U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, een van de belangrijkste bouwstenen binnen het proces van adoptie in Vlaanderen is het verkrijgen van een geschiktheidsvonnis. Op basis van een maatschappelijk onderzoek oordeelt de familierechtbank dan over de geschiktheid van kandidaat-ouders om een kind te adopteren. Het geschiktheidsvonnis rondt de geschiktheidsprocedure af en zet de bemiddelingsprocedure op de sporen. Het vonnis is vier jaar geldig, maar het jongste Activiteitenverslag Adoptie van Kind en Gezin leert ons dat in sommige gevallen de gemiddelde bemiddelingsprocedures langer duren. Om een al te lange bemiddelingsprocedure tegen te gaan, wordt er preventief gebufferd in de geschiktheidsprocedure, vooral dan voor kandidaat-ouders die voor binnenlandse adoptie gaan, kandidaat-ouders die het profiel van het gewenste kind en cours de route bijsturen of bijschaven, bijvoorbeeld richting binnenlandse adoptie.

Het geschiktheidsvonnis kan worden verlengd met twee jaar, desnoods zelfs meerdere keren, maar dat vergt veel papierwerk voor de kandidaat-ouders, voor de administratie en voor de rechtbanken. Dit kan ook alleen als men een goedgekeurd kanaal voor een zelfstandige adoptie kan voorleggen. Dat is een uitdaging, aangezien we zien dat de wachttijden en wachtlijsten steeds langer worden als het gaat over adoptie, wat niks nieuws is in deze commissie, maar toch een fenomeen is dat steeds prangender wordt. Dit dreigt dus opnieuw een extra administratieve drempel te creëren, die met een procedure voor verlening zou kunnen worden opgelost.

Minister, volstaat de geldigheidsduur van vier jaar van het geschiktheidsvonnis in het merendeel van de procedures? Hoe vaak moet er een verlening worden aangevraagd? Hoe vaak een tweede of derde verlenging, of nog meer verlengingen? Acht u het wenselijk dat de standaard geldigheidsduur en/of de geldigheid van de verlenging wordt verlengd of dat de verlengingsprocedure wordt vereenvoudigd? Zo ja, plant u een initiatief daarvoor? Op welke manier kan een haalbare en kwaliteit garanderende verlenging ook worden uitgewerkt voor hen die nog geen bemiddelingsovereenkomst of goedgekeurd kanaal hebben?

De heer Parys heeft het woord.

Voorzitter, ik had eigenlijk ongeveer dezelfde vraag. Ik zal mijn intro dus overslaan en gewoon mijn vragen stellen.

Minister, kandidaat-adoptieouders die een zeer lang traject hebben doorlopen zonder dat ze zelf een vertraging hebben ingelast, zullen misschien meerdere keren hun geschiktheidsvonnis moeten verlengen. Willen ze voorkomen dat ze een nieuw maatschappelijk onderzoek moeten doorlopen, mag in die lange periode hun situatie niet wijzigen. Dat kan zwaar wegen op de wensouders. Hoe zal de procedure voor het verlengen van het geschiktheidsvonnis verlopen bij deze groep kandidaat-adoptieouders die tegen een zeer lange adoptieprocedure aankijken?

De dienst voor maatschappelijk onderzoek (DMO) heeft een hoge werklast, waardoor de doorlooptijd van de maatschappelijke onderzoeken tot twee jaar kan bedragen. Hoe wordt verzekerd dat kandidaat-adoptieouders die hun geschiktheidsvonnis moeten verlengen en een nieuw maatschappelijk onderzoek moeten ondergaan niet nog eens een vertraging van meerdere jaren oplopen bij het wachten op hun nieuw geschiktheidsvonnis?

Er zou een nieuwe DMO worden aangesteld, die ten laatste tegen september van dit jaar operationeel zou zijn. Wat is de stand van zaken wat dat betreft? Zal de deadline worden gehaald? Heeft de DMO van Brussel alle hangende dossiers kunnen afwerken voor de samenwerking werd beëindigd?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, gemiddeld gezien wordt jaarlijks in een kwart van de gevallen door de familierechtbank een verlenging van het geschiktheidsvonnis uitgesproken. Meestal gaat het daarbij om een automatische verlenging. Het Vlaams Centrum voor Adoptie (VCA) kan niet meteen zien of het daarbij gaat om een tweede, derde of volgende verlenging. Het VCA keek naar de wachttijd tussen de datum van het geschiktheidsvonnis en de daadwerkelijke datum van de plaatsing voor de procedure via een erkende dienst voor interlandelijke adoptie in 2020. In zeven op de tien herkomstlanden bleef de wachttijd onder de vier jaar. In enkele landen, zoals de Filipijnen, Gambia en Thailand, was dit langer dan vier jaar.

