U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Minister, de Europese Unie heeft recent palmolie als niet duurzaam gelabeld. Daarmee komt ook biodiesel in het vizier. Palmolie en soja zijn daarbij twee veelgebruikte producten. Palmolie wordt nu dan wel als niet duurzaam gezien, maar ook soja gebruiken als biodiesel is alles behalve goed voor het klimaat. Een studie die eind 2020 werd gepubliceerd in opdracht van Transport & Environment stelde dat biodiesel met soja dubbel zo schadelijk is voor het klimaat als een fossiele brandstof.

De Europese Commissie heeft besloten dat tussen 2023 en 2030 palmdiesel zal worden uitgefaseerd, maar nu blijkt dat soja dus allerminst een oplossing is. Vorige week konden we lezen dat federaal minister van Leefmilieu en Klimaat Zakia Khattabi de duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen aanscherpt. Die op basis van soja en palmolie worden in de transportsector verbannen vanaf midden 2022. Op basis van de wet betreffende de productnormen zullen de biobrandstoffen op basis van palmolie niet meer worden toegelaten op de Belgische markt – zoals dat al het geval is in Denemarken, Frankrijk en Nederland – en in de transportsector vanaf midden 2022. Vanaf 2023 wordt soja verboden als grondstof voor biobrandstoffen voor transport. De producenten van biodiesel zullen zich moeten bevoorraden met andere grondstoffen en evolueren naar biobrandstoffen van andere generaties.

De vraag die meer en meer rijst, is hoe dit nu samen spoort met de doelstelling van Vlaanderen om het percentage biodiesel van 8,4 procent in 2020 op te drijven tot 14 procent in 2030. Dat was al het maximum dat Europa momenteel toestaat. En voor de helft daarvan werd nog gerekend op de eerste generatie biodiesel, afkomstig van producten als palmolie en soja. Nu opnieuw blijkt dat die vorm van biodiesel juist slechter is voor het klimaat dan de fossiele brandstof die we willen vervangen, is de vraag of dit maximale gebruik van biobrandstof wel thuishoort in een Klimaat- en Energieplan dat de klimaatverandering moet tegengaan.

Minister, hoe staat u tegenover biodiesel als duurzame brandstof? Hoe verantwoordt u het gebruik van biodiesel van de eerste generatie als duurzame brandstof? Bent u bereid om het groeitraject van biodiesel van 8 naar 14 procent bij te stellen en in te zetten op echt klimaatvriendelijke oplossingen?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega, wij hebben in het kader van het Nationaal Energie- en Klimaatplan bijmengdoelstellingen opgenomen. Dat zijn federale engagementen, voor alle duidelijkheid. Zoals u aangeeft, heeft minister Khattabi, vanwege bezorgdheden inzake duurzaamheid, besloten om biobrandstoffen op basis van palmolie niet meer toe te laten vanaf midden 2022 en op basis van soja vanaf begin 2023. De bijmengdoelstellingen blijven wel behouden, maar de producenten van transportbrandstoffen zullen dus andere biobrandstoffen moeten bijmengen, bijvoorbeeld op basis van koolzaadolie.

Duurzaamheid is natuurlijk een belangrijk aspect. Ik ben ook wel van mening dat er op dit vlak een veel betere geharmoniseerde aanpak zou moeten komen op Europees niveau, die duurzamer en kostenefficiënter is dan het nemen van nationale maatregelen. Maar dat is een Europees verhaal.

Het federale engagement inzake bijmenging van biobrandstoffen draagt natuurlijk wel bij tot de gewestelijke doelstellingen inzake hernieuwbare energie en broeikasgassen. We hebben daar heel lang over gediscussieerd toen het nationale plan werd opgesteld. Indien het vooropgestelde bijmengtraject niet wordt behaald, verwacht ik wel dat de federale overheid alternatieve maatregelen zal uitvoeren om eenzelfde emissiereductie en bijdrage aan de doelstelling voor hernieuwbare energie te bereiken. De federale overheid heeft zich daartoe ook geëngageerd in het Nationale Klimaat- en Energieplan. Ik reken erop dat ze dat zullen doen. En ik kijk uit naar de alternatieve maatregelen.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Bedankt, minister. U maakt er zich natuurlijk heel gemakkelijk van af door te verwijzen naar de federale overheid. U zult natuurlijk ook mee moeten zoeken naar oplossingen hiervoor. Het illustreert eigenlijk dat hier veel te sterk ingezet is op die biobrandstoffen als een soort oplossing, precies omdat men aanvoelt dat men de alternatieve energievoorziening niet haalt vanuit wind- en zonne-energie en andere. Ik denk dat we hier toch wel op een probleem afstevenen. Ik nodig u uit om mee te zoeken naar een andere aanpak. Ik denk dat dit een beetje een doodlopend spoor is.

