U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze interpellatie en deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, de vzw Klimaatzaak stapte in 2015 al naar de rechter om de Belgische overheden tot een strenger klimaatbeleid te dwingen. Ook Vlaanderen was hierin uiteraard betrokken partij. De zaak werd van 16 tot 26 maart 2021 voor de rechtbank van eerste aanleg van Brussel bepleit, op 17 juni – vorige week dus – volgde de uitspraak.

De eisers vragen dat ons land in 2025 minstens 42 procent minder broeikasgassen zou uitstoten, en in 2030 minstens 55 procent. De eis was dus om een significante verhoging van de huidige doelstellingen op te leggen. Dat sluit ook aan bij hetgeen Europa al voorziet in het ‘Fit for 55 package’. Deze zomer komt er een regelgevend pakket met een felle verhoging van de doelstellingen, maar ook een maatregelenpakket dat ons – niet alleen de overheden maar ook alle betrokken sectoren – in staat moet stellen om die hogere doelstellingen te halen.

De rechtbank heeft deze eis – om effectief zélf doelstellingen te gaan opleggen – verworpen. Ik denk dat dat een goede zaak is, in die zin dat we het er allemaal over eens zijn dat het huidige klimaatbeleid niet volstaat, en dat we een tandje – méér dan een tandje – zullen moeten bijsteken. Dat is ook wat de Europese Green Deal zegt, en dat is ook wat ons Vlaams regeerakkoord zegt, namelijk dat we ons inschrijven in die Europese klimaatpolitiek, mits een aantal randvoorwaarden. Het is, wat ons betreft, niet aan de rechterlijke macht om beleidsdoelstellingen op te leggen, het is aan de politiek. De rechter heeft, bij deze, de bal ook heel nadrukkelijk in ons kamp gelegd.

Wel vindt de rechtbank dat de klacht van de vzw Klimaatzaak ontvankelijk is en dat de federale staat en de drie gewesten gezamenlijk en individueel verantwoordelijk zijn en de wettelijke zorgplicht schenden. Het vonnis stelt ook dat onze overheden artikels 2 en 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens schenden. Die artikels gaan meer bepaald over het ‘recht op leven’ en het ‘recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven’. Uiteindelijk is het dat waar de klimaatzaak over gaat: de toekomst van het leven, hier in onze regio, maar ook veel ruimer dan dat, in de wereld. Op welke manier willen we gaan leven en hoe kunnen we dat leefbaar maken en houden.

De vzw Klimaatzaak is niet volledig tevreden met het vonnis en kondigt aan dat ze beroep gaat aantekenen. Tegelijkertijd kondigt ze ook aan een zaak aanhangig te maken bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Collega’s, ik denk dat het vonnis een aansporing moet zijn om in Vlaanderen, in België, in Europa, bijkomende stappen te zetten. De Europese Commissie heeft de weg getoond. De Green Deal ligt op tafel, en wordt verder uitgewerkt. Het is aan de politiek om de doelstellingen, en vooral ook de acties te gaan bepalen. Dit moet gaan over meer dan alleen het formuleren van doelstellingen en ambities. Het moet ook gaan over budgetten en concrete acties om ervoor te zorgen dat we een klimaatbeleid kunnen voeren waar iedereen effectief in meekan. Collega’s, ik moet zeggen dat ik een aantal van de eerste reacties op de uitspraak van de rechter betreur.

Partijvoorzitters die steekspelletjes beginnen te organiseren tussen de verschillende bevoegdheidsniveaus, tussen het federale en het Vlaamse, dat lijkt mij helemaal de verkeerde aanpak te zijn, en dat zijn, denk ik, partijvoorzitters die de boodschap van Klimaatzaak en van hun eisers niet begrepen hebben. Ik denk dat er alleen maar gezamenlijk resultaat geboekt kan worden, over alle overheidsniveaus heen, samen met alle sectoren, samen met gezinnen en bedrijven. Maar dat wil dus wel zeggen, minister, dat er ook in Vlaanderen heel wat werk op de plank ligt. In alle sectoren moet er een tandje bij gestoken worden.

Minister, hoe interpreteert u het vonnis van de Brusselse rechtbank? Hoe verhoudt het vonnis zich volgens u tot de nieuwe Europese klimaatwet die in de steigers staat?

Hoe zult u de verdere juridische procedure voorbereiden? Plant u zelf verdere juridische stappen? Zult u zelf beroep aantekenen?

Zult u het Vlaams Energie- en Klimaatplan herzien en extra maatregelen nemen om tegemoet te komen aan de eisen van de vzw Klimaatzaak, maar ook vooral om tegemoet te komen aan de doelstellingen die binnen de Green Deal worden geformuleerd?

Op welke manier zult u in overleg gaan met de andere Belgische overheden, zowel federaal als regionaal?

Welke invloed heeft de uitspraak op de onderhandelingen over het samenwerkingsakkoord dat gesloten moet worden over de realisatie van de 2030-doelstellingen, die, zoals we weten, omhoog gaan?

De heer Steenwegen heeft het woord.

Collega’s, minister, ik doe dit niet dikwijls, maar ik wil nu toch beginnen met uw aandacht te vestigen op alweer een studie die aantoont dat het niet vijf voor twaalf is, maar al lang over twaalf uur als het gaat over klimaatverandering. De aarde raakt de energie van de zon steeds minder kwijt, zo stellen wetenschappers vast. Uit een studie van onder meer de National Aeronautics and Space Administration (NASA) die deze week verschenen is, blijkt dat de onbalans in die energieverhouding tussen 2005 en 2019 verdubbeld is. De trends die we waarnemen zijn vrij alarmerend, zegt hoofdauteur Norman Loeb. De twee manieren waarop ze dit onevenwicht hebben bestudeerd, leveren gelijkaardige resultaten op en tonen beide deze sterke tendens aan. Er is dus veel vertrouwen in de resultaten, al is de boodschap minder geruststellend. Het onevenwicht in die energieverhouding haalt immers heel het klimaat overhoop.

Collega’s, het is nog maar eens een bevestiging dat het klimaat aan een razend tempo verandert, een tempo dat waarschijnlijk nog hoger ligt dan wat we tot nu toe hebben vermoed. En dus, collega’s, is klimaatopwarming een van de grootste uitdagingen in de menselijke geschiedenis.

