U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Minister, we hebben dit jaar te maken gehad met een relatief koude en regenachtige lente, die als klap op de vuurpijl ook nog zeer laattijdige vorst bracht, maar met een beetje geluk en dankzij de vakkennis van onze fruittelers is een ramp in de fruitteelt voorkomen. Helaas hebben de weersomstandigheden wel een negatieve impact gehad op de kersenteelt. Zeker bij de vroege rassen als Samba en Sweetheart heeft de vorst schade aangericht, al moet de grootste oorzaak van de kleinere oogst voornamelijk bij de slechte weersomstandigheden gezocht worden. Die hadden bijvoorbeeld ook gevolgen voor de bijen, die minder uitvlogen, met minder vruchtzetting als gevolg. Kortom, de kersenoogst in Vlaanderen is geen topper geworden, althans niet in de kwantiteit. Kwalitatief zijn onze kersen natuurlijk, zoals steeds, top.

Door de klimaatveranderingen moeten onze fruitboeren alsmaar beter voorbereid zijn op die weerkundige bokkensprongen en moeten onze kersentelers zich dus ook sterk wapenen tegen de weersomstandigheden die hun oogsten kunnen aantasten. Een van die oplossingen is het aanbrengen van overkappingen. Helaas is dat natuurlijk een investering met een aanzienlijk kostenplaatje. Maar het loont wel, omdat overkappingen zorgen voor een beter microklimaat, beschermen tegen hagel en zelfs helpen in de strijd tegen pseudomonas, een moeilijk te bestrijden bacterieziekte die vooral steenvruchten treft.

Minister, is er al een zicht op de schade die het koude, regenachtige lenteweer heeft aangericht? Hoe zult u de kersentelers actief aanmoedigen om te kiezen voor het aanbrengen van overkappingen? Kan de investeringssteun voor het aanbrengen van overkappingen met het oog hierop nog verder worden versterkt? Welke rol ziet u weggelegd voor de producentenorganisaties om hun leden-kersentelers aan te moedigen en financieel bij te staan om te investeren in dergelijke overkappingen?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Coenegrachts, u hebt een kersenvraag om de appetijt aan te wakkeren. Onze buurlanden en verschillende Europese fruitregio’s hebben net zoals wij te maken gehad met late nachtvorst. Hierdoor zien de oogstvooruitzichten voor dit jaar er niet zo rooskleurig uit. Door de late nachtvorst en het koudere voorjaar kijken we ook aan tegen een zeer laat seizoen. Het is nu wat afwachten hoe het fruit de komende periode zal evolueren tot aan de oogst, maar algemeen wordt bij appelen en peren een zwakke oogst verwacht.

Bij de kersen is de oogst al gestart en deze is twee weken later dan vorig jaar. Het rendement en de productie van de kersen zullen we pas de volgende weken te weten komen.

In het Proefcentrum Fruitteelt (pcfruit) wordt er reeds geruime tijd aandacht besteed aan de demonstratie van verschillende systemen van overkappingen boven de kersenaanplantingen. Kersentelers kunnen daar dus terecht om verschillende systemen te bekijken en advies te vragen voor hun eigen bedrijf.

Sinds het begin van de huidige PDPO-periode (Programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling) werd er reeds 30 percent VLIF-steun (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds) voorzien voor het plaatsen van overkappingen als oogstprotectie. Het maximum subsidiabel investeringsbedrag bedroeg 1 miljoen euro per landbouwbedrijf voor de periode 2015-2020. We hebben dit bedrag tijdelijk verhoogd tot 1,35 miljoen euro per bedrijf voor de periode 2015-2022. Hierdoor kunnen boeren die aan hun investeringsplafond zaten eind 2020 alsnog gedurende twee jaar rekenen op extra VLIF-steun voor bijkomende investeringen. Daarnaast is de VLIF-steun voor jonge boeren voor het plaatsen van overkappingen verhoogd tot 40 percent steun voor aanvragen ingediend vanaf 1 januari 2021.

We bekijken daarnaast of de investeringssteun nog kan worden versterkt in het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), dat van toepassing wordt in 2023.

Via de gemeenschappelijke marktordening (GMO) kunnen producentenorganisaties 50 percent Europese steun krijgen op allerlei investeringen. Hier zijn ook investeringen bij leden mogelijk, voor onder andere hagelnetten en kersenoverkappingen.

