U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Tijdens de begrotingsbesprekingen van 26 november 2020 wierp ik de oproep van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) op om van ventilatie een beleidsprioriteit te maken bij infrastructuurprojecten. De SERV noemde het een goedkope, ‘no regret’-maatregel om de binnenluchtkwaliteit te verbeteren en de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.

Ik heb het verslag van die commissie nog eens bekeken. Minister-president, u stelde: “De administratie heeft alle gebouwverantwoordelijken van de cultuur- en de jeugd-infrastructuur geïnformeerd over het belang van goede ventilatie. Maximale luchtverversing kan onder meer door het aanpassen van de instellingen van de HVAC-installaties (heating, ventilation and air conditioning). Het Facilitair Bedrijf zou de opdracht moeten krijgen om bij elke bouw of verbouwing van Vlaams patrimonium een goede verluchting aan te leggen. Zeker bij verbouwingen zijn dat echter geen goedkope ingrepen.”

In de hoorzitting over culturele testevenementen viel te horen dat goede ventilatie inderdaad de oplossing bij uitstek is om besmettingsgevaar in te dijken in de cultuurhuizen. Uit de analyse van de luchtkwaliteit in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) bleek dat het ventilatiesysteem in de halfgevulde zaal het besmettingsrisico in het theater verwaarloosbaar maakte. Straffer nog: de lucht in het theater blijkt gezonder dan de Brusselse buitenlucht. Een goede luchtkwaliteit in de cultuurhuizen kan dus garant staan voor het beperken van het aantal besmettingen. Ik was onder de indruk van de becijfering van de KVS. Dat was echt straf. Michaël De Cock liet weten dat dit geldt voor alle cultuurzalen in Vlaanderen die over een goede ventilatie beschikken. Ik heb daarom de suggestie gedaan om binnen de beleidsprioriteiten van het Fonds Culturele Infrastructuur (FoCI) te bekijken wat men kan doen voor zalen die minder goede systemen hebben.

Ik heb gezien dat mevrouw Gennez hierover al een schriftelijke vraag heeft gesteld. Zij heeft specifiek gesteld dat niet is voorzien in een budget voor de aankoop van CO2-meters, maar dat er in het FoCI wel sectorale investeringssubsidies zitten en dat vanuit de relancemaatregelen een bijkomend budget van 3,5 miljoen euro is gekomen.

Minister, volgens mij is KVS een goede leerling, want dit is een schitterend huis. Hebt u er zicht op hoe het zit met de ventilatie in de andere cultuurhuizen?

Ziet u het zitten op dat vlak een versnelling te realiseren? Tijdens de hoorzitting is de terechte opmerking gemaakt dat die dossiers na de aanvraag wel een zekere doorlooptijd hebben. Het is moeilijk het besmettingsrisico op korte termijn te verkleinen.

Sinds 2007 kunnen organisaties met bovenlokale culturele infrastructuur een aanvraag voor de sectorale investeringssubsidies indienen. Daar zijn beleidsprioriteiten voor, maar volgens mij moeten die binnenkort worden vernieuwd. Zult u hier rekening mee houden en de beleidsprioriteiten eventueel aanpassen?

Tijdens de hoorzitting is een systeem voor labels voor covidproof gebouwen aan bod gekomen. Aangezien de luchtkwaliteit in onze cultuurhuizen blijkbaar heel gemakkelijk te controleren valt, zou op die manier kunnen worden voorzien in een intelligentere en fijnmazigere heropening. Hoe staat u hiertegenover?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Voorzitter, er bestaat geen overzicht van de staat van de ventilatiesystemen en de luchtkwaliteit in de cultuurhuizen die geen eigendom van de Vlaamse Gemeenschap zijn of waarvan de Vlaamse Gemeenschap het eigenaarsonderhoud niet op zich neemt. Ik heb in mijn beleidsnota wel aangekondigd werk te willen maken van een inventaris van de culturele infrastructuur. We moeten nog beslissen hoe ver we daar precies in gaan en welke informatie hierin kan worden opgenomen zonder de betrokken organisaties te veel rapporteringslast te bezorgen. Gezien de toestand waarin we ons bevinden, is het ook in het belang van de cultuurhuizen dat dit punt hierin wordt opgenomen.

