U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Minister, bedankt om hier aanwezig te zijn voor een toch wel belangrijk thema. Het is een thema dat heel veel mensen aanbelangt, dat hebben we de voorbije weken kunnen zien. Het gaat hier over de pijpleidingstrook of reservatiestrook die gepland is van de Antwerpse haven richting het Duitse Ruhrgebied. Die pijpleiding is voorzien om een aantal stoffen op een efficiënte manier te vervoeren.

Er zijn drie mogelijke tracés. We zitten uiteraard in een fase van publieke consultatie die net is afgerond. We verwachten uiteraard niet van u dat u hier gaat zeggen welk tracé het zal worden. Wat wel is gebleken uit de vele reacties van actiecomités, ondernemers, landbouwers en mensen die graag in de natuur zijn, is dat zij na de publieke infomomenten met heel veel vragen zaten. Het is eigenlijk in dat kader dat ik u toch zou willen vragen om meer duidelijkheid te scheppen. Want als dit project voor iets heeft gezorgd, dan is het wel onrust: onrust in de Antwerpse gemeenten, in de Limburgse gemeenten en in enkele Vlaams-Brabantse gemeenten, waaronder Schaffen en Deurne, die ook mogelijk geïmpacteerd zijn door de keuze van de reservatiestrook.

Ik zal rechtstreeks naar mijn vragen gaan, want ik denk dat de andere collega’s ook nog iets willen zeggen. Ik wil het niet nodeloos rekken, het belangrijkste lijkt mij dat u duidelijke info verschaft. Ik heb een zevental vragen die ik kort zal overlopen. U hebt vorige week al aangegeven dat u een uitgebreid antwoord hebt. Ik en de vele mensen die hier meevolgen kijken er wel naar uit om daar wat duidelijkheid over te krijgen.

Ten eerste konden particulieren de voorbije weken bezwaren indienen, tot 30 april. Die periode is dus afgelopen. Het is echter onduidelijk wat de juridische waarde daar precies van is. Er volgt daarna nog een scopingnota, en dan moet er nog een voorontwerp van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) worden gemaakt. Dat waren ook nog momenten waarop mensen bezwaar konden indienen. Maar uit de infomomenten bleek wel dat het onduidelijk is wat nu net het juridisch effect is van de bezwaren die werden ingediend, alsook de negatieve adviezen die gegeven zijn door de verschillende gemeenten en steden die op het traject liggen.

Mijn tweede concrete vraag gaat over de informatie omtrent de stoffen die mogelijk vervoerd zouden worden. Daar was toch redelijk wat onduidelijkheid over, over wat nu juist in de geplande pijpleidingen vervoerd zou worden. Oorspronkelijk was er een vrij beperkte scope van stoffen, maar uit de infomomenten bleek dat het toch niet altijd duidelijk was wat er juist vervoerd zou worden. Ik zou toch willen vragen of u een duidelijk overzicht kunt geven van de stoffen die momenteel in de scope liggen.

Mijn derde vraag gaat over compensaties. Er werd op sommige infomomenten gezegd dat enkel belanghebbenden die rechtstreeks op het traject liggen, in aanmerking zouden komen voor compensatiemaatregelen. Ik heb zelf twee momenten bijgewoond; op het ene moment werd dat wel gezegd, op het andere niet. Die pijpleidingstrook, die reservatiestrook heeft natuurlijk ook een groot effect op iedereen die in de nabijheid woont. Stel dat je op enkele meters van de reservatiestrook woont, dan heb je natuurlijk ook wel een impact op je landbouwgrond, je woning of een andere eigendom. Mijn heel concrete vraag is of het klopt dat enkel mensen die rechtstreeks op een tracé een eigendom hebben, vergoed zouden worden. Of wordt er ook een bredere scope van waardevermindering in rekening genomen? Dat lijkt mij wel heel belangrijk om te weten, ook als ze op een effectieve manier bezwaar willen indienen.

Mijn vierde vraag gaat over de wijze waarop de schade aan bijvoorbeeld natuurgebieden en landbouwgronden zal worden vergoed aan lokale besturen. Er zijn heel wat gemeenten die echt vrezen dat dit project een aanslag is op de open ruimte. Denk ten eerste aan de landbouwgronden, die ook economisch belangrijk zijn, maar ook aan de open ruimte, het natuurgebied. We weten allemaal hoe nauw u dat aan het hart ligt. Het is wel belangrijk dat die open ruimte maximaal gevrijwaard wordt. En in gevallen waar dat toch niet zou blijken te lukken, is de vraag wie daar compensatie voor zal krijgen, en op welke manier. Dat was op die infomomenten ook niet altijd duidelijk.

Het was ook niet duidelijk wat er juist op de leidingen zou kunnen worden gezet. Eerst was er gezegd dat er geen bebouwing, begrassing of beplanting mogelijk was. Dat werd tijdens de infomomenten dan weer genuanceerd. Kunt u enige duidelijkheid geven over wat op en rond de reservatiestroken nog mogelijk blijft qua bebouwing, bebossing en beplanting?

Hoe zijn deze trajecten tot stand gekomen? Welke impactstudie is er gemaakt om de huidige tracés aan te duiden? Dat is belangrijk inzake milieueffecten, efficiëntie, transportbanen enzovoort. Er werd weinig informatie over gegeven op de infomomenten. Het is nochtans belangrijk om te weten of deze tracés de meest efficiënte zijn. Ik dacht dat in de Vlaamse regelgeving stond dat dergelijke infrastructuurwerken maximaal naast kanaalleidingen en spoortrajecten zouden moeten liggen. Daar wijkt men nu in de gekozen tracés enorm van af. Tijdens de infomomenten was niet echt duidelijk vanwaar dat kwam. Kunt u dat verduidelijken? Hoe hebben de tracés die voorliggen vorm gekregen?

De keuze voor een traject zal afhangen van een aantal criteria. Je hebt industriegronden, je hebt gebieden met bebouwing, en je hebt open natuurgebieden en landbouwgebieden die geïmpacteerd zijn. Het is onduidelijk wat het vervolg zal zijn en hoe de keuze bepaald zal worden. In welke mate zal het belang van natuur in Vlaanderen doorwegen? Kunt u ons – en ook de mensen die nu kijken – enige duidelijkheid geven over het vervolg van het traject naar aanleiding van de scopingnota en het voorontwerp van GRUP als dat er komt? Welke criteria zullen tegen elkaar worden afgewogen? Ik begrijp dat u in deze fase nog geen 100 procent duidelijkheid kunt geven, maar dat is wel belangrijk voor de mensen die op en rond de drie trajecten ‘liggen’ om te weten waar ze in de nabije toekomst aan toe zijn.

De heer Danen heeft het woord.

Dat de Antwerpse Haven en de bedrijven daar al langer nood hebben aan een nieuwe leiding is bekend. Het was minder duidelijk wanneer ze hiervoor stappen zouden ondernemen. Ik heb u hierover vorig jaar een schriftelijke vraag gesteld, maar toen was nog veel minder duidelijk.

De heer Vande Reyde verwees naar de infomomenten. Die roepen echter meer vragen op dan ze beantwoorden. Vandaar mijn vraag aan u, minister, en ik verwacht dat er nog veel zullen volgen.

Eind december 2020 keurde de Vlaamse Regering de startnota goed voor de opmaak van het GRUP Leidingstraat Antwerpen-Ruhrgebied. Een leidingstraat is een zone waarin pijpleidingen gebundeld kunnen worden aangelegd. Dit GRUP heeft als doel om een reservatiestrook vast te leggen voor een ondergrondse leidingstraat tussen de haven van Antwerpen tot aan de grens met Nederland in Geleen en verder tot in het Ruhrgebied. In de startnota wordt aangegeven dat er wordt gestreefd naar het reserveren van een strook van 45 meter breed. Minder bekend is dat in een eerste fase de ruimtelijke en technische haalbaarheid van een leidingenstrook van 70 meter onderzocht werd.

In het antwoord van u op een eerdere vraag van collega Ceyssens, gaf u aan dat het uitgangspunt is om zoveel mogelijk woningen te sparen. Er was tot 30 april 2021 een inspraakmogelijkheid voorzien. Tot dan kon er gereageerd worden op de voorliggende startnota. Deze startnota bevat momenteel nog drie mogelijke trajecten, wat betekent dat er in sommige gemeenten meerdere trajecten worden voorgesteld. Ook in twee aangrenzende gemeenten kunnen er twee verschillende trajecten worden voorgesteld. Mijn vraag dateert van vóór 30 april, maar komt dus pas vandaag aan bod.

Kunt u het belang toelichten van zo’n leidingstraat? Het lijkt erop dat de lasten voor de burger, landbouwer en de omgeving zijn, en de lusten voor een aantal bedrijven of het grootkapitaal.

In een eerste fase werd er een reserveringszone van 70 meter onderzocht, maar in de startnota is dit teruggebracht naar 45 meter. In sommige media wordt er echter gesproken over een reserveringszone van maar liefst 75 meter. Wat is het nu eigenlijk? Is 45 meter de breedte van de onderzochte reserveringszone? Is dit de maximale breedte voor het volledige traject op het grondgebied van Vlaanderen? U zei eerder ook al dat er op bepaalde plaatsen met smallere stroken zou kunnen gewerkt worden. Kunt u dat wat meer specifiek toelichten?