Het openstellen van deze investeringen in het programma van de producentenorganisatie is een vrije keuze. Enkel wanneer de investering hagelnetten en kersenoverkappingen opgenomen is in het operationeel programma van de producentenorganisatie, kunnen kersentelers gebruikmaken van de subsidieregeling. Verschillende maar niet alle producentenorganisaties actief in de kersenteelt, hebben dit voorzien in hun operationeel programma. Er is altijd de mogelijkheid om het programma aan te passen als telers van een producentenorganisatie wensen te investeren in deze hagelnetten en overkappingen.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Minister, dank u wel voor het uitgebreide en duidelijke antwoord. Ik heb pcfruit zelf ook bezocht en er zijn heel wat zeer interessant opstellingen. Misschien kan er ook, ofwel door het departement ofwel via pcfruit, veel duidelijker in kaart worden gebracht wat de kosten-batenanalyse is van een dergelijke investering. Landbouwers zijn natuurlijk ondernemers en die laten zich vooral overtuigen door het economisch rendement van hun investering. Zo kunnen we met die informatie nog veel proactiever richting kersentelers in dit geval stappen om hen te overtuigen om die investering te doen en aan te tonen dat dat wel degelijk economisch rendabel is.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Dank u wel, collega, voor deze vraag. U zegt dat de weersomstandigheden uitzonderlijk waren. Ik weet echter niet of dat zo is. Ik weet niet of die late nachtvorst wel zo uitzonderlijk is. We kennen allemaal de ijsheiligen. De oude rassen, die men hier vroeger teelde, gingen gewoon later in bloei. Die waren aangepast aan dit klimaat. Onze nieuwe laagstamrassen bloeien allemaal vroeger en zijn veel gevoeliger aan vorst. We rekenen er dus op dat die nieuwe rassen, die waarschijnlijk gemaakt zijn om meer te produceren, met mooiere en misschien ook lekkerdere appels, niet af te rekenen hebben met de weersomstandigheden die nu eenmaal eigen zijn aan ons klimaat. Ik vind dat men hier de kar voor het paard spant.

Aan de andere kant hebt u wel gelijk, collega Coenegrachts: die klimaatsverandering brengt heel wat gevolgen met zich mee. We ervaren die dit jaar weer door het extreem natte weer van deze dagen. De vraag is of we onze middelen niet in de eerste plaats moeten aanwenden om de klimaatsverandering te temperen. Dat is onze opdracht in de eerste plaats, in plaats van onze middelen daar niet voor in te zetten en dan de gevolgen ervan aan te pakken.

Het zal een en-enverhaal zijn, daar ben ik me van bewust. Maar laten we in de eerste plaats toch alles doen om die klimaatverandering tegen te gaan. Dat is onze opdracht. Dat is een zeer moeilijke opdracht. Ik kom daar straks nog op terug bij een andere vraag. Ik pleit er toch voor om die twee zaken te bekijken.

De eerste prioriteit is om er alles aan te doen, ook in onze landbouw- en fruitsector, om de klimaatverandering te temperen en dan in tweede instantie natuurlijk, via adaptatie, toch te kijken naar mogelijkheden om de gevolgen die we niet meer zullen kunnen vermijden, aan te pakken. Dat is een uitdaging, daar ben ik het mee eens. Maar laten we toch de prioriteiten juist stellen.

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Voorzitter, ik ben eerlijk gezegd jaloers op hoe goed het altijd vooruitgaat in de commissie Landbouw. Ik zou daarover eens met u in gesprek moeten gaan, want in onderwijs wil me dat maar niet lukken.

Collega, in een slecht jaar kan 60 tot 70 procent van de kersenoogst onverkoopbaar zijn. Dat is natuurlijk verschrikkelijk voor die telers. Sinds 2013 wordt er al gesproken over de modernisering van de kersenteelt, waarbij het woord overkapping heel vaak valt. Het Proefcentrum Fruitteelt heeft er sinds al die jaren ook al op gewezen: het kan een oplossing bieden bij slecht weer maar natuurlijk ook bij ziekte. Zo kenden we in 2014 nog een plaag van fruitvliegen. Die overkappingen hebben toen hun rol heel goed gespeeld. Er zijn natuurlijk ook wel nadelen aan verbonden. Het wordt er warmer en broeieriger. Dat weten we allemaal, als we onder zo’n overkapping staan. Het proefcentrum zou nog nagaan wat daarvan de gevolgen zijn voor de teelt. Zijn daar nog meer resultaten of conclusies over beschikbaar?

