U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer De Roo heeft het woord.

Minister, de digitalisering zorgt voor veranderingen, ook op het vlak van wetenschappelijk onderzoek. Als onderzoeksgegevens beschikbaar en herbruikbaar zijn, zorgt dat voor een hogere kwaliteit, minder dubbel onderzoek, een hogere efficiëntie van de wetenschappelijke vooruitgang en een open innovatie. Daarnaast zijn er nog andere voordelen, zoals een hogere transparantie en meer maatschappelijk draagvlak voor onderzoek.

Eind 2019 heeft de Vlaamse Regering het beleidsplan Open Science goedgekeurd en daarmee ook de oprichting van de Open Science Board.

De Vlaamse Regering heeft toen beslist om recurrent 5 miljoen euro te investeren om invulling te geven aan het Europese engagement dat vraagt dat open science de norm moet worden voor publiek gefinancierd onderzoek. Vlaanderen hanteert dan ook terecht het principe ‘zo open als het kan, zo gesloten als nodig’ voor toegang tot publicaties en tot de achterliggende onderzoeksdata.

Onderzoeksgegevens moeten echter niet alleen open zijn, maar ook Findable, Accessible, Interoperable en Reusable (FAIR). Om de transitie mogelijk te maken, werden er infrastructurele uitdagingen en uitdagingen op het vlak van HR geformuleerd.

Minister, hoever staat u met de uitrol van dit beleidsplan?

Op welke manier werd tegemoetgekomen aan de uitdagingen op het vlak van infrastructuur en HR? Zijn er bijsturingen nodig?

Hoe evalueert u de rol van de Flemish Open Science Board tot dusver?

Ik dank u alvast voor uw antwoord.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega De Roo, ik dank u voor uw vraag. Ik denk dat we allemaal overtuigd zijn van het belang van open data en open science aan onze kennisinstellingen. Het is een belangrijk streven in de EU om onderzoeksresultaten open te maken en zo innovatie en de economische en maatschappelijke valorisatie te versnellen. Ik ben dan ook blij, collega De Roo, dat ik naar aanleiding van deze vraag de stand van zaken kan toelichten.

De uitrol van het beleidsplan is volop bezig. De Vlaamse Regering besliste eind 2019 om voortaan 5 miljoen euro per jaar te investeren in open science, om zo invulling te geven aan het Europese engagement ter zake. De Flemish Open Science Board (FOSB) werd de rol toebedeeld om op basis van expertise de verdere uitrol van dit project uit te werken en op te volgen.

Op 21 februari 2020 werd de Flemish Open Science Board formeel opgericht. Die bestaat uit vertegenwoordigers van de diverse geledingen van het Vlaamse wetenschappelijke veld. 

Er werd een coördinatiecel voorzien bij het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO). En om de FOSB bij te staan, werden er vanuit de FOSB drie technische werkgroepen opgericht: een werkgroep Infrastructuur, een werkgroep Metadata en Standaardisatie en een werkgroep Research Data Management.

In 2020 werd een eerste roadmap met betrekking tot het te voeren beleid opgeleverd. Op basis van een voorstel dat opgemaakt is, werd al voor een totaal van 3.275.000 euro subsidies toegekend aan de betrokken instellingen van de FOSB voor de uitvoering van de aanwerving van de data stewards.

Eind 2020 is gerapporteerd over de vorderingen in de roadmap vanuit de werkgroepen van de FOSB en werd een uitgewerkt voorstel van key performance indicators (KPI’s) medegedeeld. Dat is ondertussen verder uitgewerkt. Het is ook waard te vermelden dat de FOSB zich bewust is van het belang van het FAIR-principe (Findable, Accessible, Interoperable en Reusable) dat u vermeldde in uw vraag.

Een nieuwe nota zal binnenkort worden geagendeerd op onze Vlaamse Regering. Hierin wordt het voorstel gedaan om naast de in juli 2020 gerealiseerde aanwervingen van data stewards binnen de instellingen, ook middelen te voorzien voor ICT-personeel, dat de nodige infrastructurele implementatie zal realiseren.

In het najaar zal ook een update van de roadmap opgeleverd worden, in het bijzonder met betrekking tot het infrastructuurplan. Op basis van dit plan zullen dan middelen voor infrastructuur toegewezen worden aan de instellingen.

Als er bijsturingen nodig zullen blijken, zal dit op de FOSB worden besproken en kan men een advies aan mij bezorgen voor een aantal aanpassingen.

