U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Coel heeft het woord.

Minister, ik ben blij dat we het, met een weekje uitstel, kunnen hebben over het Inschrijvingsdecreet. Het is ondertussen zowat een jaarlijkse gewoonte in deze periode van het jaar. We hebben de afgelopen weken in de media een aantal berichten kunnen lezen over de resultaten van de aanmeldingsperiode in secundaire scholen. In Gent kon 94 procent van de Gentse leerlingen die volgend jaar aan het secundair onderwijs beginnen, zich inschrijven op een school van eerste voorkeur.

In Brussel geraakten dan weer 650 leerlingen niet ingeschreven in het Nederlandstalige secundair onderwijs. Ook uit Aalst kwamen er berichten over ontevreden ouders en kinderen. In 97 gevallen werden er minstens drie scholen aangeduid in het nieuwe digitale aanmeldingssysteem, maar kon men toch zijn kind niet inschrijven in de school van zijn of haar keuze. Dat leidt uiteraard tot grote ontgoocheling bij de betrokken ouders en kinderen. Want ouders kiezen toch zeer bewust en weloverwogen voor een specifieke school. We zien dat de populaire scholen hun aantrekkingskracht niet verliezen.

Ik wil in deze inleiding nog benadrukken dat, als er meer kandidaten zijn dan plaatsen, geen enkel Inschrijvingsdecreet die ontgoocheling zal kunnen wegnemen. In het regeerakkoord hebben we toch een aantal belangrijke afspraken gemaakt met de drie meerderheidspartijen om dat Inschrijvingsdecreet te hervormen. We willen daarbij maximaal de keuzevrijheid van de ouders vooropstellen, de dubbele contingentering afschaffen en een aantal maatregelen nemen om lokaal een voorrangsgroep te kunnen creëren op basis van vrijwilligheid, voor maximaal 20 procent, naast een aantal maatregelen voor de Vlaamse Rand.

U hebt in uw beleids- en begrotingstoelichting aangegeven daar werk van te maken. Het was de bedoeling om dat zo snel mogelijk in de legislatuur ingang te laten vinden. Maar eind 2019 hebben we dat met één jaar uitgesteld, vanwege een aantal praktische zaken die niet klaar waren geraakt. En dan is ook de coronapandemie daartussen gekomen. Het was de ambitie om die nieuwe regels te laten ingaan tijdens het schooljaar 2020-2021. We zijn ondertussen eind mei 2021. Zal dat nog lukken? Of dienen we dat nog met een jaartje uit te stellen, maar ondertussen uiteraard wel werk te maken van die ambities in het regeerakkoord en die te vertalen in concrete decreetteksten?

Minister, kunt u de huidige stand van zaken van het toekomstige Inschrijvingsdecreet schetsen? Kunt u aangeven of u bij dat nieuwe Inschrijvingsdecreet rekening zult houden met de capaciteitstekorten die er momenteel al zijn in Nederlandstalige scholen in de Vlaamse Rand? Welke maatregelen voorziet u daarvoor?

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, de heer Coel heeft er al op gewezen: er rijzen op verschillende plaatsen in Vlaanderen toch wel ernstige vragen over het inschrijven van kinderen. Mijn collega heeft er al naar verwezen: in mijn eigen stad hebben 97 kinderen inderdaad geen school van hun keuze. Zij moeten in ieder geval wachten tot juni om te weten wat er verder mogelijk is.

De Antwerpse regionale televisiezender ATV zond op 25 april 2021 een nieuwsitem uit waaruit blijkt dat een ICT'er van Pius X in Antwerpen het digitale aanmeldsysteem heeft kunnen omzeilen. Hij vond een eenvoudige manier waarop hij niet één keer, maar tien keer kon aanmelden. Op die manier maakte hij natuurlijk tien keer meer kans op een plaats in een school van eerste voorkeur. De specialist wil daarmee nog maar eens de grenzen van het Antwerpse aanmeldsysteem aankaarten en pleit voor een groter Vlaams systeem.

Minister, als reactie op deze feiten liet uw kabinet weten dat er wordt gewerkt aan een Inschrijvingsdecreet met het oog op inschrijvingen vanaf het schooljaar 2022-2023. Ik had u dan ook graag de volgende vragen gesteld.

Wat is uw reactie op de problemen met het digitaal aanmeldsysteem in Antwerpen? Hebt u weet van andere scholen waar dit probleem zou rijzen? Wat is de stand van zaken met betrekking tot de inwerkingtreding van het nieuwe Inschrijvingsdecreet? Wat betekent dit voor het komende schooljaar? Op de website van Onderwijs Vlaanderen lezen we nog steeds dat de implementatie van het Inschrijvingsdecreet van 2019 met een jaar wordt uitgesteld, tot 1 september 2021, voor de inschrijvingen van het schooljaar 2022-2023. Wordt de implementatie van het decreet opnieuw uitgesteld? Op ATV kondigde u aan dat er wordt gewerkt aan een nieuw Inschrijvingsdecreet, dat in werking zal treden met het oog op de inschrijvingen vanaf het schooljaar 2022-2023. Wanneer en hoe zult u dit breed communiceren naar alle scholen, zodat zij tijdig weten waar zij aan toe zijn?

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

De context is geschetst, denk ik. We hebben het nieuws vernomen dat er in een aantal steden en gemeenten, vooral in steden zoals Brussel, Halle, Gent, Lokeren, Aalst en Antwerpen, toch een aantal leerlingen zijn die geen school toegewezen hebben gekregen. Over het algemeen kregen hoge percentages leerlingen wel de school van hun eerste keuze, en we moeten ook nog wel afwachten omdat er nog een aantal dubbele aanmeldingen zullen moeten worden weggefilterd, maar een aantal ouders en kinderen verkeren op dit moment dus nog steeds in onzekerheid. Ik denk dat we allemaal wel beseffen dat het absoluut niet fijn is als je niet weet waar je kind in september naar school zal gaan, en of het überhaupt een school zal hebben. Dat veroorzaakt veel onrust en verdriet.

