteit Crevits voorstelde om het mobiliteitsprobleem op de ring rond Antwerpen aan te pakken.

Toen hebben we voorgesteld om een 34e quick win ook te realiseren, namelijk het vrachtverkeer verplicht langs de Liefkenshoektunnel te sturen. Daarmee haal je 8000 vrachtwagens per dag van de Antwerpse ring. Dat voorstel wordt trouwens gesteund door het Antwerps Havenbedrijf en Voka. Het is er gekomen op basis van een onderzoek van het Havenbedrijf. Het is een maatregel die je vrij eenvoudig op korte termijn kunt invoeren, en het levert bovendien nog inkomsten op die u de mogelijkheid geven om het personenverkeer tolvrij langs de Liefkenshoektunnel te laten passeren. Het is dus een triple win op korte termijn die een enorme impact zou hebben op de aanpak van het fileleed en op de verkeersveiligheid rond de Antwerpse ring.

Op korte termijn kun je ook prioriteiten aanpassen en voorrang geven aan de aanleg van de A102. Iedereen, meerderheid en oppositie – ik heb het Bart Somers horen zeggen, en ook mevrouw Bastiaens die fractieleidster is in de gemeenteraad van Antwerpen – is het eens om werk te maken van die zogenaamde bretellen, de A102, waardoor je alle doorgaand verkeer dat van de Kempen en van Limburg komt, afhoudt van die Antwerpse ring. Dat heeft in ieder geval een gigantische impact op het fileprobleem en de mobiliteit van de stad op korte termijn.

Wat de lange termijn betreft, is het van essentieel belang om effectief werk te maken van de overkapping van de Antwerpse ring. Ik heb vandaag gelezen dat er opnieuw een onderzoek is geweest naar de overkappingsmogelijkheden. Dat is allemaal goed, maar fundamenteel is dat je die overkapping verankert in alle procedurestappen die je gaat zetten. Anders is dat maar een doekje voor het bloeden.

Ik rond af. Ik heb u drie vragen voorgelegd omdat ik, gezien de commotie van de afgelopen dagen, wilde weten wat de prioriteiten van de Vlaamse Regering zijn. Minister, bent u in eerste orde bereid om ook werk te maken van die 34e quick win die meer impact heeft dan die 33 andere quick wins samen? Bent u bereid in tweede orde om ook prioriteit te maken van de aanleg van de A102, de zogenaamde bretel, om het doorgaand verkeer af te houden van de Antwerpse ring? Ik heb de indruk dat iedereen enorm gelooft in de overkapping van de Antwerpse ring. Wilt u daar effectief werk van maken? Dat project heeft een breed draagvlak, dat meer perspectief geeft qua financierbaarheid. Wilt u daar werk van maken en meer doen dan alleen maar onderzoeken bestellen?

De voorzitter

De heer Vanbesien heeft het woord.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

Ik heb een bijkomende vraag als het gaat over de prioriteiten van de Vlaamse Regering. Het bestuursakkoord bepaalt dat er een studie zal komen over de overkapping van de ring.

Minister, indien u al duidelijkheid hebt over de timing van die studie, wie zal die studie dan uitvoeren en wat zijn de voorwaarden van die studie? Want als zou blijken in het bestuderen van de overkappingsmogelijkheden van de ring dat het eigenlijk tot een botsing komt tussen tracékeuze en overkappingsmogelijkheid, dan kan dit implicaties hebben voor de tracékeuze. Wordt de overkappingsstudie die voorgesteld is en waar de regering een beslissing over heeft genomen, begrensd door alle beslissingen die al genomen zijn – dan zijn de grenzen heel strak –, of wordt er toch aan onafhankelijke onderzoekers een zekere vrijheid gegeven om echt de verschillende mogelijkheden naast elkaar te leggen?

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

De heer Dirk de Kort (CD&V)

Minister, ik zou van de gelegenheid gebruik willen maken om een oproep te doen om in de nabije toekomst het debat in verband met de Oosterweelverbinding te verbreden. Ik doe het bewust hier en niet tijdens de regeling van de werkzaamheden. Aanvankelijk ging het puur en alleen over de Oosterweelverbinding zelf. We hebben toen gedacht dat het goed was dat we het verbreed hebben – de gedachtewisseling – tot alle mogelijke infrastructuurprojecten die daaraan gekoppeld waren. De voorbije periode hebben we dan zowel toelichting gekregen over de stand van zaken in verband met het Albertkanaal als over het openbaar vervoer. Uiteindelijk bleef dat nog altijd beperkt tot infrastructuur.

Het is goed om het debat nu te verbreden tot leefbaarheid, tot leefmilieu, tot financiën. Het is goed om niet alleen met u, minister van Openbare Werken, maar ook met de andere bevoegde ministers meer van gedachten te wisselen omdat de Oosterweelverbinding, het Masterplan van Antwerpen, niet alleen een puur infrastructuurproject is, maar het is ook een belangrijke uitdaging op ecologisch vlak voor Antwerpen en de hele regio.

Hetzelfde geldt voor de financiering. De gedachten van vandaag beperken gewoonlijk onze inzichten voor morgen. En ik denk dat we ook op dat vlak van gedachten moeten durven te wisselen en moeten durven na te denken hoe we in de toekomst grote infrastructuurprojecten zullen financieren. Ik vind het dus wenselijk om van gedachten te wisselen over wat we gaan doen met de kilometerheffing, over de financiering van grote infrastructuurwerken.