“De snelle opwarming van onze planeet heeft verstrekkende gevolgen, zowel ecologisch, maar ook economisch en sociaal. Wereldwijde actie is nodig om deze trend te keren. En Vlaanderen kan hierbij niet achterblijven. Integendeel, een voortrekkersrol in de strijd tegen de klimaatopwarming biedt tal van opportuniteiten. (…) Het is duidelijk dat de urgentie en de opportuniteiten in deze wereldwijd erkend worden. Eén van de belangrijkste afspraken die in het akkoord staan ingeschreven, is de doelstelling om de opwarming van de aarde ruim onder de 2°C te houden en er naar te streven om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5°C. Het is noodzakelijk om de opwarming van de aarde af te remmen. Want wanneer we dat niet zouden doen en onbeperkt broeikasgassen blijven uitstoten, zal dit heel ernstige gevolgen hebben voor iedereen op deze wereld (…).”

Collega’s, dat zijn niet mijn woorden, maar dit zijn de bewoordingen uit een resolutie die dit Vlaams Parlement in 2016 heeft goedgekeurd. En diezelfde resolutie gaat verder: “Voor het Vlaams Parlement is het overduidelijk dat Vlaanderen zich niet vrij kan stellen van een doorgedreven en goed onderbouwd klimaatbeleid. Om vanuit Vlaanderen een effectieve bijdrage te leveren aan de Europese klimaatambities op middellange (…) en lange (…) termijn moet het reductietraject na 2016 (…) verscherpt worden. Er kan en mag dus niet aan getwijfeld worden dat bijkomende klimaatinspanningen noodzakelijk zijn om de doelstelling over de opwarming van de aarde uit het klimaatakkoord van Parijs waar te maken.”

Het Vlaams Parlement was er zich toen van bewust – en ik citeer – “dat het Vlaamse klimaatbeleid structureel versterkt moet worden om op die manier de jaarlijkse uitstootreductie aanzienlijk te vergroten en wil heel graag haar bijdrage leveren aan dat op de toekomst gerichte klimaatbeleid.”

Nu, collega’s, ondertussen hebben we de cijfers van de voorbije jaren, die eerder bevestigen dat de geplande reductie van broeikasgassen enerzijds niet gehaald wordt en dat er van een aanscherping van doelstellingen op Vlaams niveau geen sprake is.

Dat alles, collega’s, die vaststelling dat het beleid tekortschiet, heeft een aantal initiatiefnemers er reeds in 2014 toe aangezet om de klimaatzaak op te starten. Het geloof dat de politiek in staat zou zijn om dit complexe probleem tijdig en voldoende doortastend aan te pakken, ontbrak en dus probeerde men, zoals in andere landen, een gerechtelijke veroordeling te krijgen.

Meer dan 65.000 Belgen sloten zich hierbij aan. In hun definitieve syntheseconclusies voor de rechtbank voeren zij aan dat het ontoereikend klimaatbeleid van de Belgische overheden zowel een schending van de zorgvuldigheidsnorm is, als van mensen- en kinderrechten.

Een opwarming van meer dan 1,5 graden Celsius is gevaarlijk. Dat is precies de reden waarom de internationale gemeenschap, en België, beslist hebben dat we daaronder moeten blijven. Maar, zo stelt men vast, de Belgische overheden schieten hierin tekort. Meer nog, ons klimaatbeleid dreigt internationaal steeds verder weg te zakken naar de achterhoede.

Donderdag 17 juni 2021 is in dat licht ongetwijfeld een historische dag. Klimaatzaak heeft, na een jarenlange en spijtige procedureslag, geïnitieerd door deze Vlaamse Regering, gelijk gekregen. De uitspraak van de rechter in Brussel ligt in de lijn van vorige uitspraken van rechters in Nederland in klimaatgedingen aangespannen door verenigingen van burgers tegen hun regeringen. Ook de diverse regionale Belgische regeringen zijn nu veroordeeld voor hun te laks beleid in het verleden. En dat geldt dus ook voor de Vlaamse Regering, die ook individueel veroordeeld werd. De rechter was daarbij bijzonder streng: het gaat om een schending van mensenrechten, met name om een schending van de artikels 2 en 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).

De rechter deed wel geen uitspraak over de concrete reductiedoelstellingen die Klimaatzaak vorderde, maar de kans is reëel dat een dergelijke uitspraak in beroep wel nog kan volgen, naar het voorbeeld van de gerechtelijke uitspraken in onze buurlanden. Hoe dan ook betekent dit dat de Vlaamse Regering een onvoldoende kreeg voor haar klimaatbeleid en hiermee de mensenrechten van haar inwoners schendt. Ook zonder opgelegde doelstellingen zou deze juridische veroordeling duidelijk genoeg moeten zijn dat het zo niet verder kan en dat de reductiedoelstelling van 35 procent tegen 2030 geenszins volstaat.

Als minister moest u al toegeven dat Vlaanderen de reductiedoelstelling voor 2020 ook niet gehaald heeft. Sinds 2005, het referentiejaar van het klimaatakkoord, is onze niet-ETS-uitstoot (emissions trading scheme) amper met 3 procent gedaald. Erger nog, tussen het aanhangig maken van deze zaak in 2014 en 2018 is de niet-ETS-uitstoot nog gegroeid. Dat betekent dat er slechts een jaarlijkse gemiddelde reductie van 0,2 procent werd gerealiseerd, wat ronduit beschamend is als resultaat van het regeringswerk van deze en vorige Vlaamse regeringen, waar uw partij, minister, al die tijd deel van uitmaakte. En met het voorliggend Vlaams Klimaatplan is het bijzonder twijfelachtig dat we de bijzonder slappe doelstelling van min 35 procent zullen halen. Dat is tenminste de overtuiging van ongeveer iedereen die dit Klimaatplan grondig heeft bekeken en die er al of niet formeel advies over heeft gegeven. Alleen, deze Vlaamse Regering blijft, ondanks het rampzalig trackrecord van diezelfde regering de voorbije jaren, volhouden dat wat nu in de steigers staat, zal volstaan.

Collega’s, wij hebben ons als land verbonden tot het akkoord van Parijs. Vijf jaar na Parijs weten we allemaal dat de engagementen die genomen zijn, volstrekt onvoldoende zijn om de afgesproken doelen te realiseren. Dat heeft Europa ertoe aangezet om zijn doelstellingen aan te passen en dus een ambitieuzer traject uit te stippelen. Als we mee willen zijn met het ambitieuze, maar ook noodzakelijke Europese klimaatbeleid, moeten ook wij onze doelstelling hoe dan ook optrekken en ons Klimaatplan navenant fors bijstellen. Ook de rechter duwt ons nu in die richting.

