U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer D’haeseleer heeft het woord.

Minister, sinds enkele weken wordt het actief opsporen van fraude bij sociale huurders met buitenlandse eigendommen mogelijk gemaakt door het raamcontract dat de Vlaamse Regering via de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) ter beschikking heeft gesteld aan de sociale woonactoren. Binnenkort zullen we daar ongetwijfeld een aantal resultaten van kennen.

Het is natuurlijk zo dat de Vlaamse overheid nog een aantal andere sociale voorzieningen heeft waarvoor dezelfde eigendomsvereiste als toekenningsvoorwaarde wordt gesteld. Ik denk hierbij meer bepaald aan de huursubsidie, de huurpremie, de huurwaarborglening en de woonlening. Dat zijn tegemoetkomingen aan sociaal behoevende Vlamingen waarvoor eveneens de voorwaarde geldt dat de aanvrager of de persoon die ervan geniet geen eigendommen bezit. Ook voor sociale koopwoningen geldt dezelfde eigendomsvoorwaarde.

Uit de eerste onderzoeken en de eerste berichten in de pers blijkt dat met de raamcontracten hier en daar wat sociale fraude kan worden aangetoond. Volgens mij is het aangewezen de gevolgen van dergelijke fraude door te trekken naar de andere tegemoetkomingen die ik net heb opgesomd. Een uitbreiding van de controles en vooral het doortrekken naar de andere tegemoetkomingen dringen zich op.

Tijdens een webinar van de VMSW over het bewuste raamcontract op 30 maart 2021 heeft de directeur van de sociale huisvestingsmaatschappij Ons Dak verklaard dat er sinds de bekendmaking van het raamcontract een merkbare stijging is van het aantal aanvragen door sociale huurders die hun sociaal kooprecht willen gebruiken. Dat kan ten dele worden verklaard door het feit dat dit recht maar tot 31 december 2021 kan worden uitgeoefend, maar hij heeft opgemerkt dat de plotse stijging opvallend is. Hij heeft de bedenking gemaakt dat dit mogelijk een vluchtroute voor sociale kopers kan zijn die niet door het huidig raamcontract wordt geviseerd.

Een andere vraag over wat als een mogelijke vluchtroute kan worden bestempeld die tijdens het webinar is geformuleerd, is de vraag of tijdens de onderzoeken ook zal worden gezocht naar eigendommen die eventueel in vennootschappen zijn ondergebracht. Het blijkt tevens voor sommige sociale woonactoren niet duidelijk hoeveel jaren ze kunnen teruggaan om de sociale korting terug te vorderen. Verder is meermaals de vraag gesteld of er rekening moet worden gehouden met verjaringstermijnen.

Minister, hebt u de intentie om de fraude in verband met de net vermelde sociale tegemoetkomingen op een vergelijkbare wijze op te sporen? Wanneer denkt u deze eventuele uitbreiding te kunnen doorvoeren?

Hebt u bijkomende maatregelen voor ogen om fraude met buitenlandse eigendommen in verband met die andere sociale tegemoetkomingen op te sporen?

Kunt u de tijdens het webinar geformuleerde stelling en beweringen onderschrijven dat een plotse stijging van het sociaal kooprecht is opgemerkt?

Wordt tijdens de onderzoeken actief gezocht naar eigendommen in het buitenland die onder vennootschappen zijn ondergebracht? Zijn er al aanbevelingen met betrekking tot deze mogelijke vluchtroutes naar de sociale woonactoren gestuurd?

Welke stappen zult u zetten om eventuele achterpoortjes in de onderzoeken naar buitenlandse eigendommen te sluiten?

Is er een maximum vastgesteld voor het aantal jaren waarvoor de sociale korting kan worden teruggevorderd?

Is voorzien in mogelijkheden om ook de huurpremies terug te vorderen indien een sociale huurder nog maar net een sociale woning huurt en voordien enkele jaren een huurpremie heeft ontvangen?

Is voorzien in de mogelijkheid van een historisch onderzoek indien blijkt dat een sociale huurder in het verleden wel degelijk fraude met een buitenlandse eigendom heeft gepleegd?

