U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Gennez heeft het woord.

De Vlaamse Regering wil tegen begin 2024, als ik het goed heb begrepen, individueel maatwerk opstarten. Daarbij wordt een kader uitgewerkt voor de ondersteuning en tewerkstelling van personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in het normale economische circuit. In de beleidsnota konden we het volgende lezen: "We versterken de samenhang tussen de sociale economie en de reguliere economie om meer jobs te creëren voor doelgroepwerknemers. We hervormen hiervoor de oude SINE-maatregel (sociale inschakelingseconomie) naar individueel maatwerk."

Vorige zomer keurde de Vlaamse Regering een visienota goed over individueel maatwerk met de contouren van de toekomstige maatregel. Werkgevers binnen het normale economische circuit krijgen een compensatie voor het rendementsverlies of bijkomende kosten. De SINE-maatregel zal uitdoven en in de plaats komt de begeleidingspremie. Daarnaast wordt de Vlaamse ondersteuningspremie (VOP) ook ingekanteld binnen het individueel maatwerk en worden maatwerkafdelingen binnen het decreet collectief maatwerk geschrapt. De LDE-initiatieven (lokale diensteneconomie) moeten zich ook verder ontplooien binnen het individueel maatwerk. Samengevat, zorgt individueel maatwerk dus voor heel wat verschuivingen binnen het beleidsveld. Ik heb van de sector vernomen dat er nog dit jaar een principiële goedkeuring van het decreet over individueel maatwerk zou komen.

Hoe ver staat de regering met het decreet over individueel maatwerk?

Kunt u duidelijkheid verschaffen over hoe LDE-initiatieven zich verder kunnen ontplooien in het kader van individueel maatwerk? Hoe worden deze initiatieven financieel ondersteund binnen dit nieuwe kader?

Hoe wordt een terugkeermogelijkheid voorzien voor mensen voor wie de overstap naar individueel maatwerk niet werkbaar of niet succesvol is?

Minster Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dank u wel, collega Gennez, voor uw relevante vraag om uitleg over het toekomstige decreet over individueel maatwerk. Voor mij is dat een ontzettend belangrijke beleidsprioriteit, die nog dit kalenderjaar een decretale vorm en een definitieve goedkeuring zou moeten krijgen in het Vlaams Parlement. Het is dus positief dat u hierover een vraag stelt.

Met het decreet en de maatregel individueel maatwerk wil ik de kansen op de arbeidsmarkt verhogen voor personen met een arbeidsbeperking, ook in de reguliere arbeidscontext. Nu komen zulke personen bijna altijd terecht in de sociale economie, in een beschermde werkomgeving.

Om voor reguliere werkgevers de drempel voor de tewerkstelling van die mensen te verlagen en er ook voor te zorgen dat ze met de juiste omkadering en begeleiding aan de slag kunnen gaan, biedt de overheid aan de werkgever van de werknemer of aan de zelfstandige een financiële incentive, zoals een loonpremie of ondersteuningspremie, of een begeleidingspremie om bijkomende kosten te compenseren.

Individueel maatwerk is in dat opzicht complementair aan de maatregel collectief maatwerk en hoeft dus geenszins een bedreiging te zijn voor collectief maatwerk, integendeel. We verruimen het jobaanbod en de jobkansen voor personen met een arbeidsbeperking en we geven aan alle werkgevers een gelijkwaardige kans om personen met een arbeidsbeperking tewerk te stellen. Bij de ondernemingen is er bereidheid om, vanuit een maatschappelijke en morele motivatie en vanuit het streven naar een goede weerspiegeling van de hele maatschappij op de eigen werkvloer, ook werknemers met een arbeidsbeperking in te schakelen en hun voldoende jobkansen te geven.

Wat is nu de concrete stand van zaken? We maken van de invoering van individueel maatwerk ook gebruik om het beleids- en regelgevend kader voor personen met een arbeidsbeperking te vereenvoudigen. U weet dat in individueel maatwerk vier  beleidsmaatregelen worden samen gebracht: de Vlaamse ondersteuningspremie, de sociale inschakelingseconomie, de lokale diensteneconomie en de maatwerkafdelingen binnen het collectief maatwerk.