Minister Weyts, u en uw partij hebben daar, voor u aan uw mandaat begon, altijd een belangrijk verkiezingsthema van gemaakt. U verklaarde dat er een nieuw Inschrijvingsdecreet zou komen, een werkbaar systeem dat de eerste keuze zou moeten garanderen. Maar dat laatste laat tot op heden nog steeds op zich wachten. Nochtans beseffen we allemaal dat dat heel urgent is, denk ik. Gezien het capaciteitstekort is een goed inschrijvingssysteem absoluut geen overbodige luxe.

Wat mijn bijzondere aandacht trok, was inderdaad het nieuws van de cijfers uit Aalst. Daar werd voor het eerst met een centraal aanmeldingssysteem gewerkt voor het secundair onderwijs. De schepen van Onderwijs daar is Karim Van Overmeire. Die heeft een aantal verontrustende uitspraken gedaan naar aanleiding van de kwestie van een aantal leerlingen die uit de boot vielen. In Het Nieuwsblad zei hij: “Met het verhaal van gelijke kansen plaatst men nu bewust ouders die zeer gemotiveerd kiezen voor een bepaalde school op dezelfde hoogte als ouders voor wie het misschien minder uitmaakt.” Anders gezegd: hij maakt een kwalitatief onderscheid tussen de eerste keuzes van verschillende groepen ouders en leerlingen. Volgens die redenering is er nu ook een minderwaardige variant van eerste voorkeuren van ouders. Dat moet dan wel de voorkeur zijn van een groep mensen waarmee de genoemde schepen zich niet geaffilieerd voelt, een andere sociaal-economische bevolkingsgroep. Van die groep ouders maakt hij dus een soort tweederangsburgers, niets meer, niets minder. Dat was voor mij toch wel een choquerende uitspraak.

Minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot het aangekondigde nieuwe Inschrijvingsdecreet? Hoe zal dat eruitzien? Wat zijn de grote lijnen? Ziet u in dat het probleem ook ligt bij een capaciteitstekort en dus niet in het feit dat de centrale aanmelding meer leerlingen kans geeft op hun eerste keuze? Intussen is dat immers wetenschappelijk onderbouwd. Hoe verhoudt u zich tot de uitspraken van schepen Van Overmeire?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik begrijp uiteraard de reacties van de ouders die zich nu niet kunnen inschrijven in een school van hun voorkeur. Ik besef dat het voor veel gezinnen nu even onzeker is. Helaas overtreft de vraag het aanbod in veel scholen. Sommige scholen zijn populairder dan andere. Het zal altijd zo zijn dat populaire scholen kinderen moeten weigeren. Daar kunnen we nu eenmaal niet omheen.

Iets anders is de totale capaciteit. Deze regeerperiode voorzien we maar liefst 3 miljard euro voor schoolinfrastructuur, dus voor extra capaciteit. Dat is een half miljard euro meer dan in de vorige regeerperiode, toen was het 2,5 miljard euro. We doen nog een schepje boven op de sterke inhaalbeweging die al in de vorige regeerperiode was ingezet.

We voorzien ook 360 miljoen euro specifieke capaciteitsmiddelen. Ook dat is een sterke stijging in vergelijking met de vorige regeerperiode, toen was het 250 miljoen euro.

Specifiek voor Brusselse scholen wordt er van 2010 tot 2022 meer dan 90 miljoen euro geïnvesteerd in bijkomende capaciteit. Dat is goed voor 8.200 plaatsen in het Brusselse basis- en secundair onderwijs. In maart 2021 heb ik nog 4,4 miljoen euro toegekend aan 5 concrete projecten om de capaciteit te verhogen in het secundair onderwijs in Brussel. Dat is goed voor 535 extra plaatsen in het secundair onderwijs. Ik heb gisterenochtend nog de eerste steen mogen leggen van een nieuwe school in Brussel. Voor zowel kinderopvang, kleuteronderwijs, lager onderwijs als secundair onderwijs zijn er ook heel wat extra plaatsen.

In de Vlaamse Rand, met name in de onderwijszones Dilbeek, Halle en Vilvoorde, zullen we in diezelfde periode, tot 2022, bijna 71 miljoen euro geïnvesteerd hebben in bijkomende capaciteit om tegemoet te komen aan de noden. Dat is goed voor meer dan 5000 plaatsen in het basisonderwijs en 3700 in het secundair onderwijs.

We investeren dus steeds meer. Ik hoop natuurlijk dat de Franse Gemeenschap wat Brussel en de Brusselse gemeenten betreft met het investeringsritme meegaat.

In Antwerpen wordt in diezelfde periode meer dan 213 miljoen euro geïnvesteerd in bijkomende capaciteit om tegemoet te komen aan de noden in onderwijszone Antwerpen. Dat is goed voor 15.700 plaatsen in het basisonderwijs en 3500 in het secundair onderwijs. In de onderwijszone Antwerpen zijn de capaciteitsmiddelen toegewezen aan projecten die zich concentreren in de stad Antwerpen.

In Aalst wordt, opnieuw in diezelfde periode tot 2022, meer dan 5 miljoen euro geïnvesteerd in capaciteit, goed voor 636 plaatsen in het secundair onderwijs. In de onderwijszone Aalst zijn de extra plaatsen voorzien in de stad Aalst.

Zolang de vraag het aanbod overtreft, moeten we een billijke regeling treffen om de plaatsen eerlijk te verdelen. Vandaar het Inschrijvingsdecreet. Scholen moesten zich natuurlijk dit schooljaar zoveel mogelijk kunnen toeleggen op hun kerntaak: lesgeven tijdens de hele coronapandemie. We wilden hen niet onnodig belasten met de implementatie van een nieuw Inschrijvingsdecreet. We hebben legistiek nog heel wat werk voor de boeg. Het doel is een nieuw Inschrijvingsdecreet met het oog op het schooljaar 2023-2024. We moeten zeker zijn dat we volgend jaar het volledige legistieke proces hebben afgerond. We moeten ook volledig technisch op punt staan wat betreft het aanmeldingssysteem. De grote lijnen daarvan staan in het regeerakkoord, dat ongetwijfeld gekend is.