U gaf ook aan dat het uitgangspunt van dit proces was om zoveel mogelijk woningen te sparen. Op het grondgebied van sommige gemeenten worden er twee mogelijke trajecten voorzien. Zijn dit telkens evenwaardige trajecten die uitgaan van het principe om zoveel mogelijk woningen te sparen?

Bijzonder belangrijk voor ons is dat bepaalde trajecten door kwetsbare natuurgebieden gaan, terwijl andere trajecten door bewoond gebied zullen gaan. Een keuze voor het ene traject betekent een keuze tegen het andere traject. Hoe zal de afweging ‘sparen van natuurgebieden’ versus ‘maximaal sparen van woningen’ versus ‘vrijwaren van landbouwgebied’ worden gemaakt? Welke leidraad zal hiervoor worden gebruikt? Hoe wordt deze afweging gemaakt indien er een keuze moet worden gemaakt tussen natuur en woningen, indien beide trajecten door verschillende naburige gemeenten gaan?

In tegenstelling tot wat er her en der te horen is, creëert dit GRUP wel degelijk een zone waarbinnen in de toekomst aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een leidingstraat aangevraagd kunnen worden. Is er al een tijdshorizon gekend waarbinnen deze leidingstraat geheel of gedeeltelijk gerealiseerd zal worden?

De heer Claes heeft het woord.

Minister, ik denk niet dat ik nog een inleiding moet geven; de collega’s hebben de vraag al geïntroduceerd. Ik denk dat iedereen wel goed beseft wat de problematiek precies inhoudt, want ik zal niet het enige commissielid zijn dat de afgelopen weken mails en berichten heeft ontvangen van burgers die bezorgd zijn, die soms ook heel boos zijn en die zich afvragen wat er staat te gebeuren met hun woning, hun eigendom, hun hobby – ‘kunnen we die nog beleven op deze plek over enkele jaren?’.

We hebben de voorbije weken allemaal de storm van protest gezien die is ontstaan in bepaalde delen van de provincie Antwerpen, Vlaams-Brabant en uiteraard ook Limburg. Er was vorige week zelfs een protestlied, er waren bezwaarschriften en er waren ook negatieve adviezen van lokale besturen. In Hasselt bijvoorbeeld stelt de burgemeester dat Hasselt het belang van de leidingstraat onderschrijft, maar een negatief advies verleent voor het tracé dat over Hasselts grondgebied loopt. ‘Not in my backyard’ is in dezen volledig te begrijpen, omdat er bij veel gebouwen geen sprake meer zou zijn van een ‘backyard’. U hoort het: heel wat commotie rond de drie leidingstraattracés die door uw regering werden uitgetekend, op vraag van de ambtenaren van de Europese Commissie, die beslist hebben dat de petrochemie van Antwerpen, Rotterdam en het Ruhrgebied geclusterd moeten worden.

Kunt u verduidelijken op basis van welke onderzoeken en beleidsvisies de drie mogelijke tracés – het noordelijke, het zuidelijke en het gecombineerd centrale tracé –  waarbij grote stukken open Vlaamse ruimte en ongerepte natuur zullen worden aangesneden, voor deze nieuwe  leidingstraat werden vastgelegd?

Hoe reageert u op de talrijke bezwaren en fundamentele kritieken in het belang van mens en natuur en welke aanpassingen zijn er in dat verband mogelijk?

Op welke manier acht u deze leidingstraataanleg met de daaraan gekoppelde verdere industriële ontwikkeling in de zone rond deze leidingstraat verenigbaar met het voornemen van uw eigen regering om het dramatisch toenemend ruimtebeslag in Vlaanderen een halt toe te roepen?

Bent u bereid om voormeld GRUP-dossier in te trekken, zodat er eerst een helder en ernstig politiek debat kan plaatsvinden over de praktische uitvoering van de door Europa gewenste toekomstige clustering van de drie grote chemische regio’s en de exacte plaatsen waar de aanleg van een dergelijke nieuwe leidingstraat en de verdere industriële ontwikkeling op Vlaams grondgebied het meest aangewezen zijn?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega’s, bedankt voor de vele vragen. Ik ben blij dat dit dossier nu ook de nodige politieke aandacht krijgt.

Sommige collega’s vragen mij of er hier niet eerst een ernstig debat over moet worden gevoerd voor we verder gaan met het openbaar onderzoek.

Beste collega's, ik hoop dat jullie heel goed weten dat er al sinds 2005 sprake is van een leidingstraat die de Antwerpse haven moet verbinden met het Ruhrgebied. Ik zat zelf niet op dit niveau, maar ik veronderstel en ik hoop dat er tussen 2005 en nu toch al een stevig debat is geweest tussen alle politieke partijen. Dat zijn dossiers – net als het dossier van de Groene Delle – die ergens hangen. Er worden allerlei studies gedaan en noem maar op. Het enige wat ik doe in dit dossier, en ik denk dat dat wel wordt verwacht van een minister, is het dossier uit de lade halen, het in een openbaar onderzoek steken en het debat voeren. Dat is wat we nu aan het doen zijn. Er is nog geen enkele beslissing genomen, die moet nog komen. Ik ga daar ook niet op vooruitlopen, zoals ik dat ook niet heb gedaan met andere dossiers.

Ik vind wel dat er eens knopen moeten worden doorgehakt in allerlei dossiers die blijven hangen en zweven, waarbij studie na studie na studie wordt opgemaakt. Het moet nu verder. We zijn nog maar aan het begin van de hele procedure van raadpleging, bezwaren, debatten enzovoort. Want er is ook nog geen ontwerp-GRUP of wat dan ook, collega’s. Het enige wat ik doe is dit dossier van 2005 uit de diepvries halen, en de inspraak laten starten. Ik vind het eigenlijk in elk dossier belangrijk, zoals ook met de Groene Delle, dat er debatten zijn, dat mensen hun zeg kunnen doen, en dat we vervolgens met alle elementen die op tafel liggen, knopen kunnen doorhakken. Dat kan een knoop zijn die misschien voor de een goed is en voor de ander slecht. Maar voor mij als bevoegd minister is het belangrijk dat we gewoon voortdoen.

Als ik kijk naar de inspraak, vind ik het ook belangrijk dat dat geen schijntoneeltje is. Mensen die de moeite doen om een reactie in te dienen moeten ook serieus genomen worden. Er kwamen 3500 reacties binnen bij het Departement Omgeving en er was een petitie met 6000 handtekeningen ingediend. Ook lokale besturen hebben allemaal hun adviezen gegeven, dus die worden hier ook aan toegevoegd. Jullie begrijpen allemaal dat die raadpleging verder moet worden verwerkt, en dat we elke reactie, en alternatieven die misschien naar voren worden gebracht, met onze diensten op een juiste manier bekijken.

Maar ik ga alvast graag in op jullie heel terechte vragen. Daarom vind ik het ook goed dat we het debat nu eindelijk voeren. We zijn nu 2021, en we zijn daar al sinds 2005 over aan het nadenken.

De eerste raadpleging richting de bevolking gebeurt nu. Dat is ook niet de enige raadpleging, voor alle duidelijkheid. Later zal er in een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ook nog een openbaar onderzoek volgen. Het is belangrijk om de burgers de mogelijkheid te geven om te reageren op basis van de juiste informatie. Het Departement Omgeving heeft dan ook allerlei participatiemomenten georganiseerd. Er werden heel veel vragen gesteld, en ik denk dat de deelnemers ook wel tevreden waren over de manier waarop we dat dossier aanpakken en over de manier waarop we duidelijkheid proberen te brengen.

Met deze vroege participatie geven we ook duidelijkheid over de procedure, over de stand van zaken en over het verder onderzoek. Met deze raadpleging in een vroege fase van de procedure heeft de wetgever, dit parlement dus, er bewust voor gekozen om de doelstelling van een GRUP voor te leggen aan de bevolking en niet te wachten tot er een concreet uitgewerkt plan beschikbaar is.

Vroege participatie is zeer nuttig zodat de bevolking ook weet wat er allemaal aan het bewegen is, waar de onduidelijkheden liggen, wat nog verder moet worden onderzocht en wat de alternatieven zijn die moeten worden onderzocht, enzovoort. Het Departement Omgeving heeft er daarom ook voor geopteerd om de eigenaars van verschillende woningen te contacteren en uit te nodigen, om ze een stand van zaken te geven, te vertellen wat er aan het gebeuren is en vooral ook de procedure uit te leggen. Sommigen doen alsof er al een beslissing is gevallen, wat ik toch heel straf vind.

De vroege inspraakreacties worden verzameld en gepubliceerd en ze zullen aanknopingspunten bieden voor een tweede fase, de opmaak van een scopingnota. Er is geen verschil in waarde tussen een inspraakreactie over de startnota en een bezwaar of opmerking tijdens het openbaar onderzoek. Beide zullen grondig worden onderzocht en kunnen aanleiding geven tot verdere aanpassingen en onderzoeken.

De reacties van gemeenten en besturen leren dat er in deze fase van het proces toch al sterk wordt gefocust op het tracé en de concrete gevolgen op het terrein, en dat is heel begrijpelijk. Ik heb ook heel veel begrip voor al die bezorgdheden en de aandacht voor de mogelijke impact van nieuwe leidingen op gebouwen, woningen en natuur. Het is fijn om te horen dat iedereen in de commissie die bezorgdheden deelt. Zij vormen ook de kern van het nog uit te voeren milieuonderzoek.

