U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Mijnheer Vande Reyde, ik zie dat u bevroren bent. Ik hoop dat u ons hoort.

Mijn excuses maar het ligt dus wel degelijk aan mijn internetverbinding. Ik moest dinsdag drie commissievergaderingen combineren en blijkbaar is mijn internetpakket daardoor zo belast geraakt dat ik nu op een tragere stream sta. Veel commissies volgen is slecht voor het parlementaire werk.

U werkt officieel te hard, collega Vande Reyde.

Dat is inderdaad duidelijk.

Minister, voor ik begin, wil ik een kleine rechtzetting doen. U zei tijdens de vorige vraag dat ik had gevraagd wat het verschil is, maar dat waren de woorden van collega Malfroot. Ik wil niet sceptisch doen over die 10 procent, ik wilde gewoon naar de reden vragen.

Mijn vraag om uitleg gaat over de Vlaamse brede heroverweging. Zoals iedereen weet, is dat een belangrijke operatie in het kader van de relance en in het kader van het langetermijnbeleid. De Vlaamse Regering hecht daar heel veel belang aan en trekt ook veel middelen, 10 miljoen euro, uit voor dit project. Dat is niet niets. Minister Diependaele heeft dat weliswaar genuanceerd. Het zou in totaal over wat minder gaan maar het is in elk geval een belangrijk project.

Voor dat project zijn elf projectgroepen gestart die een aantal zaken moeten onderzoeken die de Vlaamse Regering en de begroting op lange termijn gezonder, sterker en efficiënter zouden moeten maken. Ik zal die volledige aanpak hier niet opnieuw uit de doeken doen. We hebben die al uitvoerig besproken in de commissievergadering van 25 februari.

Ik kom daarop terug naar aanleiding van de recente brief van de Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO) waarin deze zijn bezorgdheid uit over een te gesegmenteerde aanpak van de heroverweging, waarbij de beleidsdomeinen elk hun eigen doorlichtingen uitvoeren. VARIO waarschuwt dat een beleidsoverschrijdende aanpak nodig is die meer in functie staat van een aantal beleidsdoelstellingen.

VARIO stelt wel dat het domein Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) een voortrekker is in dat systematisch onderzoek van allerlei instrumenten en structuren en dat zij daar de voorbije jaren ook mee aan de slag zijn gegaan, onder andere met de systeemevaluaties. Toch stelt VARIO dat er binnen EWI nog ruimte is om meer aandacht te hebben voor de onderlinge samenhang van verschillende maatregelen en instrumenten.

Die projectgroepen moeten stilaan resultaten opleveren, vooral omdat wordt verwacht dat die Vlaamse brede heroverweging al bruikbaar zal zijn voor de begrotingsopmaak van 2022.

Minister, wat is binnen het beleidsdomein EWI de scope van de doorlichting? Welke grote uitgavenposten zullen worden doorgelicht? U zei tijdens de commissievergadering in februari dat dit tijdens de komende weken zou worden vastgelegd. Ik denk dat we intussen zover kunnen zijn. Op basis van welke elementen en afwegingen werden deze uitgaven geselecteerd?

Op 15 april zou een voortgangsrapportering over die uitgavenposten aan de stuurgroep zijn bezorgd. Kunt u voor het beleidsdomein EWI toelichten wat daar juist in stond?

De stuurgroep heeft intussen de plannen van de projectgroepen gescreend. Welke feedback heeft de stuurgroep gegeven met betrekking tot EWI?

In uw eerdere toelichting in de commissie verwees u ook al naar het belang van een systemische aanpak, waarbij voor evaluaties wordt gekeken naar de samenhang van maatregelen over beleidsdomeinen heen. Dat is ook wat VARIO zegt. Hoe denkt u dat we daar nog vooruitgang kunnen boeken? Bent u het eens met de bezorgdheid van VARIO dat de Vlaamse brede heroverweging nu te verkokerd werkt? Op welke manier kunnen we de beleidsoverschrijdende topics onderling beter afstemmen? 

