U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Recent is het Vlaams preventieplatform opgericht. Dat is een samenwerkingsverband tussen verschillende organisaties en experten die binnen het welzijnsveld actief zijn. Ze pleiten voor het ons intussen welbekende ‘Health in All Policies’, maar ook voor ‘Preventie in All Policies’.

Preventief gezondheidsbeleid is immers een Vlaamse bevoegdheid, maar in verhouding tot andere Europese landen gaat er bij ons relatief weinig geld naar preventie. Ook in de strijd tegen het coronavirus, natuurlijk, hebben we gezien dat het gebrek aan infectiepreventie een kwalijke impact kan hebben.

Het opzet is natuurlijk breder. Streven naar een gezonde levensstijl, een gezonde voeding, inzetten op bevolkingsonderzoeken, werken aan een gezonde en veilige leefomgeving … zijn allemaal belangrijke doelen van het preventief gezondheidsbeleid. Vandaar, minister, mijn eerste vraag of u kennis hebt kunnen nemen van de oprichting en van de missie van dit platform. Acht u die compatibel met uw eigen doelstellingen inzake preventief gezondheidsbeleid? En zo ja, op welke wijze zult u gevolg geven aan de oproep van dit platform en op welke wijze zult u hen betrekken bij het uittekenen van het toekomstig preventief gezondheidsbeleid.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Minister, de eerste zin van het nieuwe preventieplatform is: ‘Als we in alle sectoren en op alle beleidsniveaus een sterk preventief gezondheidsbeleid zouden voeren, dan zouden we jaarlijks tienduizenden overlijdens kunnen voorkomen.’ Met die vaststelling hebben heel veel academici, de Vlaamse Logo’s (loco-regionaal gezondheidsoverleg en -organisatie) en ook andere specialisten, aan de alarmbel getrokken en ze hebben een nieuw preventieplatform uit de grond gestampt, net om die aandacht voor preventie te eisen.

Ze stellen, terecht, dat het gebrek aan inzet voor preventie – we hinken daar in België eigenlijk al heel lang achterop – zich gewroken heeft tijdens de coronacrisis. Er wordt gevraagd naar een performant en preventief gezondheidsbeleid waardoor mensen gezonder zouden leven, minder zouden sterven en waardoor we ook beter voorbereid zouden zijn op een crisis zoals we die met corona hebben meegemaakt.

Ze spreken van tienduizenden overlijdens die we elk jaar kunnen voorkomen, als we in alle sectoren en op alle beleidsniveaus een sterk preventief gezondheidsbeleid zouden voeren. Een preventief beleid zou – zo blijkt uit de cijfers – 86 procent van alle overlijdens in ons land, die veroorzaakt worden door vermijdbare ziektes, kunnen vermijden – als we inzetten op preventie.

We zien ook dat ziektes als overgewicht of diabetes ernstige risico’s vormen voor mensen die met covid besmet geraken en vanwege die chronische ziektes gemakkelijker sterven aan covid. Heel veel van die ziektes ontstaan door een problematische leefstijl en door problematische leefomstandigheden, zijnde overgewicht, roken, drinken, onvoldoende lichaamsbeweging, maar ook bijvoorbeeld luchtverontreiniging, zowel binnens- als buitenshuis. Men schat dat men door gezondere leefomstandigheden 80 procent van de hart- en vaatziekten en 40 procent van de kankers zou kunnen voorkomen. Ik moet, denk ik, niet verder uitleggen hoeveel leed en hoeveel gezondheidswinst meer inzetten op preventie zou opbrengen.

Concreet wil het platform pleiten voor gezonde leefstijl als extra coronabasismaatregel. Ze willen dat bij de Groep van Experts voor Managementstrategie van COVID-19 (GEMS) vooropstellen, maar ook bij alle overheden. Ze roepen ook alle sectoren en alle overheden op om gezonde leefomgevingen te creëren, die mensen minder blootstellen aan bijvoorbeeld vervuilende stoffen – dat is des te actueler vandaag in het hele PFOS-debat (perfluoroctaansulfonaat) – maar ook om hen te helpen en het mogelijk te maken dat mensen gezonde keuzes kunnen maken, bijvoorbeeld meer bewegen, niet roken, sneller grijpen naar gezonde voeding, minder alcohol nuttigen. Ik kan u zeggen dat ik bij patiënten zie dat het voor heel veel mensen – met zeer flexibele werkomstandigheden bijvoorbeeld – des te moeilijker is om zich aan een gezonde en regelmatige voeding te kunnen houden.

Ze vragen ook dat de overheden versneld werk maken van een Interfederaal Preventieakkoord met concrete en ambitieuze gezondheidsdoelstellingen.

Ten slotte doen ze een warme oproep aan alle overheden om inspanningen voor gezonde binnen- en buitenlucht, gezonde woningen en voldoende ventilatie in gebouwen gevoelig op te drijven.