Met de voorgestelde tracés is er gezocht naar evenwaardige alternatieven. Het is daarbij van belang te weten dat de ontworpen tracés nog verder onderzocht moeten worden, ook op het niveau van de percelen. Dat onderzoek kan nog verder aanleiding geven tot aanpassingen. Er zullen ook alternatieven en aanpassingen ingesproken worden, dat is ook de bedoeling van de huidige procedure. Het is van belang te weten dat er drie verschillende tracés in onderzoek zijn. Na het onderzoek zal een knoop doorgehakt worden.

Er zijn ook heel veel vragen over de lasten en lusten van zo’n leidingstraat. Ik denk dat iedereen wel overtuigd is van het nut van zo’n leidingstraat – of misschien niet, en dan hoor ik dat ook graag. De leidingstraat van de haven van Antwerpen tot Geleen is een belangrijke route die de grootste chemische clusters in Vlaanderen verbindt, met daarbij ook de chemische industrie in het Economisch Netwerk Albertkanaal. Het Ruhrgebied is voor de haven van Antwerpen van cruciaal belang om de Duitse en Oost-Europese markt te bedienen. Vlaanderen, Nederland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen werken samen aan een duurzame toekomstvisie voor de chemiesector. Als er collega’s zijn die zeggen dat Vlaanderen daar niet moet aan meedoen, dan hoor ik dat ook heel graag. Maar ik denk niet dat ik dat heb gehoord.

Via pijpleidingen worden belangrijke petrochemische bedrijven van de nodige grondstoffen voor hun productie voorzien. Het gebrek aan ruimte voor nieuwe leidingen op de verbinding tussen Antwerpen en het Ruhrgebied is een belangrijk knelpunt in de Vlaamse pijpleidingeninfrastructuur. Maar de energie- en mobiliteitstransitie zit in een stroomversnelling, en dat is ook een belangrijke trigger voor nieuwe grondstoffenstromen tussen de bestaande industriële clusters. Daardoor ontstaat een bijkomende vraag naar ondergronds transport. Leidingen ondersteunen de energietransitie door het faciliteren van ondergronds transport van nieuwe energiedragers en grondstoffen zoals waterstof en CO2. Pijpleidingen zijn bovendien een duurzaam vervoer voor deze stoffen, zijn veiliger dan andere transportmiddelen en kunnen een alternatief zijn voor vrachtwagens. De leidingstraat zal bovendien bijdragen tot efficiënter ruimtegebruik ten opzichte van een ad-hocaanleg van talrijke individuele leidingen die veel minder rekening houden met de mogelijke ruimtelijke en sociaalmaatschappelijke impact zoals dit wel gebeurt voor de leidingstraat.

Binnen het planproces, collega’s – dit is belangrijk – zal er ook een maatschappelijke kosten-batenanalyse opgemaakt worden die inzicht zal geven in de maatschappelijke waarde en meerwaarde van dit project. We moeten die analyse maken, en vervolgens bekijken wat dat geeft.

Er zijn veel vragen met betrekking tot compensaties. Zoals reeds gezegd zitten we nu in de eerste fase van het planproces: de startnota. Er is dus op dit ogenblik nog geen enkel zicht op het concrete tracé of de eventueel getroffen percelen en eigendommen. Dat is allemaal nog veel te vroeg. Er is nog geen keuze gemaakt. Alles zal afhangen van de kosten-batenanalyse, het openbaar onderzoek enzovoort. Ik neem in elk geval mee dat er duidelijkheid moet worden gegeven over de vergoedingen die al dan niet aan de orde zullen zijn.

In de verdere uitwerking van de scopingnota, richting voorontwerp GRUP, zal steeds meer en meer in kaart gebracht worden waar de leidingstraat precies zou komen te liggen en welke eigendommen getroffen zijn. In dat onderzoek zal men zoeken naar het tracé met de minst mogelijke impact, zowel voor natuur, landbouw als de mens. Dat is de logica zelve.

Dan zijn er vragen met betrekking tot beplantingen. De beplanting en het gebruik van de bovengrond boven de leidingstraat is inderdaad een belangrijke uitdaging. In de startnota zijn specifieke doelstellingen op dat vlak geformuleerd. In een latere fase zullen deze doelstellingen de basis vormen voor concrete ontwerp- en inrichtingsvoorstellen. Landschappelijk worden negatieve gevolgen voor de omgeving waar mogelijk vermeden. Hierbij worden de gevoelige gebieden zowel bekeken vanuit de bebouwde context als vanuit de open ruimte met bijvoorbeeld de Europees Habitatrichtlijn. Na de aanleg van een of meerdere leidingen in de leidingstraat zal er zo veel mogelijk worden gestreefd naar het herstel van de oorspronkelijke bodemtextuur en bovengronds landgebruik. Er wordt zo veel als mogelijk getracht om het bestaande bovengrondse ruimtegebruik, de geldende planologische bestemming en de bestaande eigendomsstructuur te behouden.

Het is echter onvermijdelijk dat het bovengrondse ruimtegebruik rekening moet houden met een aantal ruimtelijke randvoorwaarden. Dit betekent dat binnen de reservatiestrook van de leidingstraat enkel vormen van bouwvrij ruimtegebruik en tijdelijk/flexibel ruimtegebruik toegelaten kunnen worden. Concreet betekent dit dat er geen bebouwing of bepaalde beplantingen mogelijk zijn, maar wel bijvoorbeeld fietspaden, natuurinrichting en grondgebonden landbouw.

Ook waren er heel wat vragen die betrekking hebben op de impact op natuur. Dit is zeer terecht, vind ik, en er moet rekening gehouden worden met heel veel parameters. Voor natuurgebieden met een bijzondere bescherming en kwetsbaarheid is een passende beoordeling en een verscherpte natuurtoets voor het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) noodzakelijk. Dat zal gebeuren in het milieueffectenrapport. Om de effecten in te schatten zal geraamd worden welke oppervlakte aan waardevolle biotooptypes rechtstreeks dreigt aangetast te worden ten gevolge van de aanleg van een leiding. Voor de beoordeling van de overige effecten op biodiversiteit zal een kwetsbaarheidsbenadering gebeuren. Hierbij moet rekening gehouden worden met het feit dat bepaalde ecotopen verenigbaar zijn met een ondergrondse leiding en andere niet of veel minder.

Ik wil nu niet vooruitlopen op de resultaten van de milieubeoordeling maar die gaan uiteraard belangrijk zijn in de volgende stappen naar verdere keuzes. Dat spreekt voor zich.

Er was ook een vraag over de voorafgaande studies en beleidsvisies voor dit project. Sta mij toe dat ik daarvoor verwijs naar de startnota van de Vlaamse Regering, die is publiek. Ik stel voor dat jullie die allemaal raadplegen en goed lezen. Hierin staat ook op welke manier er tot alternatieven gekomen is. Het is zeer verhelderend.

Wat betreft het aspect ruimtebeslag wil de Vlaamse Regering het bijkomende ruimtebeslag stap voor stap terugdringen. De eventuele aanduiding van de ondergrondse leidingstraat staat niet haaks op de ambities van de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), integendeel. Een van de doelstellingen is net de bundeling van ondergrondse leidinginfrastructuur. Op die manier wordt vermeden dat deze stoffen – die zich perfect lenen voor vervoer via leidingen – via de weg getransporteerd moeten worden, zeker indien het over grote afstanden gaat. We kiezen dus, in lijn met de ambities, voor de transportwijze die vanuit duurzaamheid en ruimtebeslag veruit het beste scoort.

Zoals ik daarnet zei, heeft de Vlaamse Regering in dit plan doelstellingen ingeschreven op het vlak van de bovengrondse inrichting van de leidingstraat. De bestaande open ruimte kan op die manier gevrijwaard blijven na de aanleg van de leidingen. Er is nergens in het dossier sprake van bijkomende bedrijventerreinen in de zone rond de eventuele leidingstraat.  

Wat betreft de vragen over de breedte van de reserveringszone zijn in de voorafgaande verkennende studies de onderzoeken inderdaad eerst uitgegaan van een leidingstraat van 70 meter breedte. Na de opmaak van de verkennende onderzoeken bleek dat de impact van een leidingstraat van 70 meter al te groot was. We zijn op zoek gegaan naar oplossingen om de impact te verkleinen zonder de doelstelling, de reservatie van ruimte voor leidingen, in het gedrang te brengen. Een goede manier om de impact te reduceren is de breedte van de leidingstraat te versmallen van 70 meter naar 45 meter waardoor heel wat gronden gespaard konden worden.

Een plaatselijke versmalling van de leidingstraat is denkbaar als gebruik gemaakt wordt van andere aanlegtechnieken. Dat kan niet over de volledige lengte maar wel op specifieke plaatsen. In plaats van te kiezen voor de gebruikelijke aanleg in open sleuf kan er plaatselijk gekozen worden voor de bouw van een tunnel. Dit kan een geboorde diepe tunnel zijn, zoals bijvoorbeeld onder het Albertkanaal door. Ook een ondiepe of laag liggende tunnel is mogelijk. Een ondiepe of laag liggende tunnel kan ook gebruikt worden om de breedte van de leidingstraat plaatselijk te versmallen in de directe nabijheid van woningen. Er is van alles mogelijk. Daarvoor dient ook dit onderzoek.

Over het element van de getroffen woningen dat ook tijdens de inspraak vaak naar boven kwam, kan ik zeggen dat voor elk van de drie tracés is getracht om zo veel mogelijk woningen te sparen. Dat spreekt voor zich.