Maar deze Vlaamse Regering blijft traineren. Uzelf neemt daarin het voortouw en wilt maar bewegen als voorstellen realistisch, haalbaar en betaalbaar zijn, als ze de concurrentiepositie van onze bedrijven niet schaden en de energiefactuur voor onze gezinnen en kmo’s niet opdrijven. Al deze bekommernissen delen we, maar wij zijn van mening dat afremmen en kiezen voor een staartpositie in het peloton van landen dat gaat voor een vergroening van de economie en voor gedurfde groene innovaties, bijzonder asociaal én economisch schadelijk zijn.

Hoe realistisch is het de aanstormende klimaatverandering te blijven ontkennen als een van de lage landen aan de Noordzee? Vlaanderen is de boot spijtig genoeg aan het missen.

Het Vlaams Energie- en Klimaatplan is op een aantal vlakken bijzonder zwak. Men gaat uit van een daling van het aantal gereden kilometers over de weg tot maximaal 51,6 miljard euro in 2030. Dat is een vermindering voor personenwagens en bestelwagens, maar nog altijd een vermeerdering voor vrachtwagens. Er is ook amper 5 procent koolstofarme vrachtwagens voorzien tegen 2030. Intussen blijft deze Vlaamse Regering investeren in een verbreding van de Brusselse ring en de snelwegen ernaartoe zoals de E314 , een ‘Uplace light’-project, een overgedimensioneerde uitvoering van de Oosterweelverbinding, enzovoort. Hoe denkt u op die manier een klimaatshift in het verkeer te bewerkstelligen? Terzelfdertijd wordt het openbaar vervoer ondergefinancierd.

In de industrie blijven er miljoenen aan subsidies gaan naar bedrijven om voor hun broeikasgasemissies te compenseren. We spraken daar al eerder over. Echte stimuli voor bedrijven om te decarboniseren, ontbreken. Een herziening van de energiebeleidsovereenkomsten zal allicht te weinig soelaas bieden. Wordt het niet dringend tijd om het over een andere boeg te gooien? Onze industrie is technologisch en economisch sterk en beschikt zeker over de mogelijkheden om de noodzakelijke transitie mee vorm te geven. Ze is er zelfs vragende partij voor, maar vraagt voor een ambitieus regelgevend kader dat zorgt voor een level playing field waarin elk bedrijf de noodzakelijke stappen vooruit moet zetten en het niet overgelaten wordt aan zogenaamde voorlopers, die dan in een concurrentiële markt benadeeld worden tegenover zij die maximale winst verkiezen en de kosten doorschuiven naar de samenleving.

De landbouwsector moet zijn broeikasgassen tegen 2030 met 26 procent reduceren. Dat zal gebeuren door onder meer de uitstoot van methaan en lachgas te beperken via beter voedsel en mestmanagement. In feite zijn deze doelstellingen slechts haalbaar als heel ons voedselsysteem grondig hervormd wordt en agro-ecologie het uitgangspunt vormt waarnaar gewerkt wordt. Ook het stikstofprobleem kan enkel op die manier worden bemeesterd. Om dat mogelijk te maken, is er nood aan een volwaardig transitiebeleid voor de landbouw en in het bijzonder de veeteelt, met oog voor de klimaatdoelstellingen, maar ook voor de sociale kost van de landbouw vandaag en van zo’n ombouw. Het laatste landbouwrapport heeft ons nog eens met onze neus op de feiten geduwd: ondanks een veel hogere productiviteit, tenminste als we kijken naar de opbrengst per hectare hier bij ons, is het inkomen van onze landbouwers niet vooruitgegaan, integendeel. Daarnaast slaagt men er niet meer in om de milieulast verder te doen dalen. We stoten hier, ondanks decennia van grote investeringen in – technologische – innovatie, ook voor deze regering het wondermiddel om alles op te lossen, op de grenzen van het bestaande systeem.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en andere instellingen wijzen ons al lang op het feit dat we in ons land dringend nood hebben aan een vergroening van de fiscaliteit. Maar voorstellen in de richting van het belasten van CO2-uitstoot of vormen van slimme heffingen op verplaatsingen ketst u al op voorhand af. Uiteraard moeten dit soort voorstellen sociaal doordacht worden en mogen ze de sociaal zwaksten niet raken. Ettelijke studies wijzen er op dat dit perfect kan en dat dit nalaten op termijn bijzonder schadelijk is voor onze leefomgeving én voor onze economie.

Minister, u hebt de laatste tijd bewezen dat u in de zorg voor milieu en gezondheid ook tegen de stroom in durft te roeien. Waarom dan die weerstand wanneer het gaat over klimaatmaatregelen?

Als we tot een eensluidend antwoord willen komen op de uitspraak van de rechter zullen we meer moeten samenwerken tussen alle regeringen van dit land. En niet alleen binnen ons land, maar op alle niveaus. Collega Bothuyne wees er ook al op. Dat betekent op een positieve manier communiceren en de focus in onze communicatie houden op ons eigen beleid, en onze energie, onze menselijke energie, gebruiken voor de versterking van elkaar.

Dat betekent ook dat we ons nu eindelijk constructief en positief opstellen, zonder voorwaarden, tegenover de Europese doelstellingen, de Green Deal en meer bepaald het Europese wetgevende kader inzake klimaatbeleid, dat normaal gezien op 14 juli zal worden gepresenteerd door de Europese Commissie en als doel heeft om tot 55 procent reductie te komen in 2030 en klimaatneutraliteit tegen 2050.

Minister, bij aanvang van de pleidooien in de klimaatzaak vroegen enkele collega’s en ik u naar een reactie. U wilde toen niet vooruitlopen op de uitspraak. Vandaag is die uitspraak er. Minister, rekening houdend met de uitspraak van de rechtbank, wat zult u doen om onze klimaatambities op korte termijn op te trekken?

De heer Van Rooy heeft het woord.

