U bent hier

 Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Voorzitter, we hebben het in deze commissie al verschillende keren gehad over de gunning van de Mobiliteitscentrale. Die centrale zal in het kader van de basisbereikbaarheid onder andere instaan voor het boeken van de ritten van het vervoer op maat, zoals we dat ondertussen kennen, zij het dan nog niet in de praktijk.

Na de gunning zou de opdrachtnemer 21 dagen de tijd krijgen om een gedetailleerd plan van aanpak uit te werken. Er zouden ook tests in het najaar komen om dan op 1 januari 2022 officieel van start te gaan met de basisbereikbaarheid. Die centrale is daar een cruciaal onderdeel van. Op 1 april stelde ik daarover al de vraag hoe het met de gunning stond. Toen zei u dat het nog niet afgerond was en u hoopte na de paasvakantie meer te kunnen vertellen. U hebt er toen ook op gewezen dat er sowieso een standstillperiode zou gelden, zodra de regering de beslissing zou nemen. U hebt toen ook nog eens duidelijk gesteld dat u vasthoudt aan de inwerkingtreding van het Decreet Basisbereikbaarheid en de uitrol van al de nieuwe openbaarvervoersplannen op 1 januari 2022, altijd onder voorbehoud natuurlijk.

Ondertussen heb ik – dat stond nog niet in de schriftelijke vraag – via een gunstige wind een brief van het departement Mobiliteit onder ogen gekregen. Die werd gestuurd naar de Diensten voor Aangepast Vervoer (DAV’s), die momenteel al instaan voor het vervoer van onder andere rolstoelgebruikers. Daarin staat duidelijk dat ze vanaf 1 januari in principe niet verder ondersteund zouden worden via dat compensatiedecreet, enzovoort, dat de Mobiliteitscentrale een stukje van hun werk gaat overnemen en dat er ondertussen bestekken worden opgemaakt – dat zou voor mei zijn staat in de brief – voor de contractering van vervoerders. Ik neem aan dat de DAV’s daar dan uiteraard aan kunnen meedoen.

In de brief stond een zin: tegen 1 januari moet er nog heel veel gebeuren en er kan bijgevolg ook heel wat mislopen, bijvoorbeeld in het kader van de aanbestedingsprocedures voor de Mobiliteitscentrale of de contractering van de voertuigen voor vervoer op maat. Daarom wordt er ook nagedacht over een noodoplossing indien er in de loop van 2021 problemen zouden ontstaan, enzovoort. Men vraagt dan eigenlijk aan de DAV’s – want men ziet dit als een mogelijke noodoplossing, dus een tijdelijke verderzetting van hun activiteiten binnen het bestaande kader – of ze bereid zijn om mee te werken aan een eventuele noodoplossing voor de verderzetting van hun activiteiten. Dat smaakt natuurlijk wat wrang. Aan de ene kant is dat goed, want dat betekent dat ze heel goed werk doen. Aan de andere kant weten ze nog niet hoe de bestekken er gaan uitzien, of ze er aan gaan kunnen voldoen, of ze hun werk wel gaan kunnen verderzetten. U weet dat wij hun werk wel een warm hart toedragen omdat zij toch op een bijzondere manier werken met die mensen met een zorgnood. Wij hopen toch dat zij ook in dat hele kader van de Mobiliteitscentrale en basisbereikbaarheid hun weg zullen vinden. We waren daarover toch wat verontrust.

Is de Mobiliteitscentrale ondertussen gegund? Indien ja, welk bedrijf heeft het dan binnengehaald? Om welke redenen? Indien de Mobiliteitscentrale nog niet gegund werd, wanneer gaat dat dan wel gebeuren?

Wanneer gaan die 21 dagen precies beginnen te lopen om die tijdlijn verder uit te werken, ook bijvoorbeeld voor de testfases? Dus, wat is de verdere timing en planning?

Worden er eventueel nog bijkomende initiatieven genomen om te garanderen dat de Mobiliteitscentrale op 1 januari operationeel zal zijn? Indien dat niet mogelijk is, welke beslissingen gaat u dan verder nemen?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Dank u wel, mevrouw Brouwers, voor uw vragen.

Inderdaad is er de actualiteitswaarde. Ik heb tot nu niets gecommuniceerd vanwege de standstillperiode waar u uitdrukkelijk naar verwijst, maar ik moet helaas zeggen dat ik vandaag nog niet heel veel kan vertellen, omdat de standstillperiode verlengd is.