Momenteel liggen er in de te onderzoeken zone voor het noordelijke tracé beduidend minder woningen dan in het centrale en zuidelijke tracé. Het zuidelijke tracé sluit maximaal aan bij bestaande infrastructuren, maar hierdoor zijn in dat tracé bijvoorbeeld meer woningen mogelijks getroffen.

Met de voorgestelde tracés hebben we gezocht naar evenwaardige alternatieven. Het is daarbij van belang te weten dat de ontworpen tracés nog verder onderzocht worden op het niveau van percelen. Er zullen ook alternatieven komen, dat is de bedoeling van de huidige procedure. In een volgende fase zullen deze tracés dus diepgaand onderzocht worden om inzicht te krijgen in de milieu-impact en om op het niveau van percelen te evalueren of beperkte tracéaanpassingen noodzakelijk en mogelijk zijn. Op basis van onderzoek en technische haalbaarheid, kan een tracéaanpassing overwogen worden. Op basis van beide resultaten van bovenstaande, zal een knoop doorgehakt worden door de Vlaamse Regering.

Dan was er nog een vraag over omgevingsvergunningen en de timing. Het klopt inderdaad dat een ruimtelijk uitvoeringsplan de basis vormt voor het afleveren van omgevingsvergunningen. Dit is ook in essentie waarom we een RUP opmaken. Zoals blijkt is dit proces niet eenvoudig en zijn er veel bezorgdheden. Ik neem die allemaal heel serieus, dus ik ga me niet uitspreken over concrete timings. Een normale doorlooptijd van een planproces is zo’n twee jaar. Daarna zullen uiteraard vergunningen moeten worden aangevraagd indien men één of meer leidingen in die strook wenst aan te leggen.

Er was ook heel wat bezorgdheid rond de stoffen die door de pijpleidingen zullen gaan. De meeste vragen over de te vervoeren stoffen zijn ingegeven vanuit een zeer terechte bezorgdheid op dat vlak. Het veiligheidsaspect is strikt geregeld via federale wetgeving. Daar krijg je bijna geen speld tussen, wat ook zeer terecht is. De federale vervoersvergunning gaat in op de veiligheid, zoals de gebruikte materiaalkwaliteit, wanddiktes, tussenafstanden en andere technische parameters. Bij de concrete vergunningsaanvragen in latere fasen zal uiteraard wel concreet moeten worden aangeven over welke stoffen het gaat, en daarbij zullen de nodige veiligheidsaspecten in kaart moeten worden gebracht. Dat is de logica zelve. Het is allemaal strikt geregeld via federale wetgeving.

Collega’s, ik denk dat het goed is dat het debat de komende maanden en jaren gevoerd kan worden. Het dossier bleef wat zweven. Ik denk dat er een knoop moet worden doorgehakt in de ene of de andere richting, maar om dat te kunnen doen, moeten we het dossier natuurlijk eerst grondig laten onderzoeken. Ik denk dat ieder van jullie dat ook vindt, tenzij men zegt: ‘Daar moet je niet mee beginnen. Stop er maar mee.’ Ik vind, als je een knoop moet doorhakken, moet je alles weten, moet je alle tracés kennen en de voor- en nadelen ervan, moet je weten wat de hindernissen of de milieueffecten zijn. Ik vind dat zeer belangrijk voor elk dossier om knopen te kunnen doorhakken. Ik vind dat echt van belang.

Het lopende onderzoek moet leiden tot een concrete uitspraak over de impact van de leidingstraat. Op basis van dat onderzoek zal de Vlaamse Regering beschikken over de nodige informatie en inzichten om te kunnen beslissen of de impact aanvaardbaar is. Op dit moment kunnen we dat niet weten, want we hebben helaas die informatie niet. We moeten die procedure dus doorlopen.

De Vlaamse Regering kan uiteraard ook telkens tot inzicht komen om die procedure niet verder te zetten, maar dat is nu niet aan de orde. Andersom werken zou ook geen goed beleid zijn. Beslissen zonder voorafgaand onderzoek, dat lijkt mij geen goed idee. Ik vind het dus belangrijk dat we dit dossier, dat al sinds 2005 ergens rondzweeft, nu even bestuderen, zodat we op basis van alle mogelijke elementen een knoop kunnen doorhakken. Dat is voor mij het belangrijkste. Uiteraard neem ik alle bezorgdheden en bezwaren mee. Ik vind dat belangrijk. Dan zullen we zien waar het zal eindigen, maar het spreekt voor zich dat alles goed onderzocht moet worden. Daar begint een goed dossier mee. Als je met een project wilt verdergaan, moet je weten wat uit het openbaar onderzoek naar voren komt. En daar dient deze oefening voor. En ik zie dat er 3500 reacties zijn. Die gaan we allemaal goed onderzoeken om een volgende stap te kunnen zetten.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Minister, ik ken u als een heel fel en ook heel gedreven politica. U weet dat ik daarom enorm fan van u ben. Ik moet eerlijk zeggen dat mijn bezorgdheden, bezorgdheden die ik deel met heel wat mensen die door dit plan geïmpacteerd worden, nog niet helemaal weg zijn na uw antwoord. Ik zal u uitleggen waarom. Ik heb daar twee redenen voor.

Ten eerste begint u met te zeggen – heel fel – dat dit dossier al sinds 2005 in de koelkast zit, dat u het daaruit gaat halen en knopen gaat doorhakken. Het kan best zijn, minister, dat er al sinds 2005 plannen zijn, maar mensen met woningen op die tracés, mensen die er landbouwgebied of een bedrijf hebben, mensen die er open ruimte willen bezoeken, die weten dat niet sinds 2005, die weten dat pas sinds een aantal maanden, sommigen zelfs pas sinds een aantal weken. Hun wordt nu gevraagd door de overheid of er bezwaar is, op basis van heel gebrekkige informatie. Tot spijt van wie het benijdt, maar dit is China niet. Wij kunnen niet zomaar zeggen: ‘Kijk, we hebben hier wat plannen, we zijn al bezig sinds 2005, en nu mogen jullie er snel jullie gedacht over zeggen.’ Zo werkt het niet.

Ik heb het in mijn inleiding ook gezegd: duidelijkheid is echt enorm belangrijk, als u wilt slagen, minister, als u hier een project van wilt maken met daadkracht, in het belang van de economie, maar met respect voor alle effecten die het heeft op de open ruimte, op de natuur, op de vele mensen. Ik denk dat u dat aspect echt niet uit het oog mag verliezen. Dat u zegt dat het dringend tijd is om knopen door te hakken, omdat het al meer dan vijftien jaar aansleept, gaat daarom niet op. Voor die mensen is dit slechts het begin, dus ik hoop dat we daar echt gedegen werk van kunnen maken, om op al die bezorgheden rechtszekerheid te bieden, een goed antwoord op die openstaande bezorgdheden. Dat is de plicht van de overheid.

Dat brengt mij tot de tweede reden waarom mijn bezorgheden niet helemaal weg zijn. Ik weet dat sommige punten nog niet volledig uitgeklaard zijn en ik respecteer dat u over een aantal zaken nog geen volledige informatie kunt geven. Desalniettemin denk ik dat er op een aantal cruciale aspecten in deze fase ten minste iets meer duidelijkheid zou moeten zijn, en wel omdat er aan mensen en lokale overheden echt wel wordt gevraagd of ze voor of tegen zijn en of ze al dan niet een klacht hebben. 3500 bezwaren, dat gaat over enorm veel mensen: ondernemers, mensen die er wonen, mensen die willen genieten van de schaarse natuur die Vlaanderen nog heeft. Ik denk dat we in deze fase op een aantal cruciale punten niet al te vrijblijvend mogen zijn. En ik weet het: dit is een start, dit is een publieke raadpleging. Maar voor je het weet ga je naar volgende fases, zonder dat mensen een gedegen antwoord krijgen. Ik ga niet al mijn vragen herhalen, want op sommige vragen hebt u een legitieme poging gedaan om te antwoorden. Maar er zijn drie cruciale punten. En kunt u het vandaag niet, dan vraag ik u om op korte termijn een meer gedegen antwoord te geven.

Ten eerste, welke stoffen gaan er door die pijpleidingen? Dat is natuurlijk wel cruciaal om te weten wat het nut is, waar de gevaren liggen. Ik neem aan dat alles volgens de huidige regelgeving verloopt – dat zou er nog aan mankeren – maar waarvoor die leidingen gaan dienen, dat is toch het begin van elke raadpleging, van elke discussie? Zolang daar onduidelijkheid over blijft bestaan, komen de wildste indianenverhalen naar boven. Dus, welke stoffen gaan er door die pijpleidingen? Dat is cruciaal.

Ten tweede, hoe is men gekomen tot de drie tracés? Dat is voor mij heel onduidelijk. U verwijst naar de startnota, maar ik heb in die startnota niet gevonden waarom net die tracés het meest geschikt zouden zijn.

Ik verwijs nogmaals naar het feit dat volgens de Vlaamse regelgeving er normaal gebouwd moet worden langs kanalen en spoorwegen. Ik vraag me dus af waarom daarvan afgeweken is. Misschien ben ik niet slim genoeg – dat zou kunnen – maar ik vond dat niet terug in de startnota.

Ten derde, en dat is natuurlijk ook superbelangrijk: de open gebieden, de onteigeningen, industriegrond, woningen – hoe gaan we daarmee verder, om al die criteria tegen elkaar af te wegen? U zegt terecht dat er nog heel veel moet onderzocht worden, maar u zegt ook dat u knopen wilt doorhakken. De mensen moeten toch duidelijk weten hoe die knopen gaan doorgehakt worden, want zij willen weten waar ze aan toe zijn, en waaruit ze in een volgende fase eventueel nog hun rechten kunnen putten.