Ik hoef vandaag geen antwoord te krijgen op mijn vragen, want ik begrijp dat over mijn vragen en suggesties ook eerst van gedachten moet worden gewisseld binnen de Vlaamse Regering.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Voorzitter, eerst en vooral valt me bij de oppositie stilaan een stramien op. Toen we bezig waren over de plannen met de Lange Wapper, werden plots de plannen van Arup/Sum op groot gejuich onthaald. In de periode van het referendum, was er plots Meccano. Dan was er Oosterweel-Noord, nu is het Ringland.

Ik zou een oproep willen doen aan de oppositie om eerlijk te zijn. Het zal altijd iets zijn. Het zal nooit 100 procent goed zijn. Er zal door een meerderheid nooit een oplossing naar voren kunnen worden gebracht die aanvaardbaar is. Ik vind dat een verpletterende verantwoordelijkheid. Op die manier speelt men wel met de economische groeimogelijkheden en de economische hoedanigheid van een hele regio, niet alleen van Antwerpen, maar ook van de hele Vlaamse regio. Ik vind dat een verpletterende verantwoordelijkheid.

Deze Vlaamse Regering wil wel een oplossing. Die oplossing zal de naam Oosterweel dragen. Dat wil niet zeggen – en ik zeg dat heel nadrukkelijk – dat we die plannen niet constant aanpassen om de leefbaarheid te verbeteren. Er is vandaag een artikel verschenen – ik geloof in de Gazet van Antwerpen – waarin men heel duidelijk verwijst naar de studie, mijnheer Vanbesien, die al is verricht. (Opmerkingen van de heer Wouter Vanbesien)

Het is gewoon een toelichting, vriendschappelijk bedoeld, maar het is ook voor iedereen hier nuttig om te weten dat er al een studie is gemaakt over de overkapbaarheid – de minister zal zo meteen meer uitleg geven –, wat bewijst dat deze meerderheid ermee bezig is. Het is ook enorm belangrijk – en ik wil dat nogmaals benadrukken – voor de meerderheid in Antwerpen om op die manier een draagvlak te creëren en te werken aan de leefbaarheid die gepaard moet gaan met het Oosterweeltracé. Als men niets doet, is het een doodsteek. Deze regering en de meerderheid in Antwerpen doet er alles aan om de belangen te verzoenen.

Ik heb nog twee vragen voor de minister en ook voor de voorzitter van deze commissie. Eerst en vooral zou ik graag weten of de overkapbaarheid is bestudeerd en of u al weet of er stukken zijn waar het wel kan, waar men wel inspanningen doet of waar men eerst een stuk zou kunnen overkappen. Ik hoef niet onmiddellijk een antwoord te hebben, maar het lijkt me wel belangrijk om die signalen te geven als er al meer over geweten is. Het is wel heel belangrijk dat de overkapbaarheid kan en dat erin voorzien is door BAM.

Het lijkt me aangewezen – en ik sluit aan bij de vraag van de heer de Kort om het debat breder te voeren – om terug aan te sluiten bij de goede gewoonte om voortgangrapportages te organiseren in de commissie. Op die manier krijgen we de kans om met de bevoegde minister, andere ministers, mensen van BAM en Noriant enzovoort, het hele dossier te bespreken. Het lijkt me nuttig om de vragen daarover te koppelen en op vaste tijdstippen rapportering te krijgen in deze commissie.

Minister, misschien kunt u ook eens een stand van zaken geven van quick wins. Het hoeft niet vandaag, maar het lijkt me nuttig om te weten welke maatregelen haalbaar zijn en op welke manier er al aan de mobiliteit kan worden gewerkt, in afwachting van de grote werkzaamheden die op ons afkomen.

De voorzitter

De heer Tommelein heeft het woord.

Collega’s, het Oosterweeldossier is een zeer gevoelig en belangrijk dossier. Ik wil het ook verbreden, mijnheer de Kort. Ik stel vast dat heel veel mensen de perceptie hebben dat dit veel te veel een Antwerps dossier is. Het dossier is van belang voor heel Vlaanderen en zelfs voor mensen die buiten Vlaanderen wonen. Met andere woorden, de oplossing van het mobiliteitsvraagstuk en de mobiliteitsproblemen in en rond Antwerpen zijn voor heel Vlaanderen, voor onze economie, een prioriteit. Daarom wil onze fractie absoluut niet dat dit een ‘stilstanddossier’ wordt zoals dat de voorbije jaren was.

Wij zijn daarin heel duidelijk. We hebben een regeerakkoord gemaakt en willen dat respecteren. Tegelijkertijd vragen wij – we hebben dit al twee keer gedaan, ook tijdens de regeringsverklaring – om inspanningen te leveren om een zo breed mogelijk draagvlak voor het project te creëren bij de bevolking. In tegenstelling tot anderen, willen wij absoluut niet meer terechtkomen in een situatie van procedureslagen die dit project langs alle kanten vertragen.

Er is heel duidelijk gezegd dat er bijsturingen kunnen zijn en dat er voortschrijdend inzicht in de loop van de uitvoering van het project kan zijn. Ik ben heel blij dat te horen, mevrouw De Ridder. Zover zijn we natuurlijk nog niet, want eerst en vooral moet de financiering worden bekeken. Welk project er ook zal zijn, er zal altijd een budgettair luik zijn en de financiering zal in de begroting moeten worden meegenomen.

