U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik zou graag een vraag willen stellen over de case in Booischot, die ook wel de nationale media heeft gehaald. Een erkende hondenkweker had eind mei op eigen initiatief het dierenasiel van Mechelen gecontacteerd met de vraag om zijn dieren te komen ophalen. Door persoonlijke omstandigheden, waar een dodelijk bijtincident op 15 oktober 2020 met een hond bij de vader van de fokker aan de basis lag, was de man wegens depressie niet meer in staat om voor de andere dieren te zorgen en liet hij de teven en reuen onder elkaar lopen met als gevolg dat er heel wat pups werden geboren. De man kweekte cane corso’s, een vrij groot en toch wel heel zwaar hondenras. In totaal moest het Mechels asiel in een eerste fase 68 honden opvangen. Intussen bleek uit krantenberichten van afgelopen zaterdag dat er nog maar eens 41 dieren van hetzelfde adres naar het asiel gekomen zijn. Inmiddels heeft een van de zwangere teven pups gekregen, en wordt vermoed dat een aantal andere teven ook drachtig zijn.

Het Mechels asiel moet dus alle zeilen bol zetten, en staat voor de toch wel heel moeilijke taak om voor deze honden adoptanten te vinden. Dat is geen evidentie, gelet op het feit dat cane corso’s niet het gemakkelijkste ras zijn om te plaatsen. Gelukkig kon het Mechels asiel alvast rekenen op solidariteit van een vijftiental andere opvanginitiatieven.

Naast het feit dat deze casus een schrijnend voorbeeld is van persoonlijk leed met eveneens gevolgen voor dierenverwaarlozing, legt het ook een onvolkomenheid in het asielbeleid bloot. Het dierenasiel in Mechelen zag immers met de opname van deze honden zijn normale capaciteit meer dan verdubbelen en wordt dan ook voor een heleboel praktische problemen geplaatst om de dieren op te vangen. Daarenboven stond het asiel voor aanzienlijke meeruitgaven vermits een aantal van de dieren letsels hebben die medicatie of zelfs ingrepen vereisen.

Het probleem hierbij is dat het asiel niet in aanmerking komt voor een extra vergoeding vanuit de overheid omdat de dieren niet in beslag werden genomen maar in het asiel terechtkwamen nadat de fokker het zelf niet meer zag zitten, en hen zelf heeft gecontacteerd. Gelukkig werd er inmiddels een crowdfunding opgestart, om de kosten die de opvang van de dieren met zich meebrengt te helpen drukken. Toch blijft het paradoxaal dat asielen financieel worden benadeeld wanneer een kweker ondanks alles nog enige verantwoordelijkheid toont om verdere verwaarlozing te voorkomen door zijn dieren vrijwillig af te staan, maar wel geld ontvangen wanneer de dieren wellicht nog langer en harder verwaarloosd worden tot ze officieel in beslag worden genomen.

Een ander punt van zorg is het feit dat er geen inspecties meer plaatsvonden bij de fokker nadat het drama met zijn vader op 15 oktober vorig jaar was gebeurd. Een week nadat de 68 honden op vraag van de fokker werden opgehaald, heeft het asiel blijkbaar wel – samen met de politie – nog een bezoek gebracht aan de kweker, waar men nog een gewonde hond heeft aangetroffen en meegenomen.

Het dodelijk bijtincident in oktober was een zaak van politie en parket. Er is vanuit politie of parket geen vraag gekomen bij de dienst Dierenwelzijn over de kwekerij waar het dier vandaan kwam. Hierbij stelt zich de vraag naar informatiedoorstroming tussen de politie- en justitiële diensten enerzijds en de dienst Dierenwelzijn anderzijds.

De casus in Booischot werd woensdag 2 juni reeds vernoemd naar aanleiding van een vraag om uitleg van collega Almaci. De minister gaf toen aan nog niet op de hoogte te zijn van de stand van zaken en engageerde zich om informatie in te winnen.

Minister, hebt u zich inmiddels geïnformeerd over de actuele stand van zaken met betrekking tot de opvang, huisvesting en adoptie van de cane corso’s van de kweker uit Booischot die in het asiel van Mechelen worden opgevangen? Zo ja, welke gegevens kunt u hierover melden, met inachtname van de regels die gelden rond het onderzoek?