We bundelen de middelen van elk van deze maatregelen om de loonpremie en de begeleidingspremie binnen het nieuwe decreet te kunnen financieren. Dit is een complexe budgettaire oefening. Uiteraard voorzien we voor de vier te integreren maatregelen een gepast uitdoof- en inkantelingsscenario waarbij werkgevers en zelfstandigen veilig kunnen overschakelen op de nieuwe ondersteuning en financiering. Dit vergt dus ook de nodige financiële simulaties. De VOP en de SINE-maatregel zijn open end, terwijl de LDE en de maatwerkafdelingen gesloten budgetten zijn. De budgettaire oefening is zo goed als afgerond, op macro- en mesoniveau, en ligt voor advies voor bij de Inspectie van Financiën.

Wat de positie van de lokale diensteneconomie in individueel maatwerk betreft, kan ik u het volgende zeggen. In het huidige ontwerp van decreet zijn een aantal decretale kapstokken opgenomen. In de volgende fase, na de goedkeuring van het ontwerpdecreet en bij de concretisering en de ontwikkeling van het uitvoeringsbesluit, zullen we die decretale kapstokken verder juridisch verfijnen en financieel uitklaren. We zorgen ervoor dat de LDE zich voldoende kan integreren en ontplooien in het kader van het nieuwe individueel maatwerk.

Ik wijs er wel op dat de LDE een zeer gevarieerde sector is: er zijn zeer kleine spelers met nauwelijks één of twee of minder dan vijf LDE-werknemers in dienst, er zijn private LDE-organisaties, dat zijn vzw’s, er zijn publieke LDE-spelers via lokale besturen en OCMW’s. Sommige LDE-initiatieven zijn sterk in het werken aan doorstroom van hun LDE-werknemers naar het normaal economisch circuit, andere LDE-promotoren hebben veel te weinig ingezet op doorstroom de voorbije legislatuur, sommige LDE-initiatieven zijn nu reeds gelinkt aan een maatwerkbedrijf. Dit toont de enorme verscheidenheid, wat positief is, maar dat betekent meteen ook dat er geen eenduidig, pasklaar antwoord voorhanden is. Ik ga hier dus niet op vooruitlopen, het departement zal dit de eerstvolgende maanden verder uitwerken en de betrokken actoren, zoals de LDE-koepel, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en HERWIN daar voldoende bij betrekken.

In het huidige ontwerpdecreet is een decretale basis ingeschreven om vorm te geven aan een terugkeermogelijkheid of -garantie voor personen met een arbeidsbeperking bij wie de tewerkstelling in de reguliere economie na doorstroom vanuit de sociale economie niet succesvol is. Op die manier zorg ik voor een vangnet, waar ik het al vaker over had en dat absoluut mee geïntegreerd moet worden.

Collega’s, collega Gennez, ik streef nog altijd naar een inwerkingtreding van het ontwerp van decreet over individueel maatwerk op 1 januari 2023. Alle puzzelstukken worden gestaag gelegd in dezen.

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. We willen toch een aantal belangrijke signalen meegeven. Individueel maatwerk mag toch niet ten koste gaan van de LDE. Dat is op dit moment toch wel de vrees die bij heel wat organisaties leeft. Ze zijn inderdaad zeer divers, in die zin gaat het ook om werknemers met een verschillend profiel dat aandacht en zorg behoeft. We zouden absoluut willen voorkomen dat de groei van individueel maatwerk de groei van de sociale economie zou hypothekeren. Het zou niet wijs zijn om perspectief te geven aan één werknemer als je daarmee een ander in de kou laat staan. Dat moet bewaakt worden, zeker met de afbouw van de sociale inschakelingseconomie, wat een relatief succesvolle maatregel was.

Hoe gaat u het hiaat dat de afbouw van SINE achterlaat, compenseren? Hoe gaat u maximaal de match van de medewerkers in de nieuwe ruimte voor de LDE bewaken?

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Voorzitter, minister, in het kader van het individueel maatwerk spelen onder andere de sociale-economieorganisaties een rol in de begeleiding van reguliere ondernemingen. Doordat werknemers samenwerken met de doelgroepwerknemers doet zich de kans voor om vooroordelen weg te werken. Onbekend is onbemind. Door deze mix groeit er begrip voor verschillen en beperkingen. Natuurlijk zal de werkgever of leidinggevende de oproep om samen te werken moeten ondersteunen om op sommige werkplekken initieel bijkomend draagvlak te creëren.