Ik heb vastgesteld dat een belangrijke Antwerpse commentator van een belangrijke Antwerpse krant in een artikel heeft geschreven dat er op televisie een debat over Oosterweel plaatsvond waar geen enkele Antwerpenaar aan deelnam. Ik ontken niet dat het dossier belangrijk is voor Antwerpen en dat de Antwerpse inwoners daar uiteraard nog veel nauwer bij betrokken zijn dan de rest van Vlaanderen. Ik wil echter echt een pleidooi houden om er rekening mee te houden dat dit geen puur Antwerps dossier is.

Wij vragen uiteraard ook een studie wat de overkapping betreft. Dat staat in het regeerakkoord en wij willen daarop toezien. We vragen ook dat dat met de nodige ernst en sereniteit gebeurt.

Uiteraard zijn die snelle maatregelen belangrijk. In afwachting van de uitvoering van het grote project moeten er snelle maatregelen worden genomen. Wij zijn van mening dat daar al veel te lang mee is gewacht en dat een aantal maatregelen in het verleden veel sneller hadden kunnen worden genomen. Met andere woorden, minister, wij vragen met aandrang dat waar er al een aantal dingen kunnen gebeuren in afwachting van het grote project, daar met de nodige prioriteit werk van wordt gemaakt.

Concreet wil ik namens mijn fractie duidelijk zeggen: het regeerakkoord wordt gerespecteerd; wij vragen een dringende oplossing voor het mobiliteitsprobleem in Antwerpen, wat heel Vlaanderen wil; wij vragen ten slotte ook dat er een zeer breed draagvlak gezocht wordt voor de uitvoering van het project. Je kunt plannen hebben en de bedoeling om ze uit te voeren, maar je moet ze dan ook wel degelijk uitvoeren. We hebben al veel te lang stilgestaan. Dit project had al veel verder moeten staan.

De voorzitter

Mevrouw Van dermeersch heeft het woord.

Zoals mevrouw Kherbache heb ook ik de wenkbrauwen gefronst toen ik dit weekend uitspraken las van Open Vld, een regeringspartij in de Vlaamse Regering, minister. Ik had een interpellatie opgesteld, maar aangezien ik nieuw ben in dit parlement en de termijnen mij nog niet zo duidelijk zijn, zou die interpellatie pas volgende week aan bod komen. Daarom wens ik het woord te voeren bij deze vraag om uitleg. Ik heb dit weekend de wenkbrauwen gefronst, maar ook deze ochtend. We wisten dat er een studie op komst was. Eind augustus heb ik in De Tijd kunnen lezen dat er een studie was aangevraagd door BAM. In de Gazet van Antwerpen heb ik gelezen dat die studie er nu blijkbaar is.

Minister, bent u ervan op de hoogte dat die studie er is? Of hebt u dat ook gelezen in de krant? Ik hoop dat u niet op die manier op de hoogte bent gesteld, maar dat u de studie hebt gekregen van het Nederlands bureau in opdracht van BAM. Kunnen wij dan ook de gedetailleerde resultaten kennen, zonder ze uit de kranten te moeten vernemen?

De manier van werken lijkt mij zeer bizar, vandaar dat er toch een aantal pertinente vragen moeten worden gesteld. Want uit die studie zou dus blijken dat de overkapping van de Antwerpse ring mogelijk moet zijn. Ik stel mij daar op zich al vragen bij. Men heeft over de overkapping alleen maar bestudeerd wat voorlag. In 2011 is er al gevraagd om het Meccanotracé te bestuderen, ook in combinatie met die overkapping. Dat is dus al enige tijd geleden gevraagd. Dat is toen genegeerd. Uiteindelijk is men nu, na het plan-MER-onderzoek, afgekomen met die overkapping. Het is heel duidelijk: als die overkapping er al zou komen en men die wil bestuderen, moet die ook in combinatie met het Meccanotracé worden onderzocht.

Minister, wat zal hieromtrent gebeuren? Het is duidelijk dat het plan-MER Oosterweelverbinding procedureel ook een vereist document is voor het ontwerp-GRUP Oosterweelverbinding. Dat is natuurlijk onvolledig als men niet alle mogelijkheden heeft bestudeerd, dus ook alle mogelijkheden met overkapping. De studie van het Nederlands bureau, dat nu blijkbaar werd opgeleverd aan het BAM-tracé, interesseert mij dus erg. Wij hebben daar maar een aantal kleine details van kunnen lezen in de Gazet van Antwerpen. Er moet daar dus dringend iets gebeuren.

Minister, wat is de stand van zaken in het onderzoek van die mogelijke overkapping, van de verschillende mogelijkheden die er zijn bij die oostelijke ring in combinatie met de verschillende Scheldekruisingen?

Verder wil ik u ten slotte nog vragen hoe het zit met die publiek-private samenwerking (pps). Er wordt veel gesproken over die pps, onder andere ook door Europa. Ik heb er niets over gehoord in de Septemberverklaring. Ik hoop dat het niet zo is dat de overheid pas op het moment dat ze effectief uitgaven doet voor de bouw, zal zeggen dat er zich een probleem stelt in verband met de uitgaven. Ik hoop dat de problemen eerder worden opgelost. We weten allemaal dat de Oosterweelverbinding er moet komen. We staan al veel te lang stil rond Antwerpen, met alle gevolgen van dien, zoals de heer Tommelein ook zei. De gevolgen zijn niet alleen voelbaar voor heel Vlaanderen, maar ook voor Europa.