Ik denk dat duidelijkheid heel cruciaal is, minister. Voor alle duidelijkheid – dat is geen verwijt specifiek aan u – ik zou niet zomaar zeggen dat het al sinds 2006 is. Voor de mensen is het echt nog maar van dit jaar.

De heer Danen heeft het woord.

Dank u wel. Ik wil toch waarschuwen voor sluipende besluitvorming in dit dossier. Er zijn nog al zo’n dossiers geweest, waar ik – maar ook andere collega’s – de kat de bel aanbond. Dan werd in het begin gezegd: we zijn nog maar pas begonnen, we moeten nog veel onderzoeken, maak u maar geen zorgen, de soep wordt niet zo heet gegeten,… In sommige gevallen klopt dat natuurlijk ook wel, maar in andere gevallen wordt die soep nog veel heter gegeten, en wordt er gestart met iets kleins, en eindigen we met iets dramatisch. Ik zou willen voorkomen dat we ook hier zo gaan eindigen. Wat hier voorligt is voor ons als fractie volstrekt onaanvaardbaar, omdat er nog heel wat onduidelijkheden zijn. Collega Vande Reyde heeft er al naar verwezen: waarom is er niet naar gezocht om een pijplijn te trekken langs lijnelementen, zoals kanalen, snelwegen, spoorwegen? Misschien zijn daar goede redenen voor, maar ik ken ze niet, en ik heb ze niet gezien. Allicht is het duurder, moeten er meer veiligheidsvoorzieningen getroffen worden. Maar kostprijs mag geen reden zijn om de Antwerpse, een stukje Vlaams-Brabantse, en de Limburgse natuur te littekenen, lijkt me wel. 

Een ander element is ook: hoe nodig is het? U zegt wel dat het nodig is, en ik wil dat wel graag geloven, maar hoe nodig is het, en waarvoor is het nodig? Voor welke stoffen is dit nodig? Is het om de bestaande fossiele industrie nog te versterken? Gaan er effectief minder vrachtwagens zijn, of komt dit er nog bovenop? Dat is op dit moment allemaal heel erg onduidelijk. Is het mogelijk om bestaande pijpleidingen te recycleren? Er liggen nog wat pijpleidingen in onze Vlaamse grond. Dat is ook een vraag die we hebben, en waar geen antwoord op komt.

U kunt dus wel zeggen: ‘Dat moet allemaal nog onderzocht worden’, maar ik wil nogmaals waarschuwen voor sluipende besluitvorming: we beginnen met iets heel klein, en we eindigen met iets wat we echt niet willen. Wij vinden dus, als fractie, dat er eerst heel veel transparantie moet zijn rond een aantal vragen die we hebben. Er moeten een aantal antwoorden komen op vragen vooraleer het debat kan gevoerd worden. Eerst moeten een aantal dingen duidelijk zijn, voor je een debat kan voeren. U weet ook, minister, als je het debat begint te voeren, zit je al mee in het proces. Ik wil helemaal niet mee zitten in zo’n proces, waarin zoveel dingen onduidelijk zijn.

Dus ik zou u willen vragen om dit on hold te zetten, en om vervolgens te kijken, en een antwoord te zoeken op de vragen die er nu zijn. Vragen die niet alleen wij stellen, ook collega Vande Reyde, ook een aantal actiegroepen. Die vragen zijn eigenlijk samen te vatten tot een tiental belangrijke vragen. Daar moet eerst een antwoord op komen vooraleer we het debat, per definitie, kunnen starten.

De vraag is dus: wilt u dit on hold zetten, om op die vragen eerst een antwoord te zoeken – wellicht kunt u het nog niet geven, anders had u het al gedaan – en dan kunnen we misschien om de tafel gaan zitten om te zien of we het debat kunnen starten. Maar zoals het hier voorligt is het voor ons ‘No pasaran’. 

De heer Claes heeft het woord.

Dank u minister, voor uw zeer omstandig antwoord. Het is bijzonder positief dat u knopen wilt doorhakken in een dossier dat sinds 2005 hangende is. Dat is mooi voor een minister van een partij die sinds 2004 ook in de Vlaamse Regering zit. Daarvoor niets dan lof van ons.

Ik wil nog kort ingaan op iets positief dat u gezegd hebt, namelijk dat u het goed en nuttig vindt om zoveel mogelijk leidingen te combineren, samen te voegen. Dat is waar. Ik deel daarin uw mening. Ik wil u erop attent maken dat op Nederlands grondgebied – net boven de Vlaamse grens en trouwens vlak naast de Antwerpse haven – al een groot ondergronds leidingstratennetwerk ligt dat via de regio’s van Breda, Tilburg en Eindhoven de grens volgt, met een aftakking naar onder meer de petrochemieregio in Nederlands-Limburg.

Bovendien is de Nederlandse overheid van plan om ter hoogte van Eindhoven nog een korte rechtstreekse aftakking richting Geleen te voorzien. Zou het dan niet logisch zijn dat de petrochemie in de Antwerpse haven zou kunnen aansluiten op dit reeds bestaande Nederlandse leidingstratennetwerk? Zo kan de door de Vlaamse Regering en Europa beoogde clustering, met minimaal ruimtebeslagimpact voor zowel Vlaanderen als Nederland, gerealiseerd worden. Is er daarover reeds overleg gepleegd met de Nederlandse overheid, minister, over de mogelijkheid om vanuit de Antwerpse haven rechtstreeks aan te sluiten op het reeds bestaande Nederlandse ondergrondse leidingstratennet, als alternatief voor de huidige Vlaamse nieuwe leidingstratenplannen, die toch een aanzienlijke impact zullen hebben op onze open ruimte?

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Eerst en vooral, minister, u lijkt stilaan wel de minister van ‘uit het slop trekken van dossiers’ te worden. Dossiers in een schuif laten stof vergaren is gemakkelijk, maar het vergt moed om die dossiers eruit te halen en op te lossen. En ook hier bent u dat weer aan het doen. Bedankt voor de zeer uitgebreide toelichting. U kunt uiteraard geen voorafname doen op het dossier zelf. Collega’s die meer details vragen, zouden zich wat moeten verdiepen, denk ik, of wat meer inzichten krijgen in hoe zo’n procedures werken, want dat kan natuurlijk niet. Dat, voorafgaand.

Dan wil ik, ten eerste, natuurlijk zeggen dat ik veel begrip heb voor de bezorgdheden die veel burgers en lokale besturen hebben, en de vragen die ze zich stellen. Dat is ook logisch. Maar ik moet zeggen dat ik soms wat schrik van de tonaliteit van sommige collega’s, die spreken over de lusten van het grootkapitaal, van collega’s van Open Vld die waarschuwen – ik viel van mijn stoel – dat we hier China niet zijn, terwijl we in Vlaanderen een van de meest uitgebreide participatieregelgevingen en -trajecten hebben die je je kunt inbeelden. Dat vind ik dus toch wel een beetje vreemd. Maar goed, ik schrik van de tonaliteit van sommige collega’s, terwijl dit toch bij uitstek een duurzaamheidsproject is, en ook een modalshiftverhaal. En dit wil ik ook wel eens benadrukken: de industrie zelf, en de bedrijven zelf, en de havens zelf zijn meer dan ooit bezig met duurzaamheid. Ze willen groeien – evident –  maar ze beseffen dat groei enkel duurzaam kan zijn of niet zal zijn. Dat geldt niet enkel voor de productie zelf, maar uiteraard ook voor de manier waarop je die producten gaat vervoeren. De minister heeft het ook al aangeraakt: leidingen zijn veiliger, er is minder uitstoot, men vermijdt fileleed. Een getal dat hier nog niet is genoemd: de bestaande pijpleiding Antwerpen-Limburg-Luik haalt jaarlijks het volume van ongeveer 100.000 vrachtwagens van de baan. Dat is fantastisch. Ik noteer dat Groen de stopzetting van zo’n project vraagt. Ik vind dat persoonlijk, ook ideologisch, bijzonder vreemd. 

Maar het is goed dat er een uitgebreid participatietraject plaatsvindt om die ongerustheden die er zijn – waar ik alle begrip voor heb – en de verduidelijkingen die er komen, te onderzoeken en mee te nemen.

Ik heb een concrete vraag, minister, maar u hebt het ook al aangeraakt:

Wil u zeker de mogelijke optimalisaties meenemen en onderzoeken? U verwees zelf al naar technische verbeteringen die zouden kunnen plaatsvinden, bijvoorbeeld ondertunneling van stukjes van het traject. Maar ik wil vragen om optimalisaties te onderzoeken, zoals de mogelijkheid van stapeling van leidingen, en algemeen ook te gaan kijken naar een eventuele combinatie met al aangelegde stukjes leiding of eventueel ongebruikte stukjes leiding. Dat is nog een concrete bijkomende bekommernis. Maar laat ons het traject afwachten, het hele participatietraject doorlopen zoals dat voorzien is, en dan uiteraard met alle elementen die op tafel liggen – en ook alle vertrouwen in de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) die positief zou moeten zijn – een gedragen beslissing nemen. Alvast bedankt minister, voor uw antwoord.

