U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Rzoska heeft het woord.

Dank u wel. Collega’s, ook mijn bezorgdheid is vooral om de industrie mee te helpen ondersteunen in die transitie. Zoals u zei, voorzitter, ik zal zeer efficiënt door mijn vraag fietsen. Ik verwijs opnieuw naar een studie waarover ik een aantal maanden geleden een vraag heb gesteld. Daarover vindt u alles in paragraaf 1. Ik verwijs in paragraaf 2 naar een eerder programma dat door minister Muyters gelanceerd is. Dat is het zogenaamde Moonshot-programma, voor gezamenlijke inspanningen van overheid en bedrijven om binnen een beperkt tijdskader erg ambitieuze technologische innovatiedoelstellingen te halen. Dat is natuurlijk een zeer goede zaak. De ‘moonshots’ in de studie waar ik naar verwijs – het routeplan van Deloitte – zijn innovatie-uitdagingen op het vlak van biogebaseerde chemie, circulariteit van koolstof in materialen, elektrificatie en radicale transformatie van productieprocessen en energie-innovatie. Nu, dat Moonshot-programma, dat routeplan dat in die studie zit, heeft de bedoeling telkens nieuwe technologieën te ontwikkelen, deze vervolgens op te schalen en dan doorbraken in de bedrijven te realiseren via piloot- en demonstratieprojecten. De VLAIO-studie (Agentschap Innoveren en Ondernemen) tekent eigenlijk een routeplan uit, mét timing. Men mikt erop dat innovatieve CO2-reducerende technologieën marktrijp zijn tegen 2040, zodat deze in 2050 operationeel kunnen zijn in de Vlaamse industrie. In vergelijking met de normale innovatietrajecten binnen de industrie, is dit eigenlijk snel. Vanuit verschillende hoeken wordt nu toch de vraag gesteld of de ambities in deze roadmap wel hoog genoeg liggen. Tot 2035 ziet de roadmap vooral investeringen in CO2-afvang als realistisch. In de raffinaderijen zou men zelfs pas na 2040 beginnen met de afvang van CO2. Carbon capture and storage (CCS), koolstofafvang met ondergrondse stockage, zou, wat ons betreft, geen finaal sluitstuk mogen zijn. Liefst is het een opstap naar hergebruik van de afgevangen CO2 in nieuwe waardevolle moleculen. Maar die procesinnovatie zou men pas tegen 2040 halen. CCS zou dus, volgens die roadmap, ook in 2050 nog een doorslaggevende rol spelen.

Vervolgens kijken we ook even naar het buitenland, en zien we dat daar toch ook een aantal plannen worden uitgerold, wat een goede zaak is. Maar daar blijft men wel beducht voor bepaalde vormen van lock-in. Lock-in hoef ik in deze commissie niet uit te leggen.

Het is van belang dat een dergelijk transitiekader op tijd – en met alle betrokkenen – wordt uitgezet. Dat staat ook in de studie. De vraag die daarbij opduikt, is: wie wil deze Vlaamse Regering betrekken bij heel dat proces? Er is de stuurgroep en er is de stakeholdersgroep. Die laatste is ruimer samengesteld, maar het is natuurlijk wel de stuurgroep die beslist.

Vandaar, voorzitter, zit ik al aan mijn vragen, dus u ziet dat ik echt wel probeer er tempo achter te zetten.

Mijn eerste vraag, minister: hoe staat het met het Vlaams industrieel transitiekader dat u ging uitwerken voor de bijdrage van de industrie aan de transitie naar een klimaatneutrale samenleving? Hoe staat het daarmee, welke stappen plant u, en wanneer gaat u die zetten?

Mogen we een uitgewerkt actieplan verwachten, zowel voor de korte als voor de lange termijn, met uiteraard concrete acties? Niet enkel voor de eerstkomende jaren dus, maar ook voor de middellange en lange termijn, en ook met duidelijkheid rond bevoegdheden, samenwerkingen en financiering.

Bent u het met mij eens dat we moeten gaan voor een versnelling? Hebt u al gekeken naar de actieplannen die worden uitgerold in andere industrielanden en die inspirerend kunnen werken?

Bent u het ermee eens dat voor de Moonshot-projecten meer nodig is dan de 20 miljoen euro per jaar in innoverend onderzoek, zeker als u de bedrijven wilt helpen de zo gevreesde ‘valley of death’ te overbruggen, op het moment dat innovatie opgeschaald moet worden?

Hoe gaat Vlaanderen werk maken van de nodige infrastructuur, bijvoorbeeld de waterstof of CO2-backbones die gerealiseerd moeten worden volgens de VLAIO-studie? Zijn daar voldoende middelen voor? Deze investeringen zijn in elk geval nodig op korte termijn.

