U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Collega’s, ik weet dat ik er niet, of toch niet helemaal, uitzie als iemand die als de meest gezonde persoon in het leven staat, maar ik zal u een primeur verkondigen: het was mijn goede voornemen bij het begin van dit jaar, en ik ben alvast goed bezig, om een aantal stappen te zetten, om zowel wat betreft beweging als wat betreft gezonde voeding mijn levensstijl in de goede richting te veranderen. Dat is ook noodzakelijk om wat geloofwaardigheid te hebben wanneer ik hierover een vraag stel.

Collega, ik heb begrepen dat u naar de kapper zou gaan.

Voilà. Dat staat morgen gepland. Collega’s, ik hoop dat mijn uiterlijk u na deze week wat minder zal irriteren.

Minister, vier jaar geleden zette het Vlaams Instituut voor Gezond Leven (VIGL) de al lang vaststaande voedingsdriehoek resoluut op zijn kop en koppelde er meteen bewegingsrichtlijnen aan vast. Nu wordt de omgekeerde voedingsdriehoek aangevuld met zeven basistips. Voor de meesten van ons zal dat geen revolutionair nieuws zijn.

Een. Drink vooral kraantjeswater.

Twee. Eet meer groenten en fruit, bij voorkeur seizoensgebonden.

Drie. Kies vaker voor peulvruchten, volle granen en noten.

Vier. Eet minder vlees en verkies gevogelte, vis en eieren boven rood en bewerkt vlees.

Vijf. Eet en drink zo weinig mogelijk ‘lege’ calorieën zoals frisdrank, snacks en snoep.

Zes. Vermijd voedselverspilling.

Zeven. Eet niet meer dan je lichaam nodig heeft.

Deze aanvullingen liggen mooi in lijn met het uitgebreide rapport dat de Hoge Gezondheidsraad vorige week voorstelde over de voordelen en de gevaren van het overschakelen naar een vegetarisch of veganistisch dieet. De raad stelt dat een plantaardig dieet veel voordelen heeft voor de gezondheid, maar dan wel enkel indien dit een gebalanceerd en gevarieerd dieet is.

Zowel de Hoge Gezondheidsraad als het VIGL stuurt dus actief aan op een weloverwogen afbouw van dierlijk voedsel, ten voordele van plantaardig voedsel.

Bepaalde bevolkingsgroepen met specifieke behoeften en diegenen met de strengste beperkingen, zeg maar de veganisten, doen er wel goed aan zich te laten bijstaan of zich minstens te laten informeren door een bekwame gezondheidswerker, een diëtist of andere voedingsdeskundigen, om hun voedselinname zo goed mogelijk aan hun behoeften aan te passen. Een te strikt veganistisch dieet acht de raad niet geschikt voor zuigelingen en peuters, noch voor zwangere vrouwen en moeders die borstvoeding geven.

Een gezond voedselpatroon, dat beantwoordt aan de plantaardige doelstelling, kan ons enorme gezondheidswinsten opleveren, ook preventief. Er is wel degelijk werk aan de winkel want de hoofddiëtist van het UZ Antwerpen stelde in Laat dat amper 5 procent van ons voldoende groenten eet. Wij mogen ons allemaal door dit cijfer aangesproken voelen. 5 procent is wel zeer weinig.

Minister, tonen deze vaststellingen aan dat het Vlaamse beleid rond gezonde voeding faalt?

Erkent u dat er nog heel veel gezondheidswinst te boeken is door meer in te zetten op een gezonde, evenwichtige voeding op basis van de omgekeerde gezondheidsdriehoek en de aanvullende tips?

Zijn deze aanvullingen en het advies van de Hoge Gezondheidsraad voor u een stimulans om nog meer in te zetten op sensibilisering rond gezonde voeding en voedselpatronen? Welke acties plant u hierrond?

Schuift u rond deze thematiek meetbare doelstellingen naar voren? Welke? Hoe wilt u die monitoren?

Hoe wordt er toegezien op de gezondheid van en de balans en variatie in de voeding in onze scholen, woonzorgcentra, kinderdagverblijven en andere keukens die onder toezicht van de Vlaamse overheid vallen? Hoe worden de nieuwe aanbevelingen daar vertaald? Wordt daar overgeschakeld van flessenwater richting kraantjeswater? Zien we ook daar een verschuiving richting plantaardig?