De Brusselse rechtbank sprak zich donderdag 17 juni uit in het proces dat werd aangespannen door Klimaatzaak. Die vzw wilde dus via de rechtbank een strenger klimaatbeleid afdwingen bij de verschillende Belgische overheden. De rechtbank van eerste aanleg heeft hen nu grotendeels gelijk gegeven. Ze redeneert dat de Belgische overheden – waaronder dus ook de Vlaamse – nalatig zijn geweest door hun klimaatbeleid en dat het huidige beleid de wettelijke zorgplicht en zelfs de mensenrechten schendt. Meer precies zou het huidige beleid artikel 2 en 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens schenden. Weliswaar weigerde de rechtbank concrete reductiedoelstellingen voorop te stellen voor de uitstoot van broeikasgassen, maar het vonnis stelt wel dat de drie gewesten in België gezamenlijk en individueel verantwoordelijk zijn voor het klimaatbeleid.

De vzw Klimaatzaak reageerde euforisch. Volgens voorzitter Serge de Gheldere heeft hij met die zaak zelfs geschiedenis geschreven op wereldvlak. Nochtans verkrijgt de vzw van de rechter wel wat minder dan een gelijkaardige zaak in Nederland, waar de organisatie Urgenda ook een klimaatzaak won tegen de Nederlandse overheid. Daar oordeelde de rechter daarenboven ook dat de uitstoot van broeikasgassen in Nederland tegen 2020 met 25 procent verminderd moest worden ten opzichte van 1990. Vzw Klimaatzaak vroeg in ons land aan de rechter om een verplichting op te leggen van minstens 42 procent minder broeikasgassen tegen 2025. Tegen 2030 zou dat zelfs min 55 procent moeten worden. De rechtbank ging hier echter niet in mee. Daarom overweegt de vzw om in beroep te gaan.

Mijn vragen, minister:

Wat is uw reactie op het vonnis van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg? Gaat u akkoord met dit vonnis en vindt u dat het de taak van de rechterlijke macht is om het klimaatbeleid goed te keuren of te veroordelen?

Zal de Vlaamse Regering in beroep gaan tegen het vonnis? Zo neen, waarom niet?

Zult u het Vlaams klimaatbeleid aanpassen op basis van deze uitspraak? Zo ja, op welke manier en wanneer mogen we deze aanpassingen verwachten?

Hebt u over dit vonnis al overleg gepleegd met uw gewestelijke en federale collega’s?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Dank u wel, collega’s voor de uitgebreide tussenkomsten, terecht ook, denk ik. Ik meen dat iedereen het vonnis ook heel goed gelezen heeft.

Ik denk dat het duidelijk is dat de rechter aangeeft dat er onvoldoende inspanningen zijn geleverd – dat wordt heel duidelijk naar voren gebracht – om de gevolgen van de klimaatopwarming te beperken. Dat schendt dus de zorgvuldigheidsnorm, en ook het recht op het leven, zegt de rechter. Aan de andere kant heeft hij geen aangescherpte reductiedoelstellingen opgelegd, en geeft hij duidelijk de scheiding der machten aan. Maar dat er in het verleden te weinig is gebeurd, daarvoor moeten we gewoon even naar de cijfers kijken. Tussen 2013 en 2020 hadden we een doelstelling van 15,7 procent op Vlaams niveau, en we hebben 3 procent gehaald. Ik denk dat iedereen in de commissie wel aanvoelt dat dat niet voldoende is. De doelstelling is niet gehaald.

Er zijn ook vragen gesteld, in verschillende tussenkomsten, over wat ik ga doen, of we in hoger beroep gaan of niet. Ik ga me daarover beraden. Ik ben met externe raadslieden aan het bekijken wat dit nu allemaal betekent. Daar kom ik later nog op terug.

Ondertussen werken we natuurlijk verder aan het klimaatplan dat de regering heeft goedgekeurd, voor een reductie met toch wel 35 procent van de non-ETS-uitstoot. Alle collega’s zijn zeer gefocust op het uitvoeren en concretiseren van al die maatregelen die opgenomen zijn in het Klimaatplan.

De voorstellen van de Europese Commissie om de nationale niet-ETS-doelstellingen voor het jaar 2030 te verhogen in lijn met de Europese 55 procentdoelstelling worden pas volgende maand verwacht.

Dit is bovendien slechts het begin van het beleidsproces. Een beslissing over deze nieuwe doelstellingen voor onder andere België zal pas plaatsvinden na onderhandelingen tussen de Raad en het Europese beleid.

Een nieuw samenwerkingsakkoord met de intra-Belgische verdeling van de doelstellingen voor de periode 2021-2030 moet worden afgesloten met de verschillende entiteiten.

Het vonnis van de rechtbank hoeft voor de Vlaamse Regering geen impact te hebben op deze onderhandelingen die zich nog in een verkennende fase bevinden.

Het Waalse Gewest is voorzitter van de Nationale Klimaatcommissie in 2021. Zoals ik eerder gezegd heb als antwoord op de vraag van collega Van Rooy, leiden zij de gesprekken. Het Waalse Gewest heeft gekozen voor een aanpak via bilaterale gesprekken met de verschillende entiteiten, waarover periodiek wordt teruggekoppeld naar het Energieoverleg (ENOVER) en de Nationale Klimaatcommissie. Een gezamenlijke vergadering van de Nationale Klimaatcommissie en ENOVER waar dit onderwerp op de agenda staat, is gepland op 25 juni 2021.

Ik wil toch heel duidelijk maken dat de Vlaamse Regering alle inspanningen doet die in het Klimaatplan staan. Wij hebben daar ook voortgangsrapportages van, we volgen dat op de voet op. We moeten dat doen, die doelstelling van min 35 procent, zowel voor de industrie, gebouwen als transport. Collega Somers sluit binnenkort ook een ambitieus pact met de lokale besturen. Er zijn ook heel wat middelen – vergeet het niet – uit het Vlaamse relanceplan die optimaal ingezet zullen worden, denk maar aan de vergroening van de transportsector – bijna 777 miljoen euro –, de renovatie van het Vlaamse gebouwenpatrimonium – 422 miljoen euro –, groene warmte – 50 miljoen euro –, onderzoek en ontwikkeling – 225 miljoen euro –, ook de ondersteuning van de transitie naar een duurzame waterstofindustrie in Vlaanderen, heel de circulaire economie. Alles is dus in uitvoering en alle collega’s voeren dat ook uit. Wij volgen dat op.

