U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Ik wil het hebben over de alternatieve regeling die we tegen 2027 moeten hebben voor wat we nog steeds de zoogkoeienpremie noemen, maar wat officieel de premie voor het behoud van de gespecialiseerde zoogkoeienhouderij heet. In het Vlaams regeerakkoord ligt de focus op het verduurzamingsaspect voor het alternatief. In die optiek wordt blijkbaar de piste onderzocht van een graslandpremie. Die zou echter alleen maar van toepassing zijn op grasland dat mag worden gescheurd.

De vleesveehouderij kijkt daar met heel grote bezorgdheid naar omdat het grasland dat mag worden gescheurd vooral door melkvee zou worden beweid. Geschikt grasland voor melkvee verschilt immers structureel van het soort grasland dat beter geschikt is voor vleesvee. Als er op een grasland een scheurverbod geldt, kan de vleesveehouder geen premie krijgen om dat grasland langer aan te houden.

Daarom komt het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) met een alternatief voorstel. Concreet vraagt de organisatie de omvorming naar een duurzaamheidspremie, rechtstreeks voor de dieren die op de bewuste weilanden grazen, als waardering voor de instandhouding van waardevol grasland, wat dus neerkomt op een gekoppelde steun. Die premie moet conform de geest van het Vlaams regeerakkoord worden gekoppeld aan een verduurzamingsobjectief.

Voor de concrete invulling van die verduurzaming wordt geopteerd voor een beleid op maat van het bedrijf. Dat kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de productie van eigen eiwitten in de plaats van het importeren van buitenlandse soja, of op het beheren van strategische graslanden.

Minister, werd er reeds onderzocht in welke mate de keuze voor een graslandpremie als alternatief voor de huidige premie nadelig zou zijn voor de vleesveehouders? Welke concrete impact kan dit hebben op het aandeel gekoppelde steun dat vleesveehouders in de toekomst zullen ontvangen? Zult u zoeken naar een duurzaam alternatief waarbij de vleesveesector een gelijkaardig aandeel als vandaag zal blijven ontvangen als gekoppelde steun? Hebt u kennis genomen van het voorstel om een duurzaamheidspremie voor vleesvee te voorzien als alternatief? Zo ja, hoe schat u dit in als mogelijk alternatief en zal dit ernstig worden onderzocht?

De heer Steenwegen heeft het woord.

Minister, onze vragen om uitleg zijn zeer gelijklopend en ik zal dus niet alles herhalen. Ik wil wel nog de nadruk leggen op het feit dat dit een boodschap is die gekoppeld vanuit het ABS en Natuurpunt is gekomen. Natuurpunt wijst vooral op het belang van de historische graslanden als opslagplaats voor koolstof, wat heel belangrijk is voor het klimaat.

Het belang van die graslanden wordt heel sterk naar voren gebracht in het kader van een aantal milieu- en natuurbekommernissen. Die beide organisaties houden een pleidooi om de teelt van het vleesvee en het begrazen van de historische graslanden overeind te houden en te blijven ondersteunen.

Minister, welk belang hecht u aan zo’n maatschappelijk gedragen boodschap? Het is zeker geen unicum want we hebben dat in het verleden nog gezien, maar het is toch mooi om te zien dat beide organisaties die boodschap samen brengen. Wat is de stand van zaken in verband met het alternatief voor de zoogkoeienpremie? Wat houdt het voorstel van de zogenaamde simpele graslandpremie, zoals het vandaag voorligt, in? Heeft uw administratie alternatieven onderzocht? Welke waren die? Welke elementen/argumenten zijn voor u van belang om tot een alternatief voor de zoogkoeienpremie te komen? Wat vindt u van het voorstel van het ABS en Natuurpunt voor een duurzaamheidspremie als alternatief voor de huidige zoogkoeienpremie? Hoe gaat u hier verder mee aan de slag?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

In de voorbereiding van het volgende gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) wordt door mijn administratie uitvoerig bekeken welke duurzame alternatieven er zouden kunnen zijn om de uitfasering van de huidige gekoppelde steun, zoals voorzien in het regeerakkoord, voor de betrokken vleesveehouders te compenseren.

