U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Minister, collega’s, eerst komen twee gekoppelde vragen aan bod, van collega Sintobin over de korte keten en het duurzame landbouwmodel, of ‘het duurzame model van de toekomst’, zoals de minister het volgens collega Sintobin noemt, en van collega Talpe over de plaats van de reguliere landbouwbedrijven in het toekomstige plattelandsbeleid.

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, het is niet ‘volgens collega Sintobin’. Ik heb mijn vraag alleen maar gebaseerd op hetgeen ik gelezen, gezien en gehoord heb. Het is inderdaad een vraag van een tweetal weken geleden. Maar ik vind ze zeker nog relevant, ook gelet op de bespreking die we deze namiddag nog zullen hebben in de plenaire vergadering, over het voorstel van resolutie in verband met de korte keten.

Ik probeer kort te zijn, aangezien we deze voormiddag een drukke voormiddag hebben.

In het kader van de Week van de Korte Keten bracht u, minister, een bezoek aan een melkveebedrijf in – hoe kan het ook anders – Limburg. U deed daar bepaalde uitspraken die slecht aankwamen bij vele landbouwgezinnen. Ook het Steunpunt Korte Keten sloot zich daarbij aan.

In het interview dat ik heb gezien, gaf u immers te kennen dat de korte keten hét duurzame landbouwmodel van de toekomst was. Het Steunpunt Korte Keten liet in een reactie weten dat het nog steeds gaat over een beperkt aantal landbouwbedrijven. Voor alle duidelijkheid: onze fractie zal het voorstel van resolutie straks goedkeuren. Ik heb vorige week trouwens ook gezegd waarom we dit zullen goedkeuren. Het gaat er niet om dat wij het belang van een korte keten niet zouden erkennen. Maar één model als zaligmakend naar voren schuiven, doet onrecht aan veel landbouwersgezinnen, zo stelde het steunpunt. “Elk bedrijf maakt die keuze op basis van de eigen mogelijkheden, vaardigheden en de context. Dé landbouwer of dé korte keten boer bestaat niet. Die vrijheid van ondernemen, uiteraard binnen de wettelijke kaders, is de rijkdom van onze regio.” Bovendien is de korte keten volgens het steunpunt niet voor elke landbouwer weggelegd en is de korte keten maar een van de verschillende bedrijfsmodellen. Het is niet realistisch om een voedselstrategie op één nichemodel te baseren. Daarbij wordt ook verwezen naar de onzekerheid van de landbouwersstiel.

Minister, kunt u mij meedelen wat u bedoelt met uw uitspraken dat de korte keten hét landbouwmodel van de toekomst is? Welke concrete gevolgen koppelt u daar dan wel aan?

Hoe reageert u op de kritische bedenkingen vanuit landbouwhoek en vanuit het Steunpunt Korte Keten zelf op uw uitspraken?

Op welke manier garandeert u dat landbouwbedrijven die uit keuze of economische noodzaak kiezen voor een ander verdienmodel, beleidsmatig niet in de steek zullen worden gelaten of benadeeld? Op deze vraag zullen we bij de interpellaties zeker nog  terugkomen.

Tot slot, op welke manier komt de regering tegemoet aan de opnieuw vanuit de sector geuite bezorgdheid over de onzekere toekomst van het landbouwberoep? 

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ik zal enigszins voortborduren op de vraag van collega Sintobin, maar vanuit een ander basisvertrekpunt. Mij was eigenlijk vooral het artikel van het Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw (VILT) bijgebleven en de sociale media, waarop er toch heel wat bezorgde, vooral jonge, landbouwers brieven schrijven naar u, minister. Ze zijn heel bezorgd over hun toekomst. Er is inderdaad het stikstofdossier en meer algemeen het imago van de sector. Een van die boeren schrijft in zijn Facebookpost dat de landbouwer die vandaag in de media verschijnt, iemand is die het milieu beschadigt, iemand die niet met de natuur inzit en die niet meer beschouwd wordt voor datgene waarvoor hij echt staat, en dat is voedselproductie.