Is het mogelijk ook de sociale korting voor die periode terug te vorderen?

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer D’haeseleer, iedereen in deze commissie deelt natuurlijk de bekommernis dat sociale woningen moeten terechtkomen bij de mensen die ze nodig hebben en die er recht op hebben. Dit is een heel goed instrument. We hebben het er kort voor het paasreces, toen dit punt door de plenaire vergadering is besproken, al over gehad. Uw voorzitter heeft me toen op sociale media nog in grote hoofdletters een leugenaar genoemd, alsof dat meer waar is als het in hoofdletters staat. Een beetje later heb ik het bericht gezien waarin u hebt gevraagd ook in Ninove werk te maken van dat buitenlands vermogensonderzoek. Ik waardeer uw steun. U vraagt de lokale sociale huisvestingsmaatschappijen en de lokale besturen terecht hier werk van te maken. Over de uiteindelijke doelstelling zijn we het dus allemaal eens.

Ik ga over tot uw eerste vraag. Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen sociale huur en de andere aangehaalde instrumenten. Het huren en verhuren van een sociale woning omvat een duurzame relatie tussen huurder en verhuurder. De verhuurder zal vanuit haar reguliere taken de woning of de buurt van die woning regelmatig opzoeken en de buurtbewoners of collega-huurders kunnen hierover informatie verstrekken aan de sociale huisvestingsmaatschappij (SHM). Vanuit dit perspectief is het eenvoudiger om vermoedens met betrekking tot buitenlandse eigendom te hebben en deze te onderbouwen, door bijvoorbeeld een controle van de sociale huurwoning op leegstand of een controle tijdens de vakantiemaanden uit te voeren. We starten natuurlijk altijd van dat vermoeden dat er een eventuele eigendom van onroerend goed in het buitenland zou zijn. Dat vermoeden is natuurlijk gemakkelijker om te groeien als er een duurzame relatie is: als die huurder jarenlang huurt en er dus contact is tussen die beiden, en als er buren zijn. Die vermoedens kunnen op allerlei mogelijke manieren naar boven komen, bijvoorbeeld als een woning ettelijke maanden leegstaat of de tuin niet verzorgd is. Dan groeien die vermoedens. Maar je hebt een duurzame relatie nodig om zo’n vermoeden te laten groeien.

Bij de andere instrumenten is er veel minder sprake van een duurzame relatie en is het minder evident of in sommige gevallen zelfs onmogelijk om de eigendomsvoorwaarden op eenzelfde manier te controleren. Dat betekent absoluut niet dat dit een vrijbrief zou zijn, mijnheer D’haeseleer, want de regelgeving is daarover heel duidelijk. Ik verwijs naar het systeem van de huurpremie en de huursubsidie. Een huurpremiegenieter moet ingeschreven zijn bij zijn domicilie-SHM. Dit is de SHM die actief is in de gemeente waarin de huurder woont. Hetzelfde geldt voor de huursubsidiegenieter, behoudens voor de SVK-huurder (sociaal verhuurkantoor).

De eigendomsvoorwaarde wordt geacht vervuld te zijn als de huurder ingeschreven is bij de domicilie-SHM. Indien een SHM een buitenlandse eigendom vaststelt die niet in overeenstemming is met de regels, dan schrapt de SHM de kandidaat-huurder en wordt de huurpremie of de huursubsidie stopgezet. Dat volgt daar automatisch uit. Een huurpremiegenieter die geschrapt wordt van uitbetaling, wordt voor altijd uitgesloten van het recht op huurpremie. Ook naar de toekomst toe wordt die dus uitgesloten.

