U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Claes heeft het woord.

Uit een studie die de Vlaamse Regering recent bestelde, blijkt dat de Vlaamse economie de komende 15 jaar zowat 30.000 nieuwe werkkrachten nodig heeft in de basisindustrie. Het gaat vooral om technische profielen die de omslag naar duurzame productie van onder meer chemie, kunststoffen, metalen en staal mogelijk maken. Die profielen zijn broodnodig. Vandaag al zijn bedrijven in de regio rond Antwerpen en de haven op zoek naar meer dan 5000 technici. De 76.000 werknemers die momenteel aan de slag zijn in die sectoren zullen dan weer flink wat bijscholing nodig hebben.

Om de duurzaamheidsdoelstellingen te halen, zal de Vlaamse industrie niet enkel innovatieve technieken, maar ook voldoende werkkrachten nodig hebben die technisch geschoold zijn op alle niveaus: van technici en operatoren tot wetenschappers en ingenieurs. Dat er meer jongeren een STEM-opleiding (Science, Technology, Engineering and Mathematics) dienen te volgen, is dan ook een open deur intrappen.

De klemtoon ligt sterk op onderwijs en bijscholing, en dat lijkt mij ook logisch. Het onderwijs stoomt immers de werknemers van de toekomst klaar. De STEM-academies zijn bijzonder waardevol om jongeren in contact te brengen met en te overtuigen om te kiezen voor techniek en wetenschap. Daarnaast is levenslang leren noodzakelijk om niet achterop te geraken en om mee te blijven met de meest innovatieve en vernieuwende toepassingen.

Hoe wilt u ervoor zorgen dat die noodzakelijke werkkrachten in de basisindustrie in de toekomst ingevuld worden? Zijn er nieuwe initiatieven nodig en is er een plan van aanpak in deze sectoren om mensen aan te trekken en warm te maken om zich bij of om te scholen?

Welke rol nemen de sectoren en VDAB op om de – toekomstig – gevraagde profielen beter in kaart te brengen en de vacatures of jobs van de toekomst in te vullen?

Minister, we zullen de komende jaren een grote verschuiving zien op onze arbeidsmarkt en in onze economie en industrie. De klimaatuitdagingen staan daarbij centraal. We hebben nieuwe mensen nodig om innovatieve technieken uit te tekenen en operationeel te maken. Er zullen naar schatting 30.000 nieuwe mensen nodig zijn tegen 2035, of zo’n 40 procent bijkomende werknemers, voornamelijk jobs als wetenschappers, ingenieurs, technici, maar ook verkopers, managers en ondersteunend personeel op juridisch, maatschappelijk en logistiek vlak.

Dat vergt een bijscholing van het huidige personeel, maar ook een instroom van nieuwe mensen. Daarbij is ook onderwijs opnieuw een belangrijke factor om ervoor te zorgen dat de werknemers van morgen klaargestoomd worden. Gisteren zagen we de resultaten van een studie van het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka), die ons land helemaal onderaan plaatst in Europa op het vlak van ICT, ingenieurswetenschappen en dergelijke. Er is dus wel een zekere sense of urgency.

De Vlaamse Regering beantwoordde die al met haar STEM-beleid, met de ‘STEM-academie in elke gemeente’. In 2020 waren 221 gemeenten al ingegaan op die oproep. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) heeft hiervoor als regisseur een jaarlijks budget uitgetrokken.

Uiteraard omvat het STEM-actieplan nog andere onderdelen. Bij de evaluatie daarvan kwamen een aantal pijnpunten naar boven. Ten eerste is er het gegeven dat het begrip ‘STEM’ veel verschillende ladingen dekt, die de betrokken partijen uit de verschillende domeinen elk vanuit hun agenda invullen. De container is misschien wat te groot en te ruim geworden.

Ten tweede is er weinig progressie in de waardering voor vakmanschap en er zijn geen sterke evoluties in de in- en doorstroom voor de STEM-richtingen in het tso en het bso.

Ten derde, ook op de arbeidsmarkt is de kloof tussen vraag en aanbod van STEM-profielen nog steeds aanwezig. Een toenemend aantal STEM-beroepen zijn, blijven en worden knelpuntberoepen.

Als vierde punt wordt er aanbevolen om verder te bouwen op wat er is: waak over een kwaliteitsvolle verdere uitrol en werk verder op de aandachtspunten inzake het STEM-beleid.

Ten vijfde, versterk het loopbaanperspectief in het actieplan door naast jongeren ook volwassenen meer te mobiliseren in de richting van STEM.

Een zesde punt dat ik erbij neem: verbreed de inhoudelijke focus om initiatieven binnen het onderwijsdomein te versterken met initiatieven binnen andere beleidsdomeinen zoals Werk, Wetenschap, maar ook Innovatie, Jeugd en Welzijn.