Ik wil u toch een en ander verduidelijken: op 2 april is er inderdaad in de Vlaamse Regering een beslissing genomen rond de gunningsprocedure van de Mobiliteitscentrale. Aan die beslissing werd onmiddellijk een standstillperiode gekoppeld waarbinnen de verschillende aanbieders in de procedure de mogelijkheid hebben om de beslissing van de Vlaamse Regering, die uiteraard alleen betekend is aan de betrokken instanties, aan te vechten.

Wel, ik moet jullie helaas meedelen dat wij inmiddels kennis hebben van een schorsingsprocedure bij de Raad van State wegens uiterst dringende noodzakelijkheid. Dat is vandaag, of zelfs al eerder, ook zichtbaar op de griffie van de Raad van State. Dus ik denk dat de acute actualiteitswaarde daar vandaag wel degelijk voor aan de orde is.

Dat betekent dat er nu een verlenging is van de standstillperiode, en dat ik jullie niet kan meedelen aan wie er al dan niet een gunning werd toegewezen bij de beslissing van de Vlaamse Regering op 2 april. Tegelijkertijd had men een procedure kunnen indienen bij de Raad van State tot en met dinsdag laatstleden, maar het kan zijn dat er ook nog andere procedures aanhangig zijn gemaakt. Het is aan de griffie van de Raad van State om dat aan ons te betekenen. Zij zijn niet gebonden aan een welbepaalde datum. Men kon tot en met dinsdag via aangetekende brief een procedure aanhangig maken bij de Raad van State.

We hebben nu kennis van één procedure. Dat betekent ook dat er onmiddellijk heel wat weken bij komen. Er zijn in deze commissie meermaals vragen gesteld rond het halen van de timing. Ook vandaag vraagt mevrouw Brouwers of de timing van 1 januari nog haalbaar is. Ik moet helaas, na overleg met onze administratie, tot de conclusie komen dat 1 januari 2022 door deze procedure bij de Raad van State niet langer haalbaar is. U zult begrijpen dat, als de Raad van State niet overgaat tot schorsing, wat we pas na een aantal weken of na uitputting van die procedure zullen weten, dat sowieso nog heel wat weken in beslag neemt. We kunnen de gunning vandaag niet sluiten, dus die hele timing komt in het gedrang.

Misschien roept dat bij een aantal mensen de vraag op naar welke datum de timing wordt opgeschoven. Ook daar kan ik vandaag nog geen antwoord opgeven, omdat ik niet weet wat de Raad van State straks zal beslissen in het kader van de procedure die nu aanhangig is gemaakt, en omdat ik niet weet of er ook nog andere procedures aanhangig worden gemaakt. Het enige wat ik vandaag formeel kan meedelen is dat de timing van 1 januari 2022 niet wordt gehaald.

Mevrouw Brouwers, u vraagt aan wie de opdracht potentieel gegund zou zijn, en u vraagt naar het gedetailleerde implementatieplan. U begrijpt dat ik daar niet op kan antwoorden. Dat kan ik vandaag niet, en ook volgende week niet. Dat kan ik pas weten als er formeel een uitspraak is van de Raad van State. Alleszins staat mijn administratie op dit ogenblik wel klaar om alle mogelijke stakeholders in kennis te stellen. Dat is allemaal heel recent nieuws. Alleszins zullen alle voorzitters van de vervoerregio’s en de mensen van De Lijn, van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) in kennis worden gesteld. Uw bekommernissen zijn ook de mijne. Er is het verhaal van de Mobiliteitscentrale Aangepast Vervoer (MAV) en de Diensten aangepast vervoer. Ook daarrond zullen we onmiddellijk in actie schieten zodat niemand uit de boot valt. Men weet dat de huidige regeling verlengd moet worden. Dat wijzigen we voorlopig niet op 1 januari 2022.

Het spijt mij enorm dat ik dit moet meedelen, maar we kunnen daar niet op terugkomen. Het is natuurlijk het recht van eenieder om zijn rechten uit te putten voor diverse instanties. Maar het betekent wel degelijk dat de timing niet langer haalbaar is.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, bedankt om er mij attent op te maken dat er een actualiteitswaarde was. Als ik deze vraag volgende week zou stellen, was het waarschijnlijk toch al in de media geweest.

Dit is erg slecht nieuws, ik denk dat we het zo moeten zeggen. Maar dat is een beetje het risico dat je altijd hebt met dit soort procedures. Er is uiteindelijk heel veel mee gemoeid, en ik kan mij voorstellen dat de concurrenten proberen om alle mogelijkheden uit te putten om toch eventueel hun slag thuis te halen. Dat is nu eenmaal zo, zo werkt ons rechtssysteem. Het is jammer dat het daardoor uitgesteld zal worden.

