U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Laeremans heeft het woord.

Minister, in de bijlage Brusselse Post bij het tijdschrift OnAf van de Vlaamse Volksbeweging van juni 2021 wordt er ingegaan op een concreet voorbeeld uit het dagelijks leven.

Iemand uit Vlaanderen had in Brussel een coronaboete gekregen. Op de enveloppe stond enkel ‘Ministère de Justice’. In de brief was de plaats van het gebeuren enkel in het Frans vermeld, namelijk ‘lxelles’. De rest van de brief was wel degelijk in het Nederlands. Hij vroeg zich af of hij die boete die erin stond, moest betalen. Hij is dan gaan kijken op de webstek van Steunpunt Taalwetwijzer, wat op zich al een positieve reflex is. Maar het lijstje van zowat 45 veel gestelde vragen en antwoorden bracht geen duidelijkheid, en daarom stelde hij ook een vraag via elektronische weg.

Na een paar dagen kreeg hij een wat teleurstellend antwoord: ‘Het Steunpunt Taalwetwijzer heeft onvoldoende informatie om een sluitend antwoord te verstrekken op uw vraag. Het voorliggende advies betreft algemene informatie en geldt daarom onder voorbehoud van de specifieke omstandigheden van uw vraag. Een akte die is opgesteld met miskenning van de taalwet Gerechtszaken, is nietig. De nietigheid moet ambtshalve door de rechter worden vastgesteld. U kunt in principe niet zelf uitgaan van de eventuele nietigheid van de akte. Het Steunpunt Taalwetwijzer kan geen beoordeling maken van de wettigheid van de coronaboete in casu. Het Steunpunt Taalwetwijzer verstrekt geen advies over een eventueel beroep of termijnen. Als u een specifiek advies of informatie over het indienen van een eventueel beroep wenst, raad ik aan om contact op te nemen met een juridisch raadgever, zoals een advocaat.’

Uit dit bericht halen we dus de belangrijke melding dat de nietigheid door een rechter moet worden vastgesteld. Dat is natuurlijk een omslachtige en kostelijke onderneming, die niet opweegt tegen de beperkte coronaboete. En dus laat de brave Vlaming zijn bezwaar maar vallen, terwijl hij toch een terecht punt heeft, want een overheidsdienst leeft de taalwet niet na, zij het gedeeltelijk, en komt daarmee wel weg.

Daarom suggereert het Vlaams Komitee voor Brussel dat het toch logisch zou zijn dat dit steunpunt zelf een gespecialiseerde advocaat in dienst zou nemen, die dergelijke dossiers kan bestuderen en voor de rechter brengen zonder dat er extra kosten en lasten vallen op de schouders van de gedupeerde Vlaming.

De hoofdstad krijgt ongeveer 1,5 miljard euro om haar hoofdstedelijke taken uit te oefenen, waarvan het grootste deel uit Vlaanderen komt. En in deze commissie geven we regelmatig aan dat Vlaamse Brusselaars of mensen die uit de buurt van Brussel komen, niet in hun taal geholpen worden, maar bijna nooit wordt dat voor de rechtbank gebracht, terwijl dat ongetwijfeld zou helpen.

Minister, daarom dringen we erop aan om deze vraag ernstig te willen onderzoeken: bent u bereid om het Steunpunt Taalwetwijzer te versterken met een juridische cel om de taalwetten te helpen afdwingen?

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Dank u wel voor de vraag, collega Laeremans. Sta me toe te starten met de boodschap dat ons Steunpunt Taalwetwijzer vandaag reeds over een uitstekende juridische cel beschikt met een sterke deskundigheid en ervaring op het vlak van de taalwetgeving.

Het door u geciteerde advies – waaruit u overigens slechts gedeeltelijk citeert – toont dat overigens opnieuw aan. In dat opzicht volg ik u niet in uw kwalificatie dat het om een teleurstellend advies zou gaan. 

Het Steunpunt Taalwetwijzer heeft verschillende taken: het wegwijs maken in de taalwetgeving; het doorverwijzen naar bevoegde instanties; juridisch advies verlenen aan overheidsinstanties; het registreren van taalklachten, ontvangen via het Vlaamse Meldpunt Taalklachten. Het advies waarnaar u verwijst kadert in de informatie- en doorverwijsfunctie van het Steunpunt Taalwetwijzer.