Het is sprekend als professor Geert Meyfroidt, de voorzitter van de Belgische Vereniging voor Intensieve Geneeskunde, verklaart dat een goede preventie meer levens zal redden in absolute aantallen dan de afdeling Intensieve Zorg. Hij zegt dat we daar nu naar moeten handelen. Mijn vraag aan u, minister, is of u die vraag ernstig neemt en daarmee aan de slag zult gaan.

Hoe staat u tegenover de oprichting van een nieuw preventieplatform? Zult u dat platform betrekken bij het beleid?

Momenteel gaat er in België ongeveer 2,2 procent van het gezondheidsbudget naar preventie. Het platform roept op om dit budget te verhogen naar 5 procent. Hoeveel van het budget gaat in Vlaanderen naar preventie? Gaat u akkoord met het platform dat het budget voor preventie serieus verhoogd moet worden? Zult u daarop ingaan?

Gaat u ermee akkoord dat een performanter preventief gezondheidsbeleid had gezorgd voor een minder grote impact van COVID-19 op ons land?

Hoe staat u tegenover de vraag van het platform voor een meer interfederaal preventiebeleid?

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, de collega’s hebben het preventieplatform al geschetst. Het gaat om een collectief van experten die zich onder de naam ‘preventieplatform’ verenigt om de aandacht voor preventie hoger op de agenda te zetten. Het zijn niet de minsten, maar gerenommeerde artsen en professoren, zoals dokter Arrazola de Oñate, professor Guy T'Sjoen, professor Lieven Annemans, mevrouw Margot Cloet, de heer Michaël Sels en de heer Guy Tegenbos. Het collectief werkt samen met de Logo's (loco-regionaal gezondheidsoverleg en -organisatie). U weet dat ik die een warm hart toedraag.

Het platform stelt zich één doel: volop de kaart van preventie trekken, nu, morgen en op lange termijn. Dat de tijd dringt, tonen de cijfers tijdens de pandemie aan, maar ook op andere vlakken wil het preventieplatform het draagvlak voor gezondheidsbevordering en ziektepreventie politiek en maatschappelijk gevoelig verhogen. Het roept alle overheden van dit land op om meer dan ooit in te zetten op het bevorderen van een gezonde leefstijl en leefomgeving, met speciale aandacht voor de meest kwetsbaren.

Ze schuiven een aantal speerpunten naar voren. Ik zal ze niet integraal herhalen. Het is heel duidelijk waarvoor het preventieplatform staat. Het platform stelt vast dat de zogenaamde welvaartsziekten door de coronacrisis een opmars kenden. Tegelijkertijd zijn er verzwarende gevolgen zijn voor wie werd getroffen door COVID-19 en is er een groeiende kloof binnen onze maatschappij wanneer het gaat om gezonde levensstijl. Ook hier betekende de coronacrisis een bijkomende versnelling. Dat leidt niet enkel tot toenemende maatschappelijke, maar ook economische kosten.

Daarom past het inzetten op preventie binnen de strategie van de Wereldgezondheidsorganisatie, die bij monde van topman Hans Kluge pleit voor een paradigmashift van een curatief systeem naar een preventief systeem.

Ik heb de volgende vragen. Hoe kijkt u naar het initiatief van het preventieplatform? Acht u het nuttig dat er zo domeinoverschrijdend naar gezondheidszorg en meer bepaald preventie wordt gekeken? Hoe reageert u op de voorgestelde speerpunten? Zijn die snel te realiseren? Hoe wilt u erover waken dat de gezondheidskloof binnen onze maatschappij niet langer groeit maar gedicht wordt? Hoe kijkt u naar de paradigmashift van curatief naar preventief? Plant u op korte termijn overleg met de experten achter het preventieplatform?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik kan alleen maar heel verheugd zijn dat vanuit verschillende hoeken in de samenleving het belang van een gezonde leefstijl en preventieve gezondheidszorg in de schijnwerpers wordt gezet.

Zoals u weet, werken we in het kader van onze preventiebevoegdheid met gezondheidsdoelstellingen. De gezondheidsthema’s die dit preventieplatform aanhaalt met betrekking tot een gezonde leefstijl, zijn opgenomen in het strategisch plan bij de gezondheidsdoelstelling ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’.

Dat plan wordt gebruikt als leidraad voor mijn beleid over tabak, alcohol, drugs, voeding en beweging. Belangrijke principes en aandachtspunten in dit plan zijn settinggericht werken, ‘Health in All Policies’, terreinwerk en gezondheidsongelijkheid.

Conform het strategisch plan is dit jaar gestart met de tussentijdse evaluatie van de gezondheidsdoelstelling. De thema’s geestelijke gezondheidsbevordering, preventieve mondzorg en valpreventie zullen ter gelegenheid daarvan ook opgenomen worden in de gezondheidsdoelstelling.

Het domeinoverschrijdend preventiebeleid, met andere woorden ‘Health in All Policies’, is een van de basisprincipes van het strategisch plan ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’. Tijdens de tussentijdse evaluatie van de gezondheidsdoelstellingen gaan we na hoever we staan met betrekking tot het behalen van de gezondheidsdoelstellingen. Inhoudelijke experts, partnerorganisaties, organisaties met een terreinwerking en de Logo’s worden betrokken bij het traject dat we hiervoor volgen.