Er waren al vragen van collega’s die vonden dat die datum sowieso moeilijk haalbaar zou zijn. Ik denk dat het wel had gekund, maar dat het vrij nipt was. We zullen zien wanneer er al dan niet een schorsing wordt uitgesproken door de Raad van State, maar u zult nu al een beetje moeten nadenken, want er komt sowieso een nieuwe opstartdatum. Welke marge denkt u daar te nemen? Het is natuurlijk kort dag, maar het is misschien wel belangrijk om daar vrij snel duidelijkheid over te scheppen naar al die stakeholders. We weten nu al dat het niet 1 januari zal zijn, maar het maakt wel een verschil of het dan 1 maart, 1 juni of 1 september 2022 wordt.

Het heeft ook wel een voordeel: het geeft de opportuniteit om een aantal zaken nog wat beter uit te werken, wat grondiger. Ik denk bijvoorbeeld aan de tarieven, waar nog heel grote onduidelijkheid over is: zullen die verschillen over al die regio’s heen? Het lijkt mij belangrijk dat er al wat duidelijkheid is over die tarieven, in functie van de bestekken. Daar stel ik mij echt vragen bij. De bestekken worden in de markt gezet voor het vervoer op maat. Is het dan niet aangewezen dat men ook al zicht heeft op de tarieven die zullen gelden, of net niet? Hoe ziet u dat? Ik denk dat daar momenteel nog heel veel onduidelijkheid over is. Dit geeft ons de tijd om dat allemaal wat verder uit te werken.

Maar ik vind het persoonlijk slecht nieuws, want we blijven dus voor een stukje met een onzekere periode zitten, zeker op dit moment. Ik hoop dat u vrij snel een nieuwe datum kunt prikken. We hopen dat u en uw administratie de concrete gevolgen snel duidelijk maken voor iedereen die erbij betrokken is. Maar dat kunt u op dit moment nog niet doen, want het is nog te recent. Ik dank u.

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, dit is het moment waarop het leuk lijkt om in de oppositie te zitten, maar het is eigenlijk helemaal niet leuk. Wij hebben er maanden voor gewaarschuwd dat die timing te strak zat en gevraagd om dit uit te stellen. Dat bleek niet nodig. We hebben maanden gezegd om een plan B klaar te houden voor het geval het niet lukt. Ook dat bleek niet nodig. Als we daar iets over zeiden, was dat een motie van wantrouwen tegenover uw administratie en iedereen die daar overal mee bezig was. Maar dat was het natuurlijk niet. Dat kwam net vanuit de bezorgdheid dat we dit soort situaties zouden tegenkomen. Want dit is nu de eerste tegenslag sinds we die discussies hebben, en het spel zit meteen op de wagen. De timing wordt niet gehaald en alles moet worden uitgesteld.

Ik vind dat geen voorbeeld van goed bestuur om die timing manu militari te willen aanhouden. Ik heb dat hier al een aantal keer gezegd. Vandaag wordt duidelijk dat dat effectief geen goed bestuur is, denk ik.

Ik heb daar twee vragen bij, minister. Het is misschien geen vraag maar eerder een oproep: neem nu de tijd. U zegt dat u nog niet weet wanneer dat wel zal ingaan. Ik neem aan dat u zult moeten bekijken hoelang dat allemaal zal duren. Maar neem nu de tijd om die hervorming opnieuw te bekijken, om een aantal keuzes te heroverwegen, en om ervoor te zorgen dat we niet van de ene in de andere vertraging sukkelen. Maar ik vraag ook om die hervorming te heroverwegen, want het zijn niet alleen de trams in Antwerpen waar er problemen zijn. Er zijn heel veel haltes en lijnen waaraan moet worden gesleuteld. Neem de tijd om uw coalitiepartners er bijvoorbeeld van te overtuigen om te investeren in openbaar vervoer.