Waarom vallen verwaarloosde dieren die door een kweker worden afgestaan aan een asiel niet onder de vergoedingsregeling voor in beslag genomen dieren? Zult u deze regeling evalueren in het belang van het welzijn van de dieren?

Werd de dienst Dierenwelzijn op de hoogte gebracht van het bijtincident van 15 oktober 2020? Zo ja, hoe komt het dat er geen enkele inspectie vanuit Dierenwelzijn plaatsvond bij de kweker in Booischot? Zo neen, waarom stroomt dit soort informatie niet door naar de dienst Dierenwelzijn?

Bent u van plan om contact op te nemen met uw federale collega van Binnenlandse Zaken om na te gaan hoe er in de toekomst een betere informatiedoorstroom vanuit politie naar de Inspectie Dierenwelzijn kan plaatsvinden wanneer zich zulke ernstige incidenten voordoen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Er is inderdaad persaandacht geweest voor het dodelijke bijtincident. In zo’n geval is het evident dat nagegaan wordt wat de oorzaak van het incident is geweest: is de hond eerder agressief geweest? Vertoont hij probleemgedrag? Werd het gedrag misschien bewust of onbewust uitgelokt? Of kan er een medische oorzaak zijn? Een dierenarts kan op basis van een onderzoek van het dier een antwoord op deze vragen vinden, en zo een gefundeerd advies geven.

Dit alles heeft echter niets te maken met dierenwelzijn – een bijtincident is géén indicatie voor dierenverwaarlozing. De hond die het incident veroorzaakte, bleek ook niet verwaarloosd. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de Inspectiedienst Dierenwelzijn niet werd betrokken bij de afhandeling van het bijtincident. Ik zie dan ook geen probleem in verband met informatiedoorstroming tussen politie, parket en de inspectiedienst. Integendeel, de inspectiedienst bevestigt mij dat onze inspanningen van de afgelopen jaren voor de samenwerking met politie en justitie echt vruchten afwerpen. De samenwerking is goed. In dezen hebben ze onderzocht of er sprake was van een dierenwelzijnskwestie, de conclusie was vrij snel ‘neen’.

Het is ook belangrijk om de volledige context te bekijken: de inspectiedienst heeft sinds de regionalisering in 2014 welgeteld twee klachten gekregen over deze kweker. Er werden twee controles uitgevoerd. Daarbij werden vrijwel enkel administratieve tekortkomingen vastgesteld, dus zeker geen overtredingen die aangaven dat er mogelijk ernstige dierenwelzijnsproblemen verwacht zouden zijn. Uit alles blijkt dat de dieren tot voor kort wel degelijk goed genoeg verzorgd werden, maar dat het bijtincident, en dan vooral het overlijden van de vader, de kweker een heel zware klap heeft gegeven, zo zwaar dat hij finaal in deze laatste periode ook de verzorging van zijn honden heeft losgelaten. Dit praat de verwaarlozing absoluut niet goed, en het is evident dat hier een einde aan gemaakt wordt, maar er is een context en een menselijke kant aan het verhaal, dat mogen we niet vergeten. Dat de problemen eigenlijk eerder recent zijn ontstaan, betekent ook dat, zelfs als de inspectiedienst na het bijtincident zou zijn ingelicht en dan een controle bij de kweker zou hebben uitgevoerd, de kans groot is dat er dan geen ernstige overtredingen vastgesteld zouden zijn.

De kweker heeft zelf aangegeven dat de zaken hem boven het hoofd waren gegroeid en dat hij afstand van de honden wilde doen. Hij heeft dat niet meegedeeld aan de Inspectie Dierenwelzijn, maar heeft ervoor gekozen meteen naar het asiel te stappen. Het asiel heeft de Inspectie Dierenwelzijn ook niet verwittigd, maar heeft hierover gecommuniceerd en zo zijn wij het te weten gekomen.