Is er voldoende toegankelijk aanbod van deskundig advies rond gezonde voedingspatronen? Hoe worden de Vlamingen, en meer specifiek de mensen met specifieke behoeften, hiernaartoe geleid?

Welke rol speelt Kind en Gezin bij het uittekenen van een gezond voedselpatroon bij aanstaande moeders en moeders die borstvoeding geven?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega, ik heb in de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad alvast niet gelezen dat ons beleid faalt. Ik lees er eerder een aanmoediging in om op basis van voortschrijdende wetenschappelijke inzichten verder werk te maken van een beleid dat gezonde voeding voorop stelt. We bekijken daarbij verder wat gezond is, maar houden ook rekening met de impact van wat we eten op het milieu, want ook het milieu bepaalt in grote mate onze gezondheid. En zo zitten we bij de benadering die we sterk naar voren brengen in onze beleidsnota’s, met name ‘health in all policies’.

Eten volgens de voedingsdriehoek helpt om een gezonde levensstijl te behouden of, in uw geval, te kunnen verkrijgen, en om het risico op overgewicht en aandoeningen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten en zelfs bepaalde kankers te verminderen.

Uit de cijfers van de voedselconsumptiepeiling van 2014 en de gezondheidsenquête van 2018 blijkt over het algemeen dat Vlamingen nog te weinig plantaardige voedingsmiddelen zoals groenten, fruit, peulvruchten, noten, enzovoort uit de donkergroene zone van de voedingsdriehoek eten.

Er is daar inderdaad nog ruimte voor verbetering en de boodschappen die we brengen vanuit onder meer de voedingsdriehoeken zijn daar helemaal op afgestemd. Eet meer van de voedingsmiddelen met een positief effect op onze gezondheid en het milieu. En eet minder van de voedingsmiddelen die een negatief effect hebben op gezondheid en milieu. 

In 2021 werd een nieuwe beheersovereenkomst afgesloten: ‘Gezonde voeding, voldoende beweging, beperken van sedentair gedrag en ondervoeding bij ouderen’, voor de periode 2021-2025 en met het VIGL. Onze partnerorganisatie Gezond Leven ontvangt een subsidie van 1,8 miljoen euro om wetenschappelijk onderbouwde methodieken te ontwikkelen, te dissemineren en te implementeren.

Op het vlak van gezonde voeding wordt er zowel gewerkt met sensibilisering door het inzetten van verschillende kanalen – website, sociale media, campagnes – en materialen, zowel door Gezond Leven zelf als met andere partners zoals bijvoorbeeld de door u goed gekende Logo’s, en door het creëren van een gezonde voedselomgeving waarin de gezonde keuze de meest evidente wordt. 

Door middel van een aanbod van materialen en richtlijnen voor scholen, ondernemingen, woonzorgcentra, sociale voedselvoorzieningen, sportclubs enzovoort wordt gericht gewerkt naar settings of levensdomeinen waar we de Vlaming bereiken. Heel wat van deze methodieken en materialen zijn terug te vinden via de link naar preventiemethodieken.be op de website van Gezond Leven.

Met de Vlaamse gezondheidsdoelstelling ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’ wordt een maatschappelijk draagvlak gecreëerd om met alle actoren aan de slag te gaan. Door het vastleggen van deze hoofddoelstelling en door specifieke, meetbare en algemeen aanvaardbare subdoelstellingen te creëren, kunnen er tal van gevalideerde preventiemethodieken in diverse levensdomeinen geëvalueerd worden. Hiervoor worden zowel procesindicatoren als gezondheidsindicatoren ingezet.

Voor de procesindicatoren wordt een beroep gedaan op de indicatorenbevraging van het VIGL. Ze geven weer in welke mate er een kwaliteitsvol preventief gezondheidsbeleid wordt gevoerd in de respectieve settings.

De gezondheidsindicatoren meten het effect van het gevoerde beleid op het vlak van levensstijl, gezondheidsrisico’s en gezondheid. De vragen waarop de indicatoren zijn samengesteld inzake het thema gezonde voeding kunt u terugvinden in de onderzoeken ‘Belgische gezondheidsenquête’ op de website van Sciensano en ‘Health Behavior in School-Aged Children’ op de website van UGent. Op de website van Zorg en Gezondheid wordt hiervoor een interactief rapport ontsloten.

Aanvullend zal ook de Vlaamse consumptiepeiling, die in 2022 wordt georganiseerd door Sciensano, een bijdrage leveren om het consumptiegedrag van de bevolking mee te evalueren.