Dan heb ik ten tweede nog een concrete vraag. U zegt dat u nu alle partners zult aanschrijven, en uiteraard is De Lijn daarin de belangrijkste. Ik had al een aantal keren in de commissie gevraagd naar die deadline bij De Lijn van 15 maart, maar ik heb daar nooit een antwoord op gekregen. Ik heb wel gezien dat mevrouw Schoubs diezelfde deadline van 15 maart in een interview heeft herhaald. En dat was eigenlijk het point of no return voor De Lijn om de dienstverlening langer te laten uitbreiden en langer door te laten lopen na 31 december 2021. Ze zei toen ook meteen dat ze misschien wel naar een oplossing konden zoeken. Mijn vraag is of u al contact hebt gehad met De Lijn, en hoe flexibel zij zijn. Want dat betekent dat zij personeel langer in dienst zullen moeten houden bij belbuscentrales, bij leerlingenvervoer. Dat is allemaal niet niks. Hoe zit dat met het point of no return van 15 maart? Hebt u er al gesprekken over gevoerd of dat mogelijk toch verder kan lopen?

De heer Verheyden heeft het woord.

Ook bij ons is er helemaal geen leedvermaak, minister, integendeel. Het is inderdaad jammer. Maar u kunt niet zeggen dat we u niet gewaarschuwd hadden dat er wel eens problemen zouden kunnen opduiken. Was het niet met deze mobiliteitscentrale, dan was het misschien wel met iets anders geweest. Dat gebeurt namelijk vaak met zaken die toch heel wat veranderingen en dergelijke behelzen. Het was ergens te denken.

Enkele weken geleden is hier ook besproken dat de VVSG het voorstel had gelanceerd om zelfs negen maand uitstel te vragen. Dat is dan gereduceerd naar zes maand. Zou het misschien niet interessant zijn dat u inderdaad meteen die termijn vooropstelt, zodat er effectief rustig kan worden verder gewerkt, zodat er ook duidelijkheid is binnen de vervoersregio’s waarop men kan verder werken? Ik denk bijvoorbeeld aan de Hoppinpunten en dergelijke meer. Is het niet aangewezen om ineens die termijn wat vooruit te schuiven en ineens ruim genoeg te nemen, zodat we niet opnieuw voor verrassingen komen te staan?

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, ik heb niet meer gehoord wat de collega’s gezegd hebben, maar dit is alleszins geen goed nieuws. Voor een plan B hebben we u al heel vaak gewaarschuwd; het was misschien wel goed om een plan B achter de hand te hebben mocht niet alles lopen zoals gepland. Ik weet niet of u rekening had gehouden met juridische procedures, maar ze zijn er nu. Ik kon net op uw Twitteraccount ook lezen dat u, in afwachting van een uitspraak van de Raad van State, geen verdere timing of verdere stappen kunt aankondigen.

Alleszins lijkt dit mij niet zo evident. Zoals ik het zie, zal men het huidige systeem dan op de een of andere manier moeten depanneren, en dan kijken we naar De Lijn. Dus ik vraag ook of u al contact hebt gehad met De Lijn. Maar ook daar is dat niet zo evident, want alles is eigenlijk voorzien voor budgetten voor vervoer op maat, en niet meer voor budgetten van belbussen. Ik weet niet of dat technisch allemaal zo simpel is, maar ik zou alleszins zo snel mogelijk werk maken van een plan B. Hebt u De Lijn al dan niet al gecontacteerd?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Dank u wel voor de bijkomende vragen, collega's.

Het is al meermaals in deze commissie aan bod gekomen. Ik heb in het verleden ook al meermaals de vraag gekregen om de zaak uit te stellen. Ik heb dan altijd gezegd dat er geen objectieve criteria waren om te zeggen dat het niet haalbaar was. Integendeel, ik heb altijd aan de administratie gevraagd of we alles zouden halen. We wisten dat er nog heel wat werk was. Er waren onder meer de bestekken van het vervoer op maat, de bestekken van de flexbussen, de bestekken van alle deelmobiliteit en dergelijke meer. Maar uiteraard staat en valt alles ook met de Mobiliteitscentrale als dusdanig. We hebben het hier op 18 maart en ook begin april in de commissie gehad over het al dan niet halen van de timing. Wel, als de gunning had kunnen worden gesloten volledig conform hoe het was uitgezet, dan haalden wij onze timing wel, werd mij verzekerd door de diverse instanties.

Het is natuurlijk heel gemakkelijk om te zeggen dat dit geen teken van goed bestuur is en dergelijke. Mijnheer D’Haese, u speelt daar gewoon uw rol als oppositiepartij, maar ik vind dat u hier toch correct moet blijven. Het is nu niet dat we altijd voor 200 procent rekening moeten houden met het verhaal dat er in een gunningsprocedure naar de Raad van State wordt gestapt en er een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt opgestart om een schorsing te verkrijgen. Dan kun je ook zeggen dat we finaal niets doen. Dan zullen we ook geen stap vooruit zetten. Dan laten we alles maar op zijn beloop, terwijl achter de schermen heel wat mensen heel wat werk hebben verricht: alle lokale besturen, alle vervoerregio’s, alle betrokken administraties. Ik ben er altijd in blijven geloven dat we de timing zouden halen, mee gesteund door alle andere partners die dat ook verzekerden.