Het probleem rijst nu ook met betrekking tot die pps. In 2012 was er de wijziging van het BAM-decreet. Toen al werd – ere wie ere toekomt – door Groen-collega Dirk Peeters maar ook door mijn voormalige collega Jan Penris gewaarschuwd dat er een probleem zou zijn. Die wijziging van het BAM-decreet ging over concessies en tolgelden, maar ook over borgstellingen. Toen al werd duidelijk gesteld dat dat mogelijk staatssteun zou zijn en dat er dus problemen zouden opduiken. De problemen met Europa en de pps zijn dus al lang gekend. Ik zou nu dus graag vernemen hoe het met de pps staat en welke oplossingen er zullen worden aangereikt. Welk traject naar oplossingen zult u volgen in verband met die pps-constructies?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Mijn eerste vragen over Oosterweel. Bedankt! (Opmerkingen)

Ik ben ook maar een eenvoudige jongen uit Beersel, uit de Vlaamse Rand. Mensen met gezond verstand van buiten Antwerpen – die combinatie is mogelijk – zeiden mij: “Oosterweel, dat belangt u toch niet aan?” Wel, ik ondersteun het pleidooi van verschillende collega’s: dit belangt mij natuurlijk wel aan, dit belangt de hele Vlaamse economie aan en zelfs, als je de experten kunt geloven, de West-Europese economie. Dit gaat over economie en dit gaat over leefbaarheid. Daarom hebben wij een luisterend oor gehad voor de vragen naar en de pleidooien voor een verhoging van de leefbaarheid en milderende maatregelen, ook als het gaat over overkapping.

BAM heeft, zoals wij vandaag in een krant hebben mogen lezen, inderdaad de opdracht gegeven aan studiebureau ROTS om te onderzoeken of het oorspronkelijke ontwerp inzake Oosterweel, het BAM-tracé van de ring, zodanig kan worden aangepast dat een overkapping later mogelijk is. Dat was het voorwerp van de studie. Het resultaat daarvan was: ja, het kan. Ik voeg eraan toe: ja, het zál zo worden ontworpen dat de overkapping later mogelijk is.

Het gaat over het gedeelte van de R1 van het BAM-tracé. Als men de meerkost berekent van de aanpassing die moet worden doorgevoerd, komt men, op basis van een quick scan, tot een bedrag van 29 miljoen euro. BAM maakt zich sterk dat zij door efficiëntieaanpassingen en efficiëntiewinsten dit ook op het eigen budget kan nemen. Dit is ook belangrijk.

Welke aanpassingen moeten er gebeuren? Het gaat om technische zaken. Het traject ligt in een soort van gleuf en in wezen gaat het om het versterken van de wanden. Ze moeten stevig genoeg zijn, opdat ze ook een dragende functie kunnen uitoefenen. Dat is heel eenvoudig uitgelegd. Het gaat ook om het toevoegen van een rijstrook richting noord, de oprit van het Schijnvalleipark en de ondertunnelde kruising met het Albertkanaal. Ik zou u desgevallend de tunneltechnische details kunnen geven.

De vraag was: “Wilt u werk maken van de overkapping?” Het antwoord is: ja. Wij zullen het zo ontwerpen dat die mogelijkheid bestaat. De volgende stap wordt een verdere studie, zoals ook in het regeerakkoord staat vermeld. Dat is een ambitie, een engagement dat wij zullen nakomen. Maar deze eerste stap zetten wij al.

Ook zeer belangrijk in functie van de leefbaarheid en de milderende maatregelen is het volgende. De vraag was: “Kan de tunnel die wordt gepland onder het Albertkanaal worden verlengd?” Ik heb begrepen dat er een heftige discussie was over de leefbaarheid in de Damwijk in Merksem. De tunnelmond zou er komen op 60 meter van de woonwijk. Ook daar kan ik u, op basis van de geleverde studie, zeggen dat we ervoor kunnen zorgen dat de tunnel met 200 meter wordt verlengd. Dat is een concrete maatregel in functie van de leefbaarheid van de bevolking. Dat is zeer ingrijpend. Het was een van de belangrijkste kritieken. Dit zorgt er ook voor dat er bovenop een grote ruimte ontstaat, waaraan misschien andere bestemmingen kunnen worden gegeven. Die tunnelverlenging zou ongeveer 30 miljoen euro kosten. Daar moeten we nog een slag om de arm houden. We onderzoeken verder de mogelijkheden en de specifieke financiële impact. De eerste raming levert een meerkost op van 30 miljoen euro. Ook daar zeg ik u dat wij principieel akkoord zijn gegaan om die maatregel te nemen. Wij zijn het dus eens met zowel een aanpassing van het tracé in functie van een eventuele overkapping als met een verlenging van de tunnel, zodat een hele woonwijk kan rekenen op meer leefbaarheid: niet alleen met minder hinder, maar ook met een verbetering van de leefbaarheid omdat er boven de tunnel meer ruimte zal ontstaan.

Deze maatregelen komen, voor alle duidelijkheid, bovenop de aanpassingen van het Oosterweeltracé die al werden doorgevoerd, zoals de dubbele ondertunnelde oplossing voor de derde Scheldekruising in het noorden van Antwerpen, het insleuven van het viaduct van Merksem, de ondertunneling van de kruising met het Albertkanaal en de overkapping aan de Schijnpoort vlakbij het Sportpaleis, waardoor er een stedelijk plein ontstaat met meerdere mogelijkheden.