De voornaamste taak van het Steunpunt is het verstrekken van informatie over de taalwetgeving en juridisch advies verstrekken naar aanleiding van vragen van, onder meer, burgers. Die doorverwijsfunctie houdt in dat het steunpunt mensen met een gespecialiseerde vraag of klacht doorverwijst naar de instantie of toezichthoudende overheid die bevoegd is om daadwerkelijk, en in het beste geval op een afdwingbare manier, het probleem te verhelpen.

Ik kan alleen maar vaststellen dat de Taalwetwijzer met zijn advies op een volledige en toegankelijke manier die informatie heeft verstrekt, en de vraagsteller ook heeft doorverwezen naar de bevoegde instantie die de mogelijke schending van de taalwetgeving kan remediëren, te weten in casu de rechter. 

Uiteraard – en daar verschillen we misschien van mening, collega Laeremans – kan het nooit de taak zijn van de Vlaamse overheid of een instantie zoals de Taalwetwijzer om zelf de procedure op te starten en de klacht in te dienen bij de rechter of om juridische tweedelijnsbijstand te verlenen. Daarvoor is de Taalwetwijzer niet uitgerust, en het is ook niet de bedoeling om dat aan te passen. Dat zou overigens ook mijn bevoegdheden ter zake te buiten gaan. Het ontbreekt de Vlaamse overheid en de Taalwetwijzer aan het vereiste persoonlijke belang om gerechtelijke procedures in te stellen. Net daarom kiezen we ervoor om burgers die het slachtoffer worden van een schending van de taalwet zo maximaal mogelijk te ondersteunen bij het toeleiden naar de bevoegde instanties die aan de klacht kunnen remediëren, en hun daarbij ook de nodige juridische en praktische informatie te verschaffen.

De heer Laeremans heeft het woord.

Goed, minister, ik stel vast dat u zegt: we hebben al juristen, dat is voldoende. Het enige wat wij moeten doen is doorverwijzen. En hier is het dus doorverwezen in de zin van: ga maar bij een advocaat langs. Dat is de doorverwijzing. Excuseer, maar dat is te mager. Zo staat het toch in de tekst: ‘raad ik u aan contact op te nemen met een juridische raadgever, zoals een advocaat.’ Sorry, ik vind dat dus te mager. Ik zeg niet dat we zelf naar de rechter moeten trekken – tenzij er zeel veel gevallen zouden zijn, waar men de klachten kan bundelen – maar men zou daar toch daadwerkelijk bijstand moeten verlenen. In zulke gevallen – waar er een flagrante schending is, ook al is die klein –  zou men best kunnen procederen, en via de rechtbank allicht gelijk halen. Ik vind dat we als Vlaamse Gemeenschap genoeg centen steken in allerlei activiteiten, medewerkers, subsidies, en zo verder. Ik vind dat dat hier ook zou mogen gebeuren. Dat vind ik jammer.

Ik vraag me af of het niet zinvol zou zijn dat u eens contact zou opnemen, en zou samenzitten, met het Vlaams Komitee voor Brussel. Ik weet niet of u dat al ooit gedaan hebt. Ik denk dat zij toch wel een jarenlange expertise hebben, en dat het misschien zinvol zou zijn om te gaan samenzitten, en na te kijken hoe daar toch wel wat meer kan gebeuren dan wat er op dit ogenblik gebeurd is. 

Mevrouw Tavernier heeft het woord.

Minister, collega’s, laat me eerst en vooral stellen dat ik tevreden ben om te horen dat mensen hun weg naar de Taalwetwijzer vinden. De vernieuwing van de website is iets waarvoor ik zelf meermaals heb gepleit, hier in de commissie, en waar ik echt de meerwaarde van inzie.  

De Taalwetwijzer is een belangrijk sensibiliserend instrument in het kader van de correcte naleving van de taalwetgeving. Het is essentieel dat de Brusselaars – de Vlaamse Brusselaar – daar vlot de weg naartoe vinden.

Desondanks is het ook goed om de taakstelling van dit steunpunt duidelijk te stellen. Het is een Taalwetwijzer en een informatiepunt dat mensen met vragen over taal in de juiste richting kan leiden. Het is echter mijns inziens geen kerntaak van de overheid om zelf juridische ondersteuning aan te bieden. Neen, hier begeven we ons op het terrein van de advocatuur.

Ik wil eraan herinneren dat de taalwetgeving in hoofdzaak federale materie is. De Vlaamse overheid heeft in zekere mate enkel een toezichthoudende rol tegenover de lokale besturen. Men kan natuurlijk altijd klacht indienen bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht en in Brussel bij de toezichthoudende overheden.