We zitten momenteel in de eindfase voor het afsluiten van de beheersovereenkomst met de partnerorganisatie die ondersteunend en settinggericht zal werken. Per setting zullen netwerkgroepen worden opgericht die minstens bestaan uit de vertegenwoordigers van de partnerorganisaties, de organisaties met een terreinwerking, de Logo’s en het agentschap Zorg en Gezondheid. Zij zullen in overleg beslissen wie de noodzakelijke partners in de overlegstructuren zijn. Heel wat experten in het preventieplatform zullen aan dit overleg deelnemen.

Het budget dat voor de preventieve gezondheidszorg is gelabeld, bedraagt in 2021 70,4 miljoen euro. Hiervan gaat ongeveer 53 procent naar de algemene gezondheidsbevordering en de ziektepreventie, ongeveer 45 procent naar de vaccinaties in verband met infectieziektes en 2 procent naar de milieugezondheidszorg. Dit bedrag omvat niet de budgetten voor de preventieve werking van de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s), het agentschap Opgroeien, de bedrijfsgezondheidsdiensten, de Gezonde Gemeenten en de anderen. Het is dan ook moeilijk het volledig beleid te berekenen dat in ‘Health in All Policies’ past.

Het in de vraagstelling aangehaald percentage, 2,2 procent, is een nationaal percentage, gebaseerd op het System of Health Accounts. Dat percentage houdt geen rekening met de net aangehaalde aspecten van ‘Health in All Policies’. Desalniettemin zullen we met betrekking tot het strategisch plan ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’ en de lopende tussentijdse evaluatie ook de ambitie met betrekking tot een groter preventiebudget evalueren.

Ik ga akkoord dat met het preventief gezondheidsbeleid nog een grote gezondheidswinst te halen valt. Wat COVID-19 betreft, weten we dat overgewicht en zwaarlijvigheid risicofactoren zijn die tot ernstige complicaties kunnen leiden. We weten allemaal dat de zorg tot nu toe te veel op de curatieve zorg is gefocust. We proberen met tal van wetenschappelijk ontwikkelde preventiemethodes tot alle lagen van de bevolking door te dringen en het belang van een gezonde levensstijl aan te prijzen.

De versnipperde bevoegdheden inzake gezondheid in dit land zorgen ervoor dat de positieve financiële aspecten van het preventief gezondheidsbeleid in Vlaanderen niet altijd rechtstreeks naar Vlaanderen terugvloeien. Dat is een bijkomende hindernis. Om voor een effectieve en efficiënte inzet van de middelen in de preventieve gezondheidszorg te zorgen, moeten we dit debat durven aangaan.

Het preventiebeleid is een gemeenschapsbevoegdheid, met uitzondering van de maatregelen voor de nationale profylaxis. Het protocolakkoord van 21 maart 2021 biedt een kader voor de beleidsafstemming tussen de federale overheid en de gemeenschappen om, met het oog op een gezondheidswinst op populatieniveau, elk vanuit hun eigen bevoegdheden ondersteunende maatregelen te nemen. Deze afspraken worden geconcretiseerd in de interkabinettenwerkgroep (IKW) preventie. Tot nu toe heeft deze IKW zich volledig aan de COVID-19-crisis gewijd. Het overleg over niet-CODIV-19-gerelateerde thema’s zal deze maand opnieuw beginnen. De Algemene Cel Drugsbeleid, die de ambitie heeft vanuit de Vlaamse overheid aan integrale plannen in verband met alcohol, tabak en gokken te werken, is overigens al opnieuw gestart.

Wat de communicatie ten aanzien van de burgers betreft, zetten de partnerorganisaties momenteel al tal van mediakanalen in voor gezondheidsbevordering. Voor de verspreiding en de implementatie van de wetenschappelijk onderbouwde preventiemethodieken voorzien we continu in communicatie op sociale media en in de pers over een gezonde levensstijl. Naast die continue communicatie, zorgen onze partnerorganisaties jaarlijks ook voor een aantal communicatiecampagnes om een specifiek levensstijlthema of een gezonde levensstijl in zijn geheel in de kijker te zetten. Hiervoor worden video’s of banners ontwikkeld die met een specifiek budget op sociale media en in de offlinemedia worden verspreid.

Het inzetten van beleidsmakers, experten of bekende personen om de boodschappen uit te dragen, is één manier van werken, maar er zijn er ook nog heel wat andere. Ik denk aan alle inspanningen op het gebied van mediarichtlijnen rond suïcide, het gebruik van influencers bij tabakscampagnes naar jongeren of challenges zoals Tournée Minérale. Dat zijn goede voorbeelden die we vandaag kennen.