Ik kreeg ook de vraag naar de quick wins. Ook daar hebben we echt niet stilgezeten, men is bezig, men gaat vooruit. Concreet: er waren 33 quick wins, daarvan zijn er 4 uitgevoerd en voor 7 loopt de aanbestedingsprocedure en kan de uitvoering dit jaar of ten laatste in het voorjaar van 2015 starten. Voor 4 quick wins lopen de studies, 6 quick wins zijn voorlopig on hold gezet en de overige 12 quick wins worden vanaf 2015 aangepakt.

Ik wil u een korte bloemlezing geven: waar gaat het concreet over? Het gaat niet enkel over de belijning. Er zat wel zoiets tussen de 33 maatregelen, maar ze zijn gelukkig wat ruimer.

Zo bijvoorbeeld telt de A12 tussen Leugenberg en Ekeren maar tweemaal twee rijstroken, maar veel wevend verkeer. De pechstrook zal er als rijstrook worden ingericht. Het project is klaar voor aanbesteding.

Zo is de weefzone R1/A12 in Ekeren een absolute flessenhals. De rijstroken op de A12 zullen worden verlengd waardoor de flessenhals verdwijnt. Dit zit in de studiefase.

Op de E313 richting Antwerpen is het de oprit te Wommelgem die voor problemen zorgt omdat de weefzone veel te kort is. Dat project is klaar voor aanbesteding, de oprit wordt verlengd.

Er is de spaghettiknoop die belangrijk is in functie van de bereikbaarheid van het centrum van Antwerpen. De toegang van de Leien via de Bolivartunnel wordt ook toegankelijk voor het verkeer op de R1 uit het zuiden en uit het oosten. Dit project is klaar voor aanbesteding.

De spitsstrook op de E19 naar Brecht werd uitgevoerd.

Om de doorstroming op de E34 Waaslandhaven en R2 te optimaliseren en het fileleed en de risico’s te verminderen, zal de uitvoegstrook van Zelzate naar de R2 worden verlengd met 100 meter. Dit project is klaar voor uitvoering.

Zo zijn er nog verschillende zaken. Er is ook de aanleg van een fietspad langsheen de E34 in Deurne met de ongelijkvloerse kruising met de Ruggeveldlaan. Dit project bevindt zich in de studiefase.

En zo kan ik nog even doorgaan. Het spreekt voor zich dat we waar mogelijk en betaalbaar minderhindermaatregelen willen treffen. We zoeken ook het grootste hefboomeffect waar de grootste efficiëntie ontstaat.

Een verplichte omleiding, zoals u hebt gesuggereerd, via de trajectcontrole van het vrachtverkeer naar de Liefkenshoektunnel maakt geen deel uit van de 33 quick wins. U noemt het de 34e. Ik heb de suggestie laten bekijken. De vraag wordt ook ondersteund door het Havenbedrijf van Antwerpen. Ik heb dit laten onderzoeken door het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) en BAM.

BAM heeft daarbij het volgende bezwaar geformuleerd: “Het vrachtverkeer verplicht rondsturen langs de Liefkenshoektunnel om de Kennedytunnel en de zuidelijke R1 te ontlasten, komt neer op een partieel vrachtverbod”. We zeggen immers gewoonweg dat de vrachtwagens niet meer langs daar mogen rijden. Ik vervolg: “Vermits alle beschouwde wegsegmenten deel uitmaken van het Europese TEN-T-project, is een dergelijke discriminatie niet mogelijk. Het instellen van een verplichte rijrichting langs de Liefkenshoektunnel voor buitenlands vrachtvervoer lijkt in strijd met de Europese gelijkheidsprincipes voor het gebruik van Europese hoofdwegennet, zijnde de TEN-infrastructuur.”

Wat betreft uw vraag over de aanleg van de A102: men is volop bezig met de opmaak van de plan-MER. De afronding wordt verwacht in 2015. De realisatie hangt natuurlijk ook af van de het verloop van de opmaak van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP).

Er waren ook andere vragen. Blijkbaar veroorzaken enkele vragen over Oosterweel een groot aanzuigeffect waardoor er tal van bemerkingen, suggesties en vragen allerhande volgen. Ik heb begrepen dat de voorzitter u ter zake zal informeren over de voortgangsrapportage.

De voorzitter

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Mevrouw Yasmine Kherbache (sp·a)

Voorzitter, minister, wat de overkapping van de ring betreft, verwijst u naar de studie en zegt u dat uit de quickscan blijkt dat er een meerkost zal zijn van 29 miljoen euro hier en 30 miljoen euro daar. U gaat natuurlijk voorbij aan de kern van het probleem: het bedrag van minstens 3,25 miljard euro. Ik heb gisteren gehoord dat men op een nogal lichtzinnige manier aangeeft dat als het niet mag van Europa, het bedrag wel opgenomen wordt in de begroting. Dat betekent dat een factuur wordt gestuurd naar alle Vlamingen met een grootteorde maal 3 van de besparingen die u nu gaat doen voor 2015.

Gezond verstand, maar ook enige ernst in het debat zijn dus aangewezen. U noemt de budgettaire meerkost peanuts, maar we zullen de discussie over de financierbaarheid natuurlijk moeten voeren. Het is daarom dat we spreken over de overkapping van de ring. We doen dat niet alleen wegens het maatschappelijke draagvlak, maar omdat er op die manier een modern project is met perspectief, ook op het vlak van de financiering vanuit de privésector.