Ik kom tot uw tweede reeks vragen. Er zijn inderdaad meldingen dat bepaalde sociale huurders gebruik wensen te maken van hun kooprecht. Ik wil altijd voorzichtig zijn in het sturen van het beleid op echt empirische vaststellingen. Het is daarom zeer moeilijk om zeker te zeggen dat dat een algemene trend is. Dat is moeilijk vast te stellen. Dat begrijpen jullie ook. Wij krijgen bijvoorbeeld ook heel wat signalen van sociale huurders die plots zelf hun opzegging doen. Dat komt dan plots na die communicatie over dat buitenlands vermogensonderzoek. Maar het is zeer gevaarlijk om dan echt te zeggen dat het daaraan ligt. Dat is moeilijker te doen. Of dit te maken heeft met de aankondiging van het onderzoek naar buitenlandse eigendommen, of met het sociaal kooprecht dat dit jaar op zijn einde loopt, weten we evenmin. Dat is moeilijk vast te stellen, maar we horen ook wel die signalen. Dat zijn zaken die tot bij ons komen.

In elk geval is het zo dat, als een SHM een vermoeden heeft dat een zittende huurder – los van de vraag of die het kooprecht wil uitoefenen – verboden onroerend bezit in het buitenland heeft, zij een onderzoek kan laten uitvoeren. U verwijst naar dat kooprecht. Op dat moment is men zittend sociaal huurder, dus kan de SHM, SVK of wat dan ook evengoed dat onderzoek opstarten. Dat staat niet in de weg. Het is niet omdat men dat kooprecht plots wil uitoefenen – dat is een hele procedure, u weet dat die beslissing rond een onderhandse akte wel een tijdje duurt – dat er niet perfect een onderzoek kan worden opgestart.

Verder is de raamovereenkomst niet gericht op het uitvoeren van onderzoeken naar het inbrengen door een sociale huurder van onroerende goederen in een vennootschap. Het voeren van dergelijk onderzoek is heel moeilijk. Het is niet dat we dat niet willen doen, maar het is zeer moeilijk. De sociale verhuurder zou dan al een indicatie moeten hebben van de betrokken vennootschap waarin een woning of perceel bestemd voor woningbouw werd ingebracht. Daarnaast moet dan ook nog kunnen worden aangetoond dat de sociale verhuurder zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van deze vennootschap is. Voor alle duidelijkheid: het moet gaan om een woning die kan worden gebruikt voor bewoning. De regelgeving is daarin zeer duidelijk.

Wat uw derde vraag betreft: de regelgeving, het Besluit Vlaamse Codex Wonen, bepaalt dat de huurder uitsluitend recht heeft op de sociale korting als hij alle noodzakelijke informatie aan de verhuurder bezorgt en die informatie niet frauduleus is. De verhuurder kan de toegekende korting altijd terugvorderen als blijkt dat dat niet het geval is geweest. Dat kan dus altijd teruggevorderd worden. Als de sociale verhuurder dus vaststelt dat de sociale huurder verboden buitenlands onroerend bezit heeft verzwegen, kan hij de sociale korting terugvorderen.

De vraag hoe ver hij kan teruggaan in de tijd, wordt bepaald door de toepassing van de verjaringsregels. Over het algemeen wordt aangenomen dat op de terugvordering van de sociale korting de tienjarige verjaringstermijn van toepassing is.

Zijn er mogelijkheden voorzien om huurpremies terug te vorderen? Het Besluit Vlaamse Codex Wonen biedt de mogelijkheid om tegemoetkomingen terug te vorderen die ingevolge list, bedrog of valse verklaringen zijn verkregen. In geval van fraude kan die sociale tegemoetkoming teruggevorderd worden. Dat lijkt me ook logisch.

De raamovereenkomst is niet gericht op het voeren van een historisch onderzoek. Ze is beperkt tot onderzoek naar verboden buitenlands onroerend bezit van zittende huurders. Onderzoek naar verboden buitenlands onroerend bezit van voormalige huurders valt buiten het toepassingsgebied.

Verder richt de raamovereenkomst zich op het onderzoek naar het huidige buitenlands onroerend bezit van een zittende huurder en niet op buitenlands onroerend goed dat de zittende huurder in het verleden had.

Als na de evaluatie van de huidige raamovereenkomst, die loopt tot en met 14 maart 2023, blijkt dat de scope moet worden uitgebreid tot historische onderzoeken, dan zullen we dat op dat ogenblik zeker overwegen.