Nu, ze wijzen ook op wat collega Sintobin aanhaalt, namelijk dat vaak amper twee verschillende landbouwbedrijven benadrukt worden: de kleinschalige bio met afzet via korte keten versus de industriële landbouw met megastallen. Nochtans zit er tussen deze twee uitersten een heel spectrum van bedrijven en soorten landbouwers, een spectrum dat in de toekomst alleen maar zal groeien aangezien het Vlaams Parlement, met instemming van zowat alle politieke partijen, een resolutie heeft aangenomen die bevestigt dat dit de manier is om een leefbaar businessmodel te ontwikkelen op zijn of haar maat.

Minister, u antwoordde inmiddels op een van de briefschrijvers en benadrukte dat er ruimte blijft voor familiale bedrijven die milieubewust werken, maar dat we die ruimte opnieuw moeten creëren. U stelt tegelijk dat er een grote verantwoordelijkheid ligt bij de intensieve veeteelt en mestverwerking op de binnenlandse stikstofneerslag, met een aandeel van 78 procent, evenals op de productie van voedingsproducten voor de export.

Het spreekt voor zich dat we moeten zoeken naar oplossingen voor de stikstofproblematiek, maar we moeten ook aandachtig zijn voor het feit – daarom deze vraag aan u in het kader van het plattelandsbeleid – dat de boeren zich kop van jut voelen, wat leidt tot grote twijfel bij jonge starters maar ook bij oudere boeren die hun bedrijf wensen over te laten. Ze maken zich zorgen over hun toekomstige vergunningen, terwijl ze nog heel wat leningen af te betalen hebben.

Rekening houdend met het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), en meer bepaald het deel plattelandsbeleid, waarvoor u bevoegd bent, minister, heb ik de volgende vragen.

U benadrukte in uw antwoord aan de landbouwster, maar ook bij uw recente bezoek aan een landbouwbedrijf in Oudsbergen naar aanleiding van de Week van de Korte Keten, dat er in Vlaanderen ruimte moet zijn voor familiale landbouwbedrijven die milieubewust werken. Wat bedoelt u daar precies mee? Hoe verhoudt dit zich tot de bepalingen in de resolutie voor schaalverandering, die wil inzetten op leefbare maar ecologisch én economisch duurzame businessmodellen op maat?

Uit de brieven blijkt duidelijk dat jonge landbouwers kopzorgen hebben en bezorgd zijn over de toekomst van hun bedrijf en de sector. Hoe kunnen we verhinderen dat zij ontmoedigd raken, en ervoor zorgen dat ze investeren en geloven in hun bedrijf?

Hoe kijkt u, vanuit uw bevoegdheid Plattelandsbeleid, naar de bezorgdheid van de sector over het beeld dat van de landbouwer naar voren komt?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Voorzitter, collega’s, ik denk dat het goed is dat ik als minister van Milieu op de Dag van de Korte Keten ook de korteketenboer ga bezoeken. Ik heb dat ook gedaan. Op die dag is het model van de korte keten op een piëdestal gezet. Dat heb ik gedaan na de verschillende tussenkomsten hier in de commissie. Heel veel van onze boeren, zeker de jongere generatie, zijn bezig met duurzame, milieubewuste landbouw. Dat er nog werk aan de winkel is, dat weet u. Denk maar aan de stikstofproblematiek.