De geldigheidsduur van het geschiktheidsvonnis is een federale aangelegenheid. Het VCA liet weten dat de procedure voor de verlenging van de geschiktheidsvonnissen al is vereenvoudigd. Bij een verzoek tot verlenging van het geschiktheidsvonnis vraagt de griffie van de familierechtbank aan het VCA een gemotiveerd attest. Binnen één maand bezorgt het VCA het attest dan aan de familierechtbank. Als er geen wijzigingen zijn die de geschiktheid kunnen beïnvloeden, dan kan de rechtbank op basis van dat attest het geschiktheidsvonnis automatisch met twee jaar verlengen. Als er wijzigingen zijn die de geschiktheid kunnen beïnvloeden, dan wordt er onmiddellijk een actualisering van het maatschappelijk onderzoek opgestart door de DMO.

Volgens de huidige regelgeving is het indienen van een verzoek tot verlenging van het geschiktheidsvonnis bij de familierechtbank enkel mogelijk bij het voorleggen van een lopende bemiddelingsovereenkomst bij een adoptiedienst of bij het voorleggen van een beslissingsbrief voor een goedgekeurd kanaal in geval van een zelfstandige adoptie. Na het geschiktheidsvonnis heeft de kandidaat-adoptant vier jaar de tijd om een bemiddelingsovereenkomst bij een adoptiedienst te ondertekenen of een goedgekeurd kanaal voor een zelfstandige adoptie te verkrijgen. Die termijn van vier jaar is volgens het VCA voldoende. Kandidaat-adoptanten die dat willen, kunnen na hun geschiktheidsvonnis een bemiddeling opstarten of een kanaalonderzoek laten uitvoeren in het kader van een zelfstandige adoptie. Als ze binnen de termijn van vier jaar geen bemiddeling of kanaalonderzoek opstarten, lijkt dit dus een eigen keuze te zijn. Op basis van de bevindingen van het VCA kan ik concluderen dat er geen procedure voor verlenging hoeft te worden uitgewerkt voor kandidaat-adoptanten die nog geen bemiddelingsovereenkomst bij een dienst of een goedgekeurd kanaal als zelfstandige adoptant hebben.

In de meerderheid van de dossiers is er een automatische verlenging van het geschiktheidsvonnis. Indien er een wijziging is in de situatie van de kandidaat-adoptant en een actualisering nodig blijkt, wordt het dossier snel opgenomen door de DMO. Bij een actualisering is de doorlooptijd ook korter dan bij een nieuw dossier. De doorlooptijd van het maatschappelijk onderzoek bij MOA vzw (Maatschappelijk Onderzoek voor Adoptie), de nieuwe DMO, bedraagt tot op vandaag acht maanden. In bepaalde dossiers kan de wachttijd weliswaar langer zijn, bijvoorbeeld omdat de rechter een bijkomend onderzoek beveelt. In dat geval hangt de termijn af van de specifieke datum die wordt bepaald in het vonnis.

MOA vzw is de nieuwe DMO. Die werd al sinds 1 mei 2021 erkend. Alle dossiers die bij de DMO van Brussel lagen, werden zorgzaam overgedragen naar de nieuwe werking. Het VCA en de nieuwe dienst waakten over de opvolging en de volgorde van de wachtlijst. De hangende dossiers die de DMO van Brussel niet kon afwerken, werden opgevolgd door MOA vzw. Door de overdracht van personeel vanuit de DMO van Brussel kon daarvoor voldoende continuïteit worden geboden. De nieuwe dienst verwacht alle dossiers op de wachtlijst bij de DMO van Brussel tegen het einde van dit jaar te hebben weggewerkt.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, dank u wel voor het antwoord. Het zijn wel wat cijfers, dus ik zal een en ander achteraf ook nog wel een keer herbekijken of herlezen, maar ik ben toch wat verwonderd over uw statement dat, als het mensen binnen de vier jaar niet lukt om een lopende bemiddelingsovereenkomst of een goedgekeurd kanaal via zelfstandige weg te hebben, dat zou betekenen dat dat hun eigen schuld is. Zeker gezien een aantal eerdere besprekingen in deze commissie lijkt dat me toch opmerkelijk. We weten immers dat een aantal mensen op wachtlijsten onrechtmatig op een lagere plaats zijn terechtgekomen en dus het slachtoffer blijken te zijn van die procedures. Nu worden ze geconfronteerd met het feit dat ze geen verlenging van hun geschiktheidsvonnis kunnen aanvragen. Ze moeten dus eigenlijk van nul af aan die zaken opnieuw gaan aanvragen. Ik vind dat zeer opmerkelijk. Heb ik dat goed begrepen? Vindt u echt dat het hun eigen schuld is dat ze op dit moment dus gewoon van nul af aan moeten beginnen wat hun geschiktheidsvonnis betreft?