De terugvordering van de sociale korting kan altijd, zolang die vordering niet is verjaard. In het algemeen is dat de tienjarige verjaringstermijn, zoals ik heb gezegd in het antwoord op uw tweede vraag.

De heer D’haeseleer heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor de antwoorden.

Het is belangrijk dat de inspanningen van de onderzoeksbureaus en uiteraard ook van de Vlaamse Regering, die die inspanningen voor een groot deel, ter waarde van 5 miljoen euro, financiert, maximaal renderen. Het is heel belangrijk dat de buitenlandse huurders die gefraudeerd hebben, de financiële weerslag daarvan zien, niet alleen op het vlak van het verlies van hun sociale woning, maar ook op het vlak van de andere tegemoetkomingen die ze als kandidaat-huurder bijvoorbeeld hebben ontvangen in de vorm van huurpremie of huursubsidie.

Wat de sociale korting betreft hebt u gezegd dat het altijd terugvorderbaar is en dat er een verjaringstermijn van tien jaar geldt. Die mensen zijn nogal creatief. Nu geeft u aan dat het niet eenvoudig is om er een zicht op te krijgen als woningen ondergebracht zijn in vennootschappen. Ik kan me daarbij aansluiten. Het is een heel complexe materie, maar ik vrees een beetje dat op die manier een vluchtroute zal worden ontwikkeld om sociale fraude in de toekomst mogelijk te maken. Ik hoop dat er in de toekomst een aantal tools zal worden ontwikkeld om op dat vlak een aantal stappen vooruit te zetten.

Ik wil u nog een bijkomende vraag stellen, minister. Het is van het allergrootste belang dat er een doorstroming van informatie is vanuit de sociale huisvestingsmaatschappijen naar de VMSW. Ik heb al een aantal schriftelijke vragen gesteld over de resultaten van mensen die vroeger al een beroep hebben gedaan op die bureaus. We moesten daaruit concluderen dat er weinig informatiedoorstroming is. Als een sociale huisvestingsmaatschappij een onderzoek opstart en er wordt fraude bewezen, dan wordt die persoon uit zijn sociale woning gezet. Maar als die informatie niet doorstroomt naar de VMSW, dan kan er moeilijk opgetreden en ook niet nagekeken worden in hoeverre de huurpremie of de huursubsidie nog kan en moet worden teruggevorderd. Op welke manier zal de informatie van mensen die gefraudeerd hebben en waarover er een rechterlijke uitspraak is, doorstromen naar de VMSW, zodanig dat we kunnen bekijken op welke manier de andere sociale tegemoetkomingen teruggevorderd kunnen worden? Ik denk dat die samenwerking en informatiedoorstroming essentieel zijn.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Minister, ik ben blij samen met u te kunnen vaststellen dat iedereen nu wel erkent dat de nieuwe mogelijkheden een grote stap vooruit zijn. Ik ben er echt van overtuigd dat het uw verdienste is dat hier zo veel aandacht voor is. We zien een grote deelname aan de webinars, wat aantoont dat de partners interesse hebben om hierop in te gaan. Ik merk ook dat veel gemeenten dit op de gemeenteraad agenderen en ervoor willen zorgen dat hun partners effectief op de door u geboden mogelijkheden ingaan. Ik heb dat zelf zeker gedaan.

Mijnheer D’haeseleer, ik denk dat uw vragen pertinent zijn, maar het gaat natuurlijk om een nieuwe maatregel. Het is logisch dat dit op het terrein een bepaalde impact zal hebben. We kunnen op de kleine, ongewenste effecten focussen, maar we moeten er nu vooral voor zorgen dat het nieuwe systeem in de praktijk ingang krijgt.

Minister, ik heb begrepen dat u de achterpoortjes zult opvolgen en zult proberen te sluiten. We moeten dit nu tijd geven, zodat het ingang kan vinden. Nadien zal een evaluatie wel uitwijzen of bijkomende stappen nodig zijn.

De heer Veys heeft het woord.