Maar met de farm-to-forkstrategie of de van-boer-tot-bordstrategie, een hoeksteen van de Europese Green Deal, heeft Europa de ambitie geuit om te werken aan een transitie naar een gezonder en duurzamer voedselsysteem, dat niet alleen de druk op biodiversiteit, bodem, lucht, water enzovoort verkleint, maar de opbrengsten eerlijker verdeelt in de keten en sociaal rechtvaardig is. Ik vind dat heel belangrijk, dat de landbouwer voldoende inkomsten heeft. Europa zet daar deels op in. Ik vind dat goed. We moeten werk maken van nieuwe duurzame modellen voor de landbouw. Korte keten is in mijn ogen essentieel binnen een duurzaam model voor de landbouwer en de samenleving. Dat wil niet zeggen dat elke landbouwer een eigen hoevewinkel moet oprichten. Dat zou een beetje een rare conclusie zijn. Dat betekent wel dat we in Vlaanderen werken aan landbouwproducten waar we trots op kunnen zijn en die in onze winkels tot bij de Vlaming worden gebracht.

Uiteraard kan dat via de rechtstreekse verkoop van boer tot buur, maar evengoed via de rekken van onze supermarkten, ook met aandacht voor lokale voedselproductie. Ik vind dat ook van groot belang. Ik betreur dan ook dat mijn uitspraak zo is begrepen alsof ik tegen familiale landbouw of zo ben. Mijn pleidooi is wel een pleidooi voor een model dat eerlijk en transparant is, dat voldoende inkomsten voor de landbouwer brengt en ook voldoende draagvlak heeft voor het milieu in Vlaanderen. Ik hoef het u niet te zeggen: Vlaanderen is dichtbevolkt en er is een sterke versnippering. We moeten natuurlijk al die zaken samenbrengen. Het lijkt me goed dat ik op de Dag van de Korte Keten het systeem van de korte keten op een voetstuk zet.

Zoals in mijn beleidsnota staat, maak ik ook werk van een plattelandsbeleid dat inspeelt op de uitdagingen van het platteland, met verbreding, circulariteit en innovatie van de plattelandseconomie, onder meer ook door het stimuleren van samenwerking tussen diverse actoren op het vlak van de korte keten. Het voorstel van resolutie sluit dus ook heel goed aan bij dat plattelandsbeleid. Ik vind het dus goed dat de collega’s dat zullen goedkeuren.

Collega Talpe, ik krijg heel veel brieven, niet alleen van landbouwers, maar ook van natuurmeisjes en -jongens, van zonnepaneleneigenaars. Ik heb tegenwoordig heel veel pennenvrienden. Ik schrijf ook altijd terug. Ik heb dat in dezen ook gedaan. Ik heb de boodschap willen meegeven dat we de beide aspecten natuurlijk zullen moeten verzoenen.

Ik sluit me ook aan bij een uitspraak die Hendrik Vandamme nog niet zo lang geleden heeft gedaan in De Standaard: “Ik stel me al even de vraag of we kunnen doorgaan met de schaalvergroting.” De afgelopen jaren is er immers een ongebreidelde schaalvergroting geweest. Dan zegt hij: “De druk op de omgeving door geurhinder, visuele vervuiling, stikstof- en methaanuitstoot en waterverbruik wordt te groot. Kijk naar de arresten die vandaag uitgevaardigd worden, naar hoeveel protest er is (...).” Met technologie kunnen we de impact natuurlijk een beetje beperken, maar in de toekomst zullen we natuurlijk moeten nadenken over het verzoenen van de beide. Ik ben er ook van overtuigd dat we dat kunnen doen. Ik heb dat dus ook aangegeven aan die brief aan die landbouwer.

Ik begrijp de bezorgdheden van de sector en betreur dan ook dat mijn uitspraken zijn opgevat als een aanval op de sector. Samen met collega Crevits wordt er gewerkt aan het strategisch plan voor het nieuwe GLB. Daarin zitten ook diverse handvatten om een duurzame toekomst voor de sector en de bedrijven te ondersteunen en zo de uitdagingen die er zijn, aan te gaan. We kunnen de transitie van het voedselsysteem sturen door de inkomenssteun die landbouwers krijgen, met het milieu te laten samengaan. Daarenboven ondersteunen we natuurlijk ook landbouwers die verder willen bijdragen aan landschapszorg, innovatie, samenwerking op het terrein en het uitwisselen van kennis.