Hoe zit het met de samenwerking met de federale overheid? Deloitte stelde op 18 mei een studie voor in opdracht van de federale overheid, die trouwens op veel punten parallel loopt met de studie die ze maakten voor VLAIO. Welke afspraken worden daar gemaakt?

Hoe kijkt u naar de lock-ins? Hoe wilt u die vermijden?

Als u straks werkt aan een industrieel transitieprogramma, is het dan niet van belang om voor een ruim maatschappelijk overleg te zorgen, zoals bij de Nederlandse klimaattafels, waarbij ook burgers, consumenten, milieuverenigingen volwaardig betrokken werden? Wat is de rol van de Milieu- en natuurraad (Minaraad) in dezen of ziet u enkel een taak voor de Sociaal-Economische Raad Vlaanderen (SERV)?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Rzoska, dank u voor de interessante vraag. Ongetwijfeld zal het thema de komende maanden deze commissie nog beheersen, of dat hoop ik toch.

Collega Rzoska, het klopt dat mijn voorganger Muyters begin 2019 het Moonshot-initiatief lanceerde. De vraag is of het zijn bedoeling was om een sterke overheidsinbreng te hebben, maar dat is een aparte discussie.

De studie van Deloitte en partners – vergeet alstublieft niet de zeer belangrijke inbreng van die partners – bevatte geen moonshots, maar maakte een ontwerp van routeplan en een doorkijk tot 2050 voor onze basisindustrie, en dat gebaseerd op de industriële en de wetenschappelijk-technologische context. Toen we het eerder in deze commissie – ook naar aanleiding van een vraag van u – over die studie hadden, heb ik toegelicht dat ik samen met de industrie en alle andere stakeholders een klimaatsprong op gang wil brengen. Daarmee bedoelde ik niet alleen de versnelling waar u nu naar vraagt, maar ook een nieuwe totaalvisie voor onze industrie met de blik op een klimaatneutraal Europa tegen 2050. Ik heb toen als antwoord op de aanbevelingen van de studie vijf werkdomeinen naar voren geschoven: governance, innovatie, infrastructuur, nieuwe economieën – circulair, bio, waterstof – en energievoorziening.

Dat is een hele boterham, en we zijn op alle vijf werkdomeinen aan de slag gegaan. Uw eerste vragen gingen over de governance. Daarover moet ik toegeven dat we minder snel vooruitgaan dan we oorspronkelijk voor ogen hadden. Dat komt eigenlijk omdat we intensief bezig zijn met het herstelprogramma, met zaken van de andere werven zoals rond de Important Project of Common European Interest (IPCEI) waterstof – waarvoor trouwens 125 miljoen euro is voorzien in het plan Vlaamse Veerkracht –, met support voor deelnames aan belangrijke Europese programma’s zoals het ETS-innovatiefonds en het Connecting Europe Facility (CEF), en daarnaast uiteraard nog het horizontaal instrumentarium van VLAIO.

Ik bereid inderdaad een decretaal kader voor om niet alleen het engagement voor het Moonshot-initiatief, maar ook het brede industriële transitiekader, de klimaatsprong, duurzaam te verankeren. Het is daarbij de bedoeling een strategienota op te stellen die minstens vijfjaarlijks wordt geactualiseerd. Die wil ik opstellen met de stakeholders, in de eerste plaats de industrie zelf uiteraard, die het grootste deel van de investeringen zal moeten dragen. Maar zeker ook met de andere actoren in de quadrupel helix: andere overheden, onderzoeksinstellingen en middenveld. De SERV en Minaraad mogen zich daar ook over buigen. Het mag voor mij gerust breed besproken worden, maar ik besef goed dat dit geen simpel verhaal is voor in de huiskamer. Er zijn maar weinig mensen die de contextanalyse echt gelezen hebben, of de technologische doorkijk tot 2050 vatten. Maar ik zie wel dat een bepaald middenveld zich er wel duidelijk in aan het verdiepen is, en hun kritische input wil ik dan ook zeker meenemen. Ik vind dat superbelangrijk.

Bij de opmaak van het Nationaal Herstelplan hebben we met de federale overheid en de andere gewesten heel wat overlegd om de complementariteit tussen de verschillende investeringsprojecten te verzekeren, bijvoorbeeld inzake waterstof en inzake CO2-backbone. Dat zijn punten van het werkdomein infrastructuur. Federaal minister Van der Straeten heeft daar binnen haar relanceplannen zoals u weet ook heel wat middelen voor vrijgemaakt, en we stemmen met elkaar af. Ik heb binnenkort een afspraak met haar. We moeten streven naar duidelijke afspraken en proberen één visie te ontwikkelen naar de stakeholders. Ook daar is de voorbije tijd al heel wat werk achter de schermen in gekropen. Het is duidelijk dat inzake backbone veel middelen nodig zullen zijn. Die moeten niet allemaal gesubsidieerd zijn; dat mag trouwens ook niet. Voor een formule van een netwerk met open toegang, zit je daarom snel in een vergelijkbaar kader als een publiek-privaat transportnet voor aardgas of transmissienet voor elektriciteit.