U zegt: “yes, we can” en “we gaan ervoor”. Ik hoorde u ook zeggen dat u de overkapping mogelijk zou maken. Ik heb echt wel benadrukt dat het belangrijk is dat in de volgende procedurele stappen, welke dat ook zijn, de overkapping van de ring wordt meegenomen, zo niet geeft u die garantie niet. Ik zou er toch voor willen pleiten om in dit dossier elkaar zo veel mogelijk recht in de ogen te kijken. Als er op een aantal vlakken beloftes worden gedaan die echt wel heel belangrijk zijn, niet alleen voor de stad, maar voor heel Vlaanderen, dan moeten die ook hard worden gemaakt.

Ik wil ook nog even op de quick wins ingaan. Tijdens de vorige legislatuur heeft mevrouw De Ridder de 33 quick wins als “too little, too late” omschreven. Als ik me niet vergis, heeft de heer Vanbesien het “verfpotmaatregelen” genoemd. Die quick wins volstaan niet om het fileprobleem op korte termijn aan te pakken.

Het argument dat BAM aanhaalt, is niet overtuigend. Op andere grote ringwegen in Europa wordt een dergelijke trajectcontrole wel doorgevoerd. Indien toch met de Europese Commissie wordt gepraat, zou ik met aandrang willen vragen dit mogelijk te maken. Wat de aanpak van het fileleed en de verkeersveiligheid betreft, zou dit immers een meerwaarde opleveren.

Tot slot heb ik geen duidelijk antwoord gekregen op mijn vraag over de prioritering. Het klopt dat de procedure met betrekking tot de A102 lopende is. Ik pleit ervoor al het mogelijke te doen om aan de aanleg van de A102 voorrang te geven. We weten dat het geld niet voor het rapen ligt en dat we sowieso met budgettaire problemen zitten. We moeten prioriteit geven aan robuuste infrastructuurwerken die effectief een meerwaarde betekenen. Er mag op juridisch vlak geen zwaard van Damocles boven ons hoofd hangen.

De voorzitter

De heer Vanbesien heeft het woord.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

Ik wil eerst even op de woorden van de heer Tommelein en minister Weyts reageren. Ik vind ook niet dat dit enkel een Antwerps dossier is. Ik weet niet of ik namens alle Antwerpenaren spreek, maar ik spreek wel namens mijn fractie. Van ons mag iedereen mee discussiëren.

Minister, u hebt net verwezen naar een studie die BAM aan het Nederlands consortium Rots heeft uitbesteed. Kan de commissie die studie ook krijgen? Ik begrijp dat u hier niet alle details naar voren kunt brengen. We zouden de studie dan zelf eens in alle rust kunnen bekijken.

Volgens u luidt de conclusie dat het tracé van BAM kan worden overkapt en dat dit ook zal gebeuren. De enige informatie waarover ik beschik, is het krantenartikel. Daarin staat niet dat het tracé overkapbaar is, maar dat het gedeelte van het tracé tussen Merksem en de E314 overkapbaar is.

Dat is nu net het probleem met het BAM-tracé. Dit tracé vergt verschillende verkeerswisselaars die sowieso niet kunnen worden overkapt. Indien we op overkappingen zouden overschakelen, zou het om kleine stukjes en beetjes gaan. Dit valt onmogelijk te combineren met het idee dat Ringland naar voren heeft gebracht. Ringland omvat een mobiliteitsconcept met betrekking tot de scheiding van doorgaand en plaatselijk verkeer.

Ik ben blij te horen dat de besteding van 29 miljoen euro budgetneutraal zou zijn. Dit zou immers door efficiëntiewinsten worden gecompenseerd. Zoiets maakt het natuurlijk niet budgetneutraal. Indien we dit niet zouden doen, zouden die efficiëntiewinsten voor iets anders kunnen worden gebruikt. De kostprijs is en blijft 29 miljoen euro.

Voor ik weer verwijten krijg, wil ik even iets verduidelijken. Ik ben blij dat wordt gezocht naar manieren om te overkappen en dat de financiële implicaties mee in rekening worden gebracht. Zolang de Vlaamse Regering aan het enge carcan van het BAM-tracé vasthoudt, zullen we steeds blijven botsen op kleine stukjes en beetjes die steeds weer wat meer moeten kosten. Ik roep de Vlaamse Regering op de banden met Noriant echt te doorbreken en deze discussie eindelijk eens op een open wijze te benaderen.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik zou ook voor een zeker realisme willen pleiten. Ik roep iedereen op realistisch te blijven. Uit al het studiewerk van de afgelopen vijftien jaar blijkt dat de derde Scheldekruising, de vierde als we de ‘Konijnenpijp’ meetellen en de vijfde als we de brug in Temse meetellen, prioritair is.

Op dat vlak verschillen de heer Vanbesien en ik van mening. Wij vinden de derde Scheldekruising prioritair en wij willen daar prioritair werk van maken. Ringland doet dat niet. Ringland draait de zaken helemaal om.

Dat betekent niet dat we vinden dat die voorstellen geen waardevolle elementen bevatten of dat burgerbewegingen geen goede ideeën en suggesties inzake de leefbaarheid kunnen aanbrengen. Dat is exact de reden waarom we BAM hebben verzocht na te gaan op welke wijze het tracé overkapbaar is. Sommigen beweren dat dat niet is onderzocht, maar BAM heeft dat wel degelijk bekeken.