In afwachting van het nieuwe GLB hebben we in het kader van de overgangsjaren gevraagd om in de projectoproepen voor nieuwe plattelandsprojecten te focussen op drie belangrijke thema’s: biodiversiteit, de korte keten en de vereenzaming. Ook in het uitwerken van de nieuwe GLB-maatregelen is er binnen de LEADER-interventie (Liaison Entre Actions de Développement de l’Economie Rurale) aandacht voor landbouw. We ondersteunen vanuit Plattelandsbeleid ook de samenwerking met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) inzake lokaal circulair voedselbeleid, waarbij steden en gemeenten door ons worden ondersteund. Tijdens de lerende netwerken is er natuurlijk aandacht voor diverse thema’s, waaronder de korte keten. Dat zit natuurlijk ook pal in het plattelandsbeleid.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, uw antwoord was bij momenten wat moeilijk te volgen, maar ik heb in ieder geval de essentie begrepen. Ik heb er absoluut geen probleem mee dat u op de Dag van de Korte Keten het model van de korte keten in the picture zet. Het zou eigenaardig zijn mocht u dat niet doen. Ik ben zelf een grote fan van de korte keten. Ik heb gedurende de coronacrisis zelf bijna wekelijks gebruikgemaakt van die korte keten, door naar de hoeve zelf te gaan maar ook door thuisleveringen en dergelijke. Dus op dat vlak steun ik de korte keten.

Maar u hebt natuurlijk die uitspraken gedaan, en die worden dan een beetje uitvergroot. U weet ook hoe de pers en de media werken. Collega Talpe bracht het al aan: zulke uitspraken doen natuurlijk niet goed op een moment dat de land- en tuinbouwsector in Vlaanderen zwaar onder druk staat en eigenlijk overladen wordt met alle zonden Israëls. Het is dan ook logisch dat sommigen daarop reageren vanuit hun eigen bedrijvigheid. U weet dat de landbouwers vechten om te overleven. De familiale landbouw, maar ook andere landbouwmodellen hebben het heel moeilijk wegens allerlei doelstellingen die worden opgelegd door Europa. Het is dus een beetje dansen op een slappe koord. Ik vond die uitspraken wel een beetje spijtig, maar u hebt ze vandaag genuanceerd.

We zullen trouwens nog moeten zien hoe de korte keten in de toekomst verder evolueert. De coronacrisis heeft nu eenmaal, al is het wat eigenaardig om het zo te formuleren, de korte keten gefaciliteerd. Maar eenmaal we weer in het nieuwe normaal leven, ben ik wel benieuwd hoe mensen nog verder zullen omgaan met de korte keten.

Wat de schaalvergroting betreft, hebt u gelijk. Ik heb al op verschillende momenten, zowel in de plenaire vergadering als in deze commissie, gezegd dat ik gerust bereid ben om het debat te voeren. Er zijn heel wat mensen die zeggen dat het gedaan moet zijn met die schaalvergroting, terwijl dat vroeger eigenlijk anders was. Toen zei men: men moet aan schaalvergroting doen om te kunnen overleven. Maar ik hoor nu altijd zeggen: die schaalvergroting moet stoppen, industriële landbouw moet stoppen. Maar ik hoor nooit oplossingen voor de tewerkstelling die dan verloren zou gaan. Ik hoor nooit iets zeggen over allerlei producten die we zullen moeten invoeren uit landen waar klimaateisen, milieu-eisen en eisen inzake dierenwelzijn zo goed als niet gevolgd worden. Ik hoor niks zeggen over een eventuele warme sanering. Men kan niet aan vele bedrijven zeggen: ‘Tot hier en niet verder, en trek voor de rest maar uw plan.’