Voor de CO2-backbone zijn we bezig geweest met de aanvragen binnen het Europese CEF-framework, waar zowel de haven van Antwerpen als Northseaport projectaanvragen lopen hebben, met cruciale industriële partners. Beide maken deel uit van grote internationale projecten die door Europa reeds erkend zijn als Project of Common Interest (PCI). In de huidige fase betreft het de zogenaamde designfase die voorafgaat aan een finale investeringsbeslissing. De haven van Antwerpen heeft reeds een Europese toezegging bekomen voor deze fase en een vraag voor Vlaamse cofinanciering ingediend.

Naast de 20 miljoen per jaar voor Moonshot zijn er substantiële middelen voorzien, maar er is ook andere financiering. In het bijzonder willen we onze Vlaamse middelen inzetten als een hefboom voor Europese fondsen, die noodzakelijk zijn om voldoende schaal te bereiken. Zoals gezegd heeft de federale overheid ook middelen voorzien in haar luik van Nationaal Herstelplan. Dat is 95 miljoen euro voor de eerste fase van de uitbouw van een backbone voor H2 en CO2, met focus op de belangrijkste industriële clusters Antwerpen en Gent, in Wallonië zijn dat Henegouwen en Luik, en Brussel. In 2020 is er van de bedrijfsgerichte steun vanuit VLAIO trouwens 110 miljoen euro gegaan naar projecten rond energie, klimaat of circulaire economie, een pak meer dan de 20 miljoen euro voor de Moonshot-projecten. De bulk middelen is veel groter.

Met de andere industrielanden en internationale evoluties worden er geregeld vergelijkingen gemaakt. In de contextanalyse werd er een analyse gemaakt van onze vier grote buurlanden en werd de Europese aanpak bekeken. Dergelijke positioneringen worden ook uitgevoerd in de projecten die voor steun aan de Vlaamse overheid worden voorgelegd, in het bijzonder in de Europese projecten die bij uitstek een grensoverschrijdend karakter hebben. Het bijhouden van de stand van zaken op internationaal niveau en de mogelijke impact op Vlaanderen zal deel uitmaken van de strategienota.

Overigens: Duitsland heeft recent miljarden vrijgemaakt voor de transitie van zijn staalindustrie. Dat is boven op de bestaande compensatie voor indirecte carbon leakage waarvoor ze een analoog systeem hebben als wij. U ziet hoe delicaat de oefening is. U begrijpt dat ik mijn administratie prioritair laat inzetten op maximale hefboom op EU-middelen.

Tot slot nog even over de lock-ins. Dat is altijd een risico en ook voor ons een terechte bekommernis. Het is in elk geval een aspect dat aan bod komt in elke beslissing over een specifiek project. Het routepad van de contextanalyse geeft een doorkijk tot 2050 gebaseerd op de kennis die we nu hebben en realistische voorspellingen. De concrete investeringsstappen die we plannen tussen nu en 2030 sluiten aan bij die doorkijk naar 2050, en we rekenen erop dat de industriële partners die oefening ook maken. Ook zij voelen maar al te goed de stijging van de CO2-prijs en de verdere trend. Het is met die doorkijk tot 2050 dat we lock-ins willen vermijden. En daarom bijvoorbeeld zijn investeringen in een backbone voor CO2 en waterstof no-regretmaatregelen tussen nu en 2030.

Collega, dit was een lang antwoord maar u stelde ook een heel omstandige vraag over een thema dat eigenlijk een gedachtewisseling van een hele dag verdient.

Daag ons niet uit, minister.

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord en ik ben het met u eens dat dit eigenlijk een onderwerp is waar we heel lang bij stil kunnen staan. U hebt nagenoeg al mijn vragen beantwoord. Ik heb er maar eentje meer. Gezien het vergevorderde uur en het feit dat ik uw agenda niet in de war wil brengen, wil ik u enkel nog vragen of u een zicht hebt op de timing wanneer u met een en ander naar het parlement komt. U kondigt een decreet aan, wat ik goed vind, om die klimaatsprong te kunnen maken. Welke timing hanteert u daarbij?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik zal nagaan of ik u iets op papier kan bezorgen. Ik denk dat het voor na de zomer zal  zijn maar eigenlijk hebben we daar nog geen concreet zicht op. We werken echter zeer gestaag verder.

De heer Rzoska heeft het woord.

Ik zal dit dossier ook gestaag opvolgen. Laat het ons daarop houden, voorzitter.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.