De Vlaamse overheid volgt al langer de richtlijnen op in kader van gezonde en duurzame voeding. We verwijzen hiervoor naar de ‘Ketenroadmap voedselverlies (2015-2020)’, waarbij een engagement gevraagd werd aan organisaties om bewust te kiezen voor duurzaamheid.

Hiervoor werden 9 grote actieprogramma’s op punt gesteld met in totaal 57 acties om voedselverliezen in de hele keten terug te dringen. Onder meer het onderwijs en de zorgsector hebben hierop ingetekend. Het voortgangsrapport met de realisaties en een overzicht van de goede voorbeelden is beschikbaar op de website voedselverlies.be van de Vlaamse overheid. 

Het facilitair bedrijf van de overheid wil deze trend voortzetten en een voorbeeldfunctie vervullen. ‘Duurzame catering 2.0’ is gebaseerd op de principes van een gezonde, gevarieerde en evenwichtige voeding, met continue aandacht voor de ecologische impact, waarbij nadrukkelijk wordt ingezet op het versterken van de beleving. Meer informatie hierover is terug te vinden op de webpagina’s van het facilitair management van de Vlaamse overheid.

Voorzieningen die onder toezicht van de Vlaamse overheid staan kunnen intekenen en afnemen op lopende raamcontracten en hierdoor mee op de kar springen van de principes van duurzame catering die het facilitair bedrijf hanteert.

Op www.gezondheidskompas.be kan iedereen een vragenlijst over zijn levensstijl en risicofactoren invullen. Het Gezondheidskompas omvat onder meer vragen over de gezonde voedingsgewoontes en wordt verder verspreid en gepromoot langs verschillende kanalen, waaronder hulpverleners, huisartsenpraktijken, preventiewerkers, welzijnswerkers en apothekers. Op basis van de antwoorden kan het Gezondheidskompas algemene adviezen geven en gidsen naar het bestaande online of offline hulpverleningsaanbod. Zo kan iemand in aanmerking komen voor deelname aan de groepssessies ‘Gezonde voeding op verwijzing’. Tijdens die zes opeenvolgende groepssessies van anderhalf uur kan iemand onder begeleiding van een diëtist praktijkgericht aan de slag gaan in verband met zijn eetgewoontes.

Wat specifiek de preventie van eet- en gewichtsproblemen betreft, werken we middels een beheersovereenkomst samen met Eetexpert. Eetexpert heeft de afgelopen jaren verschillende nieuwe wetenschappelijk onderbouwde draaiboeken ontwikkeld. Die draaiboeken bevatten praktische tools en materialen voor specifieke beroepsgroepen, zoals huisartsen, de brede eerste lijn en diëtisten. Voor de verspreiding worden op regelmatige basis vormingen georganiseerd.

Ook het Vlaams Instituut Gezond Leven heeft een uitgebreid aanbod aan vormingen voor professionals en organisaties die op diverse manieren of binnen bepaalde settings aan gezondheid en gezonde voeding werken. Alle details zijn op de website te vinden.

Vanaf de zwangerschap besteedt Kind en Gezin aandacht aan het sensibiliseren in verband met een gezond voedselpatroon volgens de principes van de voedingsdriehoek. Wie zwanger is, krijgt in de diverse informatiedragers van Kind en Gezin heel wat informatie waarin tips over voeding aan bod komen. Dit gebeurt in het zwangerschapsboekje, in de nieuwsbrieven, in de publicatie ‘Kind in Beeld’, in de informatie op maat ‘Mijn Zwangerschap’ of op de website, die specifieke pagina’s over voeding en beweging bevat. In de werking van de prenatale consultatiebureaus kan bijkomend worden gesensibiliseerd tijdens de fysieke contacten met kwetsbare zwangere vrouwen. Tot slot is er nog de dienstverlening van Kind en Gezin aan moeders die borstvoeding geven. Het belang van een evenwichtige en gevarieerde voeding volgens de voedingsdriehoek komt aan bod tijdens de trajectcontacten. Moeders die borstvoeding geven, worden ook geïnformeerd op de website en in de brochure ‘Kind in Beeld – Borstvoeding’. De website linkt heel specifiek naar het advies van de Hoge Gezondheidsraad en naar de informatiebrochure over vegetarische voeding van de Vlaamse Vereniging van Kinderartsen.