Wat het Europees verhaal betreft, daar komen we later nog op terug, zodra we weten wat daar vanuit Europa komt. Dat moet eigenlijk nog goed en wel starten.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik denk dat Klimaatzaak duidelijk is. Die zegt hetzelfde als wat Europa zegt, als wat heel veel collega’s in het parlement zeggen, als wat heel veel experten zeggen, namelijk dat er meer moet gebeuren als we de doelstellingen die het Klimaatakkoord van Parijs heeft vooropgesteld, effectief willen halen. We gaan dat als Vlaanderen niet alleen kunnen doen. Vandaar is het zo belangrijk dat er op Europees, maar ook op mondiaal niveau stappen vooruit gezet worden.

Er zijn wel wat hoopgevende signalen. Dat zijn de signalen die we ook in ons Vlaams regeerakkoord hadden verwacht: dat ook andere grote handelsblokken in de wereld in beweging zouden komen en rond klimaat stappen gaan zetten. Als ik kijk naar het beleid zoals het uitgetekend wordt in de Verenigde Staten, maar ook in China bijvoorbeeld, dan zien we dat daar wel degelijk een aantal zaken aan het verschuiven zijn, ten goede. Vanuit Vlaanderen hebben we heel wat technologie, heel wat bedrijven. U zei het daarnet: minister Crevits levert heel veel inspanningen als het gaat over innovatie, waterstoftechnologie en dergelijke meer. Onze landbouwsector produceert de meest klimaatvriendelijke voeding van de hele wereld, en dat is onder andere te wijten aan onderzoek en ontwikkeling die hier gevoerd worden. Daar kunnen we dus verder op inzetten.

Maar er is meer nodig, minister. We hebben het Vlaams Energie- en Klimaatplan. Dat is inderdaad 35 procent, dat is al veel. Maar we weten ook allemaal dat dat niet zal volstaan. Vandaar heb ik de volgende vraag – en ik heb ze u al eerder gesteld of gesuggereerd. In Nederland wacht men niet af wat Europa gaat doen.

In Nederland heeft men beleidsscenario’s uitgerekend en uitgewerkt met het Planbureau om op die manier sector per sector in te schatten wat bepaalde keuzes aan resultaten zouden kunnen opleveren, zowel economisch als ecologisch als sociaal – die elementen zijn even belangrijk in dit verhaal. Mijn concrete vraag, minister, is om ook vanuit Vlaanderen zulke impactanalyses te gaan maken. We moeten niet wachten op Europa of op een ander om zoiets te doen; wij moeten dat zelf gaan doen, het liefst in overleg met de andere deelstaten en de federale overheid.

Wat de klimaatzaak zelf betreft, heeft het volgens mij geen zin om nog in beroep te gaan. De boodschap van de rechter was duidelijk, de boodschap van de eisers is duidelijk. Ik denk dat we gewoon de hand aan de ploeg moeten slaan en bijkomende maatregelen moeten uitwerken en bijkomende budgetten moeten uittrekken, om zo bijkomende resultaten te verkrijgen, zonder te vervallen in politiek gehakketak, zoals mevrouw Almaci vorige week ten berde bracht als reactie op de klimaatzaak. Ik ben blij dat collega Steenwegen op dat vlak al een andere toon aanslaat dan zijn voorzitter.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw antwoord, dat toch ontgoochelend is. U zegt dat in Europa nog niets vastligt, dat het een proces is en dat we pas dan zullen weten waar wij aan toe zijn. Wat u natuurlijk wel niet zegt, en waar de klimaatzaak over gaat, is dat België zich mee verbonden heeft tot een akkoord in Parijs dat tot doel heeft om de klimaatopwarming te beperken tot minder dan 2 graden Celsius. Met wat er vandaag van engagementen van verschillende landen op tafel ligt, raken we amper aan die 3,5 graden Celsius opwarming, wat een enorm negatieve impact zou hebben op onze samenleving.

Ik heb daarnet geciteerd uit een resolutie van dit parlement, die u als Vlaamse minister en als de Vlaamse Regering vraagt – opdraagt eigenlijk – om ervoor te zorgen dat die doelstelling gehaald wordt en dat we onder die 2 graden Celsius blijven. Vandaag zien we dat regeringen, parlementen en lagere overheden vanwege allerlei redenen niet in staat zijn of bereid zijn om wat nodig is en afgesproken werd, om te zetten in beleid. De redenen zijn divers en zelfs enigszins begrijpelijk. Het is niet gemakkelijk. We botsen hier op de grenzen van ons huidige systeem. Maar, met de feitelijke en wetenschappelijke kennis achter ons en met de beloften en internationale afspraken die wij, parlementen en regeringen onder elkaar, gemaakt hebben, wordt de politiek nu meer en meer tot de orde geroepen door de rechterlijke macht.

De klimaatzaak is geen alleenstaand geval. Vorig jaar oordeelde een rechter in Engeland dat de uitbreiding van Heathrow in Londen niet kon worden toegestaan omdat ze in strijd was met de klimaatdoelen van Engeland. We hebben onlangs een baanbrekend arrest gehad in Nederland waarin een bedrijf – Shell om het niet te noemen – veroordeeld werd om zijn aandeel in de klimaatopwarming sneller en feller af te bouwen met concrete doelen. En in Boechout kreeg het lokaal bestuur gelijk in zijn verzet tegen een nieuw tankstation, omdat het in tegenspraak was met het burgemeestersconvenant, dat veel van onze steden en gemeenten hebben afgesloten. De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelde dat de zorg voor het klimaat effectief beschouwd moet worden als een doelstelling of zorgplicht van een gemeente. Dat is een heel belangrijk vonnis en een precedent voor gelijkaardige dossiers in andere gemeenten. De klimaatdoelstellingen van een lokaal bestuur kunnen nu een doorslaggevend argument worden om al dan niet een omgevingsvergunning te verlenen.