Welke acties wilt u ondernemen om deze doelgroep van huidige werknemers te bereiken en hen aan te sporen zich te laten omscholen?

Is er overleg met uw collega van Onderwijs om jongeren aan te sporen om nog meer dan vandaag voor STEM-profielen te kiezen? Zoals de Voka-studie aangaf, bevindt Vlaanderen zich helemaal onderaan de lijst op het vlak van de uitstroom in STEM-richtingen.

In maart liet uw collega-minister Weyts weten dat het nieuwe STEM-actieplan 2020-2030 in april geagendeerd zou worden op de ministerraad en dat de STEM-stuurgroep in de tweede helft van maart om input gevraagd zou worden. Uiteraard bent u betrokken bij dit actieplan. Kunt u de krijtlijnen voor de input van deze stuurgroep schetsen? Welke termijn ziet u voor het STEM-actieplan 2020-2030?

Hoe zult u ervoor zorgen dat de pijnpunten die in de externe evaluatie van het vorige STEM-actieplan door IDEA Consult werden aangehaald, aangepakt zullen worden in het nieuwe STEM-actieplan?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dank u wel, collega’s, voor deze interessante vragen. Vorige week woensdag heb ik een bezoek gebracht aan Recticel, in het kader van een studie van het Roland Bergerinstituut: ‘een skills roadmap voor de Vlaamse klimaatindustrie’. Daaruit blijkt dat er, om tegen 2050 een klimaatneutrale industrie te realiseren, niet alleen innovatieve ontwikkelingen nodig zijn, maar dat werknemers er ook voor klaargestoomd moeten worden. We moeten voorzien in omscholing van het huidige personeelsbestand en jongeren overtuigen om een STEM-studierichting te kiezen.

Recticel is pionier om deze transitie voor te bereiden. Zo hebben ze een techniek ontwikkeld om CO2-uitstoot van fabrieken op te vangen en er schuim van te maken. Dat schuim zit in uw matras, collega Claes, of in uw dakisolatie, collega Bothuyne.

Verrassend aan deze studie was dat we tegen 2030 30.000 extra handen nodig hebben in de industrie, niet alleen om mensen die op pensioen gaan te vervangen, maar ook om extra mensen in te zetten om de klimaattransitie waar te maken. Het is dus, net zoals we meer dan een eeuw geleden zagen met de opkomst van de machines, een idee-fixe dat innovatie hand in hand gaat met jobverlies. Dat zal niet zo zijn.

Het is dan ook van belang om een alliantie te sluiten met VDAB en de sectoren om aan die uitdagingen het hoofd te bieden. Daarom ondernemen we een aantal acties.

Er zijn de ESF-competentieprognoses (Europees Sociaal Fonds), waarmee diverse sectoren en andere actoren trachten zicht te krijgen op de competenties, competentieveranderingen, jobs en vacatures van de toekomst. Die onderzoeken mogen natuurlijk geen stof liggen te vergaren. Sectoren kunnen een belangrijke rol opnemen en doen dat ook door deze prognoses mee te nemen in de opmaak van beroepskwalificatiedossiers om op die manier te zorgen voor een opleidingsaanbod dat aansluit bij de actuele noden van de arbeidsmarkt.

Via hun sectorconvenants nemen de sectoren tal van initiatieven op het vlak van imago, instroom, levenslang leren en werkbaar werk. Een aantal sectorale opleidingsfondsen zijn aan het evolueren richting loopbaanfondsen. Zoals jullie weten, hebben we ook intersectorale adviseurs in dienst. 

We besteden ook heel veel aandacht aan jongeren. In lijn met de STEM-agenda 2030 organiseert VDAB in samenwerking met het Beroepenhuis doedagen waarbij leerlingen uit het zesde leerjaar kennis maken met de industriële beroepen. In samenwerking met de regionale technologische centra (RTC’s) zet VDAB in op toegang voor leerlingen in het laatste jaar van de derde graad bso/tso tot professionele industriële apparatuur van VDAB via de tiendagenregeling.

Ten slotte zijn er de succesvolle STEM-academies, waarnaar jullie verwezen, die we via het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) ondersteunen en waar jongeren in hun vrije tijd kunnen proeven van wetenschap en techniek. We willen zo’n academie in elke gemeente.

Om werkzoekenden en burgers te enthousiasmeren, worden verschillende initiatieven ondernomen, zoals digitale beroepsinformatiepakketten met daarbij behorende beroepenpagina’s en beroepenfilms.

Een duurzame arbeidsmarkt creëren en garanderen kan VDAB natuurlijk niet alleen. Daarvoor zullen sectorfederaties, sectorale opleidingsfondsen en bedrijven de handen in elkaar moeten slaan. De eerste stappen zijn hiervoor al gezet met de oprichting van het industrieforum.