Het huidig besluit van de Vlaamse Regering betreffende de investeringssubsidies voor bovenlokale cultuur- en jeugdinfrastructuur biedt de mogelijkheid in te gaan op projecten die hierop inzetten. Mijn administratie werkt aan een nieuw besluit van de Vlaamse Regering dat, na afloop van het huidige, in 2022 zal ingaan. Hierin wordt nagegaan hoe we de actuele infrastructuurnoden het best beantwoorden. De reguliere middelen en de relancemiddelen bieden samen opportuniteiten om meerdere projecten te ondersteunen. Het ligt in dezelfde lijn de ventilatie hierin op te nemen.

Aanpassingen van de technische installaties zijn vaak projecten met een lange doorlooptijd. We moeten dan ook opletten met het al te voortvarend opleggen van nieuwe normen aan een reeds zwaar getroffen sector. We weten dat die ingrepen enige voorbereidingstijd vergen en dikwijls in een ruimer verbouwingsproject worden opgenomen. De subsidies waarvan sprake is, zijn dan ook voornamelijk gericht op de ondersteuning van de structurele aanpassingen die het systeem toekomstbestendig maken. Dit vormt een belangrijke stap in het werken aan een duurzame infrastructuur.

Dit is ook de positie die ik in het Overlegcomité altijd heb ingenomen. Sommigen hebben erop aangedrongen de zalen enkel dan te laten openen. Dat dit in elke verbouwing of in elk nieuwbouwproject moet worden opgenomen, lijkt me zo klaar als pompwater, maar als we nu stellen dat we de gebouwen zullen sluiten die binnen drie maanden niet aan de norm van 900 parts per million (ppm) CO2 voldoen, zullen niet enkel de cultuursector, maar ook het onderwijs en het jeugdwerk een gigantisch probleem hebben. Ik ben er wel van overtuigd dat we hier een prioriteit van moeten maken, maar het opleggen van al te strenge normen op al te korte termijn zou tot veel chaos leiden.

Hoewel door middel van dit subsidie-instrument tal van investeringsmiddelen voor ventilatievoorzieningen zijn verleend, is niet voorzien in een afzonderlijke rapportering over het aantal specifieke projecten inzake ventilatie of monitoring van CO2. Er zijn verschillende mogelijke maatregelen die bijdragen tot de ventilatie en de monitoring van de luchtkwaliteit in een gebouw. Doorgaans zitten die maatregelen vervat in projecten als de vernieuwing van gebouwbeheersystemen, de vervanging van de klassieke verwarmingssystemen door HVAC-systemen of de vernieuwing van de bestaande luchtgroepen. Ook de plaatsing van specifieke sensoren en de uitvoering van studies over de dimensionering van de installatie en de haalbaarheid van de werken kunnen worden ondersteund. Ik verwijs hiervoor graag naar de website van het Departement Cultuur, Jeugd en Media, waarop de administratie jaarlijks een lijst van de gesubsidieerde renovatie- en nieuwbouwprojecten ter beschikking stelt.

Om een dergelijk label aan covidproof gebouwen toe te kennen, is alleszins enige omzichtigheid nodig. Dit mag ook niet als een vrijgeleide gelden. Zeker tijdens de pandemie kan het aanbrengen van een label een vals gevoel van veiligheid creëren. De ventilatie van het gebouw labelen, is immers geen gelijkstelling aan een covidveilige omgeving. Die veiligheid vereist, zoals het door de Vlaamse overheid ontwikkelde COVID Infrastructure Risk Model (CIRM) heeft aangetoond, veel meer aandachtspunten. Het is een samengaan van heel wat diverse maatregelen om de veiligheid van de infrastructuur te waarborgen waar, naast ventilatie, ook de eventdynamiek, de capaciteit, het seatingplan, het hygiëneplan en allerhande beheersmaatregelen integraal deel van uit maken. Ik sta dan ook niet zomaar te springen om enkel op basis van de luchtkwaliteit labels aan gebouwen toe te kennen.

We weten dat er in Vlaanderen nog heel wat werk is. Ik denk dan aan de plaatselijke parochiezalen, waar heel veel sociaal-culturele activiteiten plaatsvinden, de  kerkgebouwen en de lokalen van plaatselijke verenigingen die niet over ventilatiesystemen beschikken. De lokale besturen kunnen wel al een inventaris opstellen van de gebouwen waar nog werk aan de winkel is.