Vandaar, minister, stel ik u toch de vraag: vindt u dat nu een goede zaak dat u en uw regering te weinig initiatief nemen, beleidsmatig tekortschieten om dat klimaatprobleem aan te gaan, in overleg met de regio’s, met de Federale Regering en internationaal? Vindt u dat nu een goede zaak? Hoe gaat u verhinderen dat gerechtelijke uitspraken het beleid steeds meer zullen bepalen? Want dat is een trend die we vandaag meer en meer vaststellen.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Minister Demir, begrijp ik het goed dat er dus toch een kans is dat de Vlaamse Regering zich juridisch zal verweren tegen dit vonnis? Of wordt de beroepsprocedure afgewacht die de vzw Klimaatzaak nu heeft aangespannen, en dus een definitieve uitspraak? Ik vind het belangrijk om dat te benadrukken. Want de heer Steenwegen wijst er terecht op dat u zich verbindt tot allerlei klimaatdoelstellingen op Europees niveau en op internationaal niveau. En daar zijn wij uiteraard tegen. En dan zegt u op Vlaams niveau – terecht overigens – dat u het niet kunt betalen, dat het niet betaalbaar en niet haalbaar is en dat we er dus niet geraken. Als dit soort rechtszaken wordt aangespannen en dit soort vonnissen wordt uitgesproken, dan stevenen wij inderdaad af op een ‘klimaatdictatuur’ – zo zal ik dan maar noemen, ik gebruik een andere terminologie dan de heer Steenwegen – waarbij de rechter zal bepalen welk beleid u moet voeren. En dan kunt u als minister niet meer zeggen dat u het toch een beetje anders of alleszins langzamer doet, om het haalbaar en betaalbaar te houden.    

Minister Demir, blijft u van plan om echt uw eigen beleid te voeren, dat volgens uzelf haalbaar en betaalbaar is, en dus ook juridische stappen te ondernemen tegen dat vonnis? Of zult u dat uiteindelijk ondergaan? 

De heer Tobback heeft het woord.

Voorzitter, ik ga in op het laatste punt. Collega Van Rooy, de rechter heeft niet bepaald welk beleid wij moeten voeren. De rechtbank heeft er zelfs uitdrukkelijk voor gekozen om geen eigen doelstellingen op te leggen of vast te leggen. Wat zij wel doet, is de regeringen in dit land opleggen om dat beleid te voeren dat ze zeggen dat ze zouden willen voeren. De rechtbank heeft zich ook alleen maar gebaseerd – want dat kan een rechtbank alleen maar, in dit land, net zoals in alle andere beschaafde landen – op regels, wetten, decreten, grondwetten die door verkozen politici, zijn gestemd, goedgekeurd en vastgesteld. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beleid dat wordt gevoerd niet alleen niet overeenstemt met de grote woorden die we verkondigen, net zoals collega Bothuyne dat vandaag ook weer doet, maar ook niet met de wetten, decreten en grondwetten die we zelf hebben gestemd. In een rechtsstaat is het zo dat wetten, decreten en grondwetten geen vrijblijvende teksten zijn, maar moeten worden nageleefd. Als je dus vaststelt dat er een probleem is, dat het beleid dat wordt gevoerd niet meer klopt, is het logisch dat iemand naar de rechtbank stapt. Het is al raar dat het zo lang heeft geduurd.

En de grote boodschap van wat deze rechtbank vandaag heeft gezegd, net zoals in de verschillende omliggende landen, is dat beleid voeren meer is dan alleen maar een paar vrijblijvende goed klinkende loze statements te maken en vervolgens gewoon over te gaan tot de orde van de dag. Wanneer men zegt dat men de klimaatproblematiek serieus neemt, dan moeten er ook resultaten tegenover staan. We stellen vast dat we in dit land, in deze legislatuur en in de vorige, maar in alle eerlijkheid ook in eerdere legislaturen, heel veel claimen dat we het willen aanpakken, maar dat we niet de gepaste maatregelen nemen. Keer op keer stellen we vast dat de resultaten die we zeggen te willen halen, niet worden gehaald. In die zin, minister, vond ik uw antwoord toch ook wel heel erg vrijblijvend en heel erg op de vlakte blijvend. Ik heb niet gehoord dat de Vlaamse Regering nu weg zal stappen van alleen maar loze statements, maar zich ook zal engageren tot het halen van doelstellingen, niet alleen het vaststellen ervan. Ik heb het over het halen van doelstellingen inzake hernieuwbare energie, het halen en realiseren van doelstellingen inzake de vermindering van CO2-uitstoot, het realiseren van doelstellingen inzake het verminderen van onze klimaatimpact, het vastleggen van een heel duidelijke tijdlijn naar het uitfaseren van een aantal brandstoffen enzovoort.

De vonnissen van deze rechtbank, maar ook van andere Europese rechtbanken in buurlanden, tonen aan dat we een kantelpunt bereikt hebben, denk ik. Een paar leuke statements maken, en een vrijblijvend plan opstellen, die tijd is voorbij, zowel in de hoofden van burgers als in de ogen van rechtbanken, en jammer genoeg ook in de realiteit van onze planeet. Het is dus een keuze waar de Vlaamse Regering voor staat. U kunt de juridische strijd blijven verderzetten, u kunt de woordenstrijd blijven verderzetten, of u kunt duidelijk gaan voor resultaten. Dan zullen er inderdaad een aantal maatregelen moeten worden genomen die resultaat kunnen boeken. Op dat vlak heeft deze Vlaamse Regering nog wel een weg te gaan. Ze is daarin niet de eerste regering, maar hopelijk wel de laatste, en degene die nu – met dank aan de rechtbanken – kan kiezen voor een beleid dat écht vooruitgang wil realiseren.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik heb me ook al in de vorige legislatuur – en deze rechtszaak is ook opgestart in de vorige legislatuur – altijd verzet tegen een opbod van doelstellingen. Ik heb me daar nooit mee akkoord verklaard. Ik heb trouwens ook altijd gezegd dat we moeten beginnen met het uitwerken van concrete maatregelen. En ik durf eigenlijk ook met zekerheid te zeggen dat dit de eerste regering is die werkt met heel concrete maatregelen, bijvoorbeeld rond energie-efficiëntie. Ik ga ze niet allemaal opsommen, maar er zijn er toch een heel pak. Ik herinner me ook nog deze bewuste resolutie uit 2016, waar collega Steenwegen naar verwijst. De discussie in de plenaire, die we achteraf ook gevoerd hebben met de andere parlementen erbij, was hallucinant. Eenmaal de doelstelling vastgelegd was – en de doelstelling was toen meer dan 35 procent – verliet iedereen de zaal. De mensen van Groen en Ecolo, de journalisten verlieten de zaal. Ze hadden een doelstelling vastgelegd. Dat er daarna nog 15 pagina’s kwamen met concrete maatregelen, die nog moesten bediscussieerd worden, dat interesseerde geen kat. Geen hond was daarin geïnteresseerd. Enkel ik en een paar anderen bleven zitten om verder te discussiëren hoe we dat concreet zouden gaan doen. Maar daarover werd niet gediscussieerd, het waren enkel doelstellingen, een opbod van doelstellingen. En dat opbod van doelstellingen is dan zo dogmatisch geworden dat het dan uiteraard voer is voor een aantal juristen om mee naar de rechtbank te stappen wegens mensenrechten, enzovoort, enzovoort. Ik vraag me dan eerlijk gezegd af – ook als burger – of we daar dan ons geld moeten insteken, in die rechtszaken? Advocaten die moeten worden betaald, de tijd die je erin steekt, enzovoort. Dan steek ik veel liever mijn tijd in het ontplooien van concrete maatregelen, in die te monitoren, te kijken hoe ver we daarmee komen, bijsturen, flexibel zijn. Als het niet lukt, nog wat bijsturen, leren van anderen, enzovoort.

