U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

De diensten maatschappelijk werk (DMW’s) van de ziekenfondsen bieden hulp- en dienstverlening aan personen met een beperking, en ook aan hun mantelzorgers. Naast het verlenen van basishulp, zoals onthaal en het geven van advies en zorgbegeleiding, stellen de DMW’s ook ondersteuningsplannen op voor persoonsvolgende budgetten (PVB’s) en doen ze aan objectivering van de zorgzwaarte via een medewerker van een multidisciplinair team (MDT). Zo’n ondersteuningsplan is een verplichte stap binnen het aanvragen van een PVB, die dient als vraagverheldering. Dit hoeft men niet alleen te doen: men kan daarvoor diensten inschakelen, zoals de diensten ondersteuningsplan (DOP’s) of de DMW’s, maar ook gebruikersorganisaties of de onlinetool mijnondersteuningsplan.be.

In realiteit zien we echter dat de meerderheid van de mensen met een beperking gebruikmaakt van de DMW’s van de ziekenfondsen om zo’n ondersteuningsplan op te stellen. Bijvoorbeeld in 2019 werd 56 procent van de ondersteuningsplannen met behulp van een DMW opgesteld, om zo een PVB te kunnen aanvragen. Bij 27 procent hielpen DOP’s mee. Slechts 7 procent van de personen met een beperking stelde zo’n ondersteuningsplan op eigen initiatief of zonder hulp op.

Ondanks het feit dat de DMW’s een grote rol blijken te spelen in de procedure om een PVB te kunnen verkrijgen, hebben ze van de Vlaamse Regering te horen gekregen dat ze geen financiering meer zullen krijgen voor het opstellen van een ondersteuningsplan.

Ik heb trouwens de indruk dat diverse collega’s van deze commissie met die DMW’s hebben gesproken.

Minister, waarom hebt u beslist om de DMW’s geen financiering meer te geven voor hun rol bij het opstellen van ondersteuningsplannen? Vreest u niet dat door deze besparing op de DMW’s de begeleiding van personen met een beperking zal worden verminderd? Welke diensten zullen de taak die de DMW’s vandaag op zich nemen, dan overnemen? Welke rol hebben de DMW’s volgens u in de toekomst? Bent u het ermee eens dat zij door hun bekendheid en door hun toegankelijkheid, hun laagdrempeligheid een belangrijke rol spelen in het realiseren van gezondheidsdoelstellingen, ook bij personen met een beperking?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega, de grote doelstelling van persoonsvolgende financiering (PVF) is het kunnen geven van zelfregie en keuzevrijheid aan de persoon met een handicap. Dat begint bij het proces van vraagverheldering en het opmaken van zijn ondersteuningsplan. Een aantal mensen met een vraag naar ondersteuning vinden hiervoor hun weg naar de DMW’s. Ik erken ook de meerwaarde van deze diensten als het gaat over hun begeleiding bij het opstellen van een passend ondersteuningsplan. Het klopt evenwel niet dat we deze diensten niet meer financieren. Het is wel juist dat voor het jaar 2020 overeenkomstig het regeerakkoord niet meer in een projectsubsidie is voorzien voor de DMW’s vanuit het beleidsveld van de personen met een handicap.

In het regeerakkoord wordt een bijsturing van de hele toeleidingsprocedure naar een PVB voorzien, waaronder de opmaak en de opvolging van ondersteuningsplannen. We maken werk van een nieuw kader voor de toeleiding. Het is uiteraard niet onze bedoeling om de dienstverlening aan personen met een handicap achteruit te zien gaan. Ik ben ook tevreden dat de DMW’s in afwachting van een meer generieke hervorming hun rol inzake vraagverheldering en ondersteuning voor personen met een handicap blijven opnemen.