Het preventieplatform refereert ook aan de kwaliteit van de publieke ruimte als een belangrijke factor voor onze gezondheid. Gezondheid is de voorbije jaren meer en meer expliciet aanwezig als drijfveer in het plannen en inrichten van de publieke ruimte. De coronacrisis heeft de sense of urgency verhoogd. ‘Health in All Policies’ wordt stilaan een evidentie bij het uittekenen van een ruimtelijk beleid en een mobiliteitsbeleid, zowel op het niveau van Vlaanderen als op lokaal niveau. We zien een stijgende belangstelling voor preventieve gezondheidsaspecten in onder andere de uitwerking van de Vlaamse Mobiliteitsvisie 2040 of van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, en in tal van initiatieven die de publieke ruimte duurzamer en toekomstbestendiger maken, zoals bijvoorbeeld het Open Ruimte Platform of het project GIRAFF van beweging.net, om ook een voorbeeld uit het maatschappelijk middenveld te geven.

– Stefaan Sintobin treedt als voorzitter op.

Minister Wouter Beke

Op loco-regionaal niveau nemen de Logo’s deze ‘Health in All Policies’-aanpak mee in hun werking rond de gezonde publieke ruimte. Het afsluiten van een beheersovereenkomst met de nieuwe partnerorganisatie Ondersteuning Settinggericht Werken is in een finale fase. Een van de operationele doelstellingen binnen het beleidsplan zal het stroomlijnen van aanbod van informatie voor partners en intermediairs en voor het algemene publiek zijn.

Het pleidooi voor een actieve en gezonde buurtwerking en acties in wijken kan ik enkel onderschrijven. Zoals u weet, heb ik op 11 juni dan ook de projectoproep rond ‘Zorgzame buurten’ gelanceerd. De goede praktijken die uit deze honderd projecten zullen komen, zullen we gebruiken om het beleid bij te sturen en waar nodig aanpassingen in de regelgeving te doen om hinderpalen voor zorgzame buurten te kunnen wegwerken. De geluksdriehoek werd in november vorig jaar gelanceerd, met onder andere een brede online mediacampagne waarbij interviews met experten en bekende Vlamingen werden ingezet om burgers toe te leiden naar het platform en de bijhorende toolbox.

Gezondheidsongelijkheid, ten slotte, is een zeer complexe maatschappelijke problematiek die niet enkel vanuit het preventieve gezondheidsbeleid opgelost kan worden. Binnen het preventieve gezondheidsbeleid hanteren we het principe proportioneel universalisme, waarbij iedereen eenzelfde basisaanbod krijgt, maar er extra inspanningen geleverd worden naar meer kwetsbare of moeilijker te bereiken groepen. Proportioneel universalisme is opgenomen in het strategisch plan ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’, dat ik als leidraad beschouw. Om dat beleid gericht te plannen en op te volgen, ben ik het eens dat meten weten is. Sinds 2003 wordt met de indicatorenbevraging, uitgevoerd door het Vlaams Instituut Gezond Leven, het preventieve gezondheidsbeleid in verschillende settings en over verschillende gezondheidsthema’s in kaart gebracht. Deze bevraging gebeurt vierjaarlijks. De scope van deze bevraging werd met elke editie uitgebreid naar bijkomende settings en/of thema’s.

We geraken er al lang niet meer met een ‘one size fits all’-benadering. Onze inspanningen moeten gerichter zijn, als we meer impact willen hebben. Daarom ben ik eind 2019 ook een project gestart om Sciensano een ‘gezondheidsbarometer’ te laten ontwikkelen. Een eerste versie wordt eind dit jaar uitgetest, met resultaten in het voorjaar van 2022. De resultaten moeten ons, voor de vaakst voorkomende thema’s, een zicht geven op welke groepen we ons het beste richten, met welke boodschappen, zodat we ons beleid meer op maat en effectiever kunnen maken.

In het preventiebeleid is er aandacht voor kwetsbare groepen. Daarbij hanteren we het principe van het proportioneel universalisme. Zoals ik heb aangehaald, is dit een focus binnen het strategisch plan. Een van de voorbeelden van een dergelijke aanpak is rookstopbegeleiding door tabacologen. Elke Vlaming kan bij een rookstoppoging ondersteuning krijgen van een opgeleide tabacoloog. De Vlaamse Gemeenschap komt daarbij tussen in de kosten. Voor jongeren en personen met een verhoogde tegemoetkoming, twee groepen die kampen met financiële drempels, ligt de tussenkomst echter aanzienlijk hoger, zodat de begeleiding zo goed als volledig gratis is. Voor mensen in armoede zijn er specifieke acties waarbij een gezondheidswerker samen met een vormingswerker rookstopgroepen organiseert binnen de setting van een armoedewerking, volledig gratis en met specifieke aandacht voor participatie.

Beter voorkomen dan genezen. Als Vlaams minister van Volksgezondheid, Welzijn, Gezin en Armoedebestrijding ben ik overtuigd van het inzetten op preventie en van de winst in levenskwaliteit en de maatschappelijke winst die we daarmee kunnen boeken.