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Vande Reyde, mijn excuses voor mijn verspreking. Ik probeer altijd te onthouden wie wat vraagt. Dat is meestal juist maar dus niet altijd.

Ik wil toch even benadrukken dat de hele Vlaamse bredeheroverwegingsoefening op dit ogenblik een ambtelijke verantwoordelijkheid is. Collega Diependaele heeft dat vorige week in de commissievergadering ook gezegd.

Zoals ik al bij de vorige vraag heb geantwoord, gaat het om een projectgroep die is samengesteld en die de keuze van de scope van de uitgaven heeft gemaakt. De projectgroep heeft er tot mijn vreugde voor gekozen om die scope zeer breed te maken. Nagenoeg alle instrumenten of instellingen vallen daaronder. Alle belangrijke uitgavenstromen zoals het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO), de maatregelen en instrumenten binnen het Fonds voor Innoveren en Ondernemen (FIO) van het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO), evenals de opstappen nieuw beleid die tijdens deze en vorige legislatuur werden toegekend, maken deel uit van de doorlichting.

Bij wetenschapscommunicatie gaat het over alles boven 3 miljoen euro en bij de drie andere beleidsvelden over alles boven 10 miljoen euro. We zijn dus breed gegaan en ik vind dat een heel goede zaak.

De voortgangsrapportering geeft een overzicht van alle instrumenten die deel zullen uitmaken van de doorlichting en reikt ook een uniforme doorlichtingsfiche per instrument aan. Die fiche omvat de onderzoeksvragen die in de mededeling aan de Vlaamse Regering van december 2020 werden gevraagd. De bedoeling is om de eindrapportage voor het zomerreces op te leveren waardoor we, zoals u zelf zegt, daar ook rekening mee kunnen houden bij de begrotingsoefening die we nog moeten maken voor 2022.

De centrale stuurgroep – uw derde vraag – had geen fundamentele opmerkingen op de plannen van EWI. Zij vroegen te focussen op de grote uitgavenmassa’s, en willen er zeker van zijn dat de uitgavenposten binnen het FWO en het Hermesfonds ook meegenomen worden. En dat is ook absoluut het geval.

Zij vroegen ook om de opstappen nieuw beleid van de vorige legislaturen mee te nemen. Dat doen we ook. Er was ook de vraag om de inzichten van de relancecomités mee te nemen, en dat zal ook gebeuren. We zijn dus eigenlijk op alle vragen ingegaan.

Dan, wat uw vierde vraag betreft, over de afstemming: daar ben ik zelf persoonlijk heel gevoelig aan. De EWI-projectgroep heeft van in het begin gepleit voor de systeemblik over de beleidsdomeinen heen in het kader van de Vlaams brede heroverweging, en we hebben dat gedaan. VARIO heeft per brief gevraagd om meer aandacht te hebben voor die systemische aanpak. Ik heb daarop een schrijven gestuurd aan de voorzitter van de centrale stuurgroep, met de vraag om de systemische aanpak toe te voegen. Ik heb vernomen dat de professoren Peersman en Veugelers, die beiden lid zijn van onze EWI-projectgroep, ook sterke pleitbezorgers zijn van de systemische aanpak, en uitgenodigd zullen worden om hun visie daarover te delen met de centrale stuurgroep. Ik hoop dat ik u daar een groot plezier mee doe, collega Vande Reyde, maar ik ben eigenlijk zelf ook wel voorstander van het horizontaal bekijken.

Het is nu natuurlijk aan de centrale stuurgroep om te waken over dat overleg en die afstemming tussen de werkzaamheden binnen de projectgroepen per beleidsdomein. Het gaat nu, in eerste fase, nog altijd over een ambtelijk proces. Daarom moest ik dus ook een brief sturen om te vragen of ze dat ook zo willen doen.

Ik rijd straks mijn gebouw binnen, en dan begeef ik me met de lift naar boven, maar ik hoor jullie verder.