Nu is er een schorsingsprocedure bij de Raad van State. Wat daar finaal het gevolg van zal zijn, weet ik niet, maar ik weet wel dat ik nu gemakkelijk minstens zes tot acht weken tijd verlies in dat verhaal en niet meer in april kan starten met de implementatie, maar dat het ten vroegste ergens in juni zou gebeuren, louter in de hypothese dat er geen finale vernietiging komt. En dat weet ik op dit ogenblik nog niet, vandaar dat ik vandaag ook nog geen besluit kan nemen.

In het verleden hebben een aantal instanties, waaronder de VVSG, inderdaad gevraagd om het uit te stellen. Er moest toen nog veel werk gebeuren, zoals de bestekken en dergelijke. Er was zeker ook de vraag van de tariefintegratie, waar mevrouw Brouwers terecht naar verwijst. Maar we hebben toen in consensus beslist om toch vooruit te gaan. Negen maanden uitstellen, naar september 2022, vind ik persoonlijk geen goede optie. Iedereen weet wat een drukte een nieuw schooljaar altijd teweegbrengt. Dan een nieuw plan uitrollen, vond ik geen goede zaak. De VVSG heeft dan finaal gezegd: ‘Oké, dan geen negen maanden, maar zes maanden.’ Ik kan vandaag nog niet zeggen welke datum we straks voor ogen hebben, omdat dat finaal zal afhangen van wat de Raad van State gaat beslissen. En het zal er ook van afhangen of er ook nog andere instanties naar de Raad van State gaan. Dat weet ik vandaag niet. Daar zal ik over drie of vier dagen waarschijnlijk meer zicht op hebben. Alleszins weet ik dat er nu een schorsingsprocedure wegens dringende noodzakelijkheid is gestart bij de Raad van State en dat we dus sowieso gemakkelijk zes tot acht weken vertraging kunnen hebben.

Ik kan u vandaag dus helaas nog niet meegeven, collega's, wat de mogelijke datum van uitrol is. Ik zal u dat kunnen geven op het moment dat we weten wat de Raad van State heeft beslist en hoe we dan verder kunnen. Ik heb alleszins wel gevraagd om al die stappen die op de rails staan, verder te zetten. Laat ons verder werken aan de bestekken. Laat ons verder werk maken van de tariefstructuur en dergelijke. Alleen is dat nu allemaal in de wetenschap dat het niet op 1 januari 2022 zal zijn dat het hele decreet basisbereikbaarheid kan worden uitgerold.

Mijnheer D’Haese, u zegt nu dat het heel gemakkelijk is, dat we alles maar moeten weggooien, bij onze basismobiliteit moeten blijven en alles bij het oude moeten laten. Dat ga ik zeker niet doen. Wij gaan volop verder inzetten op de weg die we ingeslagen zijn, met name de uitrol van het decreet Basisbereikbaarheid. We zullen blijven voortwerken om alles in goede banen te leiden en om zo snel mogelijk een nieuwe datum te kunnen geven. Uiteraard zal ik die ook aan de commissieleden communiceren op het moment dat ik daar zicht op heb. Maar vandaag kan ik dat helaas nog niet meegeven. Spijtig, maar het zij zo.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Dank u voor de bijkomende antwoorden. Het loont dus om op een donderdagavond nog lang in een commissievergadering te zetelen. De collega’s die nog altijd aanwezig zijn, zijn dan ook meteen op de hoogte van het eigenlijk wel slechte nieuws. Maar ik denk dat u gelijk hebt, minister: we moeten gewoon voortwerken aan het plan zoals het voorlag. Het plan B zal inhouden dat alles een stukje zal opschuiven in de tijd. We weten nu nog niet hoelang juist, maar dat belet niet dat alle stakeholders kunnen voortwerken. Ooit komt het er immers, daar gaan we toch van uit. Het decreet is goedgekeurd, dus het moet uitgevoerd worden. Iedereen kan nu iets meer tijd nemen om iets grondiger te werken. Maar ik zou gewoon aan hetzelfde tempo doorwerken, zodat we toch in de loop van 2022 het nieuwe systeem in werking kunnen stellen. Maar ja, alleszins bedankt voor het antwoord.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.