U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Voorzitter, met de visienota Digisprong zal de Vlaamse Regering 375 miljoen euro investeren in de digitalisering van het onderwijs. Het Vlaams onderwijs hinkte volgens verschillende onderzoeken achterop op het vlak van digitalisering en met deze Digisprong buigt u die achterstand om naar een voorsprong. Het ICT-budget voor alle Vlaamse scholen bedroeg voor de coronacrisis 32 miljoen euro per jaar. Met de Digisprong komt er nu een vertwaalfvoudiging van het oude jaarbudget. Die investering moet leiden tot een verbetering op het vlak van ICT-vaardigheden, ICT-beleid, ondersteuning, leermiddelen, toestellen enzovoort.

De Vlaamse Regering besliste onlangs hoeveel budget elke school precies krijgt om te investeren in digitaal onderwijs. Het leeuwendeel van deze middelen is voorbehouden voor ICT-infrastructuur. Scholen behouden bovendien de keuzevrijheid om te beslissen welke laptops of gelijkwaardige ICT-toestellen ze willen aankopen of leasen. In totaal krijgt het middelbaar onderwijs 232 miljoen euro voor deze aankoop, het basisonderwijs 45 miljoen euro. De regering voorziet ook 50 miljoen euro voor bijkomende ICT-infrastructuur, zoals softwarepakketten, netwerkbeveiliging enzovoort. Tot slot wordt er ook geïnvesteerd in de nodige omkadering voor scholen, onder meer met een sterker statuut voor de ICT-coördinator en ICT-bootcamps voor leerkrachten.

Deze Digisprong zal vanaf volgend schooljaar uitgerold worden en de meeste scholen krijgen twee schooljaren de tijd om dit te realiseren. De middelen die u uittrekt, zijn ongezien in het onderwijs en het is goed dat u scholen de nodige tijd geeft om hier doelbewuste keuzes rond te maken. Tegelijk biedt u hun ook een duidelijk kader waarbinnen ze kunnen opereren.

Is het mogelijk om te schuiven tussen de middelen voor toestellen en de middelen voor infrastructuur? Heel wat scholen hebben immers al geïnvesteerd in een degelijke ICT-toestellen of infrastructuur.

Hoe realistisch is het dat de meeste scholen deze digitale omslag binnen twee jaar gemaakt hebben?

Op welke manier zult u scholen bijkomend begeleiden bij deze aankopen?

Hebt u zicht op de specifieke noden bij schoolbesturen met betrekking tot de raamovereenkomsten inzake hun ICT-infrastructuur? Zijn ze daar voldoende over geïnformeerd?

De conceptnota richt zich op de uitrusting van de scholen en de leerlingen. Wat de leerkrachten betreft, is de uitrusting voorwerp van sociale onderhandelingen. Hoe staat het met die cao-besprekingen omtrent die uitrusting van leerkrachten?

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Minister, zoals we gisteren in de plenaire vergadering hebben besproken, zit nog altijd een deel van ons secundair onderwijs in afstandsonderwijs. Er manifesteren zich geregeld aanvallen op de schoolnetwerken. Dat is zeer lastig als men probeert afstandsonderwijs te voorzien.

De CEO van Smartschool waarschuwde voor cyberaanvallen op scholen. Volgens Schuer zijn het vaak leerlingen van de school zelf die het netwerk platleggen. Hij vraagt een beter wettelijk kader om websites die vaak gebruikt worden als hackersplatform te kunnen blokkeren.

Collega Brouns signaleerde het probleem van de cyberaanvallen reeds tijdens de commissievergadering van 25 februari 2021. Ondertussen heeft het Centrum voor Cybersecurity België (CCB) een gids gemaakt voor ICT-coördinatoren en directies in het onderwijs om hen te informeren en adviseren over mogelijke beschermingsmaatregelen tegen een DDoS-aanval (distributed denial of service). Er wordt gefocust op DDoS-aanvallen tegen het netwerk van de school, niet tegen een specifiek platform, website of andere onlinedienst. Deze gids bestaat uit twee delen en een overzichtsfiche. Het eerste deel gaat over acties die je als IT-verantwoordelijke van een school zelf kunt nemen. Het tweede deel geeft een overzicht van de beschikbare producten op de markt.

Dit is ongetwijfeld een belangrijk hulpmiddel voor de scholen. Maar om onze scholen qua cyberveiligheid goed te beschermen, zoals bijvoorbeeld bedrijven, is er vooral nood aan goede IT-profielen om de adviezen gegeven door het CCB om te zetten in de praktijk. Daar knelt op dit moment jammer genoeg het schoentje. Voor vele sterke IT-profielen is het onderwijs niet aantrekkelijk of uitdagend genoeg. De recente cyberaanvallen maken echter pijnlijk duidelijk dat er juist wel een heel grote nood is aan dit soort profielen in ons onderwijs.

Minister, in de bespreking van het plan Digisprong gaf u aan dat u het statuut voor ICT-coördinator in het secundair onderwijs zult creëren. Op die manier zouden er meer sterke IT-profielen kunnen worden aangetrokken. Het is op dit moment nog altijd niet duidelijk of dit nieuwe statuut daadwerkelijk aantrekkelijker zal zijn voor de IT-profielen.

Minister, bent u het eens met de stelling dat we, om de scholen optimaal te beveiligen tegen dit soort cyberaanvallen, niet enkel nood hebben aan aanbevelingen, maar vooral ook aan deskundig IT-personeel?

Welke maatregelen zult u nemen om die sterke IT-profielen te kunnen aantrekken in het onderwijs?