Ik denk dat we daar veel meer mee kunnen doen dan met statements, opbod, enzovoort. En om nogmaals te wijzen op uw dogmatisch handelen, collega Steenwegen, herhaal ik de vraag die u stelde aan de minister: ‘Is het een goede zaak dat u niet goed bezig bent?’ Dat was eigenlijk uw vraag. Eigenlijk impliceert u al uw antwoord in uw vraag. Dat is puur dogmatisch denken. Daar ben ik 100 procent niet mee akkoord. Dat doe je niet, in de vraag al het antwoord zetten. ‘Is het een goede zaak dat u niet goed bezig bent?’. Dat was uw vraag. Wel, stop met dat opbod, en werk aan concrete maatregelen!

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ja, ik wil hier misschien heel kort op reageren.

Wat het vonnis betreft heb ik heel duidelijk aangegeven dat we ons aan het beraden zijn, aan het kijken wat we gaan doen. We hebben daarvoor nog even de tijd, om te bepalen of we in beroep gaan of niet.

Ik vind het zeer belangrijk dat je de doelstelling die je vooropstelt als overheid, ook nakomt. Nogmaals, in Vlaanderen zijn we er heel goed in om eender welke doelstelling die je je oplegt niet te halen. Sta mij daarom toe om te zeggen dat we op dit moment alles op alles moeten zetten. Dat er een reductie van het broeikasgas moet zijn, daar zijn we het allemaal over eens, denk ik. De discussie gaat erover of dat toch meer dan die min 35 procent moet zijn. Misschien moeten we wel al beginnen, en dat is ook wat deze regering doet. Er zijn in het Klimaatplan heel concreet een driehonderdtal maatregelen waarvan de vooruitgang nauwgezet opgevolgd wordt door jaarlijkse voortgangsrapporten, waarin we ook heel transparant de stand van zaken rond de maatregelen en emissies weergeven. Het lijkt mij logisch dat we dat op die manier doen, in plaats van nu opeens ik weet niet wat allemaal te willen doen, terwijl we die min 35 procent nog niet eens gehaald hebben. Ik zou zeggen: voer nu eindelijk eens uit, Vlaanderen, wat je overeengekomen bent. Dat is eigenlijk ook de frustratie die bij heel veel mensen leeft als het over het klimaat gaat, dat iedereen heel vrolijk is en vindt dat er van alles gedaan moet worden, maar dat er finaal gewoon niets gebeurt. Dat is ook wat die rechter aangeeft: dat de doelstellingen in het verleden niet gehaald zijn. Ik ben wel van mening – ik verschil daarin misschien met een aantal collega’s – dat we de broeikasgasemissie moeten verminderen. Ik vind dat we dat ook moeten halen. Als we alles goed uitvoeren wat in het Klimaatplan staat en als we dat goed monitoren, zal die min 35 procent de komende tien jaar er zijn volgens mij. Als blijkt dat we niet op schema zitten, moet er ook worden bijgestuurd. We moeten dat nu voor eens en voor altijd doen, in plaats van nog eens opnieuw een nieuw klimaatplan te maken en af te stemmen.

Collega’s die vinden dat er hogere doelstellingen moeten zijn: ik hoor dan ook heel graag welke bijkomende maatregelen men dan nog vooropstelt. Ik vind het altijd heel gemakkelijk om te zeggen ‘wij willen meer doelstellingen, meer doelstellingen’, maar ik hoor dan wel altijd heel weinig welke concrete maatregelen men dan bijkomend nog voorstelt naast het Klimaatplan. Dan kunnen we dat ook eens monitoren en becijferen. Want de driehonderd maatregelen die in dit Klimaatplan staan – herinner u, toen we het plan moesten sluiten, is dat een heel weekend doorgegaan –: ik stond er wel op dat alles goed werd nagemeten, dat alles ook goed bekeken werd, of het haalbaar was. Ik spreek gewoon algemeen. De politiek is altijd heel goed, vind ik, om allerlei beloftes naar voren te schuiven en ze dan niet te halen. Ik ga niet mee in dat soort van politiek, sorry, ik doe dat niet. We zullen nog zien wat we gaan doen en wat Europa gaat doen en hoe dat verdeeld gaat worden en wat die dynamiek zal zijn. Dat is een ander verhaal. Maar ik vind dat het hoog tijd is dat we nu al die driehonderd maatregelen een voor een uitvoeren, dat goed monitoren, met een voortgangsrapport, en bijsturen indien we niet op het juiste spoor zijn.

Wat de uitspraak van de rechter betreft: zoals ik gezegd heb, ben ik mij aan het beraden, zijn we aan het kijken. Dit is ook ingesteld op het verleden. Ik denk dat we collectief wel allemaal kunnen aangeven dat er in het verleden gewoon veel te weinig, bijna niets gebeurd is. Min 3 procent broeikasgasreductie, dat is eigenlijk te verwaarlozen, dat is gewoon niet goed. Maar ik zou nu wel willen aandringen om het huidig plan echt goed te focussen en al die maatregelen ook uit te voeren op het terrein, zodat we effectief resultaten kunnen krijgen.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, ik ben het eens met dat laatste. U moet resultaten boeken. U bent de Klimaatminister en bent dus verantwoordelijk om de klimaatdoelstellingen die we met Vlaanderen hebben, te realiseren, samen met uw collega’s binnen de Vlaamse Regering, elk voor hun sector.