Wat betreft de aanmeldingen en inschrijvingen voor volgend schooljaar in de Vlaamse Rand, Brussel, Aalst en Antwerpen: we weten dat er Brusselse scholen zijn die een grote druk ervaren van niet-Nederlandstaligen. We zijn daar een beetje het slachtoffer van ons eigen succes, enerzijds door het kwalitatief sterke aanbod, maar anderzijds ook door de investeringen in capaciteit. Die twee elementen veroorzaken natuurlijk een aanzuigeffect. Daarom voorzien we in het nieuwe Inschrijvingsdecreet een voorrang van 65 procent voor Nederlandstaligen en een voorrang ten behoeve van 15 procent voor leerlingen die negen jaar Nederlandstalig basisonderwijs doorliepen. We kiezen dus heel duidelijk voor een voorrang voor Nederlandstaligen en anderzijds voor diegenen die ook expliciet gekozen hebben voor de Vlaamse Gemeenschap, die al van in het begin, namelijk vanaf het basisonderwijs, de keuze gemaakt hebben voor de Vlaamse Gemeenschap en voor ons onderwijs. Ook voor de Rand wil ik specifieke inspanningen leveren om de toegang voor Nederlandstaligen te versterken. De Vlaamse Rand en Brussel zijn nogal communicerende vaten. We zien ook wel een sterke instroom vanuit Brussel, ook van anderstaligen.

Ten tweede zien we elk jaar nog grote verschuivingen op de wachtlijsten. Sommige ouders melden hun kind aan in meerdere aanmeldingssystemen en krijgen zo twee of meer tickets en schrijven hun kind op slechts één plaats in. Zo ontstaan natuurlijk verschuivingen en worden wachtlijsten aangesproken. Het is dus nog afwachten of er leerlingen zullen zijn die na deze verschuiving werkelijk geen plaats hebben. Voor Brussel denk ik dat een kwart van de mensen die uiteindelijk hun prioritaire school toegewezen krijgen, toch hun kind niet inschrijft in de betrokken school. Dat zorgt ervoor dat in de volgende ronde heel wat verschuivingen plaatsvinden.

Daarnaast is er de discussie over eventueel misbruik. Er werden quotes in dezen aangehaald. Ik begrijp natuurlijk de bezorgdheden omtrent misbruik bij het aanmelden. Geen enkel systeem is volledig waterdicht. Zo moeten ook kinderen zonder Kids-ID of rijksregisternummer zich kunnen aanmelden en naar school kunnen gaan. De controle of het dan al dan niet gaat om fictieve aanmeldingen, gebeurt dan door de school. Ik denk dat het toch ook belangrijk is dat het inschrijven zoveel mogelijk een proces blijft tussen ouders en leerlingen enerzijds en de school anderzijds.

Tot slot vraagt u naar een reactie op de uitspraken van schepen Van Overmeire. Ik begrijp de frustratie in hoofde van lokale politici omdat ze geen vat hebben op dat inschrijvingsbeleid. Net daaraan willen we toch ook, in het kader van ons regeerakkoord, tegemoetkomen. We hebben de afschaffing van de dubbele contingentering in basis- en secundair onderwijs duidelijk opgenomen in het regeerakkoord, maar ook bepaald dat, wanneer er dan toch nog op het niveau van bijvoorbeeld het lokaal overlegplatform (LOP) de mogelijkheid gebruikt wordt om in beperkte mate bepaalde doelgroepen aan te duiden die ooit ondervertegenwoordigd zouden kunnen zijn in een betrokken onderwijszone en men daar toch een voorrang aan geeft, die beslissing nog altijd ter bekrachtiging moet worden voorgelegd aan de gemeenteraad, zodat de lokale democratie zich er ook over kan uitspreken. Momenteel is dat niet het geval. Dus ik begrijp die frustratie, maar we willen er vooral in het kader van het nieuwe Inschrijvingsdecreet ook aan tegemoetkomen. Ik denk dat die betrokkenheid van de lokale democratie ook maar enkel kan zorgen voor meer draagvlak voor het systeem. Betrokkenheid is één zaak, maar het zal ook leiden tot meer verantwoordelijkheid.

De heer Coel heeft het woord.

Dank u, minister, voor uw omstandige antwoord. Het is goed dat u het in volgorde overlopen hebt. Over de capaciteitsinspanningen hebben we vorige week al uitgebreid van gedachten gewisseld met de bespreking van het Masterplan Scholenbouw. Op lange termijn is het zeker een goede aanpak om daarop te blijven inzetten.

Op korte termijn moeten we, denk ik, inderdaad werk maken van dat Inschrijvingsdecreet, om dat aan te passen aan de ambities die we in het regeerakkoord hebben opgenomen. U geeft daarover terecht aan dat daarvoor nog wel wat legistiek werk op de plank ligt. U verlegt de horizon nu naar het schooljaar 2023-2024; ik denk dat het belangrijk is dat dat breed gecommuniceerd wordt naar het onderwijsveld, zodat zij weten waar ze volgend schooljaar aan toe zijn. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om ondertussen naarstig verder te werken aan dat decreet, zodat de teksten tijdig klaar zijn om effectief ingang te vinden in het schooljaar 2023-2034. Wat ons betreft, moeten we de keuzevrijheid van de ouders zoveel mogelijk proberen te verankeren en moeten we conform het regeerakkoord ook de lokaal gedefinieerde voorrangsgroep mogelijk maken, zodat lokale besturen ook mee aan het stuur zitten van dat Inschrijvingsdecreet.

Voor de rest heb ik geen vragen meer.

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw antwoorden.

Minister, wat u aanhaalt, is natuurlijk juist. Er zijn inderdaad serieuze inspanningen wat betreft die capaciteit, maar langs de andere kant is de realiteit dat er waarschijnlijk – en dat is dan een … (Het geluid van Jean-Jacques De Gucht valt weg.)

Mijnheer De Gucht, uw geluid valt weg.

Mijn excuses.