We hebben hier enkele weken geleden een voorstel van resolutie van de collega’s van het Vlaams Belang besproken. Toen werd vanuit alle partijen aangegeven dat deze commissie vragende partij is om een onderzoek te starten naar hoe die situatie kan worden rechtgezet, hoe die wachttijden kunnen worden bijgestuurd. Hoe ver staat het daarmee? Zijn uw diensten daar al mee bezig? Is er ook al overleg geweest met de Vlaamse ombudsman hierover? In welke mate zult u daar zelf ook mee de leiding in nemen?

De heer Parys heeft het woord.

Minister, mijn eerste vraag is dezelfde als die die collega Vaneeckhout heeft gesteld. Ik had net het volgende gevraagd: wat als er mensen zijn die, zonder dat het hun fout is, langer dan vier jaar bezig zijn met hun adoptieproces alvorens ze naar zo’n geschiktheidsvonnis kunnen gaan? U weet heel goed dat we hier een casus hebben besproken van een koppel dat daarover zonder enige fout van henzelf langer over heeft gedaan. Ik sluit me dus aan bij die eerste vraag van collega Vaneeckhout.

Ik was ook een beetje verwonderd toen u zei dat de doorlooptijd voor een actualisering acht maanden is. Ten eerste, ik vind dat zeer lang. Ten tweede, hoe kunt u dat nu zeggen? MOA vzw is in mei van dit jaar begonnen. Dat is nog niet eens acht maanden geleden. Dat is een volledig nieuw team. Ik vraag me dus af of dat niet sneller kan, en op wat u die acht maanden baseert.

Het is misschien ook wel goed voor de commissie dat u even uitlegt wie MOA vzw precies is. Ik neem aan dat zij de enigen waren die zich kandidaat hebben gesteld. Op welke manier zijn wij er dan zeker van dat zij kwaliteitsvolle dienstverlening zullen verlenen, die eerst door de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW’s) werd verleend? Kunt u daar wat uitleg over geven?

Ten slotte, hoe zit het met de fusie van de diverse interlandelijke adoptieorganisaties? Wat is de stand van zaken? Wanneer zal die rond zijn?

Mevrouw  Schryvers heeft het woord.

Collega’s, dank u wel voor de vraag. Minister, ik wil nog graag enkele punten aanhalen.

Enkele jaren geleden hebben wij via decreet bepaald dat er nog maar één dienst voor maatschappelijk onderzoek (DMO) zou zijn. We hebben dat gedaan om de wachttijden te stroomlijnen, om niet in de ene regio veel langer te wachten op maatschappelijk onderzoek dan in de andere, maar ook opdat kandidaat-adoptanten overal op dezelfde manier beoordeeld zouden worden. Want we zagen dat er heel grote verschillen waren tussen de verschillende DMO’s in het aantal positieve en negatieve beoordelingen en in de doorlooptijden. DMO Brussel is er na de decretale aanpassing uitgekomen als de enige DMO. We hebben de voorbije jaren gezien dat de wachttijden daar stelselmatig zijn opgelopen. Ook door corona zijn die nog sterk toegenomen. We hebben het er al over gehad in deze commissie. Het is goed dat er initiatief genomen is om een nieuwe DMO te erkennen. Ik hoop dat die op een goede manier aan de slag kan en dat die de achterstand die er geweest is, kan wegwerken en dat in de toekomst kandidaat-adoptanten op een heel redelijke termijn een beoordeling kunnen krijgen.