Nu, we moeten ook niet doen alsof de wereld blijft stilstaan. De reductiedoelstelling van 35 procent zal niet volstaan om de aangescherpte doelstellingen van de Green Deal te halen, en dat is wat u wilt: resultaten halen. Het moet gaan over meer dan doelstellingen, het moet gaan over concrete acties en budgetten om effectief stappen vooruit te zetten. Ik wil u echt vragen om niet af te wachten tot Europa voor ons beslist, maar om zelf een impactanalyse te gaan maken om te weten met welke maatregelen we stappen vooruit kunnen zetten.

U vraagt concrete voorbeelden. Wel, als we naar de cijfers kijken, dan zien we dat twee derde van de uitstoot komt uit gebouwen en transport, de twee sectoren die ook een stijgend aandeel hebben in de uitstoot van CO2 de voorbije jaren. Daar zitten grote winstmogelijkheden. Daar moeten we stappen zetten. Daar moeten we in eerste instantie op focussen. En we doen dat ook in dit parlement, in goede samenspraak met u, met het stookolieverbod dat hier decretaal op tafel wordt gelegd. Maar er zijn ongetwijfeld nog bijkomende stappen die we kunnen zetten. Ik roep u dan ook op om uw tijd niet te besteden met een beroep tegen de klimaatzaak, maar om een impactanalyse te maken van bijkomende maatregelen die we kunnen nemen om de doelstellingen op te trekken en te halen. Resultaten zijn wat we nodig hebben.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Collega’s, ik merk toch een verschillende benadering op binnen de meerderheid. Collega Bothuyne vraagt nadrukkelijk, en terecht, naar impactanalyses om zoals in Nederland toch al verdere stappen te zetten en de doelstellingen aan te scherpen en te kijken op welke manier die doelstellingen bereikt kunnen worden. Aan de andere kant is er collega Gryffroy, wiens partij al heel lang in deze Vlaamse Regering zit, die nu zegt dat dit de eerste regering is die concrete maatregelen neemt. Collega Gryffroy, ik focus ook niet op de doelstelling. De doelstelling is er om te weten wat er moet gebeuren om ze te bereiken. Als ik kijk naar de doelstelling die er was in Vlaanderen, de doelstelling die u moest naleven van Europa, en naar het trackrecord van de regeringen waar uw partij deel van uitmaakte – 3 procent minder op 15 jaar –, dan vraag ik mij af met welk recht van spreken u hier tussenkomt. Ik zou aanraden om een toontje lager te zingen en mee te helpen om die doelstellingen te realiseren.

Collega’s, sommigen zijn blij dat de rechter van oordeel was dat het niet aan hem toekwam om beleid te voeren en dus zelf geen doelstellingen heeft opgelegd. Eerlijk gezegd, ben ik daar ook blij om. Ik vind niet dat het aan de rechter is. Het valt te verkiezen dat wij als parlement, als wetgevende macht, die taken opnemen. Maar wat als een parlement, een regering, dit parlement, deze regering, niet doen wat ze zelf hebben beloofd? Wat als het parlement niet in staat is om de meest fundamentele mensenrechten – het recht op leven – voor zijn burgers te verzekeren door hen te vrijwaren van de klimaatopwarming en al haar gevolgen? Dan klopt er iets niet.

Het gaat niet over een vrije keuze. De klimaatopwarming is een wetenschappelijke werkelijkheid die we niet kunnen ontkennen. En de gevolgen van de klimaatopwarming boven die 2 graden Celsius zijn een feitelijke, wetenschappelijke vaststelling. Dat is geen keuze. We moeten allemaal samen proberen om daaronder te blijven. En collega’s, we hebben beloofd om dat te doen, we hebben ons daarvoor geëngageerd, hier in dit parlement, onder andere met die resolutie van 2006. En als lidstaat hebben we ook het akkoord van Parijs ondertekend. Dan moeten wij daar ook de juiste gevolgen aan geven.

Wij moeten samen opkomen voor onze burgers. We moeten het engagement aangaan dat we aan hen verplicht zijn. En we moeten ervoor zorgen dat we onze beloften nakomen.

Collega’s, ik hoop dat wij, wanneer het op het klimaatprobleem aankomt, als verkozen parlementsleden onze job zullen doen.

Collega’s, voorzitter, minister, in opvolging van deze interpellatie zullen wij een motie indienen.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Als het goed of nuttig wordt gevonden dat er naar rechters wordt gestapt, als mensen vinden dat de regering zich niet aan bepaalde beloften houdt en daardoor mensenrechten schendt of zelfs het recht op leven wordt geschonden, dan kunnen er natuurlijk veel mensen naar de rechter stappen.

Als er moordenaars worden vrijgelaten, bijvoorbeeld die van Kitty Van Nieuwenhuysen, dan zou ik zeggen dat dat de mensenrechten schendt van de slachtoffers, de nabestaanden, de potentiële slachtoffers, de toekomstige slachtoffers. Dan is het einde natuurlijk zoek. Dat is een straatje zonder einde. Nu heeft de rechter misschien nog geen reductiedoelstellingen opgelegd. Maar wacht maar af, we horen het groene fanatisme en de groene waanzin bij monde van collega Steenwegen in deze commissie. En als het niet de rechter is die het oplegt, dan zal het straks wel de Europese Unie zijn.

Ik wens minister Demir dus heel veel succes en sterkte om haar beleid inderdaad haalbaar en betaalbaar te houden, voor zover dat effectief het geval is. Want als ik hier weer dat gegoochel met cijfers hoor… Min 35 procent is nu weer het heilige getal voor Vlaanderen. Ik zou zeggen: zet u eens in voor min 35 procent op de elektriciteitsfactuur. Daar liggen de mensen wakker van.

En minister Demir, de frustratie die bij heel veel mensen leeft, heeft niets te maken met CO2, met beloftes van de overheid wat CO2 betreft. Daar liggen de mensen helemaal niet wakker van. De mensen zijn gefrustreerd door de regelneverij, door al de geboden en verboden – we hebben het hier ook weer gehoord – over stookolieketels die dan plots niet meer mogen en waarvoor je boetes zult krijgen. Daar zijn mensen door gefrustreerd: door die regelneverij, door de kostprijs van die klimaatmaatregelen, door de zonnepanelenfiasco’s van deze Vlaamse Regering en door de torenhoge elektriciteitsfactuur. Misschien moeten we daar eens vaste percentages op plakken en naar de rechter stappen als dat niet wordt gehaald. Min 35 van de elektriciteitsfactuur: dat zou ik nog steunen. En al de rest is flauwekul.

De interpellatie en de vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.