Voorzitter, ik heb nog enkele praktische vragen, vooral over de beleidsuitvoering. Dit komt op de agenda van veel gemeenteraden, maar ik heb daar altijd wat twijfels bij. Het zijn de raden van bestuur die dit moeten uitvoeren. Eigenlijk zijn dergelijke voorstellen van de gemeenteraad zonder voorwerp.

Zoals vorige keer al gesteld, zijn we principieel voor, maar ik heb een vraag over de uitvoering. De raden van bestuur moeten een systeem opzetten. Op basis waarvan zullen ze controleren? Ik heb daar vragen over. Ik heb het webinar niet kunnen bijwonen. Het was uitverkocht, maar de directeur van onze sociale huisvestingsmaatschappij is wel aanwezig geweest. Zal de Vlaamse overheid nagaan of ze een systeem kan aanbieden op basis waarvan die vermoedens kunnen worden opgemaakt? Wat zijn de redenen daarvoor? De raden van bestuur moeten het personeel bepaalde zaken vragen. Is er een algemene regel? Op welke manier kunnen we zoveel mogelijk verwijten in verband met een heksenjacht of willekeur vermijden? Ik denk dat dit een heel belangrijk element is.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Ik denk we allemaal grotendeels op dezelfde lijn zitten.

Mijnheer D’haeseleer, we willen natuurlijk maximaal rendement. We zullen zeker waakzaam zijn voor het probleem met de vennootschappen. Dat is moeilijker, maar we blijven zoeken naar manieren om al die zaken aan te pakken. Uw punt in verband met de informatiedoorstroming is een goed punt, maar ik weet niet of we dat kunnen oplossen. We moeten dit zeker van dichterbij bekijken. Het komt erop neer dat we te weten zouden komen of iemand die vanwege een eigendom in het buitenland zijn huurcontract verliest of uit zijn woning wordt gezet, daarvoor ook een andere sociale tegemoetkoming heeft gekregen die we dan kunnen terugvorderen. Ik denk dat we daar met issues inzake privacy zullen zitten. Het is iets om te bekijken.

Mevrouw Sminate, ik dank u voor uw ondersteuning. Wij zitten nu helemaal op dezelfde lijn.

Mijnheer Veys, u hebt gelijk. Puur principieel of theoretisch moet dit niet aan bod komen in de gemeenteraad. De filosofie van het beleid dat we voeren, met de eenmaking van de woonmaatschappijen en dergelijke, is dat de lokale besturen meer de aansturing van het sociaal wonen en van het woonbeleid in het algemeen moeten opnemen. In die zin vind ik het zeker niet slecht dat de gemeenteraad hierover een debat kan voeren. Ik denk dat we elkaar niet tegenspreken. Uiteindelijk moet de raad van bestuur van de sociale huisvestingsmaatschappij de knoop doorhakken. Het is zeker geen voorwaarde dat de gemeenteraad dit bespreekt.

Het webinar is opgenomen. U kunt dat bekijken.

Uw laatste vraag heb ik wel niet opgeschreven.

We moeten een systeem uitwerken in de raad van bestuur: op basis waarvan maak je een lijst van vermoedens op? Ik weet dat dat bij sommige SHM’s bijvoorbeeld ging over kijken op Facebook. Moeten we dan vragen aan het personeel om op Facebook te kijken? Soms is het een lange afwezigheid. Bij sommige SHM’s bekijken ze welke huurders de Belgische nationaliteit nog niet hebben aangevraagd na een lange verblijfsperiode. Komt er daarover nog een aanbod, een pakket – ik weet niet of ik het een richtlijn moet noemen? Of moeten wij als SHM zelf juridisch advies inwinnen over de vraag hoe we zo’n systeem het best kunnen opzetten? Er zijn SHM’s die ermee zijn gestart. Er wordt geadviseerd om daarover met de directie contact op te nemen, maar ik denk dat het het beste is dat Vlaanderen dat algemeen opneemt.