De kweker heeft afstand gedaan van 68 honden. Het voordeel was dat hier onmiddellijk ruchtbaarheid aan werd gegeven en dat snel kandidaat-adoptanten konden worden bereikt. Het asiel van Mechelen heeft contact opgenomen met en hulp gezocht bij verschillende asielen in Vlaanderen en Wallonië. Korte tijd na de afstand zijn dan ook al 38 van de 68 honden naar een ander asiel of een gastgezin verhuisd.

Sinds de afstand van de 68 honden hebben, zoals ik had beloofd, nog twee controles plaatsgevonden. Er zijn nog honden in beslag genomen, maar gezien het mogelijk gerechtelijk staartje kan ik niet in detail treden. Voor de inbeslagname is nagegaan of er opvangmogelijkheden in verschillende asielen waren. We hebben het heft genomen en naar opvangmogelijkheden over de gewestgrenzen en zelfs over de landsgrenzen gekeken. Aanvankelijk was er bereidheid in Nederland, maar ik veronderstel dat het een en het ander met de rabiësregels te maken heeft. Aangezien Nederland geen afwijking van die regels kon toestaan, hebben we dat denkspoor moeten verlaten. Finaal is wel voldoende opvangcapaciteit gevonden, waardoor alle in beslag genomen dieren onderdak hebben gevonden. Het is essentieel dat alles voor de dieren ondertussen goed is afgelopen.

Normaal gezien vraagt een asiel een afstandsvergoeding aan de eigenaar. Dat heeft het asiel voor deze 68 honden niet gedaan, ongetwijfeld vanuit de bekommernis dat de eigenaar zou weigeren. In deze casus heeft het asiel specifiek die keuze gemaakt. Ik wil de vrijwillige afstandsvergoeding niet verbieden. We moeten de eigenaars een beetje responsabiliseren, want als iedereen dieren kosteloos aan een asiel kan kwijtraken, zal iedereen gemakkelijker tot impulsaankopen overgaan. Dat wil ik echt niet.

Dit betekent niet dat de Vlaamse overheid de dierenasielen geen ondersteuning biedt. We hebben een nieuw subsidiesysteem op poten gezet dat met de opvangcapaciteit correleert. Als de capaciteit wordt verruimd, zal het asiel daar ook financieel voor worden vergoed. Dat geldt natuurlijk niet enkel voor het asiel in Mechelen, maar voor alle asielen.

Dat het asiel in Mechelen ons niet heeft verwittigd, is al bij al niet erg. Ik wil het asiel in Mechelen bedanken. We zijn er met vereende krachten in geslaagd al die honden een goede thuis te geven. Dit was voor het asiel van Mechelen een grote lading in een keer. Ik ben er al enkele keren geweest en ik heb vastgesteld dat de opvang uitstekend verloopt. Er is veel gedrevenheid, maar ook veel professionalisme, waardoor dit verhaal uiteindelijk tot een goed einde is gekomen.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik dank u voor de duiding. Het is goed dat u zelf hebt gesteld dat het om een verhaal met een heel menselijke kant gaat. Dat praat de dierenverwaarlozing in groten getale zeker niet goed, maar gelukkig zijn de honden goed terechtgekomen en is er een grote mate van professionalisme in het dierenasiel in Mechelen.

Gelukkig zien we wat dat betreft heel veel vooruitgang in heel veel asielen. Het zijn ook altijd mensen die het hart op de juiste plaats hebben voor dieren. Het is fantastisch wat die mensen verrichten. Dat mag inderdaad zeker ook worden gesteld.

Wat dit dossier betreft, maakte ik me inderdaad toch ook wel heel wat zorgen, gezien de hoge kostprijs voor het dierenasiel. Er is inderdaad een crowdfunding opgezet. Ik heb duidelijk de boodschap begrepen dat het asiel de honden heeft opgevangen en dat Dierenwelzijn eigenlijk pas nadien op de hoogte is gebracht. Dat is een belangrijke nuance, denk ik. Om duidelijkheid te krijgen is het belangrijk voor ons om te zien hoe dat precies qua timing is verlopen. Nu hebben de asielen een crowdfunding opgezet om dat qua kosten rond te krijgen. Men heeft ook andere dierenasielen bereid gevonden om mee te helpen. Dat dit onderling gebeurt, is heel mooi, en zo hoort het ook als men een hart voor dieren heeft.