Collega Vaneeckhout, in verband met uw vraag over de ombudsdienst wil ik een zaak toch heel duidelijk stellen. Bij de bespreking van het jaarverslag van de ombudsdienst heb ik aan de ombudsdienst gevraagd of er volgens hun analyse van het dossier een rechtzetting mogelijk zou zijn en welke de mogelijke risico’s zouden zijn voor andere kandidaat-adoptanten op de wachtlijst. Met andere woorden: dat er dan niet weer andere mensen mogelijk procedures zouden aanspannen of daardoor achteruit gesteld zouden worden, dus een analyse van alle dossiers met de verschillende fasen daarin, de verschillende taken waar je als kandidaat-adoptant wel of geen invloed op hebt en de mogelijke risico’s. In dat kader hebben we naar aanleiding van de resolutie die hier is voorgelegd door de collega’s van Vlaams Belang een vraagstelling geformuleerd aan de Vlaamse Ombudsdienst. Collega Vaneeckhout, ik dacht dat uw vraag in de regeling van de werkzaamheden was. Ik heb aan de commissiesecretaris gevraagd om de juiste formulering zoals ik ze toen had gesteld, opnieuw op te zoeken. Die zou dan overgemaakt worden aan de ombudsdienst. Ik denk dat het nu daarop wachten is, maar ik wil daarbij heel duidelijk kaderen dat het ook gaat over de risico’s. Het is te eenvoudig om te zeggen – zoals dat eigenlijk ook in de resolutie van het Vlaams Belang stond die ik hier niet opnieuw wil bespreken, maar ik wil dat hier toch even zeggen – los het op. We moeten eerst zien of een oplossing mogelijk is, op welke manier en welke de impact is op anderen. Ik denk dat we daar toch allemaal op dezelfde manier naar kijken.

Minister, inderdaad, wil ik ook – zoals collega Parys – de vraag stellen: wat is de stand van zaken met betrekking tot de fusie naar één dienst voor interlandelijke adoptie? Daarbij wil ik ook focussen op de problematiek van de accreditaties. Zijn daar lichtpunten in, zodat duidelijk is dat bij een fusie de bestaande accreditaties in de verschillende herkomstlanden zeker behouden kunnen blijven? 

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, de opvolger inzake DMO is inderdaad aangeduid, dat is MOA vzw. Volgens de administratie hadden zij ook een sterk dossier om deze opdracht toegewezen te krijgen. Zij krijgen van mei tot december de tijd om alle dossiers waar een achterstand is, weg te werken. Dat gaat over goed acht maanden tijd om dat te toen. Ik hoop dat zij – en daar gaan we toch van uit – de achterstand van CAW Brussel (Centrum voor Algemeen Welzijnswerk) snel kunnen ophalen. 

Ik heb begrepen dat zij ook personeel van de vorige DMO Brussel hebben overgenomen.

Wat de resolutie betreft, is het niet aan mij om me daarover uit te spreken, we kijken daarvoor naar het parlement.

Wat de timing betreft, is er na het geschiktheidsvonnis vier jaar tijd om een bemiddelingsovereenkomst of een goedgekeurd kanaal te bekomen. Vier jaar is meestal genoeg en kan, zo nodig, eenvoudig worden verlengd maar er is wel steeds een minimale actualiteitscheck nodig omdat zaken en situaties kunnen veranderen.

Wat die laatste vraag van mevrouw Schryvers en de heer Parys betreft, is het fusietraject op dit moment lopende.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, u bent natuurlijk niet helemaal in detail gegaan over hoe het nu zit met mensen die door de lange wachttijden niet binnen de vier jaar een goedgekeurde bemiddelingsovereenkomst, een goedgekeurd kanaal of een lopende bemiddelingsovereenkomst krijgen. Ik maak me daar heel grote zorgen over. Ik vind dat het ook niet getuigt van veel empathie met mensen die in die situatie terecht zijn gekomen.

Mevrouw Schryvers, de afspraak die we hebben gemaakt tijdens de regeling van de werkzaamheden is heel duidelijk. Mijn enige actieve vraag aan de minister in de commissie is om daar mee een actieve rol in te spelen en zijn diensten de opdracht te geven om te zoeken naar mogelijke oplossingen en daar geen passieve rol in te spelen ten aanzien van het parlement. De minister is bevoegd voor deze materie en kan daar dus voor alle duidelijkheid de lead in nemen. Dat is hier mijn uitdrukkelijke vraag en die van mijn fractie.

De heer Parys heeft het woord.

Minister, heel veel wijzer ben ik uit uw antwoord niet geworden. Het fusietraject loopt. Oké, maar ik vroeg hoe het ermee staat en wanneer het wordt afgerond. De vraag van collega Schryvers over de accreditatie is natuurlijk ook zeer terecht.

De vraag naar wat daadkracht en empathie wanneer het gaat over het oplossen van dossiers die helemaal zijn fout gelopen zonder dat daar een aanwijsbare fout is gebeurd bij de kandidaat-adoptanten, is een vraag van het hele parlement, denk ik.

Op de vraag wat er moet gebeuren voor mensen die langer dan vier jaar doen over die procedure heb ik ook geen echt antwoord gekregen. Wij zullen dit verder blijven opvolgen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.