Echter, het blijft belangrijk om succesverhalen te hebben en doelgroepwerknemers een weg te zien afleggen naar een duurzame tewerkstelling in de organisatie. Deze succesverhalen zijn volgens ons een belangrijke trigger voor organisaties om op deze acties te blijven inzetten en te blijven investeren in doelgroepwerknemers. Het engagement en de investering van de werkgever zijn vaak zeer groot en hier staat niet altijd een win-winsituatie tegenover. Daarom zijn de ervaringen waar het wel zo is, zo belangrijk om gemotiveerd te blijven.

Onlangs was er het mooie succesverhaal van Frederik in de media. Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een Handicap (GRIP), de mensenrechtenorganisatie voor personen met een handicap, stelde op Werelddownsyndroomdag de vraag of het niet tijd wordt om mensen met het syndroom van down te werk te stellen. De directeur van vzw Creatief Schrijven antwoordde hier heel enthousiast op dat het bij hem het geval is en dat hij het iedereen aanraadde. Minister, aangezien veel reguliere bedrijven nog niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden, plant u bij de lancering van het decreet over individueel maatwerk ook communicatiecampagnes om reguliere bedrijven in te lichten over de mogelijkheden en de voordelen van het in dienst nemen van doelgroepmedewerkers?

De heer Ongena heeft het woord.

Individueel maatwerk is voor ons een heel belangrijk instrument om de sociale economie dichter bij de reguliere economie te brengen. Wij zien daar een belangrijke schakel in voor bijvoorbeeld de doorstroming van doelgroepmedewerkers van collectief maatwerk naar een reguliere job.

Ik heb, minister, nog drie punctuele vragen. Zult u de doorstroming vanuit het collectief naar het individueel maatwerk beschouwen als een volwaardige doorstroming? Het lijkt ons belangrijk om die feitelijke doorstroming te faciliteren, zodat er ook meer kansen komen in het collectief maatwerk voor mensen die toch een wat grotere afstand hebben tot de arbeidsmarkt.

Ten tweede, het regeerakkoord spreekt over een groeipad in de sociale economie, en dat er een inhaalbeweging komt voor individueel maatwerk. Hebt u al bepaald welk aandeel van dat groeipad naar het individueel maatwerk gaat? Mijn derde vraag sluit aan bij die van collega Vandromme. Het is belangrijk dat wij de drempelvrees wegwerken bij werkgevers, zodat zij ook effectief iemand willen aanwerven uit het individueel maatwerktraject. Nog afgezien van de campagne die collega Vandromme vraagt, gaat u nog andere maatregelen nemen, zodat werkgevers een soort begeleiding kunnen inhuren als zij iemand van die doelgroep in dienst nemen?

Mevrouw Claes heeft het woord.

Het thema vind ook ik belangrijk. Het individueel maatwerk is een belangrijke doelstelling. Ik denk met collega Gennez dat de lokale diensteneconomie en de terugkeergarantie harde knopen zijn die ontward moeten worden. Wij mogen daarbij niet over één nacht ijs gaan. De terugkeergarantie vind ik een soort van uitdaging om de uitstroom naar de reguliere economie te kunnen realiseren. Ik vind individueel maatwerk een soort van interessante tussenstap. Net dat kan de mensen overtuigen om toch de stap te zetten, want als het toch niet zou lukken, kunnen die mensen nog terug.

Individueel maatwerk gaat gepaard met vereenvoudiging en het inkantelen van verschillende maatregelen. Heel wat werkgevers zien door het bos van al die maatregelen soms de bomen niet meer. Als iets heel onduidelijk is, is het ook onaantrekkelijk en gaat men zich minder snel informeren. Hoe gaat u, minister, dat aanpakken? Hoe gaat u de werkgevers beter op de hoogte brengen en een beter overzicht bieden van al die maatregelen? Hoe gaat u van dat individueel maatwerk een instrument maken om de personen met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt toch een rugzakje mee te geven?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

De aanvullende vragen zijn vandaag blijkbaar even populair als de vragen zelf. Het is eens zo en het is eens anders. Het zijn er ook veel, maar ze gaan allemaal over belangrijke thema’s. Het individueel maatwerk vind ik een enorm boeiend dossier en een enorme opportuniteit die wij bieden met de regering.