De FOSB heeft een cruciale rol gespeeld in de uitbouw van het beleidsplan Open Science. Voor het succes is het belangrijk dat we de instellingen en alle onderzoekers ook helemaal mee hebben.

Door dat regelmatige overleg, en binnen die technische werkgroepen, willen we eigenlijk dat het beleid gedragen is in de onderzoekswereld, en dat er op die manier ook tegemoet wordt gekomen aan de diversiteit van het veld van onderzoeksinstellingen.

De heer De Roo heeft het woord.

Ik dank u voor uw antwoord. Ik denk dat het heel goed is dat die middelen worden voorzien en ook worden toegekend. Een belangrijk onderdeel – u hebt het ook aangehaald – is de aanwerving van die data stewards, en vervolgens de uitbouw van die infrastructuur. Vervolgens moet je iedereen ook meekrijgen om die data effectief beschikbaar, openbaar en herbruikbaar te laten maken. Het feit dat daar nu al ruim 3 miljoen euro in is geïnvesteerd, is een goede zaak.

Ik kijk alleszins uit naar het najaar, waar die roadmap rond infrastructuur ook wordt goedgekeurd. Dat is natuurlijk een belangrijk fundament.

Ik had nog één bijkomende vraag, en u hebt daar op het einde al licht op gealludeerd: het is belangrijk om de instellingen ook mee te hebben. Je moet natuurlijk een infrastructuur bouwen, je moet mensen hebben die overweg kunnen met die data, die die data ook juist kunnen toeleiden. Maar hoe verlopen die contacten met de instellingen op vandaag? Welke signalen komen er vandaag voornamelijk uit die instellingen?

Mevrouw Sleurs heeft het woord.

Collega De Roo, bedankt voor uw vraag. Ik denk dat het interessant is om hier de gelegenheid te hebben om erover van gedachten te wisselen.

Minister, ik heb nog een paar bijkomende aspecten, collega De Roo heeft het al aangehaald. Open science is natuurlijk een heel belangrijk gegeven. Het lijkt mij goed dat we in Vlaanderen ook volop mee op de kar springen. We gebruiken daar natuurlijk heel veel publieke middelen voor, maar er zit toch wel een spanningsveld in: een spanningsveld tussen die open communicatie naar de burger en het delen van die onderzoeksresultaten. Het zit in feite wel een beetje vervat in het FAIR-principe, zoals dat beschreven wordt. Maar op welke manier houden de Vlaamse initiatieven daar rekening mee, met dit toch heel belangrijke spanningsveld?

En dan heb ik nog een meer specifieke vraag. Een aantal jaar geleden werd ik toch met die open science geconfronteerd, vanuit bijvoorbeeld het KMI, dat daar vanuit de federale wetenschappelijke instellingen ook aan wilde deelnemen. Want open science kan natuurlijk wel leiden tot een derving van inkomsten. Zij kunnen bijvoorbeeld hun wetenschappelijke gegevens verkopen aan andere instituten. In welke mate telt dat voor de Vlaamse onderzoeksgroepen? Hebt u er een zicht op of dit ook voor de Vlaamse instituten geldt, dat die open science, waar ik een groot voorstander van ben, ook tot een inkomstenderving zou kunnen leiden?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Bedankt voor de interesse en de aanvullende vragen.

Collega De Roo, de overige middelen van die 5 miljoen euro staan opzij voor infrastructuur. De instellingen maken deel uit van de FOSB en van de werkgroepen, dus er is permanente interactie. Het is geen top-downimplementatie maar een echte dialoog. Dat lijkt mij een goede manier van werken.

Collega Sleurs, die data zijn zo open als mogelijk en zo gesloten als nodig. Dat is het principe dat we hanteren. Er zijn wat mij betreft werkbare KPI’s voorzien die de werking niet mogen ondermijnen. U hebt daar een teer punt aangeraakt maar we proberen daar een goed evenwicht in te vinden.

De heer De Roo heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het bijkomend antwoord. Ik wil natuurlijk ook aansluiten bij de bijkomende opmerking van collega Sleurs. Je zit daar met een spanningsveld, maar ik denk dat de minister duidelijk heeft aangegeven dat het een constante zoektocht is naar een evenwicht tussen openheid waar mogelijk en geslotenheid waar nodig.

We kijken alleszins uit naar het vervolg.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.