De pandemie, de vergrijzing van de bevolking en de ermee gepaard gaande toename van ‘non-communicable diseases’ en multimorbiditeit zetten ons gezondheidszorgsysteem sterk onder druk. Het lijkt mij heel relevant om die discussie maatschappelijk open te trekken en kritisch te durven kijken naar de prioritering, de budgettering en de organisatie van ons gezondheidsbeleid in dit land en in de deelstaten.

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, u erkent het belang van preventie. Dat blijkt uit een aantal initiatieven die u belicht, maar ik ben niet tevreden met uw antwoord om twee redenen.

Ten eerste geeft u aan dat u via de al geplande structuren met enkele partners van dit overleg zult werken, maar niet met het platform zelf. Dat is een gemiste kans als je kijkt naar de samenstelling ervan. Is het voor een minister niet dankbaar om te kunnen spreken met een platform dat is samengesteld uit zo’n diverse groep van partners? Waarom wilt u werken met een orgaan daarnaast waarvoor u een aantal partners uitnodigt en andere niet? Ik begrijp dat het gaat om een manier van werken toen het platform nog niet bestond. Ondertussen is de situatie veranderd. Het platform is er. Lijkt het niet logisch om dat op structurele wijze een stem aan de tafel te geven? Ik zou daar graag een iets positiever antwoord op krijgen.

Een tweede aspect dat me wat zorgen baart, is uw antwoord op de vraag naar meer budget. U erkent het belang van preventie. De budgetten volgen nog niet. U haalt sterk aan dat het een hinderpaal is dat het positieve financiële effect van investeren in preventie niet terugvloeit naar Vlaanderen. U zegt dat we dat debat moeten durven aangaan. Preventie is nog niet zo lang overgeheveld naar Vlaanderen. Het debat had toen gevoerd moeten worden. Ik begrijp zeer goed dat het soms zinvoller is om alle bevoegdheden in één hand te hebben, hetzij federaal, hetzij Vlaams. Versnippering zorgt vaak niet voor het best mogelijk op elkaar afgestemd beleid. Ik ben het met u eens. Maar Vlaanderen heeft nu die bevoegdheid. Misschien had het die niet moeten opnemen als het niet bereid was om erin te investeren, wetende dat het positieve financiële effect voor het federale niveau is. Het is belangrijk dat u daarin investeert. De belangrijkste winst is niet die voor de Vlaamse of federale begroting, maar wel de gezondheidswinst die mensen kunnen boeken door te vermijden ziek te worden wanneer preventie haar werk goed doet. Ik wil u alstublieft vragen om u eroverheen te zetten dat de financiële positieve effecten voor het federale niveau zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de federale overheid met het gezondheidsbudget andere zinvolle zaken zal doen als er geld vrijkomt. We zullen zoveel mensen helpen met een veel betere gezondheid. Ik zou heel graag hebben dat u dat argument niet meer aanhaalt om niet extra te investeren in preventie. 

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Minister, u spreekt met veel woorden. U zegt dat u preventie belangrijk vindt, maar ik verwacht van een minister van Volksgezondheid ook daden. Het gaat in de eerste plaats ook om structurele middelen voor preventie. Ik moet vaststellen, minister, dat u uw ministerschap begonnen bent met een hele besparingsoperatie in de preventieve gezondheidszorg. Er is bijna 100.000 euro bespaard op de algemene gezondheidsbevordering van het Vlaams Instituut Gezond Leven, maar er is ook besparing op voeding en beweging: gezonde voeding, voldoende lichaamsbeweging, beperking van sedentair gedrag en ondervoeding, ook van het Vlaams Instituut Gezond Leven. Er is bespaard op de algemene ondersteuning van de Logo’s, ook door het Vlaams Instituut Gezond Leven, op Domus Medica, op de eetexperten, op het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs, op Sensoa, op Sciensano, en ik kan zo nog even doorgaan. Er is een besparing van 6 procent doorgevoerd in het preventieve zorglandschap. Ik vind het vreemd dat u vandaag blijkt te vinden dat u momenteel goed bezig bent en dat u zult kijken naar de tussenstand.

Minister, als u het meent dat preventie voor u een belangrijk aspect is, moet u die besparing terugdraaien. Ik wil aanstippen dat preventie niet rond projecten draait. Die projectwerking is goed, maar preventie heeft volgens de mensen in het preventieplatform vooral structurele middelen nodig. Volgens u gaat ongeveer 70 miljoen euro naar preventie, maar het gaat dan om 0,57 procent van het hele zorgbudget. Het zal iets meer zijn, want ook in andere beleidsdomeinen werkt men aan preventie, maar u moet ermee akkoord gaan dat we nog serieus onder de door het preventieplatform terecht gevraagde 5 procent van het budget zitten.

