U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Minister, het Vlaamse plattelandsbeleid wordt vooral uitgevoerd binnen het kader van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De middelen worden besteed via het programma voor plattelandsontwikkeling. Daar worden ze verdeeld onder vier thema’s, waaronder jonge landbouwers, innovatie en opleiding en het versterken van de vitaliteit van het platteland. Zo kunnen landbouwers rekenen op steun voor duurzame investeringen of financiële steun bij overnames. Het kleinste deel van de middelen voor plattelandsontwikkeling wordt besteed aan het thema vitaliteit van het platteland, wat vooral bestaat uit de LEADER-projecten (Liaison Entre Actions de Développement de l'Economie Rurale).

We hebben in de commissie, zeker ook naar aanleiding van de besprekingen van de begroting en de beleidsnota, al een aantal keren gesproken over de verdere ontwikkeling van het plattelandsbeleid en hoe dat moet. We horen geregeld van subsidies in het kader van het plattelandsbeleid voor zeer concrete en lokaal gedragen projecten. Dat zijn uiteraard zeer positieve projecten, die zeker bijdragen aan de vitaliteit van het platteland, maar we vragen ons af of het beleid met die losse initiatieven een duurzame impact op het platteland heeft.

Ik heb dan ook de volgende vraag, die ik ook al eens geopperd heb naar aanleiding van de bespreking van uw beleidsnota. Zou het in het kader van een coherent plattelandsbeleid niet beter zijn om in te zetten op meer structurele ingrepen, in plaats van telkens op die projecten voor een jaar of voor enkele jaren, die dan natuurlijk één of twee keer in de media komen, maar die voor de rest structureel weinig veranderen aan een echt plattelandsbeleid? Wat is uw visie daaromtrent?

Vaak gebeurt de cofinanciering nu vanuit de provincies en ook vanuit een aantal gemeenten. Zou het niet goed zijn om, zeker in samenspraak met de provincies en door provinciale middelen samen te gooien met Vlaamse middelen, een meer gestructureerd en globaal plattelandsbeleid uit te tekenen? Is het nieuwe GLB niet de ideale gelegenheid om zo’n langetermijnvisie te ontwikkelen rond de subsidiepolitiek vanuit de Europese Unie, Vlaanderen en de provincies voor het platteland? Ik kijk uit naar uw antwoord.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega Vandenhove, u weet dat het Vlaamse plattelandsbeleid meer is dan enkel de cofinanciering van projecten binnen de tweede pijler van het Europese landbouwbeleid. We zijn daar in de vorige commissievergadering ook op ingegaan, bij een vraag van collega Dochy. Binnen mijn bevoegdheid voor het Vlaamse platteland zijn er heel duidelijk drie beleidsdoelstellingen waar we rond werken. We doen dat ook samen met alle actoren, de provincie en de LEADER-groepen. Op die manier worden de projectoproepen gelanceerd.

De drie specifieke beleidsdoelstellingen zijn: duurzaam ondernemerschap in een plattelandseconomie, de leefbaarheid en levendigheid van de dorpen, en kijken hoe we de biodiversiteit, de landschapskwaliteit en het landschapsonderhoud kunnen versterken op het platteland. Het is op die manier dat we in het kader van het Vlaamse plattelandsbeleid zowel inhoudelijk als financieel samenwerken met de lokale besturen. Op die manier kunnen we onze middelen ook heel gericht inzetten.

Ik heb, ook in antwoord op de vraag van collega Dochy, gezegd dat ik een alomvattend plan ga maken, met alle collega’s in de regering. Minister Beke doet bijvoorbeeld heel veel rond vereenzaming. Er zijn dus verschillende collega’s die met van alles bezig zijn op het platteland, ook minister Lydia Peeters. Het is dus goed dat we een allesomvattend, transversaal plan hebben rond het Vlaamse platteland – wie doet wat, wie trekt wat – zodat dat inderdaad wat coherenter is. Daar zijn we mee aan de slag.

De middelen die ik heb, dat zijn er natuurlijk niet zo veel. We proberen die wel heel goed en doelgericht in te zetten, samen met de lokale besturen, provincies en de LEADER-groepen, rond die drie thema’s. Ik ben het wel eens dat we een transversaal plan moeten maken, een beetje overkoepelend. Want heel veel collega’s doen natuurlijk van alles. En dan kan er misschien ook nog gediscussieerd worden om het een of het ander wat meer te versterken. Dat komt er dus nog aan.