Voorzitter, ik denk dat een aantal van deze zaken straks ook nog zullen terugkomen in de interpellatie, want ze zijn aan elkaar gelinkt. Ik ben in ieder geval tevreden dat de minister haar uitspraken in de juiste context heeft geplaatst. Het is nogmaals het bewijs dat men niet altijd alles moet geloven wat in de kranten verschijnt. Wij hebben daar heel veel ervaring mee.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, collega Sintobin heeft al heel wat zaken aangehaald. Ook ik ben blij dat u nu de nuance aanbrengt dat de korte keten beschouwd moet worden als een van de duurzame modellen op maat. We zijn daar absoluut een voorstander van, ik denk dat we die visie allemaal delen. Dat de korte keten de voorbije periode nog meer op de voorgrond is gekomen en dat we dat toejuichen, staat als een paal boven water.

Straks hebben we het inderdaad over het voorstel van resolutie over de korte keten, dat we onderschrijven en met heel veel plezier zullen goedkeuren. Ik denk dat het belangrijk is dat u die nuance nog eens heel duidelijk meegeeft aan de sector en aan de jonge landbouwers. Daarom heb ik ook die vraag gesteld: uit bezorgdheid over hun toekomst. Ze snakken naar rechtszekerheid. Hebben wij nog een plaats? Willen de mensen ons nog wel? Daarom vind ik dat we vanuit het plattelandsbeleid krachtig moeten aantonen dat we hun dynamiek nodig hebben, in welke vorm dan ook, en dat wij hen daarin zullen ondersteunen. Zoals gezegd, staan we in Vlaanderen voor enorme ecologische, klimatologische en landbouwkundige uitdagingen. Alleen samenwerken zal tot oplossingen leiden. We zijn ervan overtuigd, en dat horen we ook overal, dat de landbouwers daar echt aan willen meewerken. Dat is ook wel duidelijk op het terrein.

Maar natuurlijk, de voorwaarde is dat we hun een flankerend beleid aanbieden om die transitie te maken, en dat ze rechtszekerheid hebben. Het zijn ondernemers, dus als zij investeren, dan moeten ze dat ook kunnen terugverdienen in een stabiele en regelgevende context. Dat is enorm belangrijk. Nogmaals, er is ondersteuning nodig voor onze landbouwers die ervoor gaan, die zeer creatief omgaan met nieuwe initiatieven. De korte keten maakt daar inderdaad een onderdeel van uit. Ik hoop dat we voor de jonge landbouwers nu opnieuw een beetje zuurstof hebben kunnen geven, en het vertrouwen om verder te gaan.

Mijn vraag naar u is eigenlijk: welke stappen zult u ondernemen om die tweespalt tussen landbouw en natuur – die al eerder werd aangehaald – te ontmijnen? Hoe kunnen we daar verder mee omgaan? Hoe zult u ervoor zorgen dat men de hand reikt naar elkaar, en elkaar niet als vijand ziet? Daar zie ik nog wel een nood om verdere stappen te zetten.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Dank u wel voor de vraag, collega’s. Ik denk dat sommigen wel een beetje verrast waren door de uitspraken die in de pers verschenen zijn. Ik ben wel tevreden, minister, dat u in uw antwoord ook vooral aandacht vraagt voor het inkomen van de boeren. Het gaat over de vraag hoe we onze boeren een waardig inkomen kunnen geven op een andere manier dan alleen maar door te groeien. Hoe kunnen we andere verdienmodellen creëren die daarop inspelen?

Voor alle duidelijkheid: de korte keten is voor ons geen vorm van hoe we produceren. Het is een vorm van vermarkting. Ongeacht hoe we onze producten produceren, en op welke schaal, en binnen welk soort bedrijf: hoe kunnen we, als boer, een betere prijs krijgen voor die producten? Eén manier om dat te doen is natuurlijk door ze zelf te vermarkten, en op die manier een stuk van de keten uit te schakelen en een grotere marge te hebben op de eigen producten. Ik ben dus echt wel tevreden dat u de onderliggende bezorgdheid deelt: dat we de boeren, ook zonder steeds maar te groeien, toch andere perspectieven kunnen bieden om een waardig inkomen te krijgen voor de arbeid die ze leveren.