We moeten hier zeker op inzetten, maar we mogen ons niet vastrijden door op heel korte termijn heel stringente normen op te leggen. Dat hierop moet worden ingezet, is voor mij echter zo klaar als pompwater.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Minister-president, ik denk dat u een heel heldere lijn hebt. Ik ben het daar absoluut mee eens. We moeten nu naar de toekomst kijken en het de facto mogelijk maken dat de cultuurhuizen in functie van een dergelijke beleidslijn een aanvraag kunnen indienen.

Het ambetante is natuurlijk dat we niet weten wat de ventilatienorm in de andere huizen is. Net daarom is de inventaris zeer belangrijk. Nu het FoCI in het departement is ingekanteld, zou de informatiedoorstroming een beetje vlotter moeten gaan. Hebt u er al zicht op wanneer we ongeveer de timing in verband met die inventaris zullen kennen? Meten is weten. Indien deze ingrepen in veel cultuurhuizen niet nodig zouden zijn, moeten we het ook niet doen.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Voorzitter, we hebben vorige week een interessante hoorzitting gehouden. We hebben het overzicht van de Nederlandse testevents gekregen en we hebben KVS gehoord. Ik heb in de gemeenteraad van Leuven onmiddellijk een mondelinge vraag ingediend om te horen hoe het daar zit.

Het is een interessant thema, maar ik vind het raar dat minister Weyts in het protocol wil opleggen dat de fitnesscentra met CO2-meters moeten werken en dat ze gesloten moeten blijven indien de ventilatie niet in orde is. Ook aan de kappers en de aan de horeca worden allerlei zaken opgelegd. De vraag is of dit ook verplicht zal worden voor de cultuurhuizen en het onderwijs. De Vlaamse overheid is bevoegd voor de grotere huizen en de scholen. Ik ben geen specialist, maar er komen in de exitstrategie veel regeltjes op ons af en dit is meer dan dat. Die ventilatie is allicht een blijver. We kunnen daar niet van de ene op de andere dag goed in investeren.

Minister-president, kunt u nog even duiden voor wie de CO2-meters al dan niet worden verplicht? Het zou raar zijn dit aan de privésector op te leggen en voor onze eigen publieke gebouwen, waar we zelf verantwoordelijk voor zijn en waar bovendien meer volk tegelijkertijd binnenkomt, minder streng te zijn. Het is gewoon een algemene vraag die ik me stel, want al die maatregelen om de pandemie te bestrijden en de exit te begeleiden, zijn moeilijk te volgen voor een Vlaams Volksvertegenwoordiger die geen lid van de commissie Welzijn is. Misschien kunt u dit wat verduidelijken.

En als we dan toch naar een nieuwe overeenkomst met het FoCI gaan, kunnen we het daar alleszins opnemen als een nieuw element binnen het FoCI. Dat hebt u daarjuist misschien ook al gezegd. Maar daar staan we zeker achter.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Dank aan de minister-president voor het antwoord en vooral ook aan collega D’Hose voor de heel interessante vraag.

Ik denk dat voor de pandemie niemand had beseft hoe belangrijk ventilatie en een beleid omtrent ventilatie zijn. Dat is nu misschien een van de goede zaken van corona, dat we ons daar nu allemaal heel hard van bewust zijn. Ik denk ook, zoals collega Brouwers aangeeft, dat dit wellicht een blijver zal zijn op alle beleidsdomeinen, of het nu gaat over de parochiezalen, de scholen of de cultuurhuizen. Dat moet voor de Vlaamse Regering sowieso een beleidsprioriteit worden op alle terreinen.

U geeft terecht aan, minister-president, dat u niet te veel normen gaat opleggen, al te snel, op korte termijn en al te streng. Maar we zijn het er wel allemaal over eens dat we daar werk van moeten maken, ook postcorona. We geven vanuit Vooruit dus graag onze steun om binnen de vroegere FoCi-middelen – nu is er 3,5 miljoen euro extra voorzien vanuit de relancemiddelen, wat zeer goed is – daar te blijven op continueren, zodat we er in alle beleidsterreinen werk van kunnen maken.