In OD XXXI zal het ‘ambt’ van ICT-coördinator worden gecreëerd in het secundair onderwijs. Welk barema zal tegenover dit ICT-ambt staan? Zullen ook echt sterke IT-profielen uit de privésector kunnen worden aangetrokken met het oog op een gelijkwaardig barema? Zo kunnen ze evenveel verdienen in de scholen als in de privésector. Het barema dat vasthangt aan het ambt zal natuurlijk invloed hebben op de diplomavereisten. Zal een master op niveau kunnen worden betaald als ICT-coördinator? Zult u een apart barema creëren voor het ambt van ICT-coördinator? Zullen ICT-coördinatoren als zij-instromers anciënniteit kunnen meenemen vanuit andere sectoren? Wordt er een aparte personeelscategorie gecreëerd? ICT-coördinatoren hebben vaak andere noden, uren enzovoort dan een gewone leraar.

Ten slotte, zult u ingaan op de vraag van de CEO van Smartschool en overleg plegen met uw federale collega’s om de gaten in de wetgeving inzake het blokkeren van hackerswebsites te dichten?

De heer Brouns heeft het woord.

Collega’s, minister, op mijn vraag om uitleg van donderdag 25 maart laatstleden over de bezorgdheid over de visienota Digisprong bij scholen die al een ICT-beleid hebben, reageerde u positief over het vrijwaren van het concept ‘Bring Your Own Device’. Ik citeer: “Wat betreft het vrijwaren van het ‘bring your own device’-principe, heb ik kennis genomen van het memorandum en de bezorgdheden van de betrokken scholen. We gaan daar rekening mee houden, ook vanuit het principe dat maatwerk mogelijk moet zijn.”  Verder zegt u: “We willen voorlopers niet straffen.”

Op de website van Onderwijs Vlaanderen is daar wat onduidelijkheid rond ontstaan. Ik heb daarover een aantal vragen gekregen. Zo staat daar onder andere te lezen dat scholen die werken met een systeem van huurkoop of aankoop via afbetalingen ervoor kunnen kiezen dit project verder te laten lopen met een uitdoofscenario. Het is vooral dat uitdoofscenario dat ook nadien in mondelinge toelichtingen wat onrust heeft gecreëerd. Want verderop in de FAQ wordt er wel weer verwezen naar de mogelijkheid. Kortom, het is onduidelijkheid troef. 

Die toelichting lijkt minstens te insinueren dat het niet is aan te raden om volgens dat concept te werken en dat het in de toekomst eerder zou moeten uitdoven. ‘Als je er nog niet mee bent gestart, start er dan niet mee’, dat lijkt het Vlaams advies daarrond te zijn.

Er bereiken ons nog signalen dat scholen die nu wensen te starten met een een-op-eenproject, met het eigenaarschap bij de ouders, deze toelichting interpreteren alsof werken volgens dit concept niet mag.

Minister, wat is uw visie op het concept ‘Bring Your Own Device’ in functie van een duurzame integratie van de digitale ondersteuning van het leerproces, toch wel de voornaamste focus van de Digisprong? Is dit binnen de context van de Digisprong enkel mogelijk in een uitdoofscenario, zoals de toelichting op de website van Onderwijs Vlaanderen laat uitschijnen of ziet u ook een duurzame toekomst voor dit concept?

Wat is uw visie op een duurzame integratie van de digitale ondersteuning van het leerproces uitgaande van het principe waarbij de toestellen eigendom blijven van de scholen? Worden er dan na afschrijving van de eerste generatie Digisprong-toestellen nieuwe investeringsmiddelen in het vooruitzicht gesteld voor de scholen?

Minister, hoe ziet u tot slot de evolutie van de Digisprong-middelen, rekening houdend met de te verwachten evolutie van de leerlingenaantallen? Hoe zal daar rekening mee worden gehouden?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Wel, die Digisprong heeft intussen een vaste en goede vorm aangenomen, denk ik. Ik denk dat het duidelijk is dat we hier werk maken van een totaalaanpak: niet alleen investeringen in nieuwe toestellen maar ook in omkadering, begeleiding, beveiliging, opleidingen, leermiddelen. Dat zit redelijk goed, denk ik.

Maar het wordt ook almaar concreter, want we moeten natuurlijk nog verfijnen. Op korte termijn zal ik aan de Vlaamse Regering de oprichting van het kenniscentrum Digisprong voorleggen. Ten tweede zijn er de investeringen in het databeleid van het Ministerie van Onderwijs en Vorming, met als doel een kwaliteitsvolle en vereenvoudigde digitale dienstverlening aan de scholen te garanderen. Ten derde is er de  uitbreiding van de ICT-coördinatie.

Ook de raamovereenkomst Telecom zullen we tegen de start van het volgend schooljaar rond hebben. Dat is niet onbelangrijk, daar kom ik straks op terug. Maar het departement voorziet binnen dit en enkele weken de publicatie van het bestek. Daar kom ik straks op terug, omdat het gaat over die cyberaanvallen op Smartschool.

Het eerste uitvoeringsbesluit is ondertussen al goedgekeurd op 26 maart. We hebben ook het advies van de Raad van State ontvangen, dat gaan we verwerken. Dat wordt dan terug aan de Vlaamse Regering voorgelegd voor een definitieve goedkeuring. Daar zitten drie belangrijke elementen in. Ten eerste is er de autonomie: de autonomie van de scholen laten spelen en de vrijheid van het pedagogisch project. Ten tweede is er de responsabilisering van de scholen: de scholen moeten een eigen ICT-visie of -strategie ontwikkelen, waarbij we hen natuurlijk wel ondersteunen en tools ter beschikking stellen via de website Digisprong, waar we concrete tools aanreiken. Ten derde moet er ook sprake zijn van maatwerk: maatwerk mogelijk maken voor de scholen, gelet op de grote verschillen, ook op het vlak van ICT-maturiteit. Denk aan starters ten opzichte van frontrunners.