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, het was inderdaad een lange repliek, maar als je het mij vraagt, zaten daar bijzonder weinig antwoorden in. Dat is ook een beetje het probleem van het openbaar onderzoek, en daar wordt trouwens ook op gewezen in het advies dat onder andere de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed (SARO) heeft uitgebracht. Er is een openbaar onderzoek gevoerd over tracés voor pijpleidingen, maar zonder er per se veel uitleg bij te geven waarvoor die pijpleidingen nu moeten dienen, in welk kader die nu moeten passen of waarvoor ze gebruikt worden. Dat wordt meermaals opgemerkt.

De Vlaamse Regering haalt een project uit de schuif dat in een globaler kader past, maar ze vergeet dat globaal kader uit te leggen. Bij mijn weten heeft de Vlaamse Regering ook een conceptnota havenstrategie in voorbereiding, waarin men naar die pijpleidingen verwijst. Maar die conceptnota is nog altijd niet goedgekeurd, laat staan dat die aan al die burgers is meegedeeld. Daardoor ontstaat een situatie waarbij in deze nota rond dit openbaar onderzoek gesproken wordt over pijpleidingen van nationaal belang en gewenste strategische reserves, zonder dat iemand ooit heeft uitgelegd wat die pijpleidingen van nationaal belang zouden zijn, en wat die gewenste strategische reserve zou zijn. Men praat over duurzaamheid en klimaatneutraliteit, maar tot nu toe is de enige concrete leiding …(onverstaanbaar)… een leiding die propaangas naar het Ruhrgebied brengt. Eerlijk gezegd, er is niets duurzaams aan het propageren van propaangas, letterlijk en figuurlijk. Dat betekent alleen maar dat men probeert om een bestaande vervuilende industrie gaande te houden. En dat is trouwens in strijd met het ontwerp van die conceptnota.

Men doet hier dus een aantal voorafnames in een openbaar onderzoek, waarbij men de mensen eigenlijk voor het lapje houdt, de helft van de informatie geeft, en daarnaast een soort van sluipende besluitvorming hanteert onder het mom van openbaar onderzoek. Ik vind dat bijzonder jammer, en ik zou in de eerste plaats graag hebben dat u duidelijkheid geeft. U zegt wel dat, als iemand tegen die leidingen is, hij dat moet zeggen. Wel, als die leidingen dienen om te evolueren naar een duurzame en klimaatneutrale industrie, dan is mijn partij bereid om daar een aantal inspanningen voor te vragen van de burgers. Maar als het is om bestaande vervuiling in stand te houden en de ellende nog wat langer te rekken, dan ben ik tegen. En dan is mijn partij er ook tegen. Maar daar moet u duidelijkheid over bieden, voor er een openbaar onderzoek komt. Anders houdt u de mensen voor het lapje.

Ik heb een paar heel concrete vragen waarover nergens in de nota iets van informatie staat. Wie gaat die projecten runnen en betalen als het ooit zover komt? Zijn de mensen in openbaar onderzoek over hun tuin bezig over leidingen die met hun belastinggeld zullen worden aangelegd, of zal iemand anders dat betalen? Ook daar is nergens duidelijkheid over.

Ten tweede wordt erop gewezen dat die verschillende pijpleidingen niet noodzakelijk allemaal samen zullen worden aangelegd. Betekent dit in de praktijk dat er een heel traject komt door Vlaanderen, van 45 meter breed, waarbij het best mogelijk is dat tientallen jaren aan een stuk, jaar na jaar, de grond opengelegd wordt, met alle ellende van dien? Legt men er dan even een nieuwe leiding bij als het even uitkomt? Dat betekent ook dat natuurherstel vrij utopisch wordt. Zolang men jaar na jaar de grond blijft openleggen komt er natuurlijk nooit herstel. Dat zijn twee concrete vragen die al een stuk zouden helpen om informatie te krijgen.

Ten derde: alstublieft, minister en Vlaamse Regering, leg uit in welk kader dit echt past, en wat we hier echt mee gaan doen en wat de echte randvoorwaarden zullen zijn. Anders kan niemand echt oordelen of die leidingen al dan niet nuttig en wenselijk zijn, behalve diegenen die achter de gordijnen al hebben beslist wat het zal worden, maar het liever niet zeggen aan de bevolking.

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, bedankt voor dat zeer uitgebreide antwoord. Ik heb daar toch ook een aantal vragen bij. Minister, u verwijst naar de Groene Delle, en u zegt dat we vooruit moeten gaan en knopen moeten doorhakken. Maar dit doet mij inderdaad ook heel erg denken aan het dossier van de Groene Delle, waarover we in de commissie nog heel wat discussies hebben gehad. Het moest nu eindelijk vooruitgaan, maar dan wel met de verkaveling ervan, niet met de bescherming. Het was pas achteraf dat u daarop bent moeten terugkomen, onder druk van de mensen uit de buurt, die u hebben doen inzien dat het effectief geen goed idee was om dat natuurgebied te betonneren.

Hier heb ik toch een beetje hetzelfde gevoel: u wilt knopen doorhakken, u wilt vooruit. Dat is een heel goede zaak. Maar ik heb een beetje dezelfde bezorgdheid als mijnheer Tobback: wat is het doel eigenlijk? Wat is het doel van dit project, en in welke visie past dit? En dat ontbreekt voor mij. Ik vind dat niet terug in de startnota en ik vind het niet terug in uw uitleg van daarnet. Wat is het doel en wat is de visie waarin het past?

Ik heb daar een aantal vragen bij. Een aantal daarvan zijn al gesteld maar ik wil ze toch mee onderstrepen. De eerste vraag is op wiens vraag deze doorbraak er nu komt. Ik hoorde hier al de Europese Commissie, ik hoor havenpatroons, er wordt van alles gezegd. Maar op basis van welke vraag is er beslist om dat dossier nu uit de schuif te halen en vooruit te gaan?

Ten tweede, wat gaat er door die leidingen lopen? Dat is toch essentieel? U zegt dat we dat nog wel zien als de aanvragen binnenkomen, maar dat is net essentieel om te beslissen over dit project. Dat heeft inderdaad weinig met veiligheid op zich te maken. Veiligheid is belangrijk, maar het gaat over wat onze visie is. In de startnota kan ik daar ook niets over lezen. Het enige wat ik daarin lees is dat er een verzadiging is van de huidige pijplijnen tussen de haven van Antwerpen en het Ruhrgebied. Maar als ik mij niet vergis, zijn dat pijpleidingen voor nafta, ethyleen, aardolie en diesel. Die zijn verzadigd, en men wil extra leidingen aanleggen. Is dat dan om extra nafta, ethyleen, aardolie en diesel tussen het Ruhrgebied en de Antwerpse haven te verschepen? Want dat heeft natuurlijk weinig met duurzaamheid te maken. Er wordt heel vaak gesproken over waterstof en CO2, maar daar lees ik eigenlijk heel weinig concreets over.

En dan ben ik het helemaal eens met collega Tobback: als het gaat over waterstof, over CO2, over die nieuwe stromen voor een duurzame economie, dan valt dit te overwegen, ook als dat een grote impact heeft. Maar als dat gaat over het creëren van een lock-in voor fossiele technologie, dan is dat een heel ander verhaal. Die kwestie – waarvoor worden die leidingen aangelegd? – lijkt mij essentieel, ook gelet op wat mevrouw De Ridder daarnet zei over de modal shift. Als het gaat over het oplossen van de verzadiging van de huidige pijpleiding, dan spreken we over het uitbreiden van productiecapaciteit met fossiele brandstof, en dan is er helemaal geen sprake van een modal shift. Dan komen er geen extra vrachtwagens bij, maar is er ook geen sprake van het weghalen van vrachtwagens. Dat zijn toch heel belangrijke vragen om te kunnen afwegen of we effectief vooruit kunnen, en of we hier effectief de knoop willen doorhakken om daarmee verder te gaan. Mijn eerste twee vragen zijn dus op vraag van wie dat komt, en wat er doorheen moet stromen.

Ten derde: welke alternatieven zijn er onderzocht? Mevrouw De Ridder heeft het al voor een stuk aangehaald. Ook daarover vind ik weinig terug in de startnota. Er is wel heel uitgebreid geschetst hoe men tot die drie tracés is gekomen, maar wat met de ombouw van bestaande leidingen? Ik heb er daarnet een paar genoemd. Dat zijn allemaal zaken die eigenlijk uitgefaseerd moeten worden tegen pakweg 2030, 2040 of 2050. Zijn de pistes onderzocht om die leidingen om te bouwen? Dat is wat men in Nederland aan het doen is met het hele aardgasnetwerk dat van Groningen naar de rest van Nederland gaat: men bouwt dat om voor waterstof. Kijkt men daarnaar?

Ten tweede: wat met het leggen van extra leidingen op locaties waar nu al leidingen liggen? Want er zijn al pijpleidingen die van de Antwerpse haven naar het Ruhrgebied gaan. Ik ben zeker niet slimmer dan collega Vande Reyde, want ik vind dat hij heel intelligente vragen heeft gesteld. Maar is het dan niet efficiënter om daar leidingen bij te leggen? Want je zit dan met een brede strook die daar al ligt. Je moet dan niet een volledig nieuwe strook voorzien. Kunnen we dat niet via dat Nederlands netwerk proberen? Mij is niet duidelijk of die zaken onderzocht zijn.