Als we de analyse maken, dan doen we nu serieuze inspanningen wat betreft de capaciteit, maar dat is inderdaad op de lange termijn. Op de korte termijn moeten we werken met een Inschrijvingsdecreet om de problemen die zich vandaag voordoen, op te lossen. Maar dat maakt natuurlijk ook dat we niets anders kunnen dan concluderen dat er de afgelopen jaren te weinig inspanningen zijn geweest op het vlak van capaciteit.

Ik haal even mijn eigen stad aan, die hier al een aantal keer aan bod is gekomen. We doen daar inderdaad een serieuze inspanning, maar eigenlijk weten we, als we Vlaanderenbreed zouden werken met een aanmelding en we ook een duidelijke monitoring zouden kunnen doen van de aangroei van die steden – in mijn eigen stad weten we al, met de projecten die vandaag op tafel liggen, dat wij binnen enkele jaren een aanzienlijk groter aantal inwoners zullen hebben, met daarnaast nog het feit dat wij als centrumstad nog heel veel mensen van de omliggende gemeenten aantrekken –, dat er zelfs met de inspanningen die u doet, nog extra inspanningen nodig zullen zijn.

Allereerst denk ik dus dat het toch wel belangrijk is, minister, om te kijken naar een Vlaanderenbrede aanmelding, om een duidelijk overzicht te hebben. Ten tweede zouden we er op die manier voor zorgen dat we de dubbele inschrijvingen die vandaag voorkomen en waar u terecht naar verwijst, vermijden. Nu zijn er daardoor problemen met meerdere tickets en kun je geen zekerheid bieden tijdens de eerste ronde. Mijn vraag is dan ook: op welke manier kijkt u daarnaar, om dat Vlaanderenbreed te organiseren, waardoor de dubbele inschrijvingen vermeden kunnen worden?

Naast de capaciteitsproblemen zelf moet je ook kijken naar de situering ervan. Als je kijkt naar het aanzienlijk groter gegeven van de katholieke scholen in Vlaanderen – 70 procent katholiek ten opzichte van 30 procent openbaar –, hoe gaan we ervoor zorgen dat de vrije schoolkeuze gegarandeerd kan worden? Met andere woorden, mensen die bewust kiezen voor een school waar ze hun levensbeschouwing vrij kunnen kiezen: op welke manier gaat u ervoor zorgen dat dat gegarandeerd kan blijven?

Ik ga met u akkoord dat het lokale niveau meer inspraak moet hebben; dat staat ook in het regeerakkoord. Langs de andere kant – niet onbelangrijk – moeten we er alles aan doen om niet te verzeilen in een systeem waar we naar elitescholen ten opzichte van bepaalde concentratiescholen gaan. We zijn toch allemaal voorstander, neem ik aan, van een juiste representatie van de maatschappij in alle scholen. Op welke manier gaat u ervoor zorgen dat dat vermeden wordt en dat elk kind dezelfde kansen krijgt en op een school zit met een juiste representatie van de maatschappij waarin we leven?

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

(Slechte geluidskwaliteit)

Minister, ik heb er alle begrip voor dat een aantal zaken vertraagd zijn door covid, maar er zijn ook wel een aantal heel urgente onderwijszaken die dringend opgelost moeten worden. Als we nu horen dat het Inschrijvingsdecreet, een dossier dat altijd topprioriteit is geweest voor de N-VA, met nog een jaar vertraagd wordt – u zult vier jaar minister zijn als het ingevoerd kan worden –, laat mij dan toe om dat echt de trein der traagheid te noemen. U zegt dat de mensen er niet op zitten te wachten in de covidperiode, maar dat denk ik net wel. Scholen zitten niet te wachten op de miserie die er is, en lokale besturen evenmin, als kinderen geen plaats hebben en als er berichten de wereld in gestuurd worden dat er geen plaats is op scholen voor iedereen. Er is niets ellendiger dan dit, dus een goedwerkend systeem is een absolute prioriteit. Het zal een schooljaar duren voor u daartoe komt, wat heel langzaam is.

Wat de capaciteit betreft: ook dat gaat eigenlijk echt wel te traag. U hebt gezegd dat die nieuwe capaciteitsmonitor er in 2021 zal zijn, om op basis daarvan dan middelen te verdelen. Maar ook daar moet het sneller gaan. U hebt een aantal steden en gemeenten aangehaald, waaronder Brussel. U zegt dat u tegen 2021 4,4 miljoen euro geïnvesteerd zult hebben, maar er is 550 miljoen euro nodig, heeft Sven Gatz geantwoord op een vraag van een collega in het Brussels Parlement: veertig lagere scholen en veertig secundaire scholen tegen 2024 om aan de vraag te kunnen voldoen. Dat staat in schril contrast met de investeringen die u voorziet in Brussel, terwijl het Nederlandstalig onderwijs in Brussel toch uw verantwoordelijkheid is. Dus ook daar gaat het te traag en is het op dit moment te weinig.

Wat inspraak betreft van lokale besturen: wij zijn wél voorstander van een Vlaanderenbreed systeem. We denken dat dat een stuk beter zou werken dan verschillende aanmeldingssystemen in verschillende steden en gemeenten, want dat zorgt voor verwarring. Maar tot daar. Maar dan zal het nog steeds niet zo zijn zoals de wens van de heer Van Overmeire om voorrang te kunnen geven op basis van bijna een stamboom – want dat is de argumentatie: als je vader of grootvader daar geweest is, dan is het logisch dat jij daar ook naar die school kunt gaan, en dat je dus als uitgeweken Gentenaar geen plaats zou hebben, omdat je vader niet in Aalst naar school geweest is. Tegen dat soort redeneringen, die dan gebruikt worden om het Inschrijvingsdecreet of een aanmeldingsprocedure af te breken, probeer daar toch wat weerwerk tegen te bieden en probeer dat te weerleggen, want dat is absoluut nefast en wil de ongelijkheid alleen maar verder aanmoedigen, iets waar wij ons fors tegen verzetten.