Zoals ik gezegd heb, gaat het huidige plan uit van de helft van die eerste generatie biobrandstof, waarvan we ondertussen weten dat we die eigenlijk beter niet gebruiken en waarvan Europa ook de uitfasering voorziet. We moeten dus samen zoeken naar oplossingen. Ik blijf natuurlijk bij mijn vraag of u bereid bent om die doelstelling te verlagen en daarover in overleg te gaan met de federale overheid, en om vanuit Vlaanderen te zien hoe we op een andere manier onze doelstellingen inzake alternatieve en duurzame energie kunnen halen.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Collega Steenwegen, tenzij ik iets mis, dacht ik dat minister Khattabi tot jullie Groen-Ecolo-fractie behoort, niet tot onze fractie. Ik kan natuurlijk altijd verkeerd zijn. Het is nog altijd het federale niveau, of we het nu graag hebben of niet, dat de productspecificaties vastlegt. Als uw partijgenoot en cours de route zegt de regels te veranderen, moet u niet staan wijzen naar minister Demir en zeggen dat ze maar nieuwe maatregelen en nieuwe biobrandstoffen moet vinden. Sorry, maar dat is nu wel echt de omgekeerde wereld. Ik maak me daar echt boos over. Wij moeten ons aanpassen aan het federale niveau! Zij leggen de productspecificaties vast! Los het dan ook op op federaal niveau!

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik begrijp natuurlijk de boosheid van collega Gryffroy. We hebben hier lang over onderhandeld. Het is een federale bevoegdheid, collega Steenwegen. Als de bevoegde minister nu opeens zegt dat ze andere inzichten heeft en dat ze het op een andere manier gaat doen, moet zij ook met alternatieven komen, niet wij. Het wordt ook wel tijd, vind ik, dat minister Khattabi ook met voorstellen komt in plaats van alles gewoon te wijzigen. Dat zijn zaken waar we allemaal op gerekend hebben en die ook in onze plannen zitten. Zij heeft daar nu allemaal andere inzichten over. Dat engagement van alternatieve maatregelen zijn we destijds ook overeengekomen. Ik kijk ernaar uit. Ik zal elke alternatieve maatregel van de federale collega’s, die hun eigen zaken nu op een andere manier willen doen, met een frisse blik bekijken, zoals ik dat met alle voorstellen doe.

De heer Steenwegen heeft het woord.

De bottomline in het klimaat is toch dat we moeten proberen om samen naar oplossingen te zoeken. Als we vaststellen, minister, dat die biobrandstoffen van de eerste generatie eigenlijk slechter zijn voor het klimaat dan de fossiele brandstoffen, moeten we ook onze doelstellingen en de manier waarop we die willen bereiken, aanpassen. Ik nodig u nogmaals uit – en ik hoop daar ook op – om in goede samenwerking oplossingen proberen te vinden voor die zaken, in plaats van naar elkaar te wijzen. Dat lost eigenlijk niets op. We staan samen voor een enorme uitdaging. Ik denk dat we het allemaal eens zijn dat die biobrandstoffen van de eerste generatie ons niet vooruit zullen helpen. Dan is het in het belang van iedereen dat we ook naar alternatieven zoeken. Ik denk dat Vlaanderen erop aangedrongen heeft om dat hoge gehalte aan biobrandstoffen in te schrijven, omdat men goed weet dat men anders de doelstellingen inzake alternatieve energie niet zou halen. Ik denk dat het ook de verantwoordelijkheid is van Vlaanderen om, als die percentages niet vanuit de eerste generatie gehaald zullen worden, ervoor te zorgen dat men dan extra inspanningen zal doen om op een andere manier de doelstellingen inzake duurzame energie, die deze Vlaamse Regering tot nu toe spijtig genoeg bijlange niet haalt, te bereiken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.