Ik ben blij dat u in uw antwoord al een concreet voorbeeld hebt gegeven. Op die plaats gebeurt het wel degelijk. Daar wordt 30 miljoen euro voor vrijgemaakt. Dat zal de leefbaarheid van die wijk enorm verbeteren. Het gaat dan niet om 60 meter, maar om een verlenging met 200 meter. De overkapping zal daar een feit zijn. Dat is schitterend. Ik juich dat toe.

Mijnheer Vanbesien, indien u het ontwerp van plan-MER opnieuw zou opduikelen, zou u merken dat de kaartjes met betrekking tot de overkapbaarheid in het ontwerp perfect naast elkaar worden gelegd. Die kaartjes staan niet in het uiteindelijke plan-MER. In een plan-MER moeten immers de verschilpunten worden aangeduid. In het ontwerp van plan-MER staat dat de overkapbaarheid van de tracés van stRaten-generaal, Meccano, de Oosterweelverbinding en Oosterweel-Noord theoretisch identiek is.

Ik zou u willen vragen op te houden met verhaaltjes over de oplossing die Ringland voor de mobiliteitscrisis zou betekenen. Ringland zou een einde kunnen maken aan het mobiliteitsinfarct en aan alle files in Antwerpen. Dat klopt niet. De plannen van de Vlaamse Regering, met een gecorrigeerde Oosterweelverbinding, bieden wel een oplossing.

Ik sluit mijn pleidooi af met een oproep aan iedereen om de economische realiteit te onderkennen.

Ik hoor suggesties over de A102 en dat men dat naar voren moet trekken. Waarvan akte, mevrouw Kherbache. Daar loopt een MER-procedure over, men kan dat niet naar voren trekken. Het belangrijkste is dat die files worden opgelost, dat men dat doet op een gecombineerde manier, waarbij men gaat voor Oosterweel, maar waarbij men telkens op de weg naar realisatie, bijsturingen doet om de leefbaarheid te verhogen. Ik juich toe dat het onderzoek is gebeurd en dat de overkapbaarheid van het traject mogelijk blijkt op die locatie, dat men daar heel duidelijk werk van maakt en een begin van realisatie maakt met die verbetering van de leefbaarheid in de plannen voor het Damplein voor die buurt.

De voorzitter

Mevrouw Van dermeersch heeft het woord.

Minister, u voelt dat in Antwerpen die Oosterweelverbinding leeft. Eigenlijk heb ik een beetje met u te doen als ik hoor wat wij als Antwerpenaren hier allemaal te berde brengen. Het is een heel groot probleem waarin u natuurlijk procedures moet volgen. Daarom wil ik erop aandringen dat u zeker werk blijft maken van de quick wins. Ik vrees echter dat de quick wins die nu voorliggen en die u zult uitvoeren in 2015, zelfs niet zullen volstaan. Ik ben er dan ook voorstander van om buitenlandse vrachtwagens, en waarom niet alle vrachtwagens, door de Liefkenshoektunnel te laten rijden en om te proberen iets te doen aan de tolheffing die problematisch is, zodat er toch al kan worden rondgereden in Antwerpen, want de situatie is momenteel zeer precair.

Dan blijven er natuurlijk de procedures om de Oosterweelverbinding ooit eens tot stand te brengen. Het voorwerp van de studie die er gebeurd is op vraag van BAM door dat Nederlandse studiebureau, is te beperkt. Ik blijf daarop hameren. De overkapping van de alternatieven zou ook moeten worden bestudeerd. Zolang dat niet gebeurt, blijft u zitten met een gebrekkig plan-MER voor de Oosterweelverbinding met gevolgen voor het GRUP. Ik denk dat daar een zeer groot probleem zit voor de toekomst. U moet daar toch op blijven letten.

Wat betreft de pps, begrijp ik dat u daar met geen woord over gerept hebt op dit moment. Misschien werkt u zich nog in het dossier in. Ik zal daar in ieder geval vragen over blijven stellen, want ik denk dat de pps-constructie en de reactie van Europa erop zeer grote problemen met zich mee kunnen brengen. Men moet natuurlijk geld hebben om die Oosterweelverbinding aan te leggen en de financiën zijn momenteel niet op orde, minister. Ik blijf erop hameren dat u ervoor moet zorgen dat het probleem dat zich aandient, nu al opgelost geraakt en niet naar de toekomst wordt verschoven, wanneer de eerste centen zullen moeten worden uitgegeven voor de bouw.

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

De heer Dirk de Kort (CD&V)

Minister, ik dank u voor het antwoord. Ik vind dat u zelf een wat te bescheiden rol aannam, toen u zei “ik ben maar iemand van...”. In het antwoord dat u hier vandaag naar voren hebt gebracht, hebt u toch duidelijk een positief signaal gegeven voor Antwerpen en omgeving en voor heel Vlaanderen. Vandaag staat het verkeer regelmatig vast, vanmorgen was het weer het geval.

Het is goed dat er effectief vanuit de Vlaamse Regering en verschillende administraties werk wordt gemaakt van de verschillende quick wins. U hebt er een paar opgesomd. Op die manier zal men ervoor zorgen dat de bestaande flessenhalzen zullen worden opgelost in de toekomst en op die manier voor heel wat chauffeurs het fileleed zal verminderen, alsook de economische schade die dat met zich meebrengt.