Bij de concrete vragen die worden gesteld aangaande het schuiven met middelen, geef ik mee dat dat perfect past binnen het derde uitgangspunt, en eigenlijk de drie uitgangspunten: zowel autonomie, responsabilisering als maatwerk. Ik heb dat ook expliciet opgenomen in de nota aan de Vlaamse Regering, waarbij we wel heel duidelijk stellen dat daar autonomie geldt, en dat je dus kunt schuiven als het gaat over wanneer de bedragen voor het geheel van de ICT-uitgaven kunnen worden aangewend. Neem bijvoorbeeld de secundaire school die toestellen van minder dan 510 euro per stuk kon aankopen. Dat uitgespaarde bedrag kunnen ze dan bijvoorbeeld wel gebruiken voor ICT-infrastructuur, om maar iets concreets aan te halen. Dat is ook opgenomen in de Q&A die online ter beschikking staan.

Ten tweede is er de problematiek rond Bring Your Own Device. Dat zijn bij uitstek de zogenaamde frontrunners die zich ook wat gegroepeerd hebben in een vijftigtal scholen. Die hebben toch heel positief, zeg maar enthousiast gereageerd op het besluit van de Vlaamse Regering (BVR). Ze hebben daaromtrent ook gecommuniceerd. Ik heb ook wel degelijk rekening gehouden met hun bezorgdheden, voornamelijk flexibiliteit inzake het eigenaarschap en de aanwendingskalender. We hebben er ook expliciet op ingezet dat schoolbesturen die al in het schooljaar ‘20-‘21 werken met een huur- of aankoopprogramma voor ICT-toestellen, de middelen uiterlijk tot en met het schooljaar ‘23-‘24 kunnen aanwenden.

De scenario’s waar u ook naar verwijst in het kader van Bring Your Own Device en die werden opgenomen in de Q&A, zijn enkel suggesties. Dat is ook duidelijk aangegeven. De schoolbesturen kiezen vanzelfsprekend autonoom hun model, zoals het is opgenomen in het BVR: aankopen, huren of leasen. Zelfs een mix van verschillende modellen is mogelijk. We moeten ook niet overgevoelig zijn omdat er eens een vermelding staat van een uitdoofbeleid. Er worden soms wel wat suggesties gedaan, maar je moet dat ook niet als een afdwingbare regeling begrijpen.

Wat de begeleiding van de scholen betreft, is het zo dat we hen bij de aankoop ondersteunen. Een concreet voorbeeld is de informatie voor en ondersteuning van schoolbesturen over manieren om ethisch en duurzaam IT-materiaal aan te kopen. We hebben daarvoor onze website www.digisprong.be, maar we organiseren ook informatievergaderingen voor de aankoopcentrales. Een eerste informatievergadering zal trouwens plaatsvinden halverwege mei 2021. Ik moet trouwens meegeven dat de onderwijsverstrekkers op dat vlak ook hun duit in het zakje doen en zelf het een en het ander organiseren.

Wat de budgetten op lange termijn betreft, moeten we er in eerste instantie voor zorgen dat we zo snel mogelijk kunnen ingrijpen. Dat hebben we ook gedaan met de relancemiddelen, die ons een gigantische sprong voorwaarts moeten brengen. We zullen dit opvolgen. Het kennis- en adviescentrum volgt heel het project inzake de Digisprong op. Er komt een grondige evaluatie en een nieuw onderzoek van de Monitor voor ICT-Integratie in het Vlaamse Onderwijs (MICTIVO), zodat we effectief kunnen vaststellen wat het effect is van de massale inzet van middelen in de scholen. Op basis daarvan kunnen we een vervolgtraject bepalen.

We gebruiken hiervoor relancemiddelen die, zoals voor allerlei domeinen geldt, eenmalig zijn. Er is wel een recurrente component aan verbonden, bijvoorbeeld met betrekking tot de IT-coördinatoren. Ik kom daar zo dadelijk op terug.

Vanaf het begrotingsjaar 2023 voorzien we sowieso in een recurrente component van 11 miljoen euro voor speerpunt 1. Naast die bijkomende relancemiddelen in het licht van het crisisbeheer hebben we ook bijna 50 miljoen euro voor ICT-ondersteuning toegekend. Dat komt bovenop de reguliere middelen. Het gaat onder meer om onze laptopprojecten. Zo hebben we 25.000 laptops kunnen verspreiden. Het gaat ook om 34 miljoen euro ter voorbereiding van het schooljaar 2021-2022.

Er zijn me vragen over de afschrijvingsperiode gesteld. Er is geen echte standaard voor die afschrijvingstermijnen. Boekhoudkundige aspecten spelen een rol, maar het gaat evengoed om technologische aspecten. Hoe robuust zijn de laptops en de ICT-toestellen die zijn aangekocht? Hoe zit het met het onderhoud en het beheer? Bij de Vlaamse overheid hanteren we een afschrijvingstermijn van vier tot vijf jaar, maar we zien op dat vlak een evolutie, waardoor de termijn soms wat opschuift. De laptopleveranciers hanteren meestal een termijn van vier jaar, maar we zien dat scholen vaak laptops kiezen die nog duurzamer zijn dan de traditionele laptops. Daar is mogelijk ook een langere afschrijvingstermijn aan gekoppeld. Om de investering te verduurzamen en de levensduurte van de ICT-toestellen op te trekken, voorzie ik in een raamovereenkomst. We hebben daarvoor in een specifieke actie voorzien, namelijk het faciliteren van het refurbishen en hergebruiken van toestellen door middel van een raamovereenkomst.