We zullen daarin inderdaad keuzes moeten maken. Het is er in deze commissie – maar dan met minister Crevits – al vaak over gegaan, over het debat dat we zullen moeten hebben over de toekomst van de landbouw. Hoe zien we de landbouw? En daarin – want landbouw is breed – is het vooral de veesector die problemen en grote uitdagingen heeft. Daar zullen we keuzes moeten maken en samen een toekomstpad uitstippelen. Dat debat komt er wel aan, denk ik, en daar kijken we allemaal naar uit.

Ik hoop dat we in deze commissie toch een beetje uitgeklaard hebben wat korte keten kan betekenen, en niet kan betekenen. Dat is ook iets wat heel nadrukkelijk is aangegeven in ons voorstel van resolutie, dat straks nog ter sprake komt: het is één manier, niet de enige. Maar in elk geval steunen we het allemaal.

De heer Coel heeft het woord.

Minister, ook vanuit onze fractie: bedankt voor uw genuanceerde tussenkomst. Ik denk dat het goed is dat u dat hier verduidelijkt hebt. De korte keten is een belangrijk model. Het is een interessant model, dat een aantal troeven heeft. Daarover zullen we het straks nog wel hebben in de plenaire vergadering, bij de bespreking van het voorstel van resolutie. Maar het is niet zaligmakend, en niet het enige model dat we moeten nastreven. Dat zegt u ook, klaar en duidelijk.

Als minister voor milieu en natuur, en ruimtelijke ordening, staat u voor zeer uitdagende tijden. U krijgt heel wat problemen op uw bord. Die zijn niet door uw toedoen op uw bord terechtgekomen, maar u probeert ze nu wel krachtdadig op te lossen. Dat wil ik ook wel even gezegd hebben. Ik denk dat het belangrijk is dat we dit in overleg doen met de landbouwsector. U gaat op het terrein, u bent in overleg met de sectororganisaties. Het is belangrijk dat we dat traject verderzetten. Dat zal in samenwerking zijn met de minister van Landbouw, die we straks nog aan het woord horen. We moeten zoeken naar het evenwicht, waarbij niet zozeer het verkoopkanaal van belang is, maar wel de wijze van productie. We moeten een manier vinden waarop de boer een degelijk inkomen kan verwerven zonder dat een aantal maatschappelijke kosten hoog oplopen, en door de samenleving betaald moeten worden.

Dank voor de vragen. Dank voor het inzicht dat de korte keten belangrijk is, dat het een verdienmodel is, maar dat het voor heel weinig bedrijven het totaalpakket uitmaakt – meestal zijn er nog andere activiteiten. We beseffen dat de economische aspecten en het economisch belang van de agrovoedingssector niet zomaar onder de tafel kunnen worden geveegd, zoals de heer Sintobin duidelijk heeft gesteld. Het is belangrijk minister, dat dat hier duidelijk wordt gemaakt, want het was een probleem: de mensen voelden zich niet gerespecteerd. Het gaat over respect voor de landbouwsector. Ze hebben het al zo moeilijk, en dat bericht in de media of zoals het overkomt, gaf nog eens een knauw in het vertrouwen. Heel goed dat u dat hier even hebt rechtgezet, minister.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Wat de media schrijven, daar kan ik natuurlijk niet veel aan doen. Maar ik doe heel veel terreinbezoeken bij heel veel landbouwers. Dat kunnen fruit- of tomatenboeren zijn. Dat kan veeteelt of melkvee zijn. Ik heb dat het afgelopen jaar heel veel gedaan. Er komen telkens twee heel belangrijke punten naar voren: één, het inkomen, daar wordt heel vaak naar gevraagd. Ik begrijp dat, dat zorgt voor heel veel stress. We moeten daarover nadenken. We moeten naar een model gaan om de landbouwers een correct, eerlijk inkomen te geven. Schaalvergroting wil blijkbaar niet per definitie zeggen dat het inkomen dan ook groter wordt. Dat is een heel grote bezorgdheid van mij, dat inkomen.