Ten slotte, daar waar kinderen geen plaats hebben, zullen plaatsen bij moeten worden gecreëerd en zullen scholen toch nog extra lokalen moeten innemen. Wat gaat u daarvoor doen, minister? Op welke manier gaat u die ondersteunen en ervoor zorgen dat daar de nodige leerkrachten op kunnen volgen? Hebt u daar een plan voor, om op die plekken waar blijkt dat er toch nog problemen zijn, op korte termijn een oplossing te voorzien?

De heer Laeremans heeft het woord.

Uiteraard is het zo dat de meeste leerlingen de school van hun eerste of tweede keuze hebben; dat is waar. Maar voor al diegenen die nu uit de boot vallen, lijkt dit systeem toch wat op een aanmeldloterij. Dan zeggen ze tegen mij: ‘Ik ga nog liever kamperen, want dan heb ik het zelf tenminste in de hand, in plaats van een computer die alles bepaalt.’ Zelfs bij een Vlaanderenbreed computersysteem blijft de vraag toch in hoeverre alles nog te rijmen valt met vrije schoolkeuze, als de computer uiteindelijk de beslissing neemt waar je naartoe gaat. Dat is toch een groot vraagteken.

Ik heb toch een paar schrijnende toestanden gezien. Er is bijvoorbeeld een geval in Oostakker, waar ouders, die vlak bij die school wonen, hun zoontje willen inschrijven in een bulo-school (buitengewoon lager onderwijs), maar pas op de zesde plaats op de wachtlijst staan. Die mensen zijn zo wanhopig dat ze dan de vraag stellen of ze hun kind of kleuter de derde kleuterklas niet kunnen laten overdoen, zodat ze het jaar erop zeker een plaats hebben in het eerste leerjaar. Dan krijgen ze het antwoord: ‘Nee, want dan begint alles van nul.’ Dat is toch wel schrijnend.

In Halle is er een geval waarbij een leerling naar het middelbaar onderwijs moet en geen plaats krijgt op de twee scholen waar Latijn-wiskunde wordt aangeboden. Hij zou dan naar Beersel moeten, de school die onze minister niet onbekend zal zijn. Maar voor dat kind betekent dat toch wel een halfuur tot drie kwartier op de bus. Zo genereren we natuurlijk meer verkeer.

In Halle klaagt de gemeenteraad steen en been. Ze vinden dat hun eigen inwoners worden benadeeld door de instroom van zoveel leerlingen van buiten de stad. Ze vragen zich af hoe het kan dat zij in hun eigen stad, waar ze heel de lagere school hebben doorlopen, niet eens naar het middelbaar onderwijs kunnen. Dat zijn toch wel de gevolgen van zo’n computersysteem.

Minister, zal het criterium afstand of inwoner zijn van de gemeente meespelen in het nieuwe Inschrijvingsdecreet voor het middelbaar onderwijs? Voor het lager onderwijs speelt dat mee. Maar ook daar is het niet altijd evident. Want iemand die in dezelfde gemeente woont, kan soms kilometers van de school af wonen, terwijl iemand van een naburige gemeente op een veel kortere afstand van de school woont. Dat geeft dus ook wel conflicten.

Minister, u zegt dat het schepencollege mee zal mogen beslissen, zoals in Aalst. Kunnen zij dan beslissen dat de inwoners van Aalst voorrang krijgen? Dat is mij nog niet helemaal duidelijk, en misschien is dat nog niet afgetoetst.

Verder heb ik een vraag in verband met de indicatorleerlingen. In Aalst krijgen die toch een serieuze voorrang. Dat wordt dan afgesproken op het LOP. Het schepencollege heeft daar niets over te zeggen. Het aantal indicatorleerlingen is echter fors toegenomen, omdat men die schooltoeslag automatisch toekent. In sommige gevallen gaat het over meer dan de helft van de leerlingen. Op die manier krijgen diegenen die geen indicatorleerling zijn toch ook al minder kansen. Waarom moet dat criterium meespelen in de schoolkeuze? Wij vinden dat dat een belangrijk criterium is voor de behandeling op school enzovoort, maar toch niet voor de schoolkeuze. Daar zou men toch geen voorrang aan mogen geven.

Minister, dat zijn mijn opmerkingen. Ik neem aan dat u er wel op zult reageren. Ik dank u.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Collega’s, minister, voorzitter, een Inschrijvingsdecreet kan in elk geval het capaciteitsprobleem niet oplossen. Dat is hier al een aantal keren aangehaald. Toch is onze fractie ervan overtuigd dat we er alles aan moeten doen om de vrije keuze van ouders voor de school maximaal te kunnen garanderen.

Een school is altijd deel van de maatschappij. Wat ons betreft, zien we dan ook graag een afspiegeling van die maatschappij in de schoolbevolking. Daarom vinden we het belangrijk dat die lokale verankering er is, dat de beslissingen die worden genomen over hoe de school kan worden georganiseerd, ook kunnen worden genomen.

Minister, de capaciteitsmonitor zal heel belangrijk zijn. Bovendien hoorde ik gisteren de boodschap dat er voor het eerst sinds 2003 minder kinderen geboren zijn. Het gaat over de toekomstige kleuters, zij zullen binnen 2,5 à 3 jaar naar de kleuterschool gaan. Dat zal een kleine impact hebben. Ik ben vooral benieuwd naar de timing van die nieuwe capaciteitsmonitor.

Onze fractie blijft er in elk geval van overtuigd dat de vrije schoolkeuze echt wel het hoogste doel is dat we moeten nastreven. We gaan er ook altijd van uit dat het Inschrijvingsdecreet op een bepaald moment eigenlijk niet meer nodig zal zijn. Want wat is het doel van een inschrijvingscriterium? Dat we op een billijke manier mensen kunnen weigeren in een bepaalde school. Dat is de enige reden waarom we dit decreet nodig hebben.