Wat de leerlingenaantallen betreft, maken we gebruik van het moment dat we allemaal kennen. De standaardteldatum is de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar. De lestijden, lesuren en punten die een school voor het schooljaar 2020-2021 krijgt, zijn gebaseerd op de leerlingenaantallen in februari 2020. Dat zal nooit exact matchen met het effectieve leerlingenaantal bij de start van het schooljaar, maar we hebben die teldag in het verleden gekozen om de scholen wat zekerheid te bieden. Als we effectief pas kunnen uitbetalen op grond van de leerlingenaantallen op dit moment, kunnen de scholen niet genoeg op voorhand plannen. Door de leerlingenaantallen in februari van het voorgaand schooljaar te hanteren, weten de scholen ruim op voorhand hoeveel middelen ze zullen ontvangen. Er kunnen schommelingen zijn, maar als het om meer leerlingen gaat dan in februari van het voorgaande jaar, kan dat uiteraard worden opgevangen met de reguliere middelen en met de bijkomende middelen die in het licht van het crisisbeheer zijn toegekend.

De scholen kennen hun leerlingenaantal en weten dus hoeveel middelen ze binnenkort zullen ontvangen. Ze kunnen dus nu al aan prospectie beginnen te doen en eventuele bestellingen al plaatsen. Ik moet wel benadrukken dat het belangrijk is om eerst een ICT-visie uit te werken. Daar begint het allemaal mee. Uit onderzoeken kunnen we  concluderen dat scholen die een ICT-beleidsplan ontwikkelen, er doorgaans in slagen om ICT meer en op een betere manier te integreren in de klaspraktijk dan wanneer ze dat niet doen.

We voorzien de uitbetaling in de tweede helft van volgende maand. Dan worden de concrete bedragen overgemaakt. Daarom wou ik dat sneller communiceren, zodat ze het weten per leerling. Voor het vijfde en zesde leerjaar lager onderwijs was het, denk ik, 290 euro. Voor het secundair onderwijs was het 510 euro. Voor het lager onderwijs ben ik het cijfer even kwijt.

Dan kom ik bij de ICT-coördinatoren. We hebben gezien dat ICT-coördinatie op schoolniveau geen overbodige luxe is. Die coördinatoren hebben zich het afgelopen jaar te pletter gewerkt, door op zeer korte termijn te moeten schakelen richting het digitale aanbod en afstandsonderwijs. Het belang van die job kan moeilijk onderschat worden. We hebben in de aanpak van het Digisprongverhaal dan ook nauw contact gehad met hun vertegenwoordiging. We voorzien ook de uitbreiding van ICT-coördinatie, voor een extra van 22 miljoen euro recurrent – dat is dus een van de elementen die recurrent zijn –, zodat scholen meer ICT-coördinatoren kunnen aanstellen.

Er wordt momenteel werk gemaakt van een voorontwerp van besluit, waarin we enkele elementen van die ICT-coördinatie opnemen. Ik noem de drie belangrijkste. Ten eerste is er de invoering van ICT-coördinatie in de basiseducatie. Daar was dat nog niet geregeld. De centra voor basiseducatie (CBE’s) kregen nog geen middelen. Dat zou ik willen regelen. Een tweede, misschien belangrijkere zaak is de invoering van het ambt van ICT-coördinator en de mogelijkheid tot vaste benoeming in het secundair onderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs (CVO’s), de centra voor basiseducatie en de academies voor deeltijds kunstonderwijs (dko). In het basisonderwijs kan dat al, maar in die andere onderwijsvormen niet. Ten derde is er de verhoging van de puntenenveloppe voor ICT-coördinatie. Daar komt maar liefst 75 procent bij.

Bij het vastleggen van bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen gaan we natuurlijk rekening proberen te houden met de budgettaire context en de interne billijkheid in de onderwijsniveaus en tussen bestaande ambten. Dat is een afweging die we moeten maken.

Tot slot kom ik bij de cyberaanvallen. Ik kan meegeven dat we in samenwerking met het Centrum voor Cybersecurity België zullen blijven werken om de problematiek aan te pakken. We hebben in dat kader inderdaad richtlijnen van het CCB aan de scholen bezorgd, onder andere via KlasCement en via een nieuwsbrief voor de ICT-coördinatoren. Belangrijk is wel dat ik u moet meegeven dat we in het kader van de nieuwe raamovereenkomst voor telecom DDoS-bescherming verplicht laten opnemen in elk standaardaanbod voor scholen. Concreet wil dat zeggen dat, als scholen gebruikmaken van die nieuwe raamovereenkomst, de internetserviceprovider zal moeten zorgen voor bescherming tegen zulke aanvallen. Een van de vraagstellers merkte terecht op dat het opmaken van wetgeving om hackerswebsites te blokkeren, een federale bevoegdheid is, maar mijn kabinet houdt alleszins de vinger aan de pols. De bevoegde minister in dezen is de premier. De contacten zijn daar prima. Men heeft ook heel snel gereageerd naar aanleiding van mijn oproepen. Maar het is dus heel belangrijk dat we die bescherming opnemen in de nieuwe raamovereenkomst. Ik heb u ook gezegd dat we dat bestek nu in de markt plaatsen via de administratie.

Ik hoop dat u kunt vaststellen dat de operatie goed in elkaar zit. We maken duidelijke keuzes. Het zijn grote bedragen die geïnvesteerd worden. We maken samen heel veel mooie nieuwe dingen mogelijk. Ik ben er dus rotsvast van overtuigd dat dit een goede Digisprong en een Digisprong voorwaarts wordt.