Daarnaast vind ik het frappant dat u over een hindernis spreekt. Elke euro die we in preventie investeren, verdient zichzelf viermaal terug, maar die terugbetaling komt bij de federale overheid terecht. Ik vind het zeer problematisch dat u in dit verband over een hindernis spreekt. In dat geval moeten we de bevoegdheden allemaal federaal houden. Als dit betekent dat Vlaanderen niet op preventie zal inzetten, zitten we met een serieus probleem dat nu moet worden aangepakt. De Belg heeft recht op gezondheid en op preventie.

Daarnaast hebt u geantwoord dat er een tussentijdse evaluatie komt van het strategisch plan ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’. Wat is de timing? Beseft u dat u met die besparingsoperatie heel wat mensen en structurele middelen hebt weggehaald, bijvoorbeeld bij de Gezonde Gemeenten en bij de ondersteuning van de lokale besturen?

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, aangezien de vorige sprekers al veel hebben gezegd, zal ik het kort houden. Ik ben zeer erkentelijk voor uw antwoord. U hebt een aantal initiatieven geschetst, en ik denk oprecht dat u politiek-inhoudelijk ten gronde overtuigd ben van het belang van preventie. Alleen mis ik doortastendheid en een fundamentele omslag. Wat u nu hebt verteld, had u twee jaar geleden, voor de coronacrisis, ook kunnen vertellen. U hebt dat toen ook verteld. Op die manier hebt u een aantal besparingen proberen te verantwoorden of verdedigen. U hebt verklaard dat een aantal zaken zouden gebeuren, maar wat we nodig hebben, is een fundamentele omslag in de keuze voor preventie.

Met betrekking tot het argument dat de baten voor de federale overheid zijn, wil ik twee zaken zeggen. Ten eerste wilde Vlaanderen bevoegd worden voor preventie. Dat is in mijn ogen terecht gebeurd, maar dan moet de Vlaamse overheid natuurlijk haar bevoegdheid opnemen. Het zou zeer opmerkelijk zijn te beslissen de zaken waarvoor we bevoegd zijn, niet te radicaal op te nemen omdat de voordelen wel eens voor iemand anders zouden kunnen zijn. Ten tweede betalen de Vlamingen natuurlijk ook een gedeelte van de inkomsten van de federale overheid. Als het om de inzet van overheidsmiddelen en belastinggeld gaat, moet de Vlaamse overheid haar verantwoordelijkheid nemen. De goede besteding van de middelen door de federale overheid en de eventuele winsten voor de federale overheid lijken me geen enkel probleem.

Het is natuurlijk een cruciaal jaar voor preventie. In het najaar stellen we onze eerste post-COVID-19-begroting op. We zullen straks een debat over een begrotingsaanpassing voeren, maar daarin worden natuurlijk geen grote, fundamentele keuzes gemaakt. We hebben daar deels begrip voor, en dat is ook wat in het Bureau van het Vlaams Parlement is afgesproken. Dit najaar zullen echter wel fundamentele keuzes voorliggen. Er komt een brede heroverweging en er wordt nagedacht over de punten waarop we wel zullen inzetten.

Minister, u weet dat met betrekking tot het preventielandschap ook belangrijke keuzes moeten worden gemaakt, namelijk over de erkenning en de ondersteuning van de Logo’s en over de volgende stappen in het preventiebeleid gedurende de komende vijf tot tien jaar. Ik zou graag horen hoe u daarnaar kijkt. Zijn de contouren al afgebakend? Ik zou u willen vragen daar met een open blik naar te kijken en die fundamentele omslag in het najaar mogelijk te maken.

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, de oprichting van een gloednieuw preventieplatform duidt er, spijtig genoeg, op dat in Vlaanderen nog steeds te weinig wordt gedaan met betrekking tot preventie. Die vaststelling is als een open deur intrappen. De vorige sprekers en het preventieplatform zelf hebben al naar de uitgavencijfers voor preventie in dit land verwezen. Volgens u is 2,2 procent het nationaal percentage, maar dit ligt gevoelig onder het Europees gemiddelde en onder de besteding van 5 procent die wordt gevraagd om de kroon te spannen.

Het is goed dat u positief staat tegenover dit initiatief, maar we vragen u het preventiebudget niet te laten afhangen van waar de financiële winst naartoe vloeit.

De gezondheidswinst vloeit sowieso naar de Vlaming. U werkt natuurlijk samen met uw coalitiepartners verder aan een Vlaams homogeen gezondheidsbeleid. U hebt alvast onze steun in dat dossier. Daarnaast zal het ook van groot belang zijn dat er binnen Vlaanderen ook domein- en bevoegdheidsoverschrijdend gewerkt zal worden. Dan haal ik er weliswaar maar één doelgroep uit, waar er toch veel gezondheidswinst te rapen is in de toekomst: het onderwijs. Dat is ook een gemeenschapsbevoegdheid. Daar kunnen we jonge mensen nu al die gezonde levensstijl aanreiken, niet alleen via het vaak onderschatte vak lichamelijke opvoeding (lo) voor de lichamelijke gezondheid, maar ook via de globale aanpak om onze kinderen geestelijk fit te houden, het alom bekende ‘gezonde geest in een gezond lichaam’. Minister, hoe staat u met uw collega van Onderwijs in permanente dialoog daarover? Hoe wilt u extra stimulansen geven aan het preventiebeleid binnen het onderwijsveld?