Wij zijn helemaal geen voorstander van een centraal aanmeldingssysteem. We zijn ervan overtuigd dat we problemen moeten oplossen waar ze zich voordoen. We moeten er geen nieuwe creëren. Minister, u gaf ook aan dat een vierde van de ouders de eerste keuze aanduidt, maar er niet voor kiest. Misschien verwoord ik het verkeerd? Bij systemen waar mensen keuzes moeten maken en aanduiden, heb je altijd strategisch gedrag. Samen met onze collega's van onze fractie ben ik ervan overtuigd dat we die zaken niet moeten introduceren in regio's waar er geen problemen zijn. Creëer geen problemen waar er geen zijn.

Ten slotte heb ik nog een laatste opmerking. Ik hoop dat we daar heel transparant over kunnen nadenken. In tijden van financiële noden binnen het onderwijs, moeten we goed nadenken over de prioriteiten. Wat ons betreft, is dit niet: investeren in een nieuw Vlaanderenbreed platform, waarmee er geen enkele extra plaats wordt gecreëerd. Ik dank u.

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega’s, er worden een aantal zaken op een hoopje gegooid. Ik verwijs naar het regeerakkoord. Ik denk dat elke lezer hier aanwezig zal merken dat deze meerderheid er goed over heeft nagedacht. Ik haal er een aantal zaken uit.

Eerst en vooral zeggen we dat men “op vrijwillige basis voorrang kan verlenen voor maximum 20 procent aan een ondervertegenwoordigde groep.” Mijnheer Laeremans, u hebt het over al die aantallen die zouden kunnen stijgen. Wat wij in het regeerakkoord hebben afgesproken met de N-VA, Open Vld en CD&V, is dat dat maximum 20 procent kan zijn van een ondervertegenwoordigde groep. Er staat nog bij dat die ondervertegenwoordigde groep kan zijn: School in Zicht, eigen inwoners, enzovoort. Met andere woorden: deze meerderheid heeft gezegd dat daaraan kan worden gesleuteld.

Ten tweede staat er ook in het regeerakkoord: “In capaciteitsgebieden kan het LOP daartoe een voorstel ter bekrachtiging voorleggen aan de gemeenteraad.” Met andere woorden: de lokale bestuurders zullen wel degelijk een vinger in de pap te brokken hebben.

Ten derde, er wordt veel gesproken over de afstand. Ik moet het de collega’s en iedereen die Onderwijs volgt eigenlijk niet uitleggen, maar ik zal het toch doen. In het basisonderwijs is er een afspiegeling van de buurt. Ja, want in het basisonderwijs heb je buurtscholen. Het is niet zo dat mensen hun kinderen in het basisonderwijs 30 à 40 kilometer verder voeren. Maar in het secundair onderwijs, beste collega’s, is de ene school de andere niet, al was het maar vanwege het aanbod. Sommigen pleiten ervoor om in het secundair onderwijs rekening te houden met afstand. Maar stel dat je naast een school woont die alleen aso aanbiedt, maar je zelf bakker wilt worden. Dan zou dat betekenen dat je naar de dichtstbijzijnde school moet en dat je dus toch maar Latijn moet studeren en geen bakker kunt worden. Daar moeten we toch goed over nadenken, collega’s. Dat kan niet het voornaamste criterium zijn.

Ik hoor het de collega’s graag zeggen: een Vlaanderenbreed systeem. Maar dan weet ik al wat het volgende debat zal worden. Want dan kiezen we een systeem en dan is Gent kwaad dat het dat van Antwerpen is geworden. Of dan is Antwerpen kwaad dat het dat van Aalst is geworden. Welk systeem moet het dan worden? En vergeef mij, maar in de ene plaats is het systeem soms anders dan in de andere plaats. En we willen rekening houden met die ondervertegenwoordigde groep, lokaal dan toch. Hoe matcht dat dan met het gegeven dat je per se in het Vlaams Parlement wilt vastleggen hoe het zal zijn?

Wat scholenbouw en capaciteit betreft, hoor ik collega's ervoor pleiten dat het sneller en meer moet zijn. Maar je kunt geld maar één keer uitgeven. Ik neem aan dat die collega's dan ook op alle niveaus waarvoor zij bestuursverantwoordelijkheid dragen, het rekeningnummer van minister Weyts zullen geven om vrijwillig middelen op te storten, en zo het probleem op te lossen.

Ik ga absoluut mee in het verhaal van de minister. Eenieder – ik zie dat ook in mijn nauwe omgeving – die niet de school van zijn eerste keuze heeft, is boos, ontgoocheld en emotioneel. Allemaal. En het valt mij op dat diegenen die pleiten voor allerlei systemen, als het over hun kind of hun kleinkind gaat, plots anders spreken. Ik hoop dat elk parlementslid hier aanwezig daar goed over nadenkt wanneer hij allerlei systemen, computersystemen en dergelijke, met bepaalde criteria, naar voren schuift. Want zijn kind of kleinkind zal daar misschien niet noodzakelijk op dat moment in passen. Dat valt mij op, en dat wil ik hier met zoveel woorden gezegd hebben. Ik dank u.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik wil graag wat punctuele antwoorden geven en hier en daar wat zaken rechtzetten.

Een eerste element is dat er altijd een systeem nodig zal zijn voor populaire scholen, een systeem des onderscheids, eenvoudigweg omdat bij die populaire scholen de vraag altijd groter zal zijn dan het aanbod. En dus zul je altijd een systeem des onderscheids, een keuzesysteem moeten hanteren.

Ik kom tot een tweede element, dat daaraan gekoppeld is. De heer Laeremans zegt dat mensen opnieuw zelf willen gaan kamperen omdat ze het lot dan in eigen handen hebben. Maar dan moet je wel de eerlijkheid aan de dag leggen om te zeggen dat dat eigenlijk een illusie is. Want als je zelf gaat kamperen, in de huidige situatie, verandert dat niets aan het gegeven van de beperkte capaciteit van een populaire school.

Het verandert ook niks aan dat systeem van de dubbele contingentering. De dubbele contingentering geeft voorrang aan diegenen die niet in die kampeerrij staan. U haalt het voorbeeld van Aalst aan. Stel dat men in Aalst gaat kamperen aan een school, dat men daar in de rij gaat staan. Ik weet niet of de cijfers kloppen die u gaf, met de indicatorleerlingen. Diegenen die voorrang hebben, die moeten niet in die rij gaan staan, want die hebben de facto voorrang. Als dat dan 50 procent is, dan heeft het ook geen zin om daar in die rij te staan, want die 50 procent heeft sowieso voorrang in het huidige systeem. Net daarom willen we dat veranderen.