Minister, wat Brussel betreft, weet u dat we voorstander zijn om de positie van de vicegouverneur te versterken zodat zijn beslissingen meer gewicht dragen. Ik wil u daarnaast als minister van Brussel nogmaals op het hart drukken om echt bij elke gelegenheid het respect voor de taalwetgeving in Brussel centraal te stellen. U weet dat de basisregels inzake tweetaligheid in onze hoofdstad dagelijks met de voeten worden getreden. U weet dat Vlamingen in Brussel als tweederangsburgers worden behandeld. Ik dring er bij u op aan om dit telkens opnieuw ter sprake te brengen. Niemand in de Brusselse Regering wenst zich vandaag nog Vlaming te noemen of te strijden voor het belang van het Vlaams in onze hoofdstad.

Tot slot, minister, de nieuwe website is al enkele maanden gelanceerd. Bij de Taalwetwijzer merkt men al effecten van de promotiecampagne in de statistieken van het aantal websitebezoeken. Op welke manier zetten verschillende partners zoals de VGC, het Huis voor Gezondheid en de Nederlandstalige gemeenteraden en OCMW-raadsleden zich mee in voor de promotiecampagne van de Taalwetwijzer? 

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Ik zal nog even terugkomen op de concrete aanleiding voor de vraag. Het was een summiere vraag zonder al te veel details die op 7 januari is gesteld. Enkele dagen later, op 11 januari, heeft het steunpunt vrij uitvoerig geantwoord. Collega Laeremans, het was niet alleen een doorverwijzing desgevallend naar een advocaat als men procedures wil instellen, maar ook een uitleg over de toepasselijke wetgeving. Daar is op 31 mei een vraag bij gekomen die op 1 juni is beantwoord, opnieuw met juridische informatie. Men heeft dus wel degelijk informatie verschaft over de juridische aspecten van de zaak zonder dat men veel details had over de aard van de vraag. Ik wil toch wel helder stellen dat de Taalwetwijzer volledig zijn taak heeft opgenomen waarvoor hij is ingesteld.

Respect voor de taalwetgeving is zeker een prioriteit van deze Vlaamse Regering. Ieder heeft natuurlijk zijn verantwoordelijkheid. Mevrouw Tavernier, u had het over de vicegouverneur. Dat is een belangrijke vraag maar dat zit vervat in de federale wetgeving. Ik kan daar een mening over hebben als Vlaams minister, ik vind effectief dat we de sanctioneerbaarheid, de afdwinging, zeker moeten versterken, maar dat is vastgelegd in federale wetgeving waar ik niet over ga.

Het Vlaams Komitee voor Brussel, mijnheer Laeremans, is zeker een gewaardeerd initiatief. Mijn deur staat altijd open wanneer daar nood toe zou zijn.

Mevrouw Tavernier, ik heb de indruk dat de vernieuwde website ertoe heeft bijgedragen dat de mensen vlotter hun weg vinden naar de website. De brochures die werden uitgedeeld door de lokale besturen in Brussel missen evenmin hun effect. Ik heb geen statistieken bij de hand die dat kunnen bevestigen, maar daar kunnen we bij gelegenheid zeker nog eens meer duidelijkheid over geven.

De heer Laeremans heeft het woord.

Minister, in uw beleidsverklaring staat: “Niet enkel de Vlaamse Gemeenschap en de VGC moeten zorg dragen voor een goede Nederlandstalige dienstverlening, ook de andere Brusselse overheden moeten ertoe worden aangezet om de wettelijke verplichtingen na te leven.”

Uit talloze voorbeelden blijkt dat ze dat niet spontaan doen.

Mevrouw Tavernier, ik hoor u graag zeggen dat we dat telkens opnieuw ter sprake moeten brengen en dat we de vicegouverneur meer bevoegdheden moeten geven. Ik ga uiteraard akkoord, maar dat is niet voldoende. We moeten de Taalwetwijzer niet enkel zichtbaarder maken door enkel een beetje advies te verlenen. We moeten onze taalrechten ook afdwingen en daarvoor hebben we een stok achter de deur nodig. Ik zou suggereren om op basis van de klachten die bij het centrum zijn binnengelopen op zijn minst toch een juridische procedure te voeren met betrekking tot waar de meeste klachten vandaan komen. We hebben daar de middelen voor en ik vind dat we onze taak best ruim mogen interpreteren.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.