U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Zowel de studie van PricewaterhouseCoopers als de vragen daarover zijn ondertussen een jaarlijkse traditie. De resultaten van die studie bevestigen wat we al langer weten: we betalen in ons land relatief weinig voor aardgas, maar hebben een hoge elektriciteitsfactuur. Dat is in eerste instantie te verklaren door het grote aandeel openbaredienstverplichtingen, toeslagen en heffingen die via die elektriciteitsfactuur aangerekend worden. Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat Vlaanderen daarvoor voor een groot stuk verantwoordelijk is. Maar we hebben goede intenties om naar een dalende lijn te gaan op dat vlak, conform het regeerakkoord, en om die factuur zeker niet te laten stijgen.

Ons land kent daarentegen bijzonder lage belastings- of heffingsniveaus voor aardgas. Achter die algemene conclusies schuilen genuanceerdere bevindingen: het zijn vooral de gezinnen en kmo-bedrijven aangesloten op laagspanning die een vrij hoge elektriciteitsfactuur betalen. De belastingen, heffingen en certificatenregelingen liggen disproportioneel hoog in vergelijking met andere gewesten en de buurlanden; enkel Duitsland scoort nog slechter.

Ook Belgische bedrijven aangesloten op het hoogspanningsnet betalen in België relatief hoge prijzen. Vlaanderen kent, evenals vele buurlanden, wel een ‘supercap-regeling’, waarmee een korting wordt toegekend aan elektro-intensieve bedrijven. Vlaanderen is op die manier – in tegenstelling tot Brussel en Wallonië – wel degelijk competitief inzake die electro-intensieve bedrijven in vergelijking met de buurlanden. De supercap-regeling blijkt dus wel degelijk effectief te zijn, maar verdient het om continu geëvalueerd te worden. De algemene doelstelling zou een streven moeten zijn naar meer competitieve elektriciteitsprijzen voor de elektro-intensieve sectoren, zonder dat bijkomende kosten naar de andere consumenten doorgerekend worden.

De resultaten van deze studie duiden met andere woorden op de noodzaak om de spreiding van de lasten op de energiefactuur opnieuw te herbekijken. Het regeerakkoord stelt terecht dat een loutere financiering van het klimaatbeleid via de elektriciteitsfactuur nieuwe klimaatvriendelijke elektrische toepassingen afremt. Denk maar aan de warmtepompen of aan de elektrificatie van het transport. Enkele voorzichtige stappen werden reeds genomen, onder meer om de meerkosten op de elektriciteitsfactuur niet verder te laten toenemen als gevolg van Vlaams beleid. Ook positief is dat, dankzij het federale sociale tarief, kwetsbare gezinnen in België een kleiner deel van hun inkomen aan de energiefactuur moeten besteden dan in de ons omringende landen. Er worden dus op alle niveaus wel goede initiatieven genomen, maar ik denk dat we allemaal moeten toegeven dat we er helemaal nog niet zijn.

Minister, hoe evalueert u de resultaten van die studie van PricewaterhouseCoopers in opdracht van de regulatoren? Wat zijn de belangrijkste conclusies die u daaruit trekt?

Hoe evalueert u onze Vlaamse supercap-regeling? Is er volgens u een noodzaak om de bestaande regeling bij te sturen? Is er volgens u in het kader van de energienorm nood aan een maatregel om de niet-elektro-intensieve industrie of andere industriële profielen te ondersteunen?

Zult u maatregelen nemen om de extra lasten op de elektriciteitsfactuur van gezinnen en kmo’s te verminderen of te verschuiven? Zij betalen op dit moment namelijk, procentueel gezien, het meest voor elektriciteit. Ziet u mogelijkheden om die lasten te verschuiven naar fossiele energiedragers?

Hoe zult u de energienorm in de toekomst verder uitwerken en welke effectieve maatregelen zult u daartoe nemen? Welke initiatieven neemt u om dit zoveel mogelijk te doen in overleg met het federale niveau?

Welke tariefcomponenten zouden volgens u uit de elektriciteitsfactuur gehaald kunnen worden en eventueel verschoven kunnen worden naar de fossiele energiefactuur? Over welke bedragen gaat dit heel concreet per component?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega Bothuyne, zoals u zelf aangeeft, gaat het inderdaad om een vervolgstudie. De eerste studie van vorig jaar maakte nog geen duidelijk onderscheid tussen de regionale en federale componenten. Dat is nu iets duidelijker.

De studie laat inderdaad ook een positieve evolutie zien. Maar, zoals u heel terecht opmerkt, zijn we er nog niet. De Vlaamse beleidskosten die worden doorgerekend via de elektriciteitsfactuur zijn voor gezinnen licht gedaald ten opzichte van vorig jaar, maar er is nog wel wat werk voor de boeg.

Daarnaast toont de studie ook aan dat Vlaanderen voor kmo’s wel de goedkoopste regio is op het vlak van elektriciteit, in vergelijking met alle andere regio’s die – voor alle duidelijkheid – opgenomen zijn in de studie. Ook wat de grotere verbruiksprofielen betreft, doet Vlaanderen het, wat de elektriciteitskosten betreft, behoorlijk.