De DMW’s van de ziekenfondsen worden reeds erkend en gesubsidieerd binnen het beleidsthema van de woonzorg, meer bepaald binnen het domein van de thuiszorg. Deze diensten hebben binnen dat beleidskader de opdracht om hulp- en dienstverlening te bieden aan gebruikers en hun mantelzorgers, bijvoorbeeld bij ziekte, ouderdom of een bepaalde sociale kwetsbaarheid. Deze noden van de gebruikers kunnen tijdelijk zijn, maar ook blijvend. De ondersteuning aan personen met een handicap sluit dus aan bij de basisopdrachten van de DMW’s wat de vraagverheldering en de begeleiding van personen met een handicap of een vermoeden van handicap betreft.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Minister, ik ben blij dat u erkent dat de DMW's een belangrijke rol spelen in het mee ondersteunen van die zelfregie en keuzevrijheid en in de vraagverheldering. U zegt dat het niet om een besparing gaat maar dat zij worden gefinancierd binnen het beleidsthema woonzorg, meer bepaald binnen het domein van de thuiszorg. Het blijft echter wel zo dat er een extra opdracht bij is gekomen: het opstellen van ondersteuningsplannen is een extra taak die de DMW erbij moeten nemen naast hun andere taken zoals het begeleiden van woonzorg en thuiszorg. Die extra taak neemt heel wat extra werkuren in beslag. Tot voor kort kregen zij daarvoor jaarlijks een financiering van 750.000 euro. Terecht, denk ik, omdat het een extra taak is die zij opnemen binnen dat zorglandschap. Het lijkt me niet correct te verwachten dat zij er binnen de huidige taakverdeling nog een taak bij krijgen tegen dezelfde financiering.

Er is dus wel 750.00 euro weggevallen. Voor dit jaar is nog niet beslist dat ze die daarvoor zullen krijgen. Hoe verklaart u dat dan?

Bent u het ermee eens dat het gaat om een extra taak waarvoor extra werkuren nodig zijn? Is het budget voor de thuiszorg of de woonzorg dan misschien verhoogd? Volgens de diensten maatschappelijk werk is dat niet het geval.

De heer De Reuse heeft het woord.

Wij zijn ook gecontacteerd door de diensten maatschappelijk werk. De 750.000 euro die ze ontvingen, waren zelfs niet kostendekkend voor het extra werk dat zij deden. Zij waren wel bereid dat extra werk erbij te nemen als een vorm van dienstverlening, zeker ten aanzien van de doelgroep. Die 750.000 euro valt nu weg. De diensten maatschappelijk welzijn zullen dat nu op een andere manier moeten opvangen. Zij gaven duidelijk te kennen dat wanneer die 750.000 euro, of die projectsubsidies, zoals u ze noemt, er niet komen, ze die diensten zullen afbouwen en de dienstverlening niet meer zal doorgaan.

Minister, is het misschien de bedoeling om de diensten ondersteuningsplan meer te subsidiëren zodat deze meer worden ingezet voor de inschaling van de zorgnoden?

De heer Anaf heeft het woord.

Ik wil me aansluiten bij deze vraag. Ik denk dat collega Vandecasteele de situatie goed heeft geschetst. Ik kan daar weinig aan toevoegen. Die zorgzwaarte-inschaling is een heel belangrijke taak. Die opdracht is echt noodzakelijk om te zorgen voor projectfinanciering en te garanderen dat iedereen een goede zorg en daar voldoende budget voor krijgt. Het lijkt me belangrijk om dat correct te financieren. Ik stel me dan ook grote vragen bij de oefening die nu bezig is. Kan dit niet worden heroverwogen en kan men niet opnieuw rond de tafel gaan zitten met de diensten maatschappelijk werk om dit terug te draaien?

Mevrouw van der Vloet heeft het woord.

Het opstellen van een ondersteuningsplan is zeer belangrijk. Ik denk dat er een groot verschil bestaat tussen het opstellen van een ondersteuningsplan door de DOP of de DMW. We kunnen het eigenlijk niet vergelijken, het is appelen met peren vergelijken. De ene zal echt werken met de hele context en met de concentrische cirkels. De DMW's doen dat ook wel, maar als het heel moeilijk wordt, sturen zij hun dossiers door naar de DOP’s. In het regeerakkoord staat heel duidelijk dat de DOP’s als enige actor in het veld overblijven. Mijn vraag is dan ook of zij extra worden versterkt aangezien hun opdracht wordt uitgebreid. Hoe moeten we dat zien?

U had het in uw antwoord ook over de nieuwe toeleidingsprocedure. Ik denk dat dit heel belangrijk is. Hebt u daar al een timing voor?