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Minister, u hebt ontzettend veel informatie gegeven. Wat mijn vraag betreft, onthoud ik vooral drie uitgangspunten. Ten eerste, u zei dat er een heel grote autonomie voor de scholen is. Ik denk dat dat heel belangrijk is. De vrijheid van pedagogische projecten komt absoluut niet in het gedrang. Scholen kunnen aankopen, huren, leasen; zelfs een mix daarvan is mogelijk. Ten tweede sprak u over maatwerk: er is dus mogelijkheid om te schuiven met de middelen. Dat lijkt me logisch; geen starre houding, dat is in ieder geval goed nieuws voor scholen. Ten derde had u het over responsabiliseren. Elke school een visie moet hebben op ICT, ze moet een ICT-plan hebben. U voorziet daar ook de nodige tools, u voorziet begeleiding, en ook dat is heel belangrijk, omdat we voor die mensen zeker de planlast niet willen verhogen.

Dat ICT-plan brengt me eigenlijk bij de ICT-coördinator, waarover u ook zegt dat het statuut verbeterd wordt. Er is de invoering van het ambt, wat ook een vaste benoeming mogelijk maakt. Ik denk dat dat enorm belangrijk is, want de ICT-coördinatoren zijn uiteraard essentieel om de digisprong te realiseren, om daar echt een succesverhaal van te maken en om te zorgen voor een betere omkadering en een betere beveiliging in onze scholen.

Ik heb nog twee korte vragen genoteerd. U zei dat heel wat scholen geen ICT-plan hebben: in de commissie van 24 februari zei u dat 59 procent van de scholen in het lager onderwijs en 56 procent in het secundair onderwijs geen ICT-plan en geen ICT-visie heeft. Hoe gaat u de scholen aansporen om er werk van te maken?

Nog in de commissie van februari had u het over een zelfscan voor scholen. Met die zelfscan konden scholen eigenlijk een digitale stand van zaken opmaken. Kunt u iets meer zeggen over de uitwerking daarvan?

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor de zeer omstandige uitleg. Uit deze vragen mag ik toch opmaken dat ook mijn collega’s de bezorgdheid delen dat er misschien te veel wordt ingezet op hardware. U hebt dat wel gecapteerd en gezegd dat er met de middelen geschoven kan worden. Ik wil toch nog eens benadrukken dat hardware uiteraard belangrijk is, maar dat we vooral goede mensen nodig hebben. Ik heb het voorbeeld van de cyberaanvallen gegeven. Het is gewoon ook al de technische ondersteuning op de scholen, de pedagogische ondersteuning en ook, zoals u zei, de ICT-visie ontwikkelen, het beleidsplan voor de scholen. Dus we hebben echt goede mensen nodig.

U voorziet 22 miljoen euro, recurrent, voor de ICT-coördinaten, wat uiteraard een goede zaak is. U zegt ook dat u de puntenenveloppe van de ICT-coördinatoren met maar liefst 75 procent gaat verhogen, wat ook een goede zaak is. Maar ik wil toch nog eens benadrukken dat dat ook nodig was. Veel van de ICT-coördinatoren die nu tewerkgesteld zijn in onze middelbare scholen, worden namelijk in een andere hoedanigheid tewerkgesteld, dus die verhoging was echt wel heel erg noodzakelijk.

Op mijn concrete praktische vragen hebt u nog geen antwoord gegeven, wat ik wel begrijp, want dat zal wel allemaal onderwerp zijn van sociaal overleg. Ik hoop dat daar wel relatief snel duidelijkheid komt. Uiteraard denk ik dat mensen die voor het onderwijs kiezen, niet voor het grote geld kiezen. Je verdient er goed, en dat is ook terecht, maar ik denk dat er een andere motivatie is om voor het onderwijs te kiezen dan het financiële alleen. Maar natuurlijk is het ook wel belangrijk, en dat mogen we niet vergeten, want we hebben echt wel goede mensen in het onderwijs nodig. Het is ook belangrijk dat we die via zijinstroom kunnen aantrekken en dat we ook goed in de gaten houden dat we deze mensen niet overladen met werk, zodat ze natuurlijk ook hun job goed kunnen uitoefenen. Zoals ik zojuist al zei, ze krijgen heel veel taken op hun bord geschoven met de Digisprong. Ik hoop – we zullen dat allemaal samen goed in de gaten houden – dat die mensen niet overladen worden en dat we dus de juiste mensen kunnen aantrekken.

U gaf ook aan dat u de scholen zult begeleiden bij de aankoop van materialen, van de hardware en dat u daarbij de nadruk gaat leggen op het ethische en duurzame aspect. Ik wil hier ook nog even een lans breken voor onze kmo’s, die toch ook wel zeer zwaar getroffen zijn door de crisis. Zeker in het kader van de relance van onze economie, is het misschien goed dat die ook betrokken worden bij de aankoop van de hardware.

De heer Brouns heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb goed geluisterd naar uw uitgangspunten: autonomie, responsabilisering en maatwerk. Daar past ‘Bring Your Own Device’ inderdaad perfect in. Ik denk dat het vanaf nu voor eens en altijd duidelijk moet zijn dat dat concept vandaag bestaat en in de toekomst ook kan bestaan. Waarom doen scholen dat? Net om die hoofddoelstelling die de Digisprong naar voren schuift, namelijk de duurzame integratie, duurzaam in de tijd, van digitale ondersteuning van het leerproces mogelijk te maken.

Waarom is dat belangrijk? De minister verwijst ernaar: dit is eenmalig. Het zijn eenmalige investeringsmiddelen. De scholen moeten vandaag weten waaraan ze beginnen. Ze krijgen massief veel middelen om hun visie op het digitale tijdperk samen met hun ICT-team, hun leerkrachten en leerlingen uit te werken. Sommige van hen staan nog in een prematuur stadium, maar ze moeten wel weten wat ze binnen vier jaar gaan doen, als we dat als gemiddelde termijn mogen nemen.