Hoe evalueer ik de Vlaamse supercap-regeling? De studie bevestigt heel duidelijk dat de supercap-regeling de elektriciteitsprijzen van Vlaamse elektro-intensieve ondernemingen weer in de buurt brengt van de elektriciteitsprijzen in de buurlanden. Dit bewijst dat dit een belangrijke competitiviteitsmaatregel is. Deze regeling kan niet verder worden uitgebreid naar andere doelgroepen want de Europese richtsnoeren voor staatssteun laten deze vrijstellingsregeling enkel toe voor ondernemingen die elektro-intensief zijn.

Zoals u zei, hebben we deze legislatuur al heel wat maatregelen genomen en zullen we die ook nog nemen om de extra lasten op de elektriciteitsfactuur te beperken en de energienorm om te zetten in effectieve maatregelen. Zo hebben we de steunhoogte voor hernieuwbare energie aangepast, met meer marktconforme investeringsrendementen en een duidelijk afbouwpad. We hebben ook de uitbreiding van de supercap-regeling naar warmte-krachtcertificaten. Verder wordt de openbare dienstverplichting voor openbare verlichting vanaf volgend jaar afgeschaft en worden ook de kosten voor nieuw beleid daar uit gehaald, naast de financiering van alles wat te maken heeft met woningen. Deze ingrepen zorgen ervoor dat de kosten van het nieuwe Vlaams beleid niet in de elektriciteitsfactuur komen.

We voeren ook overleg met de federale collega’s. Zij informeerden ons dat ze bezig zijn me het uitwerken van een energienorm. Dit voorstel zou dit najaar worden voorgelegd aan de Federale Regering. Ik denk dat dit een positieve evolutie kan inhouden.

Zoals u weet, zijn we ook aan het bekijken hoe het zit met de verschuiving van de kosten van elektriciteit richting stookolie en aardgas. Het is blijkbaar zo dat wij dat niet kunnen doen voor stookolie, omdat dit een federale bevoegdheid is. Ik denk dat het daarom ook goed is dat we goed moeten samenwerken met de federale collega’s, zodat er een coherent beleid is.

Iets wat we ook moeten bekijken, is de ‘inventaris van subsidies voor fossiele brandstoffen’. Ik lees daarin dat België in 2019 nog 2,13 miljard subsidie heeft gegeven voor stookolie. Volgens mij is dit iets wat we samen met de federale collega zullen moeten opnemen.

Ik geef u dus gelijk: het werk is nog niet af. Die oefening inzake het verschuiven naar fossiele brandstoffen zullen we verder nog moeten maken.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Dank u wel, minister. Ik denk dat die studie ons inderdaad in staat stelt om de vinger aan de pols te houden. Tegelijkertijd bezorgt die studie ook heel wat werk op onze agenda.

Ik wil er nog enkele elementen uit halen. Waar wilt u landen met dat overleg met het federale niveau, heel specifiek over stookolie? Ik begrijp uit uw antwoord dat u de subsidies voor stookolie weg wilt. Op welke manier ziet u dan idealiter een tarifering voor stookolie, die ervoor zorgt dat klimaatvriendelijkere alternatieven er beter uitkomen?

Voor aardgas zijn we natuurlijk wel bevoegd, althans voor de distributie. Dat wil dus zeggen dat we wel wat hefbomen hebben op dat vlak. Welke concrete initiatieven plant u op dat vlak om een verschuiving te bewerkstelligen tussen elektriciteits- en aardgasfacturen?

Kunt u nog wat toelichting geven bij de initiatieven die u nog in de pijplijn hebt voor onze industrie inzake de energienorm? U verruimt namelijk de scope voor onze energiebeleidsovereenkomst en wilt dus de energiebesparingsdoelstellingen voor meer bedrijven doordrukken – wat volgens mij een goed zaak is, in het licht van het regeerakkoord. Maar misschien moeten we, qua competitieve energieprijzen, ook de scope verruimen naar die bedrijven.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega Bothuyne, wij zijn niet bevoegd voor stookolie, ook niet voor die subsidies. Maar ik denk dat het goed is om met het federale niveau te bekijken wat men daarmee gaat doen. Op Vlaams niveau hebben onze parlementsleden een voorstel van decreet ingediend over de uitfasering daarvan. Ik denk dat hierover een goede afstemming nodig is. De kwestie bevindt zich vooral op het federale niveau, maar wij voeren goede gesprekken met de collega’s – ook federaal – die met een grotere oefening bezig zijn, zoals ik heb begrepen.

Wat de verschuiving van een aantal kosten van elektriciteit naar het fossiele betreft, zijn we vooral aan het bekijken waarvoor wij bevoegd zijn. Hetzelfde geldt voor aardgas. Ook op dat vlak zal ik in de gesprekken, ook binnen de regering, eerst eens aftoetsen wat mogelijk is. Ik denk dat het logisch is dat we eerst eens van gedachten wisselen over hoe we dat aanpakken.

Wat de energienorm betreft, denk ik dat we al alles gedaan hebben wat we konden doen op Vlaams niveau. Denk maar aan de supercap voor de groenestroomcertificaten (gsc’s) en aan de warmte-krachtcertificaten (wkc’s). Het grotere werk rond de energienorm is nu ook bezig met de federale collega’s. Ook dat volgen we verder op, zodat beide niveaus goed op elkaar afgestemd zijn.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik bemerk een zweem van samenwerkingsfederalisme, minister. Ik kan u alleen maar veel succes wensen met die goede intenties. We zullen u daarbij heel graag ondersteunen, maar indien nodig ook over ondervragen. Dit wordt vervolgd.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.