Het is enigszins teleurstellend te vernemen dat u de lift gebruikt, en niet de trap, minister.

Minister Hilde Crevits

Ja, maar dat is om de hijgsessies van vroeger te vermijden, ik voelde dat dat tot enige hilariteit leidde.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoord, minister.

Ik vind het uiteraard goed dat u die systemische aanpak ondersteunt en verder naar de centrale stuurgroep brengt. Ik denk – dat heb ik vorige keer al gezegd – dat de structuur en de werkwijze en de bereidwilligheid en alles daarrond zeer goed is. Net als in februari is het nog niet helemaal duidelijk welke uitgavenposten er nu net in de scope gaan zitten. Ik heb dat onlangs ook gezegd in de commissie Algemeen Beleid: ik denk dat we daar stilaan wel naartoe moeten gaan, om daar een beter zicht op te krijgen. Minister Diependaele heeft me toen geantwoord dat dit vooral een ambtelijk proces is, en dat dit op dit moment vooral binnen de administratie wordt bekeken. Daar was ik niet helemaal mee akkoord, in de zin dat ik niet vind dat de Vlaamse brede heroverweging uitsluitend een ambtelijk proces is. Ik denk dat we moeten voorkomen dat we louter kijken naar de administratie om het op te lossen. De reden waarom ik dat zeg is omdat er in het verleden – binnen de regering Bourgeois, waar u ook deel van uitmaakte – al een dergelijke oefening gelanceerd werd – het kerntakendebat heette dat toen – waar er vooral aan de administratie gevraagd werd: zeg ons eens hoe jullie het beter kunnen doen. Het resultaat daarvan was eigenlijk vrij teleurstellend. Uit de evaluatie van dat hele traject werd net als groot pijnpunt aangehaald dat het een oefening was die binnen de administratie gelanceerd werd, terwijl het net meer samenhang met het beleid, met het parlement en met de regering had moeten hebben.

Ik begrijp dat alles nog tijd nodig heeft, et cetera, maar ik denk wel dat het nodig is om die oefening ook beleidsmatig te bekijken. We moeten er vanuit de regering en het parlement toch stilaan toe komen welke scope we zien, binnen EWI, voor die brede Vlaamse heroverweging, zeker als we die resultaten al willen krijgen tegen de begrotingsopmaak van 2021.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ja, collega Vande Reyde, misschien heb ik dat niet goed uitgelegd: bij EWI is de scope van de uitgavenposten bekend. Misschien is dat het stukje dat weggevallen is.

Dat gaat eigenlijk over alle uitgavenposten. We hebben de scope eigenlijk heel breed genomen, zoals ik gezegd heb, net om te vermijden dat er uitgavenposten niet zouden meegenomen worden. Ik ga het nog eens herhalen. Bij EWI is er gekozen voor drie beleidsvelden: economie, wetenschappelijk onderzoek en innovatie. Daar gaan we alle instrumenten en instellingen, waarvan de uitgaven voor 2021 hoger zijn dan 10 miljoen euro, mee in de scope nemen. Voor het vierde beleidsveld, wetenschapscommunicatie, gaat het over alle instrumenten en instellingen waarvan de uitgaven hoger zijn dan 3 miljoen euro. Dat is de scope die afgebakend is voor EWI, voor alle beleidsinstrumenten. We hebben er dus voor gekozen om breed te gaan. Dat betekent dat alle belangrijke uitgavenstromen zoals het FWO, het Fonds voor Innoveren en Ondernemen (FIO) van VLAIO, ook alle opstappen nieuw beleid van deze legislatuur, maar ook die van de vorige legislatuur, meegenomen worden.

Ik hoop dat dat helder is, want eigenlijk is alles afgebakend bij ons. Maar ik denk dat dit net weggevallen is op mijn tunnelmomentje, daarnet.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Dat is zeer duidelijk. Bedankt daarvoor. Dat zet mijn vorige tussenkomst recht, en het is goed dat de scope goed afgebakend is.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.