De vraag van collega Brouwers naar de meters lijkt mij ook heel belangrijk voor de korte termijn, en ook de vraag van collega D’Hose om die meting te doen. Dat lijken mij twee belangrijke zaken om nu al op korte termijn op te lossen. Alle steun daarvoor.

Ik wil die vraag ook nog eens kracht bijzetten. Het was heel duidelijk, vanuit de hoorzitting van vorige week, over wat virologisch nu geweten is, maar ook daarvoor al, hoe belangrijk de luchtkwaliteit en dus de ventilatie zijn op publieke plaatsen voor het indijken van de epidemie, of toekomstige epidemieën of andere ziekteverspreiding. Daar was inderdaad wel al wat bewustzijn rond, maar corona heeft dat enorm versneld. Wat we zeker niet mogen doen, is een soort struisvogelpolitiek voeren, waarbij we zeggen: ‘Er zal heel veel niet in orde zijn. Als we beginnen te meten, gaan we beseffen dat er veel niet in orde is. Dus misschien moeten we niet te snel alles beginnen te meten, want dan weten we het niet en dan kunnen evenementen misschien toch nog allemaal doorgaan, ook in parochiezalen enzovoort.’ Dat is wat we niet mogen doen.

Het lokale cultuurbeleid behoort volledig tot de autonomie van steden en gemeenten, en dus zou het nuttig zijn dat die steden en gemeenten echt gaan sensibiliseren en dat Vlaanderen die steden en gemeenten aanmoedigt om te gaan sensibiliseren en ervoor zorgt dat er gemeten wordt. Er zijn niet altijd complexe ventilatiesystemen nodig. Soms kan het ook helpen om de vensters van de parochiezaal open te zetten om voor luchtverversing te zorgen. En dat kun je dan wel al met een CO2-meter detecteren.

We moeten aan de basis beginnen. Er moet een plan op lange termijn zijn. Iedereen beseft dat je niet van vandaag op morgen alle zalen kunt uitrusten met ventilatie. Maar sensibilisering rond het belang daarvan en van open ramen en van CO2-metingen moet wel echt nog verspreid worden. Die oproep wou ik nog doen.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Hier is het duidelijk een voorbeeld van ‘agree to agree’, in tegenstelling tot de vorige vraag.

Mevrouw Meuleman, ik heb voor alle duidelijkheid niet gezegd dat we niet gaan meten, omdat we anders gaan zien dat we voor een berg werk staan. Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd: laten we meten, maar laten we de norm niet te rap laten leiden tot sluiting van de zaak. Dat is een groot verschil. Meten is weten, om te weten voor welke investering we staan en hoe we dat nu het verstandigst kunnen aanpakken. Ik ben ervan overtuigd dat we, als we vandaag zouden gaan meten in de brede sector van gebouwen die voor publieke activiteiten gebruikt worden, we voor en enorme uitdaging staan. In ons Vlaanderen zal dat misschien nog ietsje beter meevallen dan in het zuiden van het land als we dat gaan doen, maar we staan daar voor een uitdaging.

We moeten het zeker meten. We moeten het zeker in kaart brengen. Met al te strenge normen waardoor er niets meer kan doorgaan als niet een bepaald ppm-niveau (parts per million) wordt gehaald, komen we in de problemen.

Ik hoor dat vandaag CO2-meters verplicht worden in fitnesscentra en in de horeca. Voor de rest worden er normen opgelegd: 900 tot 1200 ppm. Om die normen te meten moet je natuurlijk ook een CO2-meter hebben. Ik heb mij laten zeggen, maar ik weet niet of dat waar is, dat een CO2-meter een investering is van 50 euro. Alles is in dezen zeer relatief. Dat is, denk ik, voor geen enkele instantie of organisatie een onoverkomelijke kost.

We zijn nu via FoCI bezig met een inventaris, mevrouw D’Hose. Dat zijn de gebouwen waarover wij het beheer hebben. Dat zal niet over alle cultuurgebouwen gaan. We moeten naar een ruimere sensibilisering en inventarisatie.  

Ik voel dat we allemaal op eenzelfde manier naar die problematiek kijken. Dat is goed.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Voorzitter, ik heb hier niet veel aan toe te voegen. Dit wordt zeker vervolgd.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.