Twee, de verzoening met heel wat milieuvereisten. Ook hier moet de overheid samen met de sector nadenken over de verzoening van al die zaken. Dat is de toekomst van heel veel landbouwers. Heel veel van hen doen dat, zeker de jongere landbouwers. De technologie, de innovatie, de ammoniakemissie zullen zeker een rol spelen. Het is goed dat erover wordt nagedacht.

Uiteraard gaan we dat samen doen, mevrouw Talpe. Voor het definitieve kader stikstof hebben we een expertenpanel. Daarnaast hebben we een klankbordgroep waar we de natuur- met de landbouworganisaties samen zetten. Ook Voka is daarbij, ook belangrijk als economische poot. Het is belangrijk dat binnen de klankbordgroep goed naar elkaar wordt geluisterd, met respect, en dat men tot een goed evenwicht komt.

Voor het overige zijn er heel veel uitdagingen, maar die gaan we aanpakken. We moeten daar geen schrik van hebben, we moeten dat samen doen met alle belanghebbenden. Het kan ons vooruithelpen. De uitdagingen zijn er om ze aan te grijpen en samen op te lossen en op die manier een toekomst te geven aan de sector.

De heer Sintobin heeft het woord.

Ik denk dat we het hier allemaal eens zijn over het belang van de korte keten, waar we het straks verder over hebben. Hoe kunnen we de landbouwer een eerlijk inkomen geven? We hebben het over bedrijven en vergunningen maar achter die bedrijven en vergunningen zitten landbouwers, mensen, gezinnen, gezinnen met kinderen die elke dag opnieuw moeten vechten om hun toekomst veilig te stellen. Wat het inkomen betreft, daar stel ik al vijftien jaar lang vragen over. Er werd toen telkens verwezen naar het ketenoverleg en wat nog allemaal. En vijftien jaar later is het nog erger geworden en staan we nog nergens.

Ik denk dat we ook de consument bewust moeten maken van de waarde van een product. Ik begrijp natuurlijk dat mensen naar een supermarkt gaan, daar dan die weggeefprijzen zien en dan voor de goedkoopste producten kiezen, wat niet altijd een goede zaak is voor de landbouwers in kwestie. Collega Steenwegen, we hebben dus een heel debat voor ons. Dat komt echter straks terug bij de interpellatie over het stikstofdossier. Dat gaat over de verzoening van landbouw met milieu en natuur. Voorzitter, ik zal daar straks verder op ingaan.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Ik ben heel blij dat iedereen hier de korte keten toch wel als heel waardevol ziet, maar dat ook ziet als een van de vormen van aan landbouw doen. Ik hoop dat we met deze gedachtewisseling inderdaad de storm wat hebben kunnen doen luwen. Ik hoop dat wat hier is gezegd, ook alle jonge, alle bezorgde landbouwers echt wel bereikt, en dat ze opnieuw het gevoel hebben dat we achter hen staan en hen willen ondersteunen. Ik ben ook blij met de klankbordgroep, die toch wel de grote uitdaging heeft om landbouw en natuur te verzoenen. Dat is een goede zaak. Er zal veel moeten worden geluisterd en gepraat. Drie elementen zijn daarbij belangrijk. We moeten opnieuw zorgen voor vertrouwen bij velen die zich nu toch wel wat in de hoek geduwd voelen. We moeten ook zorgen voor een goed flankerend beleid bij al die uitdagingen waar de landbouwers nu voor staan. We moeten eveneens rechtszekerheid voor de toekomst kunnen bieden.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.