De alternatieven worden gezocht binnen het kader van de Europese ontwerp-GLB-verordeningen en moeten hier dus ook in passen. In eerdere vragen heb ik bevestigd dat daarbij wordt gekeken naar diverse mogelijkheden, ook binnen de ecoregelingen en de agromilieu-klimaatmaatregelen. In beide types van maatregel geldt echter dat er alleen een vergoeding kan worden gegeven voor de bovenwettelijke inspanningen die de landbouwer levert. De vergoeding voor ecoregelingen en agromilieu-klimaatmaatregelen kan worden berekend en betaald per hectare, of, afhankelijk van de uitkomst van de Europese trilogen, per dier-eenheid.

Als we een graslandpremie zouden ontwikkelen, zal de vergoeding dus in elk geval gelinkt zijn aan de oppervlakte grasland. Dit heeft tot gevolg dat veehouders met een kleiner areaal grasland hiervoor minder in aanmerking zullen komen dan veehouders met een groot areaal. En dus zullen niet alle zoogkoeienhouders op dezelfde manier kunnen worden gecompenseerd.

Het laatste voorstel voor graslandpremie dat werd besproken met zowel landbouw- als natuurorganisaties, wil via een ecoregeling het aanhouden van meerjarig grasland stimuleren en het vernieuwen van grasland ontraden. Het gaat dan over graslanden die al minimum tien of vijftien jaar als zodanig zijn aangegeven in de verzamelaanvraag, en de laatste zes jaar niet werden vernieuwd. Elk jaar dat het grasland langer wordt aangehouden zonder vernieuwen, kan er een subsidie worden ontvangen voor de opgebouwde koolstof onder het grasland.

Een tweede ecoregeling die werd besproken, zet in op een meer extensieve uitbating van graslanden en omvat het beperkt bemesten via organische mest, en een verbod op het gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Deze maatregel zou op eenzelfde perceel kunnen worden gecombineerd met de voorgaande regeling.

Tot slot is er ook de mogelijkheid om in te zetten op het verhogen van het areaal blijvend grasland door een agromilieu-klimaatmaatregel met looptijd van vijf jaar.

Daarnaast zijn mijn diensten ook in overleg met de Europese Commissie om na te gaan op welke manier we eventueel met een hervorming van de gekoppelde steunmaatregel bijkomende inspanningen kunnen vergoeden.

Het aandeel gekoppelde steun dat naar de vleesveehouders gaat, wordt bepaald door het percentage van de pijler I-enveloppe dat daarvoor ter beschikking zal worden gesteld. Dit zijn keuzes die pas kunnen worden gemaakt als we zicht hebben op het totaalplaatje.

Het regeerakkoord stelt heel duidelijk dat het moet gaan over een duurzaam alternatief om zowel de weggevallen inkomenssteun op te vangen als de klimaatdoelstellingen te realiseren waarvoor de betrokken veehouders inspanningen leveren.

Vandaag gaat 10 procent van de eerste pijler naar de gekoppelde inkomenssteun. Als het duurzame alternatief moet garanderen dat de vleesveesector een gelijkaardig aandeel blijft ontvangen, dan impliceert dit – zoals de teksten nu voorliggen op Europees niveau – wellicht een nieuwe gekoppelde steunregeling.

Ik heb de voorstellen van Natuurpunt en het Algemeen Boerensyndicaat uiteraard gelezen. Ze omvatten in feite een alternatieve gekoppelde steunregeling, met bijkomende voorwaarden naar onder meer graslandbeheer en eigen voedervoorziening. Die piste wordt ook door mijn administratie onderzocht. Daarbij zal er ook verder worden overlegd met de verschillende stakeholders. Ook het aftoetsen met het Europese kader, dat nog steeds niet vastligt, is noodzakelijk.

Het feit dat het ABS en Natuurpunt een gedeeld standpunt samen naar buiten brengen, vind ik zeer positief. Dit bevestigt mijn stelling dat landbouw en natuur op veel fronten gelijke belangen hebben.

Hoe komen we tot een alternatief? De ecologische, economische en sociale aspecten gaan hier hand in hand. De huidige gekoppelde steunregeling stopzetten zonder volwaardig alternatief, zou een grote impact hebben op de rendabiliteit van vleesveebedrijven.

Dit zou de huidige uitstroom in de vleesveesector verhogen en aldus de druk op grasland vergroten. Wellicht zal een deel van de graslanden worden omgezet naar akkerland. Een ander deel zal overgaan naar andere veehouders zoals melkveehouders, of verdwijnen uit de landbouw. In functie van het behoud van de koolstofstocks onder deze graslanden en dus de klimaatdoelstellingen, is het gewenst dat de graslanden behouden blijven.