Dat is heel heel belangrijk. Dat is de hamvraag: hoe gaan we ons dan organiseren om de duurzame integratie aan te houden? Daarom is het belangrijk dat de concepten kunnen blijven bestaan en dat ze goede praktijken kunnen zijn waar andere scholen in Vlaanderen naar kunnen kijken. Dat zijn bewuste keuzes om met zoveel mogelijk leerlingen en leerkrachten aan de slag te gaan. Een deel van het onderhoud, van de servers, moeten ze kunnen outsourcen om zich als team volledig te kunnen richten op de creatie van vaardigheden en de ondersteuning van het personeel. Volgens de scholen ligt daar vaak een groot stuk van het probleem. ‘Devices’ voorzien voor de leerlingen is goed, maar je moet wel de leerkrachten meehebben, want zij moeten het waarmaken in de klas. Morgen staan ze voor een klas waar de leerlingen allemaal een eigen laptop hebben, een device voor hun neus, en daar moeten ze mee aan de slag. De ondersteuning van de leerkracht is daarbij cruciaal.

Misschien moet dit punt in een duidelijk kader worden gegoten. Hoe kan de integratie van ‘Bring Your Own Device’ met de Digisprong waargemaakt worden om de creativiteit in de scholen enige houvast te bieden, zodat daar geen onduidelijkheden rond zijn?

Er zijn middelen voor de toestellen plus de basisconnectiviteit. Dat is een vereiste in de eerste fase van de Digisprong. Klopt het dat het deel basisconnectiviteit door ICT-infrastructuur en internet bij de internaten nog niet voorzien is? Internaten melden dat ze vandaag wel de toestellen kunnen aankopen, of via de school krijgen de leerlingen die mee, maar in het internaat zijn geen middelen om te investeren in de basisconnectiviteit en internet.

Mevrouw Beckers verwijst naar een vraag van mij daarover. U vraagt in de bestekken naar de nodige garanties en bescherming tegen DDoS-aanvallen. Dat is goed, maar er moet zeker worden gekeken naar hoe de bestekken vorm krijgen, dat ze voldoende krachtig zijn. U gebruikte de vorige keer een mooi beeld: een autostrade met tien rijvakken versus honderdduizend. De vraag die ik meestal krijg van scholen die al heel ver staan, is of de bestekken opgemaakt zijn, zodat het sterk genoeg is. Het blijft een stuk dweilen met de kraan open. De hackers en malafide websites evolueren. U hebt ernaar verwezen. Er is overleg met de federale overheid en het CCB. De suggestie komt vanuit Smartschool, het is een fundamentele, gevoelige ingreep: kunnen we dat soort websites verbieden? Is er een sterker mechanisme tegen dat soort aanvallen? Wat is uw visie daarover?

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister, ik ben blij dat ik u nog eens een vraag kan stellen. Dat is lang geleden. Voorzitter, minister, ik heb een drietal concrete bijkomende vragen bij Digisprong.

Ik vind het goed dat u zegt dat scholen hun middelen autonoom in die zin kunnen besteden. Ik vind dat eigenlijk heel belangrijk. Maar u weet natuurlijk ook dat, om de scholen te ontzorgen, de onderwijskoepels ook raamcontracten aanbieden. Er is er al eentje voor het katholiek onderwijs, het andere staat in de steigers voor het gemeenschapsonderwijs. Ik kan mij voorstellen dat ook de collega's van deze commissie – ik ben trouwens blij dat ik hier eens aanwezig mag zijn – af en toe wel eens wat signalen krijgen over problemen binnen die raamcontracten. Minister, bent u daarvan op de hoogte? Hoe kijkt u naar bepaalde problemen?

Ik geef een heel concreet voorbeeld. Een aantal scholen signaleren mij dat zij eigenlijk niet buiten het raamcontract op een autonome manier de markt kunnen opgaan om bijvoorbeeld toestellen aan te kopen. Minister, klopt dat? Is zo'n raamcontract dan bindend voor de scholen die tot die koepel behoren?

Ik heb daar een tweede vraag bij. Of scholen nu zelf de markt opgaan om digitale apparatuur aan te schaffen of dat via een raamcontract doen, hoe volgt u als minister of uw administratie de besteding van de Digisprong-middelen concreet op? Wie controleert bijvoorbeeld de kwaliteit, de kwantiteit en de service na levering? Want ook daar bereiken mij af en toe signalen van ouders dat bepaalde toestellen die besteld zijn, uiteindelijk niet kunnen worden geleverd, dat er duurdere toestellen worden aangeboden, enzovoort. Ik kan mij voorstellen dat ook u dergelijke signalen ontvangt. Minister, wie controleert de kwaliteit, de kwantiteit en de service na levering?

Mijn laatste bijkomende vraag, minister, is een vraag naar opheldering, omdat ik het niet helemaal goed heb begrepen. Er worden wat verschillende bedragen gehanteerd. En misschien lees ik het wat verkeerd. Maar in het plan dat de Vlaamse Regering heeft ingediend om herstel en veerkracht ook op nationaal niveau binnen te brengen, zie ik dat de Digisprong is opgenomen als investeringsproject voor zo’n 316,6 miljoen euro. In uw communicatie zie ik regelmatig het getal van 375 miljoen euro opduiken. Waar zit het verschil tussen de twee? Telt u in die 375 miljoen euro iets mee wat ik niet heb gezien? Dat is gewoon een vraag tot opheldering, voorzitter.