Minister Matthias Diependaele

Eerst en vooral, ik ben het er helemaal mee eens dat we absoluut moeten zorgen voor een gelijke behandeling. Het systeem is er voor alles en iedereen. Het is geen heksenjacht en dat is het nooit geweest. Ik verzet me er ook hartsgrondig tegen als mensen dat beweren, want dat is niet zo. Wat dat betreft, zitten we dus helemaal op dezelfde lijn. Er komt inderdaad nog een webinar, denk ik, met best practices.

Ik geef grif toe dat dit ook voor ons een leerproces is. We hebben ervaring opgedaan in Antwerpen, een beetje in Hamme, nu in Lier. Dat heeft men daar ook aan toegevoegd. We gaan de kennis die we daar vergaren, stelselmatig opbouwen, en die delen met de andere SHM’s. Ik heb al een paar voorbeelden gegeven: een woning die lang leegstaat, een voortuintje dat niet onderhouden is en dergelijke meer. Dat kunnen aanwijzingen zijn. We zullen meegeven hoe dat precies moet worden gekaderd. Soms kan het ook gaan om energiefacturen. We zullen dus best practices daarover delen en daarbij aansluitend ook, zoals gevraagd, die informatie over de juridische achtergrond daarvan doorgeven. Ik denk dat er daarover een webinar zal worden georganiseerd in mei.

De heer D’haeseleer heeft het woord.

Ik wil eigenlijk eindigen met hetgeen waarmee de minister is begonnen, namelijk met mijn partijvoorzitter te vernoemen en dan te zeggen dat ik dat in Ninove ook heb voorgesteld. Mevrouw Sminate, ik hoor u zeggen dat het een grote stap vooruit is. Het is een stap vooruit, men doet nu tenminste al iets, maar ik ga niet akkoord met de bewering dat dit alles zal oplossen. Ik denk dat we met dit systeem enkel maar het topje van de ijsberg zullen zien en gevallen zullen ontdekken die ‘stoemelings’ naar boven zullen komen. Ik heb het daarjuist gehad over de vermoedens en de duurzame relatie. U zei dat men waarschijnlijk ook informatie moet krijgen via de buren. Minister, toen ik dat bij een vorige vraag vernoemde, had u het over een verklikkersmentaliteit, maar of u dat nu graag hoort of niet, het zal via die kanalen zijn dat we die vermoedens zullen kunnen staven.

Er zijn bij diverse SHM’s al een aantal uitspraken geweest. Ik weet dat u hebt verwezen naar problemen die misschien zullen opduiken in het kader van de privacy, maar ik veronderstel dat die wel opgelost zullen kunnen raken. Het zou toch wel niet slecht zijn dat de VMSW die namen zou opvragen, om inderdaad te zien of mensen in het verleden op basis van foute informatie huursubsidies of huurpremies hebben genoten. Ik zou daar toch wel op willen aandringen. Ik vrees immers een beetje dat SHM’s anders enkel gaan focussen op hun eigen winkel en dat de inspanningen die zowel financieel als qua energie zijn gedaan, eigenlijk onvoldoende zullen kunnen renderen qua gevolgen. Ik hoop dus – en ik kom daar later nog op terug – dat u dit meeneemt en eens voorlegt aan uw kabinet en uw administratie: op welke manier kan die doorstroming van informatie gebeuren, zodat we een maximum aan frauduleuze subsidies en tegemoetkomingen kunnen terugvorderen?

Minister, ik ben het met u eens dat dit een ‘work in progress’ is. We zullen door de praktijk waarschijnlijk nog meermaals moeten bijsturen, zullen op een aantal obstakels stoten, die dan op een of andere manier legistiek zullen moeten worden opgelost, maar goed, ik hoop in ieder geval dat we verdere stappen vooruit zetten. Voor ons is dit maar een eerste stap. Het is inderdaad roeien met de riemen die we hebben. Dit is niet het systeem waar ik een voorstander van ben, u weet dat, maar goed, dit is waarmee de SHM’s nu moeten en kunnen werken. In plaats van niks te doen is het beter dat we dit ten minste al gebruiken om sociale fraude aan te pakken. Ik kom hier later echter zeker op terug, en ik hoop dat u die informatiedoorstroming eens doorpraat met uw kabinet en uw administratie.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.