Ik kom tot mijn laatste vraag. Die gaat, net zoals bij collega Tobback, ook over de kosten, maar ze gaat net iets verder. Je hebt de aanleg en het onderhoud van de pijpleidingen. Wie gaat dat betalen? Ergens ga ik ervan uit dat dat gebeurt door de bedrijven die ze gebruiken, zoals dat nu ook zo is voor het waterstofnetwerk. Maar er is ook het hele proces dat nu loopt: het opstellen, en de planschade van het GRUP, als dat erdoor zou komen. Wie gaat dat betalen? Zijn wij dat of zijn dat de toekomstige eigenaars of gebruikers van die pijpleidingen? Ik neem aan dat die leidingstraat moet worden voorbereid: er zijn de onteigeningen – dat zit in de planschade – maar ook de voorbereiding, zowel praktisch als fysiek: het rooien van bossen, het vrijmaken van huizen en bebouwing. Wie gaat dat betalen? Betalen wij dat, of zijn dat de toekomstige gebruikers van die pijpleidingen? Ten slotte is er de vraag van collega Tobback rond aanleg en onderhoud.

Dat zijn vier heel concrete vragen die echt beantwoord moeten worden, om te weten over welke visie het gaat, wat het doel is. Dan kunnen we inderdaad een debat hebben: willen we dat of willen we dat niet? Maar op dit moment kunnen we dat debat jammer genoeg nog niet voeren.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Minister, bedankt voor al uw antwoorden. Maar ik sluit mij aan bij de opmerkingen van heel veel collega’s. Op basis van deze informatie lijkt het alsof we een lock-in voor de fossiele industrie aan het organiseren zijn ten koste van heel veel dingen, en dat kunnen wij absoluut niet aanvaarden. Zolang we daar geen antwoord op hebben, kunnen we dit project absoluut niet mee verdedigen.

Ik begreep van u dat dit dossier al sinds 2005 in de stijgers staat, in opbouw is. Het is dus vijftien jaar geleden dat men met dit dossier begon. Dan waren er ook wel andere voorwaarden, andere milieuomstandigheden. We zijn vijftien jaar later, en de biodiversiteitscrisis is alleen maar erger geworden. De toestand van de natuur is erger geworden, zeker in Vlaanderen, dat weet u heel goed. De drie tracés die worden voorgesteld gaan allemaal door een aantal van onze natuurparels, door hoogwaardige natuurgebieden. Ik som er een aantal op: Nationaal Park Hoge Kempen, De Zegge, de Demervallei. De impact van deze tracés op de natuur is immens.

U investeert ettelijke miljoenen om natuur te herstellen en uit te breiden. Ik vind dat bijzonder belangrijk. U wilt de geschiedenis ingaan als de groenste minister ooit. Wel, de groenste minister ooit die start met het behoud van de natuur. Ik wil u oproepen om dit proces met de nodige omzichtigheid te bekijken, en dat mee in rekening te brengen. Men gaat uit van aannames van vijftien jaar geleden, maar nu worden beslissingen in de steigers gezet die heel veel natuur vernietigen. Daar kunnen wij ons absoluut niet in vinden, temeer omdat we op dit moment totaal niet begrijpen wat de doelstelling is van deze investering.

Ik heb – naast de vraag over wie dit gaat betalen – nog een vraag over de totale kostprijs. De eerste vraag is een gevolg van de tweede. Ik heb het over de kosten voor de planning, de compensaties, de aanleg en het onderhoud van de leidingen. Is er al zicht op de totale kostprijs?

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik vind het een beetje sneu dat u stelt dat u het dossier van onder het stof hebt gehaald en dat u eindelijk eens knopen wilt gaan doorhakken. Ik vind het sneu omdat er, als het al stof zou vergaard hebben, daar wel misschien een reden voor is. In de infomomenten heb ik gehoord dat er regelmatig studies, onderzoeken en stappen zijn gezet. Misschien heeft men getracht om een antwoord te geven op vragen die gesteld zijn in het verleden. Als het effectief stof zou vergaard hebben, ga ik ervan uit dat u het voor u het naar de regering bracht, grondig hebt bekeken, geactualiseerd en geoptimaliseerd hebt naar uw normen en waarden, en dat u volledig achter het dossier zou staan om het dan in openbaar onderzoek te brengen en te verdedigen voor de regering. Als het effectief stof zou vergaard hebben vanaf 2005, hoop ik dat die optimalisatie op zijn minst gebeurd is. 2021 is natuurlijk niet 2005.

Nu er lijntjes worden getrokken op een kaart zien de mensen wat het plan precies doet en welke impact het heeft. We kunnen niet ontkennen dat er grote bezorgdheid is en het een grote impact heeft op de omgeving. We kunnen dat niet zomaar opzijschuiven. Er komen heel wat vragen naar voren. De diverse vragen die hier gesteld zijn, hoor ik ook op het terrein. Zeer terecht dat daar antwoorden op komen. Ook al zouden ze er misschien ergens zijn, dan zijn ze onvoldoende duidelijk voor iedereen. Het is belangrijk in zo’n traject dat we zo spoedig mogelijk duidelijkheid geven, onder andere over de noodzakelijkheid.

U gaf aan dat u ervan uitgaat dat iedereen overtuigd is van de noodzaak van die leidingen. De mogelijkheden van ondergrondse leidingen inzake duurzaamheid worden door iedereen erkend. We hebben al heel wat leidingen in Vlaanderen, dat is de techniek waar we mee werken. Op het terrein, ook vanuit de chemische sector zelf, heb ik toch wel wat vragen gekregen rond de omvang en wijdte van dit project. Zeven leidingen in de toekomst in een dergelijk brede straat die dan nog – op een heel traditionele manier – horizontaal door het landschap wordt aangelegd, roept vragen op. In die zin is het belangrijk om klaarheid te brengen, ook over het transport van sommige stoffen.

De vraag komt vaak naar voren waarom de huidige transportleidingen niet meer voldoen. Het antwoord van de studie luidt dat die volzet zijn. Wat gaan die oude leidingen betekenen binnen een langetermijnvisie? Zo’n sector moet toch een langetermijnvisie hebben? Is recuperatie mogelijk? Is er geen speelruimte in de hoogte om die extra capaciteit te voorzien? Het is zeer terecht om deze vragen te stellen. U moet daar antwoord op kunnen bieden. Kunnen de bestaande infrastructuren geoptimaliseerd en/of herbruikt worden?

Minister, als alle bezwaren binnen zijn, gaan ze beantwoord worden. Er moet nog een maatschappelijke kosten-batenanalyse volgen. Dat is toch de eerstvolgende stap? Wanneer mogen we die kosten-batenanalyse verwachten? Ik ga ervan uit dat dit toch voor een ontwerp-RUP gebeurt. Hoe wordt hierover gecommuniceerd? Is er een openbare communicatie en/of terugkoppeling over?

In een later onderzoek zou dan bekeken worden welke percelen getroffen worden. Dat vind ik een beetje bizar. Om een kosten-batenanalyse te kunnen maken, zou de impact op het gebied, de percelen en eigendommen, toch gekend moeten zijn?

De heer Ceyssens heeft het woord.

Het blijft me verbazen dat de vraag die ik op 16 maart stelde en waar de heer Pieters, mevrouw Rombouts en mevrouw De Coninck bij aansloten, nu ineens een vraag is waar de hele commissie mee bezig is, zonder dat er nieuwe elementen zijn in het dossier. Dat is natuurlijk waar ik wel belangstellend naar uitkijk.

Er is inderdaad vooronderzoek geweest. Tot 30 april kon men reacties binnenbrengen. Na de volgende stap gaan we zicht hebben op al die reacties samen. Uiteraard zijn er heel wat bezorgde vragen van burgers. Het is onze taak om mee te kijken naar antwoorden. Dat is een kwestie van participatie. Van 2005 tot nu zijn er vooral onderzoeken gebeurd. Ofwel zetten we in een vroeg stadium participatie op, maar dat betekent dat nog heel veel vragen onbeantwoord zijn. Ofwel komen we met een kant en klaar dossier met veel antwoorden maar weinig betrokkenheid van de burger.

Als we eerlijk zijn, gaan we met het vooronderzoek naar de burger terwijl er nog mogelijkheden zijn om bij te sturen. Daar leven heel veel openstaande vragen, het is onze taak om daar antwoorden op te geven.

Ik denk niet, collega Vande Reyde, dat de lokale besturen zich voor of tegen moeten uitspreken. We moeten het kind niet met het badwater weggooien. Het is belangrijk dat er op genuanceerde manier bepaalde bezorgdheden onder de aandacht worden gebracht, gemeente per gemeente. Zo kunnen daar antwoorden op worden geformuleerd.

Voor de volledigheid zal ik mijn vraag van 16 maart nog eens onder de aandacht brengen. Minister, u sprak toen over 70 naar 45 meter. Op sommige stukken kan dat zelfs versmald worden. U zou dat nog laten weten, misschien heb ik het gemist, kunt u daar nog iets meer over zeggen?

De compensatie zal een hele brede zijn, in de vorm van onteigening als het over woningen gaat. Het zal gaan over een gebruikersbeperking als het over landbouwgebied gaat. Het zal gaan over compensatie voor bouwpercelen als er geen achterbouw meer gezet kan worden die daar vroeger wel gezet kon worden. Dat lijkt me heel belangrijk in dit proces.

Minister, wat is de verdere timing in dit dossier?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Op veel van jullie vragen moet er nog een antwoord komen. Ik neem ze allemaal mee.