Voorzitter, tot daar mijn antwoord, want het was al een hele boterham.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, boterhammen is iets waarmee ik probeer te minderen, maar ik ben blij dat u het onderzoeksrapport en dergelijke ziet als een stimulans om het beleid voort te zetten. Mij gaat het niet om een falen of een stimulans. Het feit is dat 5 procent van de mensen voldoende groenten eet. Dat betekent dat 95 procent van de Vlamingen niet voldoende groenten eet en dat er nog heel veel ruimte voor verbetering is. Ik zal niet ingaan op elk facet dat u naar aanleiding van mijn zeer uitgebreide vragen hebt aangehaald. Er ligt al veel op tafel en er moet in veel settings worden gewerkt om serieuze stappen vooruit te zetten. We weten dat er geen verplichtingsmanier bestaat om mensen verplicht in een bepaalde richting te sturen, maar we kunnen nog stappen zetten.

Ik heb nog een bijkomende vraag. Plant u om, eventueel samen met minister Crevits, over deze thematiek verder te overleggen met de voedsel- en landbouwsector? Als ik naar de publiciteit kijk, denk ik dat er nog ruimte voor verbetering is. Waar de reclame over gaat, duwt in een bepaalde richting. Op het vlak van gezonde voeding kunnen we nog serieuze stappen zetten. Hebt u een plan van aanpak? Wilt u specifiek met de voedsel- en landbouwsector overleggen? Wat zijn uw plannen?

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Minister, het is een zeer interessant onderzoek waar heel wat boeiende informatie is uit voortgekomen waarmee we op het terrein verder aan de slag kunnen gaan. U hebt een uitvoerig antwoord gegeven. De Eetexpert, een belangrijke partner waarmee we samenwerken, wijst op het inzetten op gezonde voeding. We moeten zo veel mogelijk informatie geven. Het is belangrijk de aandacht voor het mentaal welzijn in dit verband te blijven erkennen.

Ik ervaar op het terrein dat we aandacht moeten blijven hebben voor de kwetsbare groepen in onze samenleving. Wat gezonde voeding betreft, moeten we hen voldoende bereiken, want zij besparen vaak op gezonde en vaak duurdere voeding omdat dit niet in hun plan past en omdat ze vaak niet de kennis hebben om met weinig en niet altijd dure ingrediënten toch gezond te koken. Vorig jaar is er de app ‘Zeker Gezond’ geweest. Daar stonden heel wat recepten op. Kan in de toekomst nog verder op de sensibilisering van kwetsbare groepen worden ingezet? Kunt u die app nog eens goed in de kijker zetten, zodat iedereen goed op de hoogte is?

De heer Daniëls heeft het woord.

Voorzitter, als ik die 170 pagina’s van de Hoge Gezondheidsraad bekijk, onder meer over vegetarisme en veganisme, kom ik tot een conclusie. We hebben het al lang over evenwichtige voeding. Alles wat te veel is, is niet goed. Mijn moeder zei het al en dat klopt. Te veel van het ene betekent meestal te weinig van het andere.

Minister, ik stel vast dat er veel campagnes lopen. Er zijn websites, apps, brochures, en affiches. De sensibiliseringscampagnes komen een na een. Door het overaanbod en de kleine verschillen denk ik dat de mensen dit soms laten vallen en gewoon voortdoen zoals ze bezig zijn. Dit is een oproep. We moeten eens een screening houden van alles waarop we inzetten voor elk segment, zoals Kind en Gezin, de organisaties met betrekking tot gezonde voeding of de scholen. We moeten screenen en daar een eenduidige boodschap in brengen. Om de mensen te motiveren, is het belangrijk uit te leggen waarom ze moeten opletten. Het is volgens de Hoge Gezondheidsraad, bijvoorbeeld, voor zwangere vrouwen niet onbelangrijk voldoende ijzer en vitamine B12 binnen te krijgen. Een belangrijke bron is vlees. Als ze dat niet doen, moeten we uitleggen wat ze dan wel moeten doen. Dat vind ik minstens even belangrijk en vandaar mijn oproep om te stroomlijnen en te screenen.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Voorzitter, eerst en vooral vind ik het raar dat ik eenzelfde vraag om uitleg heb ingediend, maar dat mijn vraag om uitleg niet is aanvaard. Er is me gezegd dat ik die vraag om uitleg schriftelijk moest indienen en de diensten hebben me verteld dat ik die vraag in de commissie moest stellen. Ik zou daar graag wat uitleg over krijgen, maar ik zal mijn vraag om uitleg nu stellen.