De heer Danen heeft het woord.

Voorzitter, ik heb een aantal bijkomende vragen. Ik zal het kort houden. Eerst en vooral zou ik het willen hebben over het gegeven van die laptops, want daar wordt het soms toe verengd, maar ik begrijp en stel vast dat het natuurlijk veel meer is dan dat. De Digisprong is een middel en geen doel op zich. We hebben het daar deze ochtend ook over gehad. Ik denk dat iedereen in de commissie daar achter staat.

Minister, u zei net dat scholen moeten vertrekken vanuit een pedagogische visie rond ICT-integratie en ICT-gebruik. Mijn vraag is: zult u scholen daarin op een of andere manier ondersteunen? Dat hoeft niet per se altijd met veel geld te zijn. Het kan ook gaan over het op gang brengen van lerende netwerken of samenwerkingsverbanden. Het lijkt mij in ieder geval goed dat scholen op dat vlak worden ondersteund. Want zoals in zo veel domeinen het geval is, zijn er scholen die echte voorlopers zijn, en die daar wellicht al een pedagogische visie op hebben. Maar er zullen allicht ook scholen zijn die dat nog niet hebben. Het is goed dat ze daar eerst over nadenken, vooraleer ze zich volop aan die digitale sprong wagen.

Een tweede element dat ik wil aanhalen, sluit aan bij wat collega Rzoska net heeft gezegd. Ik verwijs naar een van de vele brieven die u krijgt en die begin februari door de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO) werd gestuurd naar ons allen. Daarin vroegen ze aandacht om ervoor te zorgen dat lokale handelaars kunnen meedingen naar dit soort contracten. Ik zal daarover niet te veel in detail treden. Maar het lijkt mij goed om, één, niet alles in één heel groot bad te steken, twee, ook te kijken naar service, en drie, niet alleen te kijken naar de laagste prijs.

De vraag is dus hoe u scholen daartegen gaat beschermen? En twee, hoe zult u lokale handelaars kansen geven om aan dit soort grote projecten, die toch heel veel impact hebben, deel te nemen? Het is belangrijk om daarop in te spelen en daar draagvlak voor te vinden.

De heer Daniëls heeft het woord.

Het is interessant. We hebben al een commissie gewijd aan het volledige plan. We hebben daar al over gesproken.

Ik wil toch nog eens benadrukken, collega’s, want we zouden het bijna vergeten, hoe historisch de bedragen zijn die we nu investeren. Ik vind het echt belangrijk om dat aan te stippen. 

Ten tweede, in verband met die hele kwestie die op een bepaald moment naar boven kwam, waarbij men zei dat ze die computers zelf zouden moeten betalen, en dat dat geen gratis computers zijn: het is nu wel duidelijk dat dat budget meer dan vertienvoudigd wordt. Ik ben ook blij dat niemand in deze commissie daar nog naar verwijst, en dat die intellectuele eerlijkheid er nu wel is.

Wat die raamcontracten betreft: ik wil daar ook wel bij aansluiten, want ik heb daar ook wel een aantal signalen rond gekregen. Ten eerste is het natuurlijk zo dat het volume van bedragen en aankopen dat er nu is, echt wel groot is, zelfs op een Vlaamse en Europese markt. Dat is echt veel. De vraag is of de lokale handelaar daar überhaupt aan kan voldoen. Dat is echt een legitieme vraag, denk ik. Ik heb veel respect voor de lokale handelaars.

Maar punt twee is wel iets waar ik mij wat meer zorgen over maak: een raamcontract is natuurlijk een optie voor scholen. Ik hoor op bepaalde gremia heel dikwijls zwaaien met vrijheid, vrijheid, vrijheid. Vrijheid is vrijheid. En dan neem ik aan dat ook die scholen de vrijheid hebben om al dan niet in het ene of andere raamcontract in te stappen, en dat de voordelen van dat raamcontract, collega’s, minister, dan ook voor de school zijn, voor de leerlingen. Dan neem ik aan dat er niet ergens onderweg dingen blijven plakken, zoals commissies, of dat als je bij afname van tien stuks een gratis toestel krijgt, dat gratis toestel dan ook in de scholen terechtkomt. Maar ik zie aan de non-verbale communicatie dat iedereen er toch mee instemt dat het inderdaad de bedoeling is dat alle voordelen van raamcontracten in scholen terechtkomen. Daar kan ik alleen maar blij om zijn. Ik wil bij deze ook de oproep doen om, als er duidelijke signalen zijn van scholen, dat zeker te melden op het kabinet en bij ons. Dan kunnen we daarmee aan de slag gaan. Maar ik hoop dat het niet waar is, en dat vrijheid inderdaad vrijheid is.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik probeer een beetje punctueel te antwoorden. Wat de aanmoediging met betrekking tot de ICT-plannen betreft, daar hebben we natuurlijk de beste praktijken, net als voor het stimuleren van ICT-coördinatoren. Maar voor die scholen die ook echt van nul moeten beginnen hebben we op de website www.digisprong.be ook een startplan, een volledig stappenplan voor starters. Daar worden ze echt stap voor stap begeleid en geadviseerd over wat ze dienen te doen. Ook de zelfscan zit vervat in de website en wordt daar helemaal toegelicht.

Wat de ICT-coördinatoren en de verloning betreft: daaromtrent zijn de gesprekken nu bezig. Je hebt natuurlijk één zaak: de verloning in de private sector. Dat is juist. Maar zoals je terecht opmerkt, doe je onderwijs nu niet bepaald voor de centen. We moeten ook een en ander zien in het kader van de baremieke verloning van de collega’s, namelijk de andere leerkrachten en de loonspanning ter zake.