Mevrouw Meuleman, u gooit alles op een hoopje. Ik gaf gewoon het voorbeeld van de 4,4 miljoen euro die nog maar recent werd geïnvesteerd in 5 projecten in Brussel. U zet die 4,4 miljoen euro dan af tegen de totale noden die bestaan. Opnieuw, in de periode tot 2022 investeren we 90 miljoen euro in 8200 plaatsen in het onderwijs in het Brusselse Gewest. Als u dan toch met de vinger wilt wijzen: mochten alle besturen waarvan u deel uitmaakt in het Brusselse Gewest een investeringsinspanning doen die gelijkaardig is aan deze die Vlaanderen doet, dan zouden we al veel verder staan. In de periode tot 2022 investeren we Vlaanderenbreed in 63.000 extra plaatsen. Op grond van de capaciteitsmonitor die dit jaar wordt afgenomen, zorgen we ervoor dat er dus een continuüm is voor de periode na 2022. Dat is dus een trein die in volle vaart vooruitgaat, en we investeren in deze regeerperiode dan ook nog eens 3 miljard euro in schoolinfrastructuur. Dat zijn gigantische inspanningen die we doen. Dat dan bagatelliseren, dat is echt niet op zijn plaats. Deze regering investeert aanzienlijk in capaciteit en infrastructuur, in het spoor van de vorige, maar nog straffer. Dat is onmiskenbaar, en ik ben de regering daar ook heel dankbaar voor: 3 miljard euro. Ik denk dat onze jaarlijkse begroting van een ordegrootte van 40 miljard euro is. Dan weet je toch dat dat aanzienlijke inspanningen zijn.

De signalen die we krijgen, en die hier dus ook aan bod komen, sterken ons natuurlijk in de ambitie om voluit te blijven gaan voor de uitbreiding van die capaciteit en die investeringen, en voor het aanpakken van de zwakke punten van het Inschrijvingsdecreet. Wat mij betreft, gaat dat over de voorrang voor Nederlandstaligen in Brussel én de Vlaamse Rand, het afschaffen van de dubbele contingentering en de betrokkenheid van de gemeenteraad. Dat lijkt me ook wel essentieel. De frustraties die er momenteel zijn, moeten worden beantwoord vanuit die lokale besturen. Ik heb het wel degelijk over de gemeenteraad, niet zozeer over het schepencollege op zich.

Ook voor het aanmeldingssysteem zullen we aandacht moeten hebben. Je voelt hier natuurlijk dat er wel wat verschillende visies daaromtrent zijn, maar die verschillende visies lopen trouwens ook doorheen partijen. De ene zegt dat we één Vlaanderenbreed aanmeldingssysteem moeten hebben, de andere zegt dan dat het enkel en alleen een lokale keuze mag zijn. Als je een Vlaanderenbreed aanmeldingssysteem voorstaat, en ik begrijp dat, dan zit je echter onmiddellijk in een discussie over de algoritmes, die uiteindelijk het verdelend systeem bepalen. Ik heb daarstraks gezegd dat we altijd zo’n systeem des onderscheids nodig zullen hebben. Welk systeem hanteer je? Daarvoor heb je verschillende algoritmes. Je hebt er twee belangrijke. Dat is iets technisch. Je hebt het Bostonmechanisme en je hebt ‘deferred acceptance’. Dat zijn twee verschillende systemen, met dan nog eens verschillende varianten. Die maken dat je met dezelfde input door dat algoritme een andere toewijzing krijgt. De keuze voor die systemen is lokaal verschillend. Dat heeft niks te maken met partijpolitieke aanhorigheid, denk ik, maar in Gent bekijkt men dat anders dan in Antwerpen of in Leuven. Ik denk dus dat je daar toch enige ruimte moet laten. Het alternatief is immers dat je dwang moet hanteren, dat je gaat zeggen dat iemand een bepaald algoritme moet toepassen, ook al wil die dat niet, terwijl we het net ook hadden over het betrekken van de lokale besturen, over hun meer verantwoordelijkheid geven. Dat staat daar ook een beetje haaks op. Daarvoor moeten we dus toch een pragmatische oplossing kunnen uitwerken, denk ik, zodat we ervoor zorgen dat we volgend jaar klaar zijn. Immers, over traagheid of snelheid gesproken: volgend jaar moet je klaar zijn voor de inschrijvingen in het jaar daarop. Dat zal dus sowieso een aanzienlijke inspanning vergen, en we moeten hiermee vooruit.

Dat staat natuurlijk los van de inspanning op het vlak van de investeringen in capaciteit en infrastructuur. Die lopen als een trein, en die trein gaan we nog wat sneller maken.

De heer Coel heeft het woord.

Minister, dank u voor uw bijkomende toelichting. Collega’s, dank u voor de interessante bijkomende vragen en opmerkingen.

Zelfs als we tot een situatie komen waarin er bij wijze van spreken voor elke leerling twee schoolplaatsen zijn, zul je nog altijd met de problematiek blijven zitten dat bepaalde scholen populairder zijn dan andere en dat het aantal plaatsen in die scholen per definitie ook een limiet heeft. Als daar meer kandidaten voor zijn, dan zul je dat op een manier moeten regelen die billijk is voor alle ouders en kinderen die die school als eerste keuze vooropstellen. Daarom lijkt het me zeker te verantwoorden om daar met dat aanmeldsysteem te werken. Het lijkt me toch een belangrijk basisprincipe dat, als een school moet of wil kunnen weigeren, ze dan een aanmeldsysteem moet hebben waarbij alle ouders die die school als eerste keuze hebben, ook gelijke kansen hebben om in die school binnen te geraken. Daarnaast kunnen er, zoals in het regeerakkoord staat, lokaal dan een aantal afspraken worden gemaakt over voorrangsgroepen, tot een bepaald maximumpercentage beperkt en op basis van vrijwilligheid. Ik kijk ernaar uit dat die ambities uit het regeerakkoord nu op korte termijn in degelijke legistieke teksten kunnen worden gegoten, zodat we voor het veld die duidelijkheid kunnen creëren. Ook zal er nu dus breed worden gecommuniceerd dat we mikken op het schooljaar 2023-2024.