Dan kom ik tot de vragen over het onderwijsluik. Via de STEM-governance die aan de nieuwe STEM–agenda 2030 verbonden is, is er systematisch overleg tussen de beleidsdomeinen Werk, Onderwijs en Economie en Innovatie. De domeinen Jeugd en Welzijn zullen hier trouwens ook bij betrokken worden. Ik zal de nieuwe STEM-agenda 2030, samen met mijn collega Weyts, binnenkort agenderen op de Vlaamse Regering.

De centrale doelstelling van de STEM-agenda is om blijvend in te zetten op een hogere instroom in STEM-opleidingen en STEM-loopbanen, en ook algemeen het versterken van ‘STEM-geletterdheid’ in de ruime maatschappij. De agenda formuleert algemene doelstellingen voor een periode van tien jaar. Concrete acties zullen opgenomen worden in een dynamische actielijst, die getoetst zullen worden aan het kwaliteitskader opgenomen in de agenda. Die actielijst zal niet enkel ‘harde’ STEM-initiatieven bevatten, maar ook acties in verband met digitalisering, vergroening, 21ste-eeuwse vaardigheden, enzovoort.

Het meer intersectorale werken willen we doen via de intersectorale adviseur ‘competenties en loopbanen’ waar ik al over heb gesproken. We zullen ook een aantal actiepunten weloverwogen moeten aanpakken. Er is een dalende instroom in het technisch secundair onderwijs (tso) en het beroepssecundair (bso) en er is ook de impact van digitalisering. Dat zijn twee thema’s die de sectoren bindt en waarrond ze de handen in elkaar moeten slaan.

Er wordt volop ingezet op het Partnerschap Levenslang Leren en het actieplan waaraan momenteel vorm wordt gegeven.

Mevrouw Claes heeft het woord.

Ik heb niet alles heel duidelijk kunnen horen, maar het is duidelijk dat we voor sommige voorspellingen Madame Blanche niet nodig hebben. We hebben geen glazen bol nodig om te weten dat onze jobs en de inhoud ervan zullen veranderen. Wie een STEM-profiel heeft, zal snel aan het werk geraken. Werkgevers zullen er alles aan doen om die talenten en die profielen aan te trekken. Ik geloof erin dat, als we jongeren in contact brengen met STEM, wat iets tastbaar en zichtbaar is, we hen sneller kunnen overtuigen om voor zo’n studie te kiezen. Dat is de beste manier om die twee samen te brengen en om meer mensen te bereiken. Ik kijk dan ook uit naar het aangekondigde STEM-actieplan 2020-2030. Collega Bothuyne heeft er ook naar verwezen. IDEA Consult heeft de Vlaamse Regering huiswerk gegeven om lessen te trekken uit het verleden en ook om het actieplan iets scherper te stellen. Ik ben ook benieuwd hoe het actieplan verder zal worden opgenomen.

Ik denk vooral dat we met STEM vooral jongeren zullen overtuigen die nog een studiekeuze moeten maken. Er is ook potentieel bij de huidige werknemers. Ik heb dat daarnet ook gehoord. Sommigen zijn na hun werkuren bezig met informatie- en communicatietechnologie (ICT) of informatietechnologie. De belangrijke vraag die ook is gesteld geweest, is hoe we hen kunnen overtuigen om zich om te scholen of eventueel bij te scholen, ook al zitten ze in een andere job.

Tot slot is het goed dat al die STEM-initiatieven worden afgetoetst met de sectoren en dat die een actieve rol opnemen via de sectorconvenanten. Ik weet niet of het daarnet is aangekaart, maar ik vraag me af op welke manier die sectoren betrokken worden bij het STEM-actieplan.

Ik dank de minister voor het antwoord. Het is een gigantische uitdaging. Het probleem met STEM en met STEM-profielen is historisch. Ondanks de actieplannen en de zaken die op poten worden gezet, zien we nog geen concrete resultaten als het gaat over de uitstroom van dergelijke profielen uit het onderwijs richting de arbeidsmarkt. Het is goed dat er effectief een nieuwe versie van het STEM-actieplan komt. Collega Weyts sprak over april. U zegt dat het er binnenkort zal zijn. Kunt u wat meer duiding geven over de timing en over de scope? Is het opnieuw een actieplan voor tien jaar? Wordt er in de ‘governance’ van het actieplan iets veranderd waardoor we misschien sneller op een aantal opportuniteiten of problemen kunnen inspelen op het STEM-beleid?

Zoals collega Claes daarnet al vroeg, ben ik ook benieuwd op welke manier er in de toekomst sectoren worden betrokken of geresponsabiliseerd om van het STEM-actieplan een succes te maken.