Mevrouw Sleurs heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw uitgebreid antwoord. Collega’s, samenwerken en preventie zijn natuurlijk belangrijk en iedereen onderschrijft dat. Maar ik wil toch ook de minister steunen in zijn aanpak van het preventieve beleid. Ik denk dat we inderdaad krachtdadig moeten inzetten op ons verdere plan ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’. Jullie draaien het feit van de middelen om. Het is wel een feit dat het federale niveau profiteert van de inspanningen van Vlaanderen. Wil dit zeggen dat we niets meer moeten doen? Nee, integendeel. Maar ik wil toch de federale collega’s ook in het beleid erop wijzen dat als Vlaanderen iets doet, zij ervoor moeten zorgen dat ook het federale kader aanwezig is. Denk maar aan de mondhygiënisten: wij zorgen voor de opleiding, maar het federale kader was nog lang niet in orde alvorens dat de mondhygiënisten afstudeerden. Dus ik zou de collega’s toch ook willen oproepen dat Vlaanderen verantwoordelijk is voor het preventiebeleid. Ik denk dat we daar heel veel en heel hard op moeten inzetten. Onder andere Sciensano heeft 600.000 euro gekregen om de preventiebarometer op Vlaams niveau te ontwikkelen, maar ik zou toch willen dat als Vlaanderen iets ontwikkelt, het federale kader volgt. 

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Collega’s, meer en meer is het toch wel duidelijk dat het preventieve gezondheidsbeleid een onderdeel moet zijn van het curatieve gezondheidsbeleid. Men handelt niet enkel met de patiënten, maar men moet er ook voor zorgen dat we niet ziek worden. Daarom is die preventie natuurlijk zo belangrijk, door bijvoorbeeld ook die aangepaste levensstijl. Het voorstel hier van het Vlaamse preventieplatform om eigenlijk nog meer over die verschillende beleidsniveaus heen te gaan samenwerken is dan ook een hele goede zaak. Dat is natuurlijk nodig. Collega Sleurs heeft gezegd dat we natuurlijk nog altijd moeten blijven inzetten op die preventie, maar ook zeker de minister moeten ondersteunen. Uit de hele oplijsting van op welke vlakken we allemaal al inzetten, die zonet gegeven is, blijkt ook dat we vanuit Vlaanderen de kans nemen om zeer goed op dat preventieve luik in te zetten. Minister, ook vanuit onze fractie hebt u natuurlijk de volledige steun. Het preventieve gezondheidsbeleid is niet iets dat je vanuit één beleidsdomein en vanuit één beleidsniveau kunt doen. Het is een samenwerking en laat ons die samenwerking zeker ook in de toekomst verderzetten.  

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, eerlijk gezegd vind ik een aantal tussenkomsten een beetje bizar. Men zegt dat men elke euro die men investeert, later vier keer terugbetaald krijgt. Dat klopt, maar als je dan in die logica treedt dan moet je ook durven te kijken naar wie investeert en waar het wordt terugbetaald. Dat is dan toch gewoon de logica doortrekken. Dan zeggen ‘dat heeft er eigenlijk niets mee te maken, vind ik een beetje een flauwe redenering en een flauwe argumentatie. Dan had men die bij het begin ook niet moeten maken. Die logica klopt wel natuurlijk. Wij moeten onze verantwoordelijkheden opnemen en dat doen we ook. Maar als men zegt ‘kijk dat is iets wat je eigenlijk vier keer terugbetaald krijgt’, dan moeten we ook durven te spreken over hoe, wat en wie. Ik kan hier veel dossiers aanhalen waarbij we bereid zijn om een stukje een investering te doen als we weten dat de return on investment daar ook is. Dat is een zaak die in een volwassen democratie moet kunnen.

Ik weet niet goed wat de bedoeling is. Ik krijg vragen over wat ik zal doen met de Logo’s en met een aantal andere overlegplatformen. Is het de bedoeling om de verschillende overlegplatformen, namelijk de Logo’s en de andere, te annuleren en in de toekomst met dit platform te werken of is het de bedoeling dat we verdergaan met de stakeholders die er vandaag zijn? Verschillende organisaties in dat platform zitten ook in die overlegstructuren zoals ik naar voren heb gebracht. Het probleem is niet dat we niet genoeg overlegstructuren hebben. Het punt is dat er op een aantal terreinen een betere en een meer geïntegreerde afstemming zou moeten kunnen komen. Volgens mij hebben we goede overlegfora. We willen vooral inzetten op de implementatie van de preventiemethodieken en niet op bijkomende structuren. Dat is veel belangrijker, vooral voor de mensen zelf.