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoorden. Een goede communicatie lijkt me inderdaad belangrijk. Wat u daarjuist aanhaalde ten overstaan van collega Laeremans, is natuurlijk juist. Ik heb die opmerking ook wel een paar keer gekregen, dat men vroeger weliswaar moest aanschuiven en eventueel zelfs moest kamperen aan een school, maar dat men wist waar men aan toe was. Dat is natuurlijk niet juist. Het is niet omdat men daar fysiek is dat men daar wél een plaats zou krijgen. Dat is wat het in heel dit debat bijzonder moeilijk maakt, namelijk dat er vanuit de politiek ook verkeerde boodschappen worden gegeven. Er wordt niet duidelijk gecommuniceerd over wat eigenlijk kan. Ik verwijs naar wat de heer Daniëls zei: men geraakt daar dan niet binnen en het zou maar eens je eigen kind moeten zijn. Waar het over gaat, is dat je een systeem moet hebben omdat je een capaciteitsprobleem hebt. Je moet een zo goed mogelijk systeem hebben, dat er met lokale inbreng voor kan zorgen dat er een zo eerlijk mogelijke verdeling is, gezien de capaciteitsproblemen.

Ook zouden we verdere inspanningen moeten doen om die capaciteit uit te breiden. Dat meen ik echt. Minister, die doet u. De realiteit is echter dat u de problemen niet hebt gecreëerd die we vandaag hebben. Dat is in het verleden misschien te weinig opgevolgd. Eigenlijk wist men perfect dat men in de diverse humaniora’s in de centrumsteden zou worden geconfronteerd met capaciteitsproblemen, om de eenvoudige reden dat die kinderen toch eerst in de lagere scholen hebben gezeten in de gebieden daarrond. In wezen wist eigenlijk iedereen dat dit in Aalst op een bepaald moment ging gebeuren, en volgens mij ook in de andere steden. Daar knelt het schoentje een beetje. Wij moeten een nieuw decreet maken, in overeenstemming met wat we zijn overeengekomen in de regeringsonderhandelingen. Aan de andere kant is de realiteit dat al lang was geweten dat dit op ons afkwam en dat daar gewoon te weinig in is geïnvesteerd. We moeten bijgevolg echt wel nog een tandje bij zetten in dezen. Ik ben zo vrij om in een commissie als deze te vragen dat men extra zou investeren in mijn stad, in Aalst. Dat is immers wel degelijk een centrumstad. Een heel hinterland, aan de ene kant richting Gent, aan de andere kant richting Brussel, draait daar immers rond. Heel veel leerlingen komen daarnaartoe, en we weten nu al dat we niet zullen toekomen met de capaciteitsinspanningen die u nu zult doen. Investeer daar dus verder in en bekijk ook hoe u er Vlaanderenbreed voor kunt zorgen dat u dat op een juiste manier kunt opvolgen. Voorzitter, mijn excuses voor dat laatste zinnetje.

Dan pleit ik echt wel voor een Vlaanderenbreed systeem, wel lokaal aan te passen, maar dat ons in ieder geval de mogelijkheid geeft om een duidelijk overzicht te hebben van waar, hoe en op welke manier we ermee moeten omgaan de komende jaren.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Collega De Gucht, ik ben het met heel veel zaken eens die u hebt aangehaald. De meesten onder ons, behalve de heer Laeremans, erkennen ondertussen dat een aanmeldingssysteem nodig is en de vrije keuze niet in het gedrang brengt, maar net garandeert, voor iedereen op dezelfde manier. Alle andere systemen, zoals het kamperen van vroeger, beperken evenzeer de vrije schoolkeuze, want geen plaats is geen plaats. Daarbovenop heb je dan nog eens de ongelijkheid van niet kunnen gaan kamperen, geen tijd hebben, een alleenstaande ouder zijn, enzovoort.

Die discussie is beslecht, maar het vraagt wel nog politieke duidelijkheid in sommige steden en gemeenten en van sommige schepenen. Ik kijk daarbij ook naar Aalst, om dat op die manier te zeggen en te gaan verdedigen. Het is natuurlijk altijd nog gemakkelijk om mee te gaan in klachten van ouders die zeggen: ‘Die computer is toch oneerlijk want ik ben afhankelijk van het lot.’ Maar zodra er te weinig plaatsen zijn, is het alternatief niet beter dan een computersysteem dat op een eerlijke en gelijke manier iedereen dezelfde kansen geeft. Ik wou toch dat een aantal politici en schepenen moediger waren om dat ook te gaan vertellen.

Ten tweede zit de oplossing inderdaad voor een stukje in capaciteit. Daar ben ik het mee eens, mijnheer De Gucht. Minister, u goochelt altijd met cijfers, dat zijn getallen. Voor Brussel spreekt u ook van 90 miljoen euro, inderdaad voor de periode 2010 – 2020. U hebt letterlijk gezegd: dat is het geld dat … (Het geluid van Elisabeth Meuleman valt weg.) Maar die zijn meegerekend in recente cijfers die minister Gatz aan mijn collega heeft gegeven. Inderdaad, dat staat nu nog op stapel. Dat is die 4,4 miljoen euro tegen 2024 voor 535 extra plaatsen. Dat is absoluut veel te weinig op dit moment. Een aantal andere steden, zoals Aalst, hebben extra noden, waar op korte termijn aan voldaan zal moeten worden. Dus ook de capaciteit moet worden herbekeken, en het wordt dringend tijd dat de nieuwe capaciteitsmonitor er is en dat er een versnelling hoger geschakeld wordt, zeker wat betreft de realisatie van die extra plaatsen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.