Ik heb twee vragen. Ten eerste zijn er wat het omscholen betreft wel wat mogelijkheden bij zittende werknemers om zich bij of om te scholen richting een STEM-profiel of een profiel dat past in die 'skills roadmap' van de klimaatindustrie. Zijn er daar bijkomende of specifieke opdrachten aan VDAB gegeven om als regisseur op de arbeidsmarkt op zoek te gaan naar dergelijke profielen die geschikt zijn voor om- of bijscholing en op die manier richting knelpuntvacatures in de klimaatindustrie kunnen worden toegeleid? VDAB zou dan aan headhunting moeten doen.

Mijn tweede punctuele vraag houdt een beetje verband met corona. We hebben anderhalf jaar heel weinig bedrijfsbezoeken, stages, werkervaringsopties gehad in onze Vlaamse industrie. Voor jongeren is het essentieel om minstens een eerste kennismaking te hebben met die kant van de bedrijfswereld. 

Ik moet zeggen dat mijn zoon van 13 weinig of toch geen industriële bedrijven vanbinnen heeft gezien. Dat is essentieel als we jongeren warm willen maken voor STEM en voor de industrie. Corona heeft ons op dat vlak een achterstand gegeven. Kunnen we initiatieven nemen om een inhaalbeweging te maken op het vlak van bedrijfsbezoeken, stages, werkervaringsplaatsen en dergelijke meer om de weg naar de industrie sneller en sterker te maken voor jongeren?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

We staan al veel jaren voor deze omvangrijke uitdaging en we zijn er nog niet klaar mee.

Collega Claes, die ‘tech push’ werkt niet. Ik heb het al een paar keer gezegd dat we moeten duidelijk maken dat die techniek een grote maatschappelijke relevantie heeft. Het is erg belangrijk om in te spelen op wat jongeren heel na aan het hart ligt en dat de techniek daar een oplossing voor kan vinden. Zo werkt het wel. Als je alleen de techniek pusht, zul je niemand extra aantrekken. Dat heeft onderzoek ons geleerd.

Ik heb dit daarnet niet gezegd: het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) brengt ook ondernemers voor de klas ter inspiratie. Dat werkt ook goed. Het is wel niet binnen een onderneming, collega Bothuyne, maar ze maken kennis met een ondernemer en dat is op zich al goed.

Collega Claes, een intersectorale adviseur neemt het voortouw om acties te ondernemen met de sectoren. Dat gaat dan bijvoorbeeld over de instroom van het bso of tso. We doen dat met de sectoren om acties te ondernemen. In het STEM-platform zitten ook onafhankelijke experten uit de sectoren. Die zijn heel nauw betrokken bij dat STEM-platform. Het is ook belangrijk dat we niet louter vanuit VDAB denken. Er is ook een grote rol voor de bedrijven zelf. U weet dat er ook een dossier over het gemeenschappelijk initiatiefrecht is, waarbij er extra verlof kan worden genomen om opleidingen te volgen. Werkgevers kunnen daarin een heel belangrijke rol spelen want dat zijn arbeidsmarktgerichte opleidingen.

De Open Bedrijvendag lijkt me ook een ideaal moment, collega Bothuyne, om met uw zoon op pad op te trekken om de bedrijven ook vanbinnen te zien. Ook de Dag van de Wetenschap is goed om geïnspireerd te worden. Om 12.19 uur is er een gedeeltelijke zonsverduistering. We hebben brilletjes ter beschikking gesteld van de scholen en ik hoop dat dat kantje van de wetenschap op heel wat plaatsen zal worden getoond. Dat zijn leuke zaken die jongeren misschien over de streep kunnen trekken om vaker voor techniek en wetenschappen te kiezen.

Tot slot, collega’s, nemen bedrijven en sectoren heel veel initiatieven. Essenscia zet daar bijvoorbeeld op in. In maart lanceerde de federatie nog een initiatief om tweeduizend leerlingen hun STEM-toekomst in de chemie- en farmasector te laten ontdekken. Zij doet dat met heel veel bedrijven. De Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO) organiseert de tool ‘techclass’ bij kmo’s met scholen. Ook het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka) doet dat. Er wordt enorm veel gedaan, maar het blijft moeilijk om extra profielen aan te trekken voor wetenschappen en techniek. Er is ook op dat vlak veel werk aan de winkel.

Mevrouw Claes heeft het woord.

Er is inderdaad veel werk aan de winkel, maar ik denk dat het vooral belangrijk is dat we de vinger aan de pols houden en de initiatieven goed opvolgen. We zullen daar zeker nog op terugkomen in deze commissie.

Ik kan me daar alleen maar bij aansluiten. Dat wordt vervolgd.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.