Het antwoord op de vraag naar het waarom ligt bij de chemiesector. Op 15 december 2018 heeft de Vlaamse Regering de trilaterale chemiestrategie voor een toekomstgerichte chemie goedgekeurd samen met de overheden van Nederland en het Duitse Nordrhein-Westfalen.

De basisgedachte hierbij was het zoeken naar synergie en ook het verbinden van de drie grote chemische clusters, in Antwerpen, Rotterdam en het Ruhrgebied, om zo te komen tot één grote West-Europese cluster. We hebben vanuit Vlaanderen ook gezegd dat we daaraan willen deelnemen, omdat we in Vlaanderen met de haven van Antwerpen een heel grote chemische cluster hebben. Dat is de redenering daarachter. We geloven ook dat dat de positie van de Vlaamse havens zal versterken. Het is natuurlijk ook een sterk verhaal, gericht op het energievraagstuk en de energietransitie, gaande van CO2 tot waterstof. Een derde luik is de verknoping van de infrastructuur, de innovatie in de chemie en het duurzaamheidsaspect van het project.

Er zijn ook wat vragen gesteld over de bestaande leidingen enzovoort. Uit de eerste bevraging bij het departement blijkt dat alle bestaande leidingen op dit moment gebruikt worden en dat er dus geen sprake is van onderbenutting. Maar ook dat is iets wat we verder meenemen, voor alle duidelijkheid. Er zijn ook heel wat vragen gesteld vanuit de bevolking, heel terechte vragen, en daarom hebben we er ook voor gekozen om al in een heel vroeg stadium participatie mogelijk te maken. Ik hoor van collega Vande Reyde dat er te weinig informatie is, maar het Departement Omgeving heeft een tiental infosessies georganiseerd. Er zijn ook individuele gesprekken aangeknoopt, met als doel heel wat vragen te beantwoorden.

Ik begrijp wel dat er op heel wat vragen nog antwoorden moeten komen. Ik verwacht die verwerking en het antwoord eerstdaags, ook op die 3500 reacties die er nu zijn. De bedoeling is om het verslag van de publieke raadpleging over een aantal weken op de website van het Departement Omgeving te plaatsen, samen met een toelichting over de verdere aanpak van het dossier.

Collega Rombouts heeft ook verwezen naar de maatschappelijke kosten-batenanalyse. Uiteraard gaan we dat doen voor het voorontwerp, voor de verschillende tracés. Ik denk dat dat ook belangrijk is, om alles naast elkaar te kunnen leggen. Er komt ook nog een natuuronderzoek, wat eveneens voor zich spreekt. En op basis van al die elementen gaan we kijken wat we gaan doen.

Ik vind dat we nog te weinig hebben en dat we weer om de tafel moeten gaan zitten met de chemiesector – de vraag komt vanuit die sector – en met de drie landen die hebben gezegd een sterke West-Europese cluster te willen vormen. Ik wil dat niet overhoop gooien, maar ik ga met iedereen om de tafel zitten om verder te kijken naar wat men wil doen, naar de strategie en naar de verdere stappen.

Ik heb de startnota met de regering besproken. Men vond het goed dat we in een zo vroeg mogelijk stadium gingen informeren. Ik begrijp ook dat er nog heel wat vragen zijn, en dat zijn vragen waar we nog een antwoord op moeten krijgen. Komt dat antwoord niet naar boven naar aanleiding van alle onderzoeken die we nu moeten voeren, dan denk ik dat dat ook niet goed is. Als je ergens voor gaat, als je alles bijeen hebt – de kosten en de baten, het natuuronderzoek –, als je weet wat er moet gebeuren, dan moet je ook de antwoorden hebben naar de bevolking toe. Op dit moment zijn er heel wat openstaande vragen en die gaan we eerstdaags proberen te beantwoorden. Daarna zal ik terugkoppelen naar de sector en zal ik teruggaan naar de regering.

Het is nog te vroeg om al te spreken over compensaties. Daar wil ik niet op vooruitlopen. Laat ons de reacties die er zijn, ook die van de openbare besturen – ik vind dat ook heel belangrijk – verder bekijken. Ik besef dat dit een heel moeilijk dossier is, net zoals Ventilus bijvoorbeeld, in het kader van de energietransitie. Heel wat collega’s ter linkerzijde vinden dat een fantastisch verhaal, die windmolens op zee, maar ook dat zit vast, en dat heeft ook te maken met de impact op woningen enzovoort. Dit is ook zo’n dossier, een moeilijk en complex dossier. Er zijn terechte vragen gesteld en ik zal proberen om daar op een goede manier antwoorden op te zoeken. Met alle elementen ter zake gaan we dan kijken welke stappen we verder moeten zetten in dit dossier. Maar dit is een veel te vroeg stadium. We hebben nog niet alle elementen. Ook uit die MKBA en uit het natuuronderzoek zal veel naar voren komen. De doelstelling op zich is mooi: die West-Europese cluster, energietransitie, duurzaamheid. Dat zijn allemaal mooie doelstellingen, waar we allemaal achter staan, maar om het in de praktijk om te zetten moeten we al die analyses en onderzoeken een kans geven.

Eerstdaags komt er een antwoord op de vragen die uit de publieke bevraging naar voren zijn gekomen. Daarna gaat het terug naar de regering voor de volgende stap.

Ik hoor sommige collega’s ook zeggen dat die haven ook wel zeer vervuilend is, maar laten we niet vergeten dat er heel wat inspanningen zijn geleverd, ook door de chemische sector, in het kader van duurzaamheid en innovatie. Ik zou niet willen dat – en daar is de linkerkant heel goed in – er niets goed is, want dat klopt ook niet.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Ik zal het kort houden.

Minister, ik ben zeer tevreden met uw laatste antwoord, omdat daar toch wel heel hard uit blijkt dat u de bezorgdheden van de mensen die geïmpacteerd zijn en ook de bezorgdheden uit dit debat, meeneemt.

En collega’s, los van de enkele politieke oprispingen, vond ik dit een zeer goed debat. De verschillende kanten van dit dossier werden goed belicht. Langs de ene kant is er de duurzaamheid, het economische potentieel en, mevrouw De Ridder, het belang van de haven – we weten uiteraard dat de haven belangrijk is. Langs de andere kant zijn er de bezorgdheden van de vele mensen die van ver of van dichtbij met deze drie mogelijke tracés te maken hebben.

Ik voel dat we een grote consensus delen, los van enkele extremiteiten die hier aan bod kwamen, maar ook dat we eigenlijk draagvlak moeten creëren. Dat is het sleutelwoord. Als overheid moet je soms keuzes maken die niet iedereen tevreden stellen. Dat moet je als lokale overheid doen, als Vlaamse overheid ook. Maar echt belangrijk daarbij is dat we niet blind zijn voor de vele bezorgheden en onbeantwoorde vragen die er nog zijn.

Ik ben heel blij dat u dat gaat meenemen, minister, en dat u niet gaat wachten tot we in de fase van de GRUP of pre-GRUP of wat dan ook komen. U gaat daar nu werk van maken. U gaat terugkoppelen naar de chemische sector over de scope van de pijpleidingen. Dat vind ik ook zeer goed. Ik denk dat we uit dit debat toch wel nuttige dingen kunnen halen om die vragen te beantwoorden.

Dat is het voornaamste. We moeten als overheid mensen in de ogen durven kijken en zeggen: ‘Dit is het. Hier gaat het om.’, en er geen omwegen rond maken.

De heer Danen heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw antwoord, en collega’s voor uw tussenkomsten. Ik denk dat het inderdaad een heel goed en degelijk debat was. Ik heb eigenlijk weinig extremiteiten gehoord. Maar ik heb wel naar u geluisterd, minister.

U zegt onder andere dat het een heel gevoelig dossier is. Ik denk dat we het daar allemaal over eens zijn. Net daarom moet het met de grootste omzichtigheid behandeld worden, en moet op de vragen die gesteld zijn – door mij en door de collega’s –  eerst een antwoord komen vooraleer we kunnen doorgaan met het project. Zoals het nu voorligt, met al die onduidelijkheden, zou ik u willen vragen om het on hold te zetten, om er nu niet mee verder te doen, om het nog eventjes in die diepvries te laten zitten.

Ik heb ook gehoord dat u zegt dat u de bezwaren van de mensen heel erg au sérieux neemt – ik hoop dat u ook onze vragen en bezwaren au sérieux neemt – en als u dat echt meent, dan denk ik dat dit project, zoals het nu voorligt, er niet zal komen, maar misschien wel iets anders, en we zijn graag bereid om daar als fractie samen met u over na te denken, en ook met andere collega’s. Dat er iets moet gebeuren, dat is wel duidelijk, maar zoals dit nu voorligt, dat kan voor ons helemaal niet.

De heer Claes heeft het woord.

Dank u minister, voor uw antwoord. Ik denk niet dat ik een antwoord heb gekregen op al mijn vragen. Het alternatief tracé was misschien iets te technisch voor nu. We zullen ook wel kijken naar wat er uit de scopingnota komt, die zullen we hier ongetwijfeld ook wel bespreken. Collega’s, we zijn nu exact anderhalf uur bezig over dit thema. Het leeft, dat is duidelijk. Misschien – maar dat is eerder iets voor de regeling der werkzaamheden, voorzitter – moeten we hier in de toekomst ook wel een hoorzitting over organiseren, met zowel specialisten uit de petrochemie, maar ook vertegenwoordigers van eventueel steden en gemeenten die getroffen worden, alsook eigenaars die getroffen worden, en uiteraard de natuurverenigingen.   

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.