De internaten, dat moet ik bekijken. Dat gaat dan natuurlijk over het internetgebruik buiten de schooluren.

Er was de vraag rond het repressief optreden ten aanzien van hackers. Websites verbieden of blokkeren is tot mijn spijt nog steeds een federale bevoegdheid. Maar we hebben die vraag ook wel gesteld aan de bevoegde ministers en de premier in dezen.

Dan was er de discussie rond de raamcontracten. Voor alle duidelijkheid: de basisbeginselen die ik aanvankelijk heb vernoemd, namelijk autonomie, responsabilisering en maatwerk, maken dat de scholen vrij zijn om in te stappen in raamcontracten naar eigen inzichten. We begeleiden hen ook op dat vlak. We hebben ervoor gezorgd dat er via de website wordt geduid welke stappen ze daar kunnen zetten. Ik heb ook gezegd dat we een informatievergadering organiseren voor de aankoopcentrales. Die eerste informatievergadering vindt plaats op 12 mei. Daarbij geven we ook concrete duiding en tips en tricks met betrekking tot die raamcontracten.

Wat de controle op de besteding betreft, komt er een omzendbrief. Mijn administratie, in dit geval het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI), zal zich op de monitoring focussen. De bewijsstukken zullen hierin vervat zijn. We hebben de middelen nog niet gegeven en dus wil ik wat tijd geven om een omzendbrief met betrekking tot de controle te bezorgen. Die omzendbrief is in opmaak.

Tot slot is er nog de punctuele vraag wat het verschil tussen 375 miljoen euro en 316 miljoen euro is. Dat is veel. Dat heeft veel te maken met het feit dat de EU de btw en de ICT-coördinatoren niet vergoedt. Ik weet niet wat de verantwoording voor dat laatste is. Misschien gaat het erom dat het loonkosten zijn. We kunnen dit alleszins niet inbrengen. Dat is gewoon de verantwoording.

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Ik zal mijn slotrepliek gebruiken om naar de brief van de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO) te verwijzen. De UNIZO hoopt dat de middelen voor de digisprong zo veel mogelijk in onze Vlaamse economie terechtkomen en aan de lokale kmo’s ten goede komen. In Limburg, bijvoorbeeld, zou het om 50 miljoen euro gaan. Dat is de autonomie van de scholen. Ik kan alleen maar hopen dat dit zo veel mogelijk bij onze lokale ondernemers terechtkomt. Ik zal een oproep doen.

De Digisprong is een enorm belangrijke sprong voorwaarts, maar ik heb in deze commissie altijd gezegd dat het beste onderwijs altijd het onderwijs in de klas is. Ik hoop dat we zo snel mogelijk terug naar de normale situatie kunnen gaan.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Minister, de Digisprong is absoluut een sprong voorwaarts. We hadden natuurlijk een historische achterstand en u doet er heel goed aan dat nu te willen rechtzetten. U steekt daar veel geld in en geld is uiteraard een noodzakelijke voorwaarde, maar we moeten niet vergeten dat we vooral ook mensen nodig hebben. In dit geval hebben we leerkrachten en goede profielen nodig. Het onderwijs kan zeker en vast uitdagend en interessant zijn. Er verandert constant iets. Het is een uitdagende job, maar we moeten ervoor zorgen dat we die mensen niet overladen met werk. U voorziet in veel bijkomende budgetten voor de ICT-coördinatoren, maar het is belangrijk in de gaten te houden dat het voldoende is en dat we die mensen goede omstandigheden bieden om naar het onderwijs te komen. We moeten die mensen niet alleen aantrekken, maar ook in het onderwijs houden.

De heer Brouns heeft het woord.

Minister, ik herhaal dat voor mijn fractie de duurzame integratie van de digitale ondersteuning in het leerproces het hoofddoel van de Digisprong is. Ik denk dat we die mening delen. Dat moet duurzaam in de tijd zijn, maar er is ook verwezen naar de duurzaamheid van het materiaal, wat uiteraard ook belangrijk is. Als we die massieve investering doen, is het belangrijk dat dit in de verre toekomst rendeert. Dat is cruciaal. De scholen hebben daar nu tijd en ruimte voor nodig. U biedt dat met uw uitgangspunten. Het is belangrijk dat de scholen een eigen beleid ontwikkelen dat dan in een pedagogisch project wordt geïntegreerd. We moeten eerst stappen voor we kunnen koersen. De focus moet echt liggen op de duurzame integratie. Met betrekking tot wat u over de eenmalige investering hebt gezegd, herhaal ik dat de scholen zich moeten voorbereiden om de digitale trein in de periode daarna verder te laten rijden. Sterke IT-teams zijn een belangrijke randvoorwaarde. U werkt hieraan en we kijken naar de verbetering van het statuut van de ICT-coördinatoren.

De leerlingen en de leerkrachten moeten mee zijn. Ik herhaal dat het telkens een grote uitdaging blijkt om alle leerkrachten voldoende te ondersteunen. Er moet voldoende aandacht zijn voor de professionalisering op dat vlak, zodat de leerkrachten de Digisprong in de klaspraktijk kunnen waarmaken.

Tot slot doe ik een oproep om maximaal te luisteren en te kijken naar de digitale voorlopers die we hier al vaak hebben vernoemd. Er zijn scholen die dit nu al waar maken en al laten zien hoe het digitale, met eigen laptops en devices, op een duurzame wijze in de klas kan worden geïntegreerd. Dat is het ‘Bring Your Own Device’-concept, waarin het eigenaarschap door de leerlingen veeleer wordt aanbevolen dan afgeraden om de duurzame integratie mogelijk te maken. Ik hoop dat dit voor eens en voor altijd duidelijk is.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.