Wat de kritiek van collega Vandecasteele betreft, dat is een grijsgedraaide plaat die intussen al een jaar achterhaald is. Het ging over een besparing van 1,3 miljoen euro die onmiddellijk teruggedraaid is en omgezet in bijkomende investeringen. Als u correct wilt zijn, moet u dat ook op een juiste manier kunnen of willen zeggen. Kijk naar het plan Zorgen voor Morgen en ik kan nog andere voorbeelden aanhalen.

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Ik kan heel kort zijn. Ik blijf erbij dat de return on investment de betere gezondheid van de Vlaming is. Los van elk pleidooi om bepaalde bevoegdheden in handen te houden blijf ik het betreuren dat sommigen het argument dat de baten voor de federale begroting zijn als een rem zien om meer te investeren in preventie op het Vlaamse niveau. Ik vind dat oprecht heel jammer. Voor mij zal de belangrijkste return altijd de gezondheid blijven en niet zozeer op welke begroting die cijfers staan. 

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Minister, ik heb een schriftelijke vraag gesteld over de besparingen in het preventieve gezondheidsbeleid. Daarop hebt u geantwoord dat er een besparing is doorgevoerd van 2.490.000 euro. Daarbij is opgesomd op welke onderdelen er allemaal is bespaard. Ik zal een nieuwe vraag stellen om te kijken welke besparingen zijn teruggedraaid. De algemene besparing van 6 procent is momenteel voor de meeste organisaties niet teruggedraaid. Dat is de informatie die ik van uw diensten heb gekregen. Het gaat niet over 1,3 miljoen euro, maar over een besparing van 2,5 miljoen euro die u hebt doorgevoerd bij het begin van de legislatuur. Aangezien de Vlaamse overheid gestart is met een besparing van 6 procent op alle middelen, moet u zich vandaag dubbel zo hard bewijzen als u wilt bekomen dat de mensen geloven dat deze overheid wil inzetten op preventie.

Zoals ik eind vorig jaar al heb gezegd, heeft dat bij het Vlaams Instituut Gezond Leven tot gevolg gehad dat heel wat vaste medewerkers die al tientallen jaren actief waren op het vlak van preventie, moesten vertrekken. Nadien zijn er wel gesprekken opgestart voor nieuwe projecten. De oproep van het platform en van onze partij, minister, is om die budgetten voor preventie structureel te verhogen. Vandaag gaat 0,5 tot 1 procent van het zorgbudget van de Vlaamse overheid naar preventie. Dat moet serieus verhoogd worden. De vraag was of u de structurele middelen en dus het totale budget voor preventie wilt verhogen. De oproep van het platform is dat er vandaag te weinig aan preventie wordt gedaan. Het is niet de bedoeling dat u gewoon zegt dat u doorgaat met datgene waarmee u bezig bent. 

Ten tweede stel ik vast, minister, dat de opsplitsing van het zorgbeleid in België met negen ministers van Volksgezondheid heel veel levens heeft gekost tijdens de coronapandemie en ook vandaag heel veel levens blijft kosten omdat het blijkbaar verhindert dat de regio’s, zoals Vlaanderen, inzetten op preventie.

Minister, u hebt zelf gezegd dat dit u verhindert om op preventie in te zetten. Ik vind het bijzonder kwalijk dat die absurde opsplitsing van ons land zo veel levens zal kosten.

Mevrouw Vandecasteele, daarvoor is een speciale commissie opgericht.

Minister, ik wil u vooral oproepen om van de pandemie een kantelmoment te maken om van pure curatie naar preventie om te schakelen. Dat moeten we doen, maar ik heb in uw antwoord niet gehoord dat u die omslag echt wilt maken.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw aanvullend antwoord. U hebt verklaard dat u niet goed weet wat de bedoeling van mijn vraag om uitleg is. Wat we willen, is eigenlijk eenvoudig. We willen de vraag van het preventieplatform ondersteunen. Het preventieplatform heeft terecht gesteld dat de les van de voorbije twee jaren is dat we in Vlaanderen fundamenteel en structureel te weinig op preventie inzetten. Er zijn gigantische uitdagingen en met de huidige middelen kunnen we die vragen en noden niet beantwoorden. Hiermee zouden de federale begroting, de gezondheid van de Vlamingen en een aantal aspecten van de hulpverlening en de zorg in Vlaanderen gediend zijn. Als we naar de valpreventie en dergelijke kijken, zien we dat er ook voor Vlaanderen financiële baten zijn. Het is een riedeltje dat niet helemaal sluitend is. Ik wil het niet te veel hebben over de bevoegdheidsverdeling in ons land en het klopt dat we daarover een debat ten gronde moeten voeren, maar dat mag geen excuus of reden zijn om in het najaar geen fundamentele omslag te maken, om te tonen dat de Vlaamse begroting voor 2022 een andere is dan de Vlaamse begroting voor 2019 of 2020 was en om te tonen dat we de lessen van de coronacrisis niet zijn vergeten. Dat is de vraag van het preventieplatform en van de hele preventiesector en dat is ook onze vraag. Ik hoop dat ik dit heb verduidelijkt.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.