Collega Gennez, ik kan u wel zeggen dat er heel goed overleg is met de LDE-sector, zowel met de koepels als met individuele organisaties. Ik vind dat je niet moet kijken vanuit het woord ‘bedreigingen’. Dat hoeft helemaal geen bedreiging te zijn, noch voor de sociale economie, noch voor de lokale diensteneconomie.

We moeten oppassen met de sociale inschakelingeconomie, want dat was geen onverdeeld succes. Er zijn vragen gesteld over de begeleiding. Er waren ook bepaalde problemen. Bij de SINE is er de RSZ-vermindering (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid) of de aanwending van een deel van de RVA-uitkering (Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling). In bepaalde gevallen werd er in geen enkele begeleiding voorzien voor SINE-werknemers. Ik denk dat we dus ook de SINE voor een stukje moeten nuanceren.

Collega Vandromme, u hebt volledig gelijk. We moeten individueel maatwerk voluit promoten. Het is mogelijk zoals het voorbeeld van de jongen met het syndroom van Down heeft aangetoond. Ook in het kader van individueel maatwerk zullen personen met het syndroom van Down tewerkgesteld kunnen worden in het normale economische circuit, omdat er net werd voorzien in een loonpremie en in een begeleidingspremie. Dat kan perfect in het schema dat nu op tafel ligt.

Collega Ongena, uiteraard moet individueel maatwerk zorgen voor een betere doorstroom van de sociale naar de reguliere economie. Er moet ook een betere wisselwerking komen tussen beide. Daar kan individueel maatwerk zeker bij helpen.

Ik heb meermaals in mijn antwoord op de diverse vragen gesproken over de terugkeergarantie. Die is ook opgenomen in het huidige ontwerpdecreet. Je kunt van individueel maatwerk nooit een succes maken zonder een terugkeergarantie. Anders moeten mensen opnieuw achteraan aansluiten als het niet lukt en zullen ze de sprong niet durven te maken. Dat is een elementair element.

Collega Claes, we zullen het inderdaad heel goed in de markt moeten zetten, maar we moeten daarvoor eerst een akkoord vinden over een ontwerpdecreet. Het gaat over een complexe oefening, namelijk de integratie van vier maatregelen. We willen een stukje vereenvoudigen. Ik heb na anderhalf jaar geleerd dat de sociale economie een ongelooflijk ondoorzichtig kluwen van regels is. Het zal voor de werkgevers gemakkelijker zijn om erop in te spelen als we dat eenvoudiger en transparanter kunnen maken.

Mevrouw Gennez heeft het woord.

De terugkeergarantie is alvast een goede zaak. Ik ben ook blij dat collega Claes daaraan heel uitdrukkelijk haar steun betuigt en dat de minister aangeeft dat die voor honderd procent gegarandeerd zal zijn, ook in het decreet. Dat is inderdaad een belangrijke voorwaarde om de overstap van medewerkers naar het normale economische circuit mogelijk te maken via individueel maatwerk. De arbeidsmarkt vraagt altijd maar meer van individuele medewerkers. Voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt of een arbeidsbeperking wordt het natuurlijk altijd zwaarder om aan te sluiten.

Sociale economie moet en zal altijd meer moeten zijn dan alleen een activeringsverhaal. In het begin van de opstart van de LDE sprak men over buurt- en nabijheidsdiensten en over het belang van maatschappelijke dienstverlening. Het is belangrijk dat er een aantal hiaten in ons economisch circuit worden ingevuld en dat de sociale economie, al dan niet geïntegreerd in het normale economische circuit, daarvoor de belangrijkste bijdrage moet blijven leveren.

Er zijn nog heel veel vragen, minister, maar dit wordt ongetwijfeld vervolgd. Ik wil alvast een pleidooi houden voor de collega’s en de voorzitter om het debat te voeren met alle stakeholders, ook in deze parlementaire commissie, om op die manier een maximaal draagvlak voor alle hervormingen te genereren. Er is nog wel wat onduidelijkheid en onzekerheid, niet in het minst bij de vele vzw’s die werken met de LDE. In die zin is het belangrijk om in alle transparantie het parlementaire debat te voeren.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.