Bijkomend, als percelen uit het professioneel landbouwgebruik gaan, zijn ook de randvoorwaarden niet meer van toepassing. Ook het graslandbeheer speelt een rol in de opbouw en het behoud van koolstof in grasland.

Daarnaast is er de concurrentiepositie van Vlaamse veehouders. In Wallonië blijft gekoppelde steun behouden, waardoor onze Vlaamse vleesveehouders een concurrentieel nadeel zullen ondervinden. Het is daarom voor mij belangrijk dat de middelen ook effectief terechtkomen bij de betrokken vleesveehouders, maar dat de sector tegelijkertijd verduurzaamt door onder meer in te zetten op goed graslandbeheer en andere duurzaamheidscriteria. Ik heb dus nog wat werk om het beste alternatief uit te werken, maar ik neem het voorstel van het ABS en Natuurpunt zeker mee in de totale oplossing die we aan het zoeken zijn. Absoluut.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, dit is geen evidente oefening. Het is inderdaad opmerkelijk en heel positief dat Natuurpunt en een landbouworganisatie samen een front vormen voor die terechte bezorgdheid. Het toont ook aan hoe belangrijk de materie is voor de boeren, maar ook voor onze natuur. Ze hebben een voorstel gedaan en ik ben blij dat ermee aan de slag wordt gegaan. Er zal inderdaad nog heel wat denkwerk nodig zijn.

We zullen de effecten van dichtbij, maar ook van ver moeten onderzoeken zodat het eindresultaat waarmee we zullen landen, geen tegengestelde effecten heeft. Ik begrijp heel goed dat het belang van de vleesveesector hand in hand moet gaan met de duurzaamheid die we voor ogen hebben, maar ik heb de indruk dat iedereen daarvoor wil gaan, en dat dat in het onderzoek zal worden opgenomen. Ik hoop dat het een win-winsituatie zal worden. Ik denk dat er hierover vandaag een heel open debat wordt gevoerd met de sector. Zij zijn de ervaringsdeskundigen om mee aan tafel te zitten en voldoende insteken te geven zodat iedereen zich goed voelt bij het alternatief waar we absoluut naartoe moeten. Alle sectoren, zowel de landbouw als de natuur, moeten daarmee voortgaan.

Ik volg dit van nabij op en ben blij dat er heel wat beweging is, en dat er nog geen stringente keuzes zijn gemaakt zodat er nog voldoende input kan worden gegeven voor een definitieve keuze.

De heer Steenwegen heeft het woord.

We zullen dit inderdaad opvolgen. Het illustreert de complexiteit. Enerzijds willen we dingen oplossen en anderzijds creëren we misschien nieuwe problemen. Het is treffend om nu te zien dat men van verschillende kanten vaststelt dat we de rundveehouderij in Vlaanderen willen behouden, ook vanuit de bekommernis over onze klimaatuitdagingen en over het behoud van historische graslanden die een enorme biodiversiteitswaarde hebben, precies door het landbouwgebruik dat daarop zit.

Het is dus van belang – we hebben dat trouwens nog eens in een ander dossier gehad, ik denk met betrekking tot enterische emissies – dat we netto kijken naar de resultaten. Aan de ene kant kun je winst boeken, maar als het aan de andere kant verlies betekent, dan moeten we dat in balans brengen, dan moeten we dat allebei meerekenen.

Minister, u zei dat als de graslanden niet meer op die manier gebruikt worden, ze zullen worden omgeploegd en in akkerland omgezet. Maar bijvoorbeeld bij de historische graslanden, de poldergraslanden die natte gronden zijn, zal het zeer moeilijk zijn om ze om te zetten. Men heeft dit al vaak geprobeerd, maar dat is niet zo gemakkelijk. Niet alleen het feit dat het lang grasland is, maar ook het feit dat ze een hoog waterpeil hebben, zorgt voor een enorme capaciteit om koolstof op te slaan.

Ik wens u veel succes met de verdere zoektocht. Het is inderdaad complex, maar het positieve hier is dat heel veel partijen van verschillende kanten meedenken en proberen tot een oplossing te komen die de doelstellingen die we nastreven, proberen te bereiken, namelijk meer duurzaamheid, meer klimaatbestendigheid en natuurlijk ook het behoud van de sector in onze regio.

De heer Nachtergaele heeft het woord.

Het is inderdaad een ongeziene coalitie in een heel erg gepolariseerd debat, maar ik merk hier toch consensus over een aantal zaken.