Dat neemt echter niet weg dat het om een heel grote case ging, om heel grote getallen: eerst 68 en nadien nog eens 41, met toch wel heel wat letsels enzovoort. Ik vind het vooral goed dat de kweker zelf, of diens zoon, toch zelf zijn verantwoordelijkheid heeft genomen en dat het inderdaad allemaal goedkomt, maar ik denk dat die vergoedingen toch eens goed moeten worden geëvalueerd wanneer deze case volledig is afgehandeld. Minister, we hebben er met deze regering inderdaad voor gekozen om de huidige dierenasielen te professionaliseren, om daar een nieuw vergoedingssysteem aan te koppelen. Ik heb daar ook altijd voor gepleit. Ik vind het ook belangrijk dat zij goed worden ondersteund. Misschien is dit het moment om in dat licht het nieuwe systeem binnenkort al eens te evalueren en deze case tegelijkertijd dan mee te evalueren.

Minister, ik heb ook nog een bijkomende vraag, want door deze case komen er natuurlijk toch wel wat nieuwe zaken naar boven. Zo wordt er nu ook volop gepleit voor een verplichte goede socialisatie van pups. Wat houdt dat in? Ik wil u nogmaals vragen hoe u daartegenover staat. Ik denk dat het belangrijk is dat honden een bepaalde socialisatie krijgen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan wandelen aan de leiband, maar er zijn zoveel zaken waaraan je kunt denken als je het begrip ‘socialisatie’ wilt interpreteren. Het lijkt me dus belangrijk om dat begrip duidelijk inhoudelijk te definiëren. Het invoeren daarvan zal inderdaad moeten worden bekeken, maar het is belangrijk dat duidelijk is wat men onder ‘socialisatie’ verstaat. Hoe zult u dat verder implementeren?

Mevrouw Almaci heeft het woord.

Minister, ik ben blij dat u deze week wat licht kunt werpen op deze case, die ik een aantal weken geleden zelf aan u heb uitgelegd, op het moment dat het incident nog heel vers was. Ik heb u toen nog een aantal vragen gesteld, en toen was eigenlijk afgesproken dat we bijkomend antwoorden zouden krijgen. Ik heb vandaag in ieder geval al een deel van de antwoorden gehoord, maar ik wil vandaag toch een aantal van de vragen die ik toen stelde en waarop u toen geen antwoord kon geven, heel expliciet herhalen. Collega De Vroe heeft daarnet verwezen naar de crowdfunding die is opgezet. Ik heb in deze commissie aangegeven, twee weken geleden, dacht ik, dat er geen financiële vergoeding is bij incidenten waarbij men vrijwillig dieren afgeeft. We kunnen nu allemaal vol lof spreken over het dierenasiel in Mechelen, maar gezien de aantallen waarover het in dezen gaat, zijn zij natuurlijk meer gebaat bij een structurele oplossing waarbij ze wél een financiële tegemoetkoming krijgen, ook als het gaat over ‘vrijwillige inbeslagnames’, zoals dat dan heet.

Ik heb toen ook de vraag gesteld wat eigenlijk het onderliggende probleem was in deze case.

Je zou kunnen zeggen ‘eind goed, al goed’, in de zin dat de dieren allemaal opgevangen zijn: de eerste 68 zijn toen meegenomen en de volgende 41 nu. Zeker vanwege de schrijnende persoonlijke situatie van de man in kwestie, waar ik toen ook de uitleg rond gegeven heb. Maar eigenlijk blijft de fundamentele vraag: hoe komt het dat er geen systematiek zit in de informatiedoorstroming parket, politie, Inspectie Dierenwelzijn? Dat dat niet systematisch is gebeurd op het moment dat er toch wel een heel zwaar incident – het doodbijten – is geweest?

Ten derde stelt zich effectief de vraag rond het socialiseren van dieren, want het ging over een vermeerdering omdat de kweker in kwestie een zware depressie had na het dodelijke incident. Het feit dat een dierenopvangcentrum zelf inkomsten moet gaan genereren voor iets wat hopelijk zeldzaam is en dat we hopelijk nog meer kunnen terugdringen met goede regelgeving, is voor mij wel een kerndebat. Dat is een breder debat dat we vandaag niet kunnen beantwoorden. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat zij niet over moeten gaan tot allerhande initiatieven waarbij men volk moet zoeken op een andere manier om een kerntaak te kunnen voldoen? Minister, hoe zult u structureel omgaan met de informatiedoorstroming en met vrijwillige inbeslagnames? De vragen die u nog niet beantwoord hebt, vorige keer en nu, zou ik toch graag beantwoord krijgen.  