Collega’s, ik denk dat het ook voor ons een verantwoordelijkheid is om opnieuw het rapport van de OESO op te nemen en te bekijken, waarover er in deze commissie vroeger al eens een toelichting is gegeven. We moeten ook kijken naar wat er vandaag kenbaar is gemaakt, namelijk dat we in dit landje op het gebied van mobiliteit zowat alles subsidiëren. Als we effectief iets willen doen in de toekomst, zullen we daar de prioriteit der prioriteiten van moeten maken. We zullen eerder het accent moeten leggen op zowel goede infrastructuurwerken als een vergroening van de fiscaliteit. Daarvoor moeten we niet alleen naar de Vlaamse Regering kijken, we zullen daar zelf ook het debat over moeten voeren om op die manier een goed antwoord te geven op de uitdagingen van morgen.

De voorzitter

De heer Tommelein heeft het woord.

Minister, dank u voor het antwoord. Wij zijn de enigen in het debat die geen Antwerpenaars zijn, maar we hebben toch iets gemeen, namelijk dat we allebei vinden dat dat belangrijk is en we krijgen ook de steun vanuit Antwerpen voor wat voor ons belangrijk is.

Ik ben aangenaam verrast, minister, door de gedrevenheid en de wil om vooruit te gaan in dit dossier. In tegenstelling tot de voorbije jaren is er wel degelijk een vastberadenheid om het probleem aan te pakken. Er zijn wat problemen en er zullen hier en daar nog wat problemen op te lossen zijn, daar ben ik me van bewust. Ik merk tegelijkertijd dat u open staat voor eventuele aanpassingen en bijsturingen in het belang van de leefbaarheid die uiteraard voor Antwerpen en de Antwerpenaars heel belangrijk is. Dat ontken ik niet. Ik vind het goed dat u zegt dat het project niet stil mag staan. Het moet vooruitgaan. Het bewijs daarvan is effectief uw zeer krachtige uitdrukking dat het niet alleen kan, maar ook zal. Ik vind dat een goed teken.

Mevrouw De Ridder vraagt om enige realiteitszin aan de dag te leggen. Dat zal inderdaad moeten, op verschillende vlakken, in de fasering, in de uitvoering en ook in de financiering van het project. Ik blijf namens mijn fractie herhalen dat wij al het mogelijke zullen doen om vooruitgang te boeken in dit dossier en dat stilstaan voor ons achteruitgaan is en dat is geen optie.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik werk natuurlijk voort op het werk dat onder meer door minister Crevits is verricht. Wat dat betreft, is er enige continuïteit. Ik ben blij dat ik mensen blij heb gemaakt en dat ik sommige mensen, ook u, mevrouw Kherbache, tevreden heb kunnen stellen.

De quick wins zullen inderdaad niet volstaan. Daarom kiezen wij zo resoluut voor dat Oosterweelproject. Net daarom.

Dan is er nog de vraag naar financiering. Het is gisteren al aan bod gekomen in de plenaire vergadering, maar ik wil toch nog even dit zeggen: we willen allemaal een oplossing voor de mobiliteitsproblematiek in Antwerpen. Er bestaan geen oplossingen die geen geld zullen kosten: elke oplossing zal geld kosten. Elke oplossing zal moeten worden gefinancierd. Als dat een criterium is om wat nu voorligt, af te wijzen, dan moet je alles afwijzen. Dan doen we niets. Dat is heel goedkoop op korte termijn, maar op lange termijn is dat dramatisch voor onze economie en voor de leefbaarheid, niet alleen van Antwerpen, maar uiteindelijk van heel Vlaanderen. Die muur van vrachtwagens die staan te stinken, is dramatisch voor de economie en de leefbaarheid. Er kan niet lang meer worden uitgesteld, er kan niet meer veel worden gestudeerd of gepland. Het resultaat zal zijn dat de mappen dikker worden, de advocaten en de studiebureaus rijker, maar dat de muur van vrachtwagens er nog altijd zal staan.

U hebt enige ernst gevraagd. Wel, ik heb u maatregelen trachten voor te leggen, ernstige maatregelen waarmee we vooruit kunnen gaan en die perspectief bieden. Ik hoop dat we daarvoor binnen en buiten Antwerpen voldoende draagvlak kunnen vinden.

De voorzitter

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Mevrouw Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister, ik ben toch een beetje ontgoocheld in uw laatste repliek. Er is hier in de commissie niemand die ervoor pleit om niets te doen. Dat hebt u toch wel verkeerd begrepen. Wij hebben u voorstellen gedaan op korte termijn. U wilt het antwoord van BAM over de trajectcontrole uitklaren. Als u het hebt uitgeklaard, ga er dan alstublieft mee vooruit. Het is een goede maatregel.

Uiteraard moet het project gefinancierd geraken. Wat is de boodschap die u aan de Antwerpenaar en de Vlaming zult geven? Gaat u de financiering opnemen in de begroting? Dat lijkt me, in alle eerlijkheid, niet realistisch. Of geeft u nu al het signaal dat het de komende jaren nog drie keer zo hard pijn zal doen? Of zorgt u voor financieringsmogelijkheden vanuit de privésector? Daarom is die overkapping zo belangrijk. Nu is de ring een open riool, waarlangs men bijna niet meer mag bouwen. Scholen en zorginfrastructuur zijn verboden. De luchtkwaliteitsnormen zullen nog verstrengen – gelukkig maar. Elke privé-investeerder neemt dat ook mee in zijn afweging. Als je ook private investeerders wilt overtuigen om mee in zee te gaan in dit grote infrastructuurproject, in deze werf van de eeuw, dan moet je je prioriteit leggen bij de overkapping van de ring.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.