De provinciale middelen worden al verschillende jaren gepoold met de Vlaamse en Europese middelen in een verhouding van 50 procent Europa, 25 procent Vlaanderen en 25 procent provincies. Momenteel werken de diensten samen met de plattelandscoördinatoren van de provincies aan de interventies voor plattelandsontwikkeling in het GLB Strategisch Plan. Ook in deze interventiefiche vormen de drie plattelandsthema’s het uitgangspunt voor de acties. Op deze manier kan een coherent beleid gevoerd worden op de verschillende niveaus tot en met de uitvoering van de lokale ontwikkelingsstrategieën.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik twijfel uiteraard niet aan de intenties, maar we zijn binnenkort twee jaar ver in deze legislatuur en het zou dan ook goed zijn dat de middelen die besteed worden aan het plattelandsbeleid horizontaal, over de beleidsdomeinen heen, zoveel mogelijk zouden worden samen gegooid en dat er één lijn zou zijn.

Ik stel vast dat bij de projecten van het plattelandsbeleid heel vaak dezelfde organisaties terugkomen en zich op die middelen focussen om via die projecten een stuk van hun werking te kunnen verderzetten. Ik ga ervan uit dat bij de doorlichting van minister Diependaele inzake subsidies die al dan niet door sommige organisaties dubbel worden bekomen, die subsidies bekeken zullen worden, want het is in het belang van het plattelands- en aansluitend het landbouwbeleid om de middelen die we besteden zoveel mogelijk te focussen op één of enkele prioriteiten in plaats van ze te verspreiden.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Het is een zeer terechte vraag of we niet nog sterker werk moeten maken van een geïntegreerd plattelandsbeleid, conform ons stedenbeleid waarin we toch een sterkere traditie hebben. Als minister kunt u het momentum grijpen om (onverstaanbaar). Ik ben daar bezorgd over. Ik geef twee concrete voorbeelden. Als ik kijk naar de keuze voor het openbaar vervoer, de vervoerregio’s en wie er baat of nadeel heeft bij wat vandaag voorligt, dan zien we dat het platteland en de vitaliteit van de dorpsgemeenschappen onder druk komt. Hetzelfde is te zien bij projecten van minister Beke als het gaat over de OverKop-huizen, waar vooral de steden de dossiers naar zich toe trekken en de plattelandsregio’s wat achterlopen. Ik ben er daarom bezorgd over dat de specifieke plattelandsblik niet altijd wordt meegenomen.

Ik ben zeer blij dat u zegt dat we misschien in het kader van het geïntegreerd plattelandsbeleid een breder plan moeten uitwerken met alle collega-ministers. Wat is de termijn daarvan? Wanneer kunnen we dat in deze commissie in de breedte bekijken, want er zijn veel meer uitdagingen dan enkel de uitdagingen die binnen de tweede pijler van het Europees landbouwbeleid kunnen worden aangepakt?

Ik ben eveneens blij dat de minister bereid is om dit op horizontale wijze te bekijken. Het gaat dan niet alleen over de middelen waarover u beschikt – ik weet dat die beperkt zijn voor het plattelandsbeleid –, maar over het aansturen van het geheel van sectoren en over sectorgerichte maatregelen die tot een consistent plattelandsbeleid zouden moeten kunnen leiden. Daarvoor is wel enige coördinatie opportuun. Ik denk dat u als minister van Plattelandsbeleid de geschikte persoon bent om dit op te nemen.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Wat de subsidies betreft, heb ik gezien dat er toch opmerkingen waren van de Inspectie van Financiën. Vandaar dat we daar nu ook mee aan de slag gaan. We zullen de regeling tot subsidiëring herbekijken. Wie financiert, zou geen begunstigde meer mogen zijn zodat zoveel mogelijk andere mensen en organisaties in aanmerking kunnen komen. Wij starten zeer binnenkort, ik denk begin juli, met een rondetafel platteland waarbij verschillende stakeholders worden samengebracht. De resultaten van die rondetafel zal ik samen met de collega’s in de regering bespreken.

Eind dit jaar willen we een horizontaal allesomvattend plan hebben. Er zijn collega’s die heel veel doen maar ik denk dat het goed is dat we dat op elkaar afstemmen en nagaan wat uit die rondetafel platteland komt. Wanneer daaruit bepaalde behoeftes blijken, moeten we het gesprek daarover voeren in de schoot van de regering. Op die manier kunnen we tot een horizontaal plan komen zoals we dat ook hebben voor steden, armoede, energie enzovoort en kunnen we gecoördineerd aan de slag gaan.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ik hoop dat we in de tweede helft van dit jaar inderdaad duidelijkheid krijgen over de timing en de manier waarop die horizontale afstemming en dat transversaal plan tot stand zullen komen. Ik dank u voor uw antwoord, minister.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.