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Mevrouw van der Vloet, ik wil u bijtreden. Het is goed dat hier is uitgelegd hoe dit komt. Het is logisch dat synergieën worden onderzocht. We hebben vergaderd met onder meer de mensen van de ziekenfondsen. De ziekenfondsen hebben benadrukt dat de bijstand om een ondersteuningsplan op te stellen voor veel mensen onmisbaar is. Ik zie dat ook in mijn eigen omgeving. De mensen die over een sterk sociaal netwerk beschikken, hebben daar misschien het minst nood aan, maar voor vele anderen is dat nodig om na te gaan hoe zij in het model met de concentrische cirkels het best ondersteuning kunnen krijgen.

Minister, het is natuurlijk een goede zaak dat synergieën tussen de verschillende diensten en aanbieders worden gezocht. Mijn vraag is op welke manier de dienst ondersteuningsplan zal worden ondersteund. Hoe zal de toeleidingsprocedure in de toekomst verlopen? Hoe zullen de verdere synergieën met de diensten maatschappelijk werk eventueel nog worden onderzocht? Op zich ondersteunen we deze operatie uiteraard wel.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Minister, ik sluit me graag aan bij de vragen die hier zijn gesteld. U hebt in uw antwoord duidelijk verklaard dat de diensten maatschappelijk werk, want daarover gaat deze vraag om uitleg toch, waardevolle partners zijn die erkenning moeten krijgen. Dit blijkt uit het feit dat de meerderheid van alle ingediende ondersteuningsplannen die het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) ontvangt, door diensten maatschappelijk werk zijn opgesteld. Dit spreekt voor zich, want die diensten zijn goed bekend en laagdrempelig.

Het uitgangspunt van de oorspronkelijke overgang naar een persoonsvolgende financiering was dat een persoon met een handicap de keuze moest hebben zich te laten bijstaan of het ondersteuningsplan zelf op te stellen. Ik vind het belangrijk dat die keuze er is. Iemand kan dit zelf of met zijn eigen omgeving doen, maar hij kan ook naar een dienst maatschappelijk werk stappen. Die keuzevrijheid is vrij essentieel.

Kunt u garanderen dat die keuzevrijheid voor personen met een handicap in de hervorming van de toeleidingsprocedure behouden blijft? Er is al een vraag over de timing gesteld. Wanneer zal dit worden afgerond? Wanneer zullen we concreet van start gaan met de nieuwe toeleidingsprocedure?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

De diensten maatschappelijk werk vervullen een rol. Er zijn verschillende actoren bij de vraagverheldering betrokken. Momenteel nemen we de procedure onder de loep in functie van een vernieuwde toeleidingsprocedure. Dit maakt deel uit van de aanpak van de wachtenlijsten. We zorgen ervoor dat we de mensen de nodige ondersteuning kunnen geven. De nieuwe toeleidingsprocedure wordt op dit ogenblik onder de loep genomen en ik zal te gepasten tijde aangeven hoe we de toekomst in dit verband zien.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Ik ben zeer blij van verschillende kanten te horen dat het belang van de diensten maatschappelijk werk wordt erkend. Ik zal de naam van mijn praktijk niet vermelden, maar die diensten zijn zeer toegankelijk. De mensen kennen de mutualiteiten en gaan met hun vragen spontaan naar de mutualiteiten. Indien de andere meerderheidspartijen akkoord gaan, lijkt het me dan ook dat het Vlaams regeerakkoord kan worden bijgestuurd, zodat de diensten maatschappelijk werk een belangrijke rol in de vraagverheldering kunnen blijven spelen.

En ten tweede, minister, vind ik dat u de daad bij het woord moet voegen. U bent akkoord dat zij vandaag een belangrijke rol spelen bij de vraagverheldering. U zegt dat u de procedure onder de loep gaat nemen. Die mensen moeten natuurlijk vandaag personeel betalen om die vraagverheldering uit te voeren, om die ondersteuningsplannen op te stellen. Ze hebben dus vandaag ook wel nood aan budget om dat te kunnen doen. Het is een beetje onredelijk om dan te vragen dat zij ondertussen daarvoor personeelsleden blijven inschakelen zonder dat daar enig budget voor vrijkomt.

Mijn oproep aan u, minister, is toch dat u daar opnieuw werkingsmiddelen voor vrijmaakt tot u een nieuwe procedure klaarmaakt en op een andere manier voor financiering zorgt voor die diensten maatschappelijk werk.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.