Het betreft het advies dat de Hoge Gezondheidsraad heeft gegeven met betrekking tot eenvoudige voedingspatronen en vooral tot wie voor een vegetarisch dieet opteert. Er zijn twee algemene principes. Hoe meer een dieet bepaalde voedingsmiddelen weert of bepaalde voorkeursproducten begunstigt, hoe groter het risico op een voedingstekort wordt. Naarmate iemand ouder wordt, veranderen de fysiologische behoeften en is het noodzakelijk de voedselinname daaraan aan te passen.

Ik denk dan aan de zwangerschap, borstvoeding, de eerste twee levensjaren of de puberteit. Ik wil niet al die aanbevelingen aanhalen, maar een belangrijke aanbeveling heeft betrekking op het veganistisch dieet. Dit dieet is tijdens de zwangerschap en de borstvoedingsperiode niet geschikt. Het is niet geschikt voor zuigelingen en jongere kinderen omdat het tot fysieke en intellectuele achterstand kan leiden. Indien iemand toch dat dieet wenst te volgen, moet er strikte begeleiding zijn. We moeten die mensen goed informeren.

Minister, hoe informeren we de mensen die een vegetarisch dieet wensen te volgen? U hebt hier al op geantwoord dat Kind en Gezin hier tijdens de zwangerschapsopvolging aandacht aan moet besteden.

Mijn tweede vraag betreft de fysiologische behoeften. Hoe zullen we de verschillende leeftijdsgroepen bereiken? We moeten waakzaam zijn dat ze de juiste voedingsstoffen innemen.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Voorzitter, gezonde voeding is enorm belangrijk. Het gezegde zegt dat iemand is wat hij eet. Dit geldt ook voor een bredere populatie. Hoe gezonder het voedingspatroon van de algemene populatie is, hoe minder mentale en fysieke ziektes moeten worden genezen. Gezonde voeding is een van de beste preventieve maatregelen. In Vlaanderen slagen we er onvoldoende in om een algemeen gezond voedingspatroon breed beschikbaar te maken.

Mijnheer Daniëls, volgens mij zal dat niet lukken met informatie. Op dat vlak treed ik u bij. Er is soms een overaanbod aan informatie en ik zou daarover twee zaken willen opmerken.

Als ik met diëtisten, specialisten in de voedingsleer of sportdiëtisten spreek, vertellen ze me dat het slechtste wat ze kunnen doen erin bestaat het overheidsadvies te volgen. Ze bedoelen niet dat de Vlaamse overheid onzin verkoopt, maar wel dat elk geval uniek is. Er is geen ‘one size fits all’. Om een gezond voedingspatroon te kunnen aanbevelen, moeten ze specificeren in welke situatie mensen zich bevinden. Voor sommige mensen is het helemaal niet gezond weinig proteïnes te eten en volledig plantaardig of zelfs veganistisch te eten. Voor sommige mensen zou dat een ongezonde keuze zijn. We moeten van die ‘one size fits all’-aanbevelingen afstappen.

Als we een gezond voedingspatroon willen bereiken, moeten we breed gaan. We moeten niet enkel naar de scholen of de welzijnsorganisaties kijken, maar we moeten iedereen mee in bad krijgen. We moeten vooral aan het aanbod werken. Mensen eten wat hen wordt aangeboden en het aanbod voor de brede populatie is in veel gevallen nog niet heel gezond. Er zijn ondernemers die dat proberen te veranderen. Iemand als Lieven Vanlommel is daar fel mee bezig. Om daar verandering in te proberen brengen, moeten we aan de aanbodzijde vooral de voedselproducenten goed sensibiliseren. We moeten ervoor zorgen dat zo veel mogelijk mensen toegang tot een gezond voedingspatroon hebben. Zeker voor mensen die geen hoog inkomen hebben, is dat geen gemakkelijke zaak.

Minister, het aanbod en de ‘one size fits all’-aanbevelingen zijn twee zaken waaraan we moeten werken.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Er is natuurlijk overleg met de andere ministers, bijvoorbeeld in het licht van de green deals. Ik denk dan aan de Green Deal Eiwitshift. Het is belangrijk dat de boodschap langs verschillende kanalen worden gelanceerd. De meerwaarde is dat herhaling werkt. De methodes die we hanteren, zijn door het Vlaams Instituut Gezond Leven met een sterke wetenschappelijke onderbouw uitgewerkt. Het is daarop dat we ons baseren.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.