Verder denk ik dat sensibilisering – waar collega Coenegrachts ook al op wees – zeker ook nog een uitweg kan bieden. De fabrikanten bieden heel veel oplossingen aan, de ene al vernuftiger dan de andere. Misschien kan op dat vlak ook nog een taak worden opgenomen.

Ik wil me aansluiten bij de opmerking van collega Steenwegen. Er is natuurlijk de discussie over klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Maar de individuele landbouwer kan daar bezwaarlijk verantwoordelijk voor gesteld worden of door zijn inspanningen meteen het klimaat wijzigen. Dus in die zin worden die individuele landbouwers toch wel geconfronteerd met de situatie die zich vandaag voordoet.

Ik begrijp dat je kunt discussiëren over raskeuzes en dergelijke, maar ook daarvoor hebben we proefcentra die de landbouwers echt wel proberen te adviseren om de juiste keuze te maken en dit via proeven te onderbouwen. Het is dus natuurlijk ook relevant om enerzijds – enerzijds/anderzijds – de landbouwers te helpen in hun huidige situatie, de klimaatsituatie die we nu kennen. Anderzijds – en we zullen vanmiddag waarschijnlijk nog iets meer horen van de Europese Commissie – zullen we ook wel inspanningen moeten doen om die klimaatverandering een halt toe te roepen.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

College Steenwegen, ik heb niet gezegd – maar ik denk dat uw opmerking voor collega Coenegrachts bedoeld was – dat het uitzonderlijk weer geweest zou zijn. Ik heb gezegd dat ik voorzie dat de oogst niet zo goed zal zijn dit jaar. Dat is wat ik zei. Ik heb bewust mijn woorden gewikt en gewogen in dezen. Ik zie u knikken, u bevestigt dat dus.

Maar anderzijds besef ik – enerzijds-anderzijds, collega, heel eigen aan mijn partij – de bezorgdheid van collega Coenegrachts. We hebben het eens bekeken: in Limburg zijn er 813 hectare kersen waarvan 6,26 hectare in Riemst, de gemeente van collega Coenegrachts. Men zou dus voor minder bezorgd zijn om zijn kersen. In heel Vlaanderen zijn er iets meer dan 1000 hectare kersen. Meer dan 80 procent bevindt zich dus in Limburg. Die kersen zijn dus heel belangrijk voor Limburg.

De vooruitzichten zijn niet zo goed. Ik volg u, voorzitter, en ook collega Steenwegen, dat we moeten inzetten op klimaatadaptieve maatregelen. Dat kan via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), via onderzoek en innovatie. Maar, collega Steenwegen, ik merk op dat de boeren al sterk investeren, onder andere met teelten die minder water nodig hebben. Tijdens mijn bezoek in Limburg heb ik gemerkt hoe creatief men is met technieken die precies genoeg druppels water geven aan de plantjes. Daar zit heel veel innovatie op. Dat neemt niet weg, collega Steenwegen, dat u absoluut gelijk hebt: de basisstrijd is de strijd tegen de klimaatverandering, de klimaatuitdaging. Zowel de bestrijding als de adaptatie is een brede opdracht in de samenleving. Zoals de voorzitter zei: je kunt dat de individuele boer niet ten kwade duiden. Maar we moeten wel uitzoeken hoe men, in de manier waarop het land wordt bewerkt en ermee wordt omgegaan, minimale milieu- of klimaatschade veroorzaakt en hoe men zich het best kan aanpassen aan de verandering.

Collega Grosemans, ik moet de resultaten van het onderzoek van het Proefcentrum Fruitteelt (pcfruit) navragen. Maar als ik u een suggestie mag doen: dat is een ideaal thema voor een schriftelijke vraag. Dan krijgt u een gepersonaliseerd antwoord, dat later publiek zal worden.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Dank u, minister en alle collega’s die zijn tussengekomen. Collega Steenwegen, ik ben het met u eens dat de klimaatverandering en de aanpak ervan ook voor de landbouwsector in zijn geheel een opdracht zijn. Maar als het gaat over de aanplant van rassen – u zei het net zelf – dan zijn de appels misschien wel wat lekkerder. Het is niet de producent die de smaak van de consument bepaalt. Daar moet ook rekening mee worden gehouden. Dat verklaart voor een stuk de investeringen die landbouwers doen.

Minister, dank u voor uw antwoord. Collega Steenwegen, we zullen samen strijden tegen de klimaatopwarming.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.