Ten eerste is de vleesveesector een heel belangrijke sector, die we absoluut moeten kunnen behouden. Dat betekent ook dat we de financiële ondersteuning bij de vleesveesector moeten behouden. De financiële situatie heeft natuurlijk alles te maken met de ondermaatse prijsvorming, de zwakke positie in de keten.

Ten tweede is er de vaststelling dat iedereen het erover eens is dat die sector een duurzaamheidssprong moet maken. Ik vond vooral het editoriaal van Hendrik Vandamme in het ledenblad van het Algemeen Boerensyndicaat nogal opvallend. Ik vond dat hij daar heel ver zijn nek uitstak. Ik vind dat hij ook steun verdient omdat hijzelf voor de duurzaamheidssprong pleit. Ik weet hoe gevoelig dit soms ligt in traditionele landbouwmilieus, maar ik denk dat dit net het mooie is aan dit debat. Hier hebben we iets waar er perspectief is en waarover grote politieke consensus is over waar we naartoe moeten, namelijk werken aan een duurzame toekomst voor de vleesveehouderij. We hebben het vaak over rechtszekerheid en we hebben het vaak over perspectief. Ik denk dat duurzaamheid in de twee betekenissen van het woord kan worden gebruikt, namelijk economische duurzaamheid en rechtszekerheid voor de sector, maar ook ecologische duurzaamheid.

In een eerder antwoord op een vraag van de heer Vandenhove gaf u al aan dat de vleesveehouderij de manier bij uitstek is om een economische valorisatie te geven aan natuur- en klimaatwaarden. De hervorming van de premie is een unieke kans om dat ook op een positieve manier te doen, op een manier die gedragen wordt, zowel door de sector als door de natuurorganisaties. Ik vind het belangrijk dat u ook als signaal meegaf dat u het voorstel hebt bekeken, dat u het verder zult evalueren en samen zult bekijken met de stakeholders. Ik denk dat we hier als beleidsmakers een unieke kans hebben om iets te realiseren dat op heel wat vlakken positieve effecten zal hebben.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ik heb hier in het verleden ook al een paar vragen over gesteld. Ik kan mij alleen maar aansluiten bij de voorgaande sprekers en bij de positieve reactie van de minister. Ik zou zeggen: doordoen, ervoor gaan omdat, natuurlijk los van dit ene dossier, het gemeenschappelijk signaal van deze twee organisaties een belangrijk moment zou kunnen zijn in een andere benadering van de landbouw. De organisaties staan met elkaar in plaats van tegenover elkaar. Ik kijk dan ook uit naar de verdere initiatieven die de minister op dit vlak zal nemen.

Minister, ik las begin februari in het Nederlands tijdschrift Boerderij een artikel met als titel ‘Boeren verkopen opslag koolstof aan bedrijven’. Dat is een systeem met een soort van certificaten, waarbij landbouwers theoretisch hun koolstofopslag verkopen aan bedrijven die daarmee klimaatneutraal kunnen worden of hun imago kunnen versterken. In welke mate worden dergelijke projecten in Nederland door Vlaanderen gevolgd? Wordt er gekeken of dergelijke opportuniteiten zich ook hier zouden kunnen aandienen?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Alles wat dit dossier kan oplossen, is van belang. Ik ben heel blij dat ik over de partijgrenzen heen het belang van de veeteeltsector hoor onderstrepen en ook het belang van de oplossing. De heer Nachtergaele vindt het een bijzonder front, maar ik zie op veel vlakken fronten ontstaan tussen boeren en natuur. De hele eiwitstrategie bijvoorbeeld wordt gedragen door een heel stuk van de samenleving. We moeten dat vaker in de verf zetten om zo te proberen om de polarisatie onder controle te houden.

Ik neem de suggestie van de heer Dochy mee. Ik ben in blijde verwachting van Europese duidelijkheid om daar een finaal voorstel te kunnen doen.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Ik ben blij dat alle collega's op één lijn zitten en dat de minister zegt dat we moeten afstappen van polarisatie en dat we hand in hand stappen vooruit kunnen zetten. Het feit dat het ABS en Natuurpunt samen dit voorstel doen, is een toonbeeld. Ik hoop dat we op die ingeslagen weg nog heel veel zaken zullen kunnen realiseren, niet alleen voor de vleesveehouderij maar ook in heel wat andere domeinen, waar er vaak een delicaat evenwicht is.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.