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Wat wordt onder socialisatie verstaan? Dat is een terechte vraag die ook al wel enkele keren voorwerp geweest is van discussie in de schoot van de Raad voor Dierenwelzijn. Maar die is niet zo eenvoudig om te beantwoorden. Daar is men dus nog niet uit. Men is nooit tot de conclusie gekomen wat een goede socialisatietest is die afneembaar is in een fokkerij. Dat zal nog wel wat water onder de brug vergen, vrees ik.

Ten tweede, mevrouw Almaci, de contacten tussen politie heb ik in het begin van mijn antwoord toegelicht. Ik denk dat dat vrij steekhoudend was.

Ten derde, wat het pleidooi betreft, die afstandsvergoeding verschilt van asiel tot asiel. Ik zou daar ook de vrijheid laten aan de asielen om daarover te oordelen en daar niet wetgevend of decretaal te gaan ingrijpen en bijvoorbeeld te zeggen – zoals gesuggereerd wordt – dat wanneer het gaat over grote getallen, men dan afstand kan doen van die vergoeding en dat dan van overheidswegen desgevallend tussengekomen zou worden. Dat lijkt me ook moeilijk. Je moet toch ook opletten om je beleid niet te gaan enten op casuïstiek, want broodfokkers hebben ook grote aantallen fokteven die ze kwijt willen eenmaal die hun dienst bewezen hebben. Als je dan, gelet op de grote getallen, daar een decretale uitzondering op inschrijft, dan opent dat de mogelijkheid voor broodfokkers om te gaan zeggen: ‘We kunnen toch kosteloos afstand doen van onze gebruikte fokteven waar we commercieel niks meer mee kunnen doen en die enkel kosten zijn.’ Ik denk niet dat we dat zouden willen gaan aanmoedigen. Dat is de facto wel een mogelijkheid die je dan creëert. 

Sorry, het is niet gebruikelijk, maar het is niet duidelijk voor mij. Daar kan men dat toch al?

Minister Ben Weyts

U moet wel luisteren.

Daarom vraag ik verduidelijking.

Mevrouw Almaci, u hebt nu het woord niet.

Ik weet het.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Een asiel als in Mechelen kan natuurlijk afstand doen van die vergoeding. Men heeft dat ook gedaan in casu voor die 68 honden. De vraag is vervolgens: kan men dan een appel gaan doen op de overheid, in casu de Vlaamse overheid om dan maar in de plaats te gaan treden? Momenteel bestaat die decretale mogelijkheid niet. Ik zou me daarvoor hoeden om dat te gaan inschrijven, omdat je dan de mogelijkheid biedt tot ongewenste neveneffecten zoals het voorbeeld dat ik aanhaal met betrekking tot de broodfok.

Maar ik blijf herhalen dat wanneer asielen een sterke case hebben waarbij ze in financiële nood zitten door een situatie van overmacht, wij altijd bereid zijn om aan de tafel te schuiven en concrete oplossingen te voorzien. Dat lijkt mij veel belangrijker en dienstbaarder dan om gewoon op grond van casuïstiek een decretale regeling te voorzien die mogelijk voor het dierenwelzijn ongewenste neveneffecten heeft.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, dank u wel. Ik hoop dat u mijn suggestie rond evaluatie van het nieuwe subsidiesysteem en deze case meeneemt in de toekomst om toch nog verbeterpunten te kunnen aanbrengen in het kader van dierenwelzijn en de professionalisering.

Met betrekking tot de definiëring van het begrip socialisatie, heb ik uw boodschap duidelijk begrepen dat het nog aan onderzoek onderworpen moet worden wat nu de beste socialisatie is. Ik hoop dat dat vrij snel kan gebeuren zodat we er in de toekomst